/ / Saul als koning aangewezen (1 Samuël 10)

Saul als koning aangewezen (1 Samuël 10)

Saul als koning aangewezen, verstopt bij vaten
Preek 1 Samuël 10: Doch Samuel riep het volk te zamen tot den HEERE, te Mizpa. En hij zeide tot de kinderen Israëls: Alzo heeft de HEERE, de God Israëls, gesproken: Ik heb Israël uit Egypte opgebracht, en Ik heb ulieden van de hand der Egyptenaren gered, en van de hand van alle koninkrijken, die u onderdrukten. Maar gijlieden hebt heden uw God verworpen.

Thema preek 1 Samuël 10: Saul als koning aangewezen

1. Gods Woord is scherp (17-19)
2. Gods Woord wijst aan (20-24)
3. Gods Woord is blijvende regel (25)
3. Gods Woord brengt verdeeldheid (26-27)

PDF LEESPREEK

Schriftgedeelte over Saul als koning aangewezen 1 Samuël 10:17-27:
Doch Samuel riep het volk te zamen tot den HEERE, te Mizpa.
En hij zeide tot de kinderen Israëls: Alzo heeft de HEERE, de God Israëls, gesproken: Ik heb Israël uit Egypte opgebracht, en Ik heb ulieden van de hand der Egyptenaren gered, en van de hand van alle koninkrijken, die u onderdrukten. Maar gijlieden hebt heden uw God verworpen, Die u uit al uw ellenden en uw noden verlost heeft, en hebt tot Hem gezegd: Zet een koning over ons; nu dan, stelt u voor het aangezicht des HEEREN, naar uw stammen en naar uw duizenden.

Toen nu Samuel al de stammen van Israel had doen naderen, zo is de stam van Benjamin geraakt. Toen hij den stam van Benjamin deed aankomen naar zijn geslachten, zo werd het geslacht van Matri geraakt; en Saul, de zoon van Kis, werd geraakt (Saul als koning aangewezen). En zij zochten hem, maar hij werd niet gevonden.

Toen vraagden zij verder den HEERE, of die man nog derwaarts komen zou? De HEERE dan zeide: Ziet, hij heeft zich tussen de vaten verstoken.
Zij nu liepen, en namen hem van daar, en hij stelde zich in het midden des volks; en hij was hoger dan al het volk, van zijn schouder en opwaarts.
Toen zeide Samuel tot het ganse volk: Ziet gij, dien de HEERE verkoren heeft? Want gelijk hij, is er niemand onder het ganse volk. Toen juichte het ganse volk, en zij zeiden: de koning leve!

Samuel nu sprak tot het volk het recht des koninkrijks, en schreef het in een boek, en leide het voor het aangezicht des HEEREN. Toen liet Samuel het ganse volk gaan, elk naar zijn huis. En Saul ging ook naar zijn huis te Gibea, en van het heir gingen met hem, welker hart God geroerd had.
Doch de kinderen Belials zeiden: Wat zou ons deze verlossen ? en zij verachtten hem, en brachten hem geen geschenk. Doch hij was als doof.

Links bij preek 1 Samuël 10: Saul als koning aangewezen
Preek: Ezelinnen van Kis, vader Saul (1 Samuël 9-10)
Preek: Afscheid Samuël (1 Samuël 11-12)
Meer lezen:
– Kanttekeningen 1 Samuel 10

TERUG 1 SAMUEL