Lukas 14:23: En de heer zeide tot den dienstknecht: Ga uit in de wegen en heggen; en dwing hen in te komen, opdat mijn huis vol worde;
INLEIDING
Deze preek van Thomas Boston over Lukas 14:23, "En dwing hen in te komen", is door Ds. IJsselstein bewerkt. Zij toont het voornaamste werk van predikanten: zondaren op evangelische wijze dwingen tot Christus te komen. Zes aandachtspunten: van nature staan zondaren buiten Gods huisgezin, verbond en gunst; zij worden genodigd binnen te komen; zij mogen komen; zij worden gedrongen; zij moeten komen; en niemand die Christus toebehoort zal ontbreken. Geen zonde is te groot voor het bloed van Christus.
Het voornaamste werk van predikanten is om zondaren op evangelische wijze te dwingen naar binnen te gaan en tot Christus te komen.
LUKAS 14:16-24
16 Maar Hij zeide tot hem: Een zeker mens bereidde een groot avondmaal, en hij noodde er velen.
17 En hij zond zijn dienstknecht uit ter ure des avondmaals, om den genoden te zeggen: Komt, want alle dingen zijn nu gereed.
18 En zij begonnen allen zich eendrachtelijk te ontschuldigen. De eerste zeide tot hem: Ik heb een akker gekocht, en het is nodig dat ik uitga en hem bezie; ik bid u, houd mij voor verontschuldigd.
19 En een ander zeide: Ik heb vijf juk ossen gekocht, en ik ga heen om die te beproeven; ik bid u, houd mij voor verontschuldigd.
20 En een ander zeide: Ik heb een vrouw getrouwd en daarom kan ik niet komen.
21 En dezelve dienstknecht wedergekomen zijnde, boodschapte deze dingen zijn heer. Toen werd de heer des huizes toornig, en zeide tot zijn dienstknecht: Ga haastelijk uit in de straten en wijken der stad, en breng de armen en verminkten en kreupelen en blinden hier in.
22 En de dienstknecht zeide: Heere, het is geschied gelijk gij bevolen hebt, en nog is er plaats.
23 En de heer zeide tot den dienstknecht: Ga uit in de wegen en heggen; en dwing hen in te komen, opdat mijn huis vol worde;
24 Want ik zeg ulieden, dat niemand van die mannen die genood waren, mijn avondmaal smaken zal.
VOLLEDIGE TEKST
ds. J. IJsselstein - Lukas 14:23
THEMA
Het voornaamste werk van predikanten is om zondaren op evangelische wijze te dwingen naar binnen te gaan en tot Christus te komen.
AANDACHTSPUNTEN
Gemeente, de tekst voor de preek van vanmorgen vindt u in Lukas 14 vers 23. Lukas 14:23, daar lezen we het Woord van God als volgt: En de heer zeide tot den dienstknecht: Ga uit in de wegen en heggen; en dwing hen in te komen, opdat mijn huis vol worde; We letten vanmorgen met Gods hulp vooral op de middelste woorden van de tekst: En dwing hen in te komen
We leren van deze tekst dat het: Het voornaamste werk van predikanten is om zondaren op evangelische wijze te dwingen naar binnen te gaan en tot Christus te komen. Dat is het thema van de preek: Het voornaamste werk van predikanten is om zondaren op evangelische wijze te dwingen naar binnen te gaan en tot Christus te komen.
Er zijn drie aandachtspunten: 1. Een droevige staat Zondaren staan van nature buiten 2. Een ruime nodiging Zondaren worden genodigd en gedrongen om binnen te komen 3. Een Goddelijk bevel Zondaren moeten en zullen binnenkomen
Als eerste dus:
1. Een droevige staat Zondaren staan van nature buiten. Als dat niet zo was, hoefden zij niet gedwongen te worden om binnen te komen. U allen die buiten Christus leeft, luister vanmorgen naar: waar u zich bevindt:
a. U staat (als eerste) buiten Gods huisgezin (Ef. 2:18-19). Gods huisgenoten zijn de huisgenoten des geloofs; daar behoort u niet bij. Zijn huis is voor u een leeg huis. Adam is het huis uitgelopen en al zijn nakomelingen met hem. U bent nog steeds waar Adam u achterliet. Is dat geen droevige zaak? Ook al bent u op het uitwendige erf van de kerk, u kunt God geen Vader noemen, aangezien u niet in Christus Zijn Zoon bent. En u kunt geen aanspraak maken op het erfdeel der kinderen (Gal. 4:30Maar wat zegt de Schrift? Werp de dienstmaagd uit en haar zoon; want de zoon der dienstmaagd zal geenszins erven met den zoon der vrije.).
b. U bent (als tweede) buiten Gods vredeverbond. Zolang u in die staat verkeert, hebt u geen hoop op de zaligheid (Ef. 2:12). Het genadeverbond, het verbond van vrede, wordt u voorgesteld in het eeuwig Evangelie. Maar ach, zondaren, u bevindt zich erbuiten.
c. U bevindt zich (als derde) buiten Gods gunst. Omdat u buiten Christus bent, is onze God voor u een verterend vuur. Er is geen toevlucht voor de toorn van God dan alleen onder de bedekking van het bloed van de Middelaar. De verderfengel is in aantocht en er is geen bloed aan uw deurposten gestreken. Wat baten uw plichten zolang u buiten Christus bent? Uw tranen komen niet in Zijn fles en uw gebeden niet in Zijn oren (Joh. 14:6Jezus zeide tot hem: Ik ben de Weg, en de Waarheid, en het Leven. Niemand komt tot den Vader, dan door Mij.).
d. U bent (als vierde) in het domein van de satan. U dwaalt in het rond op zoek naar brood en bedelt aan de deur van de wereld. Omdat u Christus, het Brood des levens, niet kent, daarom is het wereldse plezier voor u zo belangrijk. Maar heeft dat u ooit rust gegeven? Nee, u vindt geen rust totdat u tot Christus komt (Jesaja 55:2Waarom weegt gijlieden geld uit voor hetgeen geen brood is, en uw arbeid voor hetgeen niet verzadigen kan? Hoort aandachtiglijk naar Mij, en eet het goede, en laat uw ziel in vettigheid zich verlustigen.).
e. U bent (als vijfde) ook in een staat van verdoemenis. Buiten zijn betekent in wezen al in de hel zijn (Openb. 22:15Maar buiten zullen zijn de honden, en de tovenaars, en de hoereerders, en de doodslagers, en de afgodendienaars, en een iegelijk, die de leugen liefheeft, en doet.). U bent al veroordeeld (Joh. 3:18Die in Hem gelooft, wordt niet veroordeeld, maar die niet gelooft, is alrede veroordeeld, dewijl hij niet heeft geloofd in den Naam des eniggeboren Zoons van God.) en gebonden in de gevangenis van de satan (Jes. 61:1De Geest des Heeren HEEREN is op Mij, omdat de HEERE Mij gezalfd heeft, om een blijde boodschap te brengen den zachtmoedigen; Hij heeft Mij gezonden om te verbinden de gebrokenen van harte, om den gevangenen vrijheid uit te roepen, en den gebondenen opening der gevangenis;). Het verschil met hen die al in de hel zijn, is slechts dat u zich nog in het buitenste gedeelte van de gevangenis bevindt en zij in het binnenste. Het vuur van Gods toorn is in uw geweten al aanwezig, maar nog niet door de adem van de Heeren als een zwavelstroom aangestoken (Jes. 30:33Want Tofeth is van gisteren bereid; ja, hij is ook voor den koning bereid; Hij heeft hem diep en wijd gemaakt, het vuur en hout van zijn brandstapel is veel; de adem des HEEREN zal hem aansteken als een zwavelstroom.). En bovenal: zij zijn gebondenen zonder hoop, terwijl u wel gebonden bent, maar niet zonder hoop (Zach. 9:12Keert gijlieden weder tot de sterkte, gij gebondenen, die daar hoopt! ook heden verkondig Ik, dat Ik u dubbel zal wedergeven;).
Ons tweede aandachtspunt:
2. Een ruime nodiging Zondaren worden genodigd en gedrongen om binnen te komen. Het voorname doel van de vrienden van de Bruidegom is om hen die buiten zijn, binnen te brengen. U bevindt zich op verboden terrein. Wij zien er naar uit dat u tot Christus komt en u met Hem verenigt door het geloof.
Wij zijn gekomen om u te dwingen binnen te komen, opdat Zijn huis vol worde. U staat op een kruispunt. Uw eigen wijsheid wijst u een brede weg, maar het einde daarvan leidt tot de diepten van de hel (Spr. 9:18Maar hij weet niet, dat aldaar doden zijn; haar genoden zijn in de diepten der hel.). De Wijsheid van Christus wijst u de nauwe weg die tot het leven leidt en roept: Wie is slecht, hij kere zich herwaarts. Geef u aan Hem over om door Hem geleid te worden: Hoor, en uw ziel zal leven.
Door de zonde is er een breuk ontstaan tussen God en de mens. De rechtvaardigheid eist een offer; er moet verzoening gedaan worden. Omdat de zondaar zelf onrein is en geen offer kan brengen, werd Jezus Christus onze Priester. Zijn menselijke natuur was de
offerande, Zijn Goddelijke natuur het altaar dat de offerande heiligde. En de toorn van God het vuur dat het offer verbrandde. Het bloed werd in het heilige der heiligen gedragen toen Christus opvoer ten hemel om te bidden op grond van Zijn voldoening. Wij nodigen u om af te zien van uw eigen gerechtigheid en te rusten op dit volbrachte werk.
In het paradijs zette God een ladder waarmee de mens kon opklimmen: het verbond der werken. Toen Adam echter één onderdeel daarvan brak, begaf de ladder het en viel het mensdom in een diepe afgrond. Er is nu een nieuwe ladder gemaakt door Jezus Christus, de God-Mens, de Middelaar tussen God en de mens (Gen. 28:12En hij droomde; en ziet, een ladder was gesteld op de aarde, welker opperste aan den hemel raakte; en ziet, de engelen Gods klommen daarbij op en neder.). Het onderste deel werd op de aarde gezet, doordat Hij Mens werd. Het bovenste deel raakt de hemel, want Hij is God. De ladder is zo sterk dat zij de zwaarste schuldenlast kan dragen, doordat zij hecht verbonden is door het bloed van oneindige waarde (Hebr. 9:14Hoeveel te meer zal het bloed van Christus, Die door den eeuwigen Geest Zichzelven Gode onstraffelijk opgeofferd heeft, uw geweten reinigen van dode werken, om den levenden God te dienen?).
Leg dan uw gehele last op deze ladder en vrees niet. Blijf niet in de diepte liggen. Probeer niet de oude ladder van de wet te herstellen door uw eigen goedheid en vroomheid. Buiten Christus zal elke eigengemaakte ladder het bij de hemelpoort begeven en u laten neerstorten in de onderste hel (Joh. 14:6). Christus heeft het Koninkrijk van Zijn Vader ontvangen (Ps. 2:6-8Ik toch heb Mijn Koning gezalfd over Sion, den berg Mijner heiligheid. Ik zal van het besluit verhalen: de HEERE heeft tot Mij gezegd: Gij zijt Mijn Zoon, heden heb Ik U gegenereerd. Eis van Mij, en Ik zal de heidenen geven tot Uw erfdeel, en de einden der aarde tot Uw bezitting.). Vreemde heren hebben over u geheerst, maar Hij heeft Zijn banier opgericht. Zeg al uw afgoden dan toch vaarwel. Buig uw knieën voor Hem en kus de Zoon (Ps. 2:12). Open de deuren van uw hart, opdat de Koning der ere inga (Ps. 24:7Heft uw hoofden op, gij poorten, en verheft u, gij eeuwige deuren, opdat de Koning der ere inga!).
Mag ik u vragen: Bent u bereid om uw zondige begeerten los te laten, ook al bent u zelf niet in staat om dat te doen? Wilt u Christus toestemming geven om het juk weg te nemen en Zijn eigen juk op u te leggen? Stemt u in met Zijn onbeperkte gezag? Mag Hij in uw hart oprichten en terneerwerpen wat Hij wil, zonder dat u één zonde wilt sparen? Als dat uw verlangen is, dan zeg ik: Kom in, gezegende des HEEREN, waarom zou u buiten staan? (Gen. 24:31En hij zeide: Kom in, gij, gezegende des HEEREN! waarom zoudt gij buiten staan? want ik heb het huis bereid, en de plaats voor de kemelen.).
Weet dat u de vrijheid hebt van de Heere van het huis om binnen te komen? Als dat niet zo was, dan zou Hij Zijn dienaars niet uitzenden om u te dwingen binnen te komen. Ja, gemeente, Hij kon Zijn deuren voor u vergrendelen als het niet Zijn wil zou zijn dat u binnenkwam. En als u zo vrijmoedig zou zijn om te komen en aan de deur te kloppen of er geweld voor te gebruiken, zou Hij maar één woord hoeven te spreken waardoor u achterover zou vallen.
Onze Heere Jezus Christus geeft u allen, zelfs de slechtste van u, de vrijheid om te komen. U die openlijk goddeloos bent, u ellendige huichelaars, wie u ook bent, wat Christus aangaat, bent u allen welkom. Hij zal de deur niet in uw gezicht dichtslaan.
Mag ik u vragen: Raakt het u niet dat u toestemming hebt om binnen te komen? Zo is het niet altijd geweest. Buiten Christus zou u het vlammend zwaard der gerechtigheid ontmoet hebben. Als Christus niet was vermorzeld tussen de bovenste en onderste molensteen van de toorn van Zijn Vader, dan had u nooit meer binnen mogen komen.
Bedenk dat de gevallen engelen géén toestemming hebben om binnen te komen. Zij hebben die nooit gehad sinds zij hun oorspronkelijk woonplaats verlaten hebben (Jud. vs 6). Als het voor hen mogelijk was om in Christus te geloven, en zij bereid zouden zijn om tot Hem te komen, zou de deur in hun gezicht worden dichtgeslagen. Want zij hebben nooit toestemming gekregen om binnen te komen.
Bedenk, als u buiten blijft, dan zult u omkomen. De deur staat open. Het is niet verboden binnen te komen. Maar u gaat wel verloren als u dat niet doet. Die toestemming zult u trouwens niet altijd houden. Als de Heere van het huis eenmaal is opgestaan en de deur heeft gesloten, is er geen toestemming meer (Luk. 13:25Namelijk nadat de Heer des huizes zal opgestaan zijn, en de deur zal gesloten hebben, en gij zult beginnen buiten te staan, en aan de deur te kloppen, zeggende: Heere, Heere, doe ons open! en Hij zal antwoorden en tot u zeggen: Ik ken u niet, van waar gij zijt.). De eerste Adam sloot de deur voor ons. Maar er was een tweede Adam om die te openen. Maar als de tweede Adam de deur voor ons sluit, dan is er geen derde om die te openen. Dan is er geen nieuwe genadetijd meer te verwachten. Nu staat de laatste maaltijd op tafel. Het laatste schip naar Immanuëls land wordt nu in gereedheid gebracht om af te varen. Dus het is: nu of nooit! (Hebr. 10:26-27Want zo wij willens zondigen, nadat wij de kennis der waarheid ontvangen hebben, zo blijft er geen slachtoffer meer over voor de zonden; Maar een schrikkelijke verwachting des oordeels, en hitte des vuurs, dat de tegenstanders zal verslinden.).
Zij hebben niet alleen toestemming om binnen te komen, maar zij worden door de Heere van het huis verzocht om binnen te komen. Sta dan op, u, slechtste van alle zondaren, de Meester roept u. U wordt geroepen, niet tot een begrafenis, maar tot een feest. Als u niet welkom was, waarom zou Hij dan Zijn dienaren uitzenden om u te dwingen binnen te komen? Gaat u dat verzoek weigeren? Ik bid u, luister.
Hoe slecht is het om Zijn roepstem in de wind te slaan. Hij heeft niemand van ons nodig. De engelen aanbidden Hem, Zijn Vader eert Hem, en ellendige zondaren die Hij verzoekt om binnen te komen, hebben de moed Hem te weigeren? En daarbij, er zijn heel veel mensen die in niets van u verschillen, die Hij nooit verzocht heeft binnen te komen. Hij roept u niet omdat Hij niemand anders heeft om te roepen. Hoe zult u Hem aankijken als u straks voor Zijn rechterstoel staat? Als u nu op Zijn verzoek niet wilt binnenkomen? Hoe zult u terugzien op de liefde die u hebt verworpen? Wat zult u doen als Hij in toorn tot u komen zal, tot u die nu niet tot Hem komen wilde?
Misschien zegt u: Is het mogelijk wel dat Hij mij roept, mij, zo'n ellendige zondaar? Ja, want wij hebben een algemene nodiging die door geen voorwaarden belemmerd wordt. Wij hebben een vrije aanbieding, voor iedereen die komen wil (Jes. 55:1; Openb. 22:17). Uw ellende of onwaardigheid is geen belemmering om te komen (Jes. 1:18Komt dan, en laat ons samen rechten, zegt de HEERE; al waren uw zonden als scharlaken, zij zullen wit worden als sneeuw, al waren zij rood als karmozijn, zij zullen worden als witte wol.; Jer. 3:1Men zegt: Zo een man zijn huisvrouw verlaat, en zij gaat van hem, en wordt eens anderen mans, zal hij ook tot haar nog wederkeren? Zou datzelve land niet grotelijks ontheiligd worden? Gij nu hebt met veel boeleerders gehoereerd, keer nochtans weder tot Mij, spreekt de HEERE.).
Wij zijn heden in de Naam van onze Meester gezónden, om u te dwingen binnen te komen. Wat uw toestand ook zijn mag.
Voordat wij verdergaan met ons volgende aandachtspunt zingen wij nu eerst samen Psalm 95:5Wiens ook de zee is, want Hij heeft ze gemaakt; en Zijn handen hebben het droge geformeerd.: Verhardt u niet; neemt Zijn genâ Ootmoedig aan". "Laat Meriba, Laat Massa u ten afschrik wezen, Waar 'k door uw vaders ben verzocht, Toen alles, wat Mijn almacht wrocht, Hen niet bewoog, om Mij te vrezen. - - - -
Ons derde aandachtspunt:
3. Een Goddelijk bevel Zondaren moeten en zullen binnenkomen. De Heere zegt: Dwing ze in te komen. Mensen, u mag niet alleen komen, maar u moet komen. Zelfs de slechtste van u. U wordt niet alleen verzocht binnen te komen, maar u mag zelfs niet buiten blijven staan. Bedenk dat dit Zijn gebod is, dat u gelooft (1 Joh. 3:23En dit is Zijn gebod, dat wij geloven in den Naam van Zijn Zoon Jezus Christus, en elkander liefhebben, gelijk Hij ons een gebod gegeven heeft.). U krijgt de opdracht om zonder tegenspraak naar binnen te gaan. God duldt geen tegenspraak van u: u moet binnenkomen!
Ik draag u in Zijn Naam op om binnen te komen. Wees niet ongehoorzaam aan Zijn bevel. Hij duldt geen tegenspraak. Leg dan uw hand op uw hart en zie wat u doen wilt. Wilt u nog buiten blijven staan en gehoor geven aan de duivel? Aan uw twijfel? Aan uw vrezen? Aan uw vooroordelen tegen Christus? Of wilt u op Gods bevel binnenkomen?
Hebt u enig ontzag voor de Gods gezag? Hebt u enige eerbied voor Zijn bevel? Geef dan op dit moment een beslissend antwoord in uw eigen ziel, of u binnen wilt komen of niet. Blijft u bij uw weigering om binnen te komen… Wat zal ik dan zeggen of doen? ‘Heere, dwing ze binnen te komen!’ O, wilt u zich tegen de Heere verharden? Wilt u uw hand tegen God uitstrekken en uzelf versterken tegen de Almachtige? Om Christus' wil, in het belang van uw eigen ziel, herroep uw weigering!
Maar als u niet botweg durft te zeggen dat u niet komt, wees dan vastberaden om wel te komen. Want het bevel om te komen is zo gegeven, dat het geen ruimte voor verontschuldiging laat. Zij die eerst voor deze maaltijd uitgenodigd waren, wilden niet komen, maar lieten zich verontschuldigen. Maar werden hun verontschuldigingen aanvaard? Nee, God wilde ze niet van hen aannemen.
Hij sprak een beslissend vonnis tegen hen uit: Want ik zeg u, dat niemand van die mannen, die genood waren, mijn avondmaal smaken zal.
Wij durven u geen ruimte te laten voor verontschuldigingen. Waar u ze ook aan ontleent. Of aan de hemel boven u, of aan de hel binnen u, of aan de wereld rondom u. Aan Gods grootheid, aan uw eigen walgelijkheid of aan de beslommeringen van de wereld. In welke toestand u zich ook bevindt, God gebiedt u te komen. En Zijn geboden zijn er niet om betwist te worden. Maar om die te gehoorzamen. Als u dus niet vastbesloten bent om te komen, dan moeten wij verslag aan onze Heere uitbrengen dat u niet wilt komen.
Deze plicht wordt u zo bevelend opgedragen, dat u moet komen. Ja nu, op dit ogenblik. Het kan geen uitstel lijden. Heden, zo u Zijn stem hoort, verhardt uw hart niet. Nu is het de welaangename tijd. Wij durven u geen dag, nee, zelfs geen uur ruimte te geven om erover na te denken. Want misschien zult u de volgende dag of het volgende uur in de hel geworpen worden. Stel daarom niet langer uit, maar open op dit ogenblik de eeuwige deuren van uw hart, opdat de Koning der ere inga.
Dit is de plicht die God u heeft opgedragen: Dit is het werk Gods, dat u gelooft in Hem, Die Hij gezonden heeft" (Joh. 6:29Jezus antwoordde en zeide tot hen: Dit is het werk Gods, dat gij gelooft in Hem, Dien Hij gezonden heeft.). U kunt de Heere geen groter genoegen doen dan binnen te komen. Wilt u Hem heden verheerlijken? Kom dan terwijl Hij u roept (Hos. 11:7Want Mijn volk blijft hangen aan de afkering van Mij; zij roepen het wel tot den Allerhoogste, maar niet een verhoogt Hem.). Wilt u de kroon op Christus' hoofd zetten? Wilt u dat het een dag der vreugde Zijns harten wordt? Kom dan binnen (Hoogl. 3:11Gaat uit, en aanschouwt, gij, dochteren van Sion! den koning Salomo, met de kroon, waarmede Hem Zijn moeder kroonde op den dag Zijner bruiloft, en op den dag der vreugde Zijns harten.).
Gemeente, als u dit doet, doet u alles. Doet u dit niet, dan doet u niets. Wilt u God eren? Wilt u Zijn wet eren? Kom dan tot Christus. Wat u ook doet, u doet niets, als u niet tot Christus komt. Ook al zou u voortaan al de Tien Geboden houden en dit gebod nalaten, dan zou het nog voor altijd tekort zijn.
Tenslotte, het is een plicht die wordt bevolen met een verklaring van Gods eeuwig ongenoegen en van Zijn eeuwige toorn, tegen degenen die niet willen komen: Die niet zal geloofd hebben, zal verdoemd worden" (Mark. 16:16Die geloofd zal hebben, en gedoopt zal zijn, zal zalig worden; maar die niet zal geloofd hebben, zal verdoemd worden.). Kust de Zoon, buig voor Hem, opdat Hij niet toorne, en u op de weg vergaat (Ps. 2:12). En daarom gebied ik u, als gezant van Christus, in Zijn Naam, om binnen te komen. Op straffe van Gods ongenoegen en wraak, ja, op straffe van de wraak van de Middelaar.
Ik verklaar dat, mocht u niet willen komen, onze Heere Jezus Christus u uit de hemel tegemoet zal komen. U zult voor Hem doodgeslagen worden (Luk. 19:27Doch deze mijn vijanden, die niet hebben gewild, dat ik over hen koning zoude zijn, brengt ze hier, en slaat ze hier voor mij dood.). Doodgeslagen te worden en te sterven in de tegenwoordigheid van Christus, Die stierf om zondaren zalig te maken, is duizend doden in één; het is een hel in de hel.
Maar zij die het Evangelie van onze Heere Jezus Christus niet gehoorzaam zijn, zullen tot straf lijden het eeuwig verderf, van het aangezicht van de Heere (2 Thess. 1:8-9Met vlammend vuur wraak doende over degenen, die God niet kennen, en over degenen, die het Evangelie van onzen Heere Jezus Christus niet gehoorzaam zijn. Dewelken zullen tot straf lijden het eeuwig verderf, van het aangezicht des Heeren, en van de heerlijkheid Zijner sterkte,). O, bedenk op tijd wat u doet. Geen vuur zal zo hevig branden, als het vuur dat vanuit het altaar losbreekt. Geen vlam vol toorn zal zo in de verdoemden doordringen, als de vlam die is aangeblazen door de adem van de verworpen Middelaar.
Dwing ze in te komen. Ik laat de verborgen dingen aan de Heere over, maar ik moet u zeggen, zondaren, dat Christus er niet één zal missen die Zijn huis vol zal maken. Vecht zolang u wilt, u zult binnenkomen. Zijn huis zal vol worden. De Middelaar heeft de Zijnen te duur gekocht. En dus zal Hij er niet één van missen.
Ik hoop dat er hier sommigen zijn, die met Zijn bloed gekocht zijn. Die door mensen en duivelen niet van Christus zullen worden teruggehouden. Zijn Vader staat krachtens het verbond ervoor in dat Zijn huis vol zal worden: Zij zullen komen (zie Jes. 53:10Doch het behaagde den HEERE Hem te verbrijzelen; Hij heeft Hem krank gemaakt; als Zijn ziel Zich tot een schuldoffer gesteld zal hebben, zo zal Hij zaad zien, Hij zal de dagen verlengen; en het welbehagen des HEEREN zal door Zijn hand gelukkiglijk voortgaan. en 45:11).
Ja, heeft de hand van Christus nu niet het hart van sommigen aangeraakt? Merken sommigen van u niet dat er beweging komt in de ijzeren poort van uw hart? En dat het naar een opendoen voor Christus gaat? Hebt u niet gevoeld dat er iets van binnen u drong om naar binnen te gaan? Zijn er niet sommigen al bijna binnen? O, treed met kracht vooruit; u bent pas veilig als u niet alleen bijna, maar geheel een christen bent.
U allemaal, kom binnen. Ga tot Christus, oude mensen, u die al naar het graf neigt. U hebt het lang uitgesteld; stel het niet langer uit. Hoewel het zeer zelden gebeurt, toch gebeurt het soms dat een mens, oud zijnde, geboren wordt (Joh. 3:4).
Kom binnen, u die van middelbare leeftijd bent. U hebt het druk met uw gezin. Maar wat doet u voor uw arme ziel? U spaart voor uw oude dag, die u misschien nooit zult beleven. Wat vergadert u voor de komende eeuwigheid?
Kom binnen, jonge mensen. Denk niet dat de godsdienst voor een grijs hoofd, voor een gerimpeld voorhoofd en voor holle ogen is. Er liggen ook mensen in het graf die in de bloei van hun leven gestorven zijn. Kom daarom binnen en stel het niet uit. Hoe ouder u wordt en hoe langer u het werk van uw zaligheid uitstelt, des te harder wordt uw hart en des te moeilijker zal het te bewerken zijn.
Kom binnen, goddeloze en ellendige zondaren, u die ver van de gerechtigheid bent. Kom, huichelachtige belijders, u die niet ver bent van het Koninkrijk Gods. Kom, bevende zielen, u die alles in het werk stelt en toch niet durft binnen te komen. O, waarom wilt u niet binnenkomen? Ik denk dat het moet zijn: óf omdat u niet wilt, óf omdat u niet durft.
Er zijn er onder ons die niet willen. Zij hebben geen zin om hun begeerlijkheden te verlaten. Zij willen, koste wat het kost, hun oude leven vervolgen. Zij zien geen schoonheid in Christus. Waarom zouden ze naar Hem verlangen? Luister. Als u vastberaden kiest voor de zonde, voor de hel en voor de dood… Als geen Christus, geen hemel, geen hel u van de brede weg kan weerhouden… Wie kan u dan tegenhouden? Maar het zij u bekend, en dat wordt aangetekend in het zwarte boek van uw geweten dat geopend zal worden op de dag van het oordeel: dat de zaligheid u vandaag is aangeboden, Dat wij geprobeerd hebben om u te dwingen naar binnen te gaan en tot Christus te komen. Maar u wilde niet. Daarom zal uw bloed op uw eigen hoofd zijn.
Er zijn er ongetwijfeld ook onder ons, die niet durven. Ik vraag u: waarom durft u niet, na alles wat u gehoord hebt? Bent u bang om binnen te komen, nu u de oproep van Christus hoort? Durft u Zijn nodiging niet te omhelzen? Durft u het grote gebod van God niet te gehoorzamen?
U zegt: Maar mijn zonden zijn groot en veel. Kan er voor mij nog wel plaats zijn? Zou zo'n vuil, goddeloos en ellendig mens als ik ben, binnen durven te komen? Als elke zonde van u zo groot was als een berg, en al waren zij zo veel als het zand van de zee, toch is het bloed van Christus in staat om al die zonden uit te delgen (1 Joh. 1:7Maar indien wij in het licht wandelen, gelijk Hij in het licht is, zo hebben wij gemeenschap met elkander, en het bloed van Jezus Christus, Zijn Zoon, reinigt ons van alle zonde.). Leg al uw schuld en onwaardigheid op Hem, Die gans begeerlijk is. Eerder zullen de rotsen zinken onder het gewicht van een vogel die erop neerstrijkt, dan dat dát bloed voor u ontoereikend zal zijn. Onthoud dat niemand anders wordt gedwongen om binnen te komen, niemand anders wordt geroepen dan walgelijke en onwaardige zondaren (Matth. 9:13Doch gaat heen en leert, wat het zij: Ik wil barmhartigheid, en niet offerande; want Ik ben niet gekomen om te roepen rechtvaardigen, maar zondaars tot bekering.).
Moet uw ziekte u tegenhouden om naar de dokter te gaan? Durft u niet tot de fontein te komen om u te wassen, omdat u onrein bent? Voor wie anders is de fontein geopend dan voor onreine zondaren? En hoewel de maaltijd van het Evangelie een kostbare maaltijd is, toch werd zij voor niemand anders klaargemaakt dan voor hen, die niet één druppel water verdiend hadden. Laat staan het bloed van Christus. Wees ervan verzekerd, lieve mensen, dat het probleem tussen Christus en u niet is: of Christus zo laag wil bukken om zo'n vuile ziel te wassen in Zijn eigen bloed. Dat is een zaak die al afgedaan is (Jes. 1:18; Zach. 13:1Te dien dage zal er een Fontein geopend zijn voor het huis Davids, en voor de inwoners van Jeruzalem, tegen de zonde en tegen de onreinigheid.). Maar de vraag is, of u Hem zal gaan beledigen, door Zijn neerbuigende goedheid te verachten. U hebt de wet van God beledigd. Zult u nu ook de Zoon van God beledigen door Zijn aanbod af te slaan?
Als de walgelijkheid en onwaardigheid zondaars buiten Christus hadden kunnen houden, zou er nooit een van Adams kinderen zijn binnengekomen. Lagen niet al Zijn beminden die nu in de heerlijkheid zijn, in hun bloed toen Hij hen vond? Wandelen daar niet alleen diegenen in witte klederen, die gewassen werden in het bloed van het Lam?
Is er ooit iemand aan Zijn deur gestorven, die niet toegelaten werd omdat hij zo walgelijk, ellendig en onwaardig was?
U zult zeggen: Maar er was nooit zo'n ellendig iemand geweest als dat ik ben. Weet u, Christus heeft heel droeve gevallen behandeld, die Hij heeft genezen. En nooit is een behandeling aan Hem toevertrouwd, mislukt. Wat denkt u van van Maria Magdaléna, van wie Hij zeven duivelen uitwierp (Mark. 16:9)? En is het geval van Paulus, die een lasteraar en een vervolger was en toch genade vond, niet een geval dat met het uwe vergeleken kan worden (1 Tim. 1:13Die te voren een gods lasteraar was, en een vervolger, en een verdrukker; maar mij is barmhartigheid geschied, dewijl ik het ontwetende gedaan heb in mijn ongelovigheid.)? Ik weet zeker dat het werk van vrije genade aan hem bewezen werd, om de slechtste van de zondaars aan te moedigen binnen te komen. Manasse was ook een verschrikkelijke afgodendienaar, die de duivel raadpleegde. Hij was een bloeddorstige moordenaar. Toch kwam hij binnen en werd in genade aangenomen (2 Kron. 33:6En hij deed zijn zonen door het vuur gaan, in het dal des zoons van Hinnom, en pleegde guichelarij, en gaf op vogelgeschrei acht, en toverde, en hij stelde waarzeggers en duivelskunstenaren; en hij deed zeer veel kwaads in de ogen des HEEREN, om Hem tot toorn te verwekken., 12-13). En wat denkt u van Adam? Die in één keer al zijn kinderen vermoordde en de zielen van de mensheid in het verderf stortte? En die tegen groter licht zondigde dan u ooit hebt kunnen doen?
Kom dan binnen. Denkt u dat uw geval hopeloos is, en dat het met geen ander te vergelijken is? Maar dan hebt u het voordeel boven iedereen, dat u gelegenheid krijgt om Christus te eren! Voor de genezing van een zo slecht iemand, als dat Hij nooit eerder onder handen gehad heeft. Misgun Hem niet, die nieuwe parel aan de kroon van Zijn genade. Die nog helderder zal schijnen, dan alle anderen die er al aan gehecht zijn. Kom dan binnen en neem de plaats in die bestemd is voor: de voornaamste van de zondaars. Als die plaats ten minste nog vrij is... Ik verzeker u, dat iedereen die binnengekomen is, denkt dat hij of zij die plaats al bezet heeft. Maar als het inderdaad is, zoals u zegt, dan vergissen zij zich. Als u binnenkomt, zult u hem krijgen.
Ik hoor iemand denken: Maar ach, ik kan niet geloven; ik kan niet tot Christus komen. Om duidelijk te maken op welke manier u tot Christus moet komen, moet u er goed op letten, dat u zich erop toelegt om tot Hem te komen met een belofte. Christus wordt aan zondaars voorgesteld in de beloften van het Evangelie (Jes. 55:1; Joh. 6:37; Openb. 3:20Zie, Ik sta aan de deur, en Ik klop; indien iemand Mijn stem zal horen, en de deur opendoen, Ik zal tot hem inkomen, en Ik zal met hem avondmaal houden, en hij met Mij., 22:17). Als u tot Zijn stoel wilt komen, maak dan gebruik van Zijn beloften. U zult het Kindeke vinden in doeken gewonden. Als u wilt proberen te geloven en tot Christus te komen, dan moet de belofte niet over het hoofd zien. De belofte is het contract, dat uit de hemel gezonden is en door de hand van de Bruidegom is ondertekend. Neem en lees het nog eens rustig door. Teken het door de goedkeuring van uw hart eraan te hechten. En dan is Christus van u, en u bent van Hem.
Neem Christus aan in de belofte, als zijnde een vrije belofte. Want dat is de belofte ook (Jes. 55:1; Openb. 22:17). Veel mensen vergrendelen de deuren van de evangeliebeloften met zelfgemaakte grendels.
En dan roepen en klagen zij, dat zij door deze deuren niet naar binnen kunnen gaan.
Misschien zegt u: ‘O, had ik maar liefde, berouw en verbreking van mijn hart, dan zou ik kunnen geloven’. Om echter dit alles te mogen krijgen, geef ik u de raad om te geloven (Zach. 12:10Doch over het huis Davids, en over de inwoners van Jeruzalem, zal Ik uitstorten den Geest der genade en der gebeden; en zij zullen Mij aanschouwen, Dien zij doorstoken hebben, en zij zullen over Hem rouwklagen, als met de rouwklage over een enigen zoon; en zij zullen over Hem bitterlijk kermen, gelijk men bitterlijk kermt over een eerstgeborene.; Hand. 5:31Deze heeft God door Zijn rechterhand verhoogd tot een Vorst en Zaligmaker, om Israël te geven bekering en vergeving der zonden.). Ook al staat de belofte alleen in de Bijbel geschreven, toch is die net zo zeker als wanneer u een stem uit de hemel hoorde. Ja, zelfs nog zekerder.
Maar, zult u zeggen, ik durf me niet met de belofte in te laten. Laat u zich dan ook niet in met Christus. Ga dan verloren. Want u kunt zich alleen met Hem inlaten in de belofte van het Evangelie. Maar waarom is een drenkeling zo bang om het touw, ja, zelfs een zilveren koord dat naar hem toegegooid wordt om hem aan land te trekken, vast te pakken? Nee, mensen, wees niet zo dwaas. Ook al is de belofte in uw ogen net als Mozes' staf in een slang veranderd, pak haar toch maar bij de staart. En zij zal een staf in uw hand worden.
In Hosea 11:10 staat: De kinderen van de zee af zullen al bevende aankomen. Zoals de Israëlieten beefden voor Saul, dat wil zeggen dat zij hem bevend volgden (1 Sam. 13:7De Hebreën nu gingen over de Jordaan in het land van Gad en Gilead. Toen Saul nog zelf te Gilgal was, zo kwam al het volk bevende achter hem.). Zo mag Christus' bruid het contract met een bevende hand tekenen. Haar Heere met een bevend hart liefhebben. En Hem volgen met bevende benen. En, o, dat u allemaal zou zeggen, ook al was het met een bevende stem: Zie, wij komen tot U, want U bent de HEERE onze God. Als dat zo is, dan zou u niet tevergeefs gedwongen worden om binnen te komen.
Amen.
Deze preek is een door ds. IJsselstein bewerkte preek van ds. T. Boston