Advent - 22 december 2024
Mattheüs 1:1: Het boek des geslachts van JEZUS CHRISTUS, den Zoon van David, den Zoon van Abraham.
INLEIDING
In de adventstijd klinkt in Mattheüs 1 een geslachtsregister dat méér is dan een opsomming van namen: “Het boek des geslachts van JEZUS CHRISTUS, den Zoon van David, den Zoon van Abraham.” Deze leespreek over de stamboom van Jezus neemt u mee langs aartsvaders, koningen en verrassende vrouwen, en laat zien hoe de Heere door alle geslachten heen trouw Zijn beloofde Zaligmaker bracht.
De betrouwbaarheid van Israëls God, is reden tot hoop in donkere tijden
MATTHEÜS 1:1-17
1 Het boek des geslachts van JEZUS CHRISTUS, den Zoon van David, den Zoon van Abraham.
2 Abraham gewon Izak, en Izak gewon Jakob, en Jakob gewon Juda en zijn broeders;
3 En Juda gewon Fares en Zara bij Thamar; en Fares gewon Esrom, en Esrom gewon Aram;
4 En Aram gewon Aminádab, en Aminádab gewon Naässon, en Naässon gewon Salmon;
5 En Salmon gewon Boöz bij Rachab, en Boöz gewon Obed bij Ruth, en Obed gewon Jesse;
6 En Jesse gewon David, den koning; en David, de koning, gewon Salomon bij degene die Uría’s vrouw was geweest;
7 En Salomon gewon Róboam, en Róboam gewon Abía, en Abía gewon Asa;
8 En Asa gewon Jósafat, en Jósafat gewon Joram, en Joram gewon Ozías;
9 En Ozías gewon Jóatham, en Jóatham gewon Achaz, en Achaz gewon Ezekías;
10 En Ezekías gewon Manasse, en Manasse gewon Amon, en Amon gewon Josías;
11 En Josías gewon Jechónias en zijn broeders, omtrent de Babylonische overvoering;
12 En na de Babylonische overvoering gewon Jechónias Saláthiël, en Saláthiël gewon Zorobábel;
13 En Zorobábel gewon Abiud, en Abiud gewon Eljakim, en Eljakim gewon Azor;
14 En Azor gewon Sadok, en Sadok gewon Achim, en Achim gewon Eliud;
15 En Eliud gewon Eleázar, en Eleázar gewon Mattan, en Mattan gewon Jakob;
16 En Jakob gewon Jozef, den man van Maria, uit welke geboren is JEZUS, gezegd Christus.
17 Al de geslachten dan van Abraham tot David zijn veertien geslachten, en van David tot de Babylonische overvoering zijn veertien geslachten, en van de Babylonische overvoering tot Christus zijn veertien geslachten.
VOLLEDIGE TEKST
ds. J. IJsselstein - Mattheüs 1:1
THEMA
De betrouwbaarheid van Israëls God, is reden tot hoop in donkere tijden
AANDACHTSPUNTEN
Gemeente, ik preek u in deze dienst aan het einde van de advent periode, met Gods hulp over het gedeelte wat we gelezen hebben uit Mattheus 1. Een stuk, wat je misschien al vaak hebt overgeslagen. Gewoon maar even snel naar vers 18, want daar begint het echte verhaal…
Ja, ik snap dat. Maar, doe je dat ook als je een gewoon boek leest? Dat je denkt: laat ik de eerste bladzijden maar overslaan? Nee, volgens mij niet. Want de eerste bladzijden zijn vaak cruciaal om dat wat volgt te kunnen begrijpen. En trouwens, zou Mattheus echt niet nagedacht hebben over de vraag, waar hij zijn Evangelie mee zou gaan beginnen? Zou het echt een vergissing van hem geweest zijn om zo te beginnen? Nee, dat kan haast niet. En zou God Zelf, Die de Schriften heeft ingegeven, hier geen bijzondere bedoeling mee hebben gehad? Dat moet haast wel. Immers, zo schrijft Paulus aan Timotheüs, niet alleen: Al de Schrift is van God ingegeven, maar die is ook: nuttig tot lering, tot wederlegging, tot verbetering, tot onderwijzing die in de rechtvaardigheid is.
Waarom staat deze familielijn, deze genealogie hier eigenlijk? Direct na het Oude Testament, op de drempel van het Nieuwe Testament? Daar zijn een paar redenen voor te bedenken.
a. De eerste is dat Mattheus vooral schrijft voor Joodse lezers. En voor die doelgroep, was dit uitermate belangrijk. Of iemand echt van Joodse afkomst was. En van wie dan. Dat was bijvoorbeeld bepalend voor je recht op bezit, en voor je recht op koop van land. Daarvoor moest je je afstamming kunnen aantonen. En dat was ook bepalend voor het antwoord of je als priester mocht dienen. Want dan moest je kunnen aantonen, dat je uit de stam van Levi was.
De tweede reden is, dat Mattheus voordat hij gaat schrijven over wat Jezus deed, eerst wil gaan zeggen Wie Hij was. Immers, straks gaan er andere verhalen rond. In hoofdstuk 13 schrijft Mattheus dat er mensen zijn die zeggen: Is Deze niet de Zoon des timmermans? En is Zijn moeder niet genaamd Maria, en Zijn broeders Jakobus en Joses, en Simon en Judas? En Zijn zusters, zijn zij niet allen bij ons? Van waar komt dan Dezen dit alles? En zij werden aan Hem geërgerd (13:55–57). Met andere woorden, Jezus? Dat is gewoon een timmermanszoon. Die hoef je niet serieus te nemen hôr!
Wacht, zegt Mattheüs, ik zal je als eerste aantonen, ik zal je als eerste laten zien: Wie Jezus echt is. Zodat je alles wat Hij gaat zeggen en doen, straks wel serieus moet nemen. Hij is namelijk de zoon van Abraham. Hij is namelijk de zoon van David.
Gemeente, het thema voor de preek van vanmorgen is: De betrouwbaarheid van Israëls God, is reden tot hoop in donkere tijden
We letten als eerste op: Gods belofte. Als tweede op: Gods weg. En als derde op Gods doel. Dus: De betrouwbaarheid van Israëls God, is reden tot hoop in donkere tijden. Drie aandachtspunten: 1. God belofte 2. Gods weg 3. Gods doel Als eerste dus:
Het boek (zo begint vers 1) des geslachts van JEZUS CHRISTUS, de Zoon van David, den Zoon van Abraham. De machtige openingszin van het Nieuwe Testament. Die, zou je kunnen zeggen, de titel is boven de verzen 2 tot en met 17, die daarna volgen.
Het boek des geslachts. Letterlijk: een verslag van het begin, van de oorsprong, van de afkomst…
Van Jezus. Van Jeshua. Wat betekent: Hij zal zeker zalig maken. Zoals staat in vers 21: want Hij zal Zijn volk zalig maken van hun zonden.
Het boek des geslacht van Jezus Christus, de gezalfde Messias. Die door de Heilige Geest gezalfd is. Aangesteld, apart gezet en gekwalificeerd, om de taak uit te voeren om Zijn volk te redden.
De zoon van David, de zoon van Abraham. Een directe herinnering aan grote oudtestamentische beloften. De knoop is gelegd, tussen het Oude en het Nieuwe Testament. Hier in Mattheus 1 begint niet iets nieuws. Dit is een doorgaande lijn. Dat is trouwens ook de basis onder de Bijbelse leer van de kinderdoop. De lijn van Gods verbond uit het Oude Testament gaat verder. En wordt uitgebreid.
De kinderen hoorden er vroeger bij, en nu nog steeds. Ze zijn er sinds de komst van de Heere Jezus niet op achteruit gegaan. Ze zijn nog steeds, net als de volwassenen, in het verbond Gods en in zijn gemeente begrepen. En hun (wordt) door Christus' bloed de verlossing van de zonden en de Heilige Geest, Die het geloof werkt, niet minder dan de volwassenen toegezegd. Het Nieuwe Testament begint met terug wijzen naar Gods beloften.
Zoals de Heere ook in het leven onze kinderen (als we de van de Heere gekregen hebben) begon, met te wijzen op Zijn beloften.
a. Want Jezus Christus is: de Zoon van Abraham. De vader van alle gelovigen, de stamvader van het volk Israël (voor wie Mattheus schrijft), aan wie God grote dingen beloofde. In Genesis 12:2-3En Ik zal u tot een groot volk maken, en u zegenen, en uw naam groot maken; en wees een zegen! En Ik zal zegenen, die u zegenen, en vervloeken, die u vloekt; en in u zullen alle geslachten des aardrijks gezegend worden.: En Ik zal u tot een groot volk maken, en u zegenen en uw naam groot maken; en wees een zegen. En (…) in u zullen alle geslachten des aardrijks gezegend worden. En (Genesis 15:6En hij geloofde in den HEERE; en Hij rekende het hem tot gerechtigheid.) Abraham geloofde in de HEERE; en Hij rekende het hem tot gerechtigheid. Jaren later deed de Heere opnieuw grote beloften aan Abraham. In Genesis 17:7En Ik zal Mijn verbond oprichten tussen Mij en tussen u, en tussen uw zaad na u in hun geslachten, tot een eeuwig verbond, om u te zijn tot een God, en uw zaad na u., toen Hij zei: En Ik zal Mijn verbond oprichten tussen Mij en tussen u en tussen uw zaad na u in hun geslachten, tot een eeuwig verbond, om u te zijn tot een God en uw zaad na u.
Het duurde uiteindelijk nog 25 jaar. Toen werd Izak geboren. En zeker, er zijn sindsdien grote dingen gebeurd: de uittocht uit Egypte, de intocht in het land Kanaän…, maar eigenlijk hebben in de eeuwen die volgden, vooral mislukkingen en ontmoedigingen de overhand gehad. En nu wordt het volk Israël overheerst door de Romeinen. Is er eigenlijk wel iets terecht gekomen van Gods belofte aan Abraham? Jezus Christus, de Zoon van Abraham…
2. En: de Zoon van David. Aan wie God ook zulke grote dingen beloofde, in 2 Samuël 7:13Die zal Mijn Naam een huis bouwen; en Ik zal den stoel zijns koninkrijks bevestigen tot in eeuwigheid.: (Uw zoon), Die zal Mijn Naam een huis bouwen, en Ik zal de stoel zijns koninkrijks bevestigen tot in eeuwigheid.
Twee dingen beloofde de Heere dus: ‘David, uw zoon Salomo zal voor Mij een huis, een tempel bouwen.’ Maar ja, die tempel is bij de wegvoering naar Babel met de grond gelijk gemaakt… En (dat is het tweede wat de Heere beloofde): ‘zijn Koninkrijk zal zijn tot in eeuwigheid.’ Maar ja, de Romeinen zijn tegenwoordig de baas in Israël... En dus, is er eigenlijk ook wel iets terecht gekomen van Gods belofte aan David?
Komt het eigenlijk wel goed met Gods beloften? Wat komt daar eigenlijk van terecht? Was het spreken van Israëls God toen wel betrouwbaar? Is het spreken van Israëls God nu wel betrouwbaar? Ik bedoel de belofte van de Heere, zoals die bijvoorbeeld bij de doop van onze kinderen bevestigd is boven hun hoofdjes? En Ik zal Mijn verbond oprichten tussen Mij en tussen u en tussen uw zaad na u in hun geslachten, tot een eeuwig verbond, om u te zijn tot een God en uw zaad na u. Klopt dat eigenlijk wel? Is dat eigenlijk wel echt waar? Is dat wel echt betrouwbaar?
Want, ouders van oudere kinderen, wat is daar ondertussen van terecht gekomen, bij uw groter geworden kinderen of kleinkinderen? Hebben mislukkingen en ontmoedigingen daar misschien ook de overhand gekregen? Gods belofte lijken zo vaak niet vervuld te worden…
Is dat reden om aan Gods belofte, en aan de betrouwbaarheid van de God van Israël, van onze God Zelf, te gaan twijfelen? Ons tweede aandachtspunt:
Ik bedoel: God weg met die beloften. Gods weg met Zijn beloften. Want al kijkend naar dat verslag van het begin, van de oorsprong, van de afkomst van de Heere Jezus, daarnaar kijkend, vallen er een paar dingen op.
1. Als eerste, dat er een aantal mannen instaan van slechte reputatie. Zeker, door genade zijn ze kinderen van God geworden, maar dan nog… Zou u met die namen te koop gaan lopen? Met de namen van zulke mensen? Wat heeft de Heere Jezus Zich toch diep vernederd, door als de mens geworden Zoon van God, Zich te voegen in de lijn van zulk soort mensen.
a. Neem nu Jakob, de bedrieger, in vers 2. b. Neem nu Juda, in vers 3: En Juda gewon Fares en Zara bij Thamar. De geschiedenis staat in Genesis 38. Juda trouwt met een heidense vrouw. En later wordt er uit een overspelige, incestueuze relatie met zijn schoondochter Thamar, een tweeling geboren: Fares (of Peres) en Zara (of Zerah). c. Of neem nu koning David, in vers 6: Hij gewon Salomon bij degene die Uría's vrouw was geweest. Een enkele mededeling, die de zonde van moord en overspel in het leven van David scherp voor het voetlicht haalt. d. En wat zou u denken van de goddeloze Roboam (of Rehabeam), en van de goddeloze Abia (in vers 7)? Of van de goddeloze Joram (in vers 8), van Achaz (in vers 9), van Manasse in vers 10? Hij deed: Juda en de inwoners te Jeruzalem dwalen, dat zij erger deden dan de heidenen die de HEERE voor het aangezicht der kinderen Israëls verdelgd had (2 Kron. 33:9Zo deed Manasse Juda en de inwoners te Jeruzalem dwalen, dat zij erger deden dan de heidenen, die de HEERE voor het aangezicht der kinderen Israëls verdelgd had.).
Gods weg met de vervulling van Zijn beloften aan Abraham en David, gaat het dwars door onmogelijkheden heen. Wat moet dat de gedachten van Gods kinderen in donkere tijden vervuld hebben met zorg. Zou het wel waar geweest zijn? Zouden Gods beloften wel vervuld gaan worden? En dan de spotters, die er toen vast ook waren, die zeiden: Waar is de belofte Zijner toekomst? Want van dien dag dat de vaders ontslapen zijn, blijven alle dingen alzo gelijk van het begin der schepping (2 Petr. 4:3) Maar dan toch: hopen, op hoop, tegen hoop. Vasthoudend aan Gods beloftewoord.
Dat is wat de Heere Zijn kinderen ook nu leert. Dwars door onze onmogelijkheid, leert de Heere ons, ons vast te houden aan Zijn Woord. En zo mag je je ook als ouders, als je kinderen van de Heere gekregen hebt, vasthouden aan Gods beloftewoord. Zoals dat uitgesproken is boven de hoofden van onze kinderen, toen ze gedoopt werden. En Ik zal Mijn verbond oprichten tussen Mij en tussen u en tussen uw zaad na u in hun geslachten, tot een eeuwig verbond, om u te zijn tot een God en uw zaad na u.
Er kunnen tijden in ons leven komen, dat Gods weg anders gaat, dan we hopen en bidden. Tijden dat we denken, kijkend naar onze kinderen: Zou Gods belofte wel vervuld worden? Word dan, ouders, niet moedeloos. Maar blijft biddend pleiten op Gods belofte. Want wat Hij gesproken heeft, is waar en blijft waar. Wat er ook gebeurt. Zou Hij het zeggen en niet doen? Spreken en niet bestendig maken? Hij zal nooit herroepen wat Hij eenmaal heeft gesproken. De betrouwbaarheid van Israëls God, van onze God en van Zijn belofte, is reden tot hoop, zelfs in de donkerste tijden.
Tegelijkertijd zien we, als we kijken naar de lijst van Juda’s koningen, dat Mattheüs, dat de Heere Zelf sommige namen heeft weggelaten. Namen van koningen, die zwaar tegen God zondigden. God heeft ze uit de lijn weggehaald. Genade is blijkbaar geen erfgoed. Godvrezende ouders zijn geen garantie voor de redding van je eigen ziel. Reden te meer, ouders en grootouders, om met ernst te bidden voor onze kinderen en kleinkinderen. Of ze Gods verbond niet moedwillig zullen breken.
Laten we nu samen eerst gaan zingen uit Psalm 77:6: Zou God Zijn genâ vergeten? Nooit meer van ontferming weten? Heeft Hij Zijn barmhartigheên Door Zijn gramschap afgesneên? 'k Zei daarna; Dit krenkt mij 't leven; Maar God zal verand'ring geven; D' Allerhoogste maakt het goed; Na het zure geeft Hij 't zoet.
Gemeente, het eerste wat opvalt aan deze lijst, als het gaat om de vervulling van Gods beloften, is dat er in deze lijst een aantal mannen staan van slechte reputatie.
2. Het tweede wat opvalt is: de namen van vier vrouwen. En dat is bijzonder. Want dat deed men in het oude Israël niet. Een vrouw was bezit van haar vader en van haar echtgenoot. Haar naam plaatste je niet in een familieregister. Dus dit is nieuw.
Vier vrouwen worden er genoemd a. Het zijn Thamar, die ik eerder noemde. In vers 3. Zou u de herinnering aan wat toen gebeurde, graag publiek in uw familieregister hebben? b. De tweede vrouw is Rachab, de hoer. Zou u een Kanaänitische prostitué in uw lijst willen hebben? c. De derde vrouw ze Ruth, de Moabitische. Van wie Heere ooit zei in Deuteronomium 23:3Geen Ammoniet, noch Moabiet zal in de vergadering des HEEREN komen; zelfs hun tiende geslacht zal in de vergadering des HEEREN niet komen tot in eeuwigheid.: Geen (…) Moabiet zal in de vergadering des HEEREN komen; zelfs hun tiende geslacht zal in de vergadering des HEEREN niet komen tot in eeuwigheid. Waarom dan deze vrouw van dat vervloekte volk toch in deze lijst? d. In de vierde vrouw is Bathseba. Die een overspelige relatie had met David, waar zij zeker ook haar aandeel in heeft gehad.
Wonderlijke lijst! De eeuwige Zoon van God neemt de menselijke natuur aan. En maakt Zichzelf vrijwillig en heel bewust onderdeel van een familie vol van mannen van slechte reputatie en van vrouwen van gebrekkig aanzien.
En ondertussen breekt Hij barrières. De barrière tussen Jood en heiden. De barrière tussen man en vrouw. Maar vooral ook de barrière tussen ogenschijnlijk nette mensen en openlijke zondaars. Als ontegenzeglijk bewijs, dat wij ten diepste van onszelf allemaal hetzelfde zijn. Allemaal zijn we, zoals het doopformulier zegt, van onszelf kinderen des toorns, in zonden ontvangen en geboren. Mensen die in het Rijk van God niet kunnen komen, tenzij we van nieuws geboren worden.
Maar, wat blijkt hier? En dat is de machtige opening van het Evangelie van Mattheüs en van heel het Nieuwe Testament: midden in zo’n verloren geslacht, vol van zonde en mislukkingen, gaat God toch op Zijn tijd Zijn beloften vervullen! Kennelijk houdt de goddeloosheid van al die mensen God niet tegen. En kennelijk houdt de goddeloosheid van ons (zichtbaar of onzichtbaar, net als die van al de mensen die in deze lijst genoemd worden) God ook niet tegen, om Zijn beloften toe te zeggen aan ons en onze kinderen.
God zei Zijn belofte toe aan Zijn volk Israël, ook in donkere tijden. En de Heere zegt Zijn belofte ook toe aan ons en onze kinderen, ook in deze donkere tijd. En dat is wonderlijk!
a. En dat geldt ons als volwassenen, als ouders (als we kinderen van de Heere gekregen hebben). Dat wat staat in Genesis 17:7: Want u komt de belofte toe. U, volwassenen. U, ouders. U, gemeente. U komt de belofte toe. Want het woord der zaligheid is tot u gezonden! De belofte namelijk, dat als u de gekruisigde Christus zult geloven, dan zult u zalig worden. De gekruisigde Christus, Die (zo zegt puriteinse dominee James Durham) in de prediking van het Evangelie aan uw voeten gelegd wordt. U hoeft Hem slechts op te rapen... Het Kind van Bethlehem, dat u in het Evangelie in de armen gedrukt wordt. Terwijl de roep klinkt: een Kind is ons geboren, een Zoon is ons gegeven. Geloof dan toch Zijn heil- en troostrijk woord. Verhard u niet!
Erken dan, gemeente, ootmoedig buigend onder dat beloftewoord, dat u tegen de Heere gezondigd hebt. Heb berouw om zoveel kwaad wat u gedaan hebt, tegen een zo goede God. Erken dat bij uzelf geen oplossing te vinden is. Werp u op Hem. Vlucht tot Christus. En stem in met Gods manier van zalig maken. Niet om iets van u, maar alleen om het bloed van de gekruisigde Zaligmaker. U komt de belofte toe. Dat staat op het voorhoofd geschreven van iedereen die gedoopt is. Dat het bloed van Jezus Christus reinigt van alle zonden. En de Heere is bereid om dat te doen. De Heere is bereid om dat te geven. Zelfs aan mij, en dus ook aan u. Hij zegt het Zelf. En Hij is betrouwbaar.
b. Dat geldt ons als volwassenen, als ouders van onze kinderen (als we die gekregen hebben. Maar dat geldt in de tweede plaats ook al onze kinderen, zelfs de allerkleinsten. Ze lijken nog zo onnozel, zo onschuldig. Maar de Bijbel is eerlijk: van nature ligt de toorn van God op hen. Ze zijn van nature kinderen des toorns, die liggen onder de vloek. Maar God wil ondanks die donkere wolken, Zijn beloften vervullen. En dat wil je hoop en moed geven, ouders, om te pleiten voor je kinderen op Gods beloftewoord. Al heb je zelf geen recht, al hebben je kinderen geen recht. De Heere wil kennelijk Zijn Woord waarmaken en Zijn belofte vervullen.
Dat geldt onze kleinste kinderen, maar dit geldt ook onze groter geworden kinderen (als we die van de Heere gekregen hebben). Wat kunnen ze ver afgedwaald zijn. Net als Manasse en anderen. Maar onze God, Die een God van wonderen is, werkt vaak door het schijnbaar onmogelijke heen. Om zo meer dan ooit Zijn grote Naam te verheerlijken.
En dus, ouders, en dus, grootouders, pleiten op Gods beloftewoord. Pleiten op hun doop. Met hoop en verwachting. Omdat God betrouwbaar is. En tegelijkertijd gedrongen door de ernst van het feit, dat hier (in deze lijst van namen) ook namen zijn weggelaten.
Dat dringt ons te meer om te bidden voor onze verdwaalde kinderen. Vragend of de Heere ze niet zal loslaten, wat ze wel verdiend hebben.
Gods vervult Zijn beloften aan Abraham en aan David. Door de donkerste episoden uit de geschiedenis heen. Dwars door de onmogelijkheid. Om het geloof van Zijn kinderen te beproeven. Om ons te leren ons vast te houden aan Gods beloftewoord. Al is er nog helemaal niets te zien van de vervulling ervan. Niets dan dit naakte woord: Ik zal! Ik zal u en uw zaad tot een God zijn. Om Mijn grote Naam te verheerlijken! Want de Heere vervuld Zijn beloften niet en nooit om ons. Maar wel om en tot de eer van Zijn grote Naam.
De Heere gaat niet werken in de harten van onze kinderen, ouders, dankzij onze goede opvoeding, of dankzij het feit dat wij onze kinderen op een nette manier voorleven. Ik zeg niet dat je dat niet moet doen. Maar, zo zegt de Heere: Ik doe het niet om uwentwil, maar om Mijns groten Naams wil. De vervulling van Mijn belofte is genade. En genade alleen. Voor mislukte ouders, voor mislukte mensen, die alles verbeurd en verzondigd hebben. Maar Ik, de Heere, ben betrouwbaar, en Ik houd Mijn woord.
Dat gaan we nog kort zien in ons derde aandachtspunt:
Gods doel met Zijn beloften. En met de vervulling ervan. Zo vaak was door de onmogelijkheid heen. Wij zijn geneigd om te denken: Ik moet het nog maar zien, wat daarvan terecht gaat komen. Of: Er zal waarschijnlijk niet veel van terecht komen. Maar God is betrouwbaar. Hij houdt Zijn Woord, En dat blijkt in deze lijst, in deze grote openingsperikoop op van het Nieuwe Testament.
Ondanks al die mislukte mannen en vrouwen. Ondanks al dat ogenschijnlijke falen van Gods beloften aan Abraham en aan David. Ondanks dat, treedt de Heere naar voren met Zijn Woord en zegt: Ik houd Mijn Woord. Ik houd Mijn beloftewoord. En dus is(!) dit (vers 1): Het boek des geslachts van JEZUS CHRISTUS! Want (vers 16): Jakob gewon (uiteindelijk) Jozef, de man van Maria, uit welke geboren is JEZUS, gezegd Christus.
Hoe wanhopig het in de loop van de eeuwen ook leek te zijn. Hoe lang de vervulling van Gods beloften ook op zich liet wachten. En hoezeer het geloof en het geduld van biddende en hopende mensen ook op de proef werd gesteld. Uiteindelijk wordt Gods beloften toch vervuld. Want Gods beloften worden altijd vervuld.
In de volheid van de tijd (zoals blijkt in vers 17), na driemaal veertien geslachten, wordt het Kerst. Dan komt de Zaligmaker. In diepe vernedering. Als vlees van ons vlees. Als been van onze benen. Zeker, zonder zonde. Maar wel onderworpen aan de gevolgen van de zonde.
Hij komt! Niet in de lijn van heiligen, maar in de lijn van zondaars. Hij geeft al Zijn reputatie op, om onder ons te komen wonen. Om uiteindelijk hier op aarde, de zonden van Zijn Kerk te dragen. Door ons verworpen, lijdend en stervend aan het kruis.
Wat wilde de Heere daarmee toen, en wat wil Hij daarmee nu moed en hoop geven aan ellendige en verloren mensen. Nu na al die eeuwen van ellende, vanuit deze lijn vol van zondige mensen… Nu na al dat roepen uit het donker van je hart, ineens gaat klinken (ja toch, ondanks ons): Een Kind is ons geboren, een Zoon is ons gegeven. Jezus Christus, de Zaligmaker.
Nu blijkt, zo zingt Zacharia, Gods onverwrikb’re trouw. Nu toont Hij Zijn barmhartig- heid. Van ouds de vaad'ren toegezeid. En dat Hij wil gedenken, aan 't heilverbond, aan die gestaafden eed, die Hij weleer aan Abram deed. Aan Zijn verbond, dat van geen wank'len weet.
Na alles, blijkt Gods belofte toch betrouwbaar te zijn geweest. En dat geeft (dat is ook het thema van de preek): reden tot hoop, ook in deze donkere tijd. Want, ouders, grootouders, nu hoef je niet zonder hoop en moed te bidden. Nu mag je je meer dan ooit vasthouden aan Gods beloften. Nu hoef je niet te wanhopen voor je kinderen, klein of groot (als je die gekregen hebt). Als je ziet dat hun hart gesloten is. Als je ziet dat ze andere wegen gaan.
Nu mag je hoop hebben voor jezelf. Als de Heere zulke zondaars heeft in Zijn lijn, dan kan iedereen zalig worden. Ben je moordenaar? Ben je prostitué? Ben je een heiden, een vervloekte? Dan kan je zalig worden!
Nu kan je het ook vergeten…, jongeren en volwassenen, dat je ooit kan achterlaten, wat je misschien wel achter zou willen laten: De belofte van God, uitgesproken bij je doop. Vergeet het maar, het is vergeefse moeite! Die belofte zal je achtervolgen, al de dagen van je leven. Om je, ondanks alles, hoop en moed te blijven geven. Hoe ver je ook verdwaald bent. Maar ook als indringende waarschuwing, om zoveel geduld en liefde niet te verachten.
Nu mag er hoop zijn voor de toekomst van de gemeente, voor de kinderen van de gemeente. Want (en daarmee sluit ik af): de laatste naam in dit verslag ‘van het begin, van de oorsprong, van de afkomst’ van de Heere Jezus Christus, is geen afsluiting.
Zijn Naam is een nieuw begin. Het begin van een eindeloze rij van nieuwe zondaars, die zalig zullen worden. Zoals staat in Psalm 72, van de grote zoon van Abraham, van de grote Davidszoon: Zijn Naam zal (verder) voortgeplant worden van kind tot kind (Ps. 72:15). Of, zoals Calvijn vertaalt: Zijn Naam zal kinderen hebben.
Want Gods Woord wordt altoos, tot in eeuwigheid, trouw volbracht. Tot in het duizendste geslacht. Het verbond met Abraham, Zijn vrind Bevestigt Hij (ook nu nog) van kind tot kind.
Amen.
Andere preken over Mattheüs
Andere preken voor Advent
Andere gerelateerde preken