Bloed en water uit doorstoken zijde Jezus – Johannes 19

Preek Johannes 19:33-37: Maar een der krijgsknechten doorstak Zijn zijde met een speer, en terstond kwam er bloed en water uit.


Gemeente, we staan vanavond op Goede Vrijdag op Golgotha. Kijkend naar het laatste wat daar gebeurt. Naar dat, wat we lezen in Johannes 19:33-37:

Maar komende tot Jezus, als zij zagen dat Hij nu gestorven was, zo braken zij Zijn benen niet; Maar een der krijgsknechten doorstak Zijn zijde met een speer, en terstond kwam er bloed en water uit.
En die het gezien heeft, die heeft het getuigd, en zijn getuigenis is waarachtig, en hij weet dat hij zegt hetgeen dat waar is, opdat ook gij geloven moogt.

Want deze dingen zijn geschied, opdat de Schrift vervuld worde: Geen been van Hem zal verbroken worden.
En wederom zegt een andere Schrift: Zij zullen zien in Welken zij gestoken hebben.
 
Het thema voor de preek van vanavond is:

Bloed en water uit de zijde van de doorstoken Middelaar

We letten samen op drie aandachtspunten:
   1. Het hart gebroken
   2. De profetie vervuld
   3. De voltooiing verwacht
Als eerste dus:

1. Het hart gebroken

Gemeente, we staan vanavond midden tussen de omstanders, die staan bij het kruis van de Heere Jezus. Midden tussen ruwe Romeinse soldaten, farizeeën, Schriftgeleerden en andere mensen.
Kijkend naar drie kruisen. Naar die van de twee moordenaars, en vooral naar het kruis in het midden. Waar de Heere Jezus aan hangt. Hij is stervende. Hij sterft…
 
Vers 30 zegt: Toen Jezus dan de edik genomen had, zeide Hij: Het is volbracht! En het hoofd buigende, gaf de geest.
Jezus sterft. Niet omdat Hij niet meer kan. Maar Hij geeft Zijn geest in de handen van Zijn Vader. En dan is het stil op Golgotha…

Ondertussen haasten de Joden zich naar Pilatus met de vraag, of de benen van de gekruisigden gebroken mogen worden, in verband met de komende sabbat en met het komende paasfeest. Of Pilatus zijn soldaten maar even bevel wil geven, om met ijzeren staven de onderbenen van de gekruisigden te versplinteren.

Een harteloos en onbarmhartig verzoek. Want het breken van de benen van een gekruisigde leidde tot afschuwelijke pijn en tot langzame verstikking.
 
Maar de haat tegen Jezus kent geen grens. En, bevel is bevel. De soldaten handelen als robots.
Maar komende tot Jezus, als zij zagen, dat Hij nu gestorven was, zo braken zij Zijn benen niet. Want Jezus is al gestorven! Maar een der krijgsknechten doorstak Zijn zijde met een speer, en terstond kwam er bloed en water uit.
 
Een van de Romeinse soldaten neemt een speer. Een lans, met een lichte, houten schaft en een ijzeren punt, van ruim een meter lang. En met die speer in zijn rechterhand, doorsteekt hij de linkerzij van de Heere Jezus, in de richting van Zijn hart.
 
En je voelt de verbazing, de schok in de woorden van de evangelist: En terstond(!) kwam er bloed en water uit.
Terstond! Ineens, stroomt daar bloed en water uit!
 
Laten we samen even stilstaan bij dat: doorsteken van Zijn zijde.
Wat opvalt is dat de Heere Jezus al gestorven is. Want dat is ongewoon.
Zijn zichtbare lijden was niet meer dan dat van de anderen. Maar toch is Hij al gestorven.
Vanwege de zwaarte van Zijn innerlijke lijden?

Jazeker! Maar het getuigt veel meer van de waarheid van Zijn woord: Niemand neemt hetzelve van Mij, maar Ik leg het van Mijzelven af; Ik heb macht hetzelve af te leggen en heb macht hetzelve wederom te nemen (Joh. 10:18). Hij werd niet overwonnen door de dood, maar Hij legde zijn geest in de handen van Zijn Vader
 
Wat was de oorzaak was Zijn dood?
Dat kan maar één ding geweest zijn. Johannes beschrijft het minutieus, als ooggetuige.

Hij heeft het gezien en zijn getuigenis is waarachtig. Uit eerste hand, een ooggetuige verslag.
De oorzaak van Zijn dood was een gebroken, een gescheurd hart.
Hier wordt de Schrift vervuld, de profetie van Psalm 69:21: De versmaadheid heeft Mijn hart gebroken.
 
Nee, ik bedoel dat niet als beeldspraak: een gebroken hart vanwege teleurstelling. Zoals je, jongelui, een gebroken hart kunt hebben vanwege onbeantwoorde liefde.
Nee, ik bedoel het letterlijk! Een gebroken, gescheurd hart.
 
Als een hart niet gescheurd is, dan zit in dat hart (omhuld door een hartvlies) zo weinig bloed, dat een speerstoot in dat hart geen uitvloed van bloed en water kan veroorzaken.
Maar dat is wel wat Johannes ziet!

Hij beschrijft het als een wonder, dat iedereen verbaast: terstond kwam er bloed en water uit. Daar stroomt, daar spat bloed en water uit Zijn zijde!
En dat kan alleen, als dat hart werkelijk gescheurd is.

Dan loopt dat vlies om het hart vol, steeds voller met bloed. Zodat het uiteindelijk als het ware in de borstholte één grote ballon wordt, vol met bloed en water.
En als daar dan(!) een speer in prikt, dan spat er bloed en water naar buiten.
Een gescheurd, een gebroken hart…
 
Maar wat heeft het hart van de Middelaar dan gebroken?
Gemeente, soms kan lijden ons ‘mensenhart’ breken.
Dat voelen we aan ons lichaam. De verkramping van onze ademhaling. We voelen (zeggen we) ons hart verkrampen.

Het is de last van dit leven (de last van het verlies van dierbaren, van hen die we voor onze ogen zien lijden), die dat veroorzaakt.

Wie herinnert zich niet dat oude koppel, dat jarenlang innig aan elkaar verbonden was.
De één stierf, en korte tijd later ook de ander.
De last van het leven, de last van het alleen-zijn, deed hem of haar ook bezwijken.
 
Maar wát heeft het hart van Middelaar dan gebroken?
De dichter van Psalm 69 heeft het voorzegd: de versmaadheid heeft Mijn hart gebroken.
De minachting, de laster, de beschuldiging, de schande, de schaamte, de ongenade.
Dat alles wat de gemeenschap tussen de lijdende Middelaar en Zijn Vader verbrak.

Waardoor Hij moest uitroepen: Mijn God, Mijn God, waarom hebt U Mij verlaten?
Het verlies van Zijn gunst. Dat de Vader Hem de rug toekeerde. Dat brak Zijn hart!
Zijn hart brak van verlating, van verlies, van verdriet, van smaadheid.
 
En een krijgsknechten doorstak Zijn zijde met speer, terstond kwam bloed water uit.
Ineens zien we dat gescheurde hart van de Middelaar.
Het was gescheurd, maar nu krijgen te zien!
Opdat de profetie vervuld zou worden: Ze zullen zien Wie zij doorstoken hebben.
 
Soms zeggen of denken wij: ‘Ik zou willen, dat je in mijn hart kon kijken. Dan zou je echt zien, hoeveel ik van je houd!’

Het is alsof Christus zegt: ‘Mensen, kijk maar in Mijn hart. Kijk maar naar de oprechtheid van Mijn motieven, van Mijn bedoeling. Hierom ben Ik in de wereld gekomen. Daarom is Mijn hart gescheurd: bloed en water tot verzoening van schuld en tot afwassing van de zonde. Daarvoor heb Ik Mijn hart gegeven!’
 
Kijk in Zijn hart, gemeente. Die speer is geen wapen, dat Hem gedood heeft, door Hem in Zijn hart te steken. Maar die speer opent de weg, en wijst als een aanwijsstok naar Zijn hart dat gescheurd was.

a. Onbekeerde vrienden, kijk in Zijn hart.
U, die als omstanders bij het kruis staat: meegelopen, nieuwsgierig, spottend misschien wel?
Zie op Hem. Kijk in Zijn hart. En zie dat er bloed en water stroomt uit Zijn zijde. Een golf van bloed en water spat op een vuile wereld.

Christus zegt als het ware: ‘Dit is Mijn antwoord voor u. Voor u, die Mij verwerpt, die Mij afwijst, die Mij wreed gemarteld en doorstoken hebt. Ik zo bereid en gewillig om uw schuld te verzoenen en uw zonden af te wassen. Daarom vloeit er een overvloed van bloed en water uit Mijn hart op een verloren wereld!’
 
Kijk! Kijk in Zijn hart! Daar is vergeving voor de grootste van de zondaars. Daar is ruimte in Zijn bloed.
Niet een druppel bloed, niet een druppel water, maar een stroom van bloed en water.

De Dordtse Leerregels zeggen: Deze dood van de Zoon van God is de enige en volmaakte offerande en genoegdoening voor de zonden; van oneindige kracht en waardigheid,
overvloedig genoegzaam tot verzoening van de zonden der ganse wereld (DL II, 3).
Hier is ruimte voor iedereen. Voor niemand is dit bloed onbereikbaar.

U kunt het wel verachten.
Als u zich afkeert. Als u weggaat als vrome Joden.
  Liever uw eigen vroomheid, dan bloed uit een gebroken hart.

Als u als een soldaat toekijkt en spot, of een speer steekt in de zijde van de Middelaar.
  Liever uw zonde, dan bloed uit een gebroken hart.

Maar dat neemt niet weg, dat tot u allemaal het Godswoord klinkt, wat ooit klonk uit de mond van Johannes de Doper: Zie het Lam Gods, dat de zonde der wereld wegdraagt.
Er stroomt bloed en water uit Zijn zijde op een verloren wereld…
 
b. Dit geopende hart van Christus heeft een bijzondere boodschap voor mensen met een gebroken hart vanwege hun zonden.
Uw hart is gebroken. Anders, maar toch. Omdat u gezien hebt, wie u bent, en Wie u doorstoken hebt.
 
Lieve mensen, ik kan het u niet geven, maar kijk eens omhoog…
Sla eens een blik in Zijn gescheurde hart…

Kijk naar de toch gewilligheid van de Zaligmaker, Die Zichzelf tot een slachtoffer gegeven heeft. Hier is het Lam Gods. Als onze ongerechtigheid geëist werd, zegt de profeet Jesaja, toen werd Hij verdrukt. Doch Hij deed Zijn mond niet open. Hij zweeg…
Hij opende niet Zijn mond, maar Hij opende Zijn hart.
 
Kijk naar Zijn gewilligheid. En ook naar de diepte van Zijn lijden, voor Zijn vijanden.
Kijk ook naar Zijn liefde, in Zijn lijden voor verloren zondaren.

Denkend aan wat Paulus schrijft in Romeinen 5:8: God bevestigt Zijn liefde jegens ons, dat Christus voor ons gestorven is, als wij nog zondaars waren.
En kijk ook naar Zijn macht in Zijn lijden. Hij droeg de last van de toorn van God, maar Hij bezweek niet. Hij stierf als Overwinnaar in de strijd!
 
Als u Hem ziet, als u ziet wat uw zonden Hem teweeg gebracht hebben, dan moet u wel bitter klagen.  
Zoals de profeet Zacharia zei: En zij zullen Mij aanschouwen, Dien zij doorstoken hebben, en zijn zullen over Hem rouwklagen, als met de rouwklage over een enige zoon (Zach. 12:10).
 
Misschien zegt u: ‘Zeker, ik kan me verwonderen, ik kan me verbazen bij het zien van zoveel lijden. Maar daar gaat het niet om. Kon ik het maar geloven, dat dat alles ook voor mij was! Dat dat ook was voor de vergeving van mijn zonde en voor mijn verzoening met God!’
 
Let dan eens op het wonderlijke handelen van God.
Het hart van de Heere Jezus was al gescheurd, dat was al gebroken.
Waarom dan nog die speertoot…?
 
Hier is Gods bijzondere voorzienigheid. Vooral ook voor twijfelende, kleingelovige en ongelovige Thomassen, die niet kunnen en durven geloven.
In het litteken van deze wond mag Thomas straks zijn hand leggen.

In deze wond mag u, mensen met een gebroken hart om uw zonden, uw hand leggen.
In deze wond mag u kijken. Dan voelt, dan ziet u het gebroken hart van Hem, Die ook u toeroept: Ik voor u!
Breng uw vinger hier, en zie Mijn handen, en breng uw hand, en steek ze in Mijn zijde; en wees niet ongelovig, maar gelovig (Joh. 20:27).

Roep maar, blijf maar roepen om licht, om een oog van geloof. Maar keer uw oog niet af van dit geopende hart.
De HEERE zal wachten, opdat Hij u genadig zij (Jes. 30:18).
 
c. Kinderen van God, kijk in Zijn doorstoken hart. Wij hebben Hem doorstoken met onze zonden.
De Zaligmaker liefhebben, ons verwonderen over Zijn liefde, dat kan alleen maar met een gebroken hart om zoveel zonde en slechtheid van ons. Dat kan alleen maar met tranen van schaamte, want: ik heb Zijn kroon gevlochten en Zijn beker gevuld.
 
Onze zonden, uit de tijd dat we Hem nog niet kenden, hebben ons bittere tranen gekost.
Maar ons zondigen tegen deze liefde en genade, mag ons hart wel breken.
Maar kijk! Kijk!
Daar! Daar is een fontein geopend in Zijn zijde tegen de zonde en tegen de onreinheid!
 
Calvijn zegt: ‘De doop en het avondmaal leiden ons heen naar de zijde van Christus.’
Dat is ook de betekenis, de taal van de beide sacramenten.

Het water van de Heilige Doop en het brood en de wijn van het Heilig Avondmaal wijzen ons de weg en leiden ons heen naar het geopende hart van onze lieve Zaligmaker. Die ons zo uitnemend heeft lief gehad. Tot het einde. Tot Zijn hart brak, voor ons
 
Daar, kinderen van God, geliefde medechristenen, in de dood van de Zaligmaker alleen, en straks in Zijn leven, ligt de vastheid van ons leven.
Niet in ons, niet in onze ervaringen, maar alleen in Hem. Alleen in het Woord van Hem en in de getuigenis van Zijn Heilige Geest.
 
Ons tweede aandachtspunt:

2. De profetie vervuld

Want, zo schrijft Johannes: Deze dingen zijn geschied, opdat de Schrift vervuld worde: Geen been van Hem zal verbroken worden. En wederom zegt een andere Schrift: Zij zullen zien in Welken zij gestoken hebben (vers 36-37).
 
De profetie van Zacharia wordt hier vervuld. De profetie van Zacharia 12:10: Doch over het huis Davids, en over de inwoners van Jeruzalem, zal Ik uitstorten den Geest der genade en der gebeden; en zij zullen Mij aanschouwen, Dien zij doorstoken hebben, en zij zullen over Hem rouwklagen, als met de rouwklage over een enigen zoon; en zij zullen over Hem bitterlijk kermen, gelijk men bitterlijk kermt over een eerstgeborene.
 
De profeet Zacharia is nog een jongeman, als hij in het jaar 520 voor Christus plotseling op het tempelplein verschijnt, met een dringende oproep tot bekering.

Het volk Israël is teruggekeerd uit de ballingschap. Jarenlang hebben ze de vervallen puinhoop van de tempel onaangeroerd laten liggen. Maar na de oproep van de profeet Haggai zijn ze begonnen met de herbouw van de tempel. Maar dat blijkt een moeizaam proces. En er is ook veel tegenslag.
Maar toch, na 17 jaar zijn ze uiteindelijk toch aan de slag gegaan.
 
Maar ondertussen knaagt wel de vraag in hun gedachten: ‘Zou God in deze tempel nog wel willen wonen?’
Maar dan is er gelukkig de boodschap van Zacharia, die keer op keer spreekt, op Gods bevel: ‘God wil en zal, uit enkel genade weer wonen te midden van Zijn volk.’
 
Maar Hoe? Hoe kan en zal de Heere weer wonen, te midden zo’n volk? Hoe kan de relatie tussen de heilige God en Zijn onheilige volk weer hersteld worden?
Daar kijkt Zacharia naar vooruit, als hij namens de Heere zegt: Doch over het huis Davids, en over de inwoners van Jeruzalem, zal Ik uitstorten de Geest der genade en der gebeden.

God zal het Zelf doen. Hij zal Zelf plaats maken voor Zichzelf. Het initiatief gaat van God uit. Hij maakt doden levend. Hij maakt plaats voor Zichzelf. Hij zal uitstorten de Geest der genade en der gebeden. En zij zullen het zien, en rouwklagen!

Als de Heere gaat werken in je hart, dan komt dat eenzijdig, bij God vandaan. Want wij vragen niet naar Hem. Er is niemand die van zichzelf God zoekt.
Maar God zegt: ‘Ik zal!’

Ik zal ingrijpen: ongevraagd, onuitgenodigd, ongewenst.
Maar ‘Ik zal’ uitstorten de Geest der genade.
De Geest van éénzijdige, ongevraagde genade, bij God vandaan. 
 
De Geest, Die niet direct en alleen vervult met gevoel en emotie, maar de Geest der genade en der gebeden.
Dat wil zeggen: de Geest, Die de mens van positie verandert. Hij of zij gaat buigen, en bidden om genade.
 
Is uw, is jouw hart ook al van positie veranderd?
Hebt u, heb jij ook al nederig leren buigen, leren bidden om genade?
 
En, als de Geest dan werkt, zegt God, wat gaat er dan gebeuren?
Dan zullen zij Mij, God aanschouwen (zien!). Zij zullen Mij zien, Die zij doorstoken hebben.
God aanschouwen, God zien, kan dat eigenlijk wel?
Wie kan God zien en leven? (Ex. 33.20)
 
Maar dat is juist de kracht van Gods ontdekkende genadewerk: zien en niet kunnen zien.
Aanschouwen en niet kunnen bestaan.
Zien, God is groot en heilig, maar wie ben ik?
 
Daarover, over dat laatste, laat God geen twijfel bestaan: U hebt Mij doorstoken!
Beeldende taal, die ons heel goed de werkelijkheid laat proeven van ons leven. U hebt Mij doorstoken! U hebt Mijn hart op het diepst geraakt. De diepste bedoeling van uw hart was: Mij doorsteken. En u hebt het gedaan, door u los te rukken van Mijn hart.
 
Dat is de taal van de Geest van God, als Hij mijn ogen opent en mij laat zien: U hebt Mij doorstoken. U hebt de band met Mij, uw Schepper verbroken. U bent tegen Mij opgestaan. U hebt gegrepen naar de kroon van de Almachtige. U hebt Mij doorstoken met uw zonde. En u doorsteekt Mij nog dagelijks met uw zonden. Met uw vijandschap, met uw onwil, met uw onmacht.
 
Hoe lang zondigt u al? Iedere zonde is een dolksteek in de richting van het hart van uw Schepper!
Hoe krenk ik de eer van God en Zijn bewogenheid mij, op ieder moment dat ik tegen Hem zondig. Iedere zonde van mij is een messteek naar God toe.
 
Wat een wonder is het dan, dat God me nog draagt. Dat Hij mij niet wegdoet, dat Hij mij niet wegstormt in grote toorn. Dat is enkel geduld.
Ik zoek de dood van mijn Maker, maar Hij zoekt mijn leven!
 
Zien. Daar begint de Heere mee.
Met laten zien, wie ik ben. Met laten zien, Wie God is.
Het is de Geest der genade en der gebeden, Die dat laat zien.
 
En als ik Hem dan zie, Hem voor Wie ik niet kan bestaan en zonder Wie ik niet kan leven, dan is er maar één ding mogelijk. Dan ga ik rouwklagen, bitter klagen.
Met verdriet dat mijn hart verscheurt. Met droefheid die mijn hart verbreekt.

Daar is geen gejuich, geen uiterlijk vertoon. Daar zijn maar weinig woorden meer.
Daar is een verbroken en verslagen hart, en een mond die zwijgt.
Daar is alleen de hartebelijdenis: Ik heb gedaan, dat kwaad is in Uw oog. Uw doen is rein, Uw vonnis rechtvaardig.
 
Rouwklagen, als met een rouwklacht over een enige zoon. Het verlies van een enige zoon, dat is het verlies van je liefste, van je hoop, van je toekomst, van je familienaam, van je leven, van je…alles.  
God neemt me alles uit handen. Daar telt mijn afkomst niet meer. Mijn aanzien verbleekt. Ik word zondaar voor God.
 
Daar tellen ook mijn goede werken niet meer. Alles verbleekt in het licht van Gods heiligheid. Al mijn gerechtigheden worden een wegwerpelijk kleed.
Daar breekt mijn hart van droefheid. Ik heb gezondigd tegen mijn Schepper, tegen een goed doend God, Die ik niet kan en wil missen.
 
Waarvan breekt je hart?
Van liefde. Omdat de Geest der genade en der gebeden liefde uitstort in dat levende, ziende hart. En dat maakt de zonde zo bitter. Dat ik zie tegen Wie ik gezondigd heb.
Kent u, gemeente, iets van zo’n gebroken hart, van zo’n verslagen geest?
 
Maar luister, vooral u met uw verbroken hart, er klinkt in de woorden van Zacharia een straal van hoop en licht. Als hij zegt: Ze zullen Mij aanschouwen, God, Die zij doorstoken hebben, en zij zullen rouwklagen, over Wie?
Over: Hem. De persoonsvorm verandert. Het ging over ‘Mij’, over God, en nu gaat het over ‘Hem’.
 
Zacharia wijst vooruit, naar Degene Die in Zacharia 13 genoemd wordt ‘de Man, Die Gods metgezel is.’
Waar hij zegt: Zwaard, ontwaak tegen Mijn Herder, en tegen den Man Die Mijn Metgezel is, spreekt de HEERE der heirscharen; sla dien Herder, en de schapen zullen verstrooid worden; maar Ik zal Mijn hand tot de kleinen wenden (Zach. 13:7).
 
Ze zullen Mij aanschouwen, maar vooral over Hem rouwklagen, kermen, bitter kermen.
Met droefheid, met verdriet, met hartelijk berouw, met bittere gebrokenheid.
Als ze Mij zien, en vooral als ze Hem zien.

Want hoeveel bitterder wordt mijn zonde, als ik zie dat mijn zonde niet alleen zonde is tegen God, maar ook diepe verachting van de zondaarsliefde van Christus.
Als ik zie dat al mijn zonde, en ook al de hoop op mezelf en al mijn steunen op mijn eigen gerechtigheid, niet anders is dan het doorsteken van de Zaligmaker.
 
Hoeveel bitterder wordt mijn zonde, als ik iets mag zien van het Lam van God, voor mijn eigen hart en leven.
Nee, dan huil ik geen tranen van medelijden om de pijn van de lijdende Heer’. Maar dan wordt mijn hart vervuld met diep verdriet, met diepe rouw, omdat ik Zijn kroon gevlochten, omdat ik Zijn beker gevuld heb. Het was de Romeinse soldaat niet, ik was het zelf, die de Zaligmaker stak in Zijn hart.
 
Maar wonder van genade! Er vlamde geen bliksem uit Zijn zij.
Maar er stroomde bloed en water uit.
 
Hoeveel bitterder wordt mijn zonde, als ik dan ga zien: voor mij is de Zaligmaker doorstoken door het zwaard van Zijn Vader, door het zwaard van Gods gerechtigheid. Dat zien, verbreekt mijn hart. Dat zien, doet mij bitter kermen. Niet perse met zichtbare tranen, maar met hartepijn, met pijn die mijn hart verscheurt en breekt. Om wat ik gedaan heb.
 
Ons derde aandachtspunt:

3. De voltooiing verwacht

Want profetie van Zacharia rijkt verder. Golgotha is het begin van de vervulling.
Hier wordt gezaaid, straks komt de oogst.

a. Op de Pinksterdag. Daar staan ze, Godvruchtige mannen. Tenminste, dat dachten ze van zichzelf. Zoals wij dat ook zo vaak denken, als we naar de kerk gaan: godvruchtige mannen en vrouwen…
Maar de Geest der genade en der gebeden wordt uitgestort, en ze gaan rouwklagen!
Drieduizend, vijfduizend mannen en vrouwen, bitter klagend als over het verlies van een enig kind.
 
Verslagen in hun hart – letterlijk staat er: doorpriemd – gaan ze roepen: ‘Wat moeten we doen om zalig te worden?’
Daar laat de Heilige Geest zien, dat zij Christus gekruisigd hebben. Zij hebben Hem doorstoken.
Daar steekt het zwaard van de Heilige Geest door de preek van Petrus hen in het hart.

En dan gaan ze roepen, tot God om genade
En Diezelfde Geest der genade en der gebeden laat een stroom van bloed en water vloeien, tot zegen en redding van duizenden op die Pinksterdag.
 
Hier op Golgotha wordt gezaaid, nu komt de oogst!
b. Nu, in het laatste der dagen, ook in [plaatsnaam].
Verslagen in uw hart, letterlijk: doorpriemd. En roepend: ‘Wat moet ik doen om zalig te worden?’

Heeft de Geest der genade en der gebeden ook uw hart al doorpriemd?
Hebt u ook al geleerd om te roepen om genade?
Heeft Hij ook uw oog al gericht op die stroom van bloed en water, tegen de zonde en tegen de onreinheid?
 
Hier op Golgotha wordt gezaaid, straks komt de oogst!
c. Johannes ziet in Openbaring 1 eerst Zijn Meester, en dan de mensen, als hij schrijft: Ziet, Hij komt met de wolken en alle oog zal Hem zien, ook degenen die Hem doorstoken hebben; en alle geslachten der aarde zullen over Hem rouw bedrijven; ja, amen (Openb. 1:7).

Opnieuw: geen twijfel mogelijk. Ja, Amen!
Johannes is weer ooggetuige. Dit is weer een bericht uit eerste hand.
 
Hij, de geslagen Herder, de gestorven Zaligmaker met Zijn gescheurde hart, de opgestane Christus, Hij komt met de wolken, en alle oog zal Hem zien.
U en ik, wij allemaal.
Gemeente, er komt een dag dat u de Heere Jezus met uw eigen ogen zult zien.
 
Als u Hem hier leerde kennen uw zielenood, als u hier door Gods genade een blik leerde slaan in Zijn doorstoken zijde en in Zijn hart, dan zult u niet verschrikken.
Dan was er hier weeklacht en geschrei, wat dan veranderen zal in een blijde rij.
Dan zal u Hem opnieuw, maar dan ‘in gerechtigheid’ aanschouwen.
 
Alle oog zal Hem zien, ook degenen die Hem doorstoken hebben.
Het woord dat Johannes in Openbaring 1 gebruikt is niet hetzelfde woord dat duidt op een diepe steek met een speer, maar een woord dat duidt op ruw verwonden.

Als u de Zaligmaker ruw mishandeld en verwond hebt, door ongeloof, door afwijzing, door uw zonde, door uw eigengerechtigheid, door onverschilligheid, dan zult u Hem zien.
Dan zult Hem zien, het Lam, in grote toorn. En u zult vrezen voor het Lam…
 
Zult u bestaan voor de toorn van het Lam in die grote dag?
Zo groot is Gods toorn, dat God Die, eer Hij die ongestraft liet blijven, gestraft heeft aan Zijn lieve Zoon.
Als Zijn hart gescheurd is vanwege de last van die toorn, zal uw hart dan bestaan?
 
Zult u bestaan voor de toorn van het Lam? Staande als geslacht, aan de rechterhand van God de Almachtige?
U zult zien Wie u doorstoken hebt. U zult Zijn littekens zien. Littekens, die u tot in eeuwigheid zullen herinneren aan wat u vanavond ziet: Het geopende hart van de Zaligmaker, voor mensen zoals u. Maar helaas, veracht en niet gewild…
 
Hij zal zeggen, als u geen deel hebt aan Zijn bloed: Doch deze mijn vijanden, die niet hebben gewild dat ik over hen koning zou zijn, brengt ze hier en slaat ze hier voor mij dood (Luk. 19:27). U zult bitter klagen, omdat u het gescheurde hart van Christus veracht hebt. O, onbekeerde vrienden, waarom veracht u zoveel liefde? Zoveel zondaarsliefde van Christus?

Kan het uw hart niet verbreken, als wij in gedachten nog een ogenblik op Golgotha staan. En u mijn speer volgt. Het is niet meer dan een aanwijsstok.
Kijk! Kijk in Zijn hart! Daar stroomt bloed en water uit Zijn hart.
Er spat bloed en water uit Zijn hart, voor een verloren wereld, voor verloren zondaars.
 
Wie u ook bent, toeschouwers op Golgotha. Toevallige voorbijganger, ruwe soldaat,
eigengerechtigde farizeeër, vrome Jood, misschien wel een weggelopen discipel, een Petrus die Zijn Meester gevloekt heeft, een ongelovige Thomas…

Hier is een bereidwillige Zaligmaker voor verloren zondaars.
Uit Zijn open hart stroomt bloed en water. En Zijn bloed alleen reinigt van alle zonde.
 
Amen.