Kerst - 24 januari 2021
Lukas 2:34: En Simeon zegende henlieden en zeide tot Maria, Zijn moeder: Zie, Deze wordt gezet tot een val en opstanding van velen in Israël, en tot een teken dat wedersproken zal worden
INLEIDING
Simeon zegent Maria en Jozef in de tempel en profeteert dat de Heere Jezus gezet wordt tot een val en opstanding van velen in Israël. Velen vallen door ongeloof: zij ergeren zich aan Zijn lage staat en Zijn scherpe woorden, en gaan voor eeuwig verloren. Maar wie, ontdekt aan zichzelf, struikelend voor Hem neervalt, wordt door Hem opgericht — uit genade geboren, telkens weer vallend en opgeraapt, om niet op eigen kracht, maar biddend te leven, tot eer van Zijn Naam alleen.
De Zaligmaker gezet, aangesteld tot…
LUKAS 2:27-35
27 En hij kwam door den Geest in den tempel. En als de ouders het Kindeken Jezus inbrachten, om naar de gewoonte der wet met Hem te doen,
28 Zo nam hij Hetzelve in zijn armen en loofde God en zeide:
29 Nu laat Gij, Heere, Uw dienstknecht gaan in vrede, naar Uw woord;
30 Want mijn ogen hebben Uw Zaligheid gezien,
31 Die Gij bereid hebt voor het aangezicht van al de volken:
32 Een Licht tot verlichting der heidenen en tot heerlijkheid van Uw volk Israël.
33 En Jozef en Zijn moeder verwonderden zich over hetgeen dat van Hem gezegd werd.
34 En Simeon zegende henlieden en zeide tot Maria, Zijn moeder: Zie, Deze wordt gezet tot een val en opstanding van velen in Israël, en tot een teken dat wedersproken zal worden
35 (En ook een zwaard zal door uws zelfs ziel gaan), opdat de gedachten uit vele harten geopenbaard worden.
VOLLEDIGE TEKST
ds. J. IJsselstein - Lukas 2:34
THEMA
De Zaligmaker gezet, aangesteld tot…
Gemeente, alles went… Zelfs het thuis zitten op zondag tijdens de corona-epidemie. Je raakt er na maanden wel een beetje aan gewend. Zoals u misschien na jaren ook wel gewend was geraakt aan het zitten in de kerk. Dat doen we nu eenmaal. We gaan op zondag tweemaal naar de kerk.
Ik ga u vanmorgen niet de vraag stellen of het iets met u gedaan heeft, want dat staat op voorhand vast. Want wie, op welke manier dan ook, met het Evangelie in aanraking komt, die ontkomt niet aan de invloed ervan. Niemand heeft hier in de kerk ooit neutraal of onverschillig geluisterd. Nooit bleef je, tijdens de preek, wie je was of waar je was. Het Woord deed iets met u, het Woord doet iets met u, iedere zondag. En u zelf deed iets met het Woord, uzelf doet iets met het Woord. Het was voor u of een reuk des levens tot leven, of een reuk des doods tot de dood. U warmde u aan de gloed van het Evangelie, of u brandde uw handen eraan. Zelfs al dacht u een andere dingen, zelfs al sliep u, u reageerde, u gaf antwoord. U nam het Woord aan met een schuldverslagen en vernederd hart. En Christus in het Woord. Of u verwierp het aanbod van het Evangelie. En Christus in het Evangelie. U zei ja, u was voor. Of u zei nee, u was tegen. En zo is het ook vandaag. U zegt ja, u bent voor. Of u zich nee, u bent tegen.
En de consequentie daarvan zien we in de woorden van Simeon, die we met Gods hulp samen gaan overdenken, vanuit Lukas 2:34En Simeon zegende henlieden, en zeide tot Maria, Zijn moeder: Zie, Deze wordt gezet tot een val en opstanding veler in Israël, en tot een teken, dat wedersproken zal worden.. Daar lezen we Gods Woord als volgt: En Simeon zegende henlieden, en zeide tot Maria, Zijn moeder: Zie, Deze wordt gezet tot een val en opstanding veler in Israël, en tot een teken, dat wedersproken zal worden.
Het gebeurt allemaal in het voorhof voor de vrouwen. Maria en Jozef komen veertig dagen na de geboorte van de Heere Jezus naar de tempel, om volgens de Wet van de Heere twee dingen te doen. De dagen van de reiniging van Maria zijn vervuld, die dagen zijn voorbij, en dus komen ze naar de tempel om de Heere te offeren. En ze komen ook om hun eerstgeboren Zoon aan de Heere voor te stellen.
Als opeens, voor hen onverwachts, Simeon op hen afloopt en de Heere Jezus in zijn armen neemt. En zegt: Nu laat Gij, Heere! Uw dienstknecht gaan in vrede naar Uw woord, want mijn ogen hebben Uw zaligheid gezien, die U bereid hebt voor het aangezicht van al de volken; een Licht tot verlichting der heidenen, en tot heerlijkheid van Uw volk Israël (vers 29-32).
Hij zingt, hij roemt de lof van de Drie-enige God. Van de Vader, Die dit heeft uitgedacht: Uw zaligheid. Van de Zoon, Die hij aanbidt in zijn armen: Uw zaligheid is dit reddende Kind. En van de Heilige Geest, Die dit alles heeft gedaan, Die dit alles heeft bereid, voorbereid en gerealiseerd, in de eeuwigheid en nu. En dan, als de lofzang van Simeon voorbij is, (je ziet het als het ware voor je), dan kijken ze elkaar aan… Jozef en Maria zijn verwonderd. Ze hebben van de Heere meer gehoord over dit hun Kind. Van de engel, en van de herders: Hij zal Zijn volk zalig maken van hun zonden. Maar dit gaat verder: zaligheid voor het aangezicht van al de volken, een licht tot verlichting der heidenen en tot heerlijkheid van uw volk Israël… Hun eerbied voor, hun verwondering over de Heere Jezus bloeien ongetwijfeld op. Zoals ook in het leven van Gods kinderen onze verwondering over en onze eerbied voor de Zaligmaker groter moeten worden. En Simeon zegende hen ook. Hij bidt voor de voortgang van het Koninkrijk van dit Kind. Zoals met de zegen uit Psalm 118: Gezegend is Hij, Die daar komt in de Naam des HEEREN! Wij zegenen ulieden uit het huis des HEEREN (Psalm 118: 26).
En dan richt hij zich in het bijzonder tot Maria, Zijn moeder. En zegt (wat staat in vers 34), en dat is de tekst voor de preek van vanmorgen: Zie, Deze wordt gezet tot een val en opstanding van velen in Israël, en tot een teken, dat wedersproken zal worden.
Het thema voor de preek van vanmorgen is: De Zaligmaker gezet, aangesteld tot… In de eerste plaats: tot een val. En in de tweede plaats: tot een opstanding. Van velen in Israël, van velen van degenen die het teken van het verbond dragen. Dus: de Zaligmaker gezet, aangesteld tot: 1. Een val 2. Een opstanding Als eerste dus:
Gezet tot. Geen toeval dus. Maar door God gezet, met autoriteit en gezag aangesteld. Als openbaring van Gods soevereine plan, als openbaring van de Raad van Gods welbehagen. Die er is, en die openbaar komt, die zichtbaar wordt. Maar, waar wij de inhoud niet van kennen. En hij is al zeker niet bedoeld voor diegenen die God niet kennen, om zich daarmee bezig te houden. Hoewel dat plan van God zich in hun leven wel onthult.
Het wordt, of u nu wilt of niet, het wordt zichtbaar. Wat? Of u door deze Jezus valt, of dat de Heere u door Hem op laat staan. En de consequenties van die val of die opstanding zijn blijvend, zijn eeuwig. Daarom, luister goed, slaap niet, doe geen andere dingen, maar spits uw oren. Dit is bepalend voor uw eeuwige bestemming. Dit: uw val, of uw opstanding.
Hij wordt gezet tot een val van velen in Israël. Een treurige profetie… Velen, beste vrienden, van degenen die het teken van het verbond aan hun voorhoofd dragen, vallen over de Zaligmaker, Zijn toorn valt over hen, en zij gaan voor eeuwig verloren. Denk toch niet, droomt toch niet: uw doop en uw avondmaalsgang kunnen en zullen uw ziel niet redden van de ondergang. Al de voorrechten die u hebt, brengen u niet in de hemel. We lezen in het evangelie van Johannes over de Heere Jezus: Hij is gekomen tot het Zijne, en de Zijnen hebben Hem niet aangenomen (Johannes 1:11Hij is gekomen tot het Zijne, en de Zijnen hebben Hem niet aangenomen.). Heel veel mensen zijn gevallen en zullen vallen over Christus en over Zijn Evangelie. Heel veel mensen in Israël, en in de kerk van vandaag. Die Johannes noemt: de Zijnen.
Waardoor? Waar struikelen en vallen zij over? Over hun ongeloof (Hebreeën 3:17-19Over welke nu is Hij vertoornd geweest veertig jaren? Was het niet over degenen, die gezondigd hadden, welker lichamen gevallen zijn in de woestijn? En welken heeft Hij gezworen, dat zij in Zijn rust niet zouden ingaan, anders dan dengenen, die ongehoorzaam geweest waren? En wij zien, dat zij niet hebben kunnen ingaan vanwege hun ongeloof.). Ze hoorden het Evangelie, in Judea en Galilea… Ze hoorden het Evangelie in [plaatsnaam]… Maar hun hart verzette zich, en zij geloofden het niet.
Waarom geloofden zij niet? Waarom gelooft u niet? Ik zal u een vijftal redenen noemen.
a. Als eerste: ze ergerden zich aan de lage staat van deze Koning. Was Hij gekomen in pracht en praal, ze zouden gejuicht en gedanst hebben. Maar nu komt Hij in diepe vernedering. En nu voelt ook u, dat als u deze Koning wilt volgen en Zijn onderdaan wilt zijn, dat ook u zich vernederen moet. Niet moet dansen en huppelen, maar moet buigen, knielen en kruipen.
b. De tweede reden was, dat ze Hem niet geleerd vonden. Ze zeiden: Hoe weet Deze de Schriften, daar Hij ze niet geleerd heeft? (Johannes 7:15En de Joden verwonderden zich, zeggende: Hoe weet Deze de Schriften, daar Hij ze niet geleerd heeft?) Als het Evangelie u zou uitdagen tot scherpzinnig denken, of zou prikkelen tot diepe inzichten, dan zou u zich aansluiten en mee willen gaan. Maar nu het Evangelie spreekt over zonde, verlorenheid en schuld, waar uzelf de oorzaak van bent, en waaruit u uzelf niet helpen kan, nu zegt u: het is dwaasheid.
c. De derde reden was: Hij was het Kind van moeder Maria. En, zo zeiden ze minachtend: Zo zijn wij niet. Wij zijn niet geboren uit hoererij (Johannes 8:41Gij doet de werken uws vaders. Zij zeiden dan tot Hem: Wij zijn niet geboren uit hoererij; wij hebben een Vader, namelijk God.). ‘Zo zijn wij niet’. Eén klein zinnetje, dat alle verzet tegen het Evangelie samenvat: ‘Zo ben ik niet’.
De corona-epidemie trekt door Nederland. ‘Het is om de zonden van Nederland’, zo zeggen we. Maar zo zijn wij niet. Wekelijks hoort u Toen Geboden. Heel goed, zegt u. Maar zo, dat ik die breken zou, zo ben ik niet. Dat is het, onbekeerde vrienden, wat u al jaren weghoudt van Christus en van het leven. Dit ene zinnetje: ‘Zo ben ik niet’.
4. De vierde reden van hun ongeloof was, dat Hij ook nog eens vrienden had, die zij niet zouden willen hebben: mannen uit het verachte Galilea, tollenaars en zondaars. Dat u op zulke mensen neerkijkt en daar niet bij wil horen, dat maakt dat u tot op de dag van vandaag, onbekeerde vrienden, ook niet bij Hem hoort. Wie zo diep buigen wil, ontmoet in Jezus een vriend van tollenaars en zondaars, maar voor wie dat te diep gebogen is, die staat tegen en valt.
5. En dan is er nog een laatste, een vijfde reden, dat velen in Israël niet in Hem geloofden, en dat velen van ons ook niet in Hem geloven: Zijn preken. Zo naar, zo scherp, zo confronterend, zo (zo zeiden ze), zo hard. Zoals staat Johannes 9: En Jezus zeide: Ik ben tot een oordeel in deze wereld gekomen, opdat degenen, die niet zien, zien mogen, en die zien, blind worden. En dit hoorden enigen uit de Farizeeën, die bij Hem waren, en zeiden tot Hem: Zijn wij dan ook blind? Noemt U ons, nette kerkmensen: blind, doof, arm, verloren, ellendig en mismaakt? Ja, de wereld om ons heen, dat snappen we, maar zijn wij dan ook: blind, doof, arm, verloren, ellendig en mismaakt?
Daarom hebben zich heel veel mensen in Israël destijds in ongeloof verzet tegen Jezus. En daarom verzetten zich nog steeds ook heel veel mensen in de kerk tegen Jezus en Zijn woorden. En dus vallen ze… Hij is hun tot een val…
Zij, in Israël vielen. En u, onbekeerden, valt. In een drie delige, in een drie soortige val. a. U valt, u bent bezig te vallen (in de eerste plaats) in het tegenstaan van het Evangelie, in het ontkennen van Gods waarheid, en dus in verzet tegen God Zelf. Ik zal het u toelichten. Ouderen, onbekeerd, diep ellendig in uzelf, maar zelfverzekerd…, u zegt op huisbezoek op de vraag van de broeders naar uw geestelijke toestand: ‘Ik bid mijn hele leven lang al, maar toch ben ik nog steeds onbekeerd…’ Dit is uw val! Spreekt u de waarheid? U bad, maar God hoorde niet? Of spreekt de Heere de waarheid? Dit volk eert Mij met de lippen, maar hun hart houdt zich ver van Mij? Het is gewoon niet waar. U bidt niet uw leven lang al. U liegt. U beschuldigt God van onbetrouwbaarheid. U liegt tegen God en maakt Hem dus tot een leugenaar (1 Joh. 1:10Indien wij zeggen, dat wij niet gezondigd hebben, zo maken wij Hem tot een leugenaar, en Zijn woord is niet in ons.).
b. U valt, u bent bezig te vallen in verzet tegen God, en (in de tweede plaats) in het minachten van Christus. Veel en vaak bent u genodigd, maar steeds weer had u een andere smoes. ‘Ik kan niet... Ik wil niet... Zo gemakkelijk gaat het niet...’
Dat klopt. Het heeft ook het bloed en het hart van Christus gekost. Maar het is niet zo dat Christus niet wilde of wil. Maar u wilde en wilt niet. U wilt niet buigen tot de diepte van Zijn vrienden, en als een zondaar bidden om genade.
c. U valt, u bent bezig te vallen. U maakt God tot een leugenaar, u minacht Christus, en (in de derde plaats) uw bedroeft de Heilige Geest. Er zijn tijden geweest dat uw leven onrustig werd gemaakt. Door een preek, door een onverwachts sterven, door een ernstige ziekte, aan het begin van de corona-epidemie… Maar het was allemaal als een morgenwolk, als een vroeg komende dauw die heen ging. U viel weer in slaap. En u slaapt sindsdien dieper dan ooit tevoren.
Beste vrienden, u valt. U bent bezig te vallen. En deze drie delige, deze drie soortige val lijkt ondertussen op de vrije val van een parachutist. Zonder parachute… U bent in gevaar. Op de grote zaligheid geeft u geen acht. Waarschuwingen legt u opzij. En uw eeuwige zaligheid veracht u voor de rommel van deze tijd. U valt over Christus. En nog even en dan valt Christus over u. Met de toorn van het Lam.
U wederspreekt het teken. Het teken van Gods liefde, van de liefde van de Vader. Het teken van Gods gerechtigheid. Een vernederde Christus in de kribbe, een stervende Christus aan het kruis. Het teken van Gods barmhartigheid, het teken van Immanuël, God met ons.
Laten we samen gaan zingen, en zing u over uzelf, en neem het ter harte, vallende zondaars, uit Psalm 73, daarvan het negende vers: Zij storten, in vrije val, van een top van eer in eeuwige verwoesting neer… Dit duurde, tot ik uit dien drom Van nevelen ging in 't heiligdom, Om met de Godsspraak raad te plegen. Daar zag ik, op wat gladde wegen De voorspoed zelfs de bozen leidt, En hoe G' in 't eind hun val bereidt; Zij storten van den top van eer, In eeuwige verwoesting neer.
Gemeente, dit Kind, zegt Simeon, deze Jezus, wordt en is gezet tot een val. En tot een opstanding van velen in Israël. Dat eerste hebben we gezien in ons eerste aandachtspunt: tot een val. We gaan nu verder met ons tweede aandachtspunt:
Tot een opstanding van velen in Israël. Wat een hoopgevende profetie!
Er is, gemeente, wat verschil van inzicht over hoe dit deel van de tekst uitgelegd zou moeten worden. Er zijn twee mogelijkheden en die hebben allebei goede papieren. Dus zal ik beide verklaringen meenemen.
a. Dit is de eerste uitleg: Deze verworpen Jezus is gezet, is aangesteld door de Vader, om tot een opstanding te worden van velen in Israël, en van velen in de christelijke kerk. Want, zo schrijft Johannes: Hij is gekomen tot het Zijne, en de Zijnen hebben Hem niet aangenomen. Zij vallen! Maar (en dan zien we een andere groep mensen) zovelen Hem aangenomen hebben, die heeft Hij macht gegeven kinderen Gods te worden, namelijk die in Zijn Naam geloven, welke niet uit den bloede, noch uit de wil des vleses, noch uit de wil des mans, maar uit God geboren zijn. Zij zijn opgestaan! (Johannes 1:11-13) Hun opstanding is geen eigen actie, geen daad in eigen kracht. Want hoe zou een geestelijk dode ooit opstaan? Ze zijn, zo schrijft Johannes: uit God geboren. Dat wat anderen in hun vrije val zo stoot: dat ‘zo ben ik niet’ (ik ben uit den bloede, ik ben van goede afkomst), ‘dat zelf willen doen’ (door de wil des vlezes, door de wil des mans), dat wat anderen in hun vrije val zo stoot en ons voorheen ook zo stootte, hebben wij door Gods genade achtergelaten. Dat heeft de Heere ons uit genade afgenomen. Het Evangelie, het levenwekkende Woord van Christus werd ons een kracht van God tot zaligheid. Een reuk des levens tot leven. Toen we door God uit God geboren werden.
Hij die voor anderen een Steen des aanstoots werd, een Rots om over te struikelen, Hij werd voor ons door Gods genade en vrije ontferming de Rots van behoud, het Fundament van ons leven, en een Toevlucht en Sterkte in tijden van benauwdheid.
Met andere woorden, en dat is de eerste uitleg: deze Christus zal een scheidslijn trekken door Israël. Hij zal Israël in tweeën delen. En deze Christus zal een scheidslijn trekken door de gemeente. Hij zal de gemeente in tweeën delen. De ene groep (die bestaat uit velen) valt en struikelt over Jezus. En de andere groep (dat zijn er gelukkig ook velen) staat op in Gods kracht en buigt voor Jezus. En gemeente, het is niet ons uiterlijk, het is zelfs niet onze avondmaalgang die bepaalt tot welke van deze twee groepen u en ik behoren. Maar het is het antwoord op de vraag: Wat dunkt u van dit Kind? Wat dunkt u van de Christus? (Mattheüs 22:42En zeide: Wat dunkt u van den Christus? Wiens Zoon is Hij? Zij zeiden tot Hem: Davids Zoon.).
En de heilige paradox is dat degenen die vallen, eigenlijk overeind staan en niet willen buigen. Ze zeggen: ‘Heere, zo ben ik niet! Ik ben geen zondaar, geen vijand van God en Christus, ik ben geen hardnekkige weigeraar.’ Maar dat degenen die opgewekt zijn door de Heere buigen. En zeggen: ‘Ja, Heere, zo ben ik wel. Ik ben een diep ellendig mens.’
Gemeente, bij welke van deze twee groepen hoort u? Zwijg niet, slaap niet, doe geen andere dingen, maar om uws levens wil: geef antwoord en zie de consequenties ervan in. Waar staat u op weg naar de eeuwigheid? Heeft uw houding tot dit Kind, tot Christus, u in vrije val gebracht? Of heeft dit Kind, deze Christus u midden in uw vrije val gegrepen en gered?
b. Er is nog een andere, een tweede uitleg mogelijk van deze zin: Deze wordt gezet tot een val en opstanding van velen in Israël. Namelijk, dat het hier niet zou gaan om twee groepen mensen zoals we net zagen, maar om één en dezelfde soort van mensen. Die door de Heere Jezus gebracht worden: en tot een val, en tot een opstanding. En ook in die volgorde: eerst tot een val, en daarna tot een opstanding.
En, gemeente, daarin ligt een boodschap, een Evangelieboodschap, voor u allemaal. Ook voor u, die in vrije val uw einde tegemoet snelt. Kom, luister! De Heere zoekt (ook in deze ernstige waarschuwing) het behoud van uw ziel!
Dit is wat de Heere Christus deed en nog steeds doet. Hier is Hij voor aangesteld door de Vader. Als eerste: tot een val. Waar laat de Heere me dan vallen? En hoe laat Hij mij dan vallen? Zo: eerst stond ik overeind, fier en trots. Ik wilde niet buigen, ik wilde niet breken. Ik dacht, ik zei: ‘Zo ben ik toch niet, Heere? Ben ik dan ook blind?’ En nu opent Hij mijn ogen. En ik zie het. Ik dacht dat ik stond, ik dacht dat ik kon staan, maar in werkelijkheid lig ik op de grond. Ik ben in Adam gevallen, ik ben een verloren mens. Ik ben onmachtig, onwillig, zonder God en zonder hoop. En terwijl ik vroeger niet voelde dat ik viel, voel ik me juist nu wel vallen… Want het vertrouwen op mezelf ontvalt me. De hoop op mijn eigen inspanningen, op mijn goede werken glipt me door de vingers. En dat maakt me klein, voor God. Ik heb gezondigd tegen de allerhoogste God. En in mij is werkelijk niets dat redden kan. Ik kan nog een poosje hierop, een tijdje daarop hopen, maar het is en wordt zoals de dichter zegt: alle hoop ontvalt me. Wie zorgt er voor mijn ziel?
Het is als het moment waarop je bij de specialist in het ziekenhuis zit. Je leefde altijd zo gezond. Je had vertrouwen in je leefstijl, in gezond eten en genoeg bewegen. En nu zit je voor de man of vrouw in de witte jas. Hij of zij heeft onderzoek gedaan. En zegt: ‘Meneer, mevrouw, ik heb een slechte boodschap voor u. U dacht dat u gezond was. Maar u hebt een kwaadaardige ziekte. Uitgezaaid. Het zit overal… Je voelt jezelf vallen. Je valt…
Je valt… Als vanmorgen de diagnose van uw leven wordt gesteld, door de hemelse Dokter: melaats, uitgezaaid, van top tot teen. Je voelt jezelf vallen. Je valt. Je voelt wat de dichter voelde: Toen alle hoop mij gans ontviel, en niemand zorgde voor mijn ziel. Je valt. De Dokter laat je vallen, met zijn eerlijke diagnose.
U zegt: ‘Dokter, ik kan het bijna niet geloven. Maar als u het zegt, u bent de deskundige, u weet het, dan is het waar. Dokter, is er behandeling, is er genezing mogelijk?’ Antwoord…? Ja. Voelt dat niet als een hand die een vallend mens vastgrijpt, omhoog helpt en weer op laat staan?
De Wet in de handen van Christus is onderzoekend, ontdekkend en stelt een dodelijke kwaal vast. En wij vallen… Maar het Evangelie in de mond van Christus is hoopgevend, troostvol en genezend. Hij richt ons op. Zo is Christus, ook op deze manier, gezet tot een opstanding.
En zo wil Hij voor iedereen van ons ook zijn. Het Woord van de Heere zegt: U valt! Ik zeg: Nee, Heere, ik ben goed. Ik sta! En de Heere opent mijn blinde ogen, en ik zie het: Het is waar, ik val wel, ik ben in dodelijke gevaar. Maar het Evangelie pakt mijn hand en zegt: Er is vergeving. Want de Heere Jezus Christus is gekomen om te zoeken en zalig te maken dat verloren was. De Heere ondersteunt allen, die vallen, en Hij richt de gebogenen op (psalm 145: 14)
Het Woord van de Heere zegt tegen ontdekte zondaars: Betaal wat u schuldig bent. U hebt een hemelhoge schuld. Ik zeg: Heere, ik zal U alles betalen (Mattheüs 18:26De dienstknecht dan, nedervallende, aanbad hem, zeggende: Heer! wees lankmoedig over mij, en ik zal u alles betalen.). En de Heere opent mijn blinde ogen en laat me zien: Zelfs mijn gerechtigheden, mijn beste werken, zijn een wegwerpelijk kleed. En ik val… Maar het Evangelie pakt mijn hand en zegt: Het is waar, u verdient niets. Maar het Kind in de armen van Simeon is bereid om uw schuld te betalen. Hij kan het en Hij wil het. Omdat Hij in deze vervloekte wereld kwam, juist voor zulk soort mensen als dat u bent. Hij offerde Zich aan het vloekhout van het kruis. Hij stierf voor Zijn vijanden. En Hij is opgestaan, Hij leeft. En Hij is bereid om alles voor u te doen.
Gemeente, wie u ook bent, u hebt deze Jezus, u hebt deze Christus nodig. Kom toch, struikelend, en val aan Zijn voeten en wordt behouden. Want als u doorgaat in uw vrije val, zult u omkomen. Laat u toch vallen in de armen van deze reddende Zaligmaker. Die u roept: Kom, verlaat de slechtheid, verlaat de zonde en leef. Wend u naar Mij toe en wordt behouden. Geloof in Mij (in Mijn werk, in Mijn offer, in Mijn bloed, in Mijn leven) en u zult zalig worden.
En dan? Als je dan door Gods genade opgeraapt bent, loop je dan fier en rechtop verder, in nieuwe kracht, in eigen kracht? Nee, wie loopt op eigen kracht, die vergist zich. Die is eigenlijk gewoon bezig met zijn of haar vrije val.
Het leven met God begint met vallen en (Gode zij dank) met opstaan. Omdat ik door God Zelf opgeraapt word. Het begint met: van zonde gebracht worden tot genade. Maar het leven met God is ook blijvend een leven van vallen en opstaan. Omdat ik door God Zelf opgeraapt word. Het blijft: van zonde gebracht worden tot genade.
Want het is ook het werk van Christus (Hij is gezet tot een val en opstanding) om ons, die Zijn kinderen mogen zijn, te leren dat we niet op eigen benen kunnen en mogen gaan staan. Zodra ik op eigen benen gaan staan, en denk weer verder te kunnen zonder Christus, zodra legt Hij een steen voor mij, breek ik mijn been en raak ik weer aan de grond. Ik val. Ik wil een juichend en springend leven. Maar Christus leert me een biddend en kruipend leven. Want zo alleen is alle eer voor Hem.
Lig ik in mijn hart op de grond, verslagen en ontmoedigd om mijn blijvende zonden, dan richt Hij mij op en zegt: De zonde zal over u niet heersen. Lig ik in mijn hart op de grond, troosteloos en moedeloos vanwege mijn dwaalzieke hart, dan richt Hij mij op en zegt: Troost, troost Mijn volk. Uw zonde is verzoend. Er zal verlossing komen. Lig ik in mijn hart op de grond van verdriet, zorg en twijfel, dan richt Hij mij op en zegt: Ziet, Ik ben uw heil alleen.
Maar als ik dan vroeg of laat weer opsta en verder ga op mijn eigen weg, vertrouwend op mijn eigen kracht, hopend op mijn goede werken en vernieuwde leven (blind als ik ben). En als mijn armoede weer sterft, mijn geloof weer verzwakt en mijn gebed weer kwijnt, omdat ik weer begin te denken: ‘Zo, zo zondig en ellendig, ben ik toch niet meer...?’ Dan laat Hij mij vallen. Ik val met Petrus in slaap. Hij zegt: Simon, slaapt u? Kunt u niet een uur waken? Maar ik slaap door… Hij laat me nog een keer vallen. Ik verloochen Zijn Naam. Maar dan, op Gods tijd: Hij kijkt me aan. Dat is de hand die me grijpt. En ik ga naar buiten en ween bitter. Ik ben weer aan de grond. En dus pas ik weer bij Hem, Die het verlorene redt, de Zaligmaker van zondaars. En zo blijft er, na veel struikelen en vallen, na veel gevonden en opgeraapt zijn, over de zucht van Paulus: Ik ellendig mens. Maar ook zijn onuitsprekelijke dank: Ik dank God, door Jezus Christus, onze Heere.
Gemeente, welk leven is nu gelukkiger? Welk leven is veiliger? Welk leven brengt u uiteindelijk tot echte rust? En welk leven is meer tot eer van God? Het leven in uw vrije val, zonder parachute? Of dat leven van vallen en opgeraapt worden, aan de hand van onze grote Heere en Zaligmaker?
U weet het antwoord. Val dan niet, struikel dan niet over Hem. Maar val voor Hem en aanbidt Hem. Dan zal Hij u (zegt Jesaja) tot een Heiligdom zijn, maar (anders) tot een rotssteen der struikeling, tot een strik en tot een net (Jesaja 8:14Dan zal Hij ulieden tot een Heiligdom zijn; maar tot een steen des aanstoots en tot een rotssteen der struikeling den twee huizen van Israël, tot een strik en tot een net den inwoners te Jeruzalem.).
Lieve vrienden, er is zoveel mee gemoeid. Het gaat om leven of dood. Het is een liefelijke gedachte, dat Christus voor velen een reuk des levend tot leven zal zijn. Maar het grijpt ons ook aan, dat Hij voor velen van u een reuk des doods tot de dood zal zijn. Voor velen een teken dat bewonderd zal worden. Een eeuwigheid lang. Voor anderen een teken dat tegengesproken zal worden. Voor een korte tijd. Totdat uw vrije val u breekt.
Wie tot Christus komt, nu, op dit moment, zal Hij niet weigeren. Neem Zijn genade ootmoedig aan, met een berouwvol en vernederd hart. U bent welkom. Wend u naar hem toe. Roep Zijn Naam aan. Keer u tot Zijn bestraffing. Raak de zoom van Zijn kleed aan. Geloof zijn heil- en troostrijk woord. Kom, drink van het water des levens om niet. Leg uw handen vol zonden en schuld op het hoofd van het Lam van God… En Hij zal u tot opstanding, tot redding en zaligheid zijn.
Maar… wijs Hem af, maak God tot een leugenaar, veracht de Zaligmaker en bedroef de Heilige Geest, minacht en vertrapt het bloed van het kruis… En Hij zal u tot een val zijn, tot eeuwige ondergang.
Maar ik bid u: Doe dat niet! Val en struikel niet over Christus. Maar buig voor Hem. Zie het Lam van God. En val neer voor het Lam. Wie Hem nederig valt te voet, zal van Hem Zijn wegen leren.
Amen.
Slotzang Psalm 145:5
Uw heerschappij verduurt zelfs d' eeuwigheid; Uw koninkrijk is eindeloos uitgebreid. U ondersteunt hem, die voor 't onheil zwicht: Wie nederstort, wordt door U opgericht. 't Ziet al op U; 't blijft alles op U wachten; U sterkt door spijs, te rechter tijd, hun krachten; G' ontsluit Uw hand, ontfermend en weldadig,
Opdat Uw gunst, al wat er leeft, verzadig'.
Andere preken over Lukas
Andere preken voor Kerst
Andere gerelateerde preken