11 augustus 2019
Handelingen 17:30-31: God dan de tijden der onwetendheid overgezien hebbende, verkondigt nu allen mensen alom dat zij zich bekeren; Daarom dat Hij een dag gesteld heeft, op welken Hij den aardbodem rechtvaardiglijk zal oordelen door een Man Dien Hij daartoe geordineerd heeft, verzekering daarvan doende aan allen, dewijl Hij Hem uit de doden opgewekt heeft.
INLEIDING
Op de Areopagus predikt Paulus over de onbekende God: Schepper, Onderhouder, dichtbij, opdat mensen Hem zouden zoeken. Ondanks kennis en godsdienst leeft men in zondige onwetendheid, buiten God. God heeft die tijden in geduld overzien, maar beveelt nu alle mensen, overal, zich te bekeren — geen vrijblijvende uitnodiging, maar een hemels bevel. Want Hij heeft een dag gesteld waarop Hij rechtvaardig zal oordelen door Christus, Die Hij uit de doden opwekte. Bekeer u, terwijl Zijn geduld nog duurt.
De drieledige boodschap van Paulus in Athene
HANDELINGEN 17:28-33
28 Want in Hem leven wij en bewegen ons en zijn wij; gelijk ook enigen van uw poëten gezegd hebben: Want wij zijn ook Zijn geslacht.
29 Wij dan zijnde Gods geslacht, moeten niet menen dat de Godheid goud of zilver of steen gelijk is, welke door menselijke kunst en bedenking gesneden zijn.
30 God dan de tijden der onwetendheid overgezien hebbende, verkondigt nu allen mensen alom dat zij zich bekeren;
31 Daarom dat Hij een dag gesteld heeft, op welken Hij den aardbodem rechtvaardiglijk zal oordelen door een Man Dien Hij daartoe geordineerd heeft, verzekering daarvan doende aan allen, dewijl Hij Hem uit de doden opgewekt heeft.
32 Als zij nu van de opstanding der doden hoorden, spotten sommigen daarmede; en sommigen zeiden: Wij zullen u wederom hiervan horen.
33 En alzo is Paulus uit het midden van hen weggegaan.
VOLLEDIGE TEKST
ds. J. IJsselstein - Handelingen 17:30-31
THEMA
De drieledige boodschap van Paulus in Athene
Gemeente, alles in onze samenleving draait om kennis. Wie slim is, met zijn hoofd of handen, die heeft kansen voor de toekomst! Dus jongens en meisjes, laat je trots je rapport zien aan pappa en mamma en aan opa en oma, en natuurlijk hoop je dat je er iets voor krijgt. Jongelui, je bent trots op je diploma van je middelbare school, van je vakopleiding, je MBO, je HBO of universitaire opleiding. Met zo’n papiertje op zak kom je een heel eind. Want zonder kennis, kom je nergens.
Zo denken trouwens veel kerkmensen ook. Ik ben niet bekeerd, maar ik weet wel veel. Ik ken mijn Bijbel goed, ik heb een diploma van de CGO en ik weet hoe God een mens bekeert. Gelukkig, want met kennis kom je een heel eind…, denkt u.
Dat dachten de mensen op de Areopagus in Athene destijds ook. Athene dat was het centrum van kennis en wetenschap, van filosofie en menswetenschappen. Dat was een stad van colleges en topuniversiteiten, van geleerden en professoren. Wat geschreven werd, werd daar geschreven. Wat uitgedacht werd, werd daar uitgedacht.
En daar in Athene is vandaag een bijzondere bijeenkomst. Heel veel geleerden, wetenschappers, professoren, filosofen, slimme studenten, ze zijn er allemaal. Want, wie houdt er een redevoering, wie houdt er een referaat? Ene Paulus. Een man die een betoog zal houden over een onbekende God! En daar kijken ze met spanning en interesse naar uit.
Zijn betoog is helder. Hij zegt: Ik zag (leest u maar even mee in uw Bijbel in vers 23), ik zag al lopend in uw stad een altaar voor de onbekende God. Over die God gaat het. En Hij (vers 24) en Hij alleen heeft de wereld gemaakt. Hij is de Heere van hemel en aarde. Hij woont niet in dit soort van tempels. Daar is Hij veel te groot voor. Hij (vers 25) zorgt ook voor alle dingen. Hij onderhoudt de wereld en geeft ons leven, adem, eten en drinken, ja, alles. Hij heeft de wereld niet alleen gemaakt (vers 26), maar Hij bestuurt en onderhoudt die ook tot op de dag van vandaag. En Zijn goede doel daarmee is (vers 27): Opdat wij de Heere zouden zoeken, of we Hem immers tasten en vinden mochten, hoewel Hij niet ver van ons is. Met andere woorden: U eet en drinkt, jij leeft en woont hier, met het doel dat je God zou zoeken! Dat je in het donker van je leven, al tastend op zoek zou gaan naar het licht!
Maar (vers 29) wij moeten Hem niet op de verkeerde manier zoeken. We moeten niet vertrouwen op beelden van goud, zilver en steen, zoals u, mensen in Athene, voor voorspoed en geluk vertrouwt op al deze goden. Maar! En dan komt de spits, de climax, de dringende toepassing, het slotoffensief aan einde van zijn redevoering (in vers 30 en 31): God dan, de tijden der onwetendheid overzien hebbende (dat wil zeggen: God heeft met geduld als het ware over die tijden heen gekeken, hopend op andere tijden), God dan, de tijden der onwetendheid overzien hebbende, verkondigt nu alle mensen alom, dat zij zich bekeren. Daarom dat Hij een dag gesteld heeft, op welke Hij de aardbodem rechtvaardig zal oordelen, door een Man, die Hij daartoe geordineerd heeft, verzekering daarvan doende aan allen, dewijl Hij Hem uit de doden opgewekt heeft.
Er wordt geschuifeld, er wordt ongemakkelijk gedraaid. Tijden van onwetendheid? Wil deze man zeggen dat wij onwetend zijn? Dat wij niets weten? Ik, professor in de wijsbegeerte, hoogleraar in de psychologie, net gepromoveerd in de natuurkunde? Wil deze man beweren dat ik onwetend ben? Ik, die net mijn mooie rapport gehad heb, die net mijn diploma gehaald heb, ben ik onwetend? Ik, die zoveel weet van God en van de Bijbel, van Wie God is en van hoe Hij werkt, ben ik dan ook onwetend?
Ja! Als u deze God, Die de wereld geschapen heeft, Die u leven geeft en onderhoudt, nooit gevonden hebt, al tastend zoekend in het duister naar licht, als u Hem niet persoonlijk kent, dan weet u niets! Al bent u professor in de godgeleerdheid, al weet u veel, al praat u veel, al praat u mooi. Al heb je heel veel diploma’s, als je God niet kent, dan weet je niets. Dan leef je nog in onwetendheid.
We gaan deze tekst samen overdenken. Handelingen 17:30-31God dan, de tijden der onwetendheid overzien hebbende, verkondigt nu allen mensen alom, dat zij zich bekeren. Daarom dat Hij een dag gesteld heeft, op welken Hij den aardbodem rechtvaardiglijk zal oordelen, door een Man, Dien Hij daartoe geordineerd heeft, verzekering daarvan doende aan allen, dewijl Hij Hem uit de doden opgewekt heeft., waar we Gods Woord als volgt lezen: God dan, de tijden der onwetendheid overzien hebbende, verkondigt nu allen mensen alom, dat zij zich bekeren. Daarom dat Hij een dag gesteld heeft, op welken Hij den aardbodem rechtvaardiglijk zal oordelen, door een Man, Dien Hij daartoe geordineerd heeft, verzekering daarvan doende aan allen, dewijl Hij Hem uit de doden opgewekt heeft.
Het thema voor de preek van vanmorgen/vanmiddag is: De drieledige boodschap van Paulus in Athene We letten samen op drie aandachtspunten: 1. Gods geduld in het verleden 2. Gods bevel in het heden 3. Gods oordeel in de toekomst Als eerste dus:
God dan, de tijden der onwetendheid overzien hebbende. Mensen in Athene, tot nu toe hebt u altijd uw vertrouwen en uw hoop gesteld op…?
Nou, kijk maar om u heen: op al deze goden, op deze beelden en tempels. En op uzelf: op uw intellect, op uw kennis, uw vermogen, uw inzicht, maar zonder de enige ware God, de Schepper van hemel en aarde te kennen. En dus was uw leven een leven in onwetendheid. Maar die onwetendheid was zondige onkunde. Want als u goed om u heen gekeken had, dan had u overal de vingerafdrukken gezien van uw Schepper en van de Instandhouder van deze wereld Mensen in [woonplaats], velen van ons hebben tot nu toe hun hoop en vertrouwen gesteld op…? Nou, kijk maar om u heen: op uw kennis en inzicht, op uw vaardigheden en diploma’s, op uw goede baan en bezittingen. Kijk maar in uw hart: op uw nette levensstijl en kennis van Bijbelse waarheden, op uw vermogen om de waarheid te onderscheiden en op uw kennis van hoe de Heere werkt in harten van mensen, maar zonder Hem, uw Schepper en Zijn Zoon Jezus Christus, echt te kennen? Dan leeft u tot nu toe in onwetendheid! Dan doet u alsof u dingen weet, u praat er misschien wel veel over, maar u weet niets. En dat is een zondige onwetendheid. En die zonde van niet-kennen en niet-weten is veel groter dan al de zonden van alle mensen in Athene bij elkaar. Want zij hadden deze Bijbel niet. Zij hadden niet zo’n kerk als deze. Maar u wel. En hoe vaak hebt u hier al niet gezeten, terwijl Christus u liefdevol nodigde om te komen, om u te genezen van uw zonden? Maar u wilde Zijn medicijn niet aannemen. Uw zonde is niet alleen zonde tegen uw Schepper, God de Vader, maar is ook zonde tegen Zijn Zoon Jezus Christus.
Maar, u bent er nog. Omdat? Omdat u beter bent dan anderen? Omdat u ondanks alles toch zo goed uw best doet? Omdat God een oogje dichtknijpt voor leden van de Gereformeerde Gemeenten? Nee! De reden dat God Zijn toorn over u inhoudt (terwijl Hij wel alles ziet en weet) is: Zijn geduld! Hij is diep beledigd door uw onwetendheid. Want u hoeft niet in het donker al tastend te zoeken naar licht, want het licht van het Evangelie schijnt hier helder. Maar tot nu toe hebt u het duister liever gehad dan het licht. De Heere is diep beledigd door uw zonde. En Hij kan in één moment met u afrekenen. Maar houdt Zijn hand terug… God kiest ervoor om te wachten, om uit te stellen, om geduldig te zijn. Hij overziet deze tijd, hopend en wachtend op andere tijden. Hij stelt in groot geduld Zijn toorn en wraak uit. En wacht. Op uw bekering.
Maar, voor u dringt de tijd veel meer dan voor de mensen in Athene destijds. Tegen hen zegt Paulus: Nu is de tijd van uw onwetendheid voorbij. Vanaf nu kan u niet meer zeggen: ‘Heere, ik wist het niet.’ Maar hebt u ooit wel een tijd in uw leven gehad, dat u het niet wist? Hebt u niet van kinds af aan geweten van God de Schepper, van zonde en genade, van redding en oordeel? (2 Timotheüs 3:15En dat gij van kinds af de heilige Schriften geweten hebt, die u wijs kunnen maken tot zaligheid, door het geloof, hetwelk in Christus Jezus is.) Is het geen wonder, dat God tot de dag van vandaag Zijn hand inhoudt en geduldig is? En is dat geen reden om grote haast te maken met het werk van uw bekering? Want misschien raakt het geduld van de Heere vandaag wel op. De Heere zal niet altijd met u blijven twisten (Genesis 6:3Toen zeide de HEERE: Mijn Geest zal niet in eeuwigheid twisten met den mens, dewijl hij ook vlees is; doch zijn dagen zullen zijn honderd en twintig jaren.). Is het geduld van de Heere, waar een einde aan komt, ook geen reden om ogenblikkelijk Zijn bevel te gehoorzamen? Dat bevel, wat we zullen zien in onze tweede gedachte: Nu
de tijden van onwetendheid voorbij zijn, nu (vers 30b) verkondigt God alle (!) mensen, alom(!), overal, dat zij zich bekeren! De Engelse King James Version gebruikt (terecht) een woord dat nog helderder is: God beveelt alle mensen alom, dat zij zich bekeren! Vandaar ons tweede aandachtspunt:
Wat u tot nu toe ook wist of niet wist… Misschien zit u dertig, vijftig, zeventig jaar in de kerk, maar u begreep er niets van. Maar vanaf nu is het anders! Dit is het, wat u weten moet en vanaf nu weet: God beveelt alle(!) mensen, overal(!), ook in [woonplaats], dat zij zich bekeren. De boodschap van dit boek, de boodschap van God is een bevel: Bekeert u!
U zegt: ‘Zouden we dat niet beter anders kunnen zeggen?’ Dat klinkt beter. Is het niet beter om te zeggen: ‘U moet bekeerd worden’, of ‘U kunt nog bekeerd worden?’ Kan de Heere niet beter zeggen: ‘Luister, als Ik een mens bekeer, dan doe Ik dat meestal zus of zo?’ U zegt: ‘Dat kan ik tenminste gewoon rustig aanhoren, daar kan ik fijn naar luisteren!’ Ja, ik snap die onrust, die ongetwijfeld ook destijds ontstond bij het gehoor van Paulus. Maar nee! Dit woord bevat een opdracht, een bevel! Een hemels bevel! Het is een bevel van de Opperbevelhebber van de hemelse strijdkrachten, van de Koning der koningen, van de Heere der heerscharen. U hebt geen keus. Het is geen optie. Het moet! God wil dat u zich bekeert! En u moet verschrikkelijk veel lef hebben (als u weet dat God in groot geduld Zijn arm van toorn en wraak inhoudt, al jaren, tot op de dag van vandaag), u moet verschrikkelijk veel lef hebben, nu dit hemelse bevel klinkt, om nee te zeggen.
U zegt: ‘Het Evangelie is toch alleen maar een nodiging?’ En het is al heel wat dat ik geloof dat het een oprechte en welgemeende nodiging is. Ja, dat is ook waar. Maar er is meer. En dat staat hier en ook op heel veel andere plaatsen in de Bijbel. Johannes de Doper begint te preken en zegt: Bekeert u, want het Koninkrijk der hemelen is nabij gekomen (Mattheüs 3:2En zeggende: Bekeert u; want het Koninkrijk der hemelen is nabij gekomen.). En als Jezus Zelf begint te preken, dan klinkt hetzelfde: Bekeert u, want het Koninkrijk der hemelen is nabij gekomen (Mattheüs 4:17Van toen aan heeft Jezus begonnen te prediken en te zeggen: Bekeert u; want het Koninkrijk der hemelen is nabij gekomen.). En hier staat hetzelfde weer. En ik leg deze woorden in alle ernst aan uw hart, namens mijn Heere en Zender. Het is een bevel, het is een liefdevol bevel. Het is een nodiging. Het is een hartelijke nodiging. Maar het is ook een dwingende nodiging: Bekeert u!
U zegt: ‘Ik heb een vraag. Wil God me wel hebben? Ik ben zo slecht?’ Vergis u niet. Er zijn tenminste twee redenen waarom God dit zo zegt. In de eerste plaats om ons te laten weten wat onze plicht is. Geen optie, geen keus, maar plicht. Kom! Bekeer u!
En in de tweede plaats om ons te laten weten waar de Heere blij mee is, waar Hij genoegen of behagen in heeft. Zou God dit bevelen, als Hij u niet zou willen hebben? Er is blijdschap voor de engelen, bij God, over één zondaar die zich nu bekeert (Lukas 15:10Alzo, zeg Ik ulieden, is er blijdschap voor de engelen Gods over een zondaar, die zich bekeert.).
Dat was uw vraag. Nu heb ik een vraag voor u: ‘Durft u God tegen te spreken?’ U denkt, u zegt zo vaak, misschien ook wel tegen uw kinderen (misschien zeggen pappa en mamma het wel vaak tegen je, jongens en meisjes): ‘Dit mag je niet doen van de Heere. Dit vindt de Heere niet goed!’ Maar dit vindt de Heere wel goed. En u moet het doen. Bekeer u. Draai u om. Wend u naar God toe. U leeft gericht op andere dingen, op uzelf, op uw kennis, op uw bezit, op uw godsdienst, maar keer u om! Er zal blijdschap zijn in de hemel, bij God, als u dat doet. Als jullie dat doen, jongens en meisjes: als je breekt met, als je stopt met de zonde. Dat weet je. Je bent niet onwetend, zoals heidense mensen. Je weet dat je niet mag zondigen (dat je niet ongehoorzaam mag zijn, dat je niet lelijk mag doen tegen anderen, dat je niet mag vloeken, liegen of stelen), maar je doet het toch. De Heere ziet het, maar Hij straft je niet. Hij wacht geduldig en zegt: Stop! Bekeer je. Ik wil zo graag dat je naar Mij terugkomt. Maar de Heere zegt het niet zo vrijblijvend als dat ik het nu zeg. Alsof de Bijbel een vrijblijvende uitnodiging is, zoals je die kan krijgen voor een leuke, gezellige bijeenkomst: Als je zin en tijd hebt, mag je komen. Zo niet, geen enkel probleem. Nee, dit is een bevel. Kom! Verplicht komen! Keer je om! Heb berouw over alles wat je tegen beter weten in gedaan hebt. Over het dienen van al die afgoden en over al dat vergeten van Mij. Zeg het (Ik beveel het!) allemaal eerlijk en open tegen Mij. En Ik zal je genezen. Ik zal je ziel redden en je een nieuw leven geven! God wil om Christus’ wil uw God zijn. En gebiedt u te komen. Om u af te wenden van de zonde en om u naar Hem toe te wenden (Jesaja 45:22Wendt U naar Mij toe, wordt behouden, alle gij einden der aarde! want Ik ben God, en niemand meer.).
Is het geen diepe belediging van de Hemelse Koning (Die in groot geduld Zijn hand nog even inhoudt) als u weer nee zegt? Wees toch overtuigd van de ernst van uw zonde en van uw opstand tegen God. Geloof toch het getuigenis van dit Woord, dat er om Christus’ wil een weg terug is naar God toe. En zoek toch met alle ijver die in u is, die weg te vinden. Zoals de Bijbel zegt: dagelijks wakende aan Zijn poorten (Spreuken 8:34Welgelukzalig is de mens, die naar Mij hoort, dagelijks wakende aan Mijn poorten, waarnemende de posten Mijner deuren.). En stop toch met het zoeken van uw behoud door andere wegen, vooral door de weg van goed doen, om zo beter te worden. In één woord: Geloof in de Heere Jezus Christus en u zult zalig worden (Handelingen 16:31En zij zeiden: Geloof in den Heere Jezus Christus, en gij zult zalig worden, gij en uw huis.).
Als u onbekeerd bent, lieve vrienden, dan is dat niet uw noodlot, dan is dat niet heel verdrietig omdat God het nog steeds niet heeft gedaan, dan is dat… uw eigen schuld. Omdat u dit bevel niet hebt opgevolgd. U bent een weigeraar! U bent een deserteur! De Opperbevelhebber van het leger geeft het commando aan de troepen: ‘Stop, draaien en terug!’ Maar u loopt gewoon door, de verkeerde kant op. Dat kan niet goed aflopen. Weigeren dit bevel van bekering te gehoorzamen, is net als bij de mensen in Athene, een diepe belediging van uw Schepper. Maar het is bij u erger dan bij hen. Het is bij u ook misdaad tegen het werk en de Persoon van Christus.
Het bevel is: ‘Knielt eerbiedig voor Hem neer!’ Maar u zegt: ‘Ik wil niet dat Hij Koning over mij zal zijn!’ Het is grove zonde tegen Gods bevel. En het is grove zonde tegen Gods liefde en geduld, tegen Zijn barmhartigheid en genade. De zonde van niet willen geloven kent zijn weerga niet…
Wat is het, wat betekent het: bekering? Als u het bevel hoort: ‘Bekeert u!’ Het is: je afkeren van de zonde en je toekeren naar God toe. Het is met berouw je zonden belijden en verlangen om voor God te gaan leven. Niet zoals die aan lager wal geraakte alcoholist aan de oever van de Mekong-rivier. Hij lag op het muurtje, aan de rand van de rivier, aan de boulevard in Phnom Penh. Hij had een blauw oog, een opgezwollen kaak, wonden aan zijn benen. Wat een ellende… (Wat een ellende waar u, die nog onbekeerd bent, zich in bevindt…)
Ik zeg: ‘Man, wat is je probleem?’ Zijn maat zegt (terwijl hij een flesje met bruin vocht aan zijn mond zet): ‘Hij? Hij is een echte alcoholist!’ (U, die onbekeerd bent, u bent verslaafd aan de zonde!) Hij komt overeind. Echt vast op zijn benen staat hij niet. Hij zegt: ‘Ja, meneer, ik heb een probleem. Mijn vrouw is vier jaar geleden overleden (‘Wat naar!’), mijn paspoort is gestolen (‘Da’s beroerd!’) en gisteren ben ik in elkaar geslagen en hebben ze al mijn geld gestolen (‘Da’s knap vervelend!’). ‘Maar, man, heb je niet ook een ander probleem? Drink je niet teveel?’ ‘Nee, meneer. Echt, u moet me geloven. Ik drink echt niet!’
Is dat niet wat u ook altijd zegt? U, die door de zonde ook aan lager wal geraakt bent. Ik zeg: ‘U bent een weigeraar! U bent een opstandeling! U wilt niet dat Jezus Koning over u is!’ U zegt: ‘Nee, meneer, echt niet. Dat is echt niet het probleem.’ Och, dat u op deze dag zou bekennen wat tot uw vrede dient. Namelijk dit: ‘Heere, ik ben het wel, zo’n zondaar. Hier ben ik. Ik ging altijd van U weg. Maar hier ben ik, nu kom ik naar U toe. En ik zeg het eerlijk: Ik heb gedaan wat kwaad is in Uw oog. Wees mij zondaar genadig.’ Lieve mensen, is dat teveel gevraagd? Heb toch berouw en kom toch terug. Doorgaan heeft consequenties. Voor die man aan de rivier, die ik daarna nooit meer terug gezien heb. En ook voor u! Doorgaan heeft grote gevolgen, voor nu en voor de eeuwigheid die komt. We gaan het zien in onze laatste gedachte, maar zingen eerst uit Psalm 51:1:
Genâ, o God, genâ, hoor mijn gebed; Verschoon mij toch naar Uw barmhartigheden; Delg uit mijn schuld, vergeef mijn overtreden: Uw goedheid wordt noch paal, noch perk gezet.
En wat er verder volgt in Psalm 51:1.
Gemeente, het gaat in de preek van vanmorgen/vanmiddag over de boodschap van Paulus op de Areopagus in Athene. We hebben gezien Gods geduld in het verleden, Gods bevel in het heden, en nu in de derde plaats:
Want waarom beveelt God alle mensen alom dat zij zich bekeren? Het staat in vers 31: Daarom dat Hij een dag gesteld heeft, op welken Hij de aardbodem rechtvaardig zal oordelen, door een Man, Dien Hij daartoe geordineerd heeft, verzekering daarvan doende aan allen, dewijl Hij Hem uit de doden opgewekt heeft. God heeft de dag van het oordeel vastgesteld. Die zal niet veranderd worden. Op die dag zal God oordelen, rechtvaardig, volgens de maat van de perfectie. Door een Man. Zij op de Areopagus kenden Hem niet. U wel. Hij heeft vaak geklopt aan de deur van uw hart. Hij komt, Hij komt om de aarde te richten. Om een rechtvaardig, een eerlijk oordeel te vellen over uw leven. Naar de maat van Goddelijke perfectie: God liefhebben boven alles en uw naaste als uzelf. U zult Hem zien. Met eigen ogen. Op die vastgestelde dag. Het geslachte Lam van God, komende op de wolken, als hemelse Rechter. Uitermate verhoogd, als loon op Zijn diepe vernedering. Diep was Hij vernederd tot in de dood van het kruis. Maar God heeft Hem uitermate verhoogd. Als teken en bewijs dat Hij het straks zal zijn, Die de wereld en alle mensen overal oordelen zal. Die ook u oordelen zal. Wat gaat u zeggen, als Hij u vragen zal: ‘Hebt u Mijn bevel gehoorzaamd? Hebt u gedaan wat Ik u zei?’ Veel heidenen zullen misschien wel zeggen (hoewel ik denk dat zij dat niet zullen doen): ‘Heere, we wisten het echt niet.’ De duivelen zullen zeggen: ‘Heere, voor ons was er geen medicijn.’ Maar wat gaat u zeggen? U zult verstommen…
Lieve vrienden, wat is er nog meer nodig om u te brengen tot gehoorzaamheid aan Gods bevel? Nee, wijs niet naar God. Kijk naar uzelf! God is geduldig. Meer geduld is ondenkbaar. Zijn roepstemmen zijn veel en ernstig. Zijn er meer ziekten, meer sterfgevallen nodig? Zijn liefdevolle nodigingen zijn meer dan genoeg.
Zie toch in waar u mee bezig bent. Bespaar uw (toekomstige) dominee, dat hij u zal moeten begraven zonder hoop. Bespaar uw familieleden dat ze straks achterblijven met ontroostbaar verdriet om uw Christus-loze sterven. Bespaar uzelf de eeuwige ellende van een zelfgekozen, eeuwige dood.
Wat u doen moet? a. In de eerste plaats: Verwacht het niet van het buitengewone. De rijke man dacht dat zijn broers zich zouden bekeren als iemand uit de doden zou opstaan en tot hen zou gaan (Lukas 16:30En hij zeide: Neen, vader Abraham, maar zo iemand van de doden tot hen heenging, zij zouden zich bekeren.). U hebt het profetische woord, deze Bijbel, die u beveelt om te breken met uw zonde (ook met de zonde van uw vertrouwen op uzelf) en om u als een arm zondaar tot de Heere te
wenden, biddend om Zijn genade. En dit Woord belooft vergeving aan een ieder die gelooft. b. In de tweede plaats, zo zegt de profeet Haggai: Stel uw hart op uw wegen (Haggai 1:5). Dat wil zeggen: ga nu eens zitten, op een rustige plaats, alleen, in uw binnenkamer (in uw bidvertrek) en denk na. Overdenk wat u gedaan hebt. Haal u in herinnering, alles wat u tegen de Heere gedaan hebt en belijd het voor Hem.
c. Overdenk, in de derde plaats, ernstig wat de wegen van de Heere in uw leven u te zeggen hebben, in het bijzonder wegen van ernstige tegenspoed, maar nog steeds gepaard gaand met geduld. Met geduld dat eindig is. Denk aan wat de Heere zegt bij monde van de Spreukendichter in Spreuken 1: Keert u tot Mijn bestraffing. Bestraffing, tegenspoed en ziekte komen uit Mijn hand. Keer u tot die hand. Loop er niet van weg. Ga niet door, maar kom, juist nu! Er staat een belofte bij: Keert u tot Mijn bestraffing. Ziet, Ik zal Mijn Geest u overvloedig uitstorten, Ik zal Mijn woorden u bekend maken.
Er staat ook een bedreiging bij: Als u geweigerd hebt, als u Mijn raad verworpen en Mijn bestraffing niet gewild hebt (hoort u, hoe bewust en opzettelijk), dan zal Ik ook in ulieder verderf lachen, Ik zal spotten, wanneer uw vreze komt. Wanneer uw vreze komt gelijk een verwoesting, en uw verderf aankomt als een wervelwind; wanneer u benauwdheid en angst overkomt, dan zullen zij tot Mij roepen, maar Ik zal niet antwoorden; zij zullen Mij vroeg zoeken, maar zullen Mij niet vinden (Spreuken 1:24-28). Beste vrienden, dan is de tijd om u te bekeren voorbij. Dan is Gods geduld voor eens en altijd op.
d. Doe, in de vierde plaats, alles wat u kunt in het gebruiken van de middelen die God u gegeven heeft om u tot genade te brengen (zie Hosea 5:4Zij stellen hun handelingen niet aan, om zich tot hun God te bekeren; want de geest der hoererijen is in het midden van hen, en den HEERE kennen zij niet.). Bidt en u zal gegeven worden. Zoekt en gij zult vinden. Klopt en u zal opengedaan worden. Want een iegelijk, die bidt, die ontvangt; en die zoekt, die vindt; en die klopt, dien zal opengedaan worden (Mattheüs 7:7-8Bidt, en u zal gegeven worden; zoekt, en gij zult vinden; klopt, en u zal opengedaan worden. Want een iegelijk, die bidt, die ontvangt; en die zoekt, die vindt; en die klopt, dien zal opengedaan worden.).
e. Vraag, in de vijfde plaats, of de Heere wil doen, wat Hij u beveelt. Want Hij Die u oordelen zal, de Man die God daartoe gesteld heeft, Hij die u nodigt, Hij die u dwingt om te komen is Dezelfde die God door Zijn rechterhand verhoogd heeft tot een Vorst en Zaligmaker, om Israël te geven(!) bekering en vergeving der zonden (Hand. 5:31Deze heeft God door Zijn rechterhand verhoogd tot een Vorst en Zaligmaker, om Israël te geven bekering en vergeving der zonden.). Zeg dan toch: Heere, bekeer mij, zo zal ik bekeerd zijn, want Gij zijt de HEERE, mijn God (Jeremia 31:18Ik heb wel gehoord, dat zich Efraïm beklaagt, zeggende: Gij hebt mij getuchtigd, en ik ben getuchtigd geworden als een ongewend kalf. Bekeer mij, zo zal ik bekeerd zijn, want Gij zijt de HEERE, mijn God!). Bij de mensen is dat onmogelijk, maar bij U zijn toch alle dingen mogelijk (Mattheüs 19:26En Jezus, hen aanziende, zeide tot hen: Bij de mensen is dat onmogelijk, maar bij God zijn alle dingen mogelijk.)?
Toen dit gezegd was, wat gebeurde er toen? Hetzelfde als nu. Sommigen spotten. Met het Woord, of met de man die het Woord bracht. Sommigen stelden hun antwoord uit: ‘We zullen er later wel meer van horen.’ Maar sommigen hingen Paulus aan en… geloofden. Bij welke groep hoort u? Bij de eerste, bij de tweede of bij de laatste?
Zegt u na alles wat u gehoord hebt: ‘Heere, ik moet, ik wil, ik zal komen? Heere, geef me toch wat U gebiedt. Brengt U me toch en geeft U me toch bekering en vergeving van zonden?’ Zo zegt de Heere, de Redder, Die straks uw Rechter zal zijn: Bekeert u, want het Koninkrijk der hemelen is nabij gekomen (Mattheüs 4:17)
Amen.
Slotzang Psalm 98:4:
Laat al de stromen vrolijk zingen, De handen klappen naar omhoog; 't Gebergte vol van vreugde springen En huppelen voor des HEEREN oog: Hij komt, Hij komt, om d' aard' te richten, De wereld in gerechtigheid; Al 't volk, daar 't wreed geweld moet zwichten, Wordt in rechtmatigheid geleid.
Andere preken over Handelingen