/ / Bij U is vergeving (Psalm 130) – advent

Bij U is vergeving (Psalm 130) – advent


Maar bij U is vergeving, opdat Gij gevreesd wordt

Preek Psalm 130:4-6: Maar bij U is vergeving, opdat Gij gevreesd wordt. Ik verwacht de HEERE; mijn ziel verwacht, en ik hoop op Zijn Woord. Mijn ziel wacht op de HEERE, meer dan de wachters op de morgen; de wachters op de morgen.

Thema preek Psalm 130: Maar bij U is vergeving

De door God aan schuld ontdekte zondaar leert…
1. Kennen
2. Vrezen
3. Wachten

Dit is een voorbereidingspreek voor Heilig Avondmaal

PDF LEESPREEK

Schriftlezing over Bij U is vergeving: Psalm 130
Een lied Hammaaloth. Uit de diepten roep ik tot U, o HEERE !
HEERE ! hoor naar mijn stem; laat Uw oren opmerkende zijn op de stem mijner smekingen.
Zo Gij, HEERE ! de ongerechtigheden gadeslaat; HEERE ! wie zal bestaan?
Maar bij U is vergeving, opdat Gij gevreesd wordt.
Ik verwacht den HEERE; mijn ziel verwacht, en ik hoop op Zijn Woord.
Mijn ziel wacht op den HEERE, meer dan de wachters op den morgen; de wachters op den morgen.
Israël hope op den HEERE; want bij den HEERE is goedertierenheid, en bij Hem is veel verlossing.
En Hij zal Israël verlossen van al zijn ongerechtigheden.

Links bij preek Psalm 130: “Maar bij U is vergeving”
Uit diepten roep ik (Psalm 130)
Immanuël, maagd zal zwanger worden (Jesaja 7)
Lees meer:
– Kanttekeningen: Psalm 130

TERUG ADVENT | PSALMEN

John Owen over Psalm 130:4: Maar bij U is vergeving:
Maar, o Heere! dit is niet de volstrekte en algemene staat der zaken, tussen Uw heilige Majesteit en arme zondaren; u bent in Uw natuur oneindig goed en genadig, bereid en vrij in het voornemen van Uw wil, om hen aan te nemen. En daar is in het middelaarschap en bloed van Uw geliefde Zoon, zulk een gezegende weg geopend voor de oefening van de heilige genegenheden en voor­nemens van Uw hart jegens hen, dat zij verzekerde gronden hebben om te besluiten en te geloven, dat er bij U, voor hen, vergeving is (‘bij U is vergeving’), welke zij in de weg Uwer instellingen deelachtig kunnen worden. In deze weg zal ik derhalve, met allen die U vrezen, volharden: ik wil door mijn moedeloosheden en vertwijfeling de zaak niet opgeven, U verlaten of van U afkeren, maar standvastig blijven in de waarneming van de bevelen die Gij voorgeschreven hebt en in de betrachting van de gehoorzaamheid die Gij vordert, dewijl ik daartoe de grootste bemoedigingen ontvangen heb. Maar bij U is vergeving.