Advent - 30 november 2014
Jesaja 42:6-7: Ik, de HEERE, heb U geroepen in gerechtigheid, en Ik zal U bij Uw hand grijpen; en Ik zal U behoeden, en Ik zal U geven tot een Verbond des volks, tot een Licht der heidenen, Om te openen de blinde ogen, om den gebondene uit te voeren uit de gevangenis, en uit het gevangenhuis hen die in duisternis zitten.
INLEIDING
Als voorbereiding op het Heilig Avondmaal tekent Jesaja onze oorspronkelijke ellende: blind, gebonden en levend in duisternis, van nature onbekwaam tot enig goed. Toch verricht de Knecht des HEEREN een wonderlijk werk: Zelf geblinddoekt en gebonden, verdroeg Hij de duisternis van Gods verlating, om blinden het gezicht te geven, gevangenen te bevrijden en ons tot het licht te brengen. Wie dit kent, mag troost zoeken buiten zichzelf, in Christus alleen, die het gekrookte riet niet verbreekt en Zijn werk voltooit.
Het werk van de komende Messias
JESAJA 42:5-9
5 Alzo zegt God de HEERE, Die de hemelen geschapen en dezelve uitgebreid heeft, Die de aarde uitgespannen heeft en wat daaruit voortkomt; Die den volke dat daarop is, den adem geeft, en den geest dengenen die daarop wandelen:
6 Ik, de HEERE, heb U geroepen in gerechtigheid, en Ik zal U bij Uw hand grijpen; en Ik zal U behoeden, en Ik zal U geven tot een Verbond des volks, tot een Licht der heidenen,
7 Om te openen de blinde ogen, om den gebondene uit te voeren uit de gevangenis, en uit het gevangenhuis hen die in duisternis zitten.
8 Ik ben de HEERE, dat is Mijn Naam; en Mijn eer zal Ik aan geen ander geven, noch Mijn lof den gesneden beelden.
9 Zie, de voorgaande dingen zijn gekomen; en nieuwe dingen verkondig Ik; eer dat zij uitspruiten, doe Ik ulieden die horen.
VOLLEDIGE TEKST
ds. J. IJsselstein - Jesaja 42:6-7
THEMA
Het werk van de komende Messias
Geliefde gemeente, ik preek u in deze doordeweekse dienst van voorbereiding en stille overdenking, voor de bediening van het Heilig Avondmaal aanstaande zondag, het vervolg op de preek van afgelopen zondag over de Knecht des HEEREN. We overdenken vanavond het Woord van God vanuit Jesaja 42:7Om te openen de blinde ogen, om de gebondenen uit te voeren uit de gevangenis, en uit het gevangenhuis, die in duisternis zitten..
Jesaja 42:7, dat is de tekst van de preek van vanavond. Ik lees voor de helderheid van het zinsverband ook vers 6b daarbij: Ik zal U geven tot een Verbond des volks, tot een Licht der heidenen. En dan onze tekst: Om te openen de blinde ogen, om de gebondenen uit te voeren uit de gevangenis, en uit het gevangenhuis, die in duisternis zitten.
Het gaat vanavond in de preek (opnieuw) over: Het werk van de komende Messias
We letten samen op drie aandachtspunten. Als eerste op: onze oorspronkelijke ellende. Als tweede op: een wonderlijk werk. En als derde op: een troostvolle verzekering. Dus: Het werk van de komende Messias. Drie aandachtspunten: 1. Onze oorspronkelijke ellende 2. Een wonderlijk werk 3. Een troostvolle verzekering
Afgelopen zondag hoorden we in vers 1 de roep van de Vader: Zie, Mijn Knecht! Ik heb Hem in eeuwigheid uitverkoren, aangesteld om Mijn volk te verlossen. Ik zal Hem ondersteunen. Ik zal Mijn Geest op Hem gegeven. En in Hem zal Ik een welbehagen, in Hem zal Ik vreugde en voldoening hebben. Ik zal volkomen tevreden zijn met Zijn werk als Middelaar. Dat was vers 1.
En toen zagen in vers 2 hoe die beloofde Knecht des HEEREN, hoe de Heere Jezus in de volheid van de tijd zou gaan komen. De Heere Jezus kwam in deze wereld in stilte. En Zijn werk deed Hij ook (niet schreeuwerig, niet met veel vertoon en kabaal, maar) in stilte. En ook in Zijn lijden zweeg hij stil.
Terwijl Hij ondertussen (meer dan wie dan ook) oog had (en ook nu oog heeft) voor het zwakke, voor het gebrokene, voor het geknakte… Want (zo zongen we uit Psalm 147): De macht van 't paard en 's mans vermogen, zijn beide nietig in Zijn ogen; Aan die vertrouwen op hun benen, wil Hij geen gunst of hulp verlenen Maar de HEERE betoont Zijn welbehagen. Aan hen, die need'rig naar Hem vragen. Rijken stuurt Hij leeg terug. Maar armen troost Hij. Hij zal het gekrookte, het geknakte riet niet verbreken. En de rokende vlaswiek zal Hij niet uitblussen.
En dan laat Jesaja nog een keer de onoverwinnelijke kracht van deze Messias zien. In vers 4: Hij zal niet verbroken worden. Dat wil zeggen: Hij zal onder Zijn last niet bezwijken.
En in vers 5: Zijn Vader in de hemel zal Hem in alles tot een Hulp zijn. Alzo zegt God de HEERE, Die de hemelen geschapen en dezelve uitgebreid heeft, Die de aarde uitgespannen heeft en wat daaruit voortkomt; Die den volke dat daarop is, den adem geeft, en den geest dengenen die daarop wandelen Ik, de Almachtige. Ik, de Schepper van hemel en aarde. Ik, de Onderhouder van alles wat leeft. Ik (vers 6), de HEERE, heb U geroepen in gerechtigheid, en Ik zal U bij Uw hand grijpen, en Ik zal U behoeden, en Ik zal U geven tot een Verbond des volks, tot een Licht der heidenen Mijn machtige arm, Mijn onovertroffen kracht zal U ondersteunen.
Terwijl Ik U geef tot: een Verbond des volks. De Kanttekening bij de Statenvertaling zegt: Dit verbond zult U bevestigen, namelijk zo: dat door U, Mijn volk, met Mij zal worden verzoend.
Tot een Verbond des volks. En: tot een Licht der heidenen. Zoals Simeon straks zingt in Lukas 2:32 Een Licht tot verlichting der heidenen, en tot heerlijkheid van Uw volk Israël. De Kanttekening bij de Statenvertaling zegt daarbij: Opdat U hen verlicht met de zaligmakende kennis van God en van hun Zaligmaker (…). Want gelijk het licht de mens naar het lichaam verheugt en verkwikt, alzo verheugt de kennis van Christus innerlijk het gemoed van God kinderen.
De kennis van Christus verheugt Gods kinderen in hun binnenste, in hun hart. Dat is ook waar we voor de komende zondag naar uitkijken, niet waar, kinderen van God? Dat het kennen en het herkennen van Christus ons innerlijk zal verheugen. Dat dat ons blijdschap zal geven in God, naar waarde nooit te danken.
En dan volgt onze tekst: Om te openen de blinde ogen, om de gebondenen uit te voeren uit de gevangenis, en uit het gevangenhuis, die in duisternis zitten.
Woorden die ons voor ogen schilderen, als eerste (in ons eerste aandachtspunt):
De oorspronkelijke ellende van ieder mens: blind, gebonden, en levend in duisternis.
a. Blind. Dat zijn we van nature allemaal. Hoewel er ook nu mensen zijn, die zich met de farizeeën geïrriteerd en vertwijfeld afvragen: Zijn wij dan ook blind? (Joh. 9:4Ik moet werken de werken Desgenen, Die Mij gezonden heeft, zolang het dag is; de nacht komt, wanneer niemand werken kan.) De Heere Jezus noemde ze: blinde leidslieden. Van de buitenkant, voor het oog schijnbaar onberispelijk, maar van binnen geestelijk blind. En dus zegt de Heere tegen hen: Gij blinde farizeeër, reinig eerst wat binnen in de drinkbeker en de schotel is, opdat ook het buitenste derzelve rein worde (Matth. 23:26Gij blinde Farizeër, reinig eerst wat binnen in den drinkbeker en den schotel is, opdat ook het buitenste derzelve rein worde.).
Blind zijn we, van nature. We zien niets van de geestelijke werkelijkheid van ons bestaan. Geen benul van wie wij zijn, van Wie God is, en van waar we staan tegenover God. Geen zicht op de diepe ellende van ons leven, zonder God en zonder hoop. Geen oog voor het grote gevaar van ons leven.
We zijn van onszelf geestelijk blind. En we wórden verblind door de satan, zoals staat in 2 Korinthe 4: In dewelke de god dezer eeuw de zinnen verblind(!) heeft, namelijk der ongelovigen, opdat hen niet bestrale de verlichting van het Evangelie der heerlijkheid van Christus, Die het Beeld Gods is. Geestelijk blind, dat zijn we van nature allemaal.
b. En geestelijk gebonden in de gevangenis. Gebonden, aan handen en voeten vastgebonden in de dienst van de duivel, gevangen gehouden als slaven van de zonde. Zittend in de gevangenis van de sterkgewapende, waar we onszelf niet uit kunnen verlossen. Zoals de Heere Jezus zegt in Mattheüs 12:29Of hoe kan iemand in het huis eens sterken inkomen, en zijn vaten ontroven, tenzij dat hij eerst den sterke gebonden hebbe? en alsdan zal hij zijn huis beroven.: Hoe kan (ooit) iemand in het huis eens sterken inkomen en zijn vaten (zijn bezit) ontroven, tenzij dat hij eerst de sterke gebonden heeft? En alsdan zal hij zijn huis beroven.
Willen we bevrijd worden uit onze geestelijke gevangenschap dan zal de duivel, onze geestelijke gevangenbewaarder, onze geestelijke cipier, eerst zelf overwonnen moeten worden. Geestelijk blind, geestelijke gebonden zijn we.
c. En in duisternis. Dat zijn we van nature allemaal. Dubbel niet in staat, om te zien wat we zouden moeten zien. We hebben geen ogen om te zien. En, het is donker… En dus zien we zelfs onze blindheid en duisternis niet!
Van ons uit bezien is het hopeloos ellendig. Zoals onze Dordtse Leerregels zeggen in hoofdstuk III/IV, artikel 3: In zonde ontvangen, en als kinderen des toorns geboren, onbekwaam tot enig zaligmakend goed, geneigd tot kwaad, dood in zonden en slaven der zonde. En willen en kunnen tot God niet wederkeren, noch onze verdorven natuur
verbeteren noch zichzelf tot de verbetering daarvan schikken, zonder de genade des wederbarenden Heiligen Geestes.
Je oorspronkelijke ellende: blind, gebonden, en levend in duisternis… Die je, als je deze week in de spiegel kijkt, niet ziet… Tenzij de Heere iets van Zijn wonderlijke werk in je hart is gaan doen! Je blinde ogen zijn geopend. Je bent losgemaakt bent uit de gevangenis en overgezet van de duisternis in het licht. Als vervulling van de grote adventsbelofte uit Jesaja 9: Het volk dat in duisternis wandelt, zal een groot licht zien; degenen die wonen in het land van de schaduw des doods, over dezelve zal een licht schijnen. En dat brengt ons bij ons tweede aandachtspunt:
En dan denk ik vooral aan het wonderlijke werk van de Knecht HEEREN, in de tijd dat Hij op aarde was. Diep neergedaald uit de hoge hemel tot in de duisternis van ons verloren bestaan. Maar Hem viel geen warm onthaal te beurt. Hij was veracht en, zegt Jesaja, ook wij hebben Hem niet geacht. Hij kwam tot Zijne. Maar de Zijnen hebben Hem aangenomen.
Zijn Vader ondersteunde Hem. Hij gaf Hem kracht om tekenen en wonderen te doen. Hij gaf blinden het gezicht. Maar desondanks bleven de meesten blind voor Wie Hij was en voor waarom Hij dat deed. Hij opende de gevangenis van mensen die bezeten waren door de duivel. Maar werd door ons aangezien voor de duivel, voor Beëlzebul zelf. Hij was het waarachtige Licht, Hetwelk verlicht een iegelijk mens, komende in de wereld. Maar wij hebben de duisternis liever gehad dan het licht.
En uiteindelijk is Hij door ons, mensen, verworpen. Hij werd gebonden weggevoerd in Gethsémané. Hij liet Zich vrijwillig binden. Om gevangenen vrijheid te geven
Zijn vijanden overdekten Zijn hoofd als met een blinddoek, en sloegen Hem op Zijn gezicht, en zij vraagden Hem, zeggende: Profeteer wie het is die U geslagen heeft? Als een Blinde, om blinden het gezicht te geven.
En als Hij op Golgotha gebonden en vastgespijkerd hangt aan het kruis, dan onttrekt Zich van Hem uiteindelijk Zelfs de ervaring van de liefde van Zijn Vader in een drie uur durende duisternis. Terwijl Hij uitroept: Mijn God, Mijn God, waarom hebt Gij Mij verlaten? Waarom? Om Zijn volk de ogen te openen, en hen te bekeren van de duisternis tot het licht, en van de macht des satans tot God; opdat zij vergeving der zonden ontvangen, en een erfdeel onder de geheiligden, door het geloof in (Hem) (Hand. 26:18Om hun ogen te openen, en hen te bekeren van de duisternis tot het licht, en van de macht des satans tot God; opdat zij vergeving der zonden ontvangen, en een erfdeel onder de geheiligden, door het geloof in Mij.).
En zo heeft Christus eindelijk met Zijn dood en bloedstorting het Nieuwe en eeuwige Testament, het verbond der genade en der verzoening (waar het afgelopen zondag over ging), besloten, toen Hij zeide: Het is volbracht.
De lijdende, stervende Knecht des HEEREN… Gebonden, blind en in duisternis. Laten we in deze week van voorbereiding, kinderen van God, veel nadenken, veel in stilte mediteren over wat Christus voor ons, en door Zijn Heilige Geest in ons gedaan heeft. Zijn wonderlijke werk!
Hij liet Zich verblinden, en verblind bespotten… voor ons. Om onze Bartiméusroep te horen en te verhoren: Heere, dat ik ziende mag worden! Hij genas onze blindheid. Hoewel er nog veel resterende blindheid in ons is overgebleven…
Hij liet Zich binden… voor ons. Om ons uit de gevangenis te bevrijden van de slavernij van zonde en ongeloof. Hij maakte ons vrij. Hoewel we ons nog zo gebonden kunnen voelen, door nog zoveel zonden, die nog steeds in ons overgebleven zijn.
Hij verdroeg de duisternis van de verlating door Zijn Vader… voor ons. Om ons te brengen tot het Licht. En opdat wij nooit meer door God verlaten zouden worden. Hij bracht ons tot het Licht. Hoewel het in ons hart, misschien ook juist wel in deze week van voorbereiding, nog zo donker kan schijnen. Vanwege zoveel twijfel, vanwege zoveel vragen. Vanwege zoveel kleingeloof en ongeloof.
Maar zult u, kinderen van God, Zijn wonderlijke werk in uw hart niet gaan ontkennen, vanwege al die al die gebreken en ellendigheden, die nog tegen uw wil in u overgebleven zijn? Stel in al uw zielsverdriet, in al uw zorgen om uw zonden, uw hoop maar op de Heere. Want Hij doet geen half werk. Hij zal het goede werk, dat Hij in u begonnen is, voltooien. Hij hoort uw zuchten. Die zijn voor Hem niet verborgen.
Zoals we samen gaan zingen uit Psalm 102:11: 't Zal met blij gejuich Hem loven, Die, uit Zijn paleis van boven, Isrels leed en ongeval Eens in gunst beschouwen zal; En gevang'nen in hun zuchten Horen, als zij tot Hem vluchten; Om hen uit de wrede kaken Van den dood eens los te maken.
Geliefde gemeente, mag ik u vragen: Kent u iets van dit wonderlijke werk van de Heere in uw hart en leven? Dat is de vraag, waar het in deze week van voorbereiding om draait.
a. Ken ik iets van mijn oorspronkelijke ellende? Van mijn eerdere blindheid, gevangenschap en duisternis? Heeft de Heere mijn ogen geopend? Ik begreep niet hoe, en misschien ook wel niet wanneer. Maar ineens zag ik het wel: Ik was blind, maar nu niet meer.
Ik zag mijn ellende, mijn duisternis, mijn gevangenschap… En ik ging roepen: Och Heere, bevrijd mijn ziel! Zone Davids, mag ik ziende worden? Voer mij uit mijn gevangenis, tot roem Uws Naams die heerlijk is!
b. En bent u door die weg ook iets gaan leren kennen van het wonderlijke werk van Christus in uw leven? U zocht misschien eerst nog wel uitkomst bij uzelf. Maar die bleek er niet te zijn. Totdat de Heilige Geest (wonderlijk, bovennatuurlijk werk!) Zijn licht liet vallen op Hem, op Christus. Op dat Licht, zo groot, zo schoon, gedaald van hemels troon. En liet u zien: Hij heeft alles gedaan, wat ik nooit meer kon doen. Hij heeft alles volbracht, wat van mij geëist werd.
Wat gaat je hart dan verlangen naar Hem! O, dat ik Hem kennen mocht. In de vrucht van Zijn lijden, in de kracht van Zijn opstanding. Hij gevangen, om ook mij te ontbinden. Hij geblinddoekt, om ook mij ziende te maken. Hij verlaten in duisternis, om ook mij terug te brengen tot God.
En wat een verwondering als de Heere je dat wil leren. Wat wordt genade dan een wonder. Een wonderlijk werk van God. Zonder ons, in ons.
Laat dát onze gedachten vullen, in deze week van voorbereiding, en ook bij de bediening van het sacrament van het Heilig Avondmaal. Dat wonderlijke werk van de Heere, tegen de zwarte achtergrond van ons verloren bestaan. Opdat Christus meer dan ooit waarde zou krijgen in ons leven. En opdat we tot Zijn gedachtenis en tot onze troost des Heeren Avondmaal mogen houden. Ons derde aandachtspunt:
Christus (zegt ons tekst) is gegeven tot een Verbond des volks, tot een Licht der heidenen, om te openen de blinde ogen, om de gebondenen uit te voeren uit de gevangenis, en uit het gevangenhuis, die in duisternis zitten.
Je kan zo tobben, niet waar, kinderen van God, als je kijkt naar het werk van de Heere in je leven. Zit het wel goed? Komt het wel goed? Ik zie nog zoveel zonden, nog zoveel gebreken… Ik zie nog zoveel kleingeloof, nog zoveel ongeloof… U zegt: ‘Het kan zo donker zijn. Toen Heere net in mijn leven kwam, was het zo anders…’
Hoe komt dat? Omdat je ogen daarvoor opgegaan zijn. Voorheen zag je dat niet. Toen zag helemaal niet het verschil tussen licht en donker. Als je geestelijk blind bent, dan zie je je zonden en gebreken, dan zie je je duisternis niet. Maar nu wel…
Waar vind je nu in deze week van voorbereiding troost en vastheid? In nieuwe goede voornemens? In nieuwe beloften doen van een beter leven? In het maken van een optelsom van goede dingen, die die slechte dingen misschien een beetje kunnen compenseren?
Nee, kinderen van de Heere, troost, vastheid, zekerheid ligt er alleen buiten onszelf. En daarom moeten we die ook buiten onszelf zoeken! Kijk eens naar de beloftewoorden van de Heere, hier in Jesaja 42…
Als de HEERE nu Zelf zegt: Dat Hij Christus heeft uitverkoren. Dat Hij Hem heeft ondersteund. Dat Hij Zijn Geest op Hem heeft gegeven. Dat Zijn ziel een welbehagen in Hem heeft… En dat Hij, Christus, het gekrookte riet niet zal niet verbreken, en de rokende vlaswiek niet zal uitblussen… Kortom, als de Heere nu zegt, dat Hij in alles(!) heeft voorzien, en dat Christus zo(!) geschikt is voor u (om te openen de blinde ogen, om de gebondene uit te voeren uit de gevangenis, en uit het gevangenhuis hen die in duisternis zitten), zoek het dan toch bij Hem!
Belijd dan maar vrijmoedig, dat u van uzelf midden in de dood ligt. En zoek uw zaligheid, uw troost en vastheid, dan buiten uzelf in deze zo geschikte Zaligmaker.
En wees ondertussen getroost en bemoedigd, denkend aan en op pleitend op dit beloftewoord, dat de Heere nooit zal laten varen het werk dat Zijn hand begon.
Geef uw hart en leven dan maar in vertrouwen over aan Hem, Die zegt in vers 16: Ik zal de blinden leiden door den weg dien zij niet geweten hebben, Ik zal hen doen treden door de paden die zij niet geweten hebben; Ik zal de duisternis voor hun aangezicht ten licht maken en het kromme tot recht; deze dingen zal Ik hun doen en Ik zal hen niet verlaten.
Verdwaal dan in deze week in uw hart niet in uw zelfonderzoek. Minder dan de dood en minder dan niets, hoeft u in uzelf niet te zoeken of te vinden. Laat uw gebrek, uw gemis, uw nood en dood, laat uw niets u dringen tot Christus te vluchten!
En zoek dan in deze week van voorbereiding in stille overdenking u te verblijden in Hem, in Wie alles is. Om u nu en straks te verwonderen om Zijn zaligheid. Om nu en straks Hem alleen te aanbidden.
Immers zo komt alles tot het grote doel van vers 8: Ik ben de HEERE, dat is Mijn Naam; en Mijn eer zal Ik aan geen ander geven. God alleen al de eer!
Troostvolle verzekering wil de Zijn kinderen geven, zegt het Avondmaalsformulier: a. Door de weg van zelfonderzoek. Door ons tevoren recht te beproeven. b. En ook door het Heilig Avondmaal te gebruiken met het doel voor ogen, waartoe het de Heere Christus verordineerd en ingesteld heeft, namelijk tot Zijn gedachtenis.
Gebruiken, tot Zijn gedachtenis. Dus denkend aan hoe deze Knecht des HEEREN door de Vader in deze wereld is gezonden. Aan hoe Hij de last van onze zonden droeg. Aan hoe Hij onze vloek heeft weggedragen, om ons te vullen met Zijn zegeningen. Namelijk, om onze blinde ogen te openen, om ons uit te voeren uit de gevangenis, om ons te brengen tot het licht.
En omdat de Heere weet dat dit twijfelmoedige en kleingelovige hart dat zo moeilijk vindt om te geloven (kijkend naar al mijn zonde en gebreken), daarom (wat komt Heere ons dan tegemoet in onze zwakheid!), daarom: Nam de Heere Jezus in Zijn laatste Avondmaal het brood, en als Hij gedankt had, brak Hij het en gaf het Zijn discipelen en zeide: Neemt, eet, dat is Mijn lichaam, hetwelk voor u gegeven wordt; doet dat tot Mijn gedachtenis. Ik, gebroken voor u. Daarom verbreek Ik het gekrookte riet niet. Desgelijks, na het Avondmaal, nam Hij de drinkbeker, en gedankt hebbende gaf hun dien, zeggende: Drinkt allen daaruit; deze drinkbeker is het Nieuwe Testament in Mijn bloed, hetwelk voor u en voor velen vergoten wordt, tot vergeving der zonden.
Doet dat, zo dikwijls als gij die zult drinken, tot Mijn gedachtenis; dat is: zo dikwijls als gij van dit brood eet, en van deze beker drinkt, zult gij daardoor, als door een gewisse gedachtenis en pand, vermaand en verzekerd worden van deze Mijn hartelijke liefde en trouw jegens u, dat Ik voor u (daar gij anders den eeuwigen dood hadt moeten sterven) Mijn lichaam aan het hout des kruises in den dood geve, en Mijn bloed vergiete, en uw hongerige en dorstige zielen met dit Mijn gekruisigd lichaam en vergoten bloed tot het eeuwige leven spijze en lave, even zekerlijk als een iegelijk dit brood voor zijn ogen gebroken, en deze beker hem gegeven wordt, en u die tot Mijn gedachtenis met uw mond eet en drinkt.
Zo wil de Heere ons (èn in deze week van voorbereiding, èn in het bijzonder bij de bediening van het Heilig Avondmaal), zo wil de Heere ons wijzen op het enige fundament van onze zaligheid: Het eeuwige welbehagen van God de Vader. De dood van Christus aan het kruis. Waardoor Hij ons de levendmakende Geest verworven heeft.
Laat onze stille overdenking in deze week, vanuit al ons gemis, gericht zijn op het wonderlijke werk van de Drie-enige God alleen. Die nooit zal laten varen, wat Zijn hand begon. Die het gekrookte riet niet zal verbreken, en de rokende vlaswiek niet zal uitblussen.
Geliefde gemeente, kinderen van God. Zo zegt HEERE, door de mond van de profeet Zefanja: Ik zal in het midden van u doen overblijven een ellendig en arm volk; die zullen op de Naam des HEEREN betrouwen.
En: De HEERE, uw God, is in het midden van u, een Held, Die verlossen zal. Hij zal over u vrolijk zijn met blijdschap, Hij zal zwijgen in Zijn liefde, Hij zal Zich over u verheugen met gejuich (Zef. 3:12Maar Ik zal in het midden van u doen overblijven een ellendig en arm volk; die zullen op den Naam des HEEREN betrouwen.,17)
Want God de Vader heeft een welbehagen, een vreugde in Zijn geliefde Zoon. En daarom ook in al degenen die het leven buiten zichzelf in Hem zoeken! Komt u dan aanstaande zondag tot Hem, zoals Hosea zegt: vrezende tot de HEERE en tot Zijn goedheid. Dan zal Hij(!), Sions, der armen spijs, hier zegenen op de ruimste wijs.
Amen.
Andere preken over Jesaja
Andere preken voor Advent
Andere gerelateerde preken