Zondag 26 · 10 augustus 2025
Preek Heidelbergse Catechismus Zondag 26 (serie 2)
INLEIDING
Uitgaande van Gods betrouwbaarheid in Lukas 11 wordt in Zondag 26 duidelijk wat de Heilige Doop betekent. Zij onderwijst en verzekert aangevochten zondaars dat het bloed en de Geest van Christus de onreinheid van hun ziel wegwassen. Die genade vergeeft en vernieuwt: eerst de vrijspraak, daarna de strijd tegen de zonde, waarin de Heere Zijn kinderen vasthoudt. Zo is de Doop toegezegd en vervuld, tot troost voor Gods kinderen, maar ook een ernstige roep aan onbekeerden: het bloed van Christus is nog beschikbaar.
De betekenis van de Heilige Doop
ZONDAG 26
Vraag 69: Hoe wordt gij in den Heiligen Doop vermaand en verzekerd, dat de enige offerande van Christus, aan het kruis geschied, u ten goede komt?
Alzo, dat Christus dit uitwendige waterbad ingezet en daarbij toegezegd heeft, dat ik zo zekerlijk met zijn bloed en Geest van de onreinheid mijner ziel, dat is, van al mijn zonden, gewassen ben, als ik uitwendig met het water, hetwelk de onzuiverheid des lichaams pleegt weg te nemen, gewassen ben.
Vraag 70: Wat is dat, met het bloed en den Geest van Christus gewassen te zijn?
Het is vergeving der zonden van God uit genade te hebben om des bloeds van Christus' wil, hetwelk Hij in zijn offerande aan het kruis voor ons uitgestort heeft; daarna ook, door den Heiligen Geest vernieuwd en tot lidmaten van Christus geheiligd te zijn, opdat wij hoe langer hoe meer der zonden afsterven, en in een Godzalig, onstraffelijk leven wandelen.
Vraag 71: Waar heeft ons Christus toegezegd, dat Hij ons zo zekerlijk met Zijn bloed en Geest wassen wil, als wij met het Doopwater gewassen worden?
In de inzetting des Doops, welke alzo luidt: Gaat dan henen, onderwijst al de volken, hen dopende in den Naam des Vaders, en des Zoons, en des Heiligen Geestes; Matth. 28:19. En: Die geloofd zal hebben en gedoopt zal zijn, zal zalig worden; maar die niet zal geloofd hebben, zal verdoemd worden; Mark. 16:16. Deze belofte wordt ook herhaald, waar de Schrift den Doop het bad der wedergeboorte en de afwassing der zonden noemt; Titus. 3:5, Hand. 22:16.
VOLLEDIGE TEKST
ds. J. IJsselstein - Zondag 26
THEMA
De betekenis van de Heilige Doop
Jongelui, is God betrouwbaar? Is het waar wat Hij zegt? En doet Hij ook altijd wat Hij belooft? Er hangt veel af van het antwoord op die vragen. Want als het antwoord nee zou zijn, dan zou je hier niet hoeven te zitten – jammer van je tijd. Als je hier allerlei dingen zou horen, die later niet waar zouden blijken te zijn… Maar het antwoord is ja! Niet een klein beetje ja, maar helemaal, echt: ja!
En onder dat ja zet het sacrament van de Heilige Doop – iedere keer als de Doop bediend wordt – een dikke streep. Ja, het is echt waar wat God zegt, het is echt waar wat Hij belooft.
Dat lazen we ook in Lukas 11. We gaan daar eerst nog even naar kijken. Lukas 11, te beginnen bij vers 9 en 10: En Ik, zegt Jezus, zeg u! Stellig, ook vanavond: Ik zeg u! En Ik zeg u: Bidt, en u zal gegeven worden; zoekt, en u zult vinden; klopt, en u zal opengedaan worden. Want een iegelijk die bidt, die ontvangt; en die zoekt, die vindt; en die klopt, die zal opengedaan worden (Lukas 11:9,10).
Antwoord? ‘Een mens kan niet bidden…’ Fout! Zeg dat niet! Het antwoord is: ‘Ja, Heere, het is altijd waar wat U zegt. Dank U, dat U dit onverdiend belooft. Heere, leer mij bidden, zoeken, kloppen.’ ‘Ja, maar ik beloof ook wel eens iets, wat ik later, bij nader inzien, toch niet nakom…’ Ja, maar ik lijk in de verste verte niet meer op God. Die betrouwbaar is. Veel, oneindig veel meer betrouwbaar dan zelfs de beste vader of moeder!
Want (vers 11 en 12) wat vader onder u, die de zoon om brood bidt, zal hem een steen geven? Of ook om een vis, zal hem voor een vis een slang geven? Of zo hij ook om een ei zou bidden, zal hij hem een schorpioen geven? Ja, dat zou u kunnen doen, dat zou ik ook kunnen doen. Het zou wel heel slecht zijn. Maar dat zou nog wel kunnen. Maar dit kan niet, dit kan nooit! Dat God iets tegen je zegt, wat nu of later niet waar blijkt te zijn.
Vers 13: Indien dan u, die boos (dat is: slecht) bent, weet uw kinderen goede gaven te geven, hoeveel te meer zal de hemelse Vader de Heilige Geest geven dengenen die Hem bidden. Met andere woorden: de Heere doet wat Hij beloofd heeft. Hij doet wat Hij beloofde, toen je gedoopt werd. Klaar… Punt, uit…? Nee, wacht even! De hemelse Vader zal de Heilige Geest geven aan degenen die Hem bidden. Dus de beloften van God zijn niet om in de zak te steken en rustig verder te gaan leven. De beloften van de Heere willen je aansporen om te gaan bidden. ‘Hebt U beloofd, Heere, dat U mij tot een God zult zijn? Heere, wees mij dan toch om Jezus' wil tot mijn God.’ Om Jezus' wil. Dat is nodig. Want zonder het bloed van de Heere Jezus zal niemand ooit zalig worden.
Zondag 26 is de eerste zondag die gaat over de Heilige Doop. Laten we Zondag 26 samen gaan lezen.
Vraag 69. Hoe wordt u in de Heiligen Doop vermaand en verzekerd, dat de enige offerande van Christus, aan het kruis geschied, u ten goede komt? Antwoord. Alzo, dat Christus dit uitwendig waterbad ingezet en daarbij toegezegd heeft, dat ik zo zekerlijk met Zijn bloed en Geest van de onreinheid mijner ziel, dat is van al mijn zonden, gewassen ben, als ik uitwendig met het water, hetwelk de onzuiverheid des lichaams pleegt weg te nemen, gewassen ben. Dat gaat over: vermaand en verzekerd.
Vraag 70. Wat is dat, met het bloed en de Geest van Christus gewassen te zijn? Antwoord. Het is vergeving der zonden van God uit genade te hebben om des bloeds van Christus wil, hetwelk Hij in Zijn offerande aan het kruis voor ons uitgestort heeft; daarna ook, door de Heilige Geest vernieuwd en tot lidmaten van Christus geheiligd te zijn, opdat wij hoe langer hoe meer der zonden afsterven, en in een godzalig, onstraffelijk leven wandelen Dat gaat over: vergeven en vernieuwd.
Vraag 71. Waar heeft ons Christus toegezegd, dat Hij ons zo zekerlijk met Zijn bloed en Geest wassen wil, als wij met het doopwater gewassen worden? Antwoord. In de inzetting des Doops, welke alzo luidt: Gaat dan henen, onderwijst al de volken, dezelve dopende in de Naam des Vaders en des Zoons en des Heiligen Geestes. En: Die geloofd zal hebben en gedoopt zal zijn, zal zalig worden; maar die niet zal geloofd hebben, zal verdoemd worden. Deze belofte wordt ook herhaald, waar de Schrift den Doop het bad der wedergeboorte en de afwassing der zonden noemt. Dat gaat over: toegezegd en vervuld
Het thema van de preek van vanmiddag is: De betekenis van de Heilige Doop
We letten samen op de drie punten, die ik zojuist al noemde: 1. Vermaand en verzekerd 2. Vergeven en vernieuwd 3. Toegezegd en vervuld
Als eerste dus:
Vraag 69 vraagt: Hoe wordt u in de Heilige Doop vermaand en verzekerd, dat de enige offerande van Christus, aan het kruis geschied, u ten goede komt? Dat is een opvallende vraag… Je zou ook kunnen vragen: kunt u eens uitleggen wat dat betekent? Hoe kijkt u daartegen aan? Wat denk jij ervan?
Maar deze vraag is veel persoonlijker. Achter deze vraag ligt een diepere vraag. Die offerande van de Heere Jezus aan het kruis, komt die ook u ten goede? Hebt u daar persoonlijk ook déél aan? Vraag je je dat ook wel eens af? Houdt die vraag je ook bezig? Er zijn mensen die zeggen: ‘Natúúrlijk is dat ook voor mij. Jezus is gestorven voor zondaars. Nou, ik ben een zondaar, en dus is het ook voor mij.’ Er zijn ook mensen die zonder schaamte zeggen: ‘Nee, daar heb ik geen deel aan.’ Terwijl dit, gemeente, de belangrijkste vraag voor ons leven is. Hier draait het om in ons leven. Dit bepaalt eeuwig wel of eeuwig wee: Is het offer van Christus aan het kruis ook voor mij geweest?
En dat dat geen vanzelfsprekendheid of verstandelijke conclusie is, blijkt wel uit de vraag. Want als de Heilige Geest dat werkt in je hart, dan heb je onderwijs en verzekering nodig. Hoe dat komt? Waarom kan je niet zomaar de conclusie trekken: ‘Ik geloof, en dus zijn mijn zonden vergeven?’ Omdat ik van nature die zonden niet zie! Daarvoor heb ik het werk van de Heilige Geest nodig, om mij dat te laten zien. Om mij te laten zien, wat de Catechismus noemt: de onreinheid van mijn ziel. Drie woorden, maar daarachter ligt een wereld van zonde, ellende en schuld. Mijn ziel, zegt Psalm 51, is geheel melaats.
Dat is het onderwijs van de Heilige Doop, iedere keer weer. De Heilige Doop geeft onderwijs over de enige offerande van Christus. En dat offer wijst op schuld. Door de besprenging met water wordt de onreinheid van onze ziel aangewezen. Heb je daar, door het ontdekkende werk van de Heilige Geest, al iets van leren zien, al iets van leren kennen? Van je onreinheid, van je zonde en ongerechtigheid? Ben je je al gaan schamen voor God? ‘Heere, zo vuil, zo was ik niet. Maar zo ben ik door mijn zonden wel geworden.’
Als de Heilige Geest je dat meer en meer laat zien, dan geeft dat verdriet in je hart. Dan gaat dat drukken als een last op de ziel. Dan ga je zeggen: ‘Heere, ik heb gedaan wat kwaad is in Uw oog. Wee mij, dat ik zo gezondigd heb. Dat ik al Uw geboden heb overtreden, dat ik Uw Evangelie veracht heb. Ja, heel mijn bestaan is doortrokken van zonde.’ Het heet niet voor niets: onreinheid… Daar zit iets in van: door en door zondig, vies, besmettelijk, vuil voor God…
Maar wat een wonder wordt het, als Diezelfde Heilige Geest ook Zijn licht gaat laten vallen op Christus. Die bereid is al die onreinheid van je hart en leven weg te wassen. En dat Hij dat uit genade ook doet. Zonder enige verdienste van ons. Uit louter genade. Wat een wonder wordt het als we, midden in ons zielsverdriet, er iets van mogen zien en geloven: Hij, de Zondeloze, de Reine, de Heilige, ging staan in mijn plaats. Hij droeg ook voor mij de last van de toorn van God over zonde en schuld. Hij droeg ook mijn straf en bracht vrede aan, ook voor mij.
Maar wat kan dat bestreden en aangevochten zijn, en ook blijven. Is het wel echt waar? Kan ik dat wel geloven? Mag ik dat wel geloven? Durf ik dat wel geloven? De harten van zulke aangevochten mensen komt de Heere tegemoet. Door hun zwakheid te ondersteunen. Door hun wankele geloof op te beuren.
Wat krijgt het dan ineens een andere betekenis, als je dan leest antwoord 69: Christus heeft dit uitwendige waterbad ingezet en daarbij toegezegd, dat ik(!) zo zeker met Zijn bloed en Geest van de onreinheid van mijn ziel, dat is van al mijn zonden, gewassen ben, als ik uitwendig met het water, hetwelk de onzuiverheid des lichaams pleegt weg te nemen, gewassen ben. Dan wil de Heilige Doop vermanen. Dat wil zeggen: onderwijs geven, laten zien. En verzekeren. Dat wil zeggen: garanderen, het is echt waar.
Wat is echt waar? Dat, wat je – terwijl je gebukt gaat onder de last van je schuld, en terwijl je met zoveel schaamte moet buigen voor God – dat, wat je van jezelf niet kan en durft te geloven. De Heilige Doop is niet bedoeld voor mensen die zeggen: ‘Ja, natuurlijk is dat ook voor mij!’ De Heilige Doop is bedoeld voor mensen die zeggen: ‘Ik zal nooit kunnen begrijpen dat God zo naar mij omziet.’ De Heilige Doop wil onderwijs en meer zekerheid geven aan mensen die gebroken zijn van hart, en die verslagen zijn van geest, Voor hen is dit de taal van de waterdruppels van de Doop: dat een ieder die zich met berouw van zijn zonde bekeert, zich afwendt van de zonde en zich laat dopen in de Naam van Jezus, vergeving van zonde zal ontvangen. Wie met zijn of haar onreinheid tot Christus gevlucht is, die is gewassen van zonde en schuld. Wie met een kruimel geloof op Hem gezien heeft, op de verhoogde koperen slang, die is genezen van zijn of haar dodelijke kwaal.
Die is – zegt de Catechismus – zo zeker met het bloed en de Geest van Christus gewassen van alle zonden en van de onreinheid van zijn ziel, als dat hij uitwendig met het water gewassen is. De Doop is een prediking, zonder woorden, van de werkelijkheid van de vergeving van zonden. Hoor en zie, verslagenen van hart: het bloed van Jezus Christus, Gods Zoon, reinigt van alle zonden. Ik heb rein water op u gesprengd, u bent rein (Ezech. 36:25Dan zal Ik rein water op u sprengen, en gij zult rein worden; van al uw onreinigheden en van al uw drekgoden zal Ik u reinigen.). En dat leert de Heere, dat onderwijst Hij Zijn kinderen. En daarvan verzekert Hij hun door het sacrament van de Heilige Doop.
Hoe krijg je als kind van God meer vastheid en zekerheid? Zeker ook door het gebruik van het Heilig Avondmaal, maar ook door de voortdurende bediending van de Heilige Doop. Met het gebroken brood zegt de Heere Jezus: Ik liet Mij breken voor u. Met de vergoten wijn zegt de Heere Jezus: Ik vergoot Mijn bloed voor u. En met het water – dat op het hoofdje van het kindje drupt, en dat ook op uw eigen voorhoofd gedrupt is – zegt de Heere: Mijn kind, zo zeker als dat water wast, zo zeker is uw hart gewassen van uw onreinheid en van al uw zonden.
Al Gods kinderen – dat mogen we zien in het water van de Heilige Doop – zijn schoongewassen door het bloed van de Heere Jezus. Maar ons hart durft dat soms en vaker zo moeilijk te geloven. En dus komt de Heere vriendelijk naar ons toe. En laat het aan ons zien.
Vind je dat niet geweldig, jongelui? Zo goed zorgt de Heere nu voor al Zijn kinderen. Kan je je voorstellen hoe bijzonder dat kan zijn, als er zoveel twijfel is in ons hart: zou het wel echt ook voor mij zijn? En de Heere laat het je zien. En je ziet het, je gelooft het: dit geldt ook voor mij. De Heere heeft ook mij met Mijn bloed en Geest gewassen van de onreinheid van mijn ziel, dat wil zeggen: van al mijn zonden.
Kan je je voorstellen wat een blijdschap en verwondering dat geeft in ons hart, als we dat als een wonder van Gods genade mogen zien en geloven? Ik was onrein. In zonden ontvangen en geboren. Mijn schuld was hemelhoog. Maar, Hij, de Heere Jezus, stierf ook voor mij. En met Zijn bloed heeft de Heilige Geest ook al mijn zonden weggewassen. En dus zal de Heere nu nooit meer op mij toornen of schelden. Nu zal de Heere nooit meer boos op me zijn.
Dat zegt de Heere Zijn kinderen toe – zegt de Catechismus – dat belooft Hij hun. Ik zal rein water op u sprengen en gij zult rein worden; van al uw onreinheden en van al uw drekgoden zal Ik u reinigen (Ezech. 36:25). En het doopwater laat het ons zien: het is echt waar. Mijn kinderen, beloofd is beloofd. Kijk maar: Ik heb het gedaan, Ik heb u gewassen. Mijn kinderen, hoe hoog de nood ook mag gaan, hoe zwaar u ook door uw bestrijders aangevallen wordt, hoe de twijfel ook de kop opsteekt…
U mag in het bijzonder kijken naar het water van de Heilige Doop. U mag Mij in het bijzonder wijzen op uw gedoopte voorhoofd. En zeggen: ‘Heere, U hebt het toch gezegd? En U laat mij toch steeds weer zien? Dat ik van mezelf onrein ben. Dat het met mijzelf nooit meer iets wordt. Dat dat buiten mezelf ligt. Daarom werp ik mij, o grote God, op Uw grondeloze barmhartigheid. Ik ben eeuwig de Uwe. En U bent voor altijd de mijne.’
Put toch meer troost en zekerheid, kinderen van God, uit dat wat de Heere u steeds weer laat zien in het teken van de Heilige Doop. Ik bedoel dat, wat de dichter in Psalm 89 verwoordt: Ik zal Mijn verbond niet ontheiligen, en hetgeen dat uit Mijn lippen gegaan is, zal Ik niet veranderen (Ps. 89:35).
We gaan het samen zingen, voordat we verdergaan met ons tweede aandachtspunt, uit Psalm 89 vers 14: Dan zal Ik hen, die dwaas en wreev'lig overtreên, Bezoeken met de roe en bitt're tegenheên; Doch over hem Mijn gunst en goedheid nooit doen enden. Niet feilen in Mijn trouw, noch Mijn verbond ooit schenden; 'k Zal nooit herroepen 't geen Ik eenmaal heb gesproken, 't Geen uit Mijn lippen ging, blijft vast en onverbroken. Psalm 89 vers 14. - - - - -
We gaan verder met ons tweede aandachtspunt:
Vraag 70 vraagt: Wat is dat, met het bloed en de Geest van Christus gewassen te zijn? Het antwoord: Het is vergeving der zonden van God uit genade te hebben om des bloeds van Christus wil, hetwelk Hij in Zijn offerande aan het kruis voor ons uitgestort heeft; daarna ook, door de Heilige Geest vernieuwd en tot lidmaten van Christus geheiligd te zijn, opdat wij hoe langer hoe meer der zonden afsterven, en in een godzalig, onstraffelijk leven wandelen. Vergeven en vernieuwd…
Vergeving van zonden, dat is het eerste. Van God gekregen, om het bloed van de Heere Jezus. Dat laat ons nog even heel duidelijk zien: wij mensen hebben met God te doen. We moeten met God verzoend worden. Het moet goed komen met God. Ik bedoel te zeggen: het begint niet met Jezus. Het begint met God. En met God kan het alleen maar goed komen door het bloed van de Heere Jezus. God heeft gezegd: Als Ik Zijn bloed zal zien, zal Ik u voorbijgaan. Dan zal Ik u niet straffen (Ex. 12:13En dat bloed zal ulieden tot een teken zijn aan de huizen, waarin gij zijt; wanneer Ik het bloed zie, zal Ik ulieden voorbijgaan; en er zal geen plaag onder ulieden ten verderve zijn, wanneer Ik Egypteland slaan zal.).
a. De Catechismus zegt: gewassen zijn, dat is vergeving van zonden van God uit genade te hebben, om het bloed van Christus wil.
Maar het is meer. Want je kunt je schuld en je zonden wel kwijt zijn, maar je bent daarmee nog niet direct een heilig mens… Zondag 23 zegt: ik ben daarna nog steeds tot alle boosheid, tot alle zonde geneigd. Vergeving van de zonde is dus niet het enige. Dat is maar de helft.
b. Gewassen te zijn met het bloed en de Geest van Christus, dat wil ook zeggen: door de Heilige Geest vernieuwd en tot lidmaten van Christus geheiligd te zijn. Opdat wij hoe langer hoe meer der zonden afsterven, en in een godzalig, onstraffelijk leven wandelen. Wandelen met God…
Je zegt: Nou, daar moet je dan goed je best voor doen… Nee, want dat is niet ons werk. Dat is ook het werk van God. Gods kinderen worden, zegt de Catechismus, door de Heilige Geest vernieuwd. Paulus zegt: Het is God, Die in u werkt, beide het willen en het werken, naar Zijn welbehagen (Filip. 2:13).
Het is Gods werk, maar het is ook plicht. Het Doopformulier zegt: Zo worden wij ook weer door God door de Doop vermaand en verplicht tot een nieuwe gehoorzaamheid, namelijk, dat wij deze enige God, Vader, Zoon en Heiligen Geest, aanhangen, betrouwen en liefhebben van ganser harte, ziele en gemoede en met alle krachten, de wereld verlaten, de oude natuur doden, in een nieuw, godzalig leven wandelen. Het is ook onze plicht, om te breken met de zonde. Dat bedoelt Paulus als hij zegt: Werk uw zaligheid met vrees en beven.
Worden we dan steeds betere mensen? Misschien wel in de ogen van anderen, als zij de vruchten van Gods genade in ons leven zien. Maar als het gaat om jezelf…? Hoe komt dat…? Omdat gaandeweg onze ogen ook steeds meer opengaan voor wie we echt zijn. Voor hoe diep de zonde in ons hart zit. Als Ezechiël daaraan denkt, dan zegt hij: zij zullen een walging aan zichzelven hebben over de boosheden die zij in al hun gruwelen gedaan hebben (Ezech. 6:9Dan zullen uw ontkomenen Mijner gedenken onder de heidenen, waar zij gevankelijk zullen geworden zijn, omdat Ik verbroken ben door hun hoerachtig hart, dat van Mij afgeweken is, en door hun ogen, die hun drekgoden nahoereren; en zij zullen een walging aan zichzelven hebben over de boosheden, die zij in al hun gruwelen gedaan hebben.). En als Paulus daaraan denkt, dan zegt hij: wat ben ik toch een ellendig mens.
Voor zulke ellendige mensen is er troost in het water van de Heilige Doop. Het Doopformulier zegt immers: Als wij somtijds uit zwakheid in zonden vallen, zo moeten wij aan Gods genade niet vertwijfelen, noch in de zonden blijven liggen, overmits de Doop een zegel en ontwijfelbaar getuigenis is, dat wij een eeuwig verbond met God hebben. Dat je kind van God bent, is een zaak van de Heere. Dat je daarna kind van God blijft, is ook een zaak van de Heere. Hij houdt ons vast, ook als wij soms struikelen en in zonden vallen.
Je zegt: ‘Dan moet je jezelf snel weer schoonwassen.’ Nee. Dan is er gelukkig meer zekerheid. Dan herinnert het water van de Heilige Doop ons eraan dat de Heere ons wast van al onze ongerechtigheden. Zoals de Heere al beloofde door de mond van diezelfde profeet Ezechiël: Dan zal Ik rein water op u sprengen, en u
zult rein worden; van al uw onreinigheden en van al uw drekgoden zal Ik u reinigen. (Ezech. 36:25).
Die twee dingen moet je niet alleen weten met je verstand, maar ook persoonlijk, bevindelijk kennen uit de praktijk van je leven. a. Als eerste dat je met de last van je schuld een blik hebt leren slaan, al is het met een gebroken oog, op Christus. Dat je iets hebt leren kennen van het: Om mijn ongerechtigheden is Hij verbrijzeld. De straf die ik verdiend heb – dat leert de Heere je! – die heeft God op Hem gelegd (Jes. 53:5Maar Hij is om onze overtredingen verwond, om onze ongerechtigheden is Hij verbrijzeld; de straf, die ons den vrede aanbrengt, was op Hem, en door Zijn striemen is ons genezing geworden.). b. Maar als tweede ook iets (niet alleen van vergeving maar ook) van vernieuwing. Want het is onmogelijk (zei Zondag 24 eerder), dat zo wie Christus door een waarachtig geloof ingeplant is, niet zou voortbrengen vruchten der dankbaarheid.
Twee dingen, en ook in die volgorde. Het is niet zo, dat je eerst jezelf moet verbeteren. Dat je eerst een beter mens moet worden. En dat er daarna genade is. Duizenden mensen struikelen over die gedachte: Eerst ik, dan God. Dat is misvorming van en vijandschap tegen het Evangelie van de vrije genade. Nee, genade is er voor de allerslechtsten, voor tollenaars en zondaars. Christus ontvangt zondaars en eet met hen. En er is geen enkele voorwaarde aan onze kant om tot Hem te mogen komen. Zondaars worden om niet gerechtvaardigd door de verlossing die in Christus Jezus is (Rom. 3;24).
En die begenadigde zondaars leren daarna wat het betekent, om als arm zondaars aan Gods hand geleid te worden op de weg van de dankbaarheid. Waar wij vaak struikelen, in velen… Waar Hij ons leert om in Zijn wegen te wandelen… En waar Hij ons troost met het teken en zegel van de Heilige Doop: U struikelt wel, maar Ik zal niet feilen in Mijn trouw noch Mijn verbond ooit schenden.
Dat alles heeft Christus toegezegd en vervuld. Dat is als laatste nog onze derde gedachte:
Vraag 71 vraagt: Waar heeft ons Christus toegezegd dat Hij ons zo zeker met Zijn bloed en Geest wassen wil, als wij met het doopwater gewassen worden? Het antwoord zegt: In de inzetting van Doop, welke alzo luidt: Gaat dan henen, onderwijst al de volken, dezelve dopende in den Naam des Vaders en des Zoons en des Heiligen Geestes; En: Die geloofd zal hebben en gedoopt zal zijn, zal zalig worden; maar die niet zal geloofd hebben, zal verdoemd worden; Deze belofte wordt ook herhaald, waar de Schrift de Doop het bad der wedergeboorte en de afwassing der zonden noemt.
Hier vindt u het bewijs. De Schrift zegt het Zelf, en dat is het Woord van Christus, het Woord van God: Zo zeker, kinderen van God, uzelf veroordelende en tot Christus vluchtende zondaars… Zo zeker als u met dit water gewassen bent, zo zeker is de
toezegging van God, dat Hij uw hart en leven gewassen heeft, dat Hij uw hart en leven wassen zal van alle ongerechtigheid. Want: Die geloofd zal hebben en gedoopt zal zijn, zal zalig worden; maar die niet zal geloofd hebben, zal verdoemd worden (Mark. 16:16Die geloofd zal hebben, en gedoopt zal zijn, zal zalig worden; maar die niet zal geloofd hebben, zal verdoemd worden.).
Heeft de Heilige Doop ook nog iets te zeggen tegen ongelovigen? Ja, zeker wel. Laat ik drie dingen zeggen. a. Als eerste dit: God is betrouwbaar. Daar begin ik mee. Wat Hij belooft, wat Hij beloofd heeft, is en blijft waar. Hoe ver je misschien ook bent afgedwaald. Ik zal u tot een God zijn. Als je Mij zoekt, dan zal je Mij vinden. Er is vergeving beschikbaar bij Mij, voor de grootste zondaars.
b. Als tweede dit: dat je het teken en bewijs van die betrouwbaarheid van God, altijd en overal bij je draagt. Ook al ga je de wereld in, ook al heb je niks meer met God. Je neemt het zelfs mee als je sterft, je graf in. Als teken van Gods verbond. Dat je levenslang de weg wijst naar het eeuwige leven. Maar ook als een teken met een keerzijde. Het verbond heeft namelijk ook een keerzijde. De belofte van het verbond is: het vinden voor degenen die zoeken. Maar de keerzijde van het verbond is: de wraak en vergelding voor verbondsbrekers! De doortocht door de Rode Zee wees vooruit naar het teken van de Heilige Doop. Het was tot redding van Israël, maar de Egyptenaars zijn erin verdronken.
Je kunt je aan het Heilig Avondmaal een oordeel eten en drinken. Maar je kunt ook verdrinken in je doopwater… Als je hardnekkig weigert om met schaamte je schuld te belijden. En te bidden om de vergevende kracht van het bloed. Doe dat toch alsjeblieft niet. Je krijgt er spijt van. Niet van je Doop, want die kwam van God. Maar wel van je verloren leven.
c. De Heilige Doop zegt als derde ook dit, tegen al degenen die nog steeds onbekeerd zijn: U hebt het bloed van Christus wel veracht, maar voor u is nog steeds de weg geopend om zalig te worden. Het bloed van de Zaligmaker is nog steeds beschikbaar voor u. Voor u allemaal! Want een iegelijk die den Naam des Heeren zal aanroepen, zalig zal worden (Hand. 2:21En het zal zijn, dat een iegelijk, die den Naam des Heeren zal aanroepen, zalig zal worden.).
Zo zijn wij dan gezanten van Christuswege, alsof God door ons bade; wij bidden van Christuswege: Laat u met God verzoenen (2 Kor. 5:20Zo zijn wij dan gezanten van Christus wege, alsof God door ons bade; wij bidden van Christus wege: laat u met God verzoenen.).
Amen.
Slotzang Psalm 111:2,3,5
Andere preken over Zondag