Grachten graven woestijn Edom (Elisa III) – 2 Koningen 3

Grachten graven woestijn Edom

Preek 2 Koningen 3:1-20: En hij zeide: Zo zegt de HEERE: Maakt in dit dal vele grachten. Want zo zegt de HEERE: Gijlieden zult geen wind zien, en gij zult geen regen zien, nochtans zal dit dal met water vervuld worden, zodat gij zult drinken, gij en uw vee, en uw beesten.

LEESPREEK

Citaat uit preek: Grachten graven in woestijn Edom

4. Een Goddelijke opdracht

We lezen in vers 16: En hij (Elisa) zeide: Zo zegt de HEERE: Maakt in dit dal vele grachten.
Graaf in dit dal, in deze, droge rotsachtige woestijn van Edom grachten of greppels.
Ja, maar…?
Nee! Dit is de opdracht van God: Maakt in dit dal vele grachten.
Ga graven! In dit dal. Overal. Dag en nacht.

Wonderlijke opdracht van God… Zo zegt de HEERE: Maakt in dit dal vele grachten.
Hebben we graafgereedschap bij ons? Nee…, alleen wapens.
Zijn we een beetje ervaren met dit soort van graafwerk? Nee…, we zijn soldaten.

Zo zegt de HEERE: Maakt in dit dal vele grachten.
Graaf hier greppels, geulen, sloten, want (vers 17 en 18) zo zegt de HEERE: U zult geen wind zien, en u zult geen regen zien; nochtans zal dit dal met water vervuld worden, zodat u zult drinken, u en uw vee, en uw beesten. Daartoe is dat slecht in de ogen des HEEREN, Hij zal ook de Moabieten in uw hand geven.

Het is een opdracht, een onbegrijpelijke opdracht, met een dubbele belofte: U moet graven en Ik zal water geven. Heel veel water. En de overwinning op Moab krijgt u erbij. Met andere woorden: U krijgt meer dan u gevraagd hebt.

Maar eerst maar even die opdracht: Maak in dit dal vele grachten.
Was het niet logischer geweest om te zeggen: graaf in dit dal vele graven…
Wat wilde Heere toch bereiken met deze merkwaardige opdracht? Dit:

(a) Als eerste, dit graven in de rotsige bodem van de woestijn moet hen leren hoe hart hun eigen hart is. Nu krijgen ze zelf uitgebeeld te zien, hoe hun eigen binnenste is. Ze moeten ploegen op rotsen, op de rotsen van hun eigen hart.

(b) Dit moeten graven in de woestijn, wil in de tweede plaats hun hoogmoed breken. Vechten willen ze, want dat kunnen ze. En nu ineens laat de Heere hen zien, dat ze van zichzelf zwak en sterfelijk zijn, ja, zelfs ten dode opgeschreven.

(c) Dit graven in de woestijn, wil hen in de derde plaats leren dat ze niet moeten vertrouwen op hun eigen inzichten en verstand. Want dit gaat tegen alle rede in. God wil hen leren eigen wegen achter zich te laten en gehoorzaam te zijn in Gods weg.

(d) Met dit graven in de woestijn wil God hen in de vierde plaats ook leren om niet meer te vertrouwen op henzelf, maar op God. Die water belooft!

Maar, zult u zeggen, wat heeft dit beeld ons eigenlijk te zeggen?
Dit, dat ook u en ik, dat ook wij graven moeten! De Heere heeft grote dingen beloofd, maar Hij geeft ze in de weg van graven.
Verdien je daar iets mee? Nee. Maar als je het niet doet, als je ongehoorzaam bent, dan weiger je te gaan in Gods weg, en dan krijg je de vervulling van de belofte niet. Dan sterf je van dorst in de
woestijn.

Er is genade, er is gratie bij God te verkrijgen. Voor niets, gratis! Niet door de werken, opdat niemand zal roemen in zichzelf. Alleen de manier waarop die genade, dat water des levens, gegeven en verkregen wordt,
is: door de weg van het gebruik van de middelen. Onze Dordtse Leerregels zeggen: De almachtige werking van God, waardoor Hij ons natuurlijke leven voortbrengt en onderhoudt, sluit het gebruik van de middelen niet uit. Maar God eist van ons dat we deze middelen gebruiken, waardoor God volgens Zijn
oneindige wijsheid en goedheid Zijn kracht wil uitoefenen.

Grachten graven in de woestijn van Edom