Zondag 8 · 24 november 2024
Preek Heidelbergse Catechismus Zondag 8 (serie 2)
INLEIDING
Deze catechismuspreek over Zondag 8 behandelt de indeling van de Twaalf Artikelen langs de Drie-eenheid: God de Vader en onze schepping, God de Zoon en onze verlossing, God de Heilige Geest en onze heiligmaking. Aan de hand van Christus' belijdenis voor Kajafas wordt getoond dat het geloof in Zijn Godheid onmisbaar is. Drie onderscheiden Personen, en toch één God, niet te begrijpen maar wel te aanbidden. Wie dit niet gelooft, zegt Athanasius, kan niet zalig worden.
De indeling van de Twaalf Artikelen
ZONDAG 8
Vraag 24: Hoe worden deze Artikelen gedeeld?
In drie delen: Het eerste, is van God den Vader en onze schepping.Het andere, van God den Zoon en onze verlossing. Het derde, van God den Heiligen Geest en onze heiligmaking.
Vraag 25: Aangezien er maar een enig Goddelijk Wezen is, waarom noemt gij den Vader, den Zoon en den Heiligen Geest?
Omdat God zich alzo in Zijn Woord geopenbaard heeft, dat deze drie onderscheiden Personen de enige, waarachtige en eeuwige God zijn.
VOLLEDIGE TEKST
ds. J. IJsselstein - Zondag 8
THEMA
De indeling van de Twaalf Artikelen
AANDACHTSPUNTEN
Geliefde gemeente, Israël kende God als de enige God. Zoals de Heere het had gezegd in Deuteronomium 6: Hoor, Israël, de HEERE onze God is een enig HEERE. Zo zult u de HEERE uw God liefhebben, met uw ganse hart en met uw ganse ziel en met al uw vermogen (Deut. 6:4,5).
Israël kende God als de enige God. En hoewel er in het Oude Testament duidelijke aanwijzingen waren voor God als de Drie-enige God, is het toch wel een beetje te begrijpen dat in de tijd van het Nieuwe Testament de vraag levensgroot werd: wie is eigenlijk Jezus van Nazareth? Wat betekent eigenlijk die stem uit de hemel, als Hij gedoopt wordt in de Jordaan: Deze is Mijn Zoon, Mijn Geliefde, in Denwelken Ik Mijn welbehagen heb (Matt. 3:17En ziet, een stem uit de hemelen, zeggende: Deze is Mijn Zoon, Mijn Geliefde, in Denwelken Ik Mijn welbehagen heb!)? En wat betekent het dat Jezus zegt in Johannes 10:30Ik en de Vader zijn een.: Ik en de Vader zijn één? Dat moet ongetwijfeld in die tijd voor gelovige Joden een worsteling geweest zijn.
Sommigen aanvaarden het, denk maar aan de belijdenis van Petrus in Mattheüs 16, als de Heere Jezus tegen Zijn discipelen zegt: Maar gij, wie zegt gij dat Ik ben? En Simon Petrus antwoordende zeide: Gij zijt de Christus, de Zoon des levenden Gods (Matt. 16:15, 16).
Sommigen aanvaarden het, maar voor anderen wordt het, ook nu, een breekpunt. Zoals we gelezen hebben in Mattheüs 26. Pak het in je Bijbel nog maar even voor je. Het gedeelte dat we gelezen hebben, wat gaat over de Heere Jezus, Die staat voor Kajafas en voor de overpriesters en de ouderlingen. Mattheüs 26, van vers 63 tot en met 66, beginnend — na al die eerdere valse beschuldigingen — met vers 63: Doch Jezus zweeg stil.
En de hogepriester antwoordende zeide tot Hem: Ik bezweer U bij de levende God, dat Gij ons zegt of Gij zijt de Christus, de Zone Gods. Na al die eerdere, valse beschuldigingen, voelt dit ineens als een onverwachte vraag. Komt die zomaar vanzelf op in de gedachten van de hogepriester, of…? Nee, dit is duidelijk Gods besturing. Alleen het sinistere motief achter die vraag, dat is van hém, van de hogepriester.
De vraag zelf is stellig en onder ede: Ik bezweer U, bij de levende God. En de vraag is ook publiek, op een moment van publieke verantwoording. Zoals dat er tot nu toe niet is geweest: ‘Bent U, Jezus van Nazareth, de verwachte Messias, de Zoon van God? Of niet? Eerder hebt U gezegd dat U de Zoon des mensen bent. Maar bent U ook de Zoon van God?’
Vers 64: Jezus zeide tot hem: U hebt het gezegd. Met andere woorden, stellig: ‘Ja, dat ben Ik’. Doch Ik zeg ulieden: Van nu aan zult u zien de Zoon des Mensen zittende ter rechterhand der kracht Gods (zoals staat in Psalm 110), en komende op de wolken des hemels (zoals staat in Daniël 7). Met andere woorden: Ja, hogepriester, Ik bén de Messias. Van Wie David geprofeteerd heeft in Psalm 110: De Heere heeft tot mijn Heere gesproken: Zit tot Mijn rechterhand, totdat Ik Uw vijanden gezet zal hebben tot een voetbank Uwer voeten (Ps. 110:1). Met andere woorden: Ja, hogepriester, Ik bén de Messias. Van Wie Daniël ooit geprofeteerd heeft, toen hij schreef: Er kwam Een met de wolken des hemels, als eens mensen Zoon, en Hij kwam tot de Oude van dagen, en zij deden Hem voor Denzelven naderen (Dan. 7:13). Bij Zijn hemelvaart, komend tot voor het aangezicht van Zijn hemelse Vader. En zij deden Hem, Christus, voor Dezelfde, voor de Vader, naderen. Dus: Já, hogepriester, Ik bén de Messias!
En dan volgt de ontknoping in vers 65 en 66: Toen verscheurde de hogepriester zijn klederen, zeggende: Hij heeft God gelasterd; wat hebben wij nog getuigen van node? Zie, nu hebt u Zijn godslastering gehoord. Wat dunkt ulieden? En zij antwoordende zeiden: Hij is des doods schuldig. Dit, dat Christus kwam als de Zoon des mensen, en tegelijkertijd als de Zoon van God… Dit, dat Hij kwam als waarachtig en rechtvaardig Mens, en tegelijkertijd als waarachtig God… Dit was Gods levensreddende plan voor zondaars! Maar zij noemen het godslastering. En veroordelen Hem tot de dood.
Je zegt: Maar wat heeft dit eigenlijk te maken met de Drie-eenheid? Want daar gaat het vanmiddag toch over, in Zondag 8? Nou, alles! Want als Jezus niet de Zoon van God is, Die één is met God de Vader, dan valt de bodem weg uit de leer van de Drie-eenheid. Dat zie je trouwens overal om je heen ook gebeuren. Mensen die niet in de Drie-eenheid geloven, en vervolgens ook niet in de Godheid van de Heere Jezus Christus. Of andersom, mensen die niet in de Godheid van de Heere Jezus Christus geloven, en vervolgens ook niet in de Drie-eenheid van God.
Daarom, gemeente — dat hebben we gehoord uit de geloofsbelijdenis van Athanasius — is de geloofsleer van de Drie-eenheid cruciaal. Wie dat loslaat, die gaat uiteindelijk geloven dat God de Vader God is, dat Jezus hooguit een voorbeeldig mens is geweest en dat de Heilige Geest hooguit een bijzondere kracht is.
Maar als dat zo is, zei ook Athanasius, dan kan niemand zalig worden. Dat weten we uit Zondag 6. Want de Middelaar tussen God en ons moet ook écht waarachtig God zijn. Dat is de reden dat Athanasius aan het einde van zijn belijdenis zegt: Wie dit niet oprecht en standvastig gelooft, kan niet behouden worden. Hij zegt niet: wie dit allemaal niet begrijpt. Maar hij zegt: wie dit niet gelooft. Wie niet gelooft wat God over Zichzelf zegt, die kan niet behouden worden. Want die haalt de bodem weg uit Gods plan voor de zaligheid van mensen.
We gaan vanmiddag met Gods hulp samen kijken naar wat de Catechismus zegt over de Drie-eenheid van God. Niet met de bedoeling dat we daar iets van gaan begrijpen. Nee, dit is veel meer bedoeld om de Heere lof te zingen en nederig te aanbidden. Na Zondag 7, die ging over het echte, over het ware geloof, gaat de Catechismus nu verder over wát dat ware geloof dan precies inhoudt. Wát dat gelooft. Het antwoord is eigenlijk kort en krachtig: Alles wat in de Bijbel staat, samengevat in de Twaalf Artikelen. En dat geloof begint met de belijdenis van: Wie God Zelf is. Laten we samen Zondag 8 gaan lezen, de vragen en antwoorden 24 en 25.
Vraag 24: Hoe worden deze Artikelen gedeeld? Antwoord: In drie delen. Het eerste is van God den Vader en onze schepping. Het andere van God den Zoon en onze verlossing. Het derde van God den Heiligen Geest en onze heiligmaking.
Vraag 25: Aangezien er maar een enig Goddelijk Wezen is, waarom noemt u de Vader, de Zoon en de Heilige Geest? Antwoord: Omdat God Zich alzo in Zijn Woord geopenbaard heeft, dat deze drie onderscheidene Personen de enige, waarachtige en eeuwige God zijn.
Tot zover Zondag 8. Het thema voor de preek van vanmiddag is: De indeling van de Twaalf Artikelen
We letten samen op drie aandachtspunten. In de eerste plaats op: God de Vader en onze schepping. In de tweede plaats op: God de Zoon en onze verlossing. En als derde op: God de Heilige Geest en onze heiligmaking.
Dus: De indeling van de Twaalf Artikelen 1. God de Vader en onze schepping 2. God de Zoon en onze verlossing 3. God de Heilige Geest en onze heiligmaking
Als je trouwens goed luistert naar antwoord 24, dan hoor je, en dat zal je ongetwijfeld opgevallen zijn: er zijn steeds twee aparte dingen. Je hoort steeds iets over God, en iets over 'onze'. God de Vader en onze schepping. God de Zoon en onze verlossing. En God de Heilige Geest en onze heiligmaking. Dus het gaat over twee dingen. Over Wie God de Vader, de Zoon, de Heilige Geest is, en het gaat over wat God, Vader, Zoon en Heilige Geest, voor ons gedaan heeft en doen wil. Voor jullie, voor ons persoonlijk. En dan zien we straks aan het eind van de preek nog, vanuit antwoord 25, dat de Bijbel ons duidelijk leert dat die drie Goddelijke Personen de enige waarachtige en eeuwige God zijn. Ons eerste aandachtspunt:
God de Vader heeft ons als Schepper gemaakt. Zo staat het in Psalm 100: Weet dat de Heere de God is. Hij heeft ons gemaakt, en niet wij; Zijn volk en de schapen Zijner weide. God de Vader heeft ons geschapen naar Zijn beeld. En dus, zagen we eerder in de Catechismus, mag Hij van ons vragen dat wij Hem liefhebben. Met heel ons hart, met heel onze ziel, met heel ons vermogen.
Het is waar, als je in de Bijbel leest, dan merk je dat God de Vader niet alleen als Schepper wordt genoemd. Ook God de Zoon en God de Heilige Geest deden, om zo te zeggen, mee in het scheppingswerk. Denk maar aan de psalm die we samen zongen, Psalm 33: Door het Woord van de Heere (door de Zoon van God) zijn de hemelen gemaakt. En door de Geest van Zijn mond al hun heir (bedoeld wordt de legers van de engelen).
Maar de schepping was voorál het werk van God de Vader. Van de Eeuwige Vader, sterk in macht. Die de aarde en alles wat daarop is, uit het niet heeft voortgebracht. De profeet Jesaja schildert Hem in Zijn grootheid als hij schrijft: Hij is het, Die daar zit boven den kloot der aarde, en derzelver inwoners zijn als sprinkhanen; Hij is het, Die de hemelen uitspant als een dunnen doek en breidt ze uit als een tent, om te bewonen (Jes. 40:22Hij is het, Die daar zit boven den kloot der aarde, en derzelver inwoners zijn als sprinkhanen; Hij is het, Die de hemelen uitspant als een dunnen doek, en breidt ze uit als een tent, om te bewonen;). En dan: Heft uw ogen op omhoog en ziet Wie deze dingen geschapen heeft; Die in getal hun heir voortbrengt; Die ze alle bij name roept, vanwege de grootheid Zijner krachten en omdat Hij sterk van vermogen is; er wordt er niet één gemist (Jes. 40:26). De Vader is de machtige Schepper van hemel en aarde.
God de Vader, van onze schepping. Dat is mooi om te weten, toch? Ja, maar ken je je Schepper ook echt? Hou je echt van Hem? Met heel je hart? Kent u, gemeente, uw Schepper? Hebt u Hem lief met heel uw hart? Want de Bijbel zegt: die tot God komt, moet geloven dat Hij is, en een Beloner is dergenen die Hem zoeken (Hebr. 11:6Maar zonder geloof is het onmogelijk Gode te behagen. Want die tot God komt, moet geloven, dat Hij is, en een Beloner is dergenen, die Hem zoeken.). Je kan met je verstand, door je opvoeding, door les op school, door de catechisatie wel geloven dat het waar is, dat God je Schepper is. Maar de vraag is, of de Heere je al persoonlijk geleerd heeft, dat Hij inderdaad je Schepper is.
Met andere woorden: ben je door het werk van de Heere in je hart, al gaan zien dat je, net als ik van nature, met je zondige hart staat voor deze almachtige Schepper? Die alles van je ziet en weet? En voor Wie je straks verantwoording moet afleggen van alles wat je gedaan hebt? Hij schiep je goed, volmaakt, naar Zijn beeld. Maar je brak met Hem. En zo werd God de Vader, je Schepper, door je eigen schuld: de Schepper-Rechter van je. Die betaling eist van je hemelhoge schuld.
Mag ik je vragen: breekt je hart niet, als je denkt aan alles wat je tegen je Schepper gedaan hebt? En wat je tot op de dag van vandaag tegen Hem doet? Ben je Hem kwijt, je Vader-Schepper? Heb je heimwee in je hart naar Hem? Zoals de Bijbel dat met andere woorden noemt: droefheid naar God (2 Kor. 7:10Want de droefheid naar God werkt een onberouwelijke bekering tot zaligheid; maar de droefheid der wereld werkt den dood.)? Omdat je voelt en ziet in je hart, dat je zoveel slechtheid en zonde gedaan hebt tegen een zó goeddoende God?
Luister. We weten uit deze Bijbel, dat aan God de Vader meer werken worden toegeschreven dan het grote werk van de schepping alleen. Dat weten we, zegt onze Nederlandse Geloofsbelijdenis, uit de Bijbel, maar ook uit de ervaring van ons hart. Namelijk dit. En de vraag is of u en ik dat ook weten uit ervaring… Het is diezelfde Vader, God de Vader, Die in liefde ook het hart van zo'n weggelopen zondaar breekt. Dat is óók het werk van God de Vader. Het is diezelfde Schepper-Vader, Die ook met liefde trekt aan het hart van zo'n zondaar. God de Vader trekt mensen, die moedwillig van Hem weg gegaan zijn, terug. Met koorden, met touwen van liefde. Om ons als verloren zoons en dochters terug te brengen naar het Vaderhuis. Naar het Vaderhart van God.
En dus is de vraag: heb je door het bijzondere werk van de Heere in je hart, persoonlijk al oog in oog gestaan met God de Vader? Die je ooit schiep. Die je ooit geboren liet worden. Ken je de pijn, het verdriet, het berouw in je hart, om alles wat je sindsdien tegen die God, je Schepper, gedaan hebt? En heb je ooit door Gods werk in je hart oog in oog gestaan met God de Vader, Die je in liefde brak en in liefde ging trekken met koorden van ontferming?
Wat ga je deze Schepper, God de Vader, dan liefhebben en eerbiedig vrezen in je hart. Terwijl je zegt: ‘O Heere, dat U mij toch liefgehad hebt, toen ik U nog haatte. En dat U mij opgezocht hebt, terwijl ik van mezelf nooit naar U gezocht heb’. Ken je, jongelui, iets van dat werk van de Heere in je hart? Of moet de Heere vanmiddag tegen je zeggen wat staat in Maleachi 1: Ben Ik dan een Vader, waar is Mijn eer? En ben Ik een Heere, waar is Mijn vreze (Mal. 1:6)?
Laten we, voordat we verdergaan met het tweede punt van de preek, nu eerst samen zingen, over deze God, de Vader. Uit Psalm 103:7Hij heeft Mozes Zijn wegen bekend gemaakt, den kinderen Israëls Zijn daden.: Geen vader sloeg met groter mededogen, Op teder kroost ooit zijn ontfermend' ogen, Dan Isrels Heer' op ieder, die Hem vreest.
Gemeente, we gaan verder met ons tweede aandachtspunt:
Want de verlossing van zonde en ellende is vooral, dat weten we uit de Bijbel, het werk van God de Zoon. Hoewel God de Vader daar niet buiten stond. Want Hij was het Die Zijn lieve Zoon naar deze verloren wereld zond. Zoals Paulus zegt in Romeinen 8: Die ook Zijn eigen Zoon niet gespaard heeft, maar heeft Hem voor ons allen overgegeven, hoe zal Hij ons ook met Hem niet alle dingen schenken (Rom. 8:32)?
Het werk van de verlossing was vooral het werk van de Zoon. Maar toch ook van de Vader. En toch ook van de Heilige Geest, Die over Maria kwam, zodat zij zwanger werd. Maar het is toch vooral het werk van God de Zoon, Die de menselijke natuur aannam. Hij wilde geboren worden in Bethlehem. Hij wilde gelegd worden in een kribbe. Hij wilde met al de liefde van Zijn hart leven, jarenlang verkeren in de walm van onze zonde. En Hij deed dat alles in volmaakte gehoorzaamheid. Diep boog Hij in Gethsémané. Ondraaglijk was de last van de toorn van God die Hij droeg op Golgotha. Hij stierf. Maar Hij stond op uit de dood, als teken van eeuwige overwinning. En zit aan de rechterhand van Zijn Vader. En Hij zal straks terugkomen, zo hebben we gehoord uit de geloofsbelijdenis van Athanasius, om te oordelen de levenden en de doden.
God de Zoon, Jezus Christus, de Middelaar tussen God en mensen. Hij heeft heel het werk van de verlossing volbracht. Dat is mooi om te weten, toch? Ja, maar de vraag is: ken je de Zaligmaker ook zelf, persoonlijk? Is Hij ook jouw Verlosser? Is Hij ook uw Zaligmaker? Heeft de Heere door Zijn werk in je hart, Hem al aan je laten zien? Hem al aan je onthuld? Aan je geopenbaard?
Want dat leer je niet van jezelf. Dat alles leert de Heere ons, door het werk van de Heilige Geest. Want als ik eerlijk kijk in mijn hart, naar mijn opstand tegen mijn Schepper, en naar mijn onverbeterlijke hart, dan zie ik van mezelf geen weg om zalig te worden. Want ik kan van mezelf niet geloven, en niet kiezen, en niet komen. Dat zei de Heere Jezus Zelf in Johannes 6: Niemand kan tot Mij komen, tenzij dat de Vader, Die Mij gezonden heeft, hem trekke; en Ik zal hem opwekken ten uitersten dage (Joh. 6:44). Ik kan van mezelf niet geloven, niet kiezen, niet komen. Maar dan gaat de Heilige Geest door het Woord me de weg aanwijzen. De weg, die ik voorheen niet zag. Dan gaat de Heere Zelf in het donker van de nacht van mijn zonde- overtuiging, een pad banen waar geen pad was, een pad als door de Rode Zee. Waar Hij Zijn licht laat vallen op het nooit ontdekte spoor. Dan gaat de Heilige Geest me door dit Woord Hem aanwijzen: Christus, de Zoon van God.
En natuurlijk, ik wist dat allemaal allang met mijn verstand. Dat er een weg was. En dat er een door God gegeven Zaligmaker was. Maar ken je die hartenvraag: maar is die weg, en is die Zaligmaker, na alles wat ik tegen God mijn Schepper gedaan heb, is Hij nu wel bereid om ook mij weer terug te brengen bij God?
Maar nu gaat God de Heilige Geest, en dat is Gods vrije eenzijdige genade, Hem aanwijzen. Aan mij, die dat zo onwaardig ben. De Tweede Persoon van het Goddelijke Wezen: de Heere Jezus Christus en Zijn werk. Hij Die Zich vernederd heeft, Die Zich vernietigd heeft. Die de gestalte van een dienstknecht heeft aangenomen. Om in de weg van Zijn bittere lijden een weg te banen. Ook voor mij. De doodschuldige zondaar die alles verzondigd heeft. Ik zie het van mezelf niet. Maar de Heilige Geest laat het mij zien. Hij richt mijn hart en Hij richt mijn ogen op Christus, de Gekruisigde. Gekruisigd om vijanden met God te verzoenen.
Wat gaat Hij dan in mijn ogen schitteren. Stervend aan het kruis. Wat schittert daar op Golgotha het werk en de liefde van Christus, de Zoon van God. Als ik daar zien mag en geloven mag, door het werk van de Heilige Geest: de straf die mij de vrede aanbrengt was op Hem. Door Zijn striemen is ook mij genezing geworden. Hij heeft ook mijn ongerechtigheden weggedragen. Dan leer ik iets van Hem kennen. Van Christus, de Zoon van God, in Zijn weergaloze zondaarsliefde. In alles wat Hij deed. Ook, zelfs voor mij.
Hij Die door de Vader gezonden was naar deze verloren wereld. Wat een onbegrijpelijke liefde van de Vader. Dat Hij Zijn eniggeboren Zoon overgaf aan de dood van het kruis, voor zo'n slecht mens. En wat een onbegrijpelijke liefde van de Zoon. Dat Hij zo diep wilde lijden, zelfs voor mij. Paulus zegt (je hoort de verwondering en verbazing in zijn woorden): Het heeft God behaagd om Zijn Zoon in mij te openbaren. En dat is, ik zei het al, dat is geen werk van mezelf. Dat is het werk van God, de Heilige Geest. De derde Persoon van de Goddelijke Drie-eenheid.
Dat brengt me bij het derde aandachtspunt:
Heiligmaking, dat is de vernieuwing van het hart. Het geven, het maken van een nieuw hart. Is dat het werk van de Heilige Geest alleen? Nee, niet alleen. Want in de Bijbel wordt ook gezegd dat Gods kinderen geheiligd worden door de Vader (Jud. vs. 1). En Paulus schrijft in Efeze 5 dat Christus de gemeente liefgehad heeft en Zichzelf voor haar heeft overgegeven, opdat Hij haar heiligen zou, haar gereinigd hebbende met het bad des waters door het Woord (Ef. 5:26).
Maar de vernieuwing van het hart, het heilig maken, is vooral het werk van de Heilige Geest. Het is Zijn werk, om Gods kinderen alles te leren. Wat de Heere Jezus voor hen heeft verdiend. En wat God de Vader aan hen gegeven heeft. Het is de Heilige Geest, Die overtuigt van zonde. Maar uit liefde, en gedrongen door innerlijke barmhartigheid en bewogenheid. Het is de Heilige Geest, Die Christus verheerlijkt. Die de lichtbundel van het Woord richt op Hem. Zodat Hij in onze ogen schoner wordt dan wie dan ook van de mensen. Zodat we gaan zeggen met Salomo: Al wat aan Hem is, is gans begeerlijk (Hoogl. 5:16Zijn gehemelte is enkel zoetigheid, en al wat aan Hem is, is gans begeerlijk. Zulk een is mijn Liefste; ja, zulk een is mijn Vriend, gij dochters van Jeruzalem!).
Hij brengt ons tot Christus. En Hij houdt ons bij Hem. Anders kwam het nooit goed. En Hij bewaart ons bij de gekregen verlossing. Hij houdt ons vast in struikelen en dwalen. En als wij niet meer kunnen of willen bidden, bidt Hij in ons met onuitsprekelijke zuchtingen.
Het is God de Heilige Geest, Die God de Vader verheerlijkt in onze harten. Die ons geloof geeft om de belofte van het Woord te geloven. Hij is de Trooster, Die ons, kinderen van God, troost in al ons zielsverdriet. Ja, diep in ons binnenste getuigt God de Heilige Geest, met onze geest, dat wij kinderen van God zijn. Hij leert ons roepen: Abba, Vader. En Hij is het, Die in onze harten en levens ook een diepe haat schept tegen de zonde. En een diep verlangen om heilig voor God te leven. En Hij geeft daar de kracht en de genade voor.
Wij geloven, ik hoop niet alleen met ons verstand, maar ook met heel ons hart, in God de Vader en onze schepping. Wij geloven in God de Zoon en onze verlossing. En wij geloven in God de Heilige Geest en onze heiligmaking. En we weten bevindelijk, kinderen van God, jongeren en ouderen, iets van het werk van die drie Goddelijke Personen hier van binnen, in ons hart.
Deze drie onderscheiden Personen, zegt antwoord 25 van Zondag 8, zijn de enige waarachtige en eeuwige God. Drie onderscheiden, verschillende, herkenbare Personen: God de Vader, God de Zoon en God de Heilige Geest. Die namen horen we vaker in de kerk noemen. Je hoort ze bij de bediening van het sacrament van de Heilige Doop. Als er kleine kinderen gedoopt worden: Ik doop u in de Naam… Opvallend, enkelvoud. Niet: in de Namen. Ik doop u in de Naam des Vaders en des Zoons en des Heiligen Geestes. Je hoort het aan het einde van de dienst: De genade van de Heere Jezus Christus, de liefde van God de Vader, en de troostvolle gemeenschap van de Heilige Geest zijn met u. Of soms met andere woorden: O Vader, dat Uw liefde ons blijk’. O Zoon, maak ons Uw beeld gelijk. O Geest, zend Uwe troost ons neer. En dan: Drie-enige God, U zij al de eer.
God de Vader, de Schepper. God de Zoon, de Verlosser. God de Heilige Geest, Die het hart vernieuwt, de Herschepper. Deze drie Goddelijke Personen zijn niet hetzelfde. De Bijbel maakt op verschillende plaatsen verschil, bijvoorbeeld tussen God de Vader en God de Zoon. Laat ik een paar voorbeelden noemen. In Psalm 110 staat: De Heere (God de Vader) heeft tot mijn Heere (tot God de Zoon) gesproken: Zit tot Mijn rechterhand, totdat Ik Uw vijanden gezet zal hebben tot een voetbank Uwer voeten (Ps. 110:1). Zo ook bijvoorbeeld in Psalm 45: Daarom heeft U, O God (de Zoon), Uw God (de Vader) gezalfd met vreugdeolie boven Uw medegenoten (Ps. 45:8). En die zalving van God de Zoon was, zegt Jesaja in Jesaja 61, met de Heilige Geest (Jes. 61:1). God de Vader, God de Zoon en God de Heilige Geest zijn niet hetzelfde. Ze zijn wel alle drie God.
Dus, en ik zeg dat tot onze verwondering en aanbidding: we hebben één God. Denk maar aan waar we mee begonnen. Met Deuteronomium 6:4, waar de Heere zegt: Luister, hoor Israël: De Heere onze God is een enig Heere. En Paulus schrijft heel letterlijk aan Timotheüs in 1 Timotheüs 2:5Want er is een God, er is ook een Middelaar Gods en der mensen, de Mens Christus Jezus;: Want er is één God. En er is ook één Middelaar Gods en der mensen, de mens Christus Jezus.
Onze Nederlandse Geloofsbelijdenis vat het als volgt samen: Wij geloven allen met het hart en belijden met de mond dat er is één enig, eenvoudig, geestelijk Wezen, hetwelk wij God noemen. Eeuwig, onbegrijpelijk, onzienlijk, onveranderlijk, oneindig, almachtig, volkomen wijs, rechtvaardig, goed, en een zeer overvloedige fontein van alle goed.
We hebben één God. En die enige God bestaat in drie Personen. Zoals de apostel Johannes schrijft in 1 Johannes 5: Want Drie zijn er Die getuigen in den hemel: de Vader, het Woord en de Heilige Geest; en deze Drie zijn één (1 Joh. 5:7). Drie en ook één. Drie-enig. Dat geloven we als het goed is met heel ons hart. Maar begrijpen doen we het niet. Begrijpen doen we het nooit. Dat aanbidden we diep gebogen voor onze Drie-enige God. Zoals Job ooit zei: Zie, God is groot, en wij begrijpen het niet (Job 36:26Zie, God is groot, en wij begrijpen het niet; er is ook geen onderzoeking van het getal Zijner jaren.). Onze God is de Drie-enige God. Eén God. Vader, Zoon en Heilige Geest.
En zegt de Geloofsbelijdenis van Athanasius: als je dat niet gelooft... Athanasius zegt niet: als je dat niet begrijpt, als je dat niet snapt. Maar: als je niet gelooft met heel je hart wat de Heere zegt, dan kan je niet zalig worden. Dat is nogal wat. Dan kan je niet zalig worden. Ja, want de apostel zegt in Hebreeën 11: Zonder geloof is het onmogelijk God te behagen. Want die tot God komt, moet geloven dat Hij is, zoals Hij zegt dat Hij is, en dat Hij een Beloner is van degenen die Hem zoeken (Hebr. 11:6). Als je dat niet gelooft, dan kan je niet zalig worden.
Waarom is dat zo? Denk maar even met me mee. Want, als God alleen Vader was, wie had dan onze menselijke natuur moeten aannemen om naar deze verloren wereld te komen? En als God alleen God de Zoon was, wie had dan onze Middelaar moeten worden tussen God en tussen ons? En als God niet ook de Heilige Geest was, wie moest dat dan allemaal aan ons leren? Ons wedergeboren laten worden, ons vernieuwen, in ons hart wonen en ons bewaren? Met andere woorden: het geloof in de Drie-enige God is absoluut nodig om zalig te worden.
Zo openbaart, zo vertelt de Heere over Zichzelf. Zo onthult Hij Zich in de Bijbel. Maar die belijdenis moet vooral ook een hartebelijdenis worden. Die kennis moet door Gods werk in ons hart geloofskennis worden. En dat duidt de Nederlandse Geloofsbelijdenis ook aan, als zij schrijft: Dit alles weten en geloven wij, zo uit het getuigenis van de Heilige Schrift, als ook uit hun werkingen, uit het werk van de verschillende Goddelijke Personen, en voornamelijk uit diegene die wij in ons gevoelen (NGB, art. 9).
Gemeente, we gaan afronden. Ik heb nog een paar persoonlijke vragen aan u, aan jullie en ook aan mezelf. a. Kent u bevindelijk iets van God de Vader en Zijn werk in uw hart? Jullie, jongelui? Heeft de Heere je hart al in liefde gebroken? En tegelijkertijd liefdevol tot Zich getrokken? Je Schepper, Die je Schepper was en bleef. Maar Die door je eigen schuld een vertoornde Rechter werd? Omdat je al Zijn geboden overtreden, al Zijn waarschuwingen genegeerd, al Zijn nodigingen veracht en al Zijn liefde vertrapt had? Ben je God, door Zijn wonderlijke werk in je hart, weer gaan liefhebben? Omdat Hij het zo waard is, dat je Hem zou liefhebben? En dat je met heel je hart Hem zou gaan dienen en vrezen? Ken je iets van God de Vader en van Zijn werk in je hart?
b. En tweede vraag: Kent u iets van God de Zoon en Zijn werk in uw hart? Jullie, jongelui? Niet omdat je voor Hem koos. Niet omdat jij Hem ontdekte. Maar omdat, zoals Paulus het zegt, het God behaagde Zijn Zoon in je te openbaren? Hij, Die rijk was, maar straatarm wilde worden? Om je als een arme zondaar met God te verzoenen? Als het Lam van God, dat God niet gespaard heeft, maar overgegeven tot verzoening van de zonde? Ken je iets van God de Zoon en van het werk van de verlossing in je hart?
c. En derde vraag: Kent u iets van God de Heilige Geest en Zijn werk in uw hart? Jullie, jongelui? Als je ‘ja’ geantwoord hebt op de vorige twee vragen, dan moet je ongetwijfeld eerlijk zeggen: dat alles heb ik mezelf niet geleerd. Dat ben ik niet zelf gaan inzien. Dat zijn geen conclusies die ik zelf getrokken heb. Daar heb ik zelf niet voor gekozen. Het was God de Heilige Geest, Die mij dat, ondanks al mijn hardnekkig verzet, geleerd heeft. Het was God de Heilige Geest Die me inentte, Die me inplantte, Die me één maakte met Christus. Ken je iets van God de Heilige Geest en van Zijn werk in uw hart?
Als je daar iets van kent — ik zeg niet: als je daar veel van kent, maar als je daar íets van kent —, dan mag je je verwonderen en verblijden. Diep gebogen aan de voeten van de Heere, over het werk van de Drie-enige God. Want zo zegt de Heere in Johannes 17: Dit is het eeuwige leven, dat zij U kennen, de enige waarachtige God, en Jezus Christus, Die U gezonden hebt, door de Heilige Geest (Joh. 17:3). Dan mag je je van harte verwonderen en verblijden. Diep gebogen over het werk van de Drie-enige God. En dan mag je de Drie Personen van dat Goddelijke Wezen in stilte en verwondering aanbidden. Ja, dan mag heel je leven staan in het teken van de hartelijke belijdenis: Drie-enige God, U zij al de eer.
Amen.
Gebed des Heeren: 1,6,10
Andere preken over Zondag