22 maart 2026
Zacharia 13:1: Te dien dage zal er een fontein geopend zijn voor het huis Davids en voor de inwoners van Jeruzalem, tegen de zonde en tegen de onreinheid.
INLEIDING
De Heere stort Zijn Geest der genade en gebeden uit over Jeruzalem: dan zien de mensen wie zij doorstoken hebben, en er komt een stroom van bittere tranen om hun zonde. Maar juist dan wordt er een Fontein geopend, tegen zonde en onreinigheid — het bloed en water uit de doorstoken zijde van Christus. Wie ontdekt is aan zijn schuld, mag komen en drinken; deze fontein blijft ook na ontvangen genade stromen. Wie hier niet weent, zal straks rouw kennen.
Gewassen van onreinheid
ZACHARIA 13:1-9
1 Te dien dage zal er een fontein geopend zijn voor het huis Davids en voor de inwoners van Jeruzalem, tegen de zonde en tegen de onreinheid.
2 En het zal te dien dage geschieden, spreekt de HEERE der heirscharen, dat Ik uitroeien zal uit het land de namen der afgoden, dat zij niet meer gedacht zullen worden; ja, ook de profeten en den onreinen geest zal Ik uit het land wegdoen.
3 En het zal geschieden wanneer iemand meer profeteert, dat zijn vader en zijn moeder, die hem gegenereerd hebben, tot hem zullen zeggen: Gij zult niet leven, dewijl gij valsheid gesproken hebt in den Naam des HEEREN. En zijn vader en zijn moeder, die hem gegenereerd hebben, zullen hem doorsteken wanneer hij profeteert.
4 En het zal geschieden te dien dage, dat die profeten beschaamd zullen worden, een iegelijk vanwege zijn gezicht, wanneer hij profeteert; en zij zullen geen haren mantel aandoen om te liegen.
5 Maar hij zal zeggen: Ik ben geen profeet; ik ben een man die het land bouwt, want een mens heeft mij daartoe geworven van mijn jeugd aan.
6 En zo iemand tot hem zegt: Wat zijn deze wonden in uw handen? zo zal hij zeggen: Het zijn de wonden waarmede ik geslagen ben in het huis mijner liefhebbers.
7 Zwaard, ontwaak tegen Mijn Herder, en tegen den Man Die Mijn Metgezel is, spreekt de HEERE der heirscharen; sla dien Herder, en de schapen zullen verstrooid worden; maar Ik zal Mijn hand tot de kleinen wenden.
8 En het zal geschieden in het ganse land, spreekt de HEERE, de twee delen daarin zullen uitgeroeid worden en den geest geven, maar het derde deel zal daarin overblijven.
9 En Ik zal dat derde deel in het vuur brengen, en Ik zal het louteren gelijk men zilver loutert, en Ik zal het beproeven gelijk men goud beproeft; het zal Mijn Naam aanroepen en Ik zal het verhoren; Ik zal zeggen: Het is Mijn volk; en het zal zeggen: De HEERE is mijn God.
VOLLEDIGE TEKST
ds. J. IJsselstein - Zacharia 13:1
THEMA
Gewassen van onreinheid
AANDACHTSPUNTEN
Geliefde gemeente, de preek van vanmorgen gaat over Zacharia 13:1Te dien dage zal er een Fontein geopend zijn voor het huis Davids, en voor de inwoners van Jeruzalem, tegen de zonde en tegen de onreinigheid.. Daar lezen we Gods Woord en onze tekst als volgt: Te dien dage zal er een Fontein geopend zijn voor het huis Davids, en voor de inwoners van Jeruzalem, tegen de zonde en tegen de onreinigheid.
Het thema van de preek is: Gewassen van onreinheid We letten hierbij op twee punten: ten eerste op stromende tranen, en ten tweede op levend water.
Dus: Gewassen van onreinheid. 1. Stromende tranen 2. Levend water
Gemeente, Zacharia 12 gaat over de redding van Jeruzalem. Maar over welk Jeruzalem hebben we het dan? In de eerste plaats gaat dit over het aardse Jeruzalem, de stad van God. Want Gods beloften, ook voor het volk Israël en de stad Jeruzalem, zijn onberouwelijk, zoals Romeinen 9 tot en met 11 ons leert. Maar we weten ook dat Paulus in Galaten 4 spreekt over een geestelijk Jeruzalem, dat boven is. En in Openbaring 21 spreekt Johannes over het hemelse Jeruzalem.
Wat is nu de kern van wat Jeruzalem heet? Dat is dat de Heere daar woont. De Heere woont in Jeruzalem te midden van Zijn volk. In het aardse Jeruzalem woont Hij tussen het overblijfsel van Zijn oude verbondsvolk. In het geestelijke Jeruzalem woont Hij te midden van Zijn gemeente, te midden van Zijn Kerk, hier en in de hemel. Ik denk hierbij aan de troostvolle woorden uit Psalm 132: Want de HEERE heeft Sion verkoren, Hij heeft het begeerd tot Zijn woonplaats, zeggende: Dit is Mijn rust tot in eeuwigheid, hier zal Ik wonen, want Ik heb ze begeerd (Ps. 132:13-14).
Je kunt naar de buitenkant van Jeruzalem kijken, als een stad in Israël, of naar de gemeente en Gods kinderen nu. Maar je kunt ook kijken naar wat er binnen de muren van de stad, binnen de gemeente en in de harten van mensen gebeurt.
Beide dingen zien we in Zacharia 12 gebeuren. En Zacharia 13:1 hoort daar eigenlijk nog bij, bij hoofdstuk 12.
Als eerste zien we de buitenkant van Jeruzalem. De stad wordt bedreigd. Dat gold toen, en dat geldt nog steeds. Dat geldt ook voor de geestelijke stad Jeruzalem. De kerk, de gemeente, de kring van oprechte gelovigen wordt bedreigd. Maar God houdt Zijn kerk in stand. Het teken van het water van de Heilige Doop wijst daar ook op. God zal doorgaan van generatie op generatie met Zijn eigen werk. En de poorten van de hel zullen Zijn gemeente nooit overweldigen (Matth. 16:18En Ik zeg u ook, dat gij zijt Petrus, en op deze petra zal Ik Mijn gemeente bouwen, en de poorten der hel zullen dezelve niet overweldigen.).
Kijk maar mee in Zacharia 12. In vers 2 staat dat de vijanden bedwelmd, uitgeput en krachteloos zullen worden. In vers 3 staat dat de vijanden zich zullen vertillen aan die lastige steen, en dat zij eronder verpletterd zullen worden. Vers 4 zegt dat de vijandelijke legers verblind zullen worden. Vers 6 zegt dat de Heere kracht zal geven aan de leiders van Juda en dat zij hun vijanden in brand zullen steken. En in vers 8 lezen we ten slotte dat wie zo klein is als David, tegenover de grote Goliath, door Gods bewaring toch staande zal blijven.
Dus, geliefde gemeente, vrees niet: God Zelf houdt Jeruzalem, Zijn gemeente en Zijn Kerk in stand. En de poorten van de hel zullen dezelve nooit overweldigen. Want Sion is van God begeerd. Zeker, de kerk wordt aan de buitenkant bedreigd en bestookt door de vijand. Maar ze wordt altijd en blijvend door God Zelf beschermd en bewaard.
Maar kijk eens naar vers 10. Daar komt ineens een wending. En die wending brengt ons bij ons eerste punt:
Nu gaat het niet meer over de buitenkant van de stad, maar nu lopen we als het ware de poort van de stad binnen. Nu gaat het verder over het binnenste van de stad Jeruzalem, over de gemeente, over Gods Kerk. Nu blijkt dat de Heere niet alleen bevrijding geeft van vijandige machten, maar dat Hij ook een innerlijke verandering van Zijn volk tot stand brengt. In hun wereldwijde isolement en hun grote nood zal God geestelijke vernieuwing geven. We lezen in vers 10: Doch over het huis Davids, en over de inwoners van Jeruzalem, zal Ik uitstorten den Geest der genade en der gebeden; en zij zullen Mij aanschouwen, Dien zij doorstoken hebben, en zij zullen over Hem rouwklagen, als met de rouwklage over een enige zoon; en zij zullen over Hem bitterlijk kermen, gelijk men bitterlijk kermt over een eerstgeborene.
Buiten de stad is Gods bescherming. Maar binnen de stad, wat doet de Heere daar? Hoe werkt de Heere daar?
Daar gaat iets gebeuren wat begint in God. Het begint bij God, en de Heere Zelf belooft het te zullen gaan doen. Ik zal uitstorten de Geest der genade en der gebeden.
Ik zal uítstorten. U voelt wel, dat gaat niet druppelsgewijs, mondjesmaat of karig. Er wordt in overvloed en ruimhartig gegoten uit de hemel. Als de Heilige Geest straks op de Pinksterdag wordt uitgestort over Jeruzalem, en als Hij werkt in het midden van de gemeente en in ons eigen hart, dan komt Hij als een stroom die uitgestort wordt. Je voelt dat niemand dat kan tegenhouden. Een stromende rivier kan je immers ook niet tegenhouden. Je kunt het wel proberen, maar het gaat niet lukken. Er komt een moment dat je je verzet moet opgeven.
God begint Zijn werk in Jeruzalem, in de gemeente en in harten vol zonden en schuld. Hij doet dit met het uitstorten van de Geest der genade en der gebeden. De Geest der genade is Hij Die leert smeken om genade, roepend: wees mij de zondaar genadig. En de Geest der gebeden is Hij Die leert bidden en Die Zelf antwoord geeft op die gebeden. Zoals Psalm 81 vers 7 berijmd zingt: Op uw noodgeschrei deed Ik grote wonderen.
En wat gebeurt er dan in de stad Jeruzalem straks, in de gemeente en in harten van zondaars en Gods kinderen nu? Vers 10 zegt: Dan zullen zij Mij aanschouwen. Zij zullen Mij zien. Dat is het eerste werk van de Heilige Geest. Dat is altijd al zo geweest en dat is nog steeds zo: blinde ogen openen, en zij zullen zien. Ze zullen Mij zien, God, en Hem Die zij doorstoken hebben.
Wanneer is dat gebeurd, jongens en meisjes? Dat zij Hem doorstoken hebben? Dat gebeurde op Golgotha. Toen de Heere Jezus aan het kruis hing. Toen Hij na Zijn zware lijden uiteindelijk stierf. Toen kwam er een soldaat. Een van de krijgsknechten doorstak Zijn zijde met een speer, en terstond spatte en stroomde er bloed en water uit. Als Johannes dat opschrijft, dan wijst hij terug naar deze tekst in Zacharia: Zij zullen zien in Welken zij gestoken hebben (Joh. 19:34Maar een der krijgsknechten doorstak Zijn zijde met een speer, en terstond kwam er bloed en water uit., 37).
Ze zullen het zien. En zij zullen over Hem rouwklagen, als met de rouwklage over een enige zoon; en zij zullen over Hem bitterlijk kermen, gelijk men bitterlijk kermt over een eerstgeborene. Een stroom van zegen en genade wordt uitgestort over het huis van David, over de stad Jeruzalem, over de gemeente en in de harten van verloren zondaars. En wat gebeurt er dan? Er komt een stroom van tranen. Bittere rouw, als om het verlies van een enige zoon. Sommige ouders onder ons weten heel goed hoe dat is. Wat het betekent om heel hard te huilen om het verlies van een eniggeboren zoon. Je hoop stond op hem, hij droeg je naam en hij zou de familie in stand houden, maar ineens ben je hem kwijt. Je bent je hoop kwijt, je bent alles kwijt.
Zo'n bittere rouw zal er zijn straks op de Pinksterdag, maar die is er ook nu. Als de regen van de Geest gaat stromen uit de hemel, en zij en wij het Woord horen: U hebt Hem gekruisigd, u hebt Zijn kroon gevlochten en Zijn beker gevuld! Dan gaan hun en onze ogen open. En zij en wij zien wat we gedaan hebben. We hebben met God gebroken en we hebben Zijn eniggeliefde Zoon doorstoken. Kent u iets van die tranen en hartelijke droefheid naar God om wat u gedaan hebt?
Zij zullen zien wie ze zijn en wat ze gedaan hebben en hoe ze gezondigd hebben tegen een goeddoend God. Door de Heilige Geest ontdekt aan hun zonde, aan hun schuld en aan de vuilheid van hun hart. En een bittere klacht welt op in hun binnenste. En een smartelijke roep klinkt naar omhoog: Wat zullen we doen? (Hand. 2:37).
Ze zien het en ze zullen rouwklagen. Zoals er in de verzen 12 en 13 staat: familiegewijs, de stam van David als de koningsstam, en de stam van Levi als de priesterstam. Als teken dat God werkt in generaties en geslachten. Maar tegelijkertijd is het heel persoonlijk: Nathan uit de stam van koning David, en Simeï uit de stam van Levi. Dus familiegewijs en tegelijk heel persoonlijk.
Hier profetisch voorgesteld als een wonderlijke belofte aan de stad Jeruzalem. Maar het is ook gegeven als een wonderlijke belofte aan de nieuwtestamentische kerk. Een belofte van klagen en wenen. Veel mensen hebben alleen maar oog voor de beloften van voorspoed, vreugde en vrede. Maar de eerste belofte van het werk van de Heilige Geest is de belofte van wenen, van bitter kermen, van een gebroken en verslagen hart. Zoals de Heere ook belooft in Ezechiël 20:43Daar zult gij dan gedenken aan uw wegen, en aan al uw handelingen waarmede gij u verontreinigd hebt, en gij zult van u zelven een walging hebben over al uw boosheden, die gij gedaan hebt.: Daar zult gij dan gedenken aan uw wegen en aan al uw handelingen waarmede u u verontreinigd hebt, en u zult van uzelf een walging hebben over al uw boosheden die u gedaan hebt.
Een stroom van tranen in Jeruzalem, in de gemeente, in families en in harten van mensen. Is dat wat ook ons kenmerkt, gemeente? Als de Heere uit de hemel op ons neerziet, ziet Hij dan iets van dit bij ons? Dat die stroom van tranen er is, omdat wij gedaan hebben wat kwaad is in Uw oog? Is dat wat onze gezinnen kenmerkt, gemeente? Het huis van David, het huis van Levi? Het huis van… vult u uw eigen familienaam maar in. Is dat wat ons hart kenmerkt, gemeente? Tranen, bittere tranen van verdriet en van droefheid naar God?
Immers dán, niet daarna, maar juist dán (als er een stroom van tranen gehuild wordt om zoveel zonden), dán zegt Zacharia 13:1: Te dien dage, zal er een Fontein geopend zijn voor het huis Davids, en voor de inwoners van Jeruzalem, tegen de zonde en tegen de onreinigheid. Er komt een fontein van levend water voor een stroom van tranen. Dan zal er in het moerbeidal, in het tranendal, een fontein geopend worden.
Dat zingen we eerst, voordat we verdergaan met ons tweede punt, uit Psalm 84 vers 3. Welzalig hij, die al zijn kracht En hulp alleen van U verwacht, Die kiest de welgebaande wegen; Steekt hen de hete middagzon In 't moerbeidal, Gij zijt hun bron, En stort op hen een milde regen, Een regen, die hen overdekt, Verkwikt, en hun tot zegen strekt. ----
Ons tweede aandachtspunt:
Jongens en meisjes, waar denk je aan als er hier in de kerk kinderen gedoopt worden? Je denkt misschien aan: wat zien die kleine kinderen er toch leuk uit. Ja, dat vind ik ook, maar gaat het daarom? Of je zegt: ik vind het zo schattig als ze gaan huilen, hoe harder hoe mooier. Ja, dat vind ik ook wel een beetje, maar gaat het daar echt om? Nee, je zegt: ik heb heus wel goed geluisterd, het gaat natuurlijk om het water! Precies, om dat andere mag je best wel glimlachen, maar het gaat om het teken van het water!
En als je aan water denkt, dan denk je aan…, nou bijvoorbeeld aan vieze handen. Mama zegt: zo kan je niet aan tafel, met die vieze handen. Je moet eerst je handen wassen. Dus als je aan het doopwater denkt, dan denk je aan…? Aan een vies hart, dat vies is van zonde tegen de Heere God. Aan een zondig hart, waar hier in de Bijbel zo om gehuild wordt. Het water van de Doop zegt, en dat is precies wat het teken betekent: Je zondige hart moet gewassen worden. En, dat zegt de Heilige Doop ook: er ís ook water om je zondige hart te wassen. En dat wil de Heere ook doen. Graag zelfs, heel graag!
Je vraagt je misschien af: is er wel genoeg water voor zoveel mensen? Er wonen immers miljarden mensen op deze wereld! Ja, er is genoeg voor iedereen. Maar de meeste mensen willen zich niet laten wassen. Ze denken dat ze al schoon zijn. Dus je kunt je voorstellen dat het vooral díé mensen zijn, die zo moeten huilen om hun vieze, zondige hart, die vanmorgen hun oren zullen spitsen en zullen zeggen: Is er water, ook voor mij? Wil God ook mijn zondige hart afwassen van zonde en schuld?
Het antwoord is…: Ja. Er is water! Er is zelfs een fontein geopend. Denk maar aan een grote fontein op een groot plein, of in een groot park. Een fontein, dat is zo’n grote spuit van stromend en bruisend water. Een fontein geeft helder, zuiver, schoon en fris water. Dat water stroomt. Als je je erin wast, daar wordt het water niet vies van. Het vieze
stroomt weg, en er komt weer nieuw schoon en fris water voor in de plaats (Openb. 22:1En hij toonde mij een zuivere rivier van het water des levens, klaar als kristal, voortkomende uit den troon Gods, en des Lams.). En iedereen kan er ook bij komen. Iedereen mag zijn handen in het water doen. Er staat geen hek om een fontein, want een fontein is vrij toegankelijk. En het water van de fontein is nooit op. Het stroomt maar door. Een fontein geeft altijd water. Als de fontein kon praten, zou hij zeggen: Heb je dorst? Kom dan maar, en drink maar!
Je snapt ook wel, jongens en meisjes, dat het water van die fontein ergens heen wijst. Zoals ook het water van de Heilige Doop ergens naar wijst. Het water van deze stromende fontein wijst naar…? Nou, weet je, dan moet je nog even goed luisteren naar wat Johannes daarover schrijft. Ik zei het al eerder: Op Golgotha, als de Heere Jezus aan het kruis hangt en na een diep en zwaar lijden sterft, dan komt er een soldaat. En die steekt een speer in Zijn zij en terstond kwam er (staat in de Bijbel), direct spatte en stroomde er bloed en water uit. Een stroom, als een fontein, uit de zij van de gestorven Heere Jezus. Dus die fontein waar het hier over gaat, en het water uit dit doopvont, ze wijzen allebei naar het bloed van de Heere Jezus.
Dus met het ene oog zagen die huilende mensen de Heere, als een heilige God, Die de zonde niet kan en niet wil zien, en ze zagen ook zichzelf en wat ze gedaan hadden. Maar nu, in diezelfde tijd, stuurt de Heere het oog van die mensen op wat ánders. De Heere zegt: U hebt de Heere Jezus doorstoken. U wilde Hem niet. U haatte Hem. Maar terwijl u Hem doorstak, was dít Zijn antwoord. En daar ga je stil van worden, jongens en meisjes: U stak Hem in Zijn zij... en (antwoord?): er stroomde bloed en water uit. Om u van al die zonde en schuld schoon te wassen. Al zijn uw zonden als scharlaken, dit water wast ze wit als sneeuw. Al zijn zij bloedrood als karmozijn, dit water wast ze wit als wol (Jesaja 1:18Komt dan, en laat ons samen rechten, zegt de HEERE; al waren uw zonden als scharlaken, zij zullen wit worden als sneeuw, al waren zij rood als karmozijn, zij zullen worden als witte wol.).
En dat alles doet de Heere in de harten en levens van mensen, die niet meewerken, maar die tegenwerken. Niet in de harten van vrienden, maar in de harten van vijanden! Een eerste blik op God, een eerst blik op Christus, doet een zondaar wenen, huilen. Het geeft een stroom van tranen in je hart, omdat je tegen God gezondigd hebt en Zijn Zoon hebt gekruisigd. Totdat de Heere Zelf op Zijn tijd ook een ander licht laat vallen op Hem, op Zijn Zoon, de Heere Jezus. Op de stroom van bloed en water uit Zijn zijde, die overvloedig genoeg is om al je zonden weg te wassen. Totdat God Zelf op Zijn tijd iets laat zien en geloven van dat onbegrijpelijke wonder van Gods liefde, juist voor het verlorene. Van Christus' liefde, juist voor Zijn vijanden. Van het feit dat Hij, Christus, gekomen is om vijanden te redden, om goddelozen met God te verzoenen en om misdadigers schoon te wassen van al hun zonden en schuld.
Die eerste blik op Hem verwondt en priemt diep in een hard en zondig hart. Maar die tweede blik op de Heere Jezus, die geneest en heelt dat gebroken hart.
Als de Heere ons bij het licht van de Heilige Geest laat zien, dat er inderdaad een Fontein geopend is tegen de zonde en tegen de onreinigheid. Namelijk de fontein van het bloed van de Heere Jezus Christus, dat wast en reinigt van alle zonden.
Geliefde gemeente, dit hebt u nodig. Ouders, dit heb je nodig, dit hebben je kinderen nodig. Persoonlijke kennis van deze twee aspecten, van deze twee kanten van Gods werk. Het ene kan en gaat niet zonder het andere. In het Koninkrijk van God wordt altijd geklaagd en gezongen. Want Christus verwondt en Hij heelt.
Voor het eerst, maar ook steeds weer opnieuw. Immers, in het hoofdstuk over de dankbaarheid zegt de Heidelbergse Catechismus dat we onze zondige aard hoe langer hoe meer leren kennen. Opwas in en vooruitgang op de weg van de genade betekent, dat je dieper gaat kijken in je zonden en verlorenheid. Dat je dieper en hartelijker gaat klagen omdat je zo gezondigd hebt tegen een goeddoend en genadig God. En tegelijkertijd mag je meer en meer met vreugde water scheppen uit de Fontein des heils (Jes. 12:3En gijlieden zult water scheppen met vreugde uit de fonteinen des heils;). Want wat heb ik Hem schandelijk behandeld. En wat behandelt Hij mij geduldig, genadig en goed.
Jongens en meisjes, wat betekent het dat je gedoopt bent? Het betekent dat je hart zondig en vuil is. En het betekent dat er water is, genoeg als van een fontein, om je hart schoon te wassen. En dat water, dat wijst naar het bloed van de Heere Jezus. Door Zijn werk, door Zijn gehoorzaamheid, lijden, sterven en opstaan uit de dood, kan en wil de Heere je een nieuw hart geven. En de Heere zegt erbij, en Hij herhaalt het steeds weer: Kijk, zo doe ik dat! Ik wil je hart écht heel graag schoon wassen.Kom dan, jongens en meisjes, bij Mij. Geef dat zondige en vuile hart dan aan Mij. Roep
dan toch, net als Bartimeüs, tot Mij: ‘Zoon van David, ontferm U over mij! Vergeef toch uit genade al mijn zonden. Kom toch zo, kinderen, met je zondige hart naar Hem toe!
Geliefde gemeente, dat is het hardste woord van het Evangelie: Kom! Kom, tot de Fontein van het levende water. Kom, laat uw zonden afwassen. En kom, laat u met God verzoenen. Bent u vol van onreinheid, vol van vuilheid? Probeer dan niet uzelf te verbeteren. Maar kom, hier is een fontein geopend en beschikbaar voor u! Bent u vol van zonde en slechtheid? Het bloed van Jezus Christus, Gods Zoon, reinigt van alle zonden (1 Joh. 1:7Maar indien wij in het licht wandelen, gelijk Hij in het licht is, zo hebben wij gemeenschap met elkander, en het bloed van Jezus Christus, Zijn Zoon, reinigt ons van alle zonde.). Zie op de gekruisigde Christus en ween. Huil om uw zonden. Zie op de gekruisigde Christus en laat u troosten. Want er is vergeving en verzoening bij God, om Hem.
Tot slot, kinderen van God, er is een fontein geopend tegen de zonde en onreinheid. Ook tegen blijvende zonden, ook na ontvangen genade.
Er is maar één plaats om naartoe te gaan met onze tranen. Tranen die bitterder proeven dan ze in het verleden ooit geproefd hebben. Er is maar één plaats om heen te gaan met onze tranen. Laat ons met vrijmoedigheid toegaan tot de troon der genade, tot deze geopende fontein Christus. Steeds weer en blijvend vragend om de afwassing van onze zonden en om de vernieuwing van ons hart en leven. Hij kan en wil volkomen zalig maken degenen die door Hem tot God gaan (Hebr. 7:25Waarom Hij ook volkomenlijk kan zalig maken degenen, die door Hem tot God gaan, alzo Hij altijd leeft om voor hen te bidden.). En Hij wil ons ook meer en meer verzekeren van Zijn genade door onze blik te richten op deze fontein en op dat bloed van Christus. Ons leven ligt alleen in Christus. Ons behoud ligt alleen vast in Hem. Alle zekerheid ligt buiten ons, diep verankerd in Zijn bloedige sterven aan het kruis en in Zijn opstanding uit de dood.
Geliefde gemeente, onbekeerde vrienden, er is water genoeg om uw zonden te wassen. Er is een Fontein geopend voor het huis Davids, en voor de inwoners van Jeruzalem, tegen de zonde en tegen de onreinigheid (Zach. 13:1). Het bloed van Jezus Christus, Gods Zoon, reinigt van alle zonden. Dat hebt u vaker gehoord. Maar leeft u nu ook van dat bloed? Of houdt u nog steeds uzelf overeind? Hoe moet het dan verder met u? Met u, die geen bittere tranen kent? Levend zonder het water van deze fontein, en buiten het bloed van Christus? Hoe komt u toch ooit tot vrede met God en tot rust in uw ziel zonder Christus? En hoe gaat u straks sterven zonder Hem?
Hoe kan ik u toch vanmorgen overtuigen van de absolute noodzaak van Christus? Uw ziel moet gewassen worden in het bloed van het Lam! Nog wordt u persoonlijk genodigd: Zo iemand dorst, die kome tot Mij en drinke (Joh. 7:37En op den laatsten dag, zijnde de grote dag van het feest, stond Jezus en riep, zeggende: Zo iemand dorst, die kome tot Mij en drinke.). Nu is het de welaangename tijd, de dag der zaligheid. Straks is het misschien te laat.
Want, lieve mensen, hier geen tranen, betekent: straks tranen. Hier geen verdriet, betekent: straks verdriet. Hier geen rouw, betekent: straks rouw. Want, zo schrijft Johannes in Openbaring 1:7Ziet, Hij komt met de wolken en alle oog zal Hem zien, ook degenen, die Hem doorstoken hebben; en alle geslachten der aarde zullen over Hem rouw bedrijven; ja, amen.: Zie, Hij komt met de wolken, en alle oog zal Hem zien, ook degenen die Hem doorstoken hebben; en alle geslachten der aarde zullen over Hem rouw bedrijven. Geliefde gemeente, laat u toch vandaag nog wassen van uw zonden, en door het bloed van het Lam met God verzoenen!
Amen.
Slotzang Psalm 36:3
Bij U, HEER, is de levensbron; Uw licht doet, klaarder dan de zon, Ons 't heuglijk licht aanschouwen.
Andere preken voor Heilige Doop