Terug naar alle Bijbelboeken

Psalmen

Preken uit het Bijbelboek Psalmen. In dit poëtische Bijbelboek openbaart de HEERE de rijkdom van het geloofsleven, van de diepten van de klacht tot de hoogten van de lofprijzing. Bekijk hieronder het overzicht van preken over onder meer de Messiaanse psalmen, de boetpsalmen, de beden om leiding en de dankzeggingen voor de goedertierenheid des HEEREN.

Twee wegen aan het begin van het nieuwe jaar - Psalm 1

Psalm 1:1: Welgelukzalig is de man die niet wandelt in den raad der goddelozen, noch staat op den weg der zondaren, noch zit in het gestoelte der spotters.

Wie zal ons het goede doen zien? - Psalm 4

Psalm 4:7: Velen zeggen: Wie zal ons het goede doen zien? Verhef Gij over ons het licht Uws aanschijns, o HEERE.

Aanwijzingen voor persoonlijk gebed - Psalm 5

Psalm 5:3: Merk op de stem mijns geroeps, o mijn Koning en mijn God; want tot U zal ik bidden.

Hoog vertrek in tijden van benauwdheid – Psalm 9

Psalm 9:10-11: En de HEERE zal een hoog Vertrek zijn voor den verdrukte; een hoog Vertrek in tijden van benauwdheid. En die Uw Naam kennen, zullen op U vertrouwen, omdat Gij, HEERE, niet hebt verlaten degenen die U zoeken.

Hoe lang, HEERE? - Psalm 13

Psalm 13:2: Hoelang, HEERE, zult Gij mij steeds vergeten? Hoelang zult Gij Uw aangezicht voor mij verbergen?

Op God geworpen van de baarmoeder af - Psalm 22

Psalm 22:10-11: Gij zijt het immers, Die mij uit den buik hebt uitgetogen; Die mij hebt doen vertrouwen, zijnde aan mijner moeders borsten. Op U ben ik geworpen van de baarmoeder af; van den buik mijner moeder aan zijt Gij mijn God.

De HEERE is mijn Herder – Psalm 23

Psalm 23:1-2: Een psalm van David. De HEERE is mijn Herder, mij zal niets ontbreken. Hij doet mij nederliggen in grazige weiden; Hij voert mij zachtkens aan zeer stille wateren.

Vergeef mijn ongerechtigheid - Psalm 25

Psalm 25:11: Lamed. Om Uws Naams wil, HEERE, zo vergeef mijn ongerechtigheid, want die is groot.

De stem des HEEREN: onweer, storm en stilte - Psalm 29

Psalm 29:4-5: De stem des HEEREN is met kracht; de stem des HEEREN is met heerlijkheid. De stem des HEEREN breekt de ceders; ja, de HEERE verbreekt de ceders van Libanon.

Zegen en nut van tegenspoed en duisternis - Psalm 30

Psalm 30:5-6: Psalmzingt den HEERE, gij Zijn gunstgenoten, en zegt lof ter gedachtenis Zijner heiligheid. Want een ogenblik is er in Zijn toorn, maar een leven in Zijn goedgunstigheid; des avonds vernacht het geween, maar des morgens is er gejuich.

Jonge leeuwen of de Heere zoeken - Psalm 34

Psalm 34:11: Caph. De jonge leeuwen lijden armoede en hongeren, maar die den HEERE zoeken, hebben geen gebrek van enig goed.

Wentel uw weg op de HEERE - Psalm 37

Psalm 37:5-6: Wentel uw weg op den HEERE, en vertrouw op Hem, Hij zal het maken; En zal uw gerechtigheid doen voortkomen als het licht, en uw recht als den middag.

Zie, Ik kom - Psalm 40

Psalm 40:8-9: Toen zeide Ik: Zie, Ik kom; in de rol des boeks is van Mij geschreven. Ik heb lust, o Mijn God, om Uw welbehagen te doen; en Uw wet is in het midden Mijns ingewands.

Mijn ziel dorst naar God - Psalm 42

Psalm 42:3: Mijn ziel dorst naar God, naar den levenden God; wanneer zal ik ingaan, en voor Gods aangezicht verschijnen?

Laat af en weet dat Ik God ben - Psalm 46

Psalm 46:11: Laat af, en weet dat Ik God ben; Ik zal verhoogd worden onder de heidenen, Ik zal verhoogd worden op de aarde.

Offer Gode dank - Psalm 50

Psalm 50:1: Een psalm van Asaf. De God der goden, de HEERE spreekt, en roept de aarde, van den opgang der zon tot aan haar ondergang.

Ik zoek U in de dageraad - Psalm 63

Psalm 63:2: O God, Gij zijt mijn God, ik zoek U in den dageraad; mijn ziel dorst naar U, mijn vlees verlangt naar U, in een land, dor en mat, zonder water.

De volken zullen U, o God, loven (intrede Houten) - Psalm 67

Psalm 67:7-8: De aarde geeft haar gewas; God, onze God, zal ons zegenen. God zal ons zegenen; en alle einden der aarde zullen Hem vrezen.

Gaven voor wederhorigen - Psalm 68

Psalm 68:19: Gij zijt opgevaren in de hoogte, Gij hebt de gevangenis gevankelijk gevoerd, Gij hebt gaven genomen om uit te delen onder de mensen; ja, ook de wederhorigen, om bij U te wonen, o HEERE God!

Morenland zal zich haasten - Psalm 68

Psalm 68:32: Prinselijke gezanten zullen komen uit Egypte; Morenland zal zich haasten zijn handen tot God uit te strekken.

Zolang zon en maan zullen zijn - Psalm 72

Psalm 72:5: Zij zullen U vrezen, zolang de zon en maan zullen zijn, van geslacht tot geslacht.

Hand vol koren, vrucht zal ruisen (afscheid) – Psalm 72

Psalm 72:16: Is er een handvol koren in het land op de hoogte der bergen, de vrucht daarvan zal ruisen als de Libanon; en die van de stad zullen bloeien als het kruid der aarde.

Van kind tot kind - Psalm 72

Psalm 72:17: Zijn Naam zal zijn tot in eeuwigheid; zolang als er de zon is, zal Zijn Naam van kind tot kind voortgeplant worden; en zij zullen in Hem gezegend worden; alle heidenen zullen Hem welgelukzalig roemen.

Aanschouw het verbond – Psalm 74

Psalm 74:20: Aanschouw het verbond, want de duistere plaatsen des lands zijn vol woningen van geweld.

De daden des HEEREN gedenken – Psalm 77

Psalm 77:11-13: Daarna zeide ik: Dit krenkt mij; maar de rechterhand des Allerhoogsten verandert. Ik zal de daden des HEEREN gedenken, ja, ik zal gedenken Uw wonderen van oudsher, En zal al Uw werken betrachten, en van Uw daden spreken.

Niet verbergen voor hun kinderen - Psalm 78

Psalm 78:4: Wij zullen het niet verbergen voor hun kinderen, voor het navolgende geslacht, vertellende de loffelijkheden des HEEREN, en Zijn sterkheid en Zijn wonderen, die Hij gedaan heeft.

Doe verzoening om Uws Naams wil - Psalm 79

Psalm 79:9: Help ons, o God onzes heils! ter oorzake van de eer Uws Naams; en red ons, en doe verzoening over onze zonden, om Uws Naams wil.

Zelfs de mus en de zwaluw - Psalm 84

Psalm 84:4: Zelfs vindt de mus een huis, en de zwaluw een nest voor zich, waar zij haar jonkskens legt, bij Uw altaren, HEERE der heirscharen, mijn Koning en mijn God.

Wie is als God? - Psalm 89

Psalm 89:7: Want wie mag in den hemel tegen den HEERE geschat worden? Wie is den HEERE gelijk onder de kinderen der sterken?

Wat man leeft er? (Gray) - Psalm 89

Psalm 89:49: Wat man leeft er die den dood niet zien zal, die zijn ziel zal bevrijden van het geweld des grafs? Sela.

De HEERE regeert – Psalm 99

Psalm 99:1: De HEERE regeert, dat de volken beven; Hij zit tussen de cherubs; de aarde bewege zich.

Gelijk zich een vader ontfermt - Psalm 103

Psalm 103:13: Gelijk zich een vader ontfermt over de kinderen, ontfermt Zich de HEERE over degenen die Hem vrezen.

God heb ik lief – Psalm 116

Psalm 116:1-2: Ik heb lief, want de HEERE hoort mijn stem, mijn smekingen. Want Hij neigt Zijn oor tot mij; dies zal ik Hem in mijn dagen aanroepen.

Wat zal ik de HEERE vergelden? - Psalm 116

Psalm 116:12: Wat zal ik de HEERE vergelden voor al Zijn weldaden aan mij bewezen?

Doe mij treden op pad Uw geboden - Psalm 119

Psalm 119:35: Doe mij treden op het pad Uwer geboden, want daarin heb ik lust.

Bezweken van verlangen – Psalm 119

Psalm 119:81-83: Mijn ziel is bezweken van verlangen naar Uw heil; op Uw woord heb ik gehoopt. Mijn ogen zijn bezweken van verlangen naar Uw toezegging, terwijl ik zeide: Wanneer zult Gij mij vertroosten? Want ik ben geworden als een lederen zak in den rook; doch Uw inzettingen heb ik niet vergeten.

Zo de HEERE het huis niet bouwt - Psalm 127

Psalm 127:1: Een lied Hammaäloth, van Sálomo. Zo de HEERE het huis niet bouwt, tevergeefs arbeiden deszelfs bouwlieden daaraan; zo de HEERE de stad niet bewaart, tevergeefs waakt de wachter.

De ware bidder - Psalm 130

Psalm 130:3-4: Zo Gij, HEERE, de ongerechtigheden gadeslaat, Heere, wie zal bestaan? Maar bij U is vergeving, opdat Gij gevreesd wordt.

HEERE, wie zal bestaan? - Psalm 130

Psalm 130:3: Zo Gij, HEERE, de ongerechtigheden gadeslaat, Heere, wie zal bestaan?

Ik verwacht de HEERE - Psalm 130

Psalm 130:4-6: Maar bij U is vergeving, opdat Gij gevreesd wordt. Ik verwacht den HEERE, mijn ziel verwacht, en ik hoop op Zijn woord. Mijn ziel wacht op den Heere, meer dan de wachters op den morgen; de wachters op den morgen.

Hij zal Israël verlossen - Psalm 130

Psalm 130:7-8: Israël hope op den HEERE; want bij den HEERE is goedertierenheid, en bij Hem is veel verlossing. En Hij zal Israël verlossen van al zijn ongerechtigheden.

Zingen van de wegen des HEEREN - Psalm 138

Psalm 138:8: De HEERE zal het voor mij voleinden; Uw goedertierenheid, HEERE, is in eeuwigheid; laat niet varen de werken Uwer handen.

Als een borduursel, een ongevormde klomp – Psalm 139

Psalm 139:14-16: Ik loof U, omdat ik op een heel vreselijke wijze wonderbaarlijk gemaakt ben; wonderlijk zijn Uw werken; ook weet het mijn ziel zeer wel. Mijn gebeente was voor U niet verholen, als ik in het verborgene gemaakt ben, en als een borduursel gewrocht ben in de nederste delen der aarde. Uw ogen hebben mijn ongeformeerden klomp gezien; en al deze dingen waren in Uw boek geschreven, de dagen als zij geformeerd zouden worden, toen nog geen van die was.

God hoort roepen van de jonge raven - Psalm 147

Psalm 147:9: Die het vee zijn voeder geeft, aan de jonge raven als zij roepen.