PREEK · KERKELIJK JAAR

Opgenomen in de hemel - Handelingen 1

Hemelvaart - 13 mei 2021

Handelingen 1:9: En als Hij dit gezegd had, werd Hij opgenomen daar zij het zagen, en een wolk nam Hem weg van hun ogen.

INLEIDING

Op de Olijfberg zien de discipelen hun Meester opvaren naar de hemel, en in Handelingen 1 vers 9 tot 11 lezen we hoe een wolk Hem wegneemt van hun ogen, terwijl twee engelen hen troosten met de belofte van Zijn wederkomst. Deze leespreek neemt u mee langs het heengaan van Christus, het staren van Zijn discipelen en de troost die deze hemelvaartsdag ook uw hart te bieden heeft.

THEMA

De hemelvaart van de Heere Jezus Christus

KERNPUNTEN

  1. Het heengaan van Christus
  2. Het staren van de discipelen
  3. De troost van de engelen

HANDELINGEN 1:6-11

6 Zij dan die samengekomen waren, vraagden Hem, zeggende: Heere, zult Gij in dezen tijd aan Israël het Koninkrijk wederoprichten?
7 En Hij zeide tot hen: Het komt u niet toe te weten de tijden of gelegenheden, die de Vader in Zijn eigen macht gesteld heeft;
8 Maar gij zult ontvangen de kracht des Heiligen Geestes, Die over u komen zal; en gij zult Mijn getuigen zijn, zo te Jeruzalem, als in geheel Judéa en Samaría, en tot aan het uiterste der aarde.
9 En als Hij dit gezegd had, werd Hij opgenomen daar zij het zagen, en een wolk nam Hem weg van hun ogen.
10 En alzo zij hun ogen naar den hemel hielden terwijl Hij heenvoer, zie, twee mannen stonden bij hen in witte kleding,
11 Welke ook zeiden: Gij Galilese mannen, wat staat gij en ziet op naar den hemel? Deze Jezus, Die van u opgenomen is in den hemel, zal alzo komen, gelijkerwijs gij Hem naar den hemel hebt zien heenvaren.

VOLLEDIGE TEKST

Opgenomen in de hemel - Handelingen 1

ds. J. IJsselstein - Handelingen 1:9

THEMA

De hemelvaart van de Heere Jezus Christus

LITURGIE

Psalm 68:9 Catechismus Zondag 18

Psalm 68:10

Lezen Handelingen 1:1-14

Psalm 21:4, 5

Psalm 47:3

Psalm 98:4

Gemeente, de tekst voor de preek op deze Hemelvaartsdag kunt u vinden in Handelingen 1, daarvan vers 9, 10 en 11. Daar lezen we Gods Woord als volgt: En als Hij dit gezegd had, werd Hij opgenomen, daar zij het zagen, en een wolk nam Hem weg van hun ogen. En alzo zij hun ogen naar den hemel hielden, terwijl Hij heenvoer, ziet, twee mannen stonden bij hen in witte kleding; welke ook zeiden: Gij Galilese mannen, wat staat gij en ziet op naar den hemel? Deze Jezus, Die van u opgenomen is in den hemel, zal alzo komen, gelijkerwijs gij Hem naar den hemel hebt zien heenvaren.

Het thema voor de preek is: De hemelvaart van de Heere Jezus Christus

We letten samen op drie aandachtspunten: In de eerste plaats op het heengaan van Christus, kijkend naar vers 9: En als Hij dit gezegd had, werd Hij opgenomen, daar zij het zagen, en een wolk nam Hem weg van hun ogen. In de tweede plaats op het staren van Zijn discipelen, kijkend naar vers 10 en 11a: En alzo zij hun ogen naar de hemel hielden, terwijl Hij heenvoer, ziet, twee mannen stonden bij hen in witte kleding; welke ook zeiden: Gij Galilese mannen, wat staat gij en ziet op naar de hemel? In de derde plaats op de troost van de engelen, kijkend naar vers 11b: Deze Jezus, Die van u opgenomen is in de hemel, zal alzo komen, gelijkerwijs gij Hem naar de hemel hebt zien heenvaren.

Dus: De hemelvaart van de Heere Jezus Christus

1. Het heengaan van Christus 2. Het staren van Zijn discipelen 3. De troost van de engelen

Als eerste dus:

1. Het heengaan van Christus

Het pad waarop ze lopen kronkelt naar beneden: de stad uit, door de beek Kidron, langs de hof van Gethsémané, en verder rechtdoor in de richting van Jericho. Een zijpad buigt af in de richting van Bethanië. Het is niet ver, niet veel verder dan een kilometer van de stad Jeruzalem. Maar het is een weg vol herinneringen. Kijk maar. Voor ligt Bethanië, een plaats waar zoveel goede herinneringen liggen, zoveel goede ontmoetingen met Martha, Maria en Lazarus. Het is de plaats waar Maria de voeten van de Heere Jezus heeft gezalfd met kostbare nardus. Achter ligt Gethsémané, de plaats van het bittere lijden. Waar de ziel van de Heere Jezus bitter bedroefd werd. De plaats van het verraad en van de verlating door Zijn discipelen. En daar weer achter ligt Jeruzalem. En hier, dichtbij, ligt de helling van de Olijfberg. De plaats waar de Heere Jezus in het verleden zoveel bad en waar Hij ook gehuild heeft. Zoals Lukas schrijft: En als Hij nabij kwam, en de stad zag, weende Hij over haar, zeggende: Och, of u ook bekende, ook nog in deze uw dag, hetgeen tot uw vrede dient! Maar nu is het verborgen voor uw ogen (Lukas 19:41-42).

Ondertussen zijn ze doorgelopen. Ze staan stil, dichtbij Bethanië. Ze staan stil. En het ís stil… Hoor, er wordt nog iets gezegd: ‘Zult U in deze tijd het Koninkrijk aan Israël weder oprichten (1:6)? Is nu eindelijk de tijd gekomen om te rusten op onze tronen?’

Maar luister naar de liefde van de Zaligmaker, in Zijn milde terechtwijzing, in Zijn dubbele belofte in vers 7 en 8: En Hij zeide tot hen: ‘Het komt u niet toe, te weten de tijden of gelegenheden, die de Vader in Zijn eigen macht gesteld heeft; Maar u zult ontvangen de kracht des Heiligen Geestes, Die over u komen zal; en u zult Mijn getuigen zijn, zo te Jeruzalem, als in geheel Judea en Samaria, en tot aan het uiterste der aarde.’ Kinderen van God, geliefde medechristenen, dit zijn de laatste woorden van de Zaligmaker, de laatste woorden van onze Meester: u zult Mijn getuigen zijn. De laatste woorden van een heengaande vriend of geliefde mogen we nooit vergeten, laat staan naast ons neerleggen.

Daar staan ze. Na die enkele woorden is het stil. En dan dat indrukwekkende moment. De bazuin klinkt, als vervulling van Psalm 47:6: De Heere vaart op met geklank der bazuin! De belofte van Johannes 14 wordt vervuld: Ik ga heen om u plaats te bereiden (14:2). Vol majesteit, kalm en vol hemelse heerlijkheid stijgt de Heere Jezus langzaam op. Langzaam gaat Hij omhoog, van de aarde naar de hemel.

Hij wordt opgenomen, terwijl zij het zien. En een wolk neemt Hem weg van hun ogen. En terwijl Hij heengaat, zegent Hij Zijn discipelen.

Lukas schrijft in Lukas 24: En het geschiedde, als Hij hen zegende, dat Hij van hen scheidde, en werd opgenomen in de hemel (24:51). Kijk, daar gaat Hij! Zijn handen opheffend, zegent Hij hen. Kijk, je kunt de littekens van de spijkers van het kruis nog zien! Zijn trouwring! Het teken van de spijkers is de trouwring van Zijn zondaarsliefde. Het is alsof Hij hen toeroept: ‘Ik, de Bruidegom, ga heen. Maar kijk, mijn lieve bruid, naar het teken van Mijn blijvende liefde en trouw!’

Hij werd opgenomen daar zij het zagen. Het is de Vader, Die Hem opneemt. Het was de Vader, Die Hem zond. Het is de Vader, Die Hem opneemt. Hij kwam in deze wereld om de schuld van Zijn kerk te dragen, om hun zonden te verzoenen. Hij vernederde Zich tot de dood van het kruis. En toen was alles volbracht. Toen heeft de Vader Hem opgewekt uit de dood. En nu wordt Hij door de Vader thuis gehaald. Want alles, alles is voldaan. Er hoeft niets meer bij. Was er iets tekort geweest aan Zijn werk, dan was de hemel gesloten gebleven. Maar de hemel gaat open en de Vader neemt Hem op.

Dat is de troost van de hemelvaart. Door het geloof mogen we het zien: Aan het recht van God is genoeg gedaan. Er hoeft niets meer bij. We hoeven niet meer te werken. We hoeven zelf niets meer te verdienen. In Christus is alles! Voor een verloren en schuldig hart.

De discipelen zien het met hun ogen. Hier zijn ooggetuigen. Dit is geen fabeltje, dit is geen ingenieus verzinsel. Hier staan ooggetuigen die het gezien hebben: de opgestane Jezus is opgenomen in de hemel. Alleen zij zien het. En dat is nog zo. De Heere laat Zijn heerlijkheid, Zijn schoonheid en glorie zien aan degenen die Hem liefhebben, aan degenen die naar Hem verlangen en op Hem hopen.

Een wolk neemt Hem weg van hun ogen. Een wolk als teken van Gods majesteit en glorie. Zoals de wolk op de berg der verheerlijking. Die wolk wijst naar Gods heerlijkheid en glorie. En die wolk belemmert tegelijkertijd ook hun gezicht. Om hun nieuwsgierigheid in te perken. Ze hoeven niet nieuwsgierig de hemel in willen kijken. Hun taak ligt nog op de aarde. Ze moeten getuigen zijn, beginnend van Jeruzalem, Judea en Samaria, tot aan het uiterste van de aarde (1:8). Die wolk belemmert hun gezicht, ook om hun te leren: het kan zijn (ook nu) dat jullie, discipelen, kinderen van God, Mij niet meer zien en moeten missen. Maar Ik zie jullie nog wel. Door die wolk. Mijn oog rust blijvend op u (Psalm 32:8).

Het kan een gewone wolk geweest zijn. Het kan ook een wolk van engelen geweest zijn. Zoals bij de geboorte van de Heere Jezus in Bethlehem legioenen engelen Zijn geboorte bezongen. Zo nemen heirlegers van engelen hun Koning mee terug, de hemel binnen. Immers, het valt op dat er staat: die wolk nam Hem op, die nam Hem mee, omhoog! Zoals Elia werd meegenomen door een vurige wagen met vurige paarden, die scheiding maakten (2 Koningen 2:11).

Een wolk neemt Hem weg van hun ogen. Wat daarachter gebeurt, zien zij niet. De Bijbel vertelt het ons wel. Het kan nu alleen nog maar gezien worden met ogen van geloof. De weg naar de hemel was gesloten, die was geblokkeerd. Er was een schuld die betaald moest worden. Er was een straf die gedragen moest worden. En dat deed Hij. Christus! En nu nadert Hij met alles wat Hij deed, met wat Hij verdiend heeft, tot voor de troon van de vlekkeloos heilige God. Met wat Hij verdiende. Met Zijn offer. Zij, die daar beneden Hem na staan te staren, hebben zich weg gezondigd van de Heere. Zij kunnen van zichzelf niet meer voor God staan. Maar Hij neemt hen in Zijn hart mee terug naar de Vader.

De weg terug was gesloten. Wij proberen of probeerden misschien zelf wel een weg te banen tot God, maar het ging niet, het gaat niet. Er moest een rekening vereffend, er moest een schuld betaald worden. Maar werken en tranen van onze kant zijn geen wettig betaalmiddel. Wijzelf versperden de weg terug naar God toe. En waren niet in staat om die te heropenen. Maar Christus kwam naar de aarde. En Hij baande een weg van de aarde naar de hemel, opdat zelfs een wederhorig, ongehoorzaam kroost, altijd bij de Heere zou kunnen wonen (Psalm 68:9 ber.).

Daarom is dit een blijde dag. Want, wat een wonder! Christus komt met Zijn werk voor het aangezicht van de Vader. En Hij wordt met gejuich begroet. Als er in de hemel al blijdschap is over één zondaar die zich bekeert, wat moet het dan geweest zijn toen Christus de hemel binnenkwam met Zijn bloed, bestemd voor miljoenen zondaars, voor een menigte die niemand tellen kan?

Opgevaren naar de hemel verschijnt Hij voor de troon van God, als Hoofd van de Zijnen. Zoals de Hogepriester op de grote verzoendag in het heiligdom binnenging met bloed en met een vat vol reukwerk, zo gaat Christus vol heerlijkheid en triomf de hemel binnen met Zijn verdienste. En dus is er nu door Christus Jezus een weg gebaand naar de troon van God voor verloren zondaars. Daarom, schep moed, zoekende zondaars: er is een verse en levende weg naar het heiligdom geopend door het bloed van Jezus Christus (Hebr. 10:20). Voor een wederhorig kroost.

We gaan verder met ons tweede aandachtspunt

2. Het staren van de discipelen

We lezen in vers 10 en 11: En alzo zij hun ogen naar den hemel hielden, terwijl Hij heenvoer, ziet, twee mannen stonden bij hen in witte kleding; welke ook zeiden: Gij Galilese mannen, wat staat gij en ziet op naar de hemel? De Heere Jezus verdwijnt in die wolk, die opstijgt. Was het een gewone wolk? Was het een wolk van engelen? Hoe dan ook, de afstand wordt steeds groter. Maar ze blijven maar staren… Zoals je, als iemand voor heel lang vertrekt, je maar kan blijven kijken. Misschien is hij of zij al niet eens meer te zien. En toch, je blijft kijken. Zo zijn hun ogen als het ware gebonden aan de hemel. Kijkt u, kijk jij zo ook wel eens naar de hemel? Biddend: Och Heere, dat U de hemel scheurde? (Jes. 64:1) En nederkwam in mijn hart. Verwonderd: Daar, in de hemel is onze Heere en Zaligmaker, onze grote God? Verlangend: De dag komt, dat U, Heere Jezus Christus, ook mij tot U nemen zal? Of hebt u daar letterlijk helemaal niets te zoeken? Wat een ellendig leven, alleen maar levend voor de dingen van deze tijd, zonder oog te hebben voor de dingen die boven zijn. Zoek toch de dingen die boven zijn, waar Christus is, niet de dingen die op de aarde zijn (Kol. 3:2).

Waarom zouden de discipelen zo blijven kijken, zo blijven staren naar de hemel? a. Het is ongetwijfeld de band met hun Meester, waarom ze Hem na blijven staren. Iemand van wie je veel houdt, Die blijf je nakijken. Ja maar, heeft de Heere hen er juist niet op gewezen, dat hun zien met hun ogen moet veranderen in geloven, zonder zien?

b. Is het misschien ook hun nieuwsgierigheid? Willen ze kijken totdat ze tot in (want dat staat er eigenlijk letterlijk), tot in de hemel kunnen kijken? Als hun Heere naar de hemel gaat en als die zo open gaat, dan moet je blijven kijken! Ja maar, hun taak ligt toch op de aarde? Ze moeten toch getuigen zijn in de wereld? En het is toch niet goed om te willen kijken in verborgen dingen? Zoals het nu toch nog steeds niet goed is, om bezig te zijn met dingen die verborgen zijn?

c. Is het misschien omdat ze hopen, dat de Heere direct zal terugkomen? Om toch alsnog Zijn Koninkrijk op aarde op te richten? Ja maar, had de Heere niet tegen hen gezegd dat ze in Jeruzalem moesten wachten op de Trooster en dat dat vast lag in de raad van Zijn Vader? Dat ze de belofte van de Heilige Geest moesten verwachten?

Wat blijken discipelen dwalende mensen te zijn. Zelfs op die momenten, waarop de Heere grote dingen doet. Dan nog gaan hun, dan nog gaan onze gedachten zo vaak de verkeerde kant op.

Hier blijkt weer, zoals zo vaak in het verleden, en zoals zo vaak in ons leven is gebleken: Een kind van God heeft altijd, in alle dingen genade nodig. Anders begrijpen we het niet. Anders trekken we eigen conclusies. Anders denken we vooral aan onszelf, en niet aan de eer en de heerlijkheid, de zaak en de wil van de Heere.

Maar gelukkig, al direct blijkt dat hun heengegane Heere Jezus Zijn achtergebleven discipelen niet alleen laat. Hij stuurt twee engelen. Miljoenen engelen begeleiden Hem de hemel binnen, zingend: Heft uw hoofden op, gij poorten, ja, heft op, gij eeuwige deuren! opdat de Koning der ere inga! (Psalm 24: 9). Maar twee van hen worden naar beneden gestuurd. Vers 11 zegt: Twee mannen stonden bij hen in witte kleding. Ze zijn stralend wit, als teken van hun heiligheid en vreugde.

Gij Galilese mannen, wat staat u en ziet op naar de hemel? Het is een vriendelijke, milde terechtwijzing. Mannen broeders, er is geen reden om al starend naar de hemel dingen te verwachten, die de Heere niet aan u beloofd heeft. Op alles wat de Heere gezegd heeft, daar mag je (ook nu) op hopen en naar uitzien. Maar je eigen wensen, die de Heere niet beloofd heeft, blijf daar niet op staren! En, er is ook geen reden tot verdriet. Dit is toch wat de Meester u beloofd heeft: Ik ga heen om voor u plaats te bereiden? Hij is niet weggegaan om u alleen achter te laten, maar om iets voor u te doen (Joh 14:2). En daarbij heeft Hij beloofd, dat Hij Zijn Heilige Geest zal sturen als Trooster. En in de hemel gaat uw Meester door met Zijn werk. Om voor u plaats te bereiden. Om voor u te bidden. Om u te leren door Zijn Woord. Om u te troosten door Zijn Geest. En om u te leiden door Zijn raad. Deze Jezus, Die u zo nastaart, Die u zoekt, op Wie u hoopt, Die uw leven is, Hij is daar in de hemel ten goede voor u (Zondag 18, 46). Hij is daar niet zonder u, maar Hij is in de hemel vóór u! Met andere woorden: Dit is, ondanks jullie gemis, geen dag om te staren, om te huilen en verdrietig te zijn. Maar dit is een dag van vreugde en blijdschap. Dit is de dag van de glorie en de heerlijkheid van uw Koning. Want dit heengaan is vol van troost. We zien dat zo meteen in ons derde aandachtspunt, maar zingen eerst Psalm 47:3: God vaart, voor het oog, Met gejuich omhoog; 't Schel bazuingeluid galmt Gods glorie uit. Heft de lofzang aan, zingt Zijn wonderdaân, Zingt de schoonste stof, zingt des Konings lof Met een zuivere galm, met een blijde psalm; Hij, de Vorst der aard', Is die hulde waard.

Gemeente, we gaan verder met de derde punt van de preek over de hemelvaart van de Heere Jezus. We hebben als eerste gelet op Zijn heengaan. Toen als tweede op hoe Zijn discipelen Hem achterna staren. Nu ons derde aandachtspunt:

3. De troost van de engelen

Want zo staat er in het tweede deel van vers 11: Deze Jezus, Die van u opgenomen is in den hemel, zal alzo komen, gelijkerwijs gij Hem naar den hemel hebt zien heenvaren. Met andere woorden: U ziet Hem niet meer, maar Hij komt terug. Niet zoals Hij kwam, in diepe vernedering in de kribbe van Bethlehem, maar precies zoals Hij is heengegaan: in heerlijkheid en glorie!

a. Hij kwam in Eigen Persoon, als Kind in de kribbe van Bethlehem. En Hij zal komen in Eigen Persoon, als de Zoon des mensen. Zoals Hij heeft voorzegt in Mattheus 24: En alsdan zal in de hemel verschijnen het teken van de Zoon des mensen; en dan zullen al de geslachten der aarde wenen, en zullen de Zoon des mensen zien, komende op de wolken des hemels, met grote kracht en heerlijkheid (24: 30).

b. Hij werd opgenomen in een wolk. En Hij zal komen met een wolk. Zoals Johannes zegt in Openbaring 1: Ziet, Hij komt met de wolken en alle oog zal Hem zien, ook degenen, die Hem doorstoken hebben; en alle geslachten der aarde zullen over Hem rouw bedrijven; ja, amen (1:7).

c. Hij ging heen met bazuingeklank. God vaart op met geklank der bazuin. Hij zal komen met de bazuin van God. Paulus schrijft aan de gemeente van Thessalonica: Want de Heere Zelf zal met een geroep, met de stem van de archangel (de hoogste engel), en met de bazuin Gods nederdalen van de hemel (1 Thess. 4:16).

Onverwachts zal Hij terugkomen. De apostel Petrus schrijft: Maar de dag des Heeren zal komen als een dief in den nacht, in welken de hemelen met een gedruis zullen voorbijgaan, en de elementen branden zullen en vergaan, en de aarde en de werken, die daarin zijn, zullen verbranden (2 Petr. 3:10). Onverwachts, hoewel er tekenen zijn die aan Zijn terugkomst vooraf zullen gaan: oorlogen, epidemieën, hongersnoden, aardbevingen, vervolgingen, valse profeten. Het Evangelie des Koninkrijks zal in de gehele wereld gepredikt worden tot een getuigenis allen volken; en dan zal het einde komen (zie Matt. 24:1-14).

Dan zal het einde komen. Dan zullen de tranen van discipelen gedroogd worden. Dan zullen de schapen rusten in de armen van Christus, Die beloofde: Ik zal u tot mij nemen. Ik ga heen om u plaats te bereiden. Ik wacht op U.

Dan zullen de bokken van de schapen van elkaar gescheiden worden. Hij zal de schapen tot Zijn rechterhand zetten, maar de bokken tot Zijn linkerhand (Matt. 25:32-33). Hij zal al Zijn vijanden onder Zijn voeten brengen (1 Kor. 15:25).

Hij, Die kwam, Die zieken genas, Die leerde in de synagoge. Hij, Die geslagen werd, Die bespuugd werd, Die bespot werd. Hij, Die bloed zweette, Die gehangen werd aan het kruis, Die verlaten werd door Zijn Vader. Hij, Die opstond uit de dood, Die werd opgenomen in heerlijkheid. Beste vrienden, u zult Hem zien! Met uw eigen ogen. U kunt zonder God leven en denken dat u Hem kwijt kunt raken. Maar u zult Hem zien! U kunt de Heere kwijt zijn en zo naar Hem verlangen. Maar ook u zult Hem zien! Tot uw eeuwige vreugde. Maar de eersten tot eeuwige afgrijzing (Dan. 12:2).

Wanneer? Wijzen de tekenen van deze tijd niet op de spoedige terugkomst van Christus? En wat denkt u van het letterlijk laatste woord van de Heere Jezus in de Bijbel, in Openbaring 22:20: Ja, Ik kom haastelijk? Dat betekent: Ik kom snel, Ik ben er bijna!

Ben je daarop voorbereid? Om oog in oog te staan met Jezus? Om oog in oog te staan met de Koning van het heelal, Die omringd door legers van engelen ten hemel voer? Toen de wachters van het graf bij de opstanding van de Heere Jezus één engel zagen, werden ze zeer verschrikt, als doden. Eén engel scheen op hen, en zij werden als doden (Matt. 28:4). Wat als miljoenen engelen zullen verschijnen op de dag van Jezus’ terugkomst? En toen Johannes Hem zag in Zijn heerlijkheid, viel hij als dood aan Zijn voeten (Open. 1:17).

Hoe zal het u vergaan, hoe zal het jou vergaan, als je Hem zult zien, als u voor Hem zult staan? Voor Hem, Die u nooit geloofd hebt. Die u genegeerd, geminacht en gekruisigd hebt? U hebt Zijn boodschap en Zijn bloed vertrapt? Hoe zal het jou vergaan, als je uit Zijn mond horen zult: Deze mijn vijanden, die niet hebben gewild dat Ik over hen koning zou zijn, brengt ze hier en slaat ze hier voor Mij dood (Luk. 19:27)?

Hoe zal het met ons gaan, geliefde medechristenen, als wij Jezus zullen zien? Die ons liefgehad heeft? Die ons kocht met de prijs van Zijn bloed? Als Hij ons de plaats zal wijzen, die Hij voor ons bereid heeft? Alsdan zal de Koning zeggen tot degenen, die tot Zijn rechterhand zijn: Komt, gij gezegenden Mijns Vaders! beërft dat Koninkrijk, hetwelk u bereid is van de grondlegging der wereld (Matt. 25:34).

Onze Heere komt terug. Die belofte wil ons verlangen opwekken. Het gebed: Ja, kom, Heere Jezus (Openb. 22:20).

Die belofte wil ons geduldig maken in de verdrukking. Onze lichte verdrukking gaat zeer haast voorbij (2 Kor. 4:17). Die belofte wil ons laten waken in onze gebeden. Want zalig zijn die dienstknechten welke de Heere als Hij komt, zal wakende vinden (Luk. 12:37).

Onze Heere is niet van ons weggegaan om nooit meer terug te komen. Maar Hij zal alzo komen, gelijkerwijs Zijn discipelen Hem naar de hemel hebben zien heenvaren.

Geliefde medechristenen, verwacht Hem, want Hij komt! Hij komt! Onze verlossing is aanstaande.

Amen.

Slotzang Psalm 98:4:

Laat al de stromen vrolijk zingen, De handen klappen naar omhoog; 't Gebergte vol van vreugde springen En huppelen voor des HEEREN oog: Hij komt, Hij komt, om d' aard' te richten, De wereld in gerechtigheid; Al 't volk, daar 't wreed geweld moet zwichten, Wordt in rechtmatigheid geleid.