/ / Lazarus opgewekt (Johannes 11) – Pasen

Lazarus opgewekt (Johannes 11) – Pasen

Opwekking van Lazarus
Preek Johannes 11:23-27: Jezus zeide tot haar: Ik ben de Opstanding en het Leven; die in Mij gelooft zal leven, al ware hij ook gestorven.

Thema preek Johannes 11: Opwekking Lazarus

Jezus Christus, de Opstanding en het Leven
1. De troost van de tweede opstanding na dit leven
2. De noodzaak van de eerste opwekking in dit leven

PDF LEESPREEK

Schriftgedeelte over opwekking Lazarus – Johannes 11:1-17:
1 En er was een zeker man krank, genaamd Lázarus, van Bethanië, uit het vlek van Maria en haar zuster Martha.
2 (Maria nu was degene die den Heere gezalfd heeft met zalf, en Zijn voeten afgedroogd heeft met haar haren; welker broeder Lázarus krank was.)
3 Zijn zusters dan zonden tot Hem, zeggende: Heere, zie, dien Gij liefhebt, is krank.
4 En Jezus dat horende, zeide: Deze krankheid is niet tot den dood, maar ter heerlijkheid Gods; opdat de Zone Gods door dezelve verheerlijkt worde.
5 Jezus nu had Martha en haar zuster en Lázarus lief.
6 Als Hij dan gehoord had dat hij krank was, toen bleef Hij nog twee dagen in de plaats waar Hij was.
7 Daarna zeide Hij verder tot de discipelen: Laat ons wederom naar Judéa gaan.
8 De discipelen zeiden tot Hem: Rabbi, de Joden hebben U nu onlangs gezocht te stenigen, en gaat Gij wederom derwaarts?
9 Jezus antwoordde: Zijn er niet twaalf uren in den dag? Indien iemand in den dag wandelt, zo stoot hij zich niet, overmits hij het licht dezer wereld ziet;
10 Maar indien iemand in den nacht wandelt, zo stoot hij zich, overmits het licht in hem niet is.
11 Dit sprak Hij; en daarna zeide Hij tot hen: Lázarus, onze vriend, slaapt; maar Ik ga heen om hem uit den slaap op te wekken.
12 Zijn discipelen dan zeiden: Heere, indien hij slaapt, zo zal hij gezond worden.
13 Doch Jezus had gesproken van zijn dood; maar zij meenden dat Hij sprak van de rust des slaaps.
14 Toen zeide dan Jezus tot hen vrijuit: Lázarus is gestorven;
15 En Ik ben blijde om uwentwil, dat Ik daar niet geweest ben, opdat gij geloven moogt; doch laat ons tot hem gaan.
16 Thomas dan, genaamd Dídymus, zeide tot zijn medediscipelen: Laat ons ook gaan, opdat wij met Hem sterven.
17 Jezus dan gekomen zijnde, vond dat hij nu vier dagen in het graf geweest was.
18 (Bethanië nu was nabij Jeruzalem, omtrent vijftien stadiën vandaar.)
19 En velen uit de Joden waren gekomen tot Martha en Maria, opdat zij haar vertroosten zouden over haar broeder.
20 Martha dan, als zij hoorde dat Jezus kwam, ging Hem tegemoet; doch Maria bleef in huis zitten.
21 Zo zeide Martha dan tot Jezus: Heere, waart Gij hier geweest, zo ware mijn broeder niet gestorven;
22 Maar ook nu weet ik, dat alles wat Gij van God begeren zult, God U het geven zal.
23 Jezus zeide tot haar: Uw broeder zal weder opstaan.
24 Martha zeide tot Hem: Ik weet dat hij opstaan zal in de opstanding ten laatsten dage.
25 Jezus zeide tot haar: Ik ben de Opstanding en het Leven; die in Mij gelooft, zal leven, al ware hij ook gestorven;
26 En een iegelijk die leeft en in Mij gelooft, zal niet sterven in der eeuwigheid. Gelooft gij dat?
27 Zij zeide tot Hem: Ja Heere; ik heb geloofd dat Gij zijt de Christus, de Zone Gods, Die in de wereld komen zou.

Preek 1 Korinthe 5: Zuiver de oude zuurdesem uit
Preek Lukas 24: Opgestaan uit de doden
Preek Efeze 2: Opgewekt met Christus
Lees meer:
– Kanttekeningen bij Johannes 11

TERUG PASEN | JOHANNES