Biddag, Lijdenstijd - 8 maart 2023
Mattheüs 26:39: En een weinig voortgegaan zijnde, viel Hij op Zijn aangezicht, biddende en zeggende: Mijn Vader, indien het mogelijk is, laat dezen drinkbeker van Mij voorbijgaan; doch niet gelijk Ik wil, maar gelijk Gij wilt.
INLEIDING
Bidden is geen verlanglijstje afdwingen, maar volgen naar het voorbeeld van de Heere Jezus in Gethsémané: in het verborgen, diep gebogen, en vol vertrouwen roepend "Mijn Vader". Hij bidt in gewillige onderwerping: niet Mijn wil, maar Uw wil geschiede, en juist daardoor des te ernstiger. Zijn gebed wordt verhoord, niet met wegneming van de beker, maar met kracht om te dragen. Zulk bidden geeft stille rust, heilige moed en maakt de last licht, omdat de Vader die zelf mee draagt.
Bidden naar het voorbeeld van de biddende en lijdende Zaligmaker
MATTHEÜS 26:37-42
37 En met Zich nemende Petrus en de twee zonen van Zebedéüs, begon Hij droevig en zeer beangst te worden.
38 Toen zeide Hij tot hen: Mijn ziel is geheel bedroefd tot den dood toe; blijft hier en waakt met Mij.
39 En een weinig voortgegaan zijnde, viel Hij op Zijn aangezicht, biddende en zeggende: Mijn Vader, indien het mogelijk is, laat dezen drinkbeker van Mij voorbijgaan; doch niet gelijk Ik wil, maar gelijk Gij wilt.
40 En Hij kwam tot de discipelen en vond hen slapende, en zeide tot Petrus: Kunt gij dan niet één uur met Mij waken?
41 Waakt en bidt, opdat gij niet in verzoeking komt; de geest is wel gewillig, maar het vlees is zwak.
42 Wederom ten tweeden male heengaande, bad Hij, zeggende: Mijn Vader, indien deze drinkbeker van Mij niet voorbij kan gaan, tenzij dat Ik hem drinke, Uw wil geschiede.
VOLLEDIGE TEKST
ds. J. IJsselstein - Mattheüs 26:39
THEMA
Bidden naar het voorbeeld van de biddende en lijdende Zaligmaker
AANDACHTSPUNTEN
Jongens en meisjes, bij jullie is het vast ook weleens zo gegaan. Net als vroeger bij mij. Als ik bijna jarig was, mocht ik een verlanglijstje maken. En dat moet je, dacht ik, natuurlijk slim doen. Want als je tien verschillende dingen opschrijft, dan weet je niet wat je krijgt. Dus schrijf je er twee of drie op. Dat weet je zeker dat je krijgt, wat je wilt. Eigenlijk dwing je pappa en mamma dan een beetje, om te geven wat jij wilt hebben. Maar, pappa en mamma zijn natuurlijk verstandig. Die weten hoe dat werkt. En vooral: die kennen jou door en door. En zo gebeurt het… Op je verjaardag krijg je ineens een cadeau, wat… helemaal niet op je lijstje stond. Je reageert verbaasd: ‘He, maar dat heb ik niet gevraagd…?’ Maar dan, als je goed kijkt, dan zie je het: Dit is echt heel mooi. Zij wisten eigenlijk nog veel beter dan jijzelf, wat je mooi zou vinden. Nu weet je nog meer, dat pappa en mamma echt heel veel van je houden.
Paulus, had ook zo’n verlanglijstje (2 Kor. 12). Daar stond maar één ding op: ‘Heere, ik heb zo’n last van die doorn, die in me prikt.’ Misschien was het een ziekte, we weten het niet. Maar hij er wel heel veel last van. En hij bidt, hij bidt, hij bidt…! Eén keer, twee keer, drie keer… Heel intens… Je zou denken: ‘dat kan de Heere gewoon niet weigeren’. Maar Heere weigert het wel. En zegt: ‘Paulus, die doorn heeft een goede bedoeling. Daarmee wil ik je laten voelen, dat je in jezelf zwak bent. En dat je in alles afhankelijk bent van Mijn kracht en van Mijn genade. Die Ik je geef. Genoeg voor iedere dag (2 Kor. 12:9).
Gemeente, we moeten waar het gaat om de tijdelijke noden van onszelf (en daar gaat het op deze biddag over) vaak anders bidden. Want bidden is niet hetzelfde als een lijstje aan de Heere voorleggen met punten, die wij graag willen hebben. Bidden is niet hetzelfde als een verlanglijstje presenteren en dat dringend, zo niet dwingend, aan de Heere voorhouden. Om te laten voelen dat we niet één ding, maar liefst alles van ons lijstje zouden krijgen. Bidden is eenvoudig en in vertrouwen vragen: ‘Heere, wilt U, bij alles wat we nodig hebben, dat doen en dat geven wat U het beste voor ons vindt?’
Naar het voorbeeld van het bidden van de Heere Jezus in de hof van Gethsémané. De tekst voor de preek van vanavond kunt u vinden in Mattheüs 26:39En een weinig voortgegaan zijnde, viel Hij op Zijn aangezicht, biddende en zeggende: Mijn Vader, indien het mogelijk is, laat dezen drinkbeker van Mij voorbijgaan! doch niet, gelijk Ik wil, maar gelijk Gij wilt., daarvan alleen de laatste woorden: Doch niet gelijk Ik wil, maar gelijk Gij wilt.
Het thema voor de preek is: Bidden naar het voorbeeld van de biddende en lijdende Zaligmaker
2. Tot Wie Hij bidt 3. Hoe Hij bidt 4. Welk antwoord Hij krijgt Als eerste dus:
Ook nu neemt de Heere Jezus Zijn drie discipelen, Petrus, Johannes en Jakobus, mee. Verder dan de anderen, de hof in, om te bidden. Maar ook deze drie discipelen laat Hij uiteindelijk achter. Vers 38 zegt: Toen zeide Hij tot hen: Mijn ziel is geheel bedroefd tot de dood toe.
Zwaar gedrukt door de toorn van God over de zonde, heftig bestreden door de satan. Dat alles drukt als een loden last op Zijn ziel. Zoals de dichter van Psalm 40 zegt: Kwaden tot zonder getal toe, hebben mij omgeven; mijn ongerechtigheden (die Ik vrijwillig om Mij nam) hebben mij aangegrepen (Ps. 40:13). Zonde voor ons gemaakt (2 Kor 5:21Want Dien, Die geen zonde gekend heeft, heeft Hij zonde voor ons gemaakt, opdat wij zouden worden rechtvaardigheid Gods in Hem.). Een vloek geworden zijnde voor ons (Gal. 3:13Christus heeft ons verlost van den vloek der wet, een vloek geworden zijnde voor ons; want er is geschreven: Vervloekt is een iegelijk, die aan het hout hangt.). Het behaagde de Heere Hem te verbrijzelen (Jes. 53:10Doch het behaagde den HEERE Hem te verbrijzelen; Hij heeft Hem krank gemaakt; als Zijn ziel Zich tot een schuldoffer gesteld zal hebben, zo zal Hij zaad zien, Hij zal de dagen verlengen; en het welbehagen des HEEREN zal door Zijn hand gelukkiglijk voortgaan.). Zwaarder last heeft niemand ooit aan zijn of haar ziel gedragen. Mijn ziel is geheel bedroefd tot de dood toe, blijft hier (achter) en waakt met Mij.
Vers 39: En een weinig voortgegaan zijnde, viel Hij op Zijn aangezicht, biddende en zeggende: Mijn Vader… Hij gaat alleen verder. Om ongestoord te kunnen bidden. Wil iemand van ons bidden zoals onze Heere bad, dan moet u dat ook in het verborgen, alleen, doen. Zoals Hij. Hij knielt (schrijft Lukas) en daarna bidt Hij met Zijn gezicht op grond. In diepe eerbied, in grote nood. En zegt (en u voelt, terwijl Hij dat zegt, iets van de innige band met Zijn Vader): Mijn Vader…
Dus, waar bidt de Heere? a. In het verborgen, zonder iemand erbij. Calvijn zegt: Het is nuttig om in de afzondering te bidden, want dan zal de gelovige ziel zich met meer vrijheid blootleggen (eerlijk open leggen), en met groter eenvoudigheid haar smekingen opzenden, haar zuchten en haar zorgen, haar vrees en haar hoop en haar blijdschap uitstorten voor haar God.
We moeten, gemeente, in het verborgen bidden, zoals de Heere Jezus hier doet. Ook jullie, jongens en meisjes. Ook jullie, jongelui. Zoek thuis een plek om stil, om alleen te bidden. En schrijf het maar op je muur, of leg het maar op briefje naast je neer: De Heere hoort mijn stem.
De Bijbel spreekt hier (en bijna altijd) over persoonlijk, verborgen gebed. In stilte, alleen voor God. De farizeeën bidden op de hoeken van de straat, en trekken veel aandacht voor zichzelf. Iedereen mag het horen: hun gebeden! Maar de oprechte bidder (die het zo voelt in zijn of haar hart, en die eerlijk belijdt: ik kan niet bidden zoals het behoort), die richt zijn of haar oog in stilte, met of zonder woorden omhoog tot God en zegt: van U is mijn heil!
Het beste advies voor iedereen die bidden wil, is nog steeds de raad van de Heere Jezus Zelf: Maar u, wanneer u bidt, ga in uw binnenkamer, en uw deur gesloten hebbende, bid uw Vader, Die in het verborgen is; en uw Vader, Die in het verborgen ziet, zal het u in het openbaar vergelden (Mat. 6:6).
Waar bidt de Heere? In stilte, alleen, op een verborgen plek. En, dat is het tweede:
b. Diep gebogen. Lukas zegt: Hij knielde neer en bad (Luk. 22:41En Hij scheidde Zich van hen af, omtrent een steenworp; en knielde neder en bad,). Mattheüs schrijft: Hij viel op Zijn aangezicht (Matt. 26:39). Waarschijnlijk moeten we het ons zo voorstellen, dat de Heere eerst knielt. Maar gaandeweg buigt Hij (in grote ernst en in diepe droefheid) dieper, tot Zijn gezicht de grond raakt.
Zo is het ook goed dat wij (tenzij u dat vanwege uw ouderdom niet meer kan) niet gewoon tegen God praten, alsof we een gesprek hebben met onze baas of met onze vrienden. Maar: diep voor Hem buigen. Zoals de dichter zingt van Psalm 99: Buigt u dan in het stof (Ps. 99:2, ber.).
Ons tweede aandachtspunt:
Als u bidt, gemeente, bidt u hopelijk niet tot een onbekende of onbereikbare God. Afstandelijk, koud, zonder enige verbinding, alsof er niemand is die u hoort. De Heere Jezus bidt anders. In grote nood, begint Hij Zijn gebed met een ontroerend: Mijn Vader…
Gelukkig hij of zij, die zo, in het verborgen bidden mag: Mijn Vader… U, Die om Christus’ wil, mijn God en Vader geworden bent… Zoals Zondag 46 zegt: Waarom heeft ons Christus geboden God alzo aan te spreken: Onze Vader?
Antw. Opdat Hij (dat doen wij niet, dat doet Hij) van stonden aan, in het begin onzes gebeds, in ons de kinderlijke vreze en toevoorzicht (vertrouwen) tot God verwekke, welke beide de grond onzes gebeds zijn, namelijk, dat God onze Vader door Christus geworden is, en dat Hij ons veel minder afslaan zal hetgeen dat wij Hem met een recht geloof bidden, dan onze vaders ons aardse dingen ontzeggen.
Bidden doen we: tot God. Als het goed is, in het diepe besef van: Wie Hij is, en van: Waar Hij is. Opdat we niet aards van Zijn hemelse majesteit zullen denken (Zondag 46, 121). Maar van Zijn almacht zullen verwachten wat we nodig hebben.
Al biddend bewegen we ons in de aanwezigheid van de eeuwige, almachtige en heilige God. Met vertrouwen, als Hij om Christus’ wil onze Vader geworden is. Maar ook: niet fatalistisch en zonder vertrouwen, als dat nog niet zo is. Want hoewel wij door onze zonden met onze Schepper gebroken hebben, wil Hij Zich nog steeds ‘Vader’ noemen, en als Vader voor ons zorgen. Beter dan welke aardse vader dan ook.
Hoe de verloren zoon ook alles verzondigd heeft, zijn vader wacht op hem. Dus, onbekeerde vrienden, is er blijdschap in de hemel, als je vandaag voor de eerste keer je knieën buigt. En ik vraag u vanavond in alle ernst en liefde: Wat is daar nu zo moeilijk aan? Om dat te gaan doen? Om dat te gaan proberen? Verlies je daar wat mee? Doe je niet vaker nutteloze dingen dan? De weg om zalig te worden is: Buigen aan de voeten van de Heere, aan de voeten van de Heere Jezus. En zeggen: Zoon van David, ontferm u over mij! Hij zal je niet wegsturen. Hij zal je niet weigeren. Ga dat dan toch doen! Voordat het niet meer kan!
In het bijzonder jij of u, die verdriet hebt, die zorgen hebt. Zorgen om zonden, verdriet over tijdelijke dingen. Waar zal een kind anders heengaan (zegt Matthew Henry), als het bedroefd is, dan tot zijn vader? Ga dan bidden. Zoek dan een plek. Ga dan je knieën buigen. En zeg eerlijk: wie je bent. Je hebt met God gebroken. En vraag nederig: of je terug mag komen. Bid om genade. En de Heere zal je niet afslaan. Hij zal je niet wegsturen.
Laten we samen gaan zingen, uit Psalm 96:6: Aanbidt Hem need'rig al uw leven, Hem, die, in 't heiligdom verheven, Een Godd'lijk licht van zich verspreidt; Leer, aarde, voor Zijn majesteit, Leer voor Zijn aangezichte beven.
Gemeente, we gaan verder met ons derde aandachtspunt, over:
En wat Hij bidt. Dit: Mijn Vader, indien het mogelijk is, laat deze drinkbeker van Mij voorbijgaan; doch niet gelijk Ik wil, maar gelijk Gij wilt. Ik zal in de preek van vanavond voorbijgaan aan de worsteling die in de vraag opgesloten ligt: ‘Laat deze drinkbeker (van Uw toorn en van Mijn lijden) voorbijgaan’, maar me vooral richten op wat daarna volgt: Maar niet gelijk Ik wil, maar gelijk U wilt.
Het leert ons, hoe ook wij bidden moeten. Hoe? Laat ik als eerste u en mezelf (als het gaat over de vraag ‘hoe wij bidden moeten?’), nog even herinneren aan de les van de slapende discipelen. Kijk maar even met me mee in vers 40-41: En Hij kwam tot de discipelen en vond hen slapende, en zeide tot Petrus: Kunt gij dan niet één uur met Mij waken? Waakt en bidt, opdat gij niet in verzoeking komt; de geest is wel gewillig, maar het vlees is zwak. Dus: Vertrouw in je bidden niet op je eigen kracht en op je eigen woorden. Want van jezelf kan je geen ogenblik staande blijven.
Laten we stoppen met het gebruiken van grote woorden over ons eigen bidden. Laten we ons bidden niet etaleren. Want we slapen eerder, dan dat we bidden… Hier mag al onze hoogmoed wel gebroken worden. Er is maar Eén Die echt bidt. En die uit enkel genade ook voor Zijn kinderen bidden wil en bidt. Zoals de Heere zegt in Lukas 22: Maar Ik heb voor u gebeden, dat uw geloof niet ophoude (Luk. 22:32). Als dat niet zo was, zouden we nooit meer bidden…
Hoe bidt de Heere?
a. In de eerste plaats in diep vertrouwen: ‘Mijn Vader’ Nooit kon iemand met meer vertrouwen en met meer overgave bidden als de Zoon des mensen. Vader, Ik weet dat U Mij altijd hoort… (Joh. 11:42Doch Ik wist, dat Gij Mij altijd hoort; maar om der schare wil, die rondom staat, heb Ik dit gezegd, opdat zij zouden geloven, dat Gij Mij gezonden hebt.) Wat zouden onze gebeden heiliger zijn, als ook wij iets van de Geest van Christus hadden. En van Zijn diepe vertrouwen. Ook nu we staan aan het begin van een nieuw seizoen. Met alle vragen, met alle onzekerheid, met alle dreiging die er is. Zoals Zondag 1 het verwoordt: Ik ben met lichaam en ziel, in leven en sterven, eigendom mijn getrouwe Zaligmaker Jezus Christus, Die met Zijn dierbaar bloed mij vrijgekocht heeft, en verlost uit macht duivel. En Hij bewaart mij, zo, dat zonder de wil mijn hemelse Vader geen haar van mijn hoofd vallen kan, ja ook, dat mij alle ding tot mijn zaligheid dienen moet. Als we in dat vertrouwen leven, hebben we geen dwingende verlanglijstjes meer nodig. Want dan weten we: Mijn Vader weet, ook zonder dat ik iets zeg, wat ik nodig heb en wat goed voor mij is. De Heere Jezus bidt in de eerste plaats in diep vertrouwen.
b. In de tweede plaats ook in gewillige onderwerping: Niet gelijk Ik wil, maar gelijk U wilt. Wat zouden onze gebeden heiliger zijn, als ook wij zo zouden bidden. In Zijn mens-zijn deinst Hij terug voor de bittere beker van Gods toorn. Maar Hij deinst nog veel meer terug voor de gedachte iets tegen de wil van Zijn Vader te doen of te willen.
Terwijl… Hij had (als Zoon van de Vader) rechten om iets te willen … Wij niet. Hij had volkomen recht ook op al de liefde en zorg van Zijn Vader … Wij niet. Hij had macht, alle macht… Wij niet. En toch laat Hij alles aan de Zijn Vader over.
Zeker, je kan vandaag anders willen bidden en weer je verlanglijstje aan de Heere in willen leveren. Maar weet u wel zeker, of u het goede vraagt? Kijk nu toch naar het voorbeeld van de Heere Jezus. Hij deed dat niet. Hij wist dat de wil van Zijn Vader het beste was, ook al stond Hij voor de weg van Zijn lijden.
Geef u nu (aan het begin van dit seizoen) maar in vertrouwen over aan de wijsheid van God. Laten we niet zo arrogant en hoogmoedig zijn, dat we denken dat wij precies weten wat we nodig hebben. In ons persoonlijke leven, met onze kinderen, in ons huwelijk of gezin, in ons alleen- gaan. Op school, opleiding of werk. In ons kerkelijke leven, in ons ambt, in ons werk en in onze voorbereiding op ons werk in Gods Koninkrijk. Geef u nu in vertrouwen over aan de alwetendheid en aan de wijsheid van de Heere, en aan Zijn soevereine wil
Ja, ik weet het: wij willen zelf graag uitmaken wat er gebeurt en hoe alles verder zal gaan. Zo zit ik van mezelf ook in elkaar. Maar u weet toch ook, dat de Heere zegt: Mijn raad zal bestaan, Ik zal al Mijn welbehagen doen (Jes. 46:10Die van den beginne aan verkondigt het einde, en van ouds af die dingen, die nog niet geschied zijn; Die zegt: Mijn raad zal bestaan, en Ik zal al Mijn welbehagen doen.). De Heere wil wegen met ons gaan, die we niet begrijpen en die we niet na kunnen rekenen (Jes. 42:16En Ik zal de blinden leiden door den weg, dien zij niet geweten hebben, Ik zal ze doen treden door de paden, die zij niet geweten hebben; Ik zal de duisternis voor hun aangezicht ten licht maken, en het kromme tot recht; deze dingen zal Ik hun doen, en Ik zal hen niet verlaten.). Opdat we… boos en ontevreden zouden zijn? Nee, opdat we zingen zouden met Asaf: Uw weg was in de zee, en Uw pad in grote wateren, en Uw voetstappen werden niet bekend. U leidde Uw volk als een kudde, door de hand van Mozes en Aäron (Ps. 77:0-21). Heilig zijn, o God, Uw wegen!
Misschien worden we komend seizoen wel ziek, of komen we zonder inkomen. Misschien treft ons het felste verdriet in ons huwelijk, in ons gezin of binnen onze familie. Misschien verliezen we komend seizoen onze goede naam of reputatie. Misschien gaat de duivel toeslaan in ons huis, in de gemeente, in de kerk. Misschien broeders, aanstaande werkers in Gods koninkrijk, gaat God je uitschakelen. Misschien moet je gaan ploegen op rotsen, verlies je al je aanzien of raak je het liefste wat je hebt kwijt.
Misschien moet je wel lijden, in plaats van dat je dienen mag… Maar is dat nu reden om ons daartegen te verzetten? Is dat reden om dringend of dwingend onze eigen plannen verder door te willen duwen? Geeft het ons niet juist heel veel rust en vrede, dat we ook zelfs dan en juist dan bidden mogen: Vader wat U wilt, wat U doet, is goed?
Al zal de vijgenboom niet bloeien (zegt Habakuk), al zal er geen vrucht zijn aan de wijnstok, geen rund in de stal, zo zal ik nochtans in de HEERE van vreugde opspringen; ik zal mij verheugen in de God mijns heils (Hab. 3:17-18Alhoewel de vijgeboom niet bloeien zal, en geen vrucht aan den wijnstok zijn zal, dat het werk des olijfbooms liegen zal, en de velden geen spijze voortbrengen; dat men de kudde uit de kooi afscheuren zal, en dat er geen rund in de stallingen wezen zal; Zo zal ik nochtans in den HEERE van vreugde opspringen, ik zal mij verheugen in den God mijns heils.). Want beter dan dit tijdelijke leven is Uw goedertierenheid. Als U maar bij ons bent. Als U ons maar leidt met Uw hand. Als Uw oog maar ons rust (Ps. 32:8Ik zal u onderwijzen, en u leren van den weg, dien gij gaan zult; ik zal raad geven, mijn oog zal op u zijn.).
Niet mijn wil, maar de Uwe geschiede. Laat mijn wil maar breken en gekruisigd worden. Want Uw wil is altoos wijs en goed, het is majesteit alles wat U doet! Alles! Ja, ook mijn verdriet, mijn teleurstelling, mijn hopeloosheid en mijn tranen. ’t Is, o Hemelmajesteit, majesteit alles wat U doet. Want zo wordt mijn eer, zo wordt mijn wil gebroken. En zo wordt Uw lof vergroot.
Gemeente, laten we leren om niet altijd onze verlanglijstjes in te leveren bij Gods genadetroon. Natuurlijk mag je je eigen nood, de nood van je man of vrouw, de nood van kinderen en kleinkinderen, de nood van je collega’s, de nood van je gezondheid of ouderdom, de nood van je werk of je zaak, de van je ambt, de nood van de gemeente, van de kerk en van alle werk in Gods Koninkrijk aan Heere voorleggen. Maar laten we leren bidden: Heere, niet mijn wil, maar de Uwe geschiede. Want dan ligt ons leven zoveel vaster, dan is onze toekomst zoveel zekerder en veiliger. Niet als die verankerd ligt in al onze eigen verzoeken, op basis van al onze eigen inschattingen. Maar wel als die verankerd ligt in de milde, vriendelijke en biddende handen van de Hogepriester in de hemel. Terwijl Vaderlijke ogen op ons neerzien, midden in alles wat ons treft.
Leidt dat niet tot fatalisme? Of tot passiviteit, zo van: ‘Nou, het gaat toch gewoon zoals God het wil’? Nee, het leert ons juist meer bidden en dieper buigen. Niet om alsnog verlanglijstjes in te leveren. Maar in diepere onderwerping, met meer overgave en meer vertrouwen. Niemand bad ooit inniger, vuriger, met meer vertrouwen, met meer ootmoed en kleinheid, dan hij of zij, die in het verborgen eenvoudig dit gebed nazei: Heere, niet mijn wil, maar de Uwe geschiede. Want, kijk maar, de Heere bidt (a) in vertrouwen, (b) in diepe onderwerping,
c. Maar vervolgens en (juist daardoor!) ook des te ernstiger. Lukas schrijft: En in zware strijd zijnde, bad Hij te ernstiger (Luk. 22:44). Nog harder, nog steviger aandringend op Zijn Eigen wil? Nee, nog dieper buigend voor de wil van Zijn hemelse Vader.
Hij denkt niet: Laat Ik volhouden, laat Ik vuriger bidden om iets anders. Of laat Ik Mijn discipelen inschakelen om mee te bidden, om God als het kan op andere gedachten te brengen. Nee, Hij buigt in stilte dieper dan ooit, zeggend: Vader, Uw wil geschiedde.
Gemeente, zou het niet beter zijn, als we meer zo zouden gaan bidden? God weet alles zo veel beter dan dat wij het weten. En Hij wil zo veel beter voor ons zorgen, dan dat wij dat ons kunnen voorstellen of dat kunnen vragen.
Biddag is geen dag om eindeloos te bidden om voedsel, om eten en drinken, om kleding, om inkomen, om voorspoed… Stel je voor…, dat je midden in al je voorspoed straks verder zouden moeten zonder de Heere? Het is veel beter om met Mozes te bidden: Als U, Heere, met ons niet optrekt, laat ons dan van deze plaats niet gaan? (Ex. 33:15Toen zeide hij tot Hem: Indien Uw aangezicht niet medegaan zal, doe ons van hier niet optrekken!) En laat ons bidden (alleen of met anderen) ook niet een zo mooi mogelijk verhaal zijn, van heel veel woorden. De Heere zegt: dat is heidens (Matt. 6:7En als gij bidt, zo gebruikt geen ijdel verhaal van woorden, gelijk de heidenen; want zij menen, dat zij door hun veelheid van woorden zullen verhoord worden.).
Dit is de weg, gemeente, waar je zoveel zegen op verwachten mag (voor jezelf persoonlijk, voor je ziel op weg naar de eeuwigheid, voor degenen die je lief zijn, voor de gemeente en voor alle werk in Gods Koninkrijk): Doch gij, mijn ziel, het ga zo ’t wil. Stel u gerust, zwijg Gode stil. Wacht op Hem; Zijn hulp zal blijken. En Hij zal doen, boven bidden en denken (Ef. 3:20).
En dus: diep voor Hem buigen en alles in Zijn handen geven. Niet alles in Zijn handen geven met onze adviezen erbij. Maar alles in de handen van de Heere geven in stil en nederig vertrouwen: ‘Heere, kijk…, dit allemaal… U weet wat het beste is… Doet U maar wat goed is in Uw ogen…!’
En wat daar meest toe dringt en aanspoort, is wat u hier in Mattheüs 26 ziet en hoort. Een Meester, Die als het ware tegen Zijn kinderen zegt: ‘Zeg, je wilt zo veel, je wilt zo graag dit en dat, die hele lijst, waar je iedere keer mee komt. Maar zou je er ook iets van willen opgeven? Om dat aan Mij over te laten?’ ‘Liever niet, Heere, ik wil het allemaal zo graag…’ ‘Maar, Mijn kind, luister nu eens: Heb Ik nooit iets voor jou opgegeven?’ ‘Ja, Heere, heel erg veel.’ ‘Nee, Ik heb alles voor je opgegeven. Mijn eer, Mijn glorie, Mijn wil, ja, zelfs Mijn leven. Ik voor u, daar u anders de eeuwige dood had moeten sterven. Zou je dan niet durven en willen buigen onder Mijn wil en onder de wil van Mijn Vader? Zou je dat, wat Ik je geven ga, komend seizoen, dan niet zonder mopperen aanvaarden? Voorspoed? Tegenspoed? Gezondheid? Ziekte? Eer? Oneer? Dienen? Lijden?
Zeg dan toch, geliefde medechristenen: Leer mij volgen, zonder vragen: Vader, wat U doet is goed. Biddend leven zonder te vragen. Leer mij slechts het heden te dragen met een rustig kalm gemoed.
Wordt je daar minder van? Ja, want dan krijg je misschien niet wat je juist wilde vragen? Leidt dit tot onverhoorde gebeden? Nee, dat is grootste misvatting die je bedenken kan.
Onze verlanglijstjes, waar leiden die toe? Misschien wel tot het krijgen van dingen die (blijkt nu of later) eigenlijk niet goed voor ons zijn. Maar ja, je wilde ze hebben toch? En ze leiden verder tot de meeste onverhoorde gebeden. Maar ja, dat merken we vaak niet eens op, omdat we ons eerdere verlanglijstje al kwijt zijn en ondertussen al weer bezig zijn met de volgende.
Dit bidden, wat de Heere Jezus hier doet, dat wordt verhoord! Dat zien we in ons vierde aandachtspunt:
Want, wat gebeurt er, als je goed leest? Wij denken vaak dat onze dringende gebeden God op andere gedachten moeten brengen. Maar wat blijkt? Met zo’n gebed vol vertrouwen wil God ons op andere gedachten brengen.
Zeker, hier is sprake van een heilig mysterie. De wil van Jezus botst niet met de wil van Zijn Vader. En hier is geen enkele zonde aan Zijn kant. Maar dit valt op: Er komt gaandeweg verandering in het bidden van de Heere Jezus. Zijn eerste gebed was: Laat deze drinkbeker aan Mij voorbijgaan. Zijn tweede gebed is: Indien deze drinkbeker niet voorbij kan gaan… Dat klinkt anders. Wat betreft Zijn derde gebed in vers 44, daar staan geen woorden bij. Maar de vereniging met de wil van Zijn Vader is tastbaar: Nu Mijn kruis Uw heilige wil is, en aan Mij niet voorbij kan gaan, nu vraag Ik U om kracht, om het te dragen tot Uw heerlijkheid en glorie.
Zijn gebed verandert met de verandering van Zijn heilige en zondeloze gedachten. En Zijn gebed wordt verhoord. Een engel uit de hemel verschijnt (schrijft Lukas) en versterkt Hem (Luk. 22:43). Dat is de eerste verhoring. En, zo schrijft de apostel later: Hij wordt verhoord uit Zijn vrees (Hebr. 5:7Die in de dagen Zijns vleses, gebeden en smekingen tot Dengene, Die Hem uit den dood kon verlossen, met sterke roeping en tranen geofferd hebbende, en verhoord zijnde uit de vreze.). Uit Zijn vrees voor het aanstaande lijden. En uit Zijn vrees dat Hij Zijn Vader hierin door ongeduld of wantrouwen zou onteren.
Werd zo ook het gebed van Paulus (om zijn doorn kwijt te raken) niet verhoord? Met de verandering van zijn gedachten? Want de Heere zei niet: ‘Nee, Paulus.’ Het was geen afwijzing. De Heere zei: Mijn genade is u genoeg; want Mijn kracht wordt in zwakheid volbracht (2 Kor. 12:9). Met andere woorden: Paulus, ga dat nu denken!
Werden ook onze gebeden, kinderen van God, niet vaak door de Heere verhoord? Niet met ons te geven wij wilden hebben. Wat zouden we slecht af geweest zijn! Maar met wat Heere dacht dat beter voor ons zou zijn. Gods wegen Zijn immers hoger dan onze wegen, en Zijn gedachten dan de onze? (Jes. 55:9Want gelijk de hemelen hoger zijn dan de aarde, alzo zijn Mijn wegen hoger dan uw wegen, en Mijn gedachten dan ulieder gedachten.) Dat geve ons de Heere, ook in het komende seizoen.
En de vrucht ervan? Onvrede, teleurstelling, verbittering? Zie je dat bij de Heere Jezus? Zie je dat bij Paulus? Nee! De vrucht? Drie dingen:
a. Zo bidden geeft stille rust. Want het geeft rust en vrede in het hart om het eens te zijn met de wil van de Vader. Zoals de dichter van Psalm 131 zegt: Zo ik mijn ziel niet heb gezet en stilgehouden, gelijk een gespeend kind bij zijn moeder (als een kind van een jaar of drie, tot rust gebracht, stil en afhankelijk, troost en veiligheid zoekend bij zijn moeder). Mijn ziel is als een gespeend kind in mij (Ps. 131:2-3). Zo hoop en vertrouw ik op de Heere. Zo bidden geeft stille rust.
2. Zo bidden geeft ook (dat is de tweede vrucht) heilige moed en dapperheid. Want hoe moeilijk onze weg misschien ook is of wordt, als God voor ons is, wie zal dan tegen ons zijn (Rom. 8:31Wat zullen wij dan tot deze dingen zeggen? Zo God voor ons is, wie zal tegen ons zijn?)? Dan hebben we niets te vrezen.
3. En dat maakt (dat is de derde vrucht) mijn last (die misschien wel heel zwaar is) tegelijkertijd toch licht. Want het is mijn Vader, Die mij die last (wat het ook is) oplegt. En Hij kent mij, door en door. Hij weet wie ik ben, en wat ik dragen kan. En Hij draagt in stilte, het zwaarste deel van mijn last Zelf mee.
Zo bidden, wil de Heere ons, geliefde medechristenen, kinderen van God, leren door het werk van de Heilige Geest. Verborgen, stil en onderworpen bidden in de eenzaamheid… Waken en bidden, wegvluchten van de zonde… Ondertussen stil denkend aan het lijden van onze Heere en Zaligmaker… In het diepe besef van onze zwakheid…
Zo wil de Heere ons, door Zijn Heilige Geest, ook komend seizoen, meer aan het beeld van deze biddende Christus gelijkvormig maken. Buigend, onderworpen, vertrouwend, ons overgevend aan en hopend op de Vader. Dat gevoelen zij in ons, hetwelk ook in Christus Jezus was (Fil. 2:5).
Amen.
Slotzang Psalm 131:4 Dat Isrel op den HEER vertrouw'; Zijn hoop op Gods ontferming bouw', En stil berust' in Zijn beleid, Van nu tot in all' eeuwigheid.
Andere preken over Mattheüs
Andere preken voor Biddag
Andere gerelateerde preken