Kerst - 25 december 2024
Mattheüs 1:21: En zij zal een Zoon baren, en gij zult Zijn Naam heten JEZUS; want Hij zal Zijn volk zalig maken van hun zonden.
INLEIDING
Met Kerst buigt Mattheüs 1 zich over de naam die de engel aan Jozef opdraagt: “En zij zal een Zoon baren, en gij zult Zijn Naam heten JEZUS; want Hij zal Zijn volk zalig maken van hun zonden.” Deze leespreek over Mattheüs 1 laat zien wat het betekent dat de Zoon van Maria de Zaligmaker van zondaars is, en nodigt u uit om de rijkdom van deze Naam te leren verstaan.
De geboren Zaligmaker
MATTHEÜS 1:18-23
18 De geboorte van Jezus Christus was nu aldus: Want als Maria, Zijn moeder, met Jozef ondertrouwd was, eer zij samengekomen waren, werd zij zwanger bevonden uit den Heiligen Geest.
19 Jozef nu, haar man, alzo hij rechtvaardig was, en haar niet wilde openbaarlijk te schande maken, was van wil haar heimelijk te verlaten.
20 En alzo hij deze dingen in den zin had, zie, de engel des Heeren verscheen hem in den droom, zeggende: Jozef, gij zone Davids, zijt niet bevreesd Maria, uw vrouw, tot u te nemen; want Hetgeen in haar ontvangen is, Dat is uit den Heiligen Geest.
21 En zij zal een Zoon baren, en gij zult Zijn Naam heten JEZUS; want Hij zal Zijn volk zalig maken van hun zonden.
22 En dit alles is geschied, opdat vervuld zou worden hetgeen van den Heere gesproken is door den profeet, zeggende:
23 Zie, de maagd zal zwanger worden en een Zoon baren, en gij zult Zijn Naam heten Immánuël; hetwelk is, overgezet zijnde, God met ons.
VOLLEDIGE TEKST
ds. J. IJsselstein - Mattheüs 1:21
THEMA
De geboren Zaligmaker
AANDACHTSPUNTEN
Gemeente, het gaat op deze dag over de geboren Heere Jezus. Zo is Zijn Naam, zo heet Hij: JEZUS. Zo staat het ook in onze tekst, in Mattheüs 1:25En bekende haar niet, totdat zij dezen haar eerstgeboren Zoon gebaard had; en heette Zijn naam JEZUS.: En heette Zijn Naam JEZUS. En in vers 23 zegt de engel tegen Jozef ook waarom hij Hem zo noemen moet: U zult Zijn Naam heten JEZUS; want Hij zal Zijn volk zalig maken van hun zonden.
Het thema voor de preek van vanmiddag is: De geboren Zaligmaker We letten samen, met de hulp van de Heere, op twee aandachtspunten: 1. De Naam van de Zaligmaker 2. De betekenis van Zijn Naam Als eerste dus:
De evangelist Mattheüs vertelt de geschiedenis van de geboorte van de Heere Jezus op zijn geheel eigen manier. Kort en eenvoudig. Eerst heeft hij (in vers 1-17) vertelt hoe de lijn van Zijn familie is. Hij is de Zoon van David, de Zoon van Abraham, de beloofde Messias. Die nu geboren gaat worden. En dus zegt vers 18: De geboorte van Jezus Christus was nu aldus (zo is dat toen gegaan) Want als Maria, Zijn moeder, met Jozef ondertrouwd was, eer zij samengekomen waren, werd zij zwanger bevonden uit de Heilige Geest.
Jozef en Maria waren ondertrouwd. Dat is niet hetzelfde als dat wat wij kennen als: verloofd zijn. Ondertrouwd-zijn betekent dat ze echt, wettelijk en juridisch getrouwd zijn, in aanwezigheid van officiële getuigen. Maar ze wonen alleen nog niet bij elkaar in hetzelfde huis. Daarom wordt Jozef in vers 19 ook de ‘man van Maria’ genoemd. En Maria in vers 20 ‘de vrouw van Jozef’. Tussen de officiële sluiting van hun huwelijk en hun samenwonen als man en vrouw zit een zekere tijdperiode. Ze wonen nog niet bij elkaar en dus hebben ze naar Bijbels gebod ook nog geen seksueel contact met elkaar. Vers 18 zegt: eer zij samengekomen waren.
Eer zij samengekomen zijn, wordt zij, Maria, zwanger bevonden uit de Heilige Geest. Maria is zwanger, ze is in verwachting. ‘t Is waarschijnlijk na haar terugkomst van haar tante Elisabeth (waar ze drie maanden geweest is), dat Jozef tot zijn schrik merkt dat Maria zwanger is. Hè…? Hoe kan dat? Hij is geschokt, teleurgesteld, verward… ‘Is dit Maria?’
Twee dingen kan hij doen. Hij kan haar aanklagen bij de rechtbank voor overspel. Immers deze zwangerschap is niet van hem, dat weet hij zeker. Maar dat wil hij niet. Of hij kan haar onder toeziend oog van twee getuigen een officiële scheidbrief geven, en de zaak verder stil houden. Misschien dat dan maar doen?
Jozef zit ermee. Hij tobt ermee. Totdat de Heere aan hem verschijnt in een droom. En dingen tegen hem gaat zeggen. Kijk maar in vers 20: Ziet, de engel des Heeren verscheen hem in de droom, zeggende: Jozef, gij zone Davids, zijt niet bevreesd Maria, uw vrouw, tot u te nemen; want Hetgeen in haar ontvangen is, Dat is uit de Heilige Geest. Met andere woorden: ‘Jozef, ga maar verder op de ingeslagen weg van jullie huwelijk. Maria is niet bij een andere man geweest. Dit heeft de Heere gedaan. Dit is uit de Heiligen Geest. Dit maakt je niet medeplichtig aan onreinheid. Dit maakt je deelgenoot van de hoogste waardigheid.’
Want (vers 21): Zij zal een Zoon baren, en u zult Zijn Naam heten JEZUS; want Hij zal Zijn volk zalig maken van hun zonden. Jozef, Maria zal een Zoon krijgen. En jij krijgt daarbij van Mij een bijzondere rol, een eervolle plaats. Jij mag dit Kind Zijn Naam gaan geven. Niet een naam die je zelf mooi vindt, die je zelf mag uitkiezen. Maar jij mag dit Kind de Naam gaan geven, die Ik (de Heere) heb uitgekozen.
Want, jongens en meisjes, als er baby geboren is, en pappa en mamma geven het een naam, dan hebben ze die zelf bedacht. Maar Jozef krijgt van de Heere een opdracht: Zo, Jozef, moet je dit Kind noemen. Want zo wil Zijn hemelse Vader dat Hij heten zal: JEZUS.
Die naam Jezus, was in die tijd geen onbekende naam. Die naam werd in het Oude Testament vaker gebruikt. In de Hebreeuwse vorm: Jesjua. Denk maar aan Jozua, Jesjua, de opvolger van Mozes. En denk ook maar aan hogepriester Jozua, over wie de profeet Zacharia schrijft. En zo waren er nog veel meer mannen, die zo heetten.
Maar deze Jezus, zegt de engel, Die zal anders zijn. Hij zal (vers 20) ontvangen zijn uit de Heilige Geest. En dus: zuiver, heilig, zonder ook maar één enkele zonde. En Hij zal ook nog een andere Naam dragen. Zoals Jesaja de profeet al zei (kijk maar in vers 23): Zie, de maagd zal zwanger worden en een Zoon baren, en u zult Zijn Naam heten Immánuël; hetwelk is, overgezet zijnde, God met ons.
Dus de Heere Jezus heeft nog een Naam: Immanuël, God met ons. God uit God, licht uit Licht, met ons, mensen. God met zieke mensen, om hen te genezen. God met mensen die honger hebben, om hen eten te geven. God met mensen die dorst hebben, om hen te drinken te geven. God met blinde mensen, om hen het gezicht te geven. God met dove mensen, om hen het gehoor te geven. God met mensen met een gebroken hart, om hen te verbinden. God met de armen, om hen het Evangelie te verkondigen (Matt. 11:5De blinden worden ziende, en de kreupelen wandelen; de melaatsen worden gereinigd, en de doven horen; de doden worden opgewekt, en den armen wordt het Evangelie verkondigd.).
Van onszelf zien we God als God boven ons. Als we luisteren naar de geboden van de Heere, die we overtreden hebben, dan zien we Hem als God tegen ons. Maar nu, zegt de Heere: In Mijn enig geliefde Zoon, wil Ik gekend worden als: God met ons.
En dan ineens is Jozef weer wakker uit zijn droom. Dit spreken van Heere geeft hem rust. Want het is duidelijk: Maria is niet in verwachting omdat ze verkeerde dingen heeft gedaan. Dit is echt het werk van de Heere.
En dan doet Jozef twee dingen, uit diepe gehoorzaamheid.
a. Hij neemt (vers 24) Maria, zijn vrouw, tot zich. Ze betrekken samen hun huis. En (zegt vers 25) bekende haar niet, totdat zij deze haar eerstgeboren Zoon gebaard had. Hij had geen seksuele gemeenschap met haar, tot de dag van de geboorte van de Heere Jezus. De reden staat er niet bij. Maar het was ongetwijfeld uit diep respect voor het Kind in haar buik. En ook om alle valse beschuldiging tegen te gaan: Jezus zou niet de Zoon zijn van de timmerman, maar de Zoon van de Allerhoogste God.
b. En, het tweede waarin hij gehoorzaam is (zegt vers 25) is: Hij heette (hij noemde) Zijn Naam Jezus. Dat is waar we vandaag aan terug denken. Het gaat met Kerst zo snel om allerlei mooie en gezellige dingen. Maar, jongens en meisjes, dit is(!) Kerst: Het Kind dat in Bethlehem geboren wordt, krijgt van de Heere de Naam: JEZUS. Wat die Naam betekent, gaan we zien in ons tweede aandachtspunt.
2. De betekenis Zijn Naam Want, meisjes en jongens, die overbekende Naam Jezus, die heeft een heel bijzondere betekenis. Kijk maar in vers 21. Daar zegt de engel tegen Jozef: Jozef, je moet het Kind van Maria de Naam Jezus geven, want (en dan komt de betekenis!): Hij zal Zijn volk zalig maken van hun zonden.
a. Hij zal Zijn volk zalig maken. Hij zal Zijn volk zalig maken. Wat is dat, meisjes en jongens? Zalig maken?
Zalig maken, dat wil zeggen: redden. Redden uit zonde en schuld. Redden uit nood en dood. Zalig maken, dat wil ook zeggen: beschermen, bewaren. Zalig maken, zo kan je het samenvatten, dat is: redden van de zonde en terugbrengen bij God.
En, meisjes en jongens, dat hebben we nodig. Want we hebben zoveel zonden. En dus zijn we in groot gevaar. Zo Iemand hebben we nodig: een Zaligmaker, een Redder! Die ons kan redden uit de nood van de zonde, om ons terug te brengen bij God.
Heb je last van die zonden? Zie je dat gevaar? Dat je moet sterven? Dat je de Heere moet ontmoeten? Maar hoe moet dat? Met zoveel zonde, met zoveel schuld? Is dát het, wat je laat bidden (op de stille plek die je daarvoor hebt): ‘Heere, red ook mij. Verlos ook mij. Zoon van David, ontferm U toch ook over mij. Maak ook mij zalig.’ De Heere hoort zulk bidden hôr, en gaat het op Zijn tijd altijd verhoren.
De geboren Heere Jezus maakt zalig. Dat is het eerste wat opvalt aan de betekenis van Zijn Naam. Daar zaten de meeste mensen in die tijd niet op te wachten. De meeste mensen in Israël hoopten in die tijd op een verlosser, die Israël zou gaan verlossen uit de hand van de Romeinen. Hoewel er ook mensen waren, die wèl echt uitkeken naar de komst van de Zaligmaker. Mensen als de herders, als Anna en als Simeon. Hij verwachtte de Zaligmaker, Hij verwachtte de Vertroosting Israëls.
b. Jezus betekent: Hij zal Zijn volk zalig maken (en dat is het tweede wat opvalt aan de betekenis van Zijn Naam) van hun zonden. Hij zal Zijn volk zalig maken van hun zonden.
Denk je ook wel eens bij jezelf, meisjes, jongens: ‘Was ik nu maar een beetje beter. Had ik maar niet zo’n slecht hart. Deed ik maar niet zoveel zonden. Dan zou de Heere waarschijnlijk wel beter luisteren naar mijn bidden...’ Denk je dat? Denk je dat de Heere Jezus geboren is, dat de Zaligmaker gekomen is voor goede mensen…? Nee, dat is niet zo. Hij is niet gekomen voor goede mensen, om hun goedheid te bewonderen. Maar Hij is geboren voor slechte mensen, om hun slechtheid weg te nemen.
Meisjes, jongens, voel je je slecht in je hart tegenover de Heere? Heb je last van je zonden? Moet daar wel eens stil om huilen? U, volwassenen? U, ouderen? Luister dan. Droog dan je tranen. Want dan heeft de Heere op deze kerstdag een blijde boodschap voor je: de Zaligmaker, de Heere Jezus is juist gekomen voor zulke mensen. Juist voor mensen die heel veel zonden hebben. Hij is juist gekomen om zulke mensen zalig te maken van hun zonden.
Als jij heel veel zonden ziet in je hart, dan moet je naar de kribbe van Bethlehem, dan moet je naar de Heere Jezus toe gaan. Want dan ben je bij Hem aan het goede adres. Want Hij maakt zalig van zonde.
Laten we daar van gaan zingen uit Psalm 72:7: Nooddruftigen zal Hij verschonen; Aan armen, uit genâ, Zijn hulpe ter verlossing tonen; Hij slaat hun zielen gâ. Als hen geweld en list bestrijden, Al gaat het nog zo hoog; Hun bloed, hun tranen en hun lijden Zijn dierbaar in Zijn oog.
Gemeente, nog even goed lezen. Want engel zegt niet: Hij zal zalig maken van zonde (enkelvoud)… Maar meervoud: Hij zal Zijn volk zalig maken van hun zonden! Zoals bij het Heilig Avondmaal altijd gezegd wordt: Tot een volkomen verzoening van al onze zonden. Zoals staat in Psalm 103: Die al uw ongerechtigheid vergeeft.
Hij zal Zijn volk zalig maken van hun zonden. Dus niet alleen van bepaalde zonden, maar van alle zonden. Want weet je, meisjes en jongens, ons hart zit vol met zonden. En als de Heere je daar iets van laat zien, dan ga je steeds meer zien. Dan zie je steeds meer, dat het waar is wat de Heere Jezus zegt in Mattheüs 15: Want uit het hart komen voort boze bedenkingen, doodslagen, overspelen, hoererijen, dieverijen, valse getuigenissen, lasteringen (15:19).
Vroeger had je misschien alleen oog voor de buitenkant van je leven, voor wat anderen daarvan zagen. Maar dan ga je bidden, zoals David in Psalm 51: Herschep mijn (onverbeterlijke) hart(!), en reinig U, o HEERE, die vuile bron van al mijn wanbedrijven.
c. Hij zal (dat is het derde wat opvalt aan de betekenis van Zijn Naam), Hij zal Zijn volk zalig maken van hun zonden. Zijn volk zal Hij zalig maken van hun zonden.
Dus…, voor wie is de Heere Jezus gekomen? Wie mag er naar Hem toe gaan? Wie mag er vergeving aan Hem vragen? Iedereen. Wij allemaal. En de Heere zal noot iemand wegsturen. Iedereen mag naar Hem toegaan. Maar wie gaat er eigenlijk echt naar Hem toe?
Niet de mensen die geen last hebben van hun zonden. Maar wèl die mensen, die in hun hart voelen: Ik heb de Heere nodig. Om het weer goed te maken tussen Hem en mij. Om mij te verlossen van mijn zonden. Om mij zalig te maken.
De Bijbel geeft aan dat soort mensen verschillende namen. De Heere noemt die mensen: armen en ellendigen, mensen die geen rust kunnen vinden, mensen die vermoeid en belast zijn. Als ze naar zichzelf kijken, dan zeggen ze: ‘Heere, ik heb niks. Ik ben ellendig. En niets en niemand kan me helpen, dan U alleen, Heere.’
Dat zijn mensen die naar de Heere gaan verlangen. Ze zien dat ze het zelf niet kunnen oplossen. Ze gaan hopen dat Heere het gaat voor hen gaat oplossen. Op zichzelf durven ze niet meer te vertrouwen. Maar de Heere leert ze, om op Hem te gaan vertrouwen (door het werk van de Heere in hun hart).
De Heere zegt het Zelf in het Bijbelboek Zefanja: Ik zal in het midden van u doen overblijven een ellendig en arm volk; die zullen op den Naam des HEEREN betrouwen. Die mensen, zulke mensen, noemt de Heere hier: Zijn volk! Dat durven ze zelf misschien wel niet te geloven. Maar de Heere zegt het. Vind je dat geen wonder, dat de Heere dat vanmorgen tegen zulke mensen zegt?
Dat is(!) het wonder van Kerst. Dat de Heere vanmorgen tegen zulke mensen zegt: Geestelijk arme en ellendige mensen, u die zoveel last hebt van uw zonden, u die op Mij hoopt, u bent om Jezus’ wil Mijn volk. Ik zal u om Hem, om de geboren Zaligmaker, zalig maken van al uw zonden.
Dat is het wonder van Kerst. Een wonder van genade! Een wonder van de eenzijdige liefde van de Heere. Dat de Heere zegt: ‘Arme en ellendige mensen, u die zo veel last hebt van uw zonden, u die van uzelf wegkijkt en uw hoop op Mij richt, u bent Mijn volk! Ik kwam voor u. Ik ben (daar denken we vandaag aan) uit de hemel naar de aarde gekomen voor u.
En dus, mensen met tranen in uw ogen, met tranen in uw hart om al uw zonden, ik verkondig u grote blijdschap: De Heere (het gaat van Hem uit!), de Heere verbindt Zich in de volheid van de tijd (met kerst) aan u. Wat u biddend en roepend aan Hem bindt, dat zijn uw zonden. En wat Hem aan u bindt, dat zijn ook… uw zonden. Want Hij is gekomen om te zoeken en zalig te maken wat verloren is.
En dus, jongens en meisjes met tranen in je ogen, met tranen in je hart om al je zonden, ik verkondig je grote blijdschap: De Heere kwam met kerst naar deze aarde voor jou. Om voor jouw zonden te betalen. Om jou weer terug te brengen bij God.
Het geboren Kind van Bethlehem heet Jezus, want Hij zal Zijn volk zalig maken van hun zonden. d. Ik zal (dat is het vierde wat opvalt aan de betekenis van Zijn Naam), Ik zal, zegt de HEERE, Mijn volk (dat arme en ellendige, dat God zoekende en treurende volk) zalig maken van hun zonden.
Ja, en daar twijfel je misschien wel een beetje aan. Als je kijkt naar je hart. Het is zo slecht. Je zegt: Ik heb zo veel zonden… Ja, en daarom past deze Jezus zo goed bij jou, bij die zondaar.
Hij zal Zijn volk zalig maken van hun zonden. Dat zal Hij doen. Geen twijfel aan. De Heere belooft het. En wat Hij beloofd heeft (zo begint Mattheüs in vers 1), dat zal Hij doen. Hoe donker de weg naar de vervulling van de belofte ook kan zijn. Hoe dat ook door onmogelijkheden aan onze kant heen kan gaan. Hoe lang er soms ook op gewacht moet worden. Maar (zo is het eeuwen lang gebleken!), de HEERE houdt Zijn Woord.
En dus zegt Psalm 130: Israël hope op de HEERE; want bij de HEERE is goedertierenheid, en bij Hem is veel verlossing. En Hij zal(!) Israël verlossen van al zijn ongerechtigheden (Ps. 130:7.8). En dus zegt Jesaja in Jesaja 25:9En men zal te dien dage zeggen: Ziet, Deze is onze God; wij hebben Hem verwacht, en Hij zal ons zalig maken. Deze is de HEERE, wij hebben Hem verwacht, wij zullen ons verheugen en verblijden in Zijn zaligheid.: En men zal te dien dage zeggen: Zie, Deze is onze God; wij hebben Hem verwacht, en Hij zal(!) ons zalig maken; Deze is de HEERE, wij hebben Hem verwacht, wij zullen(!) ons verheugen en verblijden in Zijn zaligheid. En dus zegt Jesaja in Jesaja 35:4Zegt den onbedachtzamen van harte: Weest sterk, en vreest niet; ziet, ulieder God zal ter wrake komen met de vergelding Gods. Hij zal komen en ulieden verlossen.: Hij zal(!) komen en u verlossen.
Gemeente, meisjes en jongens, wat betekent de Naam Jezus voor u, voor jou? Ik kan me voorstellen, als je jezelf goed vind (en zeker niet slecht), als je geen last hebt je zonden, dat Kerst je dan weinig zegt. Ja, dan is het allemaal wel mooi en gezellig. Dan kan wel je over Jezus praten en zingen. Maar dan is Zijn Naam van weinig betekenis voor je. Dan heeft Zijn Naam geen bijzondere waarde voor je.
Want wat moet je met een Zaligmaker van zonden, als je daar geen last van hebt? Dan zeg je met Pilatus: Wat zal ik dan doen met Jezus (Matt. 27:22Pilatus zeide tot hen: Wat zal ik dan doen met Jezus, Die genaamd wordt Christus? Zij zeiden allen tot hem: Laat Hem gekruisigd worden.)?
Maar, gemeente, meisjes en jongens, wat wordt die Naam ‘Jezus’ een bijzondere Naam. Voor mensen die de Heere ontdekt heeft aan hun zonden, aan hun ellende, hun armoede en hun schuld voor God. De Heere heeft je eraan ontdekt, dat wil zeggen: de Heere heeft het aan je laten zien, dat je zoveel zonden hebt. Je denkt er vaak aan… Je tobt er over… Hoe komt het toch ooit weer goed, met God?
Krijg je dan geen traan van verwondering in je ogen, midden in al je getob over je zonden, als je dan vanmorgen hier leest en hoort: Zijn Naam is Jezus, want Hij zal Zijn volk (die armen en ellendigen, die tobbers, die op Zijn Naam betrouwen), Hij zal Zijn volk zalig maken? Zalig maken van hun zonden?
Als je dan, midden in je worsteling, leest wat Paulus schrijft aan Timotheüs: Dit is een getrouw woord, en alle aanneming waardig, dat Christus Jezus in de wereld gekomen is, om de zondaren(!) zalig te maken, van welke ik de voornaamste ben. Wat gaat Zijn Naam dan schitteren. Die Naam zou heilig, groot en goed.
De Naam van Hem, Die Zijn volk zal zalig maken, Die Zijn volk zal verlossen. Van de schuld van hun zonden. Door ze van al die zonden schoon te wassen, met Zijn
verzoenende bloed. Want dat woord ‘zalig maken’ trekt hier met Kerst direct al de lijn van Bethlehem door naar Golgotha.
Hij zal Zijn volk zalig maken… Zeker, door Zijn nederige geboorte in de stal in Bethlehem nu. Maar vooral ook straks door Zijn verhoging aan het kruis. Waar Hij Zijn kostbare bloed zal geven, om Zijn volk voor altijd vrij te kopen van hun schuld. En zo terug brengen tot God. Hij zal Zijn volk zalig maken. Hij zal ze verlossen van de schuld van al hun zonden. Door ze te wassen in Zijn bloed. Hij zal ze verlossen ook van de macht van de zonde. Door Zijn Heilige Geest aan hen te geven in hun hart. En Hij zal ze uiteindelijk zelfs verlossen van alle gevolgen van de zonde.
Zijn Naam, deze Naam Jezus, is een bemoediging voor vermoeide en belaste zondaars. Bent u zo iemand? Zo iemand die roept: Wat moet ik doen om zalig te worden? Hoe kom ik toch ooit met God verzoend?
Deze Naam nodigt u uit om ook dit te roepen: ‘Heere Jezus, gezonden door de Vader, geboren in Bethlehem, Zaligmaker van zondaars, ik heb zo nodig dat U ook mij(!) zalig maakt. O, lieve Heere Jezus, wees ook mijn Jezus. Ik werp me op U. Ik vlucht tot U. Ik geef me helemaal over aan U. Ik ben het eens met U, o God, dat ik niets kan en zal doen. Maar dat U alles gaat doet. Om en door deze Zaligmaker. U bent, o Heere, de door God gegeven, en nu ook aan mij aangeboden Zaligmaker van zondaars. U bent ook mijn Zaligmaker. Die ik in diep berouw en met schaamte, ontvang, omhels en aanbid. Als ook mijn Heere en God!’
Gemeente, Kerst preekt ons Jezus, de door God gezonden en vrijwillig gekomen Zaligmaker van zondaars. Van zondaars… En daar groeien we (als het goed is) nooit bovenuit. Nooit worden we meer als: zondaar. Geen zondaar met een plusje, geen zondaar met een lintje, geen zondaar met een kroontje. Maar: zondaars en niets meer. En als u wel meer denkt te zijn, dan hoop ik dat u daar zo snel mogelijk en voor altijd doorheen zakt.
Jaren na zijn bekering zegt Paulus (in 1 Timotheüs 1:15Dit is een getrouw woord, en alle aanneming waardig, dat Christus Jezus in de wereld gekomen is, om de zondaren zalig te maken, van welke ik de voornaamste ben.): Dit is een getrouw woord, en alle aanneming waardig, dat Christus Jezus in de wereld gekomen is, om de zondaren zalig te maken, van welke ik de voornaamste ben(!) Zondaar, dat ben ik. Zondaar dat blijf ik. Maar wonder van vrije en eenzijdige genade. En dat is kerst! God heeft de Zaligmaker van zondaars(!) naar deze wereld gestuurd.
En de herinnering daaraan op deze dag, is een wonder in onze ogen. God is geopenbaard in het vlees. Immanuël, de zondeloze God met ons, zondaars, blijvende zondaars. Jezus, Zaligmaker van zondaars.
De Namen, zo heilig, groot en goed, dat is Kerst.
Dat was, wat de engelen deed zingen in de velden van Efratha: Ere zij God! Dat was, wat de herders met haast naar Bethlehem deed gaan. Dat was, wat de Wijzen uit het Oosten deed knielen aan de kribbe. En dat is wat ook ons vanmorgen…
Of…? Of hebt u helemaal niets met deze Jezus? Groter geschenk is er van de hemel nooit gegeven. Maar Kerst gaat (zoals altijd, ook nu weer) aan u voorbij. Wat bent u eigenlijk aan het doen? U speelt met vuur. Als u Hem negeert, als u Hem veracht, als u Hem niet acht. Want, lieve mensen, hoe zult u toch ontvlieden, als u op zo grote zaligheid geen acht neemt? Op een zo grote zaligheid, op een zo grote Zaligmaker? Die juist zo goed bij u zou passen… Mensen, buig voor Hem. Aanbid Hem. Kus de Zoon. Bij Wie genade te krijgen is voor al uw zonden.
Want niemand is te slecht voor Jezus. Niemand is te hard, niemand is te koud, niemand te oud of te jong voor Jezus. Als u maar zondaar wilt zijn. En meer niet. Want zijn Naam is JEZUS, Zaligmaker van zondaars.
Kinderen van God, arm en ellendig in uzelf, u die hoopt op de Naam van Heere. Zijn Naam is Jezus. En Hij, Hij alleen, zal ons verlossen. Nu ten dele, maar straks helemaal en voor altijd… Van al onze ongerechtigheden. Van al onze blijvende onheiligheid. En uiteindelijk ook van de zonde zelf, en van het lichaam van deze zonde.
Dan zullen we komen (met haast) en aanbidden. Niet voor Zijn kribbe, maar voor Zijn troon. En dan zullen we eeuwig zingen van Zijn Naam, van deze Naam Jezus. Zo heilig, groot en goed… voor zondaars.
Amen.
Andere preken over Mattheüs
Andere preken voor Kerst
Andere gerelateerde preken