Biddag - 11 maart 2026
Psalm 37:5-6: Wentel uw weg op den HEERE, en vertrouw op Hem, Hij zal het maken; En zal uw gerechtigheid doen voortkomen als het licht, en uw recht als den middag.
INLEIDING
Psalm 37 roept op om niet te ontsteken in woede over de voorspoed van boosdoeners, maar de eigen weg op de HEERE te wentelen. Dat vraagt vertrouwen: alles biddend in Zijn handen leggen, ook als het onbegrijpelijk is. Het vraagt verwachting: de gerechtigheid zal voortkomen als het licht, in dit leven of daarna. En het vraagt oog op Christus, Die Zelf Zijn weg van lijden op de Vader wentelde en verhoogd werd. Zo mogen ook wij, ziende op Hem, leven.
Hoe nu verder, in de tijd die voor ons ligt?
PSALM 37:1-9
1 Een psalm van David. Ontsteek u niet over de boosdoeners; benijd hen niet die onrecht doen.
2 Want als gras zullen zij haast worden afgesneden, en als de groene grasscheutjes zullen zij afvallen.
3 Vertrouw op den HEERE en doe het goede; bewoon de aarde en voed u met getrouwheid.
4 En verlustig u in den HEERE, zo zal Hij u geven de begeerten uws harten.
5 Wentel uw weg op den HEERE, en vertrouw op Hem, Hij zal het maken;
6 En zal uw gerechtigheid doen voortkomen als het licht, en uw recht als den middag.
7 Zwijg den HEERE en verbeid Hem; ontsteek u niet over dengene wiens weg voorspoedig is, over een man die listige aanslagen uitvoert.
8 Laat af van toorn en verlaat de grimmigheid; ontsteek u niet, immers niet om kwaad te doen.
9 Want de boosdoeners zullen uitgeroeid worden; maar die den HEERE verwachten, die zullen de aarde erfelijk bezitten.
VOLLEDIGE TEKST
ds. J. IJsselstein - Psalm 37:5-6
THEMA
Hoe nu verder, in de tijd die voor ons ligt?
Geliefde gemeente, Psalm 37 is een bijzondere psalm. Het is een soort verzameling spreuken, vol wijsheid, gedicht door David, waarschijnlijk op latere leeftijd. Een psalm gerangschikt volgens de letters van het Hebreeuwse alfabet. Met als thema wat steeds terugkeert: de voorspoed van slechte mensen. En wat dat doet met mensen die God vrezen. En wat zij, kijkend naar de omstandigheden, dan daarmee zouden moeten doen. Kijk maar even mee naar het eerste deel van Psalm 37, de verzen 1 tot en met 11. Vers 1: Ontsteek u niet over de boosdoeners; benijd hen niet die onrecht doen. Ontsteek u niet, dat wil zeggen: ontsteek niet in woede, vat geen vlam, als je naar hun leven kijkt en dat vergelijkt met je eigen leven.
Een reactie, dat vlam vatten, die David trouwens goed kende, ook van zichzelf. Als Nabal, de man van Abigaïl, hem afwijst, dan slaat de vlam in de pan van zijn hart. Dan dreigt hij Nabal en heel zijn huis uit te roeien (1 Sam. 25:22Zo doe God aan de vijanden van David, en zo doe Hij daartoe, indien ik van allen, die hij heeft, iets tot morgen overlaat, dat mannelijk is!). Maar hier corrigeert hij zichzelf en al Gods kinderen: ontsteek u niet. Laat je op zulke momenten niet meeslepen door irritatie, jaloezie, wrok of afgunst. Raak daar dan niet zo van streek van.
Maar vers 3 zegt: Vertrouw op de HEERE en doe het goede; bewoon de aarde en voed u met trouw. En (vers 4): verlustig u, schep vreugde, in de HEERE, zo zal Hij u geven de begeerten van uw harten. En (vers 5): wentel uw weg op de HEERE, en vertrouw op Hem. In vers 7 staat: zwijg voor de HEERE en verbeid, verwacht, Hem; ontsteek u niet. En in vers 8 klinkt het nog een keer: ontsteek u niet.
Bij alles wat je overkomt, in alle zorg en verdriet, ziekte en gemis. In alle moeilijkheden thuis, in de kerk, op school of op het werk. En bij alle zorgen over de onrust en het geweld in deze tijd. Tot drie keer toe klinkt de oproep: Ontsteek u niet. Houd uw hoofd en hart koel. Raak niet geïrriteerd, gefrustreerd, boos of bang. Maar wees stil, verwacht de Heere, verblijd u in Hem, en vertrouw op Hem.
Eigenlijk is dat alles samen te vatten met de woorden van de tekst voor de preek van vanavond, Psalm 37:5,6. Wentel uw weg op de HEERE, en vertrouw op Hem, Hij zal het maken; En zal uw gerechtigheid doen voortkomen als het licht, en uw recht als den middag.
Het thema van de preek is: Hoe nu verder, in de tijd die voor ons ligt?
We letten samen op drie aandachtspunten. Hoe nu verder, in de tijd die voor ons ligt? 1. Met vertrouwen Vers 5 zegt: Wentel uw weg op de HEERE, en vertrouw op Hem, Hij zal het maken. 2. Met verwachting Vers 6: En zal uw gerechtigheid doen voortkomen als het licht, en uw recht als den middag. 3. Met oog en hart gericht op Christus Zoals ik dat straks verder zal uitleggen.
Als eerste dus, een nieuw seizoen beginnen:
Niet met een heet hoofd of een heet hart, maar met vertrouwen. Vers 5 zegt: Wentel uw weg op de HEERE, en vertrouw op Hem, Hij zal het maken.
Wentel uw weg... Uw weg, dat wil zeggen: uw werk, uw zaken, uw zorgen. Je studie, je schoolwerk, je vragen en je verlangens. Uw ziekte en uw eenzaamheid. Kortom: alles wat op uw schouders drukken kan. Ook, kijkend naar het thema van deze Psalm, je onbegrip over hoe je weg gaat. Hoe kan de Heere dit laten gebeuren? Al je waarom-vragen: Waarom treft mij dit allemaal? Je irritatie en het smeulende ongenoegen in je hart: Waarom heeft hij of zij voorspoed en waarom heb ik het zo moeilijk?
Ontsteek niet in woede, maar wentel dat alles… Letterlijk staat er: rol dat, laat dat van u af rollen en leg die last op de HEERE. Want u zou er zelf onder bezwijken. Die last is u te zwaar. Dat betekent niet dat je stil moet gaan zitten en niets moet doen. Of dat je inactief en afwachtend moet worden. Maar dat betekent: zoek kracht en hulp bij de Heere om te doen en te dragen wat je moet dragen en doen. Zoek in alles Zijn leiding. Het betekent voor nu en het komende seizoen, dat we biddend naar de Heere toe mogen gaan en Hem alles mogen vertellen. We mogen alles voor Hem neerleggen, zoals Hiskia de brieven van Sanherib voor de Heere neerlegde. Het betekent dat we alles in Zijn handen mogen geven. Zoals Psalm 10:14Gij ziet het immers; want Gij aanschouwt de moeite en het verdriet, opdat men het in Uw hand geve; op U verlaat zich de arme, Gij zijt geweest een Helper van den wees. zegt: Want U aanschouwt de moeite en het verdriet (U weet ervan), opdat men het in Uw hand geve.
Dus de last van ons leven laten afrollen op de Heere, om zo alles aan Hem over te laten. Hoe? Door onze gebeden. Hier leert de Heere ons hoe we de komende tijd verder mogen gaan. Niet al vechtend in eigen kracht, maar biddend. Terwijl we alles tegen de Heere vertellen, om dat zo te geven in de handen van de alwijze God en Vader.
In vertrouwen. Kijk maar, dat is het volgende wat er staat in vers 5: Wentel uw weg op den HEERE, en vertrouw op Hem. Zoals 1 Petrus 5:7Werpt al uw bekommernis op Hem, want Hij zorgt voor u. zegt: Werpt al uw bekommernis (uw angst en zorg) op Hem, want Hij zorgt voor u. Je last op de Heere wentelen dus, in het vertrouwen dat Hij zorgt. Dat was de genade van God in het leven van David. Van zichzelf kon hij ook ontevreden en opvliegerig zijn. Maar de Heere had hem meer en meer geleerd, door moeilijke wegen, om zijn weg aan de Heere over te laten, in vertrouwen.
Iemand vertrouwen, dat kan alleen als je iemand kent. Dat vraagt om een persoonlijke relatie. De Heere vertrouwen vraagt om een persoonlijke relatie, om een band met God. Daarom is het goed dat we ons op dit punt allemaal de cruciale vraag stellen: Heb ik een persoonlijke band met de Heere? Ken ik Hem? Ben ik ook, net als David, een kind van God?
Als dat niet zo is, dan ben je een ongelukkig mens. Want alleen in God is echt leven, geluk en de zaligheid te vinden. En ook een enige, unieke troost in alle moeite en verdriet van dit leven. Je kunt de last van dit leven niet afwentelen op een onbekende God. Dat laten afrollen van de last van je schouders vraagt om dichtbij zijn. Anders kan je hooguit de last van je leven in het oneindige gooien, hopend op een onbestemd geluk of een voordelig toeval.
Als je zó leeft, zónder God, dan ben je niet gelukkig. Je bent veel gelukkiger als je een persoonlijke band met de Heere hebt en dicht bij Hem mag leven. Als je Hem iedere dag nodig hebt. Als je iedere dag biddend aan Hem verbonden mag zijn. Als het iedere dag biddag is. Als je dagelijks al je bekommernis, angst en zorg op Hem mag werpen, in het vertrouwen dat Hij zorgt.
En dus zegt vers 5: Wentel uw weg op den HEERE, en vertrouw op Hem, Hij zal het maken. Het is een oproep tot vertrouwen, zoals die op meer plaatsen in de Bijbel staat. Denk maar aan Psalm 55:23Werp uw zorg op den HEERE, en Hij zal u onderhouden; Hij zal in eeuwigheid niet toelaten, dat de rechtvaardige wankele.: Werp uw zorg op de HEERE, en Hij zal u onderhouden; Hij zal in eeuwigheid niet toelaten dat de rechtvaardige wankele. Denk maar aan Spreuken 3:5Vertrouw op den HEERE met uw ganse hart, en steun op uw verstand niet.,6: Vertrouw op den HEERE met uw ganse hart, en steun op uw verstand niet. Ken Hem in al uw wegen, en Hij zal uw paden recht maken.
En Jesaja zegt in Jesaja 26:4Vertrouwt op den HEERE tot in der eeuwigheid; want in den Heere HEERE is een eeuwige rotssteen.: Vertrouwt op de HEERE tot in der eeuwigheid, want in de HEERE HEERE is een eeuwige rotssteen.
Dat is de grote plicht van een waar christen of christin: om voor nu en in de toekomst al zijn of haar hoop en vertrouwen op de Heere te stellen. Vertrouwend op Zijn wijsheid. Dat Hij veel beter weet wat goed voor ons is dan wij dat weten. Vertrouwend op Zijn macht. Dat Hij kan doen boven bidden en denken. En op Zijn Vaderlijke zorg, die ons laat rusten en berusten in Zijn Vaderlijke wil. Zoals de dichter vol vertrouwen zingt in Psalm 33: In de grootste smarten, blijven onze harten, in de HEERE gerust.
Als we zó biddend en in vertrouwen leven, dan geven we daarmee eer aan God. En voor onszelf geeft het vrede, rust en voldoening.
Waar is dat vertrouwen op gericht? Kijk maar naar het laatste deel van vers 5: Hij zal het maken. Dat wil zeggen: Hij zal het doen, Hij zal het tot stand brengen. Dat wat Hij het beste voor ons vindt. Dat wat Hij voor ons bepaald en vastgesteld heeft. Dat wat Hij aan ons beloofd heeft. Hoe anders het er voor het oog ook kan uitzien, hoe donker je weg ook kan zijn. Hoe verward je hart ook kan voelen, en hoe jaloers je misschien soms ook kan zijn op anderen die alleen maar voorspoed lijken te hebben.
Het is beter, het is het allerbeste om stil troost te putten uit Gods Vaderlijke zorg. Zoals Zondag 10 van de Heidelbergse Catechismus zegt: niet twijfelend of de Heere zal mij met alle nooddruft van lichaam en ziel verzorgen, en ook al het kwaad dat Hij mij in dit jammerdal toeschikt, mij ten beste keren; dewijl Hij zulks doen kan als een almachtig God, en ook doen wil als een getrouw Vader.
Dat is goede reden om samen eerst te zingen uit Psalm 33:7 en 10. De grote Schepper aller dingen Zijn machtig' arm beschermt de vromen, Ziet, uit het ongenaakbaar licht, En redt hun zielen van den dood; Het gans gedrag der stervelingen; Hij zal hen nimmer om doen komen Niets is bedekt voor Zijn gezicht. In duren tijd en hongersnood. Uit Zijn vaste woning, In de grootste smarten Waar Hij heerst als Koning, Blijven onze harten Waar Zijn lof, Zijn eer, In de HEER’ gerust; Klinkt door al de bogen, 'k Zal Hem nooit vergeten, Zien Zijn Godd'lijk' ogen Hem mijn Helper heten, Op al 't mensdom neer. Al mijn hoop en lust.
Hoe nu verder, in de tijd die voor ons ligt? We hebben als eerste gezien: Met vertrouwen. Vers 5 zegt: Wentel uw weg op de HEERE, en vertrouw op Hem, Hij zal het doen. Maar ook, nu in de tweede plaats:
Kijkend naar vers 6: En (Hij) zal uw gerechtigheid doen voortkomen als het licht, en uw recht als den middag.
Uw ‘gerechtigheid’. Dat wil zeggen: dat wat eerlijk is. Dat zal 'voortkomen als het licht'. Dat wil zeggen: aan de nacht komt een einde. En zo komt er ook op Gods tijd een einde aan alle lijden en onrecht.
a. Dat kan zijn in dit leven, hier op aarde. ‘t Kan zijn, dat je dat nu nog helemaal niet ziet. Dat vraagt van ons dus: vertrouwen en geloof, dat vraagt om overgave en berusting. Als we biddend onze last laten afrollen op de HEERE en zeggen: 'Heere, U weet wat het beste is, voor U en voor mij'.
Dat vraagt voor nu om vertrouwen en geloof. Om, hoewel alles er anders uitziet, toch te geloven wat de Heere hier zegt. Namelijk dat de nacht voorbij zal gaan. Zoals Psalm 30 zegt: 's avonds vernacht het geween (en misschien zit je daar wel middenin), maar 's morgens is er gejuich.
Daar rust in vinden, dat vraagt om een kruimel geloof. Daarin, dat de Heere Zijn woord houdt. En dat Hij machtig is om te doen boven bidden en denken. En dat Hij uiteindelijk voor al Zijn kinderen, zoals hier staat, hun gerechtigheid zal doen voortkomen als het licht, en hun recht als de middagzon. Zo licht en zo helder! Dat kan zijn in dit leven.
b. Maar dat kan ook zijn ná dit leven. Als, zo zegt de Nederlandse Geloofsbelijdenis in artikel 37, in het Goddelijk gericht Gods kinderen zullen ontvangen de vruchten van de arbeid en de moeite die ze gedragen hebben, en hun onschuld door iedereen gezien en beleden zal worden. Dit is troostvol voor de vromen, dat wil zeggen voor iedereen die God vreest en die door genade leeft in biddend vertrouwen op Hem.
Leven als christen of christin in deze tijd kan moeilijk zijn. Om in een wereld die in rap tempo seculariseert, trouw te blijven aan de Heere en Zijn Woord. Dat kan heel moeilijk zijn. Je wilt niet meegaan met dingen die botsen met de goede wil van je Meester. Je wilt niet meegaan met onnodig werken op zondag. Je wilt niet meegaan met het loslaten van de heiligheid van het huwelijk en de beschermwaardigheid van het leven.
Je wilt niet meedoen met dingen die zonde zijn, zoals oneerlijkheid, fraude of wat dan ook.
Het kan zijn dat je dat niet in dank wordt afgenomen. Misschien word je gezien als intolerant of liefdeloos. Misschien leidt het tot uitsluiting, tot minder kans maken op promotie, of misschien wel tot ontslag.
Wat als het in het komende seizoen zo zal gaan? Wat dan? Ons eigen hart neigt tot één van deze twee dingen. Of tot (wat Psalm 37 tot drie keer toe noemt): ontsteken in woede. Dus tot boosheid, tot vechten voor je eigen gelijk en tot verbittering. Of we zijn geneigd om bang te worden, om moedeloos te worden en misschien wel om water bij de wijn te doen.
Maar deze Psalm 37 geeft aan wat je beter kan doen: Bidden, stil zijn voor God, je weg en alles voor de Heere neerleggen en in Zijn handen geven. Alles wat je schouders naar beneden drukt, mag je op de Heere wentelen. Biddend: Heere, ik kan mijn eigen hart niet veranderen en ook het hart van de ander niet. Maar U kunt het wel. En daarbij weet U wat het beste voor mij is. Mijn ziel is stil tot U. Ik vertrouw op U. Uw hulp zal blijken. En midden in alle moeite en vragen vind ik rust en vrede bij U.
Wetend, als ik mijn zaak in Uw handen geef, dan neemt U die van mij over. Dan wordt mijn zaak Uw zaak. Dan zult U, vroeg of laat, recht doen. Leer me, Heere, om gewillig en met vreugde, zo het pad te lopen dat U voor mij uitgestippeld hebt. Leer mij dagelijks mijn kruis op mij te nemen, achter U aan. Zoals Simon van Cyrene destijds het pijnlijke kruis van minachting en spot ook achter U aandroeg.
En lieve mensen, zo kan het ook. Zó kan je leven, midden in welke moeilijke omstandigheden dan ook. Je last afrollend op de Heere. Met vertrouwen op Hem. En met een oog van geloof kijkend naar Hem Die is voorgegaan: de kruisdragende Jezus. En dat brengt me bij ons derde aandachtspunt. Hoe nu verder, in de tijd die voor ons ligt? Met vertrouwen. Met verwachting. En:
Want deze Psalm 37 is geen morele les in hoe je verstandig kunt leven. Deze psalm is (weliswaar verhuld) vol van Christus.
a. In de eerste plaats doet deze Psalm sterk denken aan wat de Heere Jezus zei in de Bergrede, in de derde zaligspreking: Zalig zijn de zachtmoedigen. Niet licht ontvlambaar, ongeduldig, boos of gefrustreerd. Maar zachtmoedig: buigend voor de Heere, voor Zijn wil en Zijn weg. Biddend: Heere, leer me te volgen, zonder vragen, wat U doet is goed.
Maar ook vriendelijk en mild ten opzichte van onze medemens. Biddend om de bereidheid te vergeven degenen die ons misdeden. Zoals Paulus zegt in Kolossenzen 3:13Verdragende elkander, en vergevende de een den anderen, zo iemand tegen iemand enige klacht heeft; gelijkerwijs als Christus u vergeven heeft, doet ook gij alzo.: Verdragende elkander en vergevende de een den ander, zo iemand tegen iemand enige klacht heeft; gelijkerwijs als Christus u vergeven heeft, doet ook u alzo. Dus de oproep van Psalm 37 tot zachtmoedigheid (ontsteek niet, maar wentel uw weg op de HEERE) is ten diepste een oproep om biddend de voetstappen van Christus te volgen. Deze psalm is vol van Christus.
b. Want, in de tweede plaats, was het niet de Heere Jezus Zelf, Die in het bijzonder, Zijn weg vol lijden op de HEERE gewenteld heeft? Ongekend zwaar was de weg van Zijn lijden. Hij droeg de toorn van God over de zonden van Zijn Kerk. Zijn hele leven lang, maar in het bijzonder in Gethsémané en op Golgotha. En, ontvlamde Zijn hart in woede, schold Hij terug of vocht Hij terug? Nee, Petrus zegt (in 1 Petr. 2:23Die, als Hij gescholden werd, niet wederschold, en als Hij leed, niet dreigde; maar gaf het over aan Dien, Die rechtvaardiglijk oordeelt;): Die, als Hij gescholden werd, niet terugschold, en als Hij leed, niet dreigde, maar gaf het over aan Hem Die rechtvaardig oordeelt. Hij wentelde Zijn weg op de HEERE.
En bad Hij in de diepste duisternis van Zijn hart in Gethsémané niet (Lukas 22:42Zeggende: Vader, of Gij wildet dezen drinkbeker van Mij wegnemen, doch niet Mijn wil, maar de Uwe geschiede.): Zeggende: Vader, of U wilde dezen drinkbeker van Mij wegnemen (hoe zwaar en hoe smartelijk is dit lijden!), maar niet Mijn wil, maar de Uwe geschiede?
En hoe bleef Hij in het diepst van Zijn lijden Zijn vertrouwen stellen op Zijn God, toen Hij midden in de verlating riep: Mijn God, Mijn God, waarom hebt U Mij verlaten (Mat. 27:46)?
En hoe wentelde Hij Zijn hele weg en leven uiteindelijk op Zijn Vader, toen Hij zei: Vader, in Uw handen beveel Ik Mijn geest (Lukas 23:46En Jezus, roepende met grote stemme, zeide: Vader, in Uw handen beveel Ik Mijn geest. En als Hij dat gezegd had, gaf Hij den geest.).
Dus de oproep van Psalm 37 om onze weg op de Heere te wentelen, en dat geldt Gods kinderen in het bijzonder, is ten diepste een oproep om biddend de voetstappen van Christus te volgen.
c. In de derde plaats is Hij Zijn kinderen niet alleen voorgegaan in het buigen onder Gods weg en in het geduldig dragen van de weg van Zijn vernedering. Maar uiteindelijk heeft God Hem, in weerwil van de wens van Zijn vijanden, ook uitermate verhoogd. In Hem is meer dan in wie ook, ten volle vervuld wat er staat in Psalm 37:5,6: De Heere zal het maken en doen, Hij zal Uw gerechtigheid doen voortkomen als het licht, en Uw recht als de middag.
Wanneer gebeurde dat? Niets was er aanvankelijk wat daarop leek. De Joodse raad veroordeelde Hem voor godslastering. De Romeinen hingen Hem tussen twee misdadigers.
De aarde verstootte Hem, en Zijn Vader trok het licht van de zon in en verliet Hem in de ervaring van Zijn hart. En daarna eindigde Zijn leven in het graf van Jozef van Arimathea.
Maar, al gaat het dwars door nood en dood heen, het Woord van de Heere blijft waar. Ook al lijkt het onmogelijk, ook al lijkt het uitgesloten! Want op de vroege zondagmorgen van Pasen liet God Zijn gerechtigheid voortkomen als het morgenlicht. Toen de Heere Jezus opstond uit de dood, en toen de Vader Hem publiekelijk rechtvaardig verklaarde. Paulus schrijft in 1 Timotheüs 3:16En buiten allen twijfel, de verborgenheid der godzaligheid is groot; God is geopenbaard in het vlees, is gerechtvaardigd in den Geest, is gezien van de engelen, is gepredikt onder de heidenen, is geloofd in de wereld, is opgenomen in heerlijkheid.: Hij is gerechtvaardigd in den Geest. Toen heeft God Zijn totale onschuld bewezen. Toen Hij aan Gods eis in alles had voldaan. Toen Hij de schuld van Zijn volk had betaald en hun zonden had verzoend. Toen heeft God Hem uitermate verhoogd! Zijn gerechtigheid kwam voort als het licht.
En Zijn recht als de middag. Ziet dat tweede niet op de volle glans van de verhoging van Christus? Opgevaren ten hemel, zittend aan de rechterhand van Zijn Vader, heersend als Koning, en straks terugkomend op de wolken van de lucht?
Deze Christus, de vernederde, geduldig kruisdragende Zaligmaker. De gerechtvaardigde en verhoogde Zaligmaker. Hij is, als het goed is, voor ons in het komende seizoen alléén al onze Hoop en Verwachting.
Op Hem mag u ook, voor het eerst of opnieuw, de last van uw zonden wentelen. Zegt Hij niet zelf: Komt tot Mij, allen die vermoeid en belast zijt, en Ik zal u rust geven? Hoe? Door de last van uw zonden over te nemen. En dus, mensen, als je gedrukt wordt door de last van je zonde en schuld voor God, wentel die dan, rol die dan op Hem. Leg je zondige handen dan op het hoofd van het Lam van God, dat de zonden van de wereld wegdraagt.
In die weg moet je wel belijden dat er bij jezelf geen gerechtigheid is. Maar in die weg wil de Heere het licht van de gerechtigheid van Christus laten opgaan in je donkere nacht van zondeovertuiging.
Wentel je weg op Hem, je zonde en je schuld. En vertrouw op Hem. Geef het vertrouwen op jezelf op en vertrouw op Hem alleen. Dat Hij het zal doen. Wat je zelf niet en nooit meer kan: je ontdoen van de last van zonden en je leren leven tot Gods eer. Hij kan het doen en Hij wil het doen.
Dan zal Hij uw gerechtigheid doen voortkomen als het licht, en uw recht als de middag. Wat zal er dan gaan oplichten? Iets van u? Nee, alles van Hem.
Zijn volkomen gerechtigheid. Toegerekend, geschonken, gegeven aan u. Uit loutere, uit pure genade, onverdiend gegeven aan een verloren zondaar.
En dan...? Dan mag u verder leven, ook het komende seizoen. Niet in eigen kracht, maar in Zijn kracht. Hoe het ook gaat, wat er ook gebeurt. Zoals staat in Psalm 37: Stil voor God, biddend alles in Zijn handen leggend, met verlustiging en vreugde in Hem, en met al uw vertrouwen op Hem gericht.
Zo is het altijd geweest in het leven van Gods kinderen. Zoals Psalm 22 zingt: Op U hebben onze vaders vertrouwd; zij hebben vertrouwd en U hebt hen uitgeholpen. Tot U hebben zij geroepen en zijn uitgered; op U hebben zij vertrouwd en zijn niet beschaamd geworden. Zo is het altijd geweest in het leven van Gods kinderen, en zo zal het altijd blijven. Zoals Psalm 84 zingt: Welzalig hij, die al zijn kracht En hulp alleen van U verwacht, Die kiest de welgebaande wegen; Steekt hen de hete middagzon In 't moerbeidal, Gij zijt hun bron, En stort op hen een milde regen, Een regen, die hen overdekt, Verkwikt, en hun tot zegen strekt.
Dat geve ons de Heere, in de tijd die voor ons ligt. Om zo, in stil vertrouwen, met Hem te mogen leven. Ziende op Christus, Zijn voetstappen drukkend.
Amen.
Slotzang Psalm 84:3,6:
Welzalig hij, die al zijn kracht Want God, de HEER’, zo goed, zo mild, En hulp alleen van U verwacht, Is t' allen tijd een zon en schild; Die kiest de welgebaande wegen; Hij zal genaad' en ere geven; Steekt hen de hete middagzon Hij zal hun 't goede niet in nood In 't moerbeidal, Gij zijt hun bron, Onthouden, zelfs niet in de dood, En stort op hen een milde regen, Die in oprechtheid voor Hem leven. Een regen, die hen overdekt, Welzalig, HEER’, die op U bouwt, Verkwikt, en hun tot zegen strekt. En zich geheel aan U vertrouwt.
Andere preken over Psalmen
Andere preken voor Biddag
Andere gerelateerde preken