6 september 2015
1 Korinthe 1:23-24: Doch wij prediken Christus den Gekruisigde, den Joden wel een ergernis, en den Grieken een dwaasheid, Maar hun die geroepen zijn, beide Joden en Grieken, prediken wij Christus, de Kracht Gods en de Wijsheid Gods.
INLEIDING
Wanneer Paulus de Gekruisigde predikt, stuit hij op verzet: Joden zien ergernis, Grieken zien dwaasheid, want beiden willen zichzelf redden — niet door vrije genade van een Gehangene aan het kruis. Deze leespreek over 1 Korinthe 1:23-24 onderzoekt waarom ons hart zich tegen het Evangelie verzet, en hoe Gods roepende God juist door die verachte kruisprediking zondaars breekt en vernedert tot buiging — om hen de Gekruisigde als werkelijke kracht en wijsheid te openbaren.
De prediking van de gekruisigde Christus
1 KORINTHE 1:10-31
10 Maar ik bid u, broeders, door den Naam van onzen Heere Jezus Christus, dat gij allen hetzelfde spreekt en dat onder u geen scheuringen zijn, maar dat gij samengevoegd zijt in één zelfden zin en in één zelfde gevoelen.
11 Want mij is van u bekendgemaakt, mijne broeders, door die van het huisgezin van Chloë zijn, dat er twisten onder u zijn.
12 En dit zeg ik, dat een iegelijk van u zegt: Ik ben van Paulus, en ik van Apollos, en ik van Céfas, en ik van Christus.
13 Is Christus gedeeld? Is Paulus voor u gekruist? Of zijt gij in Paulus’ naam gedoopt?
14 Ik dank God dat ik niemand van ulieden gedoopt heb dan Crispus en Gajus;
15 Opdat niet iemand zegge dat ik in mijn naam gedoopt heb.
16 Doch ik heb ook het huisgezin van Stéfanas gedoopt; voorts weet ik niet of ik iemand anders gedoopt heb.
17 Want Christus heeft mij niet gezonden om te dopen, maar om het Evangelie te verkondigen; niet met wijsheid van woorden, opdat het kruis van Christus niet verijdeld worde.
18 Want het woord des kruises is wel dengenen die verloren gaan, dwaasheid; maar ons, die behouden worden, is het een kracht Gods.
19 Want er is geschreven: Ik zal de wijsheid der wijzen doen vergaan, en het verstand der verstandigen zal Ik tenietmaken.
20 Waar is de wijze? Waar is de schriftgeleerde? Waar is de onderzoeker dezer eeuw? Heeft God de wijsheid dezer wereld niet dwaas gemaakt?
21 Want nademaal in de wijsheid Gods de wereld God niet heeft gekend door de wijsheid, zo heeft het Gode behaagd, door de dwaasheid der prediking zalig te maken die geloven.
22 Overmits de Joden een teken begeren, en de Grieken wijsheid zoeken;
23 Doch wij prediken Christus den Gekruisigde, den Joden wel een ergernis, en den Grieken een dwaasheid,
24 Maar hun die geroepen zijn, beide Joden en Grieken, prediken wij Christus, de Kracht Gods en de Wijsheid Gods.
25 Want het dwaze Gods is wijzer dan de mensen, en het zwakke Gods is sterker dan de mensen.
26 Want gij ziet uw roeping, broeders, dat gij niet vele wijzen zijt naar het vlees, niet vele machtigen, niet vele edelen.
27 Maar het dwaze der wereld heeft God uitverkoren, opdat Hij de wijzen beschamen zou; en het zwakke der wereld heeft God uitverkoren, opdat Hij het sterke zou beschamen;
28 En het onedele der wereld en het verachte heeft God uitverkoren, en hetgeen niets is, opdat Hij hetgeen iets is, teniet zou maken;
29 Opdat geen vlees zou roemen voor Hem.
30 Maar uit Hem zijt gij in Christus Jezus, Die ons geworden is wijsheid van God, en rechtvaardigheid en heiligmaking en verlossing;
31 Opdat het zij, gelijk geschreven is: Die roemt, roeme in den Heere.
VOLLEDIGE TEKST
ds. J. IJsselstein - 1 Korinthe 1:23-24
THEMA
De prediking van de gekruisigde Christus
Gemeente, de tekst voor de preek van vanmorgen kunt u vinden in de eerste Korinthebrief, het eerste hoofdstuk, daarvan de verzen 23 en 24. Ik preek u vanmorgen het Woord van God vanuit 1 Korinthe 1:23-24Doch wij prediken Christus, den Gekruisigde, den Joden wel een ergernis, en den Grieken een dwaasheid; Maar hun, die geroepen zijn, beiden Joden en Grieken, prediken wij Christus, de kracht Gods, en de wijsheid Gods.: Doch wij prediken Christus, den Gekruisigde, den Joden wel een ergernis, en den Grieken een dwaasheid, maar hun, die geroepen zijn, beiden Joden en Grieken, prediken wij Christus, de kracht Gods, en de wijsheid Gods.
Deze verzen gaan over (en dat is ook het thema voor de preek van vanmorgen): De prediking van de gekruisigde Christus En we letten samen op drie aandachtspunten: 1. De ergernis van het kruis 2. De overwinning van het kruis 3. De roem van het kruis Als eerste dus:
Gemeente, in het Bijbelgedeelte dat u voorgelezen is, voelen we al lezend een voortdurende botsing, een voortdurende tegenstelling. Het gaat in dit gedeelte steeds over twee tegenovergestelde dingen: over wijsheid en over dwaasheid. Dat heeft ook te maken met wat hiervoor geschreven staat. Ik kom daar later op terug, omdat daar hetzelfde thema aan de orde komt als 1 Korinthe 3. Er is in de gemeente van Korinthe gedoe. Over…, over welke dominee de beste is. Sommigen zijn voor Paulus, anderen voor Apollos of Petrus, en weer anderen zeggen: ik ben van Christus.
En dat heeft ook te maken (dat blijkt) met de cultuur, met de tijdgeest die heerst in de gemeente van Korinthe. Ze hebben het eigenlijk van huis uit al meegekregen, de gedachte: wijsheid, dat is pas echt mooi! Als iemand een rede, een verhaal of een preek houdt met hele mooie woorden, met diepzinnige gedachten, om op die manier de boodschap over te brengen, dat vinden ze mooi, dat vinden ze geweldig. Diepzinnig, wijsgerig (en ondertussen kunnen wij, slimme mensen, het al meedenkend volgen), welsprekend…, dat is mooi, dat is geweldig!
Dat zit in de gedachtewereld, dat zit in de tijd, in de cultuur van de stad Korinthe. En dat botst! Met de boodschap van het Evangelie. Net als er in onze cultuur en in onze tijd ook van die dingen zitten, die ineens kunnen botsen met de Bijbel, met het Woord van God, met de prediking. Misschien zit dat ‘Korinthische’ ook wel beetje in ons denken, in onze cultuur, in deze tijd.
‘U zegt, u preekt dat het Woord van God harten verandert en levens van mensen binnendringt? Dat het Woord oude ideeën en verlangens afbreekt? Zonde ontmaskert? Dringt tot berouw, belijdenis van zonde en bekering? En dat dat Woord uitdrijft naar Christus de Gekruisigde om door Hem gered te worden?’ ‘Prima, best! Dat zegt de Bijbel, zegt u. Dat is uw mening. Maar ik heb er zo mijn eigen gedachten over…’ Maar (zei God toen en zegt God nu, het staat in vers 19, 20 en 21): Ik, God, zal die eigen gedachten, die wijsheid der wijzen doen vergaan, het verstand van de verstandigen te niet maken en de wijsheid van de wereld dwaas maken.
Want? Wat is de reden van die botsing tussen Evangelie en ons menselijke hart? Er zijn twee redenen. a. De eerste staat in vers 21: door die wijsheid, die eigen wijsheid van ons, leren we God nooit kennen. Zeker, we weten veel, ondertussen heel veel. Van de grote verborgenheden van de natuur en de schepping. We kennen veel, heel veel van het zeldzaam verfijnde mechanisme van ons menselijke lichaam, van de loop van de zon, de maan, de planeten en de sterren. We weten heel veel van het weer en van de seizoenen. We denken in nano deeltjes en in miljoenen lichtjaren… We kennen iets van de grote werken van God. Maar…, heb je ooit gemerkt, jongelui, in de collegezaal dat die kennis mensen tot God brengt? Vers 21 zegt: de wereld heeft God niet gekend door haar eigen wijsheid.
We weten veel, ondertussen heel veel over de grote verborgenheden van de schepping. We weten veel, zeldzaam veel over het werk van God in levens en harten van mensen. Misschien hebt u daar ook wel veel over gelezen. Het zit in uw hoofd allemaal precies op een rij: zo werkt God. Maar heeft dat lezen, heeft die verstandelijke kennis u ooit gebracht tot God? Met (dat was de eerste reden waarom het Evangelie botst met ons menselijke hart), met onze wijsheid zullen God nooit vinden.
b. De tweede reden staat iets verderop. In het volgende hoofdstuk, in 1 Korinthe 2:14Maar de natuurlijke mens begrijpt niet de dingen, die des Geestes Gods zijn; want zij zijn hem dwaasheid, en hij kan ze niet verstaan, omdat zij geestelijk onderscheiden worden.: De wijsheid van God, die begrijpen wij niet. Twee dingen dus. (1) Die wijsheid van ons, daar vinden we God niet in. En (2) de wijsheid van God, die begrijpen wij niet. Want, zo zegt Paulus in het volgende hoofdstuk: de natuurlijke mens begrijpt niet de dingen, die des Geestes Gods zijn; want zij zijn hem dwaasheid, en hij kan ze niet verstaan, omdat zij geestelijk onderscheiden worden.
We missen geestelijk onderscheidingsvermogen, we missen geestelijk inzicht. Onze wijsheid is dwaasheid in Gods oog. En Gods wijsheid is dwaas in ons oog. Ja, ons natuurlijke hart staat zelfs vijandig tegenover vrije genade.
Wat is dan die wijsheid van God? Wat is Gods wijsheid? Dit: dat alle mensen God verlaten hebben. En dat er sinds het paradijs, niemand meer is die God zoekt. Sindsdien zoekt iedereen zijn eigen belang. Er is niemand meer die God nog op oog heeft. En Zijn wetten worden door ons met voeten getreden. Alles wat wij doen, botst met de heiligheid van God. En daarom roepen onze zonden om Zijn toorn en wraak. Maar (het gaat nog steeds om Gods wijsheid!), maar Gods genade en liefde bewogen Hem om Zijn Zoon naar deze verloren wereld te sturen. Het zwaard van Gods wraak heeft Hem, Jezus getroffen. Om zo, door Zijn kruisdood, een weg te openen, terug naar God toe, voor doodschuldige zondaars. Wanneer is die weg geopend? In de geboorte, in het leven Heere Jezus. Waar is die weg geopend? Vooral op Golgotha, aan het kruis. Toen Hij uitriep: Het is volbracht! En bij Zijn opstanding uit de doden.
Maar de natuurlijke mens begrijpt het niet… ‘Boeit me niet…‘ ‘Want wat betekent dat voor mij, wat heb ik daaraan? Geen idee! Ik ben met andere dingen bezig!’ De natuurlijke mens begrijpt niet de dingen, die des Geestes Gods zijn; want zij zijn hem dwaasheid, en hij kan ze niet verstaan, omdat zij geestelijk onderscheiden worden. Misschien herkent u dat wel in uw eigen leven… Zegt dat alles, wat God in Zijn wijsheid heeft uitgedacht en gedaan, zegt dat alles u wel iets…, of eigenlijk toch helemaal niets…?
De natuurlijke mens begrijpt er niets van. Totdat… Totdat God ingrijpt. Door? Paulus zegt (in vers 21): door de dwaasheid van de prediking. Letterlijk staat er: door de dwaasheid van wat wij prediken. Dus, zit je hier in de kerk wel op de goede plek! Dit is plaats waar de Heilige Geest Zijn werk doet. Door het gepredikte Woord. In harten van mensen die van die geestelijke dingen helemaal niets begrijpen.
Een pijnlijk werk is het, dat ingrijpen van God. Een werk ook dat verzet oproept. Maar de kracht van God (vers 24) overwint! De Heilige Geest schudt ons wakker uit onze droom. Hij overtuigt ons van onze zonden. Hij ontmaskert ons, als mensen (ja, we lijken wel goed en wijs en verstandig), maar als mensen die willens en wetens God verlaten hebben. En sindsdien God niet meer zoeken, en ook helemaal niets begrijpen van geestelijke dingen. Hij laat de wet spreken, die wij overtreden hebben. En Hij wijst ons persoonlijk onze zonden aan, en stelt ons schuldig voor God. Hij laat ons kijken in de spiegel van de wet en zegt: ‘Kijk, u hebt gezondigd.’ Hij is het, die het Woord van de prediking gebruikt om ons persoonlijk te veroordelen!
Als de Heilige Geest zo werkt in je hart, dan leer je uit ervaring iets van de roep van de tollenaar: Heere, wees mij zondaar genadig!
Dan, en niet eerder(!), krijgt de dwaasheid van wat wij preken ineens een andere klank… Als je dan(!) de roep hoort van de Opperste Wijsheid, de roep van de Heere Christus Zelf: Gij slechten! (je zegt: ‘Ja, Heere, dat ben ik’) hoe lang zult u de slechtheid beminnen, en de spotters voor zich de spotternij begeren, en de zotten wetenschap haten? Keert u tot Mijn bestraffing; ziet, Ik zal Mijn Geest ulieden overvloedig uitstorten; Ik zal Mijn woorden u bekend maken. (Spreuken 1:22-23Gij slechten! hoe lang zult gij de slechtigheid beminnen, en de spotters voor zich de spotternij begeren, en de zotten wetenschap haten? Keert u tot Mijn bestraffing; ziet, Ik zal Mijn Geest ulieden overvloediglijk uitstorten; Ik zal Mijn woorden u bekend maken.) Als diezelfde Geest dan(!) je gebroken oog gaat richten op het Gekruisigde Godslam. En je wijst (terwijl je er iets van weet, iets van heb leren kennen: op mij rust de vloek van God) op de woorden Paulus: Christus heeft ons verlost van de vloek der wet, een vloek geworden zijnde voor ons; want er is geschreven: Vervloekt is een iegelijk, die aan het hout hangt (Galaten 3:13Christus heeft ons verlost van den vloek der wet, een vloek geworden zijnde voor ons; want er is geschreven: Vervloekt is een iegelijk, die aan het hout hangt.). Dan ineens wordt, dat wat vroeger een dwaze boodschap leek, een blijde boodschap! Dan worden de voeten van degenen die vrede verkondigen lieflijk in onze ogen (Romeinen 10:15En hoe zullen zij prediken, indien zij niet gezonden worden? Gelijk geschreven is: Hoe liefelijk zijn de voeten dergenen, die vrede verkondigen, dergenen, die het goede verkondigen!). Want zij brengen een boodschap van vrede voor schuldigen, voor zondaars, voor ter dood veroordeelden. Vrede door het bloed van het kruis, door de Gekruisigde.
Want, die gezond zijn, hebben de Medicijnmeester, de hemelse Dokter niet nodig… Wie zich gelukkig voelt, die heeft geen Zaligmaker nodig. Die ziet geen aantrekkelijkheid in de Gekruisigde… Maar ter dood veroordeelden, die roepen uit: Hij is blank en rood, Hij draagt de banier boven tien duizend. (Hooglied 5:10Mijn Liefste is blank en rood, Hij draagt de banier boven tien duizend.)
Maar dat alles, die ‘wijsheid van God’, zo zegt Paulus in vers 23, is: De Joden een ergernis en de Grieken een dwaasheid.
a. Eerst de Joden. Die ergeren zich, die stoten zich aan het Evangelie van Jezus Christus. Waarom? Hierom: wie gelooft er nu dat de zoon van een timmerman uit Nazareth de Messias is? En daarbij: Hij riep het wee uit over de meest vrome mensen! Zou de Messias zoiets doen? En bovendien, hoe vaak hadden zij Hem niet gevraagd om een teken! Het staat in vers 22: De Joden begeren een teken. Denk maar aan Johannes 6:30Zij zeiden dan tot Hem: Wat teken doet Gij dan, opdat wij het mogen zien, en U geloven? Wat werkt Gij?, waar staat: Zij zeiden dan tot Hem: Wat teken doet Gij dan, opdat wij het mogen zien, en U geloven? Wat werkt Gij? En, wie gelooft er nu in Iemand die de vervloekte kruisdood stierf? Een dood die door God vervloekt was?
De gedachte daaraan, die prediking, dat was en is de ultieme vernedering voor een godsdienstig hart. Kijk ondertussen maar eens in uw eigen hart, misschien herkent u het wel… Een Zaligmaker, die zo geleefd heeft, zo nederig, zo gehoorzaam en zo vol van zelfverloochening… En die uiteindelijk op Golgotha de vervloekte dood aan het
kruis gestorven is… Daar voel je (voel maar even goed in uw hart!) van nature een diepe ergernis tegen. Dat botst! Voel je dat niet? Dat roept verzet op! Merk je dat niet?
Want daar zit een boodschap achter! Deze boodschap: Zijn gehoorzaamheid, Zijn zelfverloochening en Zijn nederigheid waren nodig. Omdat ik zo niet ben, omdat ik anders ben: ongehoorzaam, vol van opstand en hoogmoed. Als de Zaligmaker voor mij de dood, ja, zelfs een vervloekte dood moest sterven, dan had dat dus mijn lot moeten zijn. Hem erkennen, kennen en belijden, dat betekent ten diepste dat je moet erkennen en belijden: de vloek ligt op mij. En dat voel je, en dat doet zeer, dat steekt, daar stoot je je aan.
Later zegt Paulus (dat moet ook zo! Anders is het niet goed. Want we spelen niet fijn kerkje met elkaar, nee, we prediken een boodschap die hard aankomt. En heel veel mensen stoten zich er aan (11:19, 16:9).
Waarom? Paulus zegt in Romeinen 9:32Waarom? Omdat zij die zochten niet uit het geloof, maar als uit de werken der wet, want zij hebben zich gestoten aan den steen des aanstoots;: omdat zij de zaligheid, het herstel met God, niet zoeken uit het geloof, maar uit de werken der wet! Daarom stoten ze zich aan de Steen des aanstoots, aan de Rots der ergernis. Jezus is voor in zichzelf godsdienstige mensen één groot Struikelblok. Want, zeggen we: ik had het liever zelf gedaan. Ik had liever zelf mijn eigen zaligheid verdiend. Met mijn eigen werken. Want ik ben netjes, ik doe goed mijn best, ik houd stille tijd, ik bid, ik houd me aan de regels… Zelf doen… Trouwens, daarin lijken godsdienstige mensen en Grieken behoorlijk op elkaar. Paulus noemt ze ook niet voor niets in één adem: de joden wel een ergernis en de Grieken een dwaasheid.
b. Dat evangelie van Jezus Christus is voor de Grieken: dwaasheid. Dat woord wordt wel vijf keer gebruikt in dit gedeelte. Waarom vonden de mensen in Korinthe, en waarom vinden heel veel mensen nu, het Evangelie van het kruis dwaasheid? Te gek voor woorden? Omdat het zo onlogisch is. Praten over redding van dood en hel door het lijden en sterven van een Joodse man, dat past niet bij ons rationele, bij ons logische denken. Maar ook dat Hij gezegd heeft: Ik ben de Weg, de Waarheid en het Leven. Dat klinkt zo absoluut! Iedereen mag toch zelf bepalen wat waarheid is?
En daarbij: dit breekt ons edele, mooie, slimme denken (als het Evangelie waar zou zijn) letterlijk tot de grond toe af. Want wij denken juist in termen van vooruitgang, in termen van persoonlijke ontwikkeling. En wij zijn altijd weer bezig om nieuwe dingen te bedenken, om te innoveren. En nu dit? Redding door de dood van een Gekruisigde?
Trouwens, dat moet in de gedachten van de Grieken ongetwijfeld een criminele slaaf zijn geweest, want de kruisdood, dat was hun lot. En dan ook nog de gedachte dat Hij is opgestaan uit de dood? Net verlost van het stoffelijke, van het lichamelijke? En dan weer terug naar, weer verder met een menselijk lichaam? Nee, dat kan gewoon niet waar zijn! Het is gewoon dom, dwaas! En daarbij: redding? Een toekomst voor jezelf creëren? Dat moet je gewoon allemaal zelf doen.
Uiteindelijk was en is dat laatste ten diepste wat Jood en Griek verbindt: Redden, dat doe je zelf. En daar zit nu ook ons probleem. Of je nu hangt aan de ene kant van het bootje of aan de andere kant (aan de Joodse, aan de godsdienstige kant, of aan de Griekse kant van denken en redeneren), het is aan beide kanten precies hetzelfde: zelf doen. Jezelf laten zalig maken door een Ander? Door de Gekruisigde? En dan zelf failliet gaan? Nee! Dat nooit!
Dat weet ik. Uit ervaring. Want dit hart van mij (het hing vooral aan de godsdienstige kant) zei vroeger ook: Nee! Maar, lieve mensen, als je ‘nee’ zegt en ‘nee’ blijft zeggen, dan gaat het niet goed.
Want Paulus zegt in vers 18: het woord des kruises is voor degenen die verloren(!) gaan, dwaasheid! Letterlijk staat er: voor degenen die bezig zijn verloren te gaan. Met andere woorden: als je er zo in staat, dan ben je bezig verloren te gaan! Je kan denken dat je goed, wijs en verstandig bezig bent, maar je bent, zolang je je ellende niet ziet, en niet buigt voor God, en geen heerlijkheid ziet in de Gekruisigde, bezig verloren te gaan!
En nu? Wat moet ik nu tegen u zeggen? Wat moet ik nu tegen jou zeggen? Gebruik je verstand? Nee, want dat doe je al. Beter je leven, doe nog meer best? Nee, want daar ben je al jaren mee bezig. Dat is niet de weg. Dat is dwaasheid! Je bent dwaas als je verder gaat op die weg! Luister toch naar die andere dwaasheid, die wij preken: Jezus Christus, de Gekruisigde, Hij is de Weg!
Maar het gaan van die weg, heeft wel consequenties. Dat betekent dat je al je vermeende en gewaande wijsheid moet opgeven. En moet zeggen: Heere, ik weet het niet meer. En het betekent dat je al je vermeende en gewaande goedheid moet prijsgeven. En moet zeggen: O, God, ik ben verloren, omdat ik tegen U ben opgestaan.
En dat is ook ten diepste de boodschap in de prediking van de Gekruisigde. Ik weet het, het doet pijn! Wij zeggen: ‘U, wijs?’ God zegt: ‘u bent dwaas. Hoor toch naar Mijn Opperste Wijsheid!’ Wij zeggen: ‘U, goed bezig?’
God zegt: ‘Ik heb op de aarde rondgekeken of er iemand was die goed is, maar Ik zag en zie helemaal niemand!’
Wij gaan zo meteen verder met onze tweede gedachte: de overwinning van het kruis, maar we gaan eerst samen zingen uit Psalm 78:1: Neem, o Mijn volk, neem Mijne leer ter oren; Neig oor en hart, om naar Mijn stem te horen, 'k Zal met Mijn mond u wijze spreuken leren, Verborgenheên, van ouds af waardig t' eren; Mij vloeit een schat van wijsheid uit de mond, Gelijk een bron, die voort springt uit de grond.
Onze tweede gedachte:
Want, zo staat in vers 24: maar hun, die geroepen zijn, beiden Joden en Grieken, prediken wij Christus, de kracht Gods en de wijsheid Gods. Wat is eigenlijk het verschil tussen die twee groepen? Want kennelijk zijn er Joden voor wie het Evangelie een ergernis is, en Grieken voor wie de boodschap van de Gekruisigde dwaasheid is, maar er zijn ook (dat staat hier) Joden en Grieken die geloven. Wat het verschil is? Wat maakt het verschil tussen die twee groepen? Dat is maar één ding: God heeft door Zijn roeping, door Zijn krachtige, inwendige, levendmakende roeping bij die laatste groep, de ogen geopend. Paulus noemt ze ‘hun die geroepen zijn’. Het is de roepende God die het verschil maakt. En niet ik. En niet wij.
En ook dat is voor veel mensen een ergernis of een dwaasheid. Maar de Bijbel is er vol van. Van de roepende God, die Zelf in vrijmacht, soeverein het verschil maakt. Soeverein, dat dat betekent dat Hij geen reden ziet in ons (gelukkig maar, anders was het verloren) en dat Hij aan ons ook geen verantwoording hoeft af te leggen.
Nee, het gaat niet om de kleine verschillen tussen predikers. Dat is de grote vergissing van heel veel mensen. Daarom staat het ook hier in dit verband. Het gaat niet om Paulus, het gaat niet om Apollos, het gaat niet om Cefas. Maar het gaat om de roepende God. Die de doden tot leven roept: Lazarus, kom uit! Doden horen de stem van de levende God, en geestelijk doden staan op. Het is de roepende God, die de dingen niet zijn, roept alsof zij waren (Romeinen 4:17(Gelijk geschreven staat: Ik heb u tot een vader van vele volken gesteld) voor Hem, aan Welken hij geloofd heeft, namelijk God, Die de doden levend maakt, en roept de dingen, die niet zijn, alsof zij waren;). De roepende God maakt het verschil.
Ik weet het, dat wringt in je hart. Dat botst, dat roept ergernis op. Dat de roepende God, naar Zijn wil, op Zijn tijd en plaats, in Zijn soevereine vrijmacht mensen raakt in het hart, opwekt uit hun geestelijke dood, opnieuw geboren laat worden en brengt tot nieuw leven.
Wie? Welk soort van mensen? Het staat in vers 27 en 28 (ook dat nog!): het dwaze, het zwakke, het onedele, het verachte. God roept ze in Zijn soevereine vrijheid, naar Zijn eeuwig verkiezend welbehagen met kracht uit de dood tot het leven.
‘Wat!? Wat!?’, zegt ons hart! Dat bepaal ik toch zelf? Daar kies ik toch zelf voor? Met mijn wijsheid (zoals de Grieken), met mijn goede werken en goede keus van mijn hart (zoals de Joden)?’ ‘Nee’, zegt God: ‘dat is Mijn zaak, dat is Mijn werk.’
Waarom zegt de Heere dat eigenlijk? Terwijl Hij het ondertussen heel echt meent, als Hij ons roept door het Evangelie van het kruis? Want Hij had het ook verborgen kunnen laten, dat van die verborgen, inwendige roeping, naar Zijn Goddelijke, vrij en soeverein welbehagen? Waarom? Dat ziet u staan in vers 29: opdat geen vlees (zondig vlees, Grieks of Joods) zou roemen in Zijn gezicht. Dus waarom? Om ons hoogmoedige hart te vernederen. En dus is de boodschap van het kruis ook een boodschap van, een oproep tot vernedering: Buig toch! Zoals Jakobus schrijft: Vernedert u voor de Heere, en Hij zal u verhogen (Jakobus 4: 10).
God begint, als Hij mensen roept uit de duisternis tot Zijn wonderbaar licht, met onze hoogmoed te vernederen. Al dat intellectuele kennen en kunnen, waarmee we dachten dat het wel goed zou komen, het is één grote toren van Babel, niet hoog genoeg om in de hemel te komen! Al die goede werken van onszelf, waarmee we dachten: ik kan mezelf wel redden, het is net zo goed één grote toren van Babel: niet hoog genoeg om in de hemel te komen!
Er is geen weg, door hoger en hoger te klimmen. Dit is de weg: God roept mensen! Waar? Hier in de kerk, onder de prediking van het kruis. En daarom moet u hier zijn! Hoe? Met kracht, levenwekkend. God breekt onze hoogmoed en wij gaan buigen. En we gaan leren en ervaren dat het Evangelie van het kruis inderdaad alles van ons afneemt en afbreekt: het vertrouwen op ons eigen kennen, het vertrouwen op ons eigen kunnen, op onze eigen wijsheid, op ons redeneren, op ons doen en laten. We leren iets kennen van onze dwaasheid, van onze machteloosheid en schuld voor God. We leren iets kennen van onszelf. We leren iets kennen van onszelf voor God, van ‘wie ik ben voor God’. En als je daar iets van leert kennen, dan belijd je met hart en mond: ik heb Uw straf, Uw toorn, Uw vloek verdiend.’
Dit is onze gewenste richting: omhoog! Beter, wijzer, slimmer! Maar dit is de richting van Gods werk (kijk maar in vers 28): wat iets is, te niet maken. Buigen, als maar dieper buigen. De Gekruisigde vernedert mij. Want die vloek die op Hem neerdaalde, die had ik verdiend. En onder die toorn, had ik moeten vergaan. En zo diep had ik moeten buigen. Dat lijden, dat had ik moeten ondergaan.
Het Evangelie van het kruis vernedert de mens op het diepst. Wie denkt dat het Evangelie van Jezus Christus een feestje is, iets wat ik met open armen ontvang, die heeft er helemaal niets van begrepen! Ik ben er een vijand van. Maar de roepende God, komt met kracht in mijn hart. Breek mijn hoogmoed, leert me mijn vijandschap en… overwint die Zelf. Hij laat met buigen. En Hij breekt ook mijn verzet. Zeker, meestal niet in één keer, dat kan een tijd duren; en er blijft iets in ons hart van verzet tegen vrije genade, want er blijft iets van: ‘ik wil mezelf redden…’
Hij buigt me, Hij laat me buigen. Om…? Om plaats te maken, waar eerst geen plaats voor was. Voor genade. Om plaats te maken voor Hem, voor Wie eerst geen plaats was. En Diezelfde roepende God, opent (door die weg van bukken en buigen) juist door dat eerst ergerniswekkende en eerst dwaas geachte Evangelie een weg: de Weg, de Enige Weg door de Gekruisigde Zelf. Voor Wie eerst geen plaats was. Aan Wie we ons eerst ergerden en stootten. Hij is de Enige Weg. En Hij Zelf gaat, door Zijn Eigen spreken, door Zijn Heilige Geest een weg openen, juist voor die mensen, van wie alles van henzelf is afgenomen, juist van die mensen die door Hem vernederd zijn, die Hij Zelf heeft leren buigen.
Wat een wonder wordt het voor hen, als zij in de nacht van hun zonde-overtuiging iets gaan zien van de Gekruisigde! Verder weg of dichterbij. Als zij Zijn roep gaan horen, de stem van de Opperste Wijsheid. ‘Wie is slim? Wie is goed? Wie is wijs?’ Nee, o, wat klinkt het nu als hemelse muziek in hun donkere harten: Wie is slecht(!), hij kere zich herwaarts, kome tot Mij! Het zijn de berouwvolle en boetvaardige zondaars, die bevindelijk iets kennen van hun zonden en schuld, voor wie Christus de Gekruisigde werkelijk gaat schitteren. In Zijn wonden gaan ze de schittering zien van Zijn liefde voor het verlorene, voor vermoeiden en belasten. Hij is voor hen (die dodelijk geraakt zijn door het Woord van de roepende God) als de verhoogde koperen slang: de Weg tot redding, zaligheid en behoud. En dat brengt ons tot slot nog bij ons derde aandachtspunt. Voor hen die geroepen zijn (zo staat in vers 24) wordt Christus, de Gekruisigde de kracht Gods en de wijsheid Gods. Ons derde aandachtspunt:
De Gekruisigde, dat lijkt een verliezer. Maar Hij is (zo staat hier) de kracht Gods en de wijsheid Gods. a. Hij is de kracht Gods. Er staat niet: Hij heeft alle macht, hij heeft alle kracht. Maar er staat: Hij is de kracht Gods. De kracht Gods. Niet tegen te houden. Niet tegen te staan. Onwederstandelijk. Wij hebben aan het Griekse woord voor kracht ons wordt dynamiet ontleend. Het komt van het Griekse woord dunamis.
Ons wordt dynamiet duidt meer op iets dat verwoest en met de grond gelijk maakt. Maar het oorspronkelijke Griekse woord duidt meer op een ‘alles in bezit nemende, en alles controlerende kracht’. Die (zeker, dat ook!) mijn eigen kracht en mijn vertrouwen om mijzelf te redden afbreekt en opblaast. Maar tegelijkertijd ook alles onder de macht, de kracht en de invloed brengt van Hem, Christus, de Heere, de Gekruisigde. Jezus, de verachte Gekruisigde, is voor Gods kinderen in Korinthe (voor hen die krachtdadig geroepen zijn) de kracht Gods.
b. En in de tweede plaats ook: de wijsheid Gods. Hij is de Wijsheid Gods. Zoals je bij een beroemd schilderij, zoals bij ‘De Nachtwacht’, kunt zeggen: ‘dat is Rembrandt’. Zo ook hier: zich ergerende Joden en trotse Grieken, ze buigen, in hun hart geraakt door het Woord, geveld en overwonnen door de Gekruisigde. Wie dat tafereel in gedachten als een schilderij voor zich ziet… Nee, het is anders. Wie Gekruisigde Zelf ziet: hangend aan het kruis, met een bloedend hart vanwege de liefde tot Zijn vijanden, die zegt: Dat is de Wijsheid Gods!
Wie zichzelf heeft leren kennen als een verlorene, wie staat als een veroordeelde voor God… En wie dan denkt aan de grote Architect van dit eeuwige plan van de zaligheid… Uitgetekend in de stille eeuwigheid, uitgevoerd in de tijd… Geboren in Bethlehem, gehoorzaam tot de dood, tot de dood van het kruis… En wie dan denkt aan dat wonderlijke werk van God de Heilige Geest door middel van de prediking van het Evangelie van het kruis, dat Hij mij wakker geschud heeft uit mijn geestelijke dood…. Ja, Wie de Gekruisigde Zelf ziet: hangend aan het kruis, met een bloedend hart vanwege Zijn liefde tot vijanden… Wie de Gekruisigde Zelf ziet, Die gestorven en begraven is, maar die ook is opgestaan en zit aan de rechterhand van God… (met andere woorden: het door de Joden gevraagde teken is gegeven: Hij is opgestaan!) Wie zo de Gekruisigde ziet… Die moet wel uitroepen: Zie hier, Hij is de wijsheid Gods. Dit is de volle aanwezigheid, de volle presentie van Zijn wijsheid, van de heerlijkheid en glorie van Zijn Naam.
Het kruis roemt! In God Drie-enig! En het schakelt ons volledig uit. Het kruis roemt van onverdiende genade! voor doodschuldigen! Heel dit werk van de verlossing was van Hem! Gods wijsheid en Gods kracht!
Wie nooit ontdekt is aan zonde en schuld, die ziet er helemaal niets in, die vindt het dwaasheid. Maar wie zich door de stem van de roepende God hebben leren kennen als doodschuldig en veroordeeld, die roepen uit: Alle roem is uitgesloten! Het is door U, door U alleen, om het eeuwige welbehagen! Die roemt, die roeme in het kruis! Die roemt, die roeme in de Heere (31).
Amen.
Slotzang Psalm 118:11:
De steen, dien door de tempelbouwers Verachtelijk was een plaats ontzegd, Is, tot verbazing der beschouwers, Van God ten hoofd des hoeks gelegd. Dit werk is door Gods alvermogen, Door 's HEEREN hand alleen geschied; Het is een wonder in onze ogen; Wij zien het, maar doorgronden 't niet.
Andere preken over 1 Korinthe