PREEK · VRIJE STOFFEN

Van kind tot kind - Psalm 72

25 augustus 2024

Video

Psalm 72:17: Zijn Naam zal zijn tot in eeuwigheid; zolang als er de zon is, zal Zijn Naam van kind tot kind voortgeplant worden; en zij zullen in Hem gezegend worden; alle heidenen zullen Hem welgelukzalig roemen.

INLEIDING

Twee vragen over de toekomst — van de kerk en van onze kinderen — in een tijd van afval en verval: daarop antwoordt Psalm 72, dat het Koninkrijk van de verhoogde Christus bezingt, met als hart vers 17: “Zijn Naam zal zijn tot in eeuwigheid; zij zullen in Hem gezegend worden.” Deze leespreek ontvouwt die belofte als grond voor hoop, juist voor ouders die somber zijn over hun kinderen in deze eenentwintigste eeuw.

THEMA

De toekomst van het Koninkrijk van de verhoogde Christus

KERNPUNTEN

  1. De inhoud van deze psalm
  2. De betekenis van het 17e vers

PSALM 72:17-20

17 Zijn Naam zal zijn tot in eeuwigheid; zolang als er de zon is, zal Zijn Naam van kind tot kind voortgeplant worden; en zij zullen in Hem gezegend worden; alle heidenen zullen Hem welgelukzalig roemen.
18 Geloofd zij de HEERE God, de God Israëls, Die alleen wonderen doet.
19 En geloofd zij de Naam Zijner heerlijkheid tot in eeuwigheid; en de ganse aarde worde met Zijn heerlijkheid vervuld. Amen, ja amen.
20 De gebeden van David, den zoon van Isaï, hebben een einde.

VOLLEDIGE TEKST

Van kind tot kind - Psalm 72

ds. J. IJsselstein - Psalm 72:17

THEMA

De toekomst van het Koninkrijk van de verhoogde Christus

Gemeente, is er voor ons en onze kinderen nog wel toekomst in deze tijd, vol van afval en verval? Immers hoeveel jongeren (en ook ouderen) met een gedoopt voorhoofd hebben de kerk inmiddels niet verlaten? Is er voor ons en onze kinderen nog wel toekomst in deze wereld, vol van geweld, en bedreiging, en verleiding? Immers hoeveel jongeren (en ook ouderen) met een gedoopt voorhoofd zijn inmiddels niet opgeslokt in het aantrekkelijke van deze wereld, door het genieten van het leven van nu, terwijl ze God en het Woord van God ver uit het oog verloren hebben? Heeft de kerk nog wel toekomst? Hebben onze kinderen nog wel toekomst?

Wie de toekomst heeft, dat gaan we vanmorgen/vanmiddag zien in Psalm 72. U vindt de tekst voor de preek in het 17e vers van Psalm 72, waar het Woord van God als volgt geschreven staat: Zijn Naam zal zijn tot in eeuwigheid; zolang als er de zon is, zal Zijn Naam van kind tot kind voortgeplant worden; en zij zullen in Hem gezegend worden; alle heidenen zullen Hem welgelukzalig roemen.

Het thema voor de preek is: De toekomst van het Koninkrijk van de verhoogde Christus We letten op twee dingen. In de eerste plaats op de inhoud van deze psalm. Deze psalm is (net als alle andere psalmen) een eenheid, en het is niet goed om daar één vers, een stukje alleen uit te pakken en de rest te laten liggen. In de eerste plaats dus het geheel van deze psalm, en daarna gaan we in de tweede plaats (nadat we gezongen hebben) kijken naar de betekenis van dit 17e vers. Twee aandachtspunten dus: 1. De inhoud van deze psalm 2. De betekenis van het 17e vers Dus als eerste:

1. De inhoud van deze psalm.

David bezingt in deze psalm het koningschap van zijn opvolger, de jonge koning Salomo. Maar al lezend, zie je direct al: dit gaat veel verder. Dit is een loflied op een veel grotere Koning. Deze psalm blikt profetisch vooruit naar de grote Davidszoon, de toen nog komende Heere Jezus Christus.

David bezingt het Koninkrijk van de verhoogde Messias, van de verhoogde Christus! En laat me dat vanmorgen/vanmiddag in navolging van David ook doen. En zingt u, die deze Koning dient, mee in uw hart?

David zegt vijf dingen van de meerdere Salomo, van de Koning der koningen en van Zijn rijk, voordat hij aan het einde van deze psalm in vers 18 en 19 uitbreekt in lof, als hij zingt: Geloofd zij de HEERE God, de God Israëls, Die alleen wonderen doet. En geloofd zij de Naam Zijner heerlijkheid tot in eeuwigheid; en de ganse aarde worde met Zijn heerlijkheid vervuld. Amen, ja, amen.

Deze vijf dingen zegt David over Christus en Zijn Koninkrijk.

a. Het eerste wat hij daarover zegt is iets over het soort van dat Koninkrijk. Dat staat in vers 1 tot en met 4. Daar zal vrede zijn, daar zal recht en rechtvaardigheid heersen. Kijkt u maar in vers 4: Hij zal de ellendigen des volks richten; Hij zal de kinderen des nooddruftigen verlossen, en de verdrukker verbrijzelen. Zo leek het aanvankelijk ook bij koning Salomo te zijn. Maar later toen hij ouder werd, toen (zo staat er in de Bijbel) keerde hij zich tot andere goden, toen nam hij vreemde vrouwen en onderdrukte hij het volk, door hoge belastingen van ze te vragen (1 Koningen 11:1-10; 12:4).

Maar Koning Jezus is anders. Zijn omgang met ellendigen en nooddruftigen is zo anders. Jesaja zag het in een profetisch vergezicht, toen hij zei: Het gekrookte riet zal Hij niet verbreken, en de rokende vlaswiek zal Hij niet uitblussen; met waarheid zal Hij het recht voortbrengen (Jesaja 42:3). Hij is een rechtvaardige Koning, maar geen harde Koning die onderdrukt. Hij heeft juist oog voor het ellendige, voor mensen in nood. Hij zal hen verlossen en degenen die hen onderdrukken verbrijzelen. En daarbij, Hij is niet alleen Zelf rechtvaardig, maar Hij geeft ook van Zijn rechtvaardigheid aan Zijn onderdanen. Want van hen, van al die onderdanen gold, wat van iedereen van nature geldt: Er is niemand die goed doet, er is niemand die rechtvaardig is, ook niet tot één toe (Psalm 14:3). Maar door Zijn Heilige Geest brengt Hij, met koninklijke macht en majesteit, mensen die in ongerechtigheid zijn geboren, en die in ongerechtigheid leven, terug! Door hen uit genade te geven van Zijn gerechtigheid, van Zijn gerechtigheid voor en in plaats van hun ongerechtigheid. Zijn rijk is een rijk van gerechtigheid en vrede. Immers in Hem, in Christus hebben waarheid en goedertierenheid elkaar op Golgotha ontmoet, de vrede is met een kus van het Goddelijke recht op de paasmorgen gegroet (Psalm 85:11).

b. In de tweede plaats zegt David iets over de duur van het Koninkrijk van Christus. Dat staat in vers 5 tot en met 7: Zijn Koninkrijk zal eindeloos, Zijn Koninkrijk zal eeuwig zijn! Koning David regeerde 40 jaar. En hij stierf… Koning Salomo regeerde 40 jaar. En hij stierf…

Ongeacht hoe machtig, hoe rechtvaardig en goed Israëls koningen konden zijn, ongeacht hoe hard men geroepen had ‘de koning leve in eeuwigheid’ (1 Koningen 1:31), toch moesten zij allemaal sterven.

Maar Christus leeft in eeuwigheid. Hij is, samen met de Vader en de Heilige Geest, de eeuwig levende God, levend van eeuwigheid en tot in alle eeuwigheid. Zeker, Hij werd mens. Hij nam de menselijke natuur aan. Hij leed in Gethsémané, Hij stierf aan het kruis op Golgotha. Maar Hij overwon de dood en stond op uit het graf. En (zo schrijft Paulus): dat Hij gestorven is, dat is Hij der zonde eenmaal gestorven; en dat Hij leeft, dat leeft Hij Gode (Romeinen 6:10).

Eeuwig zit Hij, als de verhoogde Koning en Hogepriester, aan de rechterhand van Zijn Vader in de hemel (Hebreeën 10:12). Onze geloofsbelijdenis van Nicea zegt: Die, om ons mensen en om onze zaligheid, is neergekomen uit de hemel en vlees geworden door de Heilige Geest uit de maagd Maria en een mens geworden is; ook voor ons gekruisigd is onder Pontius Pilatus, geleden heeft, en begraven is, en op de derde dag opgestaan is overeenkomstig de Schriften, opgevaren naar de hemel, zit aan de rechterhand van de Vader en zal weerkomen met heerlijkheid om te oordelen de levenden en de doden: wiens rijk geen einde zal hebben! Eeuwig bloeit de gloriekroon op het hoofd van Davids grote Zoon.

Zijn rijk is eeuwig. En in Zijn Koninklijke macht ontvouwt Hij Zijn rijk… Hoe? Door, door de kracht van de Heilige Geest, mensen (mannen, vrouwen, kinderen) te brengen tot liefdevolle onderwerping aan Hem. Ze waren van zichzelf opstandelingen, maar Hij breekt hun vijandschap en verzet, en leert ze door het werk van de Heilige Geest in hun hart zeggen: Komt, buigen w' ons dan biddend neer, komt, laat ons knielen voor de HEERE, die ons gemaakt heeft en verkoren (Psalm 95:3, ber.).

Ik snap het wel, dat we als ouders soms somber en pessimistisch kunnen zijn, als we denken aan de toekomst van onze kinderen. Want het lijkt wel alsof de duivel heerst, het lijkt wel alsof we aan hem, aan de verleiding en de macht van de hel en aan de krachten van de duisternis onderworpen zijn. En wat zal onze kinderen in de toekomst nog overkomen aan dreiging, aan ziekte, aan geweld? Maar toch kijken we dan verkeerd. Dan zien we aan wat voor ogen is. Dan zien we wat zichtbaar is, en wat zorgen baart. Maar we moeten, we mogen anders kijken. Want het Koninkrijk van Christus is anders! Het is minder zichtbaar. Het is vooral een geestelijk Koninkrijk!

Hoewel…, het soms ineens wel zichtbaar wordt. Als we, tot onze verwondering, horen en zien hoe de Heere doorgaat met Zijn werk, in harten van jongeren en ouderen. Onzichtbaar is het zaad in de akker gevallen, maar ineens komt het op. Vijanden gaan buigen, opstandelingen gaan knielen voor God. Wat een geweldige kracht is daarvoor nodig! Wat een koninklijke overwinning, als de

vaten van de sterke (van de duivel) hem ontroofd worden, en mensen (jongeren en ouderen) ingelijfd worden tot onderdanen van Koning Jezus!

Het geestelijke rijk van Koning Jezus is vaak onzichtbaar. Maar soms is het ineens wel zichtbaar. Ook dan, als de Heere onze ogen richt op het meest eenvoudige teken dat denkbaar is: op het water van de Heilige Doop. Teken en zegel, waarmee de Heere (midden in deze donkere tijd, midden in deze 21e eeuw) zegt: ‘Ik ben nog steeds bereid om u en uw kinderen te wassen van al uw ongerechtigheid. En Ik beloof u, dat Ik uw stem zal horen, als u tot Mij roept. Ik beloof jullie, jongens en meisjes, dat je Mij zult vinden, als je Mij zoekt. En Ik zal, ondanks het woeden van de hel doorgaan tot het einde van de wereld met het toebrengen van nieuwe onderdanen’. De verhoogde Koning rijdt als Overwinnaar op het witte paard van Zijn overwinning, schrijft Johannes, en Hij had een boog, en Hem is een kroon gegeven, en Hij ging uit overwinnende, en opdat Hij overwon! (Openbaring 6:2)

En Hij rijdt voorspoedig in Zijn heerlijkheid, op het woord der waarheid en rechtvaardige zachtmoedigheid. Zijn pijlen zijn scherp; volken vallen onder Hem; zijn pijlen treffen in het hart van des Konings vijanden (Psalm 45:5-6) O, laten we niet moedeloos worden. Christus is een eeuwige Koning. Hij is sterker dan alle machten van de hel, die op ons en onze kinderen afkomen en zullen afkomen. Hij is machtig om ons van geweld en list te bevrijden. Hij is in staat om al onze weerstand te breken, en om ons met onze kinderen (als we die van de Heere gekregen hebben) te brengen aan Zijn voeten (vers 11).

Zijn rijk zal geen einde hebben. En Hij belooft (ook al zien we zoveel dingen die anders lijken): zegen! Kijkt u maar in vers 7: In Zijn dagen (dat is nu!) zal de rechtvaardige bloeien, en de veelheid van vrede, totdat de maan niet meer zij (dat wil zeggen voor eeuwig en altijd). Zo moet, zo zal de Koning eeuwig leven!

c. In de derde plaats zegt David in deze psalm iets over de uitbreiding van het Koninkrijk van Christus. Dat staat in vers 8 tot en met 11: Zijn Koninkrijk zal universeel, Zijn Koninkrijk zal wereldwijd zijn. Alle einden der aarde zullen Hem vrezen, zegt Psalm 67 (67:8). En Jesaja zegt: Al de einden der aarde zullen zien het heil onzes Gods (52:10). Alle einden van de aarde, zelfs wij, in Nederland...

Het Koninkrijk van koning Salomo strekte zich uiteindelijk uit van de Eufraat in het oosten, tot aan de Middellandse Zee in het westen (1 Koningen 4:21). Maar, zegt David, de toekomstige grote Koning zal wereldwijd heersen, Zijn heerschappij zal zijn van zee tot aan zee, en van de rivier tot aan de einden der aarde (Zacharia 9:10). Hij zal groot zijn, zegt Micha, tot aan de einden der aarde (Micha 5:4).

Van de Eufraat in het oosten, tot Tharsis in het westen, tot Scheba en Seba in het zuiden, en zelfs de woestijnvolken (de inwoners van dorre plaatsen) zullen Hem dienen (vers 9). Wereldwijd zal Zijn Koninkrijk zijn. Johannes heeft het gezien op Patmos. Hij schrijft: En de zevende engel heeft gebazuind, en er geschiedden grote stemmen in den hemel, zeggende: De Koninkrijk en der wereld zijn geworden onzes Heeren en van Zijn Christus, en Hij zal als Koning heersen in alle eeuwigheid (Openbaring 11:15). Het is alsof al de Schriften profetisch en bemoedigend roepen naar de einden van de aarde: inwoners van het hoge Noorden, inwoners van [plaatsnaam], Zijn rijk zal reiken tot zelfs bij u! Hij zal wereldwijd als Koning heersen. En hoe zal Hij, Christus, dan Koning zijn onder u?

d. In de vierde plaats zegt David daarom iets over het karakter, over de aard van het Koninkrijk van Christus. Dat staat in vers 12-14. Veel aardse koningen ontaarden na verloop van tijd, en krijgen uiteindelijk dictatoriale trekjes. Maar let op deze Koning: Hij zal de nooddruftige redden, die daar roept, mitsgaders de ellendige, en die geen helper heeft. Hij zal de arme en nooddruftige verschonen, en de zielen der nooddruftigen verlossen. Hij zal hun zielen van list en geweld bevrijden, en hun bloed zal dierbaar zijn in Zijn ogen. Wat een bemoediging voor mensen in nood, voor mensen die roepen uit hun ellende, tot God. Hij belooft dat Hij u zal redden, dat Hij uw zielen zal verlossen.

Maar, zegt u, het lijkt erop, als we om ons heen kijken, alsof deze Koning in deze tijd nog maar net het hoofd boven water houdt… We zien Hem nauwelijks. De kerk brokkelt af… En het aantal atheïsten en agnosten neemt alleen maar hand over hand toe… Nee, u kijkt verkeerd. U kijkt naar beneden en niet omhoog. Deze Koning heeft geen aards Koninkrijk. Zijn Koninkrijk is niet van deze wereld (Johannes 18:36). Christus regeert over Zijn geestelijke Koninkrijk. En dat bloeit. Anno [jaartal] bloeit het rijk van Christus! Zeker, dwars door lijden en verdrukking en vervolging heen. Maar dat is ook volgens Gods plan. Want wij moeten door veel verdrukking en ingaan in het Koninkrijk Gods (Handelingen 14:22). Maar het rijk van Christus bloeit. Er is uitbreiding, er is bloei, er is zegen, en daarom mag u moed hebben voor uzelf en voor de kinderen. Niet vanwege uzelf, maar vanwege deze Koning. Want eeuwig bloeit de gloriekroon op het hoofd van Davids grote Zoon.

e. In de vijfde plaats zegt David nog iets over de zegen van deze Koning en van Zijn Koninkrijk. Dat ziet u een vers 15 tot en met 17. Een zegen, die hier nog deels beeldend uitgedrukt wordt in materiële zegen. Als we lezen in vers 15: Men zal hem geven van het goud van Scheba. Maar je proeft ook direct al de geestelijke zegen, als daaraan toegevoegd wordt: Men zal geduriglijk voor Hem bidden, de ganse dag zal men Hem zegenen (dat wil zeggen: loven). En (kijk eens in vers 16) al lijkt uw inspanning nietig, in de opvoeding van uw kinderen, in uw gezin, in uw stille en verborgen gebeden, maar al lijkt het een hand vol koren op harde rotsen, op de hoogten van de bergen, de vrucht ervan zal ruisen als de Libanon!

Want, zegt Jesaja: Als Zijn ziel Zich tot een schuldoffer gesteld zal hebben, zo zal Hij zaad zien, Hij zal de dagen verlengen; en het welbehagen des HEEREN (dat geldt deze tijd, dit laatste der dagen!) zal door Zijn hand gelukkiglijk voortgaan (53:10).

Ouders, laten we zaaien. Een hand vol koren op harde rotsen, in de harten van onze kinderen, in woorden en gebeden. Want onze Koning kan harde rotsen maken tot een vruchtbaar veld, en onvruchtbare hoogten der bergen tot bloeiende akkers. En zo zal Zijn Naam (dat is de bijzondere zegen waarmee David eindigt in vers 17) voortgeplant worden van kind tot kind, van geslacht tot geslacht.

Voordat we verder gaan kijken naar dat 17e vers, gaan we nu samen eerst zingen uit Psalm 132:11 en 12. Daar zal Ik David, door Mijn kracht, Een hoorn van rijkdom, eer en macht Doen rijzen uit zijn nageslacht. 'k Heb Mijn gezalfden knecht een licht, Een heldere lampe toegericht.

Wat vijand tegen hem zich kant', Mijn hand, Mijn onweerstaanbare hand, Zal hem bekleên met schaamt' en schand'; Maar eeuwig bloeit de gloriekroon Op 't hoofd van Davids groten Zoon. - - - - -

Laten we nu samen wat preciezer kijken naar de betekenis van het 17e vers van Psalm 72.

2. De betekenis van het 17e vers

Zijn Naam zal zijn tot in eeuwigheid; zolang als er de zon is, zal Zijn Naam van kind tot kind voortgeplant worden; en zij zullen in Hem gezegend worden; alle heidenen zullen Hem welgelukzalig roemen.

Het gaat vanmorgen/vanmiddag in de preek over het rijk van Koning Jezus. Maar ons doopformulier schudt ons wakker, als het heel eerlijk en rechtstreeks zegt: Wij zijn van nature niet in dat rijk! Van nature zijn we verloren. Wij zijn niet in dat rijk, en wij kunnen in dat rijk niet komen, tenzij we opnieuw geboren worden. We hebben een nieuwe geboorte, we hebben wedergeboorte nodig, om in dit rijk van Christus te komen. Jongens en meisjes, daar moet je dus om bidden. Want je draagt wel het teken van het Koninkrijk, je draagt wel het teken van de Koning, maar dat alleen is niet genoeg. Dat is een groot voorrecht, dat is een zegen, maar het is niet genoeg. Je moet de Koning vragen om een hart dat Hem dienen wil, om een nieuw hart. Je moet de Koning Zelf leren kennen en dienen en vrezen. De Heere is bereid om je zo’n nieuw hart, zo’n nieuw leven te geven. Maar Hij wil wel dat je erom bidt, dat je erom vraagt.

Moet je pessimistisch zijn, ouders, als het gaat om de vraag: zullen mijn kinderen (met hun gedoopte voorhoofd) wel bekeerd worden? Zullen ze uiteindelijk wel onderdaan worden van dat Koninkrijk van God? Nee, er is geen reden tot optimisme, als je kijkt naar jezelf en als je kijkt naar je kinderen. Want het formulier voor de Heilige Doop zegt: wij met onze kinderen (wij allemaal!) zijn in zonden ontvangen en geboren, kinderen des toorns, en daarom buiten het Rijk Gods.

Maar, hoe treurig onze toestand ook is, het is niet hopeloos. Je mag verwachtingsvol je vinger leggen bij het 17e vers van Psalm 72. Zonder rechten(!), verloren in jezelf, maar toch… dit staat vast: Zijn Naam zal zijn tot in eeuwigheid; zolang als er de zon is, zal Zijn Naam van kind tot kind voortgeplant worden; en zij zullen in Hem gezegend worden; alle heidenen zullen Hem welgelukzalig roemen.

Zijn Naam zal zijn tot in eeuwigheid. Want vast staat Zijn troon. Hij zal niet wankelen. Zolang als er de zon is. Of, zo zou je het ook kunnen lezen: voor de zon. Zon en maan zijn in de Bijbel teken van wat blijft. Teken van wat de tijd der eeuwen verduren zal. Zoals ook staat in Psalm 89: Zijn zaad zal in der eeuwigheid zijn, en zijn troon zal voor Mij zijn gelijk de zon. Hij zal eeuwiglijk bevestigd worden, gelijk de maan; en de Getuige in de hemel is getrouw (89:37-38). Zijn Naam zal zijn tot in eeuwigheid. En:

Zijn naam zal voortgeplant worden van kind tot kind. Calvijn vertaalt letterlijk: Zijn Naam zal kinderen hebben… Daar zie je tegelijkertijd waar je hoop en verwachting op gericht mag zijn: op Zijn Naam. Op die Naam, die bij de doop van onze kinderen, over hun hoofdjes is uitgeroepen. Op die Naam, zo heilig, groot en goed. Die Naam ‘zal kinderen hebben’. Dat wil zeggen: altijd zullen er nieuwe onderdanen van deze Koning geboren worden, Sions kinderen, kinderen die door de kracht van de Heilige Geest zullen opstaan en leven en strijden onder de banier van de verhoogde Christus.

Gaan ze een gemakkelijk leven tegemoet? Nee, het zal zonder twijfel een weg zijn van veel verdrukkingen en vragen, van moeite en zorg, van strijd en aanvechting. Maar in Zijn kracht, in de kracht van de verhoogde Koning, zullen Zijn onderdanen, ouderen en jongeren, staande blijven en overwinnen, en uiteindelijk onder de gemeente der uitverkorenen in het eeuwige leven onbevlekt gesteld worden.

Zolang de zon en maan er zijn, zal de Naam van de Heere geplant worden in harten van kinderen, jongeren en ouderen. Sions kinderen zullen geboren worden. Van zichzelf dood door de zonden en de misdaden, maar opgewekt uit de dood door de levenwekkende kracht van de Heilige Geest. Als tere plantjes, geplant door de Heilige Geest, terwijl genade zal blijven druppen van de hemel (vers 6). En dus zullen zij groeien in de voorhoven des Heeren, en hun vrucht zal ruisen als de Libanon (vers 16).

En zij zullen in Hem gezegend worden, alle heidenen zullen Hem welgelukzalig roemen. Ze zullen genade en zegen vinden in Hem. Want in Christus is de zegen van de vergeving van zonden en van de verzoening met God.

De wereld zal doorgaan, onrust en geweld zullen toenemen in het laatste der dagen. Maar God zal ook doorgaan, ook hier in [plaatsnaam], aan de einden van de aarde.

En zij zullen in Hem gezegend worden; alle heidenen zullen Hem welgelukzalig roemen. Het is ten diepste de vervulling van de belofte, eeuwen geleden gedaan aan de Abraham, eerst in Genesis 12, en later herhaald na het offer op Moria (12:3, 22:18; zie ook 26:4). Het is beloofd! Aan Abraham, de vader van alle gelovigen uit Jood en heiden. Aan Izak en Jakob. En die belofte is en wordt bezegeld door het water van de doop. Deze belofte: ‘Ik, God, zal doorgaan! Mijn welbehagen zal door de hand van Christus gelukkiglijk voortgaan. Hij zal zaad zien. Zijn naam zal kinderen voortbrengen.’ O, heb toch moed, ouders. Bid niet moedeloos, maar met hoop en verwachting. Want de Heere gaat door met Zijn werk, ook in deze 21e eeuw.

En daarom is de zegen van deze Koning ook voor niemand van ons en onze kinderen onbereikbaar. Kijk maar: alle heidenen zullen Hem welgelukzalig roemen. Alle heidenen zullen delen in de geestelijke zegeningen, die er in de hemel zijn in Christus Jezus (Efeze 1:3). Christus heeft de zonden van velen gedragen (Jesaja 53:12). Hij bad voor overtreders, leed voor misdadigers en droeg de straf voor veroordeelden. En daarbij is geen volk, natie of taal uitgesloten van deze belofte. Geen streek, geen stad, ook [plaatsnaam] niet! Want u komt de belofte toe, en uw kinderen, en allen, die daar verre zijn, zo velen als er de Heere, onze God, toe roepen zal (Handelingen 2:39).

Dat betekent: hoe ver u ook afgedwaald ben, hoe ver uw kinderen ook weg zijn, en dat zijn ze (buiten het Koninkrijk, van nature dood door de misdaden en de zonden), er is voor u, er is voor hen een weg om zalig te worden. In en door deze Naam. Want er is ook onder de hemel geen andere Naam, Die onder de mensen gegeven is, door Welken wij moeten (en kunnen) zalig worden (Handelingen 4:12).

Roep dan toch naar de hemel, waar deze Koning woont en troont, om genade, hulp, redding en behoud. Vraag, jongens en meisjes, met alles wat in je is, of je een onderdaan mag worden van deze Heere en Koning.

Is die Naam, is deze Koning voor u kostbaar geworden? Is Hij alles voor u geworden? Hebt u voor Hem leren buigen? Vergeet dan niet uw opdracht in dienst van deze Koning, juist na Pasen aan de discipelen gegeven. Deze opdracht, in het Oude Testament al vertolkt door de profeet Jesaja:

Dankt de HEERE, roept Zijn Naam aan, maakt Zijn daden bekend onder de volken! Vermeldt, dat Zijn Naam verhoogd is (Jesaja 12:4). Vermeldt Zijn heil op het wereldrond (Psalm 96:1, ber.)

Opdat ook zij, die deze Naam nog niet kennen, die nog geen onderdaan zijn van deze Koning, ervan zullen horen, en zullen komen en zich voor deze Koning zullen neerbuigen. En zo uiteindelijk door Gods genade vervuld zal worden wat staat in vers 10 en 11: De koningen van Tharsis en de eilanden zullen geschenken aanbrengen; de koningen van Scheba en Seba zullen vereringen toevoeren. Ja, alle koningen zullen zich voor Hem nederbuigen, alle heidenen zullen Hem dienen. Tot roem van deze nooit genoeg geprezen Koning!

Zijn Naam moet eeuwig eer ontvangen; Men loov' Hem vroeg en spâ; De wereld hoor', en volg' onze zangen, Amen, ja, Amen.

Slotzang Psalm 96:1

Zingt, zingt een nieuw gezang den HEERE; Zing, aarde, zing dien God ter ere; Looft 's HEEREN naam met hart en mond; Vermeldt Zijn heil op 't wereldrond; Dat dag aan dag Zijn roem vermeêre.