/ / Farizeeër en tollenaar (Lukas 18) – biddag

Farizeeër en tollenaar (Lukas 18) – biddag

Preek Farizeeër en tollenaar
Tekst Lukas 18:10-13: En de tollenaar, van verre staande, wilde ook zelfs de ogen niet opheffen naar den hemel, maar sloeg op zijn borst, zeggende: O God! wees mij zondaar genadig!

Thema preek Farizeeër en tollenaar

1. De Farizeeër
2. De tollenaar
3. Toepassing

PDF LEESPREEK

Schriftgedeelte preek Farizeeër en tollenaar: Lukas 18
En Hij zeide ook tot sommigen, die bij zichzelven vertrouwden, dat zij rechtvaardig waren, en de anderen niets achtten, deze gelijkenis:
Twee mensen gingen op in den tempel om te bidden, de een was een Farizeeër, en de ander een tollenaar.
De Farizeeër, staande, bad dit bij zichzelven: O God ! ik dank U, dat ik niet ben gelijk de andere mensen, rovers, onrechtvaardigen, overspelers; of ook gelijk deze tollenaar.
Ik vast tweemaal per week; ik geef tienden van alles, wat ik bezit.
En de tollenaar, van verre staande, wilde ook zelfs de ogen niet opheffen naar den hemel, maar sloeg op zijn borst, zeggende: O God ! wees mij zondaar genadig !
Ik zeg ulieden: Deze ging af gerechtvaardigd in zijn huis, meer dan die; want een ieder, die zichzelven verhoogt, zal vernederd worden, en die zichzelven vernedert, zal verhoogd worden.

Links bij preek Farizeeër en de tollenaar
Preek: Doe verzoening om Uws Naams wil (Psalm 79)
Preek: Wilde kolokwinten (2 Koningen 4)
Preek: Jonge leeuwen en zoekers (Psalm 34)
Preek: Het gebed van Ezra (Ezra 9)
Lees meer:
– Kanttekeningen bij Lukas 18

TERUG BIDDAG | LUKAS

J.C. Ryle over de Farizeer en de tollenaar:
De Farizeeër en de tollenaar gingen beiden naar den tempel
om te bidden. Onder de aanbidders van God in de zichtbare kerk is een vermenging van goed en kwaad, van sommigen, die Gode welbehaaglijk zijn, en van anderen, die het niet zijn, en zo is het altijd geweest sedert Kaïn en Abel hun offeranden op hetzelfde altaar hebben gebracht. De
Farizeeër, trots als hij was, achtte zich toch niet boven het gebed verheven, en de tollenaar kon, hoe ootmoedig hij ook was, niet denken dat hij van het voorrecht was buitengesloten van het gebed, maar wij hebben reden te denken dat zij er met een zeer verschillend inzicht heengingen.

De Farizeeër ging op naar den tempel om te bidden, omdat het een publieke plaats was, meer publiek dan de hoeken der straten en daarom zullen veler ogen op hem gericht zijn, die zijne vroomheid zullen loven, daar die wellicht boven hun verwachting was. Wat Christus zei van het
karakter der Farizeeën, namelijk dat zij al hun werken doen om van de mensen gezien te worden, geeft ons aanleiding tot dit vermoeden. De geveinsden volbrengen de uitwendige handelingen van den Godsdienst met geen ander doel, dan om een goeden naam te verkrijgen ofte behouden. Er zijn velen, die wij elke dag in den tempel zien, en die, naar te vrezen is, wij op den groten dag niet aan Christus’ rechterhand zullen zien.

De tollenaar ging naar den tempel, om dat hij bestemd was om een bedehuis te zijn voor alle volken, Jesaja 56:7. De Farizeeër kwam in den tempel voor ene plichtpleging, de tollenaar voor zaken, de Farizeeër om er te verschijnen, vertoning te maken, de tollenaar om er zijn verzoek te
doen. God ziet in welke gezindheid en met welk doel wij komen om Zijn eredienst bij te wonen, en daarnaar zal Hij ons oordelen.