Hemelvaart - 14 mei 2026
Handelingen 1:10-11: En alzo zij hun ogen naar den hemel hielden terwijl Hij heenvoer, zie, twee mannen stonden bij hen in witte kleding, Welke ook zeiden: Gij Galilese mannen, wat staat gij en ziet op naar den hemel? Deze Jezus, Die van u opgenomen is in den hemel, zal alzo komen, gelijkerwijs gij Hem naar den hemel hebt zien heenvaren.
INLEIDING
Bij de hemelvaart van de Heere Jezus spreken twee engelen de discipelen aan met de woorden uit Handelingen 1:11: "Deze Jezus, Die van u opgenomen is in de hemel, zal alzo komen, gelijkerwijs gij Hem naar de hemel hebt zien heenvaren." Deze leespreek ontvouwt hoe deze boodschap een milde correctie, een troostvolle wetenschap en een heerlijke verwachting bevat voor wie deze Jezus als hun Zaligmaker kennen en Hem verwachten tot zaligheid.
De boodschap van de engelen aan de discipelen bij de hemelvaart
HANDELINGEN 1:4-12
4 En als Hij met hen vergaderd was, beval Hij hun dat zij van Jeruzalem niet scheiden zouden, maar verwachten de belofte des Vaders, die gij (zeide Hij) van Mij gehoord hebt.
5 Want Johannes doopte wel met water, maar gij zult met den Heiligen Geest gedoopt worden, niet lang na deze dagen.
6 Zij dan die samengekomen waren, vraagden Hem, zeggende: Heere, zult Gij in dezen tijd aan Israël het Koninkrijk wederoprichten?
7 En Hij zeide tot hen: Het komt u niet toe te weten de tijden of gelegenheden, die de Vader in Zijn eigen macht gesteld heeft;
8 Maar gij zult ontvangen de kracht des Heiligen Geestes, Die over u komen zal; en gij zult Mijn getuigen zijn, zo te Jeruzalem, als in geheel Judéa en Samaría, en tot aan het uiterste der aarde.
9 En als Hij dit gezegd had, werd Hij opgenomen daar zij het zagen, en een wolk nam Hem weg van hun ogen.
10 En alzo zij hun ogen naar den hemel hielden terwijl Hij heenvoer, zie, twee mannen stonden bij hen in witte kleding,
11 Welke ook zeiden: Gij Galilese mannen, wat staat gij en ziet op naar den hemel? Deze Jezus, Die van u opgenomen is in den hemel, zal alzo komen, gelijkerwijs gij Hem naar den hemel hebt zien heenvaren.
12 Toen keerden zij weder naar Jeruzalem, van den berg die genaamd wordt de Olijfberg, welke is nabij Jeruzalem, liggende vandaar een sabbatsreis.
VOLLEDIGE TEKST
ds. J. IJsselstein - Handelingen 1:10-11
THEMA
De boodschap van de engelen aan de discipelen bij de hemelvaart
Geliefde gemeente, met handen die zegenen gaat de Heere in volmaakte stilte naar de hemel. Hij wordt opgenomen in de hemel. Zijn discipelen zien het gebeuren. Kort daarvoor heeft de Heere Jezus nog de laatste dingen gezegd: Maar u zult ontvangen de kracht des Heiligen Geestes, Die over u komen zal; en u zult Mijn getuigen zijn, zo te Jeruzalem, als in geheel Judéa en Samaría, en tot aan het uiterste der aarde (Hand. 1:8Maar gij zult ontvangen de kracht des Heiligen Geestes, Die over u komen zal; en gij zult Mijn getuigen zijn, zo te Jeruzalem, als in geheel Judea en Samaria, en tot aan het uiterste der aarde.). Dat is de grote opdracht voor u, beginnende bij Jeruzalem.
En zo gaat de Heere Jezus naar de hemel. De discipelen kijken Hem na, zover als ze kunnen, totdat een wolk Hem wegneemt van hun ogen (Hand. 1:9). De discipelen zien het met hun eigen ogen. Zij zijn ooggetuigen. Met andere woorden: dit is geen fabeltje en dit is geen ingenieus verzinsel. Zij zijn ooggetuigen van wat hier gebeurt: Hij wordt opgenomen in de hemel.
Ze zien het met eigen ogen, totdat een wolk Hem wegneemt van hun ogen. Een wolk als teken van Gods majesteit en glorie, zoals de wolk op de berg der verheerlijking. Het kan een gewone wolk geweest zijn. Maar het kan ook een wolk van engelen geweest zijn. Zoals bij de geboorte van de Heere Jezus destijds legioenen engelen Zijn komst bezongen, zo nemen heirlegers van engelen nu hun Koning mee terug, de hemel binnen. Immers, het valt op dat er staat dat die wolk Hem opnam; die nam Hem mee, omhoog. Zoals Elia meegenomen werd door een vurige wagen met vurige paarden, die scheiding maakten (2 Kon. 2:11En het gebeurde, als zij voortgingen, gaande en sprekende, ziet, zo was er een vurige wagen met vurige paarden, die tussen hen beiden scheiding maakten. Alzo voer Elia met een onweder ten hemel.).
Die wolk neemt de Heere weg. Ze zien Hem niet meer. Maar de discipelen blijven omhoog kijken. Kijk maar in vers 10: En alzo zij hun ogen naar de hemel hielden terwijl Hij heenvoer.... Ze blijven hun ogen houden, ze blijven staren naar... Naar de Heere Jezus? Nee, naar de hemel.
We gaan daar met Gods hulp vanmorgen vanuit onze tekst verder over nadenken. De tekst voor de preek van vanmorgen is Handelingen 1:10-11: En alzo zij hun ogen naar de hemel hielden terwijl Hij heenvoer, zie, twee mannen stonden bij hen in witte kleding, welke ook zeiden: Gij Galilese mannen, wat staat gij en ziet op naar de hemel? Deze
Jezus, Die van u opgenomen is in de hemel, zal alzo komen, gelijkerwijs gij Hem naar de hemel hebt zien heenvaren.
Het thema voor de preek is: De boodschap van de engelen aan de discipelen bij de hemelvaart
We letten samen op drie aandachtspunten: 1. Een milde correctie: Gij Galilese mannen, wat staat u en ziet op naar de hemel? 2. Een troostvolle wetenschap: Deze Jezus, Die van u opgenomen is in de hemel. 3. Een heerlijke verwachting: Hij zal alzo komen, gelijkerwijs u Hem naar de hemel hebt zien heenvaren.
Dus: De boodschap van de engelen aan de discipelen bij de hemelvaart. Drie punten: Een milde correctie, een troostvolle wetenschap en een heerlijke verwachting. Als eerste dus:
Gemeente, wat hier gebeurt, lijkt sprekend op wat er kort geleden gebeurde op de dag van de opstanding. Bij het open graf van de Heere Jezus stonden toen ook twee mannen in blinkende klederen, die toen zeiden: Wat zoekt u de Levende bij de doden? Hij is hier niet, maar Hij is opgestaan (Luk. 24:5-6En als zij zeer bevreesd werden, en het aangezicht naar de aarde neigden, zeiden zij tot haar: Wat zoekt gij den Levende bij de doden? Hij is hier niet, maar Hij is opgestaan. Gedenkt, hoe Hij tot u gesproken heeft, als Hij nog in Galilea was,). En nu ineens zijn hier (in vers 10) weer twee mannen bij hen in witte kleding. Dat wit is een beeld van de heiligheid van de hemelse heerlijkheid. En weer, ook nu zijn hun woorden vragend, corrigerend en vriendelijk terechtwijzend.
Gij Galilese mannen… Dat klinkt vertrouwelijk; dat klinkt alsof de engelen hen kennen. En dat is ook zo. Wat staat u en ziet op naar de hemel? Wij zouden zeggen: Wat staat u naar de hemel te staren?
Want? Mag dat dan niet? Het lijkt op het eerste gezicht heel terecht, dat ze naar de hemel blijven kijken. Het is ook terecht om naar de Heere te blijven kijken. Maar… Die is ondertussen weg, achter die wolk. En toch blijven ze kijken. Ze blijven staren. Zoals je, als iemand vertrekt, die persoon ook kan blijven nastaren, terwijl hij of zij inmiddels toch echt weg is. Maar wat heb je daar eigenlijk aan? Wat is het nut daarvan?
Waarom zouden zij dat eigenlijk doen, dat naar de hemel blijven staren? Het kan zijn, dat ze zó gesteld zijn op Zijn aanwezigheid op aarde, dat ze hopen dat Hij direct al terug zal komen. Maar zijn ze dan wéér Zijn woorden vergeten? Ik ga heen, om u plaats te bereiden (Joh. 14:2In het huis Mijns Vaders zijn vele woningen; anderszins zo zou Ik het u gezegd hebben; Ik ga heen om u plaats te bereiden.). En ook: Want indien Ik niet wegga, zo zal de Trooster tot u niet komen; maar indien Ik heenga, zo zal Ik Hem tot u zenden (Joh. 16:7Doch Ik zeg u de waarheid: Het is u nut, dat Ik wegga; want indien Ik niet wegga, zo zal de Trooster tot u niet komen; maar indien Ik heenga, zo zal Ik Hem tot u zenden.)?
Het kan óók zijn dat ze iets van de hemel zelf hopen te zien. Immers, ooit had de Heere tegen Nathánaël gezegd: Van nu aan zult gij de hemel zien geopend (Joh. 1:52En Hij zeide tot hem: Voorwaar, voorwaar zeg Ik ulieden: Van nu aan zult gij den hemel zien geopend, en de engelen Gods opklimmende en nederdalende op den Zoon des mensen.). Zou de hemel nu dan opengaan? Zouden ze dan nu een blik mogen slaan in de hemel?
Gij Galilese mannen, wat staat u en ziet op naar de hemel? Waarom blijft u zo nieuwsgierig naar boven staren? Al kijkend naar, hopend op of zoekend naar dingen die u niet hoeft te zien, die u niet mag zien? Waarom blijft u, waarom blijf jij alsmaar nieuwsgierig zoeken naar antwoorden op vragen, naar het weten van dingen die je niet hoeft te weten? De Heere wil hun en onze nieuwsgierigheid afremmen. Dat staren, zulk zoeken, dat is niet nodig. En dat is niet nuttig. Zij en wij moeten leren leven door het geloof in de dingen die de Heere ons duidelijk vertelt. En alles wat we daarnaast of daarbij niet weten of niet begrijpen, mogen we laten rusten in Gods handen.
Dus: niet staren, discipelen. En dus ook wij: niet staren. Maar wel luisteren naar de woorden, die die twee mannen vervolgens aan de discipelen meegeven: Deze Jezus, Die van u opgenomen is in de hemel, zal alzo komen, gelijkerwijs u Hem naar de hemel hebt zien heenvaren.
Dat brengt ons bij het tweede aandachtspunt:
Deze Jezus, Die van u opgenomen is in de hemel. Hij is van u opgenomen. En Hij is nu in de hemel. Wie? Deze Jezus.
Deze Jezus, Die uit de hemel naar de aarde kwam. Die u zocht en vond. Die u leerde en leidde. Die leed en stierf. En Die opstond uit de dood. Deze Jezus, Die u weer opzocht en leerde leven door het geloof in Zijn woorden. Deze Jezus, mannen, was geen voorbijgaande mythe Die nu opgelost is in het oneindige. Maar in de hemel is Hij Dezelfde, als Wie Hij op aarde voor u was.
Hij is Degene, Die u nog steeds en blijvend zegent. Die nog steeds medelijden heeft met uw zwakheden. Die nog steeds bidt dat uw geloof niet zal ophouden. En Die Zich nog steeds houdt aan Zijn Woord. Deze Jezus zal nooit ophouden met uw Zaligmaker te zijn. Want dat betekent Zijn Naam: Hij zal Zijn volk zalig maken van hun zonden (Mat. 1:21).
Hij is nu in de hemel, met eer en heerlijkheid gekroond. Maar dat betekent niet dat Hij u zal vergeten of dat Zijn werk zal ophouden. Sterker nog, dat Hij in de hemel is, dat is een deel van Zijn werk.
Als Hij op aarde gebleven zou zijn, dan was Hij niet uw Zaligmaker. Want, zo zegt de apostel in Hebreeën 8: Want indien Hij op aarde was, zo zou Hij zelfs geen priester zijn (Hebr. 8:4). De Kanttekening van de Statenvertaling zegt bij die tekst: Hij moest nog het overige deel van Zijn Priesterambt in de hemel, in het ware heilige der heiligen, volbrengen.
Hij moest niet alleen lijden en sterven aan het kruis. Hij moest niet alleen opstaan op de derde dag. Maar Hij moest ook de hemel binnengaan om Zijn offer voor te stellen aan Zijn Vader. Want, zo zegt de apostel in Hebreeën 9: Want Christus is niet ingegaan in het heiligdom dat met handen gemaakt is, (…), maar in de hemel zelf, om nu te verschijnen voor het aangezicht Gods voor ons (Hebr. 9:24).
Discipelen, Hij moest de hemel binnengaan voor u, om voor u voor God te verschijnen. En Hij moest de hemel binnengaan, ook om vandaar altijd voor u te blijven bidden. Zoals Paulus zegt in Romeinen 8: Christus is het Die gestorven is; ja, wat meer is, Die ook opgewekt is, Die ook ter rechterhand Gods is, Die ook voor ons bidt (Rom. 8:34). Als een Voorspraak bij de Vader (1 Joh. 2:1Mijn kinderkens, ik schrijf u deze dingen, opdat gij niet zondigt. En indien iemand gezondigd heeft, wij hebben een Voorspraak bij den Vader, Jezus Christus, den Rechtvaardige;).
Discipelen, mannen, deze Jezus, uw Zaligmaker, Die van u opgenomen is, is in de hemel. Waar Hij nu zit aan de rechterhand van Zijn Vader. Die Hem de plaats van de hoogste eer gegeven heeft. Want tot wie van de engelen heeft Hij ooit gezegd: Zit aan Mijn rechterhand, totdat Ik Uw vijanden zal gezet hebben tot een voetbank Uwer voeten? (Hebr. 1:13En tot welken der engelen heeft Hij ooit gezegd: Zit aan Mijn rechterhand, totdat Ik Uw vijanden zal gezet hebben tot een voetbank Uwer voeten?).
Daar zit Hij nu aan Gods rechterhand, als Goddelijk Persoon met Zijn menselijke natuur. Om deze drie dingen te doen. Tot heerlijkheid en glorie van God. En, discipelen, voor uw zaligheid.
Vanaf die plaats aan Gods rechterhand heerst en regeert Hij (als eerste) tot in eeuwigheid. Als Hoofd van Zijn christelijke Kerk (zegt Zondag 19 van de Catechismus), door Wie de Vader alle dingen regeert. Daar, aan Gods rechterhand, zal Hij koningen verslaan ten dage Zijns toorns (Ps. 110:5De HEERE is aan Uw rechterhand; Hij zal koningen verslaan ten dage Zijns toorns.). Daar zet Hij de vijanden onder Zich tot een voetbank van Zijn voeten (Ps. 110:1). En daar, discipelen, draagt Hij u in Zijn armen.
En van die plaats aan Gods rechterhand zal Hij als tweede ook Zijn Heilige Geest tot u zenden. Want Hij heeft gezegd: Ik zal de Vader bidden, en Hij zal u een andere Trooster geven, opdat Hij bij u blijve in der eeuwigheid (Joh. 14:16). Die zal Mij verheerlijken; want Hij zal het uit het Mijne nemen, en zal het u verkondigen (Joh. 16:14). En Hij zal door die Heilige Geest vanuit de hemel op u ook Zijn hemelse gaven uitgieten. Gaven tot der mensen troost, opdat zelfs het wederhorig kroost, altijd bij Hem zou wonen.
En vandaar, discipelen, zal Hij als derde, u ook met Zijn macht tegen alle vijanden beschermen en bewaren. Hij zal niet toelaten dat de poorten van de hel u ooit zullen overweldigen.
En dus, discipelen, wees getroost: Hij is niet weg. Deze Jezus, uw Zaligmaker. Hij is in de hemel. Hij regeert over alles, Hij bidt voor u. En door Zijn Geest troost Hij u. Met andere woorden: het gaat u aan niets ontbreken. Hij zorgt voor u. Hij leidt u op Zijn weg.
Deze Jezus, Die van u opgenomen is in de hemel. Is Hij, geliefde gemeente, ook uw Jezus? Is Hij ook uw Zaligmaker? Het antwoord op die vraag is allesbepalend voor uw toekomst. Deze Jezus zal namelijk terugkomen. De engelen zeggen het: Hij zal alzo komen, gelijkerwijs gij Hem naar de hemel hebt zien heenvaren.
En dat is voor de discipelen en voor al Gods kinderen een heerlijke verwachting. Zoals we zo meteen gaan zien in ons derde punt, maar laten we samen eerst zingen uit Psalm 110, vers 1, 2 en 3:
Dus heeft de HEER’ tot mijnen HEER’ gesproken: "Zit op den troon ter rechterhand naast Mij, Tot Ik de macht Uws vijands hebb' verbroken, En u zijn nek tot ene voetbank zij."
Uit Sion zal de HEER’ Uw schepter zenden, Den schepter van Uw oppermogendheid, En zeggen: "Heers tot 's werelds uiterst' enden, Zover de macht Uws vijands zich verspreidt."
Uw volk zal op Uw heirdag tot het strijden Gewillig zijn, in heilig krijgssieraad; U zal de dauw van Uwe jeugd verblijden, Geboren uit den vroegen dageraad. - - -
Gemeente, het gaat vanmorgen in de preek over de boodschap van de engelen aan de discipelen bij de hemelvaart. We hoorden uit de mond van de engelen een vriendelijke en milde correctie: Gij Galilese mannen, wat staat u en ziet op naar de hemel? En daarna waren er ook woorden van troost voor de discipelen: Deze Jezus, Die van u opgenomen is, Hij is niet weg, maar Hij is in de hemel. Voor u. En nu komen we bij ons derde punt:
Want, zo zeggen de engelen in vers 11: Deze Jezus (...) zal alzo komen, gelijkerwijs u Hem naar de hemel hebt zien heenvaren. Als je liefste vertrekt en je weet dat hij of zij nooit meer zal terugkomen, dan doet dat heel veel pijn. Maar als je liefste vertrekt en je weet: hij of zij komt terug, dan doet dat iets anders met je. Dan voedt dat het verlangen en het heimwee naar de dag dat het zover zal zijn. ‘Dán komt hij of zij terug’.
Deze belofte dat Hij zal komen en terugkomen wil ons, kinderen van God, laten verlangen naar de grote dag van de terugkomst van de Zoon des mensen. Zoals de Nederlandse Geloofsbelijdenis in artikel 37 zegt: Wij verwachten die grote dag met een groot verlangen, om dan ten volle te genieten de beloften van God, in Jezus Christus, onze Heere.
Wij verwachten niet de hemel, want wat zou de hemel zijn zonder deze Jezus? Maar wij verwachten Hem, de Persoon van onze Zaligmaker. Die heeft ons beloofd in Johannes 14: En zo wanneer Ik heen zal gegaan zijn en u plaats zal bereid hebben, zo kom Ik weder en zal u tot Mij nemen, opdat u ook zijn moogt waar Ik ben (Joh. 14:3). Hij heeft het ons beloofd in Hebreeën 9: Alzo ook Christus, éénmaal geofferd zijnde om veler zonden weg te nemen, zal ten anderen male zonder zonde gezien worden door degenen die Hem verwachten(!) tot zaligheid (Hebr. 9:28).
En waarom is dat een héérlijke verwachting? Waarom vult de gedachte daaraan ons met blijdschap en verlangen? Dat is om Wie Hij is, dat is om de Persoon van onze Zaligmaker. Die ons zo uitnemend heeft liefgehad. Die Zijn leven voor ons gaf. En Die we daarom zo liefhebben. Hij is al onze liefde waard. Zijn liefde tot ons is volmaakt. Onze liefde tot Hem is dat nu nog niet, maar straks zal dat wel zo zijn. Straks, als we Hem zien en ontmoeten zullen.
Geliefden, zo schrijft de apostel Johannes, nu zijn wij kinderen Gods (we mogen hier al leven in de verzekering van ons kindschap, hoewel die aangevochten wordt), en het is nog niet geopenbaard wat wij zijn zullen. Maar wij weten dat als Hij zal geopenbaard zijn, wij Hem zullen gelijk wezen; want wij zullen Hem zien gelijk Hij is (1 Joh. 3:2Geliefden, nu zijn wij kinderen Gods, en het is nog niet geopenbaard, wat wij zijn zullen. Maar wij weten, dat als Hij zal geopenbaard zijn, wij Hem zullen gelijk wezen; want wij zullen Hem zien, gelijk Hij is.). Dan, als Hij terugkomt, als we Hem zien zullen, dan zullen we met de bruid uit het Hooglied uitroepen: Dit is mijn Liefste! Deze Jezus! Mijn Liefste is blank en rood, Hij draagt de banier boven tienduizend. Al wat aan Hem is, is gans begeerlijk (Hoogl. 5:10Mijn Liefste is blank en rood, Hij draagt de banier boven tien duizend.,16).
We zullen Hem zien in Zijn volle heerlijkheid en grote majesteit, komende op de wolken van de hemel. En dan zal blijken dat Hij, Die ons zo uitnemend heeft liefgehad, ons liefgehad heeft tot het einde (Joh. 13:1En voor het feest van het pascha, Jezus wetende, dat Zijn ure gekomen was, dat Hij uit deze wereld zou overgaan tot den Vader, alzo Hij de Zijnen, die in de wereld waren, liefgehad had, zo heeft Hij hen liefgehad tot het einde.).
Dan zullen we Hem zien, in Wie we ons op aarde al verheugden met een onuitsprekelijke en heerlijke vreugde, hoewel we Hem toen nog nooit gezien hadden (1 Petr. 1:8Denwelken gij niet gezien hebt, en nochtans liefhebt, in Denwelken gij nu, hoewel Hem niet ziende, maar gelovende, u verheugt met een onuitsprekelijke en heerlijke vreugde;). Maar dan zullen we Hem wel echt zien. En de ogen dergenen die zien, zullen niet terugzien (Jes. 32:3En de ogen dergenen, die zien, zullen niet terugzien, en de oren dergenen, die horen, zullen opmerken.).
Dan zal onze blijdschap onbepaald, door het licht dat van Zijn aangezicht straalt, ten hoogste toppunt stijgen. Hij zal de eeuwige vreugde en blijdschap van ons hart zijn: Christus. In Wie we voor eeuwig ook de Vader zullen zien. De Vader, Die dan vrolijk zal zijn over Zijn volk (Jes. 65:19En Ik zal Mij verheugen over Jeruzalem, en vrolijk zijn over Mijn volk; en in haar zal niet meer gehoord worden de stem der wening, noch de stem des geschreeuws.). Zoals de profeet Zefanja ooit profeteerde: Hij zal over u vrolijk zijn met blijdschap, Hij zal zwijgen in Zijn liefde, Hij zal Zich over u verheugen met gejuich (Zef. 3:17De HEERE, uw God, is in het midden van u, een Held, Die verlossen zal; Hij zal over u vrolijk zijn met blijdschap, Hij zal zwijgen in Zijn liefde, Hij zal Zich over u verheugen met gejuich.).
Als Jesaja daaraan denkt, dan roept hij uit: Vanouds heeft men het niet gehoord, noch met oren vernomen, en geen oog heeft het gezien, behalve U, o God, wat Hij doen zal dien die op Hem wacht (Jes. 64:4Ja, van ouds heeft men het niet gehoord, noch met oren vernomen, en geen oog heeft het gezien, behalve Gij, o God! wat Hij doen zal dien, die op Hem wacht.). En als David hieraan denkt, roept hij uit: De rechtvaardigen zullen zich verblijden, zij zullen van vreugde opspringen voor Gods aangezicht, en van blijdschap vrolijk zijn (Ps. 68:4Maar de rechtvaardigen zullen zich verblijden; zij zullen van vreugde opspringen voor Gods aangezicht, en van blijdschap vrolijk zijn.).
O, hoe groot is het goed dat God weggelegd heeft voor degenen die Hem vrezen. Christus komt weer terug en Hij zal ons tot Zich nemen. Hij zal eeuwig het centrum en het middelpunt zijn van onze hemelse vreugde. Hij zal eeuwig het licht weerkaatsen dat afstraalt van Gods vriendelijk en vrolijk aangezicht.
Hij zal terugkomen. Deze Jezus. Onze Jezus. Hij zal alzo komen, zo zeggen de engelen, gelijkerwijs u Hem naar de hemel hebt zien heenvaren. Op dezelfde manier als Hij heenging, zo komt Hij ook terug.
a. Hij ging naar de hemel als Persoon, als God-mens, als de Zoon des mensen. En zo zal Hij ook terugkomen. Zoals Hij Zelf ooit zei: En alsdan zal in de hemel verschijnen het teken van de Zoon des mensen; en dan zullen al de geslachten der aarde wenen en zullen de Zoon des mensen zien, komende op de wolken des hemels met grote kracht en heerlijkheid (Mat. 24:30).
b. Hij werd opgenomen in een wolk. En zo zal Hij ook terugkomen. Zie, Hij komt (zo schrijft Johannes in Openbaring 1), Hij komt met de wolken, en alle oog zal Hem zien, ook degenen die Hem doorstoken hebben; en alle geslachten der aarde zullen over Hem rouw bedrijven; ja, amen (Openb. 1:7).
c. Hij werd opgenomen met hemels bazuingeklank. En zo zal Hij ook terugkomen.
Want, zo schrijft Paulus, de Heere Zelf zal met een geroep, met de stem van de aartsengel en met de bazuin Gods nederdalen van de hemel; en die in Christus gestorven zijn, zullen eerst opstaan (1 Thess. 4:16Want de Heere Zelf zal met een geroep, met de stem des archangels, en met de bazuin Gods nederdalen van den hemel; en die in Christus gestorven zijn, zullen eerst opstaan;).
Zijn komst zal onverwachts zijn, hoewel we weten dat er tekenen zijn die aan Zijn terugkomst vooraf zullen gaan: oorlogen, epidemieën, hongersnoden, aardbevingen, vervolging, valse profeten. En het Evangelie van het Koninkrijk zal in de gehele wereld gepredikt worden tot een getuigenis voor alle volken; en dan zal het einde komen (Mat. 24:1-14).
En dan, lieve mensen, zult ook u Hem zien. Met uw eigen ogen. Tot uw eeuwige vreugde of... tot uw eeuwige afgrijzing (Dan. 12:2En velen van die, die in het stof der aarde slapen, zullen ontwaken, dezen ten eeuwigen leven, en genen tot versmaadheden, en tot eeuwige afgrijzing.).
Laten we samen nog kijken, wat dat ons voor nu wil leren.
1a. Deze toekomst, deze terugkomst van de Zoon des mensen wil u die nog onbekeerd bent leren om grote haast te maken met het werk van uw bekering en zaligheid. Als kaf gaat uw dag voorbij. Uw tijd is nog maar kort. En dan, na die korte tijd, staat u straks oog in oog met de Zoon des mensen, komend op de wolken van de hemel. De blik in Zijn ogen zult u niet kunnen verdragen. Vandaag is het nog een blik vol medelijden, maar dan zal er toorn stralen uit de ogen van het Lam. Dan zult u zeggen tot de bergen en tot de steenrotsen: Valt op ons, en verbergt ons van het aangezicht Desgenen Die op de troon zit, en van de toorn van het Lam. Want de grote dag van Zijn toorn is gekomen, en wie kan bestaan? (Openb. 6:16-17En zeiden tot de bergen en tot de steenrotsen: Valt op ons, en verbergt ons van het aangezicht Desgenen, Die op den troon zit, en van den toorn des Lams. Want de grote dag Zijns toorns is gekomen, en wie kan bestaan?). Laat je kostbare tijd, mensen, niet voorbijgaan! Maar ga je knieën buigen en de Heere zoeken, voordat het te laat is.
En stel dat werk van je bekering niet uit tot een moment waarvan je denkt: Dan, dan ga ik de Heere zoeken! Want dan is het te laat. Ik herinner me levendig en pijnlijk de sterfbedden van mensen die de dag van hun bekering hadden uitgesteld tot... dan! Maar toen bleek het te laat te zijn. Want de Heere Jezus zegt: In welke ure u het niet meent, zal de Zoon des mensen komen (Luk. 12:40Gij dan, zijt ook bereid; want in welke ure gij het niet meent, zal de Zoon des mensen komen.). Wees dan bereid! Bereid u dan voor op de grote eeuwigheid en uw komende ontmoeting met deze Jezus.
1b. Deze terugkomst van de Zoon des mensen wil u die nog onbekeerd bent, als tweede onder ogen brengen (voordat het te laat is!) dat die toekomst voor ú verschrikkelijk zal zijn. Wat voor anderen eeuwige vreugde wordt, wordt voor u een ramp. En zoals me de woorden ontbreken om de hemelse heerlijkheid en zaligheid te beschrijven, zo ontbreken mij ook hier de woorden om u te zeggen hoe dat zal zijn.
Laat ik maar eenvoudig naspreken wat de Heere Jezus daar Zelf over gezegd heeft.
Als Hij terugkomt, dan zullen vóór Hem al de volken vergaderd worden, en Hij zal hen van elkaar scheiden, gelijk de herder de schapen van de bokken scheidt. En Hij zal de schapen tot Zijn rechterhand zetten, maar de bokken tot Zijn linkerhand. Dan zal Hij zeggen tot degenen die ter linkerhand zijn: Gaat weg van Mij, gij vervloekten, in het eeuwige vuur, hetwelk de duivel en zijn engelen bereid is. En dezen zullen gaan in de eeuwige pijn; maar de rechtvaardigen in het eeuwige leven (Mat. 25:32-46). Die in de hemel woont, zal lachen; de Heere zal hen bespotten (Ps. 2:4Die in den hemel woont, zal lachen; de HEERE zal hen bespotten.). Hij zal u verpletteren met een ijzeren scepter, Hij zal u in stukken slaan als een pottenbakkersvat (Ps. 2:9). En dan zal Hij als Koning heersen, totdat Hij al de vijanden onder Zijn voeten zal gelegd hebben (1 Kor. 15:25Want Hij moet als Koning heersen, totdat Hij al de vijanden onder Zijn voeten zal gelegd hebben.).
Hij, deze Jezus, de Zoon des mensen, Die Zich zondag aan zondag aan u aanbood, zo liefdevol en welgemeend als Redder en Zaligmaker, maar u wilde niet. De Almachtige zal zeggen: Doch deze mijn vijanden, die niet hebben gewild dat ik over hen koning zou zijn, brengt ze hier en slaat ze hier voor mij dood (Luk. 19:27Doch deze mijn vijanden, die niet hebben gewild, dat ik over hen koning zoude zijn, brengt ze hier, en slaat ze hier voor mij dood.).
O, stel het dan toch niet uit! Maar beken op deze uw dag wat tot uw vrede dient. Kust (buigend aan Zijn voeten) de Zoon, opdat Hij niet toorne, en u op de weg vergaat, wanneer Zijn toorn maar een weinig zou ontbranden (Ps. 2:12).
2. Maar anderzijds, deze toekomst en deze terugkomst van de Zoon des mensen wil ons die de Heere liefhebben en verwachten de volgende dingen leren. 2a. In ons wachten op Zijn terugkomst wil de Heere ons leren Zijn voetstappen te drukken en Zijn weg te gaan: door lijden tot heerlijkheid. Zoals Hijzelf ook nooit rust had op aarde, en geen plaats had om Zijn hoofd rustig op neer te leggen, zo zal ook onze tijd op aarde geen tijd van rust zijn, maar een tijd van strijd en lijden. Maar Paulus zegt tegen Timotheüs: Indien wij verdragen, wij zullen ook met Hem heersen (2 Tim. 2:12Indien wij verdragen, wij zullen ook met Hem heersen; indien wij Hem verloochenen, Hij zal ons ook verloochenen;).
2b. In ons wachten op Zijn terugkomst wil de Heere ons ook leren in dat lijden geduldig te zijn. Om geduldig te zijn in tegenspoed en verdrukking. Wetend dat onze lichte verdrukking zeer haast voorbijgaat (2 Kor. 4:17Want onze lichte verdrukking, die zeer haast voorbij gaat, werkt ons een gans zeer uitnemend eeuwig gewicht der heerlijkheid;). Dat het maar een verdrukking is van tien dagen (Openb. 2:10Vrees geen der dingen, die gij lijden zult. Ziet, de duivel zal enigen van ulieden in de gevangenis werpen, opdat gij verzocht wordt; en gij zult een verdrukking hebben van tien dagen. Zijt getrouw tot den dood, en Ik zal u geven de kroon des levens.). En dat alle moeite en verdriet van dit leven is bedoeld als voorbereiding voor straks. Zoals Petrus schrijft: Opdat de beproeving van uw geloof, die veel kostelijker is dan van het goud hetwelk vergaat en door het vuur beproefd wordt, bevonden worde te zijn tot lof en eer en heerlijkheid, in de openbaring van Jezus Christus (1 Petr. 1:7). Zo zijt dan lankmoedig, broeders (schrijft de apostel Jakobus), tot de toekomst des Heeren. Zie, de landman verwacht de kostelijke vrucht des lands, lankmoedig zijnde over dezelve, totdat het de vroege en spade regen zal hebben ontvangen (Jak. 5:7Zo zijt dan lankmoedig, broeders, tot de toekomst des Heeren. Ziet, de landman verwacht de kostelijke vrucht des lands, lankmoedig zijnde over dezelve, totdat het den vroegen en spaden regen zal hebben ontvangen.).
2c. In ons wachten op Zijn terugkomst wil de Heere ons ook leren op Hèm te hopen. Roemend in verdrukkingen, wetende dat de verdrukking lijdzaamheid werkt, en de
lijdzaamheid bevinding, en de bevinding hoop, en de hoop beschaamt niet, omdat de liefde Gods in onze harten uitgestort is door de Heilige Geest, Die ons is gegeven (Rom 5:3-5En niet alleenlijk dit, maar wij roemen ook in de verdrukkingen, wetende, dat de verdrukking lijdzaamheid werkt; En de lijdzaamheid bevinding, en de bevinding hoop; En de hoop beschaamt niet, omdat de liefde Gods in onze harten uitgestort is door den Heiligen Geest, Die ons is gegeven.) Hopend op Hem, Die onze hoop nooit beschamen zal. Gelovend dat Hij ons liefheeft. Dat, al zien we dat niet op Zijn gezicht, Zijn liefde tot ons in Zijn hart blijft. Gelovend dat Hij voor ons bidt. Vertrouwend dat Hij ons zal beschermen en bewaren. Dat Hij naar Zijn mensheid wel in de hemel is, maar Hij met Zijn Godheid, majesteit, genade en Geest niet van ons wijken zal. Alzo dat het (ons) aan geen gave ontbreekt, verwachtende de openbaring van onze Heere Jezus Christus (1 Kor. 1:7Alzo dat het u aan gene gave ontbreekt, verwachtende de openbaring van onzen Heere Jezus Christus.).
2d. In ons wachten op Zijn terugkomst wil de Heere ons leren Hem te verwachten tot zaligheid. Verwachtende de vertroosting Israëls, zoals Simeon deed (Luk. 2:25En ziet, er was een mens te Jeruzalem, wiens naam was Simeon; en deze mens was rechtvaardig en godvrezende; verwachtende de vertroosting Israëls, en de Heilige Geest was op hem.). Biddend en wakend. Immers, zo zei de Heere Jezus Zelf: Zalig zijn die dienstknechten welke de heer als hij komt, zal wakende vinden (Luk. 12:37). Biddend en wakend. Met onze wandel en ons burgerschap in de hemelen. Dat wil zeggen: altijd op zoek, niet naar de dingen die aards zijn, maar naar de dingen van de hemel. Waaruit wij ook de Zaligmaker verwachten, namelijk den Heere Jezus Christus (Fil. 3:20). Wie zo de Heere verwacht, die zal niet beschaamd worden in Zijn toekomst (1 Joh. 2:28).
Want onze verwachting heeft een grond, namelijk Gods belofte. Petrus zegt: Maar wij verwachten, naar Zijn belofte, nieuwe hemelen en een nieuwe aarde, in dewelke gerechtigheid woont (2 Petr. 3:13Maar wij verwachten, naar Zijn belofte, nieuwe hemelen en een nieuwe aarde, in dewelke gerechtigheid woont.). Onze Zaligmaker, deze Jezus, Die in de hemel is, is een belovende Zaligmaker, Die Zijn Woord houdt. En Die het gezegd heeft: Ik ben met ulieden al de dagen, tot de voleinding der wereld. En Die het Zelf beloofd heeft: Ik kom terug. En dus mogen we leven met een gegronde hoop en verwachting, die vast ligt en verankerd ligt in Gods belofte. In Gods belofte die eeuwenlang het fundament is geweest van de verwachting van de Kerk. Wij verwachten met de aartsvaders Abraham, Izak en Jakob de stad die fundamenten heeft, welker Kunstenaar en Bouwmeester God is (Hebr. 11:10Want hij verwachtte de stad, die fondamenten heeft, welker Kunstenaar en Bouwmeester God is.).
2e. In ons wachten op Zijn terugkomst wil de Heere ons ook leren reikhalzend uit te zien naar die dag, dat Hij zal komen om onze druk te verwisselen in geluk. Laten we daarom niet vastkleven, kinderen van God, aan deze voorbijgaande wereld. Maar laten we onze handen en harten uitstrekken naar de grote toekomst van de Zoon des mensen. Zoals Petrus schrijft: Verwachtende (met geduld) en haastende (met groot verlangen) tot de toekomst van de dag Gods. Want wij verwachten, naar Zijn belofte, nieuwe hemelen en een nieuwe aarde, in dewelke gerechtigheid woont (2 Petr. 3:11-18).
Dan (op die dag, op de dag van onze hemelse bruiloft), dan zullen we zeer vrolijk zijn in den HEERE. Dan zal onze ziel zich verheugen in onze God. Als Hij ons bekleed zal hebben met de klederen des heils, als Hij de mantel der gerechtigheid ons omgedaan zal hebben (Jes. 61:10Ik ben zeer vrolijk in den HEERE, mijn ziel verheugt zich in mijn God, want Hij heeft mij bekleed met de klederen des heils, den mantel der gerechtigheid heeft Hij mij omgedaan; gelijk een bruidegom zich met priesterlijk sieraad versiert, en als een bruid zich versiert met haar gereedschap.). Dan zullen wij zeer vrolijk zijn in de Heere. En dan zal onze God over ons vrolijk zijn (Zef. 3:17).
Daarom, geliefden (zo schrijft Petrus), verwachtende deze dingen, benaarstigt u dat u onbevlekt en onbestraffelijk van Hem bevonden moogt worden in vrede (2 Petr. 3:14).
En…, zo laat Petrus daarop volgen: acht de lankmoedigheid van onze Heere voor zaligheid. De Heere is lankmoedig en geduldig, onbekeerde vrienden, en zoekt nog steeds je zaligheid… Zoek Hem dan toch, dan zul je Hem vinden!
Tot slot: onze Heere, deze Jezus, is niet van ons weggegaan om nooit meer terug te komen. Maar Hij zal alzo komen, gelijkerwijs Zijn discipelen Hem naar de hemel hebben zien heenvaren. Geliefde medechristenen, kinderen van God, verwacht Hem, want Hij komt. Hij komt! Hij zal ons geen wezen laten. Nog een zeer weinig tijds, en Hij Die te komen staat, zal komen en niet vertoeven (Hebr. 10:37Want: Nog een zeer weinig tijds en Hij, Die te komen staat, zal komen, en niet vertoeven.). Onze verlossing is aanstaande. En tot een genadige vergelding (zegt artikel 37 van onze Nederlandse Geloofsbelijdenis) zal de Heere ons zulk een heerlijkheid geven, als die in het hart van een mens nooit is opgekomen. En het middelpunt(!) van die heerlijkheid zal Christus zijn: Deze Jezus. Die ons liefgehad heeft en Die ons zal blijven liefhebben tot het einde toe. De Drie-enige God zij nu en dan tot in alle eeuwigheid, eeuwig lof en eer. Halleluja.
Amen.
Slotzang Psalm 68:1,2
De HEER’ zal opstaan tot den strijd; Hij zal Zijn haters, wijd en zijd, Verjaagd, verstrooid, doen zuchten;
Maar 't vrome volk, in U verheugd, Zal huppelen van zielevreugd, Daar zij hun wens verkrijgen; Hun blijdschap zal dan, onbepaald, Door 't licht, dat van Zijn aanzicht straalt, Ten hoogste toppunt stijgen.
Andere preken over Handelingen
Andere preken voor Hemelvaart
Andere gerelateerde preken