19 juli 2020
Lukas 19:41-42: En als Hij nabijkwam en de stad zag, weende Hij over haar, Zeggende: Och, of gij ook bekendet, ook nog in dezen uw dag, hetgeen tot uw vrede dient! Maar nu is het verborgen voor uw ogen.
INLEIDING
Terwijl de mensen juichend Jeruzalem naderen, barst Jezus in tranen uit: Hij ziet meer dan Zijn discipelen. Zijn tranen zijn niet uit zelfmedelijden, maar uit medelijden – om ongeloof, om het komende oordeel, om zielen die Hem niet erkennen. Zijn woorden – "och, of gij ook bekende, hetgeen tot uw vrede dient" – roepen op tot besef van God, van Christus, van zichzelf en van het voorbijgaande Evangelieaanbod. Wie Zijn tranen ziet, wordt opgeroepen te vluchten tot Hem, voordat het te laat is.
De huilende Jezus
LUKAS 19:37-48
37 En als Hij nu genaakte aan den afgang des Olijfbergs, begon al de menigte der discipelen zich te verblijden en God te loven met grote stem, vanwege al de krachtige daden die zij gezien hadden;
38 Zeggende: Gezegend is de Koning, Die daar komt in den Naam des Heeren; vrede zij in den hemel en heerlijkheid in de hoogste plaatsen!
39 En sommigen der farizeeën uit de schare zeiden tot Hem: Meester, bestraf Uw discipelen.
40 En Hij antwoordende zeide tot hen: Ik zeg ulieden, dat, zo dezen zwijgen, de stenen haast roepen zullen.
41 En als Hij nabijkwam en de stad zag, weende Hij over haar,
42 Zeggende: Och, of gij ook bekendet, ook nog in dezen uw dag, hetgeen tot uw vrede dient! Maar nu is het verborgen voor uw ogen.
43 Want er zullen dagen over u komen, dat uw vijanden een begraving rondom u zullen opwerpen, en zullen u omsingelen en u van alle zijden benauwen;
44 En zullen u tot den grond nederwerpen, en uw kinderen in u; en zij zullen in u den enen steen op den anderen steen niet laten; daarom dat gij den tijd uwer bezoeking niet bekend hebt.
45 En gegaan zijnde in den tempel, begon Hij uit te drijven degenen die daarin verkochten en kochten,
46 Zeggende tot hen: Er is geschreven: Mijn huis is een huis des gebeds; maar gij hebt dat tot een kuil der moordenaars gemaakt.
47 En Hij leerde dagelijks in den tempel; en de overpriesters en de schriftgeleerden en de oversten des volks zochten Hem te doden;
48 En zij vonden niet wat zij doen zouden; want al het volk hing Hem aan en hoorde Hem.
VOLLEDIGE TEKST
ds. J. IJsselstein - Lukas 19:41-42
THEMA
De huilende Jezus
AANDACHTSPUNTEN
Jongens en meisjes, iedereen moet wel eens huilen. Je valt, je bent ziek, papa of mama is ziek. Opa of oma moet naar het ziekenhuis, of iemand van wie je heel veel houdt, sterft. Dan huil je. Dan mag je huilen. Want in je hart is echt verdriet. En iedereen ziet het ook: dit zijn geen krokodillentranen. Dit is echt verdriet. Verdriet wat hoort bij ons, bij ons mensen. Verdriet dat ooit in de wereld gekomen is, door onze zonden.
Soms zie je ook wel eens iemand huilen, die al groot, die al volwassen is. Je zegt: dat is anders, dat voelt anders. Daar schrik ik altijd een beetje van. Dat ik huil, of mijn broertje of zusje, ja, dat is niet zo raar. Zo zijn kinderen. Maar als ik ineens tranen zie in de ogen van papa of mama, of in de ogen van andere grote mensen, dan voel ik me ineens wel een beetje naar en ongemakkelijk. Dat is erg, dat is echt heel erg… Toch huilen alle grote mensen ook weleens een keer. Sommigen meer, anderen minder. En ook dat mag.
Toen de Heere Jezus op de aarde was, heeft Hij ook wel eens gehuild. We lezen in de Bijbel drie keer van het huilen van de Heere Jezus. In Johannes 11, waar de Heere Jezus huilt bij het graf van Zijn vriend Lazarus. Daar huilt Hij van verdriet. Ook in het Bijbelgedeelte dat we net gelezen hebben, gaat het over de Heere Jezus, Die huilt. Hard, snikkend huilt Hij over Jeruzalem. En in Gethsémané, waar Hij zo diep lijdt voor de zonden van al Zijn kinderen, ook daar (zo staat in de Hebreeënbrief) ‘offert Hij’ tranen. Ook daar huilt Hij.
De Heere Jezus was echt mens. Hij kende ook verdriet. Dus mag je, jongens en meisjes, al je verdriet bij de Heere Jezus brengen. Hij weet wat het is om verdrietig te zijn. De Bijbel zegt het ook: de Heere aanschouwt, de Heere ziet, de moeite en het verdriet (Psalm 10:14Gij ziet het immers; want Gij aanschouwt de moeite en het verdriet, opdat men het in Uw hand geve; op U verlaat zich de arme, Gij zijt geweest een Helper van den wees.). Geef het maar in Zijn handen. De Heere ziet je tranen. Hij kent je verdriet. Je verdriet over je zieke vader of moeder, je verdriet over je gestorven broertje of zusje, je verdriet over je zonden. Ouders, brengt u ook uw verdriet over uw kinderen bij Jezus.
Zieken, eenzame mensen, mensen in de rouw, brengt u ook uw verdriet en tranen bij de medelijdende Hogepriester. Hij is in alle dingen, gelijk als wij, verzocht geweest, doch zonder zonde (Hebreeën 4:15Want wij hebben geen hogepriester, die niet kan medelijden hebben met onze zwakheden, maar Die in alle dingen, gelijk als wij, is verzocht geweest, doch zonder zonde.).
De Heere Jezus was echt mens, met een gevoelig, teer en liefdevol hart, vol van medelijden. Dus kan je begrijpen, jongens en meisjes, dat de Heere Jezus huilt. Bijvoorbeeld bij het sterven van Lazarus en bij Zijn lijden in Gethsémané. Maar in het stukje dat wij uit de Bijbel gelezen hebben, is het anders. Daar is het helemaal geen verdrietige dag. Daar is het een blijde dag, het lijkt wel een feestdag. Op je verjaardag ga je meestal niet huilen. Behalve als je het heel erg spannend vindt, en dan is het ook niet erg, als je even huilt. Maar als er op een blijde dag ineens een volwassen man of vrouw gaat huilen, dan denk je: Ah nee, dit is erg, dit is heel erg. Hier moet wel iets heel bijzonders aan de hand zijn, dat iemand zo gaat huilen!
En dat is ook zo. Kijk maar even mee. Loop maar even mee. De Jezus is met Zijn discipelen op reis naar Jeruzalem. Om daar straks te gaan lijden en sterven. Maar, dat weten de mensen nog niet, dat weet Hij alleen. En, als ze vlakbij Bethanië en Beth-fage komen, vlakbij twee kleine dorpjes dicht bij de stad Jeruzalem, bij de Olijfberg, dan stuurt de Heere Jezus twee van Zijn discipelen op pad om een veulen, om een jonge ezel te halen, om daarop te gaan rijden. En dat doen ze. En als ze dat veulen gehaald hebben, dan leggen ze hun kleren erop, en dan zetten ze de Heere Jezus op dat veulen. En andere kleren leggen ze op de weg, en zo nemen ze Hem in een blijde optocht mee, in de richting van de stad Jeruzalem.
En dan ineens, als ze op het punt staan om van de Olijfberg naar beneden te gaan, in de richting van Jeruzalem, dan wordt iedereen ineens heel erg blij. Ze loven God, met grote stem! Om alles wat ze gezien hebben, om alles wat de Heere Jezus gedaan heeft. En ze roepen, met woorden uit Psalm 118: gezegend is Hij (nee, ze maken er iets anders van), gezegend is de Koning(!), Die daar komt in de Naam des Heeren. En ze voegen er nog iets aan toe, wat ook niet in Psalm 118 staat, namelijk dit: Vrede zij in de hemel en heerlijkheid in de hoogste plaatsen!
Het maakt de farizeeën boos. Zij fronzen hun wenkbrauwen. Dit? Dit willen ze echt niet horen! Maar Jezus bestraft ze, en zegt: als zij het niet zeggen, dan zullen de stenen spreken, dan zullen de stenen het zeggen.
En dan ineens… Onverwachts…, als de Heere Jezus vanaf de Olijfberg kijkt in de richting van de stad Jeruzalem, dan ineens… Jongens en meisjes, kijk! Dan ineens, terwijl iedereen roept van blijdschap, dan ineens barst de Heere Jezus in tranen uit.
Want, zo lezen we in de Bijbel, in Lukas 19:41-42En als Hij nabij kwam, en de stad zag, weende Hij over haar, Zeggende: Och, of gij ook bekendet, ook nog in dezen uw dag, hetgeen tot uw vrede dient! Maar nu is het verborgen voor uw ogen. (en dat is de tekst voor de preek van vanmorgen): En als Hij nabij kwam, en de stad zag, weende Hij over haar, Zeggende: Och, of gij ook bekende, ook nog in dezen uw dag, hetgeen tot uw vrede dient! Maar nu is het verborgen voor uw ogen. Over die huilende Heere Jezus, gaat het in de preek van vanmorgen.
Het thema voor de preek is heel eenvoudig: De huilende Jezus We letten samen op twee aandachtspunten. We kijken als eerste naar Zijn tranen, en daarna luisteren we naar Zijn woorden. Dus het gaat over de huilende Jezus. Twee aandachtspunten zijn er: 1. Zijn tranen 2. Zijn woorden Als eerste kijken we dus naar:
Je zegt: dat de Heere Jezus kon huilen, dat weet ik. Dat snap ik ook, want Hij was een echt mens. En dat Hij bij het graf van Lazarus en in Gethsémané huilde, dat snap ik ook. Maar… waarom huilt Hij hier? Op deze bijzondere plek, waar je vanaf de heuvel die prachtige stad Jeruzalem voor je ziet liggen? Terwijl iedereen, en al Zijn discipelen ook, om Hem heen blij roepen en psalmen zingen?
Waarom zoveel tranen? Waarom zulke tranen? Want er staat letterlijk dat de Heere Jezus het uitsnikte. Hij huilt heel erg hard. Waarom? a. Omdat de Heere Jezus een hart heeft, dat niet hard, onverschillig of afgestompt is. Zoals het hart van ons, grote mensen, vaak door de loop van de jaren wel geworden is. b. Maar ook omdat de Heere Jezus meer ziet, dan dat Zijn discipelen en de andere mensen zien. Zij zijn blij, net als wij, met de dingen die ze nu hebben. Maar de Heere Jezus kijkt vooruit. Hij ziet wat er komen gaat, in de komende dagen, in de komende weken, in de komende jaren…
Wat dan? Waar moet Hij dan om huilen? Hij huilt als Hij terugdenkt aan vroeger. Aan alle erge dingen die vroeger in Jeruzalem gebeurd zijn. Ze hebben Gods profeten gedood en gestenigd. De profeten die hen opriepen tot bekering. Maar ze hebben niet gewild, ze hebben geweigerd zichzelf te bekeren (Lukas 13:34Jeruzalem, Jeruzalem! gij, die de profeten doodt, en stenigt, die tot u gezonden zijn, hoe menigmaal heb Ik uw kinderen willen bijeenvergaderen, gelijkerwijs een hen haar kiekens onder de vleugelen vergadert; en gijlieden hebt niet gewild?). Hij huilt, als Hij denkt aan het feit dat Hij nu al drie jaar preekt, maar wie heeft Zijn prediking geloofd? (Lukas 13:6-9) Hij huilt, omdat Hij weet en ziet dat de tempel, het huis van Zijn Vader, een marktplaats geworden is, in plaats van een huis van gebed. En omdat al de offers die daar gebracht worden, de meeste mensen niet tot het inzicht hebben gebracht, dat zij verloren mensen zijn die met God verzoend moeten worden.
Maar Hij huilt ook, omdat Hij weet dat ze Hem binnen enkele dagen zullen kruisigen. En Hij weet hoeveel schuld dat op hen leggen zal. Hij huilt ook, omdat Hij weet dat deze prachtige stad binnen veertig jaar verwoest zal worden. Geen steen zal op de andere steen blijven liggen. Maar Hij huilt vooral, omdat ze Hem niet erkennen als de door God gezonden Messias, omdat ze Hem niet willen erkennen als de Zaligmaker.
Is dit niet wonderlijk, gemeente? Boven dit alles, boven dit feestgedruis, hangt de schaduw van het komende lijden en sterven van de Heere Jezus. Je zou medelijden krijgen met jezelf, toch? Maar nee, Jezus huilt tranen van medelijden, niet over Zichzelf, maar over hen, en over u. Hier blikt u, gemeente, diep in het hart van deze Koning, in het hart van Christus, Die ten diepste niemand nodig heeft. En toch heeft Hij vreugde over hun behoud. Toch heeft Hij vreugde over uw behoud. En toch heeft Hij verdriet en huilt Hij over hun ondergang. Toch heeft Hij verdriet en huilt Hij over uw ondergang.
Je zegt, jongens en meisjes: maar gelukkig, de tranen van de Heere Jezus zullen nu ondertussen wel opgedroogd zijn. Nee. Je ziet ze wel niet meer, maar ze zijn er nog wel. In Zijn hart. Want het hart van de Heere Jezus is niet veranderd.
Hij huilde tranen over Jeruzalem. Hij huilt in Zijn hart nog steeds tranen, ook over jullie, onbekeerde kinderen! Omdat je niet naar Hem wilt luisteren. Omdat je doorgaat met hoe je zelf graag leeft. Met je eigen zin doen, met ongehoorzaam zijn, met jokken, met niet aan de Heere denken. Terwijl je niet of bijna nooit bidt, alleen als het moet. Je wilt liever spelen en leuke dingen doen. Zonder aan de Heere God en aan de Heere Jezus te denken. En zonder steeds weer te vragen om een nieuw hart. Erger dan dat papa of mama om je huilt (en dat is al zo erg!), is het dat de Heere Jezus om je huilt. Je kan thuis of in de kerk blij voor Hem zingen (zoals de mensen op de Olijfberg ook deden), maar Hij huilt om jou. Want Hij ziet, dat het zo niet goed met je zal aflopen.
Wil je graag dat Zijn tranen ophouden? Belijd dan, zeg dan eerlijk tegen Hem je zonden, en stop ermee. En probeer het niet zelf weer goed te maken, want dat gaat je toch niet lukken. Geef al die zonden maar aan Hem, aan de Heere Jezus. En vraag Hem om vergeving voor alles wat je hebt gedaan. En heb Hem lief met heel je hart.
Hij huilde tranen over Jeruzalem. En Hij huilt in zijn hart nog steeds tranen, ook over jullie, onbekeerde jongeren! Waarom? Om je ‘zonden’. Je zegt: ‘Zonde, ja, ’t is voor mij zo’n afgesleten woord, ik hoor het altijd, maar heb
eigenlijk geen idee wat ik ermee moet, het zegt me eigenlijk niet zoveel…’ Zonde heeft in de Bijbel alles te maken met ‘aan wie je je hart geeft’. Aan een lieve vriend of vriendin geef je je hele hart: niet half, helemaal, exclusief, voor 100%. Als je dat niet doet, ben je geen knip voor de neus waard. Dan ben je ontrouw, dan ga je vreemd. En dan laat je vroeg of laat je liefhebbende relatie achter in tranen.
Zulke tranen huilt Jezus. Om jou. Om de zonden van jouw ontrouw. Zonde is ontrouw aan God. Hij nam je bij je doop. Hij lokte als kind met Zijn liefdevolle woorden. Maar nu je ouder geworden bent, heb je je hart aan anderen gegeven. En daarom is de Heere Jezus in tranen. En daarom klinkt de roep uit Zijn mond, zo oprecht, zo echt gemeend: Mijn zoon, Mijn dochter, geef Mij uw hart! En Zijn tranen zijn des te hartelijker, maar ook des te bitterder, omdat Hij meer dan wij vooruit kijkt. Naar de eeuwigheid, naar de ontmoeting met God, die eraan komt.
Hij huilde tranen over Jeruzalem. En Hij huilt in Zijn hart nog steeds tranen, over u, onbekeerde volwassenen en ouderen! Omdat Hij meer dan wij, in het licht van het verleden, vooruit kijkt naar de toekomst. Terug kijkend naar al die jaren, die achter nu u liggen. Jaren waarin u uw eigen dingen gedaan hebt. Jaren waarin u Hem niet erkend hebt. Jaren waarin u de gelegenheid om zalig te worden voorbij hebt laten gaan. De tijd dat Hij nabij was, de tijd dat Hij te vinden was, die tijd hebt u niet gebruikt. Terug kijkend naar al die jaren die achter u liggen, en vooruit kijkend naar de tijd die voor u ligt. Naar de dag van uw verwoesting, naar de dag dat u zult omkomen in de handen van de rechtvaardige God. Dat u het erop aan laat komen, dat is uw keus. Maar Christus huilt om die keus. Want Hij weet, als Enige, meer dan iemand anders, dat u niet in staat zult zijn om Gods toorn te dragen. Hij kent als geen ander de zwaarte van het lijden van de hel. U niet. Hij kent de woede en de macht van de satan. U niet. Hij kent de toorn en de wraak van de almachtige God. U niet. En Hij ziet in Zijn gedachten uw ondergang. En huilt. Want Hij heeft geen lust aan de dood van de stervenden (…), daarom bekeert u en leeft (Ezechiël 18:32Want Ik heb geen lust aan den dood des stervenden, spreekt de Heere HEERE; daarom bekeert u en leeft.).
Zijn het zomaar tranen? Zo maar tranen van opwellende emotie? Tranen om te huilen en niet meer? Nee, het zijn tranen met een doel. Het zijn tranen die u oproepen.
a. Het zijn (in de eerste plaats) tranen, die u willen overtuigen van uw zonden. Zo groot zijn ze en zo gevaarlijk, dat Jezus in het zicht van Zijn lijden, niet huilt over Zijn aanstaande ellende, maar over uw ellende.
b. Het zijn (in de tweede plaats) tranen, die u ervan willen overtuigen, dat u zelf absoluut niet in staat bent, om uw eigen probleem op te lossen.
Uzelf kunt aan Gods gerechtigheid niet voldoen. U hebt een Borg en Zaligmaker nodig. U hebt Hem, u hebt Jezus nodig, om te staan in uw plaats, om uw schuld te voldoen en om uw straf weg te nemen. En zolang dat niet zo is, bent u in gevaar om voor eeuwig om te komen. En dat gaat hem aan Zijn hart. U zit er onbewogen bij, maar Hij huilt, nu in de prediking van het Evangelie, over u.
c. Het zijn (in de derde plaats) tranen, die u ertoe willen brengen om tot Hem te vluchten. Als u dan Zijn tranen ziet, kijk dan niet de andere kant op, ga niet door, maar kom en vlucht naar Hem toe. Aanbid Hem, omhels Hem, kus Zijn voeten en neem Zijn genade ootmoedig aan.
Jezus huilde tranen over Jeruzalem, een stad vol van verzet en vijandschap tegen genade. Dat is, kinderen van God, geliefde medechristenen, ook de plaats waar wij vandaan komen. En dus huilde Jezus tranen, ook over ons. En, is dat nu voorbij…? Hij heeft ons zo liefgehad. Hij heeft zoveel voor ons gedaan. De Vader gaf Hem, Zijn liefste Zoon, voor ons over in de dood. En Hij gaf Zichzelf over tot in de dood van het kruis. Hij kocht ons, niets met vergankelijke dingen, zilver of goud, maar met de prijs van Zijn kostbare bloed. Hij zocht ons, Hij vond ons, Hij raapte ons op en bracht ons terug tot de vrede met God door het bloed van de verzoening. En Hij heeft verwacht (zegt Jesaja) dat we goede vruchten zouden voortbrengen, maar dat hebben we zo vaak niet gedaan. We hebben zo vaak stinkende vruchten voortgebracht (Jesaja 5:2En Hij heeft dien omtuind, en van stenen gezuiverd, en Hij heeft hem beplant met edele wijnstokken; en Hij heeft in deszelfs midden een toren gebouwd, en ook een wijnbak daarin uitgehouwen; en Hij heeft verwacht, dat hij goede druiven zou voortbrengen, maar hij heeft stinkende druiven voortgebracht.,4).
Is er reden om te denken, dat Christus aan de rechterhand van Zijn Vader in de hemel alleen met vreugde en blijdschap naar ons kijkt en aan ons denkt? Of zou er ook een traan over Zijn wangen kunnen rollen, denkend aan Zijn ontrouwe bruid? De apostel zegt niet voor niets tegen de gemeente van Efeze: En bedroeft de Heilige Geest Gods niet, door Welken gij verzegeld zijt tot de dag der verlossing (Efeze 4:30En bedroeft den Heiligen Geest Gods niet, door Welken gij verzegeld zijt tot den dag der verlossing.). Is er geen reden voor ons om met de huilende profeet Jeremia mee te huilen, in diepe schaamte: Och, dat mijn hoofd water was en mijn oog een springader van tranen! Zo zou ik dag en nacht bewenen: mijn schuld, mijn ontrouw, mijn inwendig verderf? (Jer. 9:1Och, dat mijn hoofd water ware, en mijn oog een springader van tranen! zo zou ik dag en nacht bewenen de verslagenen van de dochter mijns volks.) Christus huilt meer om ons, dan dat wij om onszelf huilen.
En toch, toch kijkt Hij vanuit de hemel ook met blijdschap naar ons, maar dan om Zijn Eigen werk in ons hart. Maar, zo vraag ik u en mezelf, moet dat liefhebbende en medelijdende hart van onze goede Meester ons niet meer dringen om in Zijn kracht Godzalig te leven? Om (zoals de apostel zegt) de nieuwe mens aan te doen? Om de duivel geen plaats te geven? Om onze reinigmaking en zaligheid te zoeken in Hem? En om te leven in de verwachting van de zalige hoop en verschijning der heerlijkheid van de grote God en onze Zaligmaker Jezus Christus? Gelukkig mogen we ons ook getroost weten, vanwege onze medelijdende en getrouwe Hogepriester in de hemel, omdat Hij altijd voor ons bidt.
Laten we voor het wij verdergaan met ons tweede aandachtspunt nu eerst samen zingen uit Psalm 95, daarvan het zesde vers: 'k Heb aan dit volk, dat Mij vergat, een lange tijd verdriet gehad, Ja, veertig jaar hun hoon verdragen, En zei: Dit volk, dat steeds Mij sart, Heeft een verdwaasd en dwalend hart; 't Schept in Mijn wegen geen behagen.
Gemeente, het gaat vanmorgen in de preek over de huilende Jezus. We hebben in ons eerste punt gelet op Zijn tranen. In ons tweede aandachtspunt luisteren we naar:
Ik bedoel deze woorden: Och, of gij ook bekende, ook nog in deze uw dag, hetgeen tot uw vrede dient! Maar nu is het verborgen voor uw ogen.
Het zijn, als je ze leest, geen mooie volzinnen. Het zijn afgebroken zinnen, als komen ze met horten en stoten uit Zijn mond. Woorden vol verdriet. In het bijzonder over u, onbekeerde vrienden. Nooit heeft iemand zo over u gehuild, als dat de Zaligmaker deed en doet.
Och, of u ook bekende, hetgeen tot uw vrede dient! Och, dat u ook zou onderkennen, zou beseffen, zou inzien en geloven de dingen die tot uw vrede dienen. Welke dingen zijn dat? Die u niet onderkent, die u niet beseft, en die u niet gelooft?
1. Het zijn (in de eerste plaats) de dingen betreffende God. U onderkent niet, u beseft niet, u ziet niet in en u gelooft niet (hoewel u misschien met woorden anders zal willen doen geloven), dat u God verlaten hebt, dat u willens en wetens met Hem gebroken hebt. En dat u sindsdien zonder God in wereld bent. En dat Hij, de heilige God, daarom Zijn rechtvaardige vonnis over u uitgesproken heeft. En de dag van de voltrekking ervan heeft vastgesteld. Maar u gaat door, alsof er niets aan de hand is.
2. Het zijn (in de tweede plaats) de dingen betreffende Jezus. U onderkent niet, u beseft niet, u ziet niet in en u gelooft niet (hoewel u misschien met woorden anders zal willen doen geloven), dat Hij, Gods Eniggeboren Zoon, voor mensen zoals u, naar deze verloren wereld is gekomen. Zijn hoogheid en heerlijkheid, Zijn diep buigen en vernedering, u beseft het niet, dat dat was voor mensen zoals u! En u beseft niet dat Hij in het zicht van Zijn diepe lijden niet om Zichzelf huilde, maar om u! Welke dingen dat zijn? Die u niet onderkent, die u niet beseft, en die u niet gelooft?
3. Het zijn (in de derde plaats) de dingen betreffende uzelf. U onderkent niet, u beseft niet, u ziet niet in en u gelooft niet (hoewel u misschien met
woorden anders zal willen doen geloven), dat u God niet kent. Dat u zonder God in de wereld bent. Letterlijk goddeloos, zonder God. En, zo zegt de profeet Jesaja: de goddelozen hebben geen vrede (48:22, 57:21).
Ja, wel ogenschijnlijke vrede in deze wereld. Immers Asaf zegt in Psalm 73 dat de goddelozen geen banden hebben tot hun dood toe (Psalm 73:4). Wel ogenschijnlijke vrede, maar geen vrede met God. En u onderkent niet, dat het teken van het verbond aan uw voorhoofd, geen garantie is om straks aan te komen in de hemelse gewesten van de eeuwige vreugde. En u beseft niet, dat u in gevaar bent. Ieder ogenblik kan het zwaard van Gods toorn op u vallen. De gedachte daaraan kan geen traan uit uw ogen persen, maar de liefde van Christus en Zijn bewogenheid met u, laat de tranen ruim over Zijn wangen stromen. Hij huilt om uw dodelijke gevaar, wetend dat het Tyrus en Sidon verdraaglijker zal zijn in de dag van het oordeel dan u (Mattheüs 11:22Doch Ik zeg u: Het zal Tyrus en Sidon verdragelijker zijn in den dag des oordeels, dan ulieden.). Welke dingen zijn dat? Die u niet onderkent, die u niet beseft, en die u niet gelooft?
4. Het zijn (in de vierde plaats) de dingen betreffende de dienst van het Evangelie. U onderkent niet, u beseft niet, u ziet niet in en u gelooft niet (hoewel u misschien met woorden anders zal willen doen geloven), dat het aanbod van de Zaligmaker voorbij gaat. Drie jaar heeft Jezus gepreekt. Dit zijn de laatste twee weken voor Zijn lijden en sterven. En nog steeds gaan de meesten door in ongeloof, verzet en bittere vijandschap. En dat dringt Hem tot tranen. U ziet het niet in, dat nu nog geldt: Hoe liefelijk zijn op de bergen de voeten desgenen, die het goede boodschapt, die de vrede doet horen; desgenen, die goede boodschap brengt van het goede, die heil doet horen; desgenen, die tot Sion zegt: Uw God is Koning, maar dat binnenkort die liefelijke voetstappen niet meer gehoord zullen worden, maar de rouwklagers in de straat zullen omgaan (Jesaja 52:7Hoe liefelijk zijn op de bergen de voeten desgenen, die het goede boodschapt, die den vrede doet horen; desgenen, die goede boodschap brengt van het goede, die heil doet horen; desgenen, die tot Sion zegt: Uw God is Koning.; Prediker 12:5Ook wanneer zij voor de hoogte zullen vrezen, en dat er verschrikkingen zullen zijn op den weg, en de amandelboom zal bloeien, en dat de sprinkhaan zichzelven een last zal wezen, en dat de lust zal vergaan; want de mens gaat naar zijn eeuwig huis, en de rouwklagers zullen in de straat omgaan.) Christus, lieve vrienden, begeert uw dodelijke dag niet (Jeremia 17:16Ik heb toch niet aangedrongen, meer dan een herder achter U betaamde; ook heb ik den dodelijken dag niet begeerd, Gij weet het; wat uit mijn lippen is gegaan, is voor Uw aangezicht geweest.).
Och, of u ook bekende, ook nog in deze uw dag, hetgeen tot uw vrede dient! Ook u, in deze uw dag(!)… Want de dag van het Evangelieaanbod gaat voorbij. De bonusaanbiedingen van Albert Heijn zijn tijdelijk. Daarom kijkt u er ook zo goed naar. Alle aanbiedingen gaan voorbij, zo ook deze. Nu, op deze dag geldt de aanbieding, voor morgen kan ik u niets zeggen, nu geldt de dag-aanbieding van de liefdevolle en nodigende Zaligmaker in tranen: O alle gij dorstigen! komt tot de wateren, en gij, die geen geld hebt, komt, koopt en eet, ja komt, koopt zonder geld, en zonder prijs, wijn en melk! Waarom weegt gijlieden geld uit voor hetgeen geen brood is, en uw arbeid voor hetgeen niet verzadigen kan? Hoort aandachtig naar Mij, en eet het goede, en laat uw ziel in vettigheid zich verlustigen. Neigt uw oor, en komt tot Mij, hoort, en uw ziel (uw dode ziel!) zal leven; want Ik zal met u een eeuwig verbond maken, en u geven de gewisse weldadigheden van David.
Denkt u niet dat u alle reden moet hebben, om Hem te vertrouwen? Als iemand u een slimme deal voorstelt, dan bent u voorzichtig. Dan denkt u: wat zit daar achter? Als iemand u een vaag mailtje stuurt, dan bent u op uw hoede. Maar als iemand (en wie is het? Het is de Zoon van God, de Zaligmaker van de wereld), als Hij met betraande ogen voor u staat, en u bidt, zoals nu in de dienst van het Evangelie? Zo liefdevol en zo bewogen? Hebt u dan nog reden om Hem te wantrouwen? Hebt u dan niet alle reden om Zijn oproep: Alleen ken uw ongerechtigheid, dat u tegen den HEERE, uw God, hebt overtreden! Bekeert u, gij afkerige kinderen! spreekt de HEERE, want Ik heb u getrouwd, en Ik zal u aannemen, een uit een stad, en twee uit een geslacht, en zal u brengen te Sion…
Hebt u dan niet alle reden om Zijn oproep te beantwoorden en te zeggen: Zie, hier komen wij, wij komen tot U, want gij zijt de HEERE, onze God? (Jeremia 3:13-14Alleen ken uw ongerechtigheid, dat gij tegen den HEERE, uw God, hebt overtreden, en uw wegen verstrooid hebt tot de vreemden, onder allen groenen boom, maar gij zijt Mijner stem niet gehoorzaam geweest, spreekt de HEERE. Bekeert u, gij afkerige kinderen! spreekt de HEERE, want Ik heb u getrouwd, en Ik zal u aannemen, een uit een stad, en twee uit een geslacht, en zal u brengen te Sion.; 3:22) Kom dan toch! O, omhels deze dierbare Christus en stel het niet langer uit! Kom als een huilende zondaar, om te vallen in de handen van deze huilende Zaligmaker.
Maar nu is het verborgen voor uw ogen. Het is een laatste, betraande zucht, die de mond van de Zaligmaker ontglipt. Het is verborgen voor u… Daarom ziet u het niet… U gelooft uw ellende niet. U ziet het gevaar van uw leven niet. U gelooft het niet, dat u niet in staat bent om uzelf ooit te redden. U bent verblind en de satan heeft uw ogen verblind opdat (u) niet bestrale de verlichting van het Evangelie der heerlijkheid van Christus, Die het Beeld Gods is (2 Korinthe 4:4In dewelke de god dezer eeuw de zinnen verblind heeft, namelijk der ongelovigen, opdat hen niet bestrale de verlichting van het Evangelie der heerlijkheid van Christus, Die het Beeld Gods is.). En Hij heeft uw ziel in slaap gewiegd met valse geruststellingen. En dus wijst u Christus af.
Hoe hard is het, om een huilend kind weg te sturen. Dat zal jullie papa of mama, jongens en meisjes, nooit doen. Hoe hard is het, om de betraande ogen van ouderen te negeren en weg te lopen. Maar hoe hard is het, om het betraande gezicht van Christus te verachten! Nooit heeft iemand zo’n hard hart gehad, dan u die Zijn liefde en medelijden met u veracht. Onbekeerde vrienden, kijk Hem in de ogen. En buig beschaamd uw hoofd. En kniel eerbiedig voor Hem neer. Want u bent de oorzaak van Zijn tranen.
Kinderen van God, geliefde medechristenen, tot slot nog twee dingen. 1. In de eerste plaats dit. Eén blik in ons hart laat ons zien en voelen (hoewel het daar in onze tekst niet direct over gaat, maar toch) hoezeer ook wij de Zaligmaker verdriet kunnen doen met onze ontrouw, met onze zonden en met ons dwalen. Daarom, nogmaals, schrijft Paulus in Efeze 4: Bedroeft de Heiligen Geest Gods niet, door Welken gij verzegeld zijt tot den dag der verlossing (Efeze 4:30). Zouden we niet met Petrus, na he zien van de blik van Jezus, zo meteen naar buiten moeten gaan, om bitter te wenen?
2. En in de tweede plaats nog dit. De nood van deze tijd dringt ons meer dan ooit om te zijn zoals onze Zaligmaker was: diep en hartelijk bewogen met deze ondergaande wereld, met Jeruzalem dicht bij de ondergang, met onze onbekeerde kinderen, jongeren en ouderen. Laten we ze voorleven in de dienst van de Heere. Laten we ze laten zien en laten voelen hoe goed het is, om de Heere te dienen. Laten we in het verborgen met de Heere spreken over onze zonden, maar met hen over Gods goedheid en genade. Over de rust en vrede, die er is in het dienen van de Heere, hoe het leven ook gaat. Laten we hen ernstig waarschuwen voor het gevaar van hun leven, denkend aan hun aanstaande ondergang. En laten we net als Jezus tranen huilen om hun onbekeerlijke hart. Zeggend met de profeet Jeremia, die ook wel de huilende profeet genoemd is: Och, dat (ook) mijn hoofd water was, en mijn oog een springader van tranen! Zo zou ik dag en nacht bewenen de verslagenen van de dochter mijns volks (Jeremia 9:1). Biddend, dat wij allemaal zouden bekennen, in deze onze dag, wat tot onze vrede dient. Dat geve de Heere, naar de rijkdom van Zijn genade en tot eer van God Drie-enig.
Amen. Slotzang Psalm 95:3:
Zijn' is de zee, ze is door Zijn kracht Met al het droge voortgebracht; 't Moet alles naar Zijn wetten horen. Komt, buigen we ons dan biddend neer; Komt, laat ons knielen voor de HEERE, Die ons gemaakt heeft en verkoren.
Andere preken over Lukas