Zondag 25 · 13 juli 2025
Preek Heidelbergse Catechismus Zondag 25 (serie 2)
INLEIDING
Deze catechismuspreek over Zondag 25 vertrekt vanuit Paulus in 1 Timotheüs 1, die zijn eigen geloof niet aan zichzelf te danken had, maar aan Gods eenzijdig ingrijpen door het betrouwbare Woord. Zo behandelt Zondag 25 het geloof en de genademiddelen: de oorsprong van het geloof, dat de Heilige Geest werkt door de verkondiging van het Evangelie en versterkt door de sacramenten; de onderhouding van dat geloof door doop en avondmaal, die als waartekenen en zegels laten zien en bevestigen wat waar en betrouwbaar is; en het voorwerp van het geloof, de enige offerande van Christus aan het kruis, als de enige grond van de zaligheid.
Het geloof en de genademiddelen
ZONDAG 25
Vraag 65: Aangezien dan alleen het geloof ons Christus en al zijn weldaden deelachtig maakt, vanwaar komt zulk geloof?
Van den Heiligen Geest, die het geloof in onze harten werkt door de verkondiging des Heiligen Evangelies, en het sterkt door het gebruik van de Sacramenten.
Vraag 66: Wat zijn Sacramenten?
De Sacramenten zijn heilige zichtbare waartekenen en zegelen, van God ingezet, opdat Hij ons door het gebruik daarvan de belofte des Evangelies des te beter te verstaan geve en verzegele; namelijk, dat Hij ons vanwege het enige slachtoffer van Christus, aan het kruis volbracht, vergeving der zonden en het eeuwige leven uit genade schenkt.
Vraag 67: Zijn dan beide, het Woord en de Sacramenten, daarhenen gericht, of daartoe verordend, dat zij ons geloof op de offerande van Jezus Christus aan het kruis, als op den enigen grond onzer zaligheid, wijzen?
Ja zij toch; want de Heilige Geest leert ons in het Evangelie, en verzekert ons door de Sacramenten, dat onze volkomen zaligheid in de enige offerande van Christus staat, die voor ons aan het kruis geschied is.
Vraag 68: Hoeveel Sacramenten heeft Christus in het nieuwe Verbond of Testament ingezet?
Twee, namelijk den Heiligen Doop en het Heilige Avondmaal.
VOLLEDIGE TEKST
ds. J. IJsselstein - Zondag 25
THEMA
Het geloof en de genademiddelen
Geliefde gemeente, Zondag 23 en 24 gingen over het echte, het oprechte geloof. Waardoor – dat was de vraag – komt het nu weer goed tussen God en ons hart? Het antwoord van Zondag 23 was: Alleen door een waar geloof in Jezus Christus. En het antwoord van Zondag 24 was: Niet door je eigen werken of prestaties. Maar hoe kan je dat ware geloof dan wel krijgen? Daar gaat het over in Zondag 25. En daar ging het ook over in 1 Timotheüs 1, in het Bijbelgedeelte dat we gelezen hebben. Laten we daar eerst nog even naar terugkijken.
Paulus zegt eigenlijk: Weet je hoe ik dat geloof gekregen heb? Nou, de eerlijkheid gebiedt te zeggen, dat mijn vroegere leven er niet best uitzag. Kijk maar naar vers 13: Ik was tevoren een godslasteraar, en een vervolger, en een verdrukker. Maar de Heere greep in in mijn leven: Mij is barmhartigheid geschied. Want, zo zegt hij in vers 14: Maar de genade onzes Heeren is zeer overvloedig geweest (ik kreeg heel veel genade), met geloof en liefde, die er is in Christus Jezus.
God greep in. En Hij gaf mij genade, geloof en liefde. Hoor je, tot nu toe komt alles van één kant, eenzijdig, bij God vandaan. Het kwam niet uit Paulus zelf. Het was ook geen soort verlengstuk van zijn goede opvoeding of van zijn ernstige levenshouding. Was het misschien een keus of beslissing van hemzelf? Nee, hij verzette zich juist tegen de Heere Jezus. Hij koos niet vóór Hem, maar hij vervolgde Hem. Totdat de Heere Zelf ingreep, en alles veranderde.
En, zegt Paulus dan eigenlijk in vers 15: Wil je ook diezelfde genade? Wil je ook dat geloof en die liefde krijgen? Nou, wacht dan rustig af? Wie weet gaat de Heere dat aan jou ook een keer geven? Nee, dan wijst Paulus op het Woord van God, op het middel dat de Heere gegeven heeft om zalig te worden. Kijk maar naar vers 15: Dit is een getrouw (een betrouwbaar) woord en alle aanneming waardig, dat Christus Jezus in de wereld gekomen is om de zondaren zalig te maken, van welke ik de voornaamste ben. Met andere woorden: als je ook diezelfde Zaligmaker nodig hebt, dan moet je Hem zoeken: in het Woord!
In dit betrouwbare Woord, dat niet waard is om afgewezen te worden (zoals je misschien al zo vaak gedaan hebt), maar dat waard is om aangenomen te worden. En hoe dat moet? Die weg, zegt Paulus, zal ik je wijzen. Dan moet je stoppen met te denken dat je goed of beter bent dan anderen. Dan moet je eerlijk naar jezelf kijken en erkennen dat je de slechtste bent van heel dit gezelschap. Dan moet je eerlijk gaan belijden dat je een zondaar bent. Niet alleen met woorden, niet alleen met je verstand, maar echt, met heel je hart. Dan moet je diep, beschaamd en schuldig voor God gaan buigen.
Maar niet zonder hoop…! Want, zegt Paulus in vers 16: Ik was echt de slechtste van iedereen. Ik was de voornaamste, ik liep vooraan, ik was koploper. Kijk maar in vers 16: Maar daarom is mij barmhartigheid geschied, opdat Jezus Christus in mij, die de voornaamste ben, al Zijn lankmoedigheid zou betonen, tot een voorbeeld dergenen, die in Hem geloven zullen ten eeuwigen leven.
En dus, vrome Farizeeërs – net als Saulus van Tarsen vroeger –, hier is je voorbeeld: erken met mij, dat je bij de slechtsten hoort. Buig en belijd dat je zondaar bent. Omhels dit Woord, dat je veroordeelt. En dat je de weg wijst om zalig te worden door het bloed van de Heere Jezus Christus.
Vanmiddag gaat de preek over Zondag 25. Een Zondag die gaat over het geloof en de genademiddelen. Laten we de vragen en antwoorden 65 tot en met 68 samen gaan lezen.
Vraag 65. Aangezien dan alleen het geloof ons Christus en al Zijn weldaden deelachtig maakt (dat zei Zondag 23), vanwaar komt zulk geloof? Antwoord. Van de Heilige Geest, Die het geloof in onze harten werkt door de verkondiging van het heilige Evangelie, en het sterkt (sterker maakt) door het gebruik van de Sacramenten. Dat gaat over: de oorsprong van het geloof: waar komt het geloof vandaan?
Vraag 66. Wat zijn Sacramenten? Antwoord. De Sacramenten zijn heilige zichtbare waartekenen en zegelen, van God ingezet, opdat Hij ons door het gebruik daarvan de belofte des Evangelies des te beter te verstaan geve en verzegele; namelijk, dat Hij ons vanwege het enige slachtoffer van Christus, aan het kruis volbracht, vergeving der zonden en het eeuwige leven uit genade schenkt. Dat gaat over: de onderhouding van het geloof door de Sacramenten.
Vraag 67. Zijn dan beide, het Woord en de Sacramenten, daarheen gericht of daartoe verordend, dat zij ons geloof op de offerande van Jezus Christus aan het kruis, als op de enige grond onzer zaligheid wijzen? Antwoord. Ja zij toch; want de Heilige Geest leert ons in het Evangelie en verzekert ons
door de Sacramenten, dat onze volkomen zaligheid in de enige offerande van Christus staat, die voor ons aan het kruis geschied is. Dat gaat over: het voorwerp van het geloof, de enige offerande van Christus.
Vraag 68. Hoeveel Sacramenten heeft Christus in het Nieuwe Verbond of Testament ingezet? Antwoord. Twee, namelijk den Heiligen Doop en het Heilig Avondmaal. En dat wordt verder uitgewerkt in de komende zondagen.
Zondag 25 gaat over: het geloof en de genademiddelen. Dat is ook het thema voor de preek van vanmiddag: Het geloof en de genademiddelen
Er zijn drie aandachtspunten. We letten op: 1. De oorsprong van het geloof (dat staat in antwoord 65) 2. De onderhouding van het geloof (dat staat in antwoord 66) 3. Het voorwerp van het geloof (dat staat in antwoord 67) Als eerste dus:
Het geloof, zegt antwoord 65, komt van: de Heilige Geest, Die het geloof in onze harten werkt door de verkondiging van het heilige Evangelie, en het sterkt (sterker maakt) door het gebruik van de Sacramenten.
Dus, dat geloof (dat jij en ik nodig hebben) komt van God. Zoals Paulus zegt tegen de gemeente van Korinthe: Al deze dingen zijn uit God (2 Kor. 5:18En al deze dingen zijn uit God, Die ons met Zichzelven verzoend heeft door Jezus Christus, en ons de bediening der verzoening gegeven heeft.). Want, zo schrijft hij aan de gemeente van Efeze, uit genade bent u zalig geworden door het geloof, en dat niet uit u, het is Gods gave (Ef. 2:8). Want u is uit genade gegeven in de zaak van Christus (…) te geloven (Fil. 1:29).
Dit moeten we, gemeente, nooit uit het oog verliezen. Ja, dit botst, dat voel ik ook, diep in ons hart, met ons verlangen zelf iets te zijn en zelf iets te kunnen. Maar nee, zegt God, het geloof komt van Mij. Dat komt eenzijdig bij Mij vandaan. Dat breekt onze hoogmoed. Zoals Jesaja schrijft: God buigt de hoogheid der mensen en vernedert die, opdat God alleen eer ontvangt (Jes. 2:17En de hoogheid der mensen zal gebogen, en de hoogheid der mannen zal vernederd worden; en de HEERE alleen zal in die dag verheven zijn.). Het geloof komt niet uit onszelf. Het geloof komt van God.
Dat komt, zegt antwoord 65, van de Heilige Geest, Die het geloof in onze harten werkt door de verkondiging van het heilige Evangelie, en het sterkt (sterker maakt) door het gebruik van de Sacramenten. Dus met Bijbelse kennis alleen, dat het geloof komt door het werk van de Heilige Geest, ben je nog niet klaar! De Catechismus zegt er onmiddellijk bij: dat de Heere daarvoor de prediking van het Woord gebruikt. De verkondiging van het Heilige Evangelie.
Dus de Heilige Geest, Die geloof werkt in het hart van mensen, Die gebruikt daarvoor een middel. Net als wij voor heel veel dingen middelen gebruiken. Wil je afwassen, dan heb je een afwasmiddel nodig. Wil je beter worden, dan heb je een geneesmiddel nodig. Wil je voorkomen dat je ziek wordt, dan heb je gezonde boodschappen nodig, gezonde levensmiddelen. Zo gebruikt ook de Heilige Geest middelen. Middelen om genade te geven, en middelen om genade te versterken: genademiddelen.
Ja, en dus, als je dan van de Heere die middelen krijgt, dan moet je ze wel gebruiken. En dan moet je ze ook op de goede manier gebruiken. Onze Dordtse Leerregels zeggen: We moeten niet scheiden de dingen waarvan God in Zijn welbehagen gewild heeft dat ze verbonden zouden blijven. Want door de prediking (van het Evangelie) wordt de genade geschonken (DL III/IV, 17). Dus door de verkondiging van het Evangelie, door de verkondiging van Gods Woord, werkt God het geloof.
Met andere woorden, het is tegen Gods wil, als je niet komt onder de dienst van het Woord (hier in de kerk). En het is natuurlijk net zo goed tegen Gods wil als je onverschillig luistert, of het luistert voor anderen. Maar aan de andere kant wil de Heere het trouw komen in de kerk (zondags, doordeweeks), eerlijk luisterend voor jezelf en biddend om genade van de Heilige Geest: gebruiken tot je zegen. Dus trouw naar de kerk blijven komen en biddend luisteren! Want het heeft God behaagd: door de dwaasheid der prediking zalig te maken (1 Kor. 1:21Want nademaal, in de wijsheid Gods, de wereld God niet heeft gekend door de wijsheid, zo heeft het Gode behaagd, door de dwaasheid der prediking, zalig te maken, die geloven;). Dit is de plaats waar de Heilige Geest met kracht wil werken in je hart, en het Woord wil gebruiken tot je bekering.
Want God, jongelui, is niet onbewogen met je lot. Hij zoekt je bekering. Want, zo zeggen de Dordtse Leerregels: Zovelen als door het Evangelie geroepen worden, die worden ernstig geroepen (DL III/IV, 8). Ernstig, oprecht en welgemeend: Zeg tot hen: Zo waarachtig als Ik leef, spreekt de Heere HEERE, zo Ik lust heb in de dood van de goddeloze! Maar daarin heb Ik lust, dat de goddeloze zich bekere van zijn weg en leve. Bekeert u, bekeert u van uw boze wegen, want waarom zoudt gij sterven, o huis Israëls? (Ezech. 33:11Zeg tot hen: Zo waarachtig als Ik leef, spreekt de Heere HEERE, zo Ik lust heb in den dood des goddelozen! maar daarin heb Ik lust, dat de goddeloze zich bekere van zijn weg en leve. Bekeert u, bekeert u van uw boze wegen, want waarom zoudt gij sterven, o huis Israëls?)
De Heilige Geest gebruikt genademiddelen: Hij werkt, zegt antwoord 65, geloof in onze harten door de verkondiging van het heilige Evangelie. En Hij maakt het sterker door het gebruik van de Sacramenten. Want dat zaligmakende geloof dat de Heere in het hart van de mens plant, dat heeft voeding, dat heeft versterking nodig. We blijven, als we kinderen van God zijn, afhankelijk van wat de Heere ons steeds weer geeft in de prediking van het Woord en bij de bediening van de sacramenten. Om in leven te blijven, en om gezond te groeien.
En dat is belangrijk, want de apostel Petrus schrijft: Maar wast op in de genade en kennis van onzen Heere en Zaligmaker Jezus Christus. Hem zij de heerlijkheid, beide nu en in den dag der eeuwigheid (2 Petr. 3:18Maar wast op in de genade en kennis van onzen Heere en Zaligmaker Jezus Christus. Hem zij de heerlijkheid, beide nu en in den dag der eeuwigheid. Amen.). Opwassen, groeien, niet in trots en zelfvertrouwen. Maar, zegt Petrus, in genade. Dat wil zeggen in het besef dat je niets verdiend hebt. En in kennis van de Heere Jezus Christus, Die genade verdiende voor arme zondaren. Dus, wat groeit er? Geloof. In het hart van een mens, die zich meer en meer bewust wordt van het feit dat hij of zij niets verdient. Met andere woorden: ik groei niet groter, maar ik word kleiner! Wat groeit, is mijn afhankelijkheid van Christus en van Zijn genade. Met andere woorden: ik groei in gebrek, én in leven van alles wat ik van de Heere uit genade krijg.
Laten we, voordat we verder gaan met ons volgende punt, eerst samen gaan zingen uit: Psalm 132 vers 9 en 10: Want Sion is van God begeerd, ’t Wordt met Zijn woning hoog vereerd; Hier, sprak Hij, Die het al beheert, Hier zal Ik wonen naar Mijn lust; Hier is in eeuwigheid Mijn rust.
’k Zal Sions, ’k zal der armen spijs, Hier zeeg’nen op de ruimste wijs; Hier zal Ik, Mijnen Naam ten prijs, De priesters met Mijn heil bekleên, En ’t volk doen juichen weltevreên.
- - - - -
Gemeente, het gaat vanmiddag in de preek over het geloof en de genademiddelen. We hebben in ons eerste punt gelet op: de oorsprong van het geloof. En gaan nu verder met ons tweede aandachtspunt:
Vraag 66 vraagt: Wat zijn Sacramenten? Het antwoord zegt: De Sacramenten zijn heilige zichtbare waartekenen en zegelen, van God ingezet, opdat Hij ons door het gebruik daarvan de belofte des Evangelies des te beter te verstaan geve en verzegele; namelijk, dat Hij ons vanwege het enige slachtoffer van Christus, aan het kruis volbracht, vergeving der zonden en het eeuwige leven uit genade schenkt.
Dat geloof, dat de Heilige Geest geplant heeft in het hart, dat heeft onderhouding, dat heeft versterking nodig. Net zoals je kleine broertje of zusje thuis melk nodig heeft, zo geldt ook heeft ook een kind van de Heere voeding nodig. Denk maar aan wat Petrus schrijft in 1 Petr. 2:2En, als nieuwgeborene kinderkens, zijt zeer begerig naar de redelijke onvervalste melk, opdat gij door dezelve moogt opwassen;:
En, als nieuwgeboren kinderkens – als pasgeboren kinderen –, wees zeer begerig naar de redelijke onvervalste melk, opdat u door dezelve moogt opwassen. Wees zeer begerig naar geestelijke, letterlijk: woordelijke melk.
a. Dat is het eerste geestelijke groeimiddel: de woordelijke melk, de verkondiging van het Woord in het midden van de gemeente. De prediking van het Woord, waarvan Jeremia zegt: Als Uw woorden gevonden zijn, zo heb ik ze opgegeten, en Uw woord is mij geweest tot vreugde en tot blijdschap mijns harten (Jer. 15:16Als Uw woorden gevonden zijn, zo heb ik ze opgegeten, en Uw woord is mij geweest tot vreugde en tot blijdschap mijns harten; want ik ben naar Uw Naam genoemd, o HEERE, God der heirscharen!). b. En het tweede groeimiddel van het geloof, dat is de zichtbare bevestiging van datzelfde Evangeliewoord door de heilige sacramenten. Waarin Christus laat zien, dat dat gepreekte Woord betrouwbaar en waar is. Calvijn noemt het: de aanhangsels aan Gods beloften, die deze beloftes bevestigen en verzegelen, om zo de zwakheid van het geloof van Zijn kinderen tegemoet te komen. Hij schrijft: Het geloof is gering en zwak, raakt meteen van slag, slingert heen en weer, en valt als het niet aan alle kanten gesteund en overeind gehouden wordt.
Als het niet gesteund en overeind gehouden wordt door de heilige sacramenten. Door (wat de Catechismus noemt) heilige zichtbare waartekenen en zegelen, door God ingezet, opdat Hij ons door het gebruik daarvan de belofte des Evangelies des te beter te verstaan geve en verzegele. Dus de sacramenten doen (als het goed is, als de Heere ze zegent) twee dingen: a. Ze laten Gods kinderen meer dan ooit zien: het is waar! ‘Het is waar, kijk maar!’ Vandaar dat woord: waartekenen b. En, dat is het tweede wat de sacramenten laten zien: het is echt, het is betrouwbaar. ‘Het is echt zo, kijk maar!’ Vandaar dat woord: zegelen.
Het is echt waar, en het is betrouwbaar: Om het enige offer van Christus aan het kruis volbracht, zijn al uw zonden vergeven en schenk Ik u uit genade het eeuwige leven. Mijn kinderen, dat is echt waar! Kijk maar naar het water van de Heilige Doop: Het bloed van Jezus Christus, Gods Zoon, reinigt van alle zonde (1 Joh. 1:7Maar indien wij in het licht wandelen, gelijk Hij in het licht is, zo hebben wij gemeenschap met elkander, en het bloed van Jezus Christus, Zijn Zoon, reinigt ons van alle zonde.). Kijk maar naar het brood van het Heilig Avondmaal: Ik liet Mijn leven breken voor u. En kijk maar naar de wijn: Ik heb Mijn bloed voor u vergoten. En dat is zó zeker, als dat u het met uw eigen ogen voor u ziet en met uw mond proeft.
Wat een zegen als je daar als kind van God iets van mag zien en geloven, bij de bediening van het Heilig Avondmaal en bij de bediening van de Heilige Doop. Als de Heere het oor en het oog van je twijfelende en aangevochten geloof gaat richten. Om je te laten horen, maar ook te laten zien en geloven wat nuttig en nodig is voor je hart en wat je ziel kan vertroosten. Als je in de prediking van het Woord en ook in het zien van de tekenen iets mag ontwaren van de geschiktheid van het Lam Gods voor je arme, tobbende ziel. Als de Heere je in die tekenen persoonlijk gaat wijzen op de kostbaarheid van het bloed van Christus. Je had het zo lang bij jezelf gezocht, maar alles wat aanvankelijk nog iets
leek, verbleekte in het licht van Gods heiligheid. Totdat de Heere je Zelf de enige weg aanwees en voor je opende. ’t Was niet te geloven. Zo wonderlijk, zo groot.
Maar nu geeft de Heere je geloof. Door met kracht tot je hart te spreken, met woorden uit het Woord die je overtuigen. Bevestigd en verzegeld door de waartekenen en zegels, gehecht aan de beloften van het Evangelie. Om zo je bedroefde hart te troosten, te versterken en op te beuren.
Terwijl hier van binnen zoveel twijfel kan zijn: Zou het wel waar zijn? Bedrieg ik me niet? Terwijl je vertwijfeld kijkt naar je zondige leven: Kan dit wel? Klopt dit wel? Terwijl de duivel je influistert: Er klopt allemaal niets van bij jou. Terwijl dat alles je zo in verwarring kan brengen, komt de Heere erbij. En midden in al die bestrijding zegt de Heere: Kijk! Kijk nu toch naar het water. Kijk nu toch naar de tekenen van brood en wijn. Het is echt waar. Het is een betrouwbaar woord en alle aanneming waardig, dat Christus Jezus in de wereld gekomen is, om de zondaren zalig te maken. Hij is het enige Slachtoffer ook voor uw zonde: Jezus Christus. En dat is niet alleen waar, maar ook zeker.
Daarvoor, om het wankele geloof in de harten van Zijn kinderen overeind te houden. Daarvoor heeft de Heere de sacramenten ingesteld. Antwoord 66 zegt: Ze zijn door God ingezet. Met andere woorden: ze zijn niet vrijblijvend. Het zijn geen middelen om naar eigen believen wel of niet te gebruiken… Het zijn geen voedingsmiddelen die je mag nemen als je trek hebt, maar anders hoeft het niet… Het zijn geen medicijnen die de enige Heelmeester je aanreikt, waarvan je vervolgens mag denken: het zal zeker helpen, het is goed bedoeld, het past bij mijn kwaal, maar ik neem toch maar niet…
Aangevochten kinderen van God, zo heen en weer geslingerd door zorg en twijfel, er rust geen zegen op, als de Heere je roept tot het Heilig Avondmaal, en je blijft zitten in je bank. Zeker, je kunt ook in je bank een zegen krijgen. Maar de Heere wil het ánders – en het is goed dat we daarnaar luisteren. De Heere weet wat goed voor u is. En Hij wil u verzadigen met het goede van Zijn huis en met het heilige van Zijn paleis. Het verachten van Zijn inzettingen kan leiden tot blijvende geestelijke duisternis in uw leven. Veracht daarom de instelling van de Heere niet. Veracht Zijn liefdebevel niet…
De sacramenten zijn bedoeld om het ware geloof te voeden en te versterken. En dus is het (als het om het Heilig Avondmaal gaat) onmisbaar: om dat ware geloof te kennen. Dat ware geloof, door de Heilige Geest gewerkt in je hart.
Onmisbaar is het dus, zegt het avondmaalsformulier:
a. Dat je jezelf mishaagt. Dat je walgt van je zondige bestaan. Dat je op alles van jezelf de dood geschreven hebt, dat je een zondaar voor God geworden bent, en dat je met berouw en boetvaardigheid voor de Heere hebt leren buigen.
b. En dat je geleerd hebt om de zaligheid buiten jezelf te zoeken. Die uitdrukking wijst op nood: ik zoek die zaligheid. Zij wijst ook op de richting van je roepen: buiten jezelf. Omdat je bent gaan zien, dat er in jezelf geen hoop is. Maar de Heere heeft je laten zien dat er wel hoop is in het enige Slachtoffer voor de zonde Jezus Christus.
c. En onmisbaar is ook, dat er diep verlangen in je hart leeft om heilig voor God te gaan leven. Niet in eigen kracht, maar door de kracht van Christus!
Zonder die kenmerken van het echte geloof, gemeente, moet u niet aan de bediening gaan. Als je dat wel doet, dan zie je alleen de buitenkant, het uiterlijk van het zichtbare teken. Maar het geloof ziet door de tekenen de be-teken-de zaak. Het kijkt verder naar waar het echt in het teken om gaat! Om het enige Slachtoffer, Jezus Christus. Om de troost die de Heere genadig wil geven door in geloof te zien op Jezus. Als troost in mijn zielsverdriet. Om wie ik ben, als ik denk aan de bitterheid van mijn zonden. Als bevestiging van de zekerheid die buiten mezelf ligt. Als ik iets proeven mag van de zoetheid van Zijn weergaloze liefde, voor mij! En dat de Heere ons – en ook mij – vanwege het enige slachtoffer van Christus aan het kruis volbracht (zegt antwoord 66), vergeving van zonden en het eeuwige leven uit genade schenkt. Wat een troost: vergeving van zonden en eeuwig leven. Uit genade.
We gaan verder met ons derde aandachtspunt:
Want vraag 67 zegt: Zijn dan beide, het Woord en de Sacramenten, daarheen gericht of daartoe verordend, dat zij ons geloof op de offerande van Jezus Christus aan het kruis, als op den enigen grond onzer zaligheid wijzen? Het antwoord: Ja zij toch; want de Heilige Geest leert ons in het Evangelie en verzekert ons door de Sacramenten, dat onze volkomen zaligheid in de enige offerande van Christus staat, die voor ons aan het kruis geschied is.
Die twee genademiddelen wijzen ons op de enige grond van de zaligheid. En die enige grond is het offer van Christus aan het kruis. Want, zo zegt Petrus in Handelingen 4: De zaligheid is in geen ander; want er is ook onder den hemel geen andere Naam, Die onder de mensen gegeven is, door Welken wij
móeten zalig worden (Hand. 4:12). Zo móet u, gemeente, zalig worden. Dat móet, anders gaat u zeker verloren. En er is een geopende weg. Die Zaligmaker is beschikbaar, voor u allemaal. Jezus Christus, de Gekruisigde, de Opgestane, de Eeuwig Levende. De enige Profeet en Leraar – Die u alles leren wil. De grote Hogepriester – Die Zijn bloed wil druppen op uw verloren hart. De eeuwige Koning – Die ook uw Heere zijn wil.
Wilt u zalig leven en straks zalig sterven? Dan hebt u Hem onmisbaar nodig. Alles buiten Hem is drijfzand voor de grote eeuwigheid die aanstaande is. Hij is alleen het voorwerp van het geloof. Hij is de enige grond van de zaligheid. Die grond vind je nooit in jezelf. Die vind je nooit in belijdenis, in je gang naar het Heilig Avondmaal, in je ernst, vroomheid of vrijmoedige belijden. Die vind je nooit in eigen liefde, keuze of beslissing. Je vindt in jezelf niets. Want je beste werken zijn onvolkomen en met zonden bevlekt.
Het leven, de zaligheid ligt in Christus, en in Hem alleen! En daarom is het zelfonderzoek zo nuttig en nodig in de voorbereiding op beide sacramenten. Opdat we het door Gods genade zouden zien, en: weer en meer zouden zien, en weten, en geloven: alles van mij is tekort. Het Woord van de Heere werpt me op de grond. Ik ben van mezelf verloren. Ik ben zonde! Maar God!
Het Woord van het Evangelie en het zichtbare van de sacramenten beuren me weer op. Door me te wijzen op de weergaloze liefde van God in Christus voor arme zondaren. Voor mensen die alles verzondigd hebben, en die niets verdiend hebben. Maar God!
God geeft het uit genade (kijk maar naar antwoord 66): vergeving van zonden en het eeuwige leven. En nu wil de Heere juist door het gebruik van de sacramenten Zijn kinderen meer geloof geven, opdat we in Christus steeds vastere grond onder onze voeten zouden krijgen. Een zekerheid buiten ons, in Hem! Niet door mijn gerechtigheid, maar door de gerechtigheid van Christus. Die God mij toerekent, die Hij mij schenkt. Volkomen, alsof ik nooit zonde gekend of gedaan had.
Er is geen vastere grond, geen vaster fundament. Nergens is meer vastheid, nergens is meer zekerheid dan buiten ons. In dat enige fundament: het kruisbloed en de gerechtigheid van Christus. Door mensen wel verworpen, maar bij God uitverkoren en dierbaar (1 Petr. 2:4).
Hebt u uw enige hoop al leren stellen op Hem? De grote levensvraag is niet of u belijdend lid bent van de kerk, of aan het Heilig Avondmaal deelneemt.
De grote levensvraag is: bent u in Christus? Bent u van Hem? Door (zoals antwoord 65 zegt) het werk van de Heilige Geest in uw hart?
Tot slot, misschien hebt u deze dienst vooral zitten denken aan degenen van wie u korter of langer geleden dacht: die eten en drinken zichzelf misschien wel een oordeel. Ik geef u iets beters om aan te denken. Lieve mensen, denk aan uw eigen ziel. Want het is waar: je kan je een oordeel eten en drinken. Maar je kan je ook een oordeel luisteren, of je ook een oordeel lezen.
Hoe? Door altijd alles goed te weten. Of door iedereen te vertellen wat er anders moet. Zonder dat je zelf ooit in het verborgen je knieën gebogen hebt. Zonder dat je zelf ooit hebt leren roepen om genade. Arme mensen! Je gaat verloren door het verwaarlozen van je eigen ziel! Hoe zult u ontvlieden als u zelf op zo grote zaligheid geen acht geslagen hebt? Denk niet dat er straks in de eeuwige rampzaligheid VIP-plaatsen zullen zijn voor goede mensen. Zij die geleefd hebben onder de welmenende aanbieding van het Evangelie, maar die niet wilden buigen, zullen geworpen worden in de buitenste duisternis (Matth. 8:12En de kinderen des Koninkrijks zullen uitgeworpen worden in de buitenste duisternis; aldaar zal wening zijn, en knersing der tanden.).
Bedenk nu, bedenk vandaag, wat tot uw vrede dient. Buig! Breek! Ga bidden, ga zoeken, ga je knieën buigen. Want, wat er ook leeft in uw gedachten: De Heere heeft geen lust (zelfs niet) in uw dood! Maar daarin dat u zich zou bekeren en leven.
Amen.
Slotzang Psalm 84:1,2
Hoe lief'lijk, hoe vol heilgenot, O HEER, der legerscharen God, Zijn mij Uw huis en tempelzangen! Hoe branden mijn genegenheên, Om 's HEEREN voorhof in te treên! Mijn ziel bezwijkt van sterk verlangen; Mijn hart roept uit tot God, Die leeft, En aan mijn ziel het leven geeft.
Zelfs vindt de mus een huis, o HEER, De zwaluw legt haar jongskens neer In 't kunstig nest bij Uw altaren. Enz.
Andere preken over Zondag