Terug naar alle Bijbelboeken

Mattheüs

Preken uit het Evangelie naar de beschrijving van Mattheüs. In dit eerste Evangelieboek openbaart de HEERE hoe Jesus Christus de vervulling is van de wet en de profeten, de beloofde Messias en Koning der Joden. Bekijk hieronder het overzicht van preken over onder meer de geslachtsregisters, de Bergrede, de gelijkenissen van het Koninkrijk der hemelen, en het bitter lijden, sterven en de opstanding van de Zoon van David.

De stamboom van Jezus - Mattheüs 1

Mattheüs 1:1: Het boek des geslachts van JEZUS CHRISTUS, den Zoon van David, den Zoon van Abraham.

Zaligmaker van zondaars - Mattheüs 1

Mattheüs 1:21: En zij zal een Zoon baren, en gij zult Zijn Naam heten JEZUS; want Hij zal Zijn volk zalig maken van hun zonden.

Wijzen uit het Oosten - Mattheüs 2

Mattheüs 2:1: Toen nu Jezus geboren was te Bethlehem, gelegen in Judéa, in de dagen van den koning Herodes, zie, enige wijzen van het oosten zijn te Jeruzalem aangekomen,

De kindermoord in Bethlehem - Mattheüs 2

Mattheüs 2:17-18: Toen is vervuld geworden hetgeen gesproken is door den profeet Jeremía, zeggende: Een stem is in Rama gehoord, geklag, geween en veel gekerm; Rachel beweende haar kinderen, en wilde niet getroost wezen, omdat zij niet zijn.

Jezus, de Nazarener - Mattheüs 2

Mattheüs 2:23: En daar gekomen zijnde, nam hij zijn woonplaats in de stad genaamd Nazareth; opdat vervuld zou worden wat door de profeten gezegd is, dat Hij Nazarener zal geheten worden.

Het volk dat in duisternis wandelt - Mattheüs 4

Mattheüs 4:16: Het volk dat in duisternis zat, heeft een groot licht gezien; en dengenen die zaten in het land en de schaduw des doods, denzelven is een licht opgegaan.

Armen van geest (deel 1) – Mattheüs 5

Mattheus 5:3-5: Zalig zijn de armen van geest; want hunner is het Koninkrijk der hemelen. Zalig zijn die treuren; want zij zullen vertroost worden. Zalig zijn de zachtmoedigen; want zij zullen het aardrijk beërven.

Reinen van hart (2) – Mattheüs 5

Mattheus 5:8: Zalig zijn de reinen van hart; want zij zullen God zien.

De vreedzamen (deel 3) - Mattheüs 5

Mattheüs 5:9: Zalig zijn de vreedzamen; want zij zullen Gods kinderen genaamd worden.

Vervolging, smaad en laster (4) - Mattheüs 5

Mattheüs 5:10: Zalig zijn die vervolgd worden om der gerechtigheid wil; want hunner is het Koninkrijk der hemelen.

Gij zijt het zout der aarde - Mattheüs 5

Mattheüs 5:13: Gij zijt het zout der aarde; indien nu het zout smakeloos wordt, waarmede zal het gezouten worden? Het deugt nergens meer toe, dan om buitengeworpen en van de mensen vertreden te worden.

Zoek eerst het Koninkrijk van God - Mattheüs 6

Mattheüs 6:33: Maar zoekt eerst het Koninkrijk Gods en Zijn gerechtigheid, en al deze dingen zullen u toegeworpen worden.

Bidt, en u zal gegeven worden – Mattheüs 7

Mattheüs 7:7-8: Bidt, en u zal gegeven worden; zoekt, en gij zult vinden; klopt, en u zal opengedaan worden. Want een iegelijk die bidt, die ontvangt; en die zoekt, die vindt; en die klopt, dien zal opengedaan worden.

Enge poort, brede en smalle weg – Mattheüs 7

Mattheüs 7:13-14: Gaat in door de enge poort; want wijd is de poort en breed is de weg, die tot het verderf leidt, en velen zijn er die door dezelve ingaan; Want de poort is eng en de weg is nauw, die tot het leven leidt, en weinigen zijn er die denzelven vinden.

Huis op de rots, huis op het zand – Mattheüs 7

Mattheüs 7:24: Een iegelijk dan die deze Mijn woorden hoort en dezelve doet, dien zal Ik vergelijken bij een voorzichtig man, die zijn huis op een steenrots gebouwd heeft;

Storm op zee, doch Hij sliep - Mattheüs 8

Mattheüs 8:24: En zie, er ontstond een grote onstuimigheid in de zee, alzo dat het schip van de golven bedekt werd; doch Hij sliep.

Roeping van Mattheüs of Levi - Mattheüs 9

Mattheüs 9:9: En Jezus vandaar voortgaande, zag een mens in het tolhuis zitten, genaamd Matthéüs, en zeide tot hem: Volg Mij. En hij opstaande, volgde Hem.

Bidt dan, de Heere des oogstes – Mattheüs 9

Mattheüs 9:37-38: Toen zeide Hij tot Zijn discipelen: De oogst is wel groot, maar de arbeiders zijn weinige; Bidt dan den Heere des oogstes, dat Hij arbeiders in Zijn oogst uitstote.

Christus en scharen zonder Herder (McCheyne) - Mattheüs 9

Mattheüs 9:37: Toen zeide Hij tot Zijn discipelen: De oogst is wel groot, maar de arbeiders zijn weinige;

Johannes de Doper in de gevangenis - Mattheüs 11

Mattheüs 11:3: En zeide tot Hem: Zijt Gij Degene Die komen zou, of verwachten wij een ander?

Gelijkenis van op de markt spelende kinderen - Mattheüs 11

Mattheüs 11:16-17: Doch waarbij zal Ik dit geslacht vergelijken? Het is gelijk den kinderkens die op de markten zitten en hun gezellen toeroepen, En zeggen: Wij hebben u op de fluit gespeeld en gij hebt niet gedanst; wij hebben u klaagliederen gezongen en gij hebt niet geweend.

De Parel van grote waarde – Mattheüs 13

Mattheüs 13:45-46: Wederom is het Koninkrijk der hemelen gelijk een koopman die schone parelen zoekt; Dewelke hebbende één parel van grote waarde gevonden, ging heen en verkocht al wat hij had, en kocht dezelve.

Gelijkenis van het net, het visnet – Mattheüs 13

Mattheüs 13:47-48: Wederom is het Koninkrijk der hemelen gelijk een net, geworpen in de zee, en dat allerlei soorten van vissen samenbrengt; Hetwelk, wanneer het vol geworden is, de vissers aan den oever optrekken, en nederzittende lezen het goede uit in hun vaten, maar het kwade werpen zij weg.

Kananese vrouw - Mattheüs 15

Mattheüs 15:22: En zie, een Kananese vrouw uit die landpalen komende, riep tot Hem, zeggende: Heere, Gij Zone Davids, ontferm U mijner; mijn dochter is deerlijk van den duivel bezeten.

Petra; Wie zegt u, dat Ik ben? - Mattheüs 16

Mattheüs 16:15-16: Hij zeide tot hen: Maar gij, wie zegt gij dat Ik ben? En Simon Petrus antwoordende zeide: Gij zijt de Christus, de Zoon des levenden Gods.

Petrus, ga achter Mij, satanas! - Mattheüs 16

Mattheüs 16:23: Maar Hij Zich omkerende, zeide tot Petrus: Ga weg achter Mij, satanas, gij zijt Mij een aanstoot; want gij verzint niet de dingen die Gods zijn, maar die der mensen zijn.

Verheerlijking op de berg - Mattheüs 17

Mattheüs 17:5: Terwijl hij nog sprak, zie, een luchtige wolk heeft hen overschaduwd; en zie, een stem uit de wolk, zeggende: Deze is Mijn geliefde Zoon, in Denwelken Ik Mijn welbehagen heb; hoort Hem.

De rijke jongeling - Mattheüs 19

Mattheüs 19:16: En zie, er kwam een tot Hem en zeide tot Hem: Goede Meester, wat zal ik goeds doen, opdat ik het eeuwige leven hebbe?

Hosanna, de Zone Davids – Mattheüs 21

Mattheüs 21:15: Als nu de overpriesters en schriftgeleerden zagen de wonderheden die Hij deed, en de kinderen, roepende in den tempel en zeggende: Hosanna den Zone Davids! namen zij dat zeer kwalijk,

Gelijkenis van de twee zonen - Mattheüs 21

Mattheüs 21:31: Wie van deze twee heeft den wil des vaders gedaan? Zij zeiden tot Hem: De eerste. Jezus zeide tot hen: Voorwaar Ik zeg u, dat de tollenaars en de hoeren u voorgaan in het Koninkrijk Gods.

Geen bruiloftskleed

Mattheüs 22:11

Wijze en dwaze maagden - Mattheüs 25

Mattheüs 25:1-2: Alsdan zal het Koninkrijk der hemelen zijn gelijk tien maagden, welke haar lampen namen en gingen uit, den bruidegom tegemoet. En vijf van haar waren wijs, en vijf waren dwaas.

Zalving door Maria in Bethanië - Mattheüs 26

Mattheüs 26:6-7: Als nu Jezus te Bethanië was, ten huize van Simon den melaatse, Kwam tot Hem een vrouw, hebbende een albasten fles met zeer kostelijke zalf, en goot ze uit op Zijn hoofd, daar Hij aan tafel zat.

Ben ik het, Heere? – Mattheüs 26

Mattheüs 26:22: En zij zeer bedroefd geworden zijnde, begon een iegelijk van hen tot Hem te zeggen: Ben ik het, Heere?

Instelling Heilig Avondmaal - Mattheüs 25

Mattheüs 26:26: En als zij aten, nam Jezus het brood, en gezegend hebbende, brak Hij het en gaf het den discipelen en zeide: Neemt, eet, dat is Mijn lichaam.

De lofzang gezongen, het Hallel - Mattheüs 26

Mattheüs 26:30: En als zij den lofzang gezongen hadden, gingen zij uit naar den Olijfberg.

Niet mijn wil, maar de Uwe geschiede - Mattheüs 26

Mattheüs 26:39: En een weinig voortgegaan zijnde, viel Hij op Zijn aangezicht, biddende en zeggende: Mijn Vader, indien het mogelijk is, laat dezen drinkbeker van Mij voorbijgaan; doch niet gelijk Ik wil, maar gelijk Gij wilt.

De overval, het oor van Malchus - Mattheüs 26

Mattheüs 26:51: En zie, een van degenen die met Jezus waren, de hand uitstekende, trok zijn zwaard uit, en slaande den dienstknecht des hogepriesters, hieuw zijn oor af.

Verloochening door Petrus - Mattheüs 26

Mattheüs 26:75: En terstond kraaide de haan; en Petrus werd indachtig het woord van Jezus, Die tot hem gezegd had: Eer de haan gekraaid zal hebben, zult gij Mij driemaal verloochenen. En naar buiten gaande, weende hij bitterlijk.

Zijn bloed kome over ons - Mattheüs 27

Mattheüs 27:25: En al het volk antwoordende zeide: Zijn bloed kome over ons en over onze kinderen.

Purperen kleed, doornenkroon, rietstok - Mattheüs 27

Mattheüs 27:28: En als zij Hem ontkleed hadden, deden zij Hem een purperen mantel om;

Mijn God, waarom hebt Gij Mij verlaten? – Mattheüs 27

Mattheüs 27:46: En omtrent de negende ure riep Jezus met een grote stem, zeggende: ELI, ELI, LAMA SABACHTHANI? Dat is: Mijn God, Mijn God, waarom hebt Gij Mij verlaten?

De vrouwen bij het graf - Mattheüs 28

Mattheüs 28:5: Maar de engel antwoordende zeide tot de vrouwen: Vreest gijlieden niet; want ik weet dat gij zoekt Jezus, Die gekruisigd was.

Het verhaal van de wachters – Mattheüs 28

Mattheus 28:12-13: En zij vergaderd zijnde met de ouderlingen en tezamen raad genomen hebbende, gaven zij den krijgsknechten veel geld, En zeiden: Zegt: Zijn discipelen zijn des nachts gekomen en hebben Hem gestolen, als wij sliepen.

Doch sommigen twijfelden - Mattheüs 28

Mattheüs 28:17: En als zij Hem zagen, baden zij Hem aan; doch sommigen twijfelden.

Gaat dan heen! – Mattheüs 28

Mattheus 28:19: Gaat dan heen, onderwijst al de volken, dezelve dopende in den Naam des Vaders en des Zoons en des Heiligen Geestes; lerende hen onderhouden alles wat Ik u geboden heb.

Ik ben met ulieden - Mattheüs 28

Mattheüs 28:20: En zie, Ik ben met ulieden al de dagen tot de voleinding der wereld. Amen.