Terug naar alle Bijbelboeken

Johannes

Preken uit het Evangelie naar de beschrijving van Johannes. In dit Evangelieboek openbaart de Heere Jezus Zich als het mens geworden Woord, de Eengeboren Zoon van God, Die het leven en het licht der mensen is. Bekijk hieronder het overzicht van preken over onder meer de goddelijke Majesteit van Christus, de rijke "Ik ben"-getuigenissen, de zeven wondertekenen, en Zijn Hogepriesterlijk gebed.

Gekomen tot het Zijne, niet aangenomen – Johannes 1

Johannes 1:11: Hij is gekomen tot het Zijne, en de Zijnen hebben Hem niet aangenomen.

Het Woord is vlees geworden – Johannes 1

Johannes 1:14: En het Woord is vlees geworden, en heeft onder ons gewoond (en wij hebben Zijn heerlijkheid aanschouwd, een heerlijkheid als des Eniggeborenen van den Vader), vol van genade en waarheid.

Hij staat midden onder u - Johannes 1

Johannes 1:26-27: Johannes antwoordde hun, zeggende: Ik doop met water, maar Hij staat midden onder ulieden, Dien gij niet kent; Dezelve is het Die na mij komt, Welke vóór mij geworden is, Wien ik niet waardig ben dat ik Zijn schoenriem zou ontbinden.

Zie, het Lam Gods - Johannes 1

Johannes 1:29: Des anderen daags zag Johannes Jezus tot zich komende, en zeide: Zie, het Lam Gods, Dat de zonde der wereld wegneemt.

En hij leidde hem tot Jezus – Johannes 1

Johannes 1:43: En hij leidde hem tot Jezus. En Jezus hem aanziende zeide: Gij zijt Simon, de zoon van Jona; gij zult genaamd worden Céfas, hetwelk overgezet wordt: Petrus.

Bruiloft te Kana – Johannes 2

Johannes 2:11: Dit beginsel der tekenen heeft Jezus gedaan te Kana in Galiléa, en heeft Zijn heerlijkheid geopenbaard; en Zijn discipelen geloofden in Hem.

Nicodemus en de wedergeboorte – Johannes 3

Johannes 3:3: Jezus antwoordde en zeide tot hem: Voorwaar, voorwaar zeg Ik u, tenzij dat iemand wederom geboren wordt, hij kan het Koninkrijk Gods niet zien.

Alzo lief heeft God de wereld gehad – Johannes 3

Johannes 3:16: Want alzo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij Zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat een iegelijk die in Hem gelooft, niet verderve, maar het eeuwige leven hebbe.

Gods Geschenk (Luther) - Johannes 3

Johannes 3:16: Want alzo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij Zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat een iegelijk die in Hem gelooft, niet verderve, maar het eeuwige leven hebbe.

De Samaritaanse vrouw (deel 1) - Johannes 4

Johannes 4:7: Er kwam een vrouw uit Samaría om water te putten. Jezus zeide tot haar: Geef Mij te drinken.

De Samaritaanse vrouw (deel 2) - Johannes 4

Johannes 4:29: Komt, ziet een Mens Die mij gezegd heeft alles wat ik gedaan heb; is Deze niet de Christus?

Genezing zoon koninklijke hoveling – Johannes 4

Johannes 4:49: De koninklijke hoveling zeide tot Hem: Heere, kom af, eer mijn kind sterft.

De verlamde in Bethesda - Johannes 5

Johannes 5:6: Jezus ziende dezen liggen, en wetende dat hij nu langen tijd gelegen had, zeide tot hem: Wilt gij gezond worden?

Vijf broden en twee vissen - Johannes 6

Johannes 6:9: Hier is een jonksken dat vijf gerstebroden heeft en twee visjes; maar wat zijn deze onder zovelen?

Niemand kan tot Christus komen, tenzij! - Johannes 6

Johannes 6:44: Niemand kan tot Mij komen, tenzij dat de Vader, Die Mij gezonden heeft, hem trekke; en Ik zal hem opwekken ten uitersten dage.

Mijn schapen horen Mijn stem - Johannes 10

Johannes 10:27-28: Mijn schapen horen Mijn stem, en Ik ken dezelve, en zij volgen Mij; En Ik geef hun het eeuwige leven; en zij zullen niet verloren gaan in der eeuwigheid, en niemand zal dezelve uit Mijn hand rukken.

De opwekking van Lazarus - Johannes 11

Johannes 11:25: Jezus zeide tot haar: Ik ben de Opstanding en het Leven; die in Mij gelooft, zal leven, al ware hij ook gestorven;

Jezus weende - Johannes 11

Johannes 11:35: Jezus weende.

Liefgehad tot het einde - Johannes 13

Johannes 13:1: En vóór het feest van het pascha, Jezus wetende dat Zijn ure gekomen was, dat Hij uit deze wereld zou overgaan tot den Vader, alzo Hij de Zijnen, die in de wereld waren, liefgehad had, zo heeft Hij hen liefgehad tot het einde.

Voetwassing, zelfvernederende liefde - Johannes 13

Johannes 13:4-5: Stond op van het avondmaal, en legde Zijn klederen af, en nemende een linnen doek, omgordde Zichzelven. Daarna goot Hij water in het bekken, en begon de voeten der discipelen te wassen, en af te drogen met den linnen doek waarmede Hij omgord was.

Jezus ontroerd door de verrader (McCheyne) - Johannes 13

Johannes 13:21: Jezus deze dingen gezegd hebbende, werd ontroerd in den geest, en betuigde en zeide: Voorwaar, voorwaar Ik zeg u, dat een van ulieden Mij zal verraden.

Een nieuw gebod, elkander liefhebben - Johannes 13

Johannes 13:34: Een nieuw gebod geef Ik u, dat gij elkander liefhebt; gelijk Ik u liefgehad heb, dat ook gij elkander liefhebt.

Waarschuwing aan Petrus: De haan zal kraaien! - Johannes 13

Johannes 13:38: Jezus antwoordde hem: Zult gij uw leven voor Mij zetten? Voorwaar, voorwaar zeg Ik u: De haan zal niet kraaien, totdat gij Mij driemaal verloochend zult hebben.

Ik ga heen om u plaats bereiden - Johannes 14

Johannes 14:2: In het huis Mijns Vaders zijn vele woningen; anderszins zo zou Ik het u gezegd hebben; Ik ga heen om u plaats te bereiden.

Geboden bewaren en liefhebben – Johannes 14

Johannes 14:23: Jezus antwoordde en zeide tot hem: Zo iemand Mij liefheeft, die zal Mijn woord bewaren; en Mijn Vader zal hem liefhebben, en Wij zullen tot hem komen en zullen woning bij hem maken.

Zonder oorzaak gehaat - Johannes 15

Johannes 15:25: Maar dit geschiedt opdat het woord vervuld worde dat in hun Wet geschreven is: Zij hebben Mij zonder oorzaak gehaat.

Die zal de wereld overtuigen van zonde (I) - Johannes 16

Johannes 16:8: En Die gekomen zijnde, zal de wereld overtuigen van zonde, en van gerechtigheid, en van oordeel:

Die zal Mij verheerlijken (II) - Johannes 16

Johannes 16:14: Die zal Mij verheerlijken; want Hij zal het uit het Mijne nemen, en zal het u verkondigen.

Ik heb voleindigd het werk - Johannes 17

Johannes 17:4: Ik heb U verheerlijkt op de aarde; Ik heb voleindigd het werk dat Gij Mij gegeven hebt om te doen.

Bewaar ze in Uw Naam – Johannes 17

Johannes 17:11: En Ik ben niet meer in de wereld, maar dezen zijn in de wereld, en Ik kom tot U. Heilige Vader, bewaar hen in Uw Naam, die Gij Mij gegeven hebt, opdat zij één zijn, gelijk als Wij.

Zo laat dezen heengaan - Johannes 18

Johannes 18:8: Jezus antwoordde: Ik heb u gezegd dat Ik het ben. Indien gij dan Mij zoekt, zo laat dezen heengaan.

Voor een stervende moordenaar - Johannes 19

Johannes 19:18: Alwaar zij Hem kruisten, en met Hem twee anderen, aan elke zijde een, en Jezus in het midden.

Derde kruiswoord: Vrouw, zie uw zoon - Johannes 19

Johannes 19:26-27: Jezus nu, ziende Zijn moeder, en den discipel dien Hij liefhad, daarbij staande, zeide tot Zijn moeder: Vrouw, zie, uw zoon. Daarna zeide Hij tot den discipel: Zie, uw moeder. En van die ure aan nam haar de discipel in zijn huis.

Vijfde kruiswoord: Mij dorst - Johannes 19

Johannes 19:28: Hierna Jezus, wetende dat nu alles volbracht was, opdat de Schrift zou vervuld worden, zeide: Mij dorst.

Zesde kruiswoord: Het is volbracht - Johannes 19

Johannes 19:30: Toen Jezus dan den edik genomen had, zeide Hij: Het is volbracht; en het hoofd buigende, gaf den geest.

Terstond kwam er bloed en water uit - Johannes 19

Johannes 19:34: Maar een der krijgsknechten doorstak Zijn zijde met een speer, en terstond kwam er bloed en water uit.

Petrus en Johannes bij het graf - Johannes 20

Johannes 20:8-9: Toen ging dan ook de andere discipel daarin, die eerst tot het graf gekomen was, en zag het en geloofde. Want zij wisten nog de Schrift niet, dat Hij van de doden moest opstaan.

Maria Magdalena (I) - Johannes 20

Johannes 20:15: Jezus zeide tot haar: Vrouw, wat weent gij? Wien zoekt gij? Zij, menende dat het de hovenier was, zeide tot Hem: Heere, zo gij Hem weggedragen hebt, zeg mij waar gij Hem gelegd hebt, en ik zal Hem wegnemen.

Raak Mij niet aan (II) - Johannes 20

Johannes 20:17: Jezus zeide tot haar: Raak Mij niet aan, want Ik ben nog niet opgevaren tot Mijn Vader; maar ga heen tot Mijn broeders, en zeg hun: Ik vaar op tot Mijn Vader en uw Vader, en tot Mijn God en uw God.

Vrede zij ulieden - Johannes 20

Johannes 20:19: Als het dan avond was op denzelven eersten dag der week, en als de deuren gesloten waren waar de discipelen vergaderd waren, om de vreze der Joden, kwam Jezus en stond in het midden en zeide tot hen: Vrede zij ulieden.

Ongelovige Thomas - Johannes 20

Johannes 20:27-28: Daarna zeide Hij tot Thomas: Breng uw vinger hier, en zie Mijn handen, en breng uw hand en steek ze in Mijn zijde; en zijt niet ongelovig, maar gelovig. En Thomas antwoordde en zeide tot Hem: Mijn Heere en mijn God.

Kolenvuur, vis en brood - Johannes 21

Johannes 21:9: Als zij dan aan het land gegaan waren, zagen zij een kolenvuur liggen, en vis daarop liggen, en brood.

Hebt gij Mij lief? - Johannes 21

Johannes 21:17: Hij zeide tot hem ten derden male: Simon, Jona’s zoon, hebt gij Mij lief? Petrus werd bedroefd, omdat Hij ten derden male tot hem zeide: Hebt gij Mij lief? en zeide tot Hem: Heere, Gij weet alle dingen, Gij weet dat ik U liefheb. Jezus zeide tot hem: Weid Mijn schapen.

Toen u jonger was, gordde u uzelf - Johannes 21

Johannes 21:18: Voorwaar, voorwaar zeg Ik u: Toen gij jonger waart, gorddet gij uzelven, en wandeldet alwaar gij wildet; maar wanneer gij zult oud geworden zijn, zo zult gij uw handen uitstrekken, en een ander zal u gorden, en brengen waar gij niet wilt.

Wat gaat het u aan? Volg gij Mij - Johannes 21

Johannes 21:22: Jezus zeide tot hem: Indien Ik wil dat hij blijft totdat Ik kom, wat gaat het u aan? Volg gij Mij.