PREEK · KERKELIJK JAAR

Wat gaat het u aan? Volg gij Mij - Johannes 21

Pasen - 7 april 2024

Johannes 21:22: Jezus zeide tot hem: Indien Ik wil dat hij blijft totdat Ik kom, wat gaat het u aan? Volg gij Mij.

INLEIDING

Deze leespreek over Johannes 21:20-23 behandelt de laatste woorden van Christus in dit Evangelie: "Volg gij Mij." Petrus, net geroepen om Jezus te volgen, richt zijn blik meteen op Johannes en vraagt nieuwsgierig en bemoeizuchtig: "Wat zal deze?" Jezus corrigeert hem: Gods verborgen wil gaat Petrus niet aan; zijn roeping is eenvoudigweg volgen. Zelfs de discipelen begrijpen dit later verkeerd en verspreiden een misvatting, wat laat zien hoe licht Gods woorden verdraaid worden zonder nauwkeurig luisteren. De preek roept op om niet af te dwalen naar anderen, maar zelf de Heere te volgen en op de eigen ziel acht te geven.

THEMA

De laatste woorden van de Heere Jezus in het Johannes Evangelie

KERNPUNTEN

  1. Een schadelijke vraag
  2. Een corrigerend antwoord
  3. Een verkeerde conclusie

JOHANNES 21:20-25

20 En Petrus zich omkerende, zag den discipel volgen welken Jezus liefhad, die ook in het avondmaal op Zijn borst gevallen was en gezegd had: Heere, wie is het die U verraden zal?
21 Als Petrus dezen zag, zeide hij tot Jezus: Heere, maar wat zal deze?
22 Jezus zeide tot hem: Indien Ik wil dat hij blijft totdat Ik kom, wat gaat het u aan? Volg gij Mij.

23 Dit woord dan ging uit onder de broederen, dat deze discipel niet zou sterven. En Jezus had tot hem niet gezegd dat hij niet sterven zou, maar: Indien Ik wil dat hij blijft totdat Ik kom, wat gaat het u aan?
24 Deze is de discipel die van deze dingen getuigt en deze dingen geschreven heeft; en wij weten dat zijn getuigenis waarachtig is.
25 En er zijn nog vele andere dingen die Jezus gedaan heeft, welke zo zij elk bijzonder geschreven werden, ik acht dat ook de wereld zelve de geschreven boeken niet zou vatten. Amen.

VOLLEDIGE TEKST

Wat gaat het u aan? Volg gij Mij - Johannes 21

ds. J. IJsselstein - Johannes 21:22

THEMA

De laatste woorden van de Heere Jezus in het Johannes Evangelie

LITURGIE

Psalm 43:3

Psalm 19:6

Lezen Psalm 32 Johannes 21:20-25

Psalm 17:3,4

Psalm 32:4

Psalm 25:2,4

Gemeente, dat, waar het vanmorgen in de preek over gaat, dat hebt u vast ook wel eens meegemaakt. Of beter gezegd, dat hebt u vast ook wel eens gedaan. Ik hoop niet dat u het altijd doet…

Terwijl je in de kerk luistert naar het Woord van de Heere, voel je hier van binnen: Dit gaat over mij. Dit zegt God tegen mij. Het raakt je. Het grijpt je vast. Terwijl je in je bank zit…

En dan… We hebben het laatste versje gezongen, de zegen is op de gemeente gelegd. En je gaat naar huis… En dan…? Dan gaan de dingen die je zegt ineens (maar dan ook echt: direct) over iets anders. Misschien nog wel over de preek, maar dan niet over dat wat je raakte. Nee, juist niet! Over iets wat je wèl kon hebben. Wat je niet aanraakte. Maar wel mooi of interessant vond. Of (dat kan ook) je praat nergens meer over. Je gaat iets anders doen.

Dat kan op het kerkplein gebeuren, dat kan thuis gebeuren, dat kan hier achter in de consistorie gebeuren, dat kan overal gebeuren. Want, het gebeurde zelfs in de persoonlijke aanwezigheid van de Heere Jezus. Zoals we vanmorgen gaan zien in onze tekst, in Johannes 21:20-23. Daar lezen we de laatste woorden van de Heere Jezus in het Johannes Evangelie. Dat is ook het thema van de preek: De laatste woorden van de Heere Jezus in het Johannes Evangelie.

We gaan samen letten op drie aandachtspunten: 1. Een schadelijke vraag Vers 20-21: En Petrus zich omkerende, zag de discipel volgen welken Jezus liefhad, die ook in het avondmaal op Zijn borst gevallen was en gezegd had: Heere, wie is het die U verraden zal? Als Petrus dezen zag, zeide hij tot Jezus: Heere, maar wat zal deze? 2. Een corrigerend antwoord Vers 22: Jezus zeide tot hem: Indien Ik wil dat hij blijft totdat Ik kom, wat gaat het u aan? Volg gij Mij.

3. Een verkeerde conclusie

Vers 23: Dit woord dan ging uit onder de broederen, dat deze discipel niet zou sterven. En Jezus had tot hem niet gezegd dat hij niet sterven zou, maar: Indien Ik wil dat hij blijft totdat Ik kom, wat gaat het u aan?

Dus het thema voor de preek van vanmorgen is: De laatste woorden van de Heere Jezus in het Johannes Evangelie Drie aandachtspunten: 1. Een schadelijke vraag 2. Een corrigerend antwoord 3. Een verkeerde conclusie Als eerste dus:

1. Een schadelijke vraag

Petrus, zegt de Heere Jezus hiervoor (in vers 18): Voorwaar, voorwaar zeg Ik u: Toen gij jonger waart, gorddet gij uzelven, en wandeldet alwaar gij wildet; maar wanneer gij zult oud geworden zijn, zo zult gij uw handen uitstrekken, en een ander zal u gorden, en brengen waar gij niet wilt. Met andere woorden: Petrus, er breekt vanaf nu een nieuwe periode aan in je leven. Je eigen wil en je eigen verlangen moeten gebroken worden. Ik zal het stuur van je leven in Mijn handen gaan nemen. Ik zal je leren om te sterven aan jezelf. Om niets meer van jezelf, maar alles van Mij te verwachten. Ik zal je leren Mij te volgen door een weg van kruisdragen, lijden en verdrukking om Mijn Naam. Petrus, volg Mij!

En dan lijkt het gesprek tussen de Heere Jezus en Zijn discipelen voorbij te zijn. Zo plots als de Heere verschenen is, zo plotseling loopt Hij waarschijnlijk weer weg. En (je zou niet anders verwachten), wie loopt er als eerste achter de Heere aan? Petrus natuurlijk!

Die, terwijl hij achter de Heere aanloopt, zich omkeert… En terwijl hij dat doet: Ziet hij de discipel volgen(!) welken Jezus liefhad (van wie de Heere Jezus zoveel hield), die ook in het avondmaal op Zijn borst gevallen was (die tegen Zijn borst aangeleund had) en gezegd had: Heere, wie is het die U verraden zal?

Dus, Johannes volgt de Heere Jezus ook. Gehoorzaam, maar stil en onopvallend. Petrus had een heel duidelijke opdracht nodig: Volg Mij! En dat was, zo blijkt zo meteen nog steeds niet voldoende. Maar Johannes volgt zondermeer gehoorzaam zijn Meester.

En dan komt vers 21: Als Petrus dezen zag, zeide hij tot Jezus: Heere, maar wat zal deze? Letterlijk: ‘Wat met deze? Wat met hem? Wat gaat er met hem gebeuren? Moet hij straks ook de marteldood sterven? Wat zal zijn einde zijn? Hoe zal het met hem gaan? Als ik, die U verloochend heb, de eer krijg om straks trouw te blijven tot de dood, hoe zal het dan met Johannes aflopen, mijn broeder, van wie U zoveel houdt?’

Wat is dat eigenlijk voor een soort vraag? Die vraag van Petrus: Heere, maar wat zal deze?

a. Dat is als eerste een nieuwsgierige vraag. Een vraag van een man die alles weten wil. Met een nieuwsgierigheid die (zegt Calvijn) ons bijna aangeboren is. En dat klopt. Want Petrus was voorheen ook al zo nieuwsgierig. Toen de Heere zei ‘Eén van u zal Mij verraden’, toen was het eerste wat Petrus deed, tegen Johannes zeggen: ‘Vraag het ‘es even: Wie is het, die Hem verraden zal?’ (Joh. 13:24)

Maar die nieuwsgierigheid, die is schadelijk, die is gevaarlijk! Want Petrus is zo(!) nieuwsgierig, dat het eerste wat hij doet -nadat hij de opdracht gekregen heeft om Jezus te volgen- is: dat hij zijn oog wegdraait van Jezus en richt op Johannes! Hij laat zich afleiden, van wat hij zojuist gehoord heeft. Zoals ook wij ons zo vaak laten afleiden van wat wij gehoord hebben

b. Het is als tweede ook een bemoeizuchtige vraag. Hij bemoeit zich met dingen die niet van hem zijn. Hij probeert dingen te regelen voor een ander. Johannes had dat toch ook gewoon zelf kunnen vragen? Maar Petrus bemoeit zich ermee. En vergeet ondertussen (en dat maakt die bemoeizucht een schadelijke bemoeizucht!), hij vergeet ondertussen zijn eigen roeping! Hij is drukker bezig met de dingen die kunnen gaan gebeuren, dan: met wat hij moet gaan doen!

c. Het is als derde ook een vraag van bezorgdheid. Om zijn vriend en broeder, met wie hij zo veel opgetrokken is, aan wie hij zo hartelijk verbonden is. Maar, zijn bezorgdheid gaat wel heel ver. Hij is meer bezorgd over Johannes, dan over hemzelf. En daar is (gelet op alles wat gebeurd is) geen reden voor.

Zijn vraag is nieuwsgierig, bemoeizuchtig, bezorgd… En leidt zijn oor en oog direct af van de Heere, en van dat wat Hij tegen hem gezegd heeft. Iets wat bij ons ook vaak gebeurt. Door een zelfde soort nieuwsgierige, bemoeizuchtige en/of bezorgde gedachten of vragen. Laat ik een paar voorbeelden noemen:

a. Je leest in je Bijbel, je luistert naar een preek. Woorden, die je iets te zeggen hebben… En dan…, dan denk je: ‘Zeg, dit, wat ik hier lees of hoor, gaat over…? Over hem, over Pietje! Over haar, over Janneke!’ Maar, gaat het niet over uzelf…?

b. Je kijkt (tweede voorbeeld) om je heen bij de bediening van het Heilig Avondmaal. En je denkt na, over die, of over die… Je onderzoekt het hart van die en die…

Maar, was zelf-onderzoek niet de bedoeling van Paulus, toen hij zei: ‘Onderzoekt uzelf of u in het geloof bent?’

c. Je komt uit de kerk (derde voorbeeld), en het eerste waar je over begint is, over? Ja, over vanalles, wat het ook is. Maar, waar zijn de woorden, waarvan je voelde dat die op jou gericht waren? Die jou aanspraken? Die jou wilden corrigeren? Die jou door de knieën wilden krijgen? Waarom gaan zoveel gesprekken na de dienst over: waar het nu net niet over ging? Over wat nu net niet de kern van de boodschap was? Pas op, gemeente, we zijn zo snel bezig met het tegenstaan van de Heilige Geest. Door niet te willen luisteren, naar wat de Geest tot de gemeente zegt.

En waarom gaat het bij u en bij mij (net als bij Petrus hier) zo vaak over een ander? Dat is maar om één reden. Dat denken over anderen, of dat praten over anderen, geeft onszelf het gevoel: als die ander niet beter is dan wij, dan zijn wij beter dan hij of zij.

En zo schaden we onze kostbare ziel met schadelijke gedachten en woorden. Die afleiden van de kernvraag van ons leven: Mijn ziel, mijn(!) ziel, doorziet u uw eigen lot wel? Hoe gaat u rechtvaardig verschijnen voor God?

Het is, gemeente, bij en na het luisteren naar de woorden van de Heere (zoals hier bij Petrus, of zoals hier bij u, die de woorden van de Heere hoort), het is niet verstandig om te vervallen in het kijken naar anderen en in het stellen van vragen. Je kan beter nadenken over wat er zojuist tegen uzelf gezegd is. Want het lijkt er eerlijk gezegd op, dat Petrus dat woord dat voor hem bestemd was, ondertussen bijna vergeten is. In ieder geval is er reden voor de Heere om het straks nog een keer te herhalen.

Nieuwsgierige (of zelfs bemoeizuchtige) vragen leiden u en mij af. Die laten ons, net als Petrus, de boodschap missen die de Heere niet aan een ander, maar aan u, aan jou en mij mee wilde geven. Dat moet u niet doen. Dat is niet verstandig. Stop daarmee. Dat schaadt uw kostbare ziel. Daarmee verprutst u kostbare tijd. En dat is gevaarlijk! Kijk niet meer om u heen, maar luister zelf. En oordeel en veroordeel anderen niet, maar oordeel en veroordeel uzelf.

De opdracht van de Heere is niet: ‘Kijk rond en vraag!’ De opdracht is: Volg Mij! Ons tweede aandachtspunt:

2. Een corrigerend antwoord

Vers 22 zegt: Jezus zeide tot hem: Indien Ik wil dat hij blijft totdat Ik kom, wat gaat het u aan? Volg gij Mij. Als Ik wil dat hij blijft, wat Ik ook wil, Petrus, wat gaat dat jou aan? Volg jij Mij. Met het volle accent op de aanspraak: Jij, bemoei je niet met een ander, jij, volg Mij!

Een antwoord dus, dat twee delen heeft: a. Als Ik wil dat hij blijft… Het valt op, dat de Heere Petrus geen antwoord geeft door te zeggen wat de Heere wil. Dat gaat Petrus gewoon niet aan! Dat gaat mij, dat gaat u en jou niet aan! Wat God in Zijn raad bepaald heeft, dat is niet voor onze nieuwsgierigheid bestemd. Met andere woorden: Bemoei je niet met Mijn verborgen raad en wil. Want, zo schrijft Mozes in Deuteronomium 29:29: De verborgene dingen zijn voor de HEERE(!), onze God; maar de geopenbaarde zijn voor ons en voor onze kinderen, tot in eeuwigheid, om te doen al de woorden dezer wet.

Dus, stop met die vragen over wat God zal gaan doen, met jou, met u of met een ander. Stop met dat gefilosofeer over wat God zal gaan doen met deze wereld. Stop met dat vragen stellen over Gods verborgen verkiezing. Daar heb je gewoon niets mee te maken! Wat gaat dat u aan, wat gaat dat jou aan? Niets! Dat is van God. Stop ook met vragen stellen over anderen. Meng u niet in andermans zaken. Maar doe uw eigen plicht:

b. Volg Mij. Petrus, dat ben je direct al weer vergeten, door je bemoeizucht met anderen. Mijn opdracht aan jou is: Jij, volg Mij. Toen je jonger was, gordde je jezelf, en wandelde je waar je wilde; maar wanneer je zult oud geworden zijn, zo zult je je handen uitstrekken, en een ander zal je gorden, en brengen waar je niet wilt. Volg gij Mij!

Laten we, voordat we verdergaan, eerst met elkaar gaan zingen uit Psalm 32:4: Gij zijt mij, HEER’, ter schuilplaats in gevaren; Gij zult mij voor benauwdheid trouw bewaren; G' Omringt me, daar Gij mij in ruimte stelt, Met blij gezang, dat mijn verlossing meldt. Mijn leer zal u, o mens, naar 't recht doen hand'len, En wijzen u den weg dien gij zult wand'len; Ik zal u trouw verzellen met mijn raad, Terwijl mijn oog op u gevestigd staat.

Volg gij Mij! Het zijn de laatste woorden van de Heere Jezus in het Evangelie van Johannes. Het waren ook één van Zijn eerste woorden. Tegen Andreas en Johannes zei Hij: ‘Wat zoekt u? Kom en zie!’ En daarna zei Hij tegen Filippus: Volg Mij (Joh. 1:43). En dat zijn nu ook Zijn láátste woorden in dit Bijbelboek: Volg Mij.

Het eerste en het voornaamste van christen-zijn, van waar gelovige zijn, van kind van God zijn, van ambtsdrager zijn, is: a. Jezelf verloochenen, je kruis opnemen en de Heere volgen Iedere poging om God te behagen met wat je zelf doet of laat, mag je opgeven. Je kan jezelf niet redden. Je moet sterven aan al die waardeloze pogingen om er zelf nog iets van te maken. Je mag het eens worden met Gods wil, met Gods manier van zalig maken: zonder iets van u, alleen genade, alles van Hem! Volg Mij.

b. Jezelf verloochenen, je kruis opnemen en de Heere volgen Ook door het stuur van je leven uit handen te geven, om je door Zijn hand te laten leiden. Om ook wat dat betreft te leven van Gods genade. Te sterven aan jezelf. Te volgen op een weg van kruisdragen en lijden. Genoeg voor u is Mijn genade. Volg Mij.

Volg Mij, in een wereld, in een cultuur die totaal anders is. Waar alles en iedereen niet wil volgen, maar zelf wil bepalen wat hij of zij doet. Leer ‘nee’ zeggen in een omgeving die overal ‘ja’ tegen zegt: ‘elke gril, elk verlangen is goed voor je’. Leer in die God-loze omgeving te breken met je zonde. Niet door eigen prestatie, maar door Mijn genade en door Mijn kracht.

En volg Mij ook in een heilig leven naar Mijn goede geboden. Want die Mij liefheeft, die bewaart Mijn geboden (Joh. 14:21). Geboden, die je van kinds af aan weet. Dus in die zin hoeft ook niemand je te vertellen wat je wel of niet moet doen. Wat dat betreft heb je geen tips nodig. Wat je wel nodig hebt is Mijn genade. Om te leren Mij te volgen. En zo al volgend, op Mij te leren zien. Om zo -door dat zien op, door dat kijken naar Mij, als de Overste Leidsman en Voleinder van het geloof, Die u voorgaat op de weg van lijden en kruisdragen- om zo vernieuwd te worden naar Mijn beeld.

Wat je nodig hebt is Mijn genade. Om door meer zelfkennis, het geloof in je eigen krachten op te geven. Om door meer te zien op Mij, te leren leven door het geloof in Mijn kracht. Zo zal Ik je leven en je hart gaan veranderen. Niet door je voor het eerst te vertellen wat je allemaal wel of niet moet doen. Want dat wist je al. Niet door je een ander gevoel te geven bij de zonde.

Maar door je anders te leren denken over zonde. En door je daardoor een andere houding te leren tegenover de zonde. En daardoor ook een ander gedrag. Niet in het algemeen, maar brekend met de werkelijke zonden van jezelf. En ga zo, door Mijn genade en in Mijn kracht, afstand doen van alles wat botst met Mijn wil in je leven.

Petrus, stop met je nieuwsgierigheid, stop met je bemoeizucht. Volg Mij. a. De boodschap hierin voor u, voor jou, die nog onbekeerd bent, is deze: Verdoe je tijd niet met vragen die van geen waarde zijn. Leid jezelf ondertussen ook niet om de tuin door te denken dat je alle tijd hebt. Je wilt eerst nog trouwen, carrière maken, zaken doen… En dan later, kan je misschien nog wel nadenken over de dingen waar het echt over gaat.

Verlies je kostbare tijd, verlies je kostbare ziel niet! Die in groot gevaar is, omdat de toorn van God op je leven rust. Zoals je nu leeft, is je leven zinloos. Je houdt je bezig met de verkeerde dingen. Als je zo doorgaat, was het beter geweest als je nooit geboren was. Stop met denken over anderen. Stop met jezelf vergelijken met een ander. Stop met het redeneren over onoplosbare vragen, die niet voor je bestemd zijn. Zoek het Koninkrijk van God! Zoek de redding van je kostbare ziel!

b. De boodschap hierin voor u, voor jou, die de Heere en Zijn genade hebt leren kennen, is deze: Volg Christus na. Zie op Hem, de overste Leidsman en Voleinder van het geloof, Die om de vreugde Hem voorgesteld, het kruis heeft verdragen en schande heeft veracht (Heb. 12:2). Neem in navolging van Hem uw kruis op. En volg Hem. En leef ondertussen met open vensters naar de hemel.

Door Zijn genade vruchtdragend, Hem dienend, Hem volgend. Als het zout der aarde, in het leven van iedere dag, waar u ook woont of werkt. Als student, door een voorbeeld te zijn voor je medestudenten. Als ouders, door je kinderen op te voeden voor de Heere. Als werknemer, door te dienen in trouw en gehoorzaamheid. Als werkgever, door een goede reuk te verspreiden van uw eigen Heere en Meester. Als ambtsdrager, door de Heere te volgen op Zijn weg. Zoals Levi ooit deed. De Heere zei tegen hem: Volg Mij. En, zo schrijft Lukas dan: En hij, alles verlatende, stond op en volgde Hem (Luk 5:28).

Andere dingen zijn onbelangrijk. Onze tijd is kort. Onze krachten zijn beperkt. Verlies geen tijd, verlies geen kracht aan bemoeizucht. Verlies geen energie aan nieuwsgierigheid.

Leef vanuit de genade van de gekruisigde en opgestane Christus. En laat Zijn liefde u dringen, zo te leven, zo te spreken, zo te doen en te laten, dat ook andere kostbare zielen (hier in de kerk en daarbuiten) gered zullen worden.

En laat het ondertussen ook duidelijk zijn: je niet bemoeien met de toekomst van een ander, je niet bezig houden met vragen die niet voor je bestemd zijn (om je eigen roeping niet te verwaarlozen), dat is niet hetzelfde als egoïsme!

De oproep van Paulus, de opdracht van de Heere Zelf: Laat ieder zijn of haar eigen pak dragen, en heb acht op uzelf (1 Tim. 4:16), die oproep is niet bedoeld om ons onverschillig te maken met het lot van onze naaste. Je op deze manier niet met een ander bemoeien, is niet hetzelfde als egoïstisch zijn. Dat is niet hetzelfde als met Kain zeggen: Ben ik mijns broeders hoeder? (Gen. 4:9) Maar de grens is wel flinterdun…

We kunnen ons namelijk zelfs met een vrome smoes, juist heel erg bemoeien met een ander. En zo de aandacht van ons eigen hart afleiden. De Heere zegt: ‘Daar moet je mee ophouden!’ Maar de liefde moet ons wel dringen om begaan te zijn met de ziel van onze medemens. Door vanuit een ootmoedig hart hem of haar de weg te wijzen, als was het mogelijk om hem of haar te redden van de ondergang.

Door elkaar (dat is wel Bijbels!) eerlijk te waarschuwen tegen de zonde. Waarschuw een ander in liefde, gemeente, als u ziet dat de ander in zonde leeft. Niet alleen maar kijken en denken, maar liefhebben en elkaar liefdevol aanspreken. Als je ziet, dat een broeder of zuster zondigt. Spreek Thomassen eerlijk aan, als je ze niet meer in de kerk ziet. Niet alleen maar kijken en denken, maar elkaar liefhebben en elkaar aanspreken.

En zelf, niets anders doen, door Gods genade, dan de Heere volgen! Volg gij Mij, Petrus!

Als het om je eigen roeping gaat, Petrus, niet wegkijken naar een ander. Vergeet Mijn woorden niet. Hoe lastig je ze ook vindt. En hoe moeilijk je ze ook kunt plaatsen. Volg Mij, op weg die Ik je ga wijzen. Ik zal raad geven, Mijn oog zal op je zijn (Ps. 32:8).

Maar wees gehoorzaam. Doe wat Ik je zeg. Anders dan je voorheen dacht. Toen gordde je jezelf, toen stippelde je je eigen weg uit. Maar Ik ga je brengen waar je eigenlijk niet wilde komen! Volg Mij! Ik zal met je zijn.

Een herhaling van de eerdere opdracht, voor een snel afgeleid zijnde, eigenzinnige discipel. Die vooral nog zoveel last heeft van zijn oude mens, van zijn oude Petrus.

Die praten wil, die vragen wil, die voorop lopen wil… Maar die het zo moeilijk vindt om te luisteren, om te volgen op de onbekende weg die voor hem ligt. Als een blinde geleid op de weg, die hij voorheen niet geweten heeft.

Laten we nog kort letten op ons derde en laatste aandachtspunt:

3. Een verkeerde conclusie

Kijkend naar vers 23: Dit woord dan ging uit onder de broederen, dat deze discipel niet zou sterven. En Jezus had tot hem niet gezegd dat hij niet sterven zou, maar: Indien Ik wil dat hij blijft totdat Ik kom, wat gaat het u aan?

Je wordt toch wel een beetje voorzichtig, als je dit leest. De meest ervaren kinderen van God, die zo dicht bij de Heere leefden, begrijpen de woorden van hun Meester verkeerd. In de beginnende christelijke gemeente, onder de ‘broeders’, verspreidt zich het gerucht dat Johannes niet zal sterven.

Maar dat heeft Heere Jezus helemaal niet gezegd. Ook zij hebben niet goed geluisterd! Ze hebben (a) bijzaken tot hoofdzaak gemaakt. Want alle accent in de woorden van de Heere Jezus lag op: Petrus, volg Mij! En die bijzaak (die ze tot hoofdzaak gemaakt hebben) hebben ze (b) ook nog eens verkeerd begrepen. Want: Jezus had tot hem niet gezegd dat hij niet sterven zou, maar: Indien Ik wil dat hij blijft totdat Ik kom, wat gaat het u aan?

Calvijn zegt in dit verband: Als de discipelen van Christus, die in Zijn omgeving zo vertrouwelijk met Hem verkeerden, zich zo vergist hebben, hoeveel te eerder zullen dan zij dwalen (wij dus), die niet dat gemeenzaam (vertrouwelijke) onderwijs gehad hebben in de school van Christus.

De woorden van de Heere Zelf, Bijbelwoorden, kunnen zo gemakkelijk verkeerd uitgelegd worden. Door ze te mengen met wat wij denken, met wat wij graag willen, met wat wij veronderstellen. En dan kan je zomaar terecht komen in onwaarheid, in dwaling.

Dat geeft aan, gemeente, hoe belangrijk het is om je Bijbel te kennen. Want de enige manier om dit soort misvattingen de wereld uit te helpen, is: je Bijbel lezen. Want daar staat de correctie. Kijk maar, Johannes schrijft: Jezus had tot hem niet(!) gezegd dat hij niet sterven zou. Dat had Hij gewoon niet gezegd!

Laten we, gemeente, in alles bouwen op de Schrift. Dit woord van God is betrouwbaar. En dit Woord alleen houdt ons in rechte sporen. Denk aan wat Jesaja schrijft in Jesaja 8:20: Tot de wet en tot de getuigenis! zo zij niet spreken naar dit woord, het zal zijn, dat zij geen dageraad zullen hebben.

En laten we ondertussen door Gods genade onze hoogmoed loslaten. Onze persoonlijke trots, onze kerkelijke trots. Dit is de waarheid! Dit heeft gezag. Dit heeft autoriteit. Deze Bijbel.

Die ons voortdurend, ook in onze dwalingen, tot de orde roept en terugbrengt bij de waarheid.

Tot slot, gemeente, terug naar het begin. Neem de lessen van deze geschiedenis met u mee naar huis. De hoofdzaak. En doe (en dat geldt ons allemaal) één ding niet en nooit meer: Luisteren, persoonlijk geraakt worden. En na het verlaten van de kerkzaal als eerste naar een ander kijken. Als eerste vragen stellen over een ander. Of als eerste geïnteresseerd praten over dat, waar het eigenlijk niet echt over ging…

Denk aan uw eigen kostbare ziel. En bedroef de Heilige Geest niet.

Amen.

Slotzang Psalm 25:2,4

HEER’, ai, maak mij Uwe wegen, Door Uw woord en Geest bekend; Leer mij, hoe die zijn gelegen, En waarheen G' Uw treden wendt, Leid mij in Uw waarheid, leer IJv'rig mij Uw wet betrachten; Want Gij zijt mijn heil, o HEER’, 'k Blijf U al den dag verwachten.

's HEEREN goedheid kent geen palen; God is recht, dus zal Hij door Onderwijzing hen, die dwalen, Brengen in het rechte spoor. Hij zal leiden 't zacht gemoed In het effen recht des HEEREN. Wie Hem need'rig valt te voet, Zal van Hem zijn wegen leren.