PREEK · VRIJE STOFFEN

Niet gezegd: Zoek Mij tevergeefs – Jesaja 45

5 oktober 2025

Jesaja 45:19: Ik heb niet in het verborgene gesproken, in een donkere plaats der aarde; Ik heb tot het zaad Jakobs niet gezegd: Zoekt Mij tevergeefs. Ik ben de HEERE, Die gerechtigheid spreekt, Die rechtmatige dingen verkondigt.

INLEIDING

God spreekt duidelijk, niet in het verborgene zoals afgoden en waarzeggers, maar openbaar, door Zijn Woord en door de doop. God meent ook wat Hij zegt: wie zoekt, zal vinden, want Hij is een Beloner van wie Hem zoeken. Alleen op Golgotha werd Christus tevergeefs verlaten, opdat wij dat nooit zouden hoeven zijn. Ten slotte is God betrouwbaar: Zijn belofte staat vast, maar wie weigert te luisteren, zal ook de wraak van het verbond ondervinden.

THEMA

De sprekende God

KERNPUNTEN

  1. God is duidelijk in Zijn spreken
  2. God meent wat Hij zegt
  3. God is betrouwbaar

JESAJA 45:19-22

19 Ik heb niet in het verborgene gesproken, in een donkere plaats der aarde; Ik heb tot het zaad Jakobs niet gezegd: Zoekt Mij tevergeefs. Ik ben de HEERE, Die gerechtigheid spreekt, Die rechtmatige dingen verkondigt.
20 Verzamelt u en komt, treedt hier toe tezamen, gijlieden die van de heidenen ontkomen zijt. Zij weten niets, die hun houten gesneden beelden dragen, en een god aanbidden die niet verlossen kan.
21 Verkondigt en treedt hier toe, ja, beraadslaagt tezamen. Wie heeft dat laten horen van oudsher? Wie heeft dat van toen af verkondigd? Ben Ik het niet, de HEERE? En er is geen God meer behalve Ik, een rechtvaardig God en een Heiland, niemand is er dan Ik.
22 Wendt u naar Mij toe, wordt behouden, alle gij einden der aarde; want Ik ben God en niemand meer.

VOLLEDIGE TEKST

Niet gezegd: Zoek Mij tevergeefs – Jesaja 45

ds. J. IJsselstein - Jesaja 45:19

THEMA

De sprekende God

Gemeente, de tekst voor de preek van vanmorgen kunt u vinden in Jesaja 45:19. Drie zinnen, in Jesaja 45:19, die alle drie beginnen met: Ik, de Heere… Luister, de HEERE spreekt: Ik heb niet in het verborgene gesproken, in een donkere plaats der aarde. Ik heb tot het zaad Jakobs niet gezegd: Zoekt Mij tevergeefs. Ik ben de HEERE, Die gerechtigheid spreekt, Die rechtmatige dingen verkondigt.

Het thema van de preek is: De sprekende God

Er zijn drie aandachtspunten. In de eerste plaats: Hij is duidelijk in wat Hij zegt. Ik heb niet in het verborgene gesproken, in een donkere plaats der aarde. In de tweede plaats: Hij meent wat Hij zegt. Ik heb tot het zaad Jakobs niet gezegd: Zoekt Mij tevergeefs. En in de derde plaats: Hij is betrouwbaar, Hij spreekt de waarheid. Ik ben de HEERE, Die gerechtigheid spreekt, Die rechtmatige dingen verkondigt.

Dus: De sprekende God 1. Hij is duidelijk in wat Hij zegt 2. Hij meent wat Hij zegt 3. Hij is betrouwbaar, Hij spreekt de waarheid.

Wie is die sprekende God, Die hier in Jesaja 45 aan het woord is? Wie is Hij, Die zulke grote dingen belooft aan de ballingen in Babel? Zoals in vers 17: Maar Israël wordt verlost door de HEERE met een eeuwige verlossing; gijlieden zult niet beschaamd noch tot schande worden tot in alle eeuwigheden. Wie is Hij, Die midden in die en in deze donkere tijd vol oorlog en geweld, verlossing, vrede en verzoening voor ogen schildert?

Wie is Hij? En waar is Hij? En, trouwens, waarom grijpt Hij niet in?

Vragen die ongetwijfeld leefden in de tijd van de ballingschap in Babel, de tijd waar de profeet Jesaja profetisch naar vooruitkijkt. Jeruzalem is verwoest, de tempel is in vlammen opgegaan. En nu klinken opnieuw uit de mond van de profeet Jesaja beloften van troost en verlossing. Maar, ach, wanneer? Want: waar is God eigenlijk? En: Waarom grijpt Hij niet direct in?

Zoals je dat ook nu, in je persoonlijke leven kan denken, in je gezin, in je familie, op je werk of in de kerk. Nu het zo anders is gegaan, dan je voorheen dacht en hoopte. Zou God Zijn genade vergeten, nooit meer van ontferming weten? Zijn beloften kunnen je hart geraakt hebben. Maar het kan zo anders gaan in je leven dan gedacht. Het ontlokt Jesaja de zucht in vers 15, die u misschien ook wel herkent uit uw eigen leven: Voorwaar, U bent een God Die Zich verborgen houdt, de God Israëls, de Heiland (dat wil zeggen: de Verlosser). Het is eigenlijk een wonderlijke zucht. U lijkt zo ver weg. U houdt U verborgen. Maar ik ken Uw Naam: de God van Israël, de Heiland, de Verlosser!

God houdt Zich zo vaak verborgen in de leiding van Zijn voorzienigheid, in Zijn onbegrijpelijke Godsbestuur. Je denkt terug aan verleden tijden. Aan Zijn werk, aan Zijn wonderen, aan Zijn beloften. Zoals de belofte die ik net voorlas uit vers 17: Israël wordt verlost door de HEERE met een eeuwige verlossing… Maar…, waarom zien we daar niets van? Want we zitten nog steeds in Babel. We zitten nog steeds en misschien wel steeds meer in zorg en verdriet. Heere, U lijkt zo ver weg! Heere, waar bent U? Voorwaar, U bent een God Die Zich verborgen houdt.

Het is een zucht. Maar niet zomaar een zucht. Geen zucht in het oneindige. Het is een zucht omhoog. En die zuchten worden altijd beantwoord, ook nu.

Je kan zelf allerlei gedachten en vragen hebben over God. Over Wie Hij is en over waar Hij is. Maar de sprekende God neemt in onze tekst Zelf het woord. En, dat is ons eerste punt:

1. God is duidelijk in Zijn spreken

Wie Ik ben? De Heere zegt: Ik heb niet in het verborgene gesproken, in een donkere plaats der aarde. Dat deden de afgodendienaars wel, degenen (vers 20) die hun houten gesneden beelden dragen, en een god aanbidden die niet verlossen kan. Heidense priesters en waarzeggers hielden zich bezig met verborgen dingen, met geheimzinnige zaken, met obscure en geheime praktijken. Jesaja wijst daarop in Jesaja

8:19: op de waarzeggers en duivelskunstenaars, die daar piepen en binnensmonds mompelen. Zij luisteren naar het suizen van de wind door de bladeren van de bomen, naar het geruis van het water, naar de echo’s van donkere spelonken, terwijl ze ondertussen onverstaanbare dingen mompelen. Maar zo geheimzinnig is God niet. Hij is duidelijk in Zijn spreken! Als tovenaars en waarzeggers iets zeggen, is dat vaak onduidelijk. Je kan er alle kanten mee op. Maar als God spreekt (zoals Hij nu spreekt), dan is het helder. Dan is er geen misverstand mogelijk. Voor wie tenminste echt luisteren wil…

Ik heb, zegt de Heere, niet in het verborgen gesproken. Nooit! God sprak tot Abraham in Genesis 17: En Ik zal Mijn verbond oprichten tussen Mij en tussen u en tussen uw zaad na u in hun geslachten, tot een eeuwig verbond, om u te zijn tot een God en uw zaad na u (Gen. 17:7). Hij sprak tot Izak, tot Jakob, tot Jozef, en tegen Mozes, bij de brandende braambos. En ook later bij de berg Sinaï, waar de Heere Zijn Naam uitriep: HEERE HEERE, God, barmhartig en genadig; lankmoedig en groot van weldadigheid en waarheid; Die de weldadigheid bewaart aan vele duizenden, Die de ongerechtigheid en overtreding en zonde vergeeft; Die de schuldige geenszins onschuldig houdt, bezoekende de ongerechtigheid der vaderen aan de kinderen en aan de kindskinderen, in het derde en in het vierde lid (Ex. 34:6-7). Hij sprak door de mond van de profeten. Zoals Hij ook nu, eeuwen later, spreekt met dezelfde woorden: Kinderen van Jakob, als je Mij zoekt, dan zal je Mij vinden.

En Hij sprak in de laatste dagen vooral, zegt de Hebreeënbrief, door de komst van de Zoon (Hebr. 1:1). Publiek, openbaar, klip en klaar! Dat Hij in Bethlehem geboren zou worden, wist men al uit de tijd van Jesaja (Mich. 5:1). Zijn geboortebericht ging als een lopend vuurtje rond. De herders maakten het alom bekend (Luk. 2:17). Hij preekte in het openbaar. Hij werd in het openbaar terechtgesteld. Het bericht van Zijn opstanding was openbaar. Zijn discipelen zagen Zijn hemelvaart met hun eigen ogen. En de uitstorting van de Heilige Geest was zichtbaar en hoorbaar voor de ogen en oren van duizenden mensen in Jeruzalem.

God sprak, Hij spreekt al eeuwenlang, ook met een Boek vol woorden. Ik bedoel, met je Bijbel, jongelui. Iedere keer als je daarin leest, dan hoor je God spreken. Persoonlijk en gericht. Nooit sprak Hij in het verborgen.

Wat zijn ultieme climax zal bereiken in de dag van het Goddelijke gericht. Dan zal niet alleen iedereen het geluid van de bazuin en de stem van de archangel horen, maar dan zal zelfs alle oog Hem zien, ook degenen die Hem doorstoken hebben (1 Thess. 4:16; Openb. 1:7).

God nooit in het verborgen. Ook toen niet, jongens en meisjes, jongelui, toen je gedoopt werd. Toen sprak God. Hij sprak met Zijn beloftewoord: Ik zal u tot een God zijn, en uw kinderen. Geloof dat woord van de Heere dan toch. Doe er niets van af, want het is Gods woord. God sprak met Zijn beloftewoorden. Hij sprak ook met Zijn daden. Je doop, jongelui, was een zichtbare garantieverklaring bij Gods belofte. Geloof dan toch de taal van het teken: dat het bloed van Jezus Christus reinigt, wie je ook bent en wat je ook gedaan hebt, van alle zonden.

Er is, na deze opsomming, maar één vraag of reactie mogelijk. Wat wil je nog meer? Of met de woorden van de Heere in Jesaja 5:4 gezegd: Wat is er meer te doen aan Mijn wijngaard, hetwelk Ik aan hem niet gedaan heb?

De woorden, de beloftewoorden van de Heere waren altijd klip en klaar, helder en duidelijk. En daarbij heeft de Heere ons ook altijd de weg gewezen om deel te krijgen aan wat God beloofd heeft: Bidt, en u zal gegeven worden; zoekt, en gij zult vinden; klopt, en u zal opengedaan worden (Matth. 7:7).

God heeft nooit in het verborgene gesproken, en Hij doet dat ook nu niet. En dus gaan wij, in dit verband, al helemaal geen verborgen dingen aanvoeren. Gods belofte is en blijft waar. Of je luistert of niet. Of je bidt of niet. Of je zoekt of niet. Of je klopt of niet. Dat verandert allemaal niets aan Gods belofte. Zijn Woord wordt altoos trouw volbracht.

Dus, ga die weg dan, die je gewezen wordt. Ga bidden, ga zoeken, ga kloppen. Want als je dat niet doet, dan kom je voor eeuwig om. Niet omdat God onduidelijk gesproken heeft.

Je kunt straks op de oordeelsdag niet zeggen: “Ik hoorde niks.” Nee, want je hoort het in ieder geval vanmorgen, dat er vergeving voor al je zonden te krijgen is bij de Heere Jezus Christus.

Je kunt straks op de oordeelsdag niet zeggen: “Ik snapte het allemaal niet zo goed, wat ik moest doen, en hoe het werkt”. Nee, want de Heere gaf bij Zijn woorden zo vaak ook zichtbare uitleg. Bijvoorbeeld bij de bediening van de Heilige Doop: zoals water het vuil van het lichaam afwast, zo wast het bloed van Mijn Zoon Jezus Christus van alle zonden.

Je kunt straks op de oordeelsdag niet zeggen: ”Ik wist niet dat U het tegen mij had.” Nee, want je bent er gewoon bij. Je kunt straks hooguit zeggen: “Ik wilde het niet horen of begrijpen. Ik had geen zin, geen belangstelling, geen interesse.”

Maar doe dat alsjeblieft niet! Stop je oren niet dicht, draai je hoofd niet om, maar kom! Want er is een fontein geopend, tegen de zonde en tegen de onreinheid (Zach. 13:1). Christus staat voor je. Nu. Hij wil je Zijn genade geven, om al je zonden te vergeven.

Kom dan. Kijk Hem aan. Laat alles wat je verder in je eigen handen hebt, vallen. En buig voor Hem. En zeg heel eenvoudig (voordat het te laat is!): “Heere, zoals ooit het water van de Heilige Doop op mijn voorhoofd drupte als teken van Uw bereidwilligheid om mijn zonden te vergeven, drup alstublieft zo nu Uw bloed op mijn ellendige en verloren hart.” Wie zo bidt, die zal ontvangen!

Voordat we verder gaan met ons tweede aandachtspunt, zingen we nu eerst Psalm 34:6: Komt, kind'ren, hoort naar mij; Neem mijn' getrouwen raad in acht; Ik leer, opdat g' uw plicht betracht, Wat 's HEEREN vreze zij. Hebt gij in 't leven lust, In dagen, waar men 't goed' in ziet, Waarin men vrij is van verdriet, Waar niets ons heil ontrust?

Ons tweede aandachtspunt:

2. God meent wat Hij zegt

Ik heb tot het zaad van Jakob niet gezegd: Zoekt Mij tevergeefs. In vers 20 en 21 zie je dat er een confrontatie gaande is rond de vraag: Wie is God? Zijn dat de afgoden van de heidenen? Nee, zegt de Heere, Ik ben God en niemand meer, er is geen God behalve Mij. En Ik ben betrouwbaar. Ik meen wat Ik zeg.

Ik ben anders dan de priesters van de afgoden, dan de waarzeggers en de tovenaars. Die zijn onbetrouwbaar. Die hebben altijd wel weer een andere smoes waarom het toch anders ging dan zij eerst zeiden. Maar Ik, zegt God, wat Ik zeg en beloof, dat is waar. Daar kun je van op aan. Als Ik zeg: Ik zal u tot een God zijn en uw zaad na u, dan meen Ik dat. En Ik wijs u tegelijkertijd de weg tot vervulling van die belofte: Zoek Mij en leef (Amos 5:4). En verder zijn er geen disclaimers, geen kleine lettertjes.

Boven deze Bijbel, en boven het doopvont waar je ooit uit gedoopt bent, staat geschreven: Mijn woorden zijn getrouw en waarachtig (Openb. 22:6). Ik zal Mijn waarheid nimmer krenken, maar eeuwig Mijn verbond gedenken.

Wat is dat een hoopvolle boodschap, ouders, voor ons en onze kinderen. Wat is dat een hoopvolle boodschap voor ons allemaal. De Heere heeft nooit gezegd: ‘Probeer maar, doe je best en dan komt het misschien wel goed. Bid maar veel, wie weet ga Ik je gebed wel verhoren. Dan heb je in ieder geval je kansen benut’.

Wie zo denkt, wie dat zegt, maakt een karikatuur van God. Luister, zaad van Jakob, kinderen in de kerk, volwassenen, ouderen: Als u God zoekt, dan zult u Hem vinden. Want: Een iegelijk die de Naam des Heeren zal aanroepen, (die zal) zalig worden (Hand. 2:21). Want God heeft niet gezegd: ‘Zoek Mij tevergeefs. Je kunt zoeken wat je wilt, maar misschien vind je Mij wel nooit’.

Nee, wie je ook bent, kind van Jakob, kind van een man vol zonde en bedrog, en dus ook: kind, vol zonde en bedrog, in zonden ontvangen en geboren, een kind des toorns. Wat je ook doet of gedaan hebt, de betrouwbaarheid van God is er niet door veranderd. En die zal er nooit door veranderen. Wat God beloofd heeft, blijft vast en onverbroken.

Maar neem dat nu niet voor kennisgeving aan. Als een soort van algemene waarheid, terwijl je gewoon doorgaat op je eigen weg, zonder God. Zwaaiend met de belofte van God, zo van: ‘God heeft het gezegd, nou dan komt het vanzelf wel goed’.

Want je bent van jezelf geestelijk dood door de misdaden en de zonden. Je moet wederom geboren worden.

En dus moet je de weg gaan die de Heere je aangewezen heeft, om te krijgen wat Hij beloofd heeft: de weg van zoeken, bidden en kloppen. Ja, ik weet het, dat is moeilijk. Maar, luister! Je mag die weg gaan met hoop. Vanwege Gods belofte, vanwege de belofte van je doop. Nooit heeft iemand tevergeefs God gezocht. Nooit heeft iemand God gezocht, zoals de Heere dat in de Bijbel vraagt, maar helaas… toch niet gevonden. God noemt Zichzelf, en dus is Hij: een Beloner van degenen die Hem zoeken (Hebr. 11:6). En dus zullen alle zoekers vinden!

En dat mag je, ouders, wijzend op Gods belofte, wijzend naar hun doop, ook aan je kind of kinderen meegeven. Niet fatalistisch dus, zo van: ‘Doe maar, probeer het maar’. Nee, met hoop en zekerheid. Omdat wat God beloofd heeft, zeker is. Kinderen, jongeren, zoek de Heere, dan zál je Hem vinden.

En volwassenen, ouderen, die belofte is ook in uw leven, jaren na uw doop, nog steeds dezelfde: Zaad van Jakob, zoek Mij, dan zult u Mij vinden. Hebt u Mij nooit gezocht? Ga dat dan vanaf nu doen! Dan zult u Mij vinden. Hebt u Mij eerder wel gezocht, en gevonden, en bent u Mij in de ervaring van uw hart weer kwijtgeraakt? Zoek Mij dan opnieuw, Ik zal Mij laten vinden.

Grote beloften zijn het, gemeente, die ons in deze donkere en dreigende tijd, hoop en moed geven. Ze willen hoop en moed geven aan jullie, jongelui. Je mag bidden met hoop. Want God hoort het gebed (Ps. 65:3). Ze willen hoop en moed geven aan jullie, ouders. Je mag bidden met hoop voor je kind of je kinderen. Ze willen hoop en moed geven aan u, ouderen. U mag bidden met hoop, ook voor uw kinderen en kleinkinderen, als u die van de Heere gekregen hebt. Zo zegt de HEERE, de trouwe God van het verbond: En het zal geschieden, eer zij roepen, zo zal Ik antwoorden; terwijl zij nog spreken, zo zal Ik horen (Jes. 65:24).

Jongens en meisjes, bidt. En de Heere zál je een nieuw hart geven. Geloof toch wat de Heere zegt. Hij zal op Zijn tijd antwoord geven, als je Hem vraagt. Waarom? Dat lees je ook in de Bijbel. En dat zie je ook als er kinderen gedoopt worden. Omdat er ooit Eén was, Die ook, in grote nood en duisternis, klopte, riep en bad. Maar het bleef stil. Hij kreeg geen antwoord. Zoals staat in Psalm 22: Mijn God, ik roep des daags, maar Gij antwoordt niet; en des nachts, en ik heb geen stilte (Ps. 22:3). Toen hield God Zich wel verborgen.

Op Golgotha, aan het kruis, daar gold: Zoek Mij tevergeefs, want Ik heb u verlaten. Daar werd de bittere beker van de toorn van God gedronken. Met als doel: dat het zaad van Jakob, mensen zoals wij, die moedwillig God verlaten hadden, weer tot kinderen van God aangenomen zouden kunnen worden.

Om het bloed van Hem, de Heere Jezus, zijn mensen zoals wij weer welkom bij God. Hoe? Niet door een weg van zelfverbetering. Niet door te proberen om de beste mensen van de straat of van het dorp te worden. Maar door de weg van als een arm en verloren zondaar te buigen aan de voet van het kruis. Biddend om het bloed, gestreken aan de posten van ons hart.

Dat is de weg. Dat is de enige weg. Alleen, zo schrijft de apostel Johannes, alleen het bloed van Jezus Christus, (Gods) Zoon, reinigt ons van alle zonde (1 Joh. 1:7). Dat is de weg. Dat is de enige weg. En die weg is ópen! Er is een geopende weg om toe te gaan tot de troon der genade, om daar te zoeken, te bidden en te kloppen.

Nog kort ons derde punt. We zagen als eerste dat God duidelijk spreekt. Toen zagen we dat Hij ook echt meent wat Hij zegt. En nu ons derde en laatste punt:

3. God is betrouwbaar

Want, zo zegt de Heere in vers 19c: Ik ben de HEERE, Die gerechtigheid spreekt, Die rechtmatige dingen verkondigt. Ik ben Degene, Die gerechtigheid spreekt. Dat is: wat recht is. Dat wil zeggen: de waarheid dus. En Ik ben Degene, Die rechtmatige dingen spreekt. Ook dat is: wat recht is, de waarheid dus.

Met andere woorden: Ik ben de HEERE, Die de waarheid spreekt. Ik ben de trouwe God van Mijn verbond, dat Ik met Abraham gemaakt heb. En wat Ik tegen hem en zijn nakomelingen gezegd heb en zeg, is wáár.

Als Ik zeg, zoals Ik gezegd heb en heb laten zien bij uw doop: Ik zal u tot een God zijn en uw kinderen, dan is dat waar. Dan moet u daar niet aan gaan morrelen. Als Ik zeg, dat er vergeving beschikbaar is voor al uw zonden, en die van uw kinderen, in het bloed van de Heere Jezus, dan is dat waar. Dan moet u dat dus nergens anders gaan zoeken. En als Ik zeg, dat die vergeving te krijgen is door de weg van bidden, zoeken en kloppen, dan is dat waar. Dan hoeft u daar niet aan te twijfelen. Dan moet u het ook niet op een andere manier gaan proberen. Want dan beledigt u Mij diep.

En als Ik zeg, dat is de keerzijde van Mijn belofte, dat de wraak van Mijn verbond u zeker zal treffen, als u Mijn verbond veracht, weigert of breekt. Dan is dat evenzeer waar. Heb daar geen illusies bij.

Uw voorrechten zijn groot. Mijn zorg voor u, zaad van Jakob, is buitengewoon oprecht. En Mijn beloften zijn waar. Maar als u weigert naar Mij te luisteren, zal de wraak van het verbond u treffen. Dan zult u als kind van Jakob geworpen worden in de buitenste duisternis. En dan zal het teken van het verbond op uw voorhoofd u tot in eeuwigheid herinneren aan: Mijn oprechtheid en aan uw onwil. Dan zult u tot in eeuwigheid weten en erkennen: Heere, Uw belofte was helder, oprecht gemeend en waar. Maar ik wilde niet dat U Koning over mij was.

Geliefde gemeente, wees veel werkzaam met Gods beloften. Biddend, pleitend op het woord van de Heere Jezus Zelf. Helder, gemeend en waar. Zoals dit woord uit Lukas 11: En Ik zeg ulieden: Bidt, en u zal gegeven worden; zoekt, en gij zult vinden; klopt, en u zal opengedaan worden. Want een iegelijk die bidt, die ontvangt; en die zoekt, die vindt; en die klopt, dien zal opengedaan worden. En wat vader onder u, dien de zoon om brood bidt, zal hem een steen geven? Of ook om een vis, zal hem voor een vis een slang geven? Of zo hij ook om een ei zou bidden, zal hij hem een schorpioen geven? Indien dan gij, die boos zijt, weet uw kinderen goede gaven te geven, hoeveel te meer zal de hemelse Vader den Heiligen Geest geven dengenen die Hem bidden (Luk. 11:9-13).

Dit betrouwbare woord van God zal ons tot in alle eeuwigheid, met onze kinderen, stof geven om eeuwig te zingen van Gods goedertierenheid, liefde en trouw. Of het zal ons tot in alle eeuwigheid reden geven om onszelf te verwijten.

Maar hoe het ook zij: de drie-enige God zal eeuwig lof en eer ontvangen, vanwege Zijn trouw in het vervullen van Zijn beloftewoord.

Tot slot: wie u ook bent. Oud of jong, klein of groot, jongens en meisjes, jongelui: Bid toch, zoek toch, klop toch! Doe toch wat God van je vraagt, wijzend naar, pleitend op dit Woord en op het teken van het verbond dat op je voorhoofd staat. En doe het met hoop en verwachting. Want God is betrouwbaar!

Amen.

Slotzang: Psalm 146:3

Zalig hij, die in dit leven Jacobs God ter hulpe heeft; Hij, die door den nood gedreven, Zich tot Hem om troost begeeft; Die zijn hoop, in 't hachlijkst lot, Vestigt op den HEER’, zijn God.