19 januari 2025
Mattheüs 5:9: Zalig zijn de vreedzamen; want zij zullen Gods kinderen genaamd worden.
INLEIDING
Korte Avondmaalspreek over: Zalig zijn de vreedzamen; want zij zullen Gods kinderen genaamd worden.
MATTHEÜS 5:1-12
1 En Jezus de scharen ziende, is geklommen op een berg; en als Hij nedergezeten was, kwamen Zijn discipelen tot Hem.
2 En Zijn mond geopend hebbende, leerde Hij hen, zeggende:
3 Zalig zijn de armen van geest; want hunner is het Koninkrijk der hemelen.
4 Zalig zijn die treuren; want zij zullen vertroost worden.
5 Zalig zijn de zachtmoedigen; want zij zullen het aardrijk beërven.
6 Zalig zijn die hongeren en dorsten naar de gerechtigheid; want zij zullen verzadigd worden.
7 Zalig zijn de barmhartigen; want hun zal barmhartigheid geschieden.
8 Zalig zijn de reinen van hart; want zij zullen God zien.
9 Zalig zijn de vreedzamen; want zij zullen Gods kinderen genaamd worden.
10 Zalig zijn die vervolgd worden om der gerechtigheid wil; want hunner is het Koninkrijk der hemelen.
11 Zalig zijt gij als u de mensen smaden en vervolgen, en liegende alle kwaad tegen u spreken, om Mijnentwil.
12 Verblijdt en verheugt u, want uw loon is groot in de hemelen; want alzo hebben zij vervolgd de profeten die vóór u geweest zijn.
VOLLEDIGE TEKST
ds. J. IJsselstein - Mattheüs 5:9
Geliefde gemeente, ik wil vanmorgen voor de bediening van het Heilig Avondmaal kort uw aandacht vragen voor Mattheüs 5:9Zalig zijn de vreedzamen; want zij zullen Gods kinderen genaamd worden.. Daar zegt de Heere Jezus:
Eigenlijk staat er: zalig zijn de vredestichters, de vredemakers, want zij zullen zonen van God genoemd worden.
Van nature hebben we in ons hart geen vrede. De profeet Jesaja zegt in Jesaja 57:21De goddelozen, zegt mijn God, hebben geen vrede.: De goddelozen, zegt mijn God, hebben geen vrede. Geen vrede met God. En ook geen vrede met de naaste. We zijn van nature geneigd God en onze naaste te haten. Onze karakters dragen van nature de doorns en de distels van het verloren paradijs.
Maar genade… a. Genade brengt als eerste terug tot de vrede met God. Paulus schrijft in Kolossenzen 1:19-20Want het is des Vaders welbehagen geweest, dat in Hem al de volheid wonen zou; En dat Hij, door Hem vrede gemaakt hebbende door het bloed Zijns kruises, door Hem, zeg ik, alle dingen verzoenen zou tot Zichzelven, hetzij de dingen, die op de aarde, hetzij de dingen die in de hemelen zijn., dat het het welbehagen van de Vader is geweest om door Christus vrede te maken. Dat is, waar Christus de hoge prijs van Zijn bloed voor betaalde: Vrede gemaakt hebbende door het bloed Zijns kruises.
b. Maar genade vernieuwt ook, en maakt ook Gods kinderen zelf: vreedzaam. Van nature zijn we doorns en distels, maar (zegt Jesaja 55:13Voor een doorn zal een denneboom opgaan, voor een distel zal een mirteboom opgaan; en het zal den HEERE wezen tot een naam, tot een eeuwig teken, dat niet uitgeroeid zal worden.): Voor een doorn zal een dennenboom opgaan, en voor een distel zal een mirtenboom opgaan.
Genade brengt ons tot de vrede met God. En genade brengt weer iets terug in ons leven, van het beeld van God Zelf. Die de God des vredes wordt genoemd (Hebr. 13:2Vergeet de herbergzaamheid niet; want hierdoor hebben sommigen onwetend engelen geherbergd.). En van Christus, Die de Vredevorst wordt genoemd (Jes. 9:6). Die in Zijn leven op aarde Zijn discipelen zo vaak vrede heeft toegevoegd: Vrede zij ulieden! Vrede laat Ik u, Mijn vrede geef Ik u (Joh. 14:27Vrede laat Ik u, Mijn vrede geef Ik u; niet gelijkerwijs de wereld hem geeft, geef Ik hem u. Uw hart worde niet ontroerd en zij niet versaagd.). Hij bad erom in Johannes 17: Heilige Vader, bewaar hen in Uw Naam, die Gij Mij gegeven hebt, opdat zij één zijn (in liefde en vrede), gelijk als Wij (Joh. 17:11). En dat is wat Hij Zijn discipelen óók meegaf als opdracht: Houdt vrede onder elkander (Mark. 9:50Het zout is goed; maar indien het zout onzout wordt, waarmede zult gij dat smakelijk maken? Hebt zout in uzelven, en houdt vrede onder elkander.).
God Zelf versiert Zijn kinderen met iets van die vrede, die Christus maakte. Waardoor we de vrede gaan liefhebben. En dus vergelijkt de Heere Zijn kinderen met vredelievende duiven, in Hooglied 2:14Mijn duive, zijnde in de kloven der steenrotsen, in het verborgene ener steile plaats, toon Mij uw gedaante, doe Mij uw stem horen; want uw stem is zoet, en uw gedaante is liefelijk., als Hij zegt: Mijn duive, zijnde in de kloven der steenrots, in het verborgene ener steile plaats, toon Mij uw gedaante, doe Mij uw stem horen; want uw stem is zoet en uw gedaante is lieflijk. En dus vergelijkt de Heere Zijn kinderen ook met vredelievende schapen en lammeren.
Genade maakt ons voorzichtig. Genade dringt ons om weg te blijven van twist en wrok. Denkend aan wat Paulus schrijft in Romeinen 12: Indien het mogelijk is, zoveel in u is, houdt vrede alle mensen (Rom. 12:18) Denken aan wat Paulus schrijft aan de Thessalonicenzen: Ziet dat niemand kwaad voor kwaad iemand vergelde, maar jaagt allen tijd het goede na, zo jegens elkander als jegens allen (1 Thess. 5:15Ziet, dat niemand kwaad voor kwaad iemand vergelde; maar jaagt allen tijd het goede na, zo jegens elkander als jegens allen.). Want we zijn tot vrede geroepen (1 Kor. 7:15Maar indien de ongelovige scheidt, dat hij scheide. De broeder of de zuster wordt in zodanige gevallen niet dienstbaar gemaakt; maar God heeft ons tot vrede geroepen.).
Wie door genade gebracht is tot de vrede met God, het kan niet anders, die verlangt ook naar vrede met zijn of haar medemensen. Die vecht tegen zijn of haar eigen hoogmoed en trots, en zoekt ootmoed. Die strijdt tegen zijn op haar opwellende twist en wrok, en zoekt vrede. Kennen wij iets van dit zoeken van de vrede? Kennen wij iets van dit vernieuwende werk van Gods genade in ons hart? Waardoor we twist en wrok zijn gaan haten?
Uit genade (zoals Zondag 13 van de Catechismus zegt), tot kinderen aangenomen. Door eenzijdige genade van God. Door een bovennatuurlijk, krachtig werk van God de Heilige Geest.
En één van de kenmerken van zulke geestelijke kinderen is, dat ze in beginsel, enigszins, door genade en door Gods werk in hun hart, gaan lijken op hun hemelse Vader. Zoals staat in Kolossenzen 3:10En aangedaan hebt den nieuwen mens, die vernieuwd wordt tot kennis, naar het evenbeeld Desgenen, Die hem geschapen heeft;: Gij hebt aangedaan de nieuwe mens, die vernieuwd wordt tot kennis, naar het evenbeeld Desgenen Die hem geschapen heeft. Vernieuwd dus naar Gods beeld.
Wat moet ons dat, kinderen van God, in al ons gebrek, in al ons gemis en in al onze armoede tot verwondering zijn. Dat de Heere ons onverdiend en zo genadig: Zijn kinderen noemt. Vol onbegrijpelijke liefde en zachtmoedige teerheid. Zoals de Heere zegt in Jeremia 31:20Is niet Efraïm Mij een dierbare zoon, is hij Mij niet een troetelkind? Want sinds Ik tegen hem gesproken heb, denk Ik nog ernstelijk aan hem; daarom rommelt Mijn ingewand over hem; Ik zal Mij zijner zekerlijk ontfermen, spreekt de HEERE.: Is niet Efraïm Mij een dierbare zoon? Is hij Mij niet een troetelkind? Mijn ingewand rommelt over hem. Ik zal Mij zijner zekerlijk ontfermen, spreekt de HEERE. Gods kinderen zijn Zijn dierbare kinderen, Zijn troetelkinderen. Hier schittert alles van genade en van eenzijdige liefde!
En wat is dat troostvol! Want als Heere ons Zijn kinderen noemt, dan is Hij onze Vader. Hij is (zegt Zondag 46) door Christus onze Vader geworden. Die als een Vader geduld heeft met onze zwakheden en gebreken. Die als een Vader mild is en gaarne vergevend. Die als een Vader ons verzorgt, beschermt en bewaart. Die als een Vader ons vrijmoedige toegang geeft tot Zijn genadetroon. Die als een Vader ons zegent en alle dingen ten beste van ons keert. Die als een Vader ons Zijn Heilige Geest wil geven, als wij daarom bidden (Luk. 11:13Indien dan gij, die boos zijt, weet uw kinderen goede gaven te geven, hoeveel te meer zal de hemelse Vader den Heiligen Geest geven dengenen, die Hem bidden?). Die als een Vader ons in Vaderlijke liefde wil omhelzen. Die als een Vader ons aan Zijn Vaderhart wil drukken.
Ziet, hoe grote liefde ons de Vader gegeven heeft, namelijk dat wij kinderen Gods genaamd zouden worden (1 Joh. 3:1Ziet, hoe grote liefde ons de Vader gegeven heeft, namelijk dat wij kinderen Gods genaamd zouden worden. Daarom kent ons de wereld niet, omdat zij Hem niet kent.).
Tot slot, kinderen van God, geliefde medechristenen. Alles wat we tot nu toe gehoord hebben vanuit de Zaligsprekingen, alles wijst ons op ons gebrek. We hebben maar een klein beginsel van onze nieuwe gehoorzaamheid. En alles dringt ons tot ootmoed, tot nederigheid, tot schaamte en berouw. Want wij hebben van onszelf van dit alles niets. En dus dringt dit alles ons om te vluchten tot Christus! Met de bede van de Kananese vrouw op de lippen: Heere, help mij! (Matth. 15:25En zij kwam en aanbad Hem, zeggende: Heere, help mij!) Met de woorden van Petrus op de lippen: Heere, U weet alle dingen (Joh. 21:17Hij zeide tot hem ten derden maal: Simon, zoon van Jonas, hebt gij Mij lief? Petrus werd bedroefd, omdat Hij ten derden maal tot hem zeide: Hebt gij Mij lief, en zeide tot Hem: Heere! Gij weet alle dingen, Gij weet, dat ik U liefheb. Jezus zeide tot hem: Weid Mijn schapen.).
Maar onze God is het, die om Christus’ wil al onze ongerechtigheid vergeeft, en al onze krankheden geneest (Ps. 103:3Die al uw ongerechtigheid vergeeft, die al uw krankheden geneest;). En die naar Zijn rijkdom al onze nooddruft vervullen zal, in heerlijkheid door Christus Jezus (Fil. 4:19). En dus: Hoop op de Heere alleen!
De God des vredes zij met ons (Rom. 15:33En de God des vredes zij met u allen. Amen.).
Amen.
Andere preken over Mattheüs
Andere preken voor Heilig Avondmaal