PREEK · VRIJE STOFFEN

Vervolging, smaad en laster (4) - Mattheüs 5

19 januari 2025

Mattheüs 5:10: Zalig zijn die vervolgd worden om der gerechtigheid wil; want hunner is het Koninkrijk der hemelen.

INLEIDING

Wie God in Christus wil dienen, zal vervolgd worden — niet om eigen fouten, maar om de gerechtigheid en om Christus' Naam. Dat lijden hoort bij het volgen van de Meester en dient Gods bedoeling: het beproeft en zuivert het geloof, en maakt Gods kinderen meer gelijkvormig aan de kruisdragende Zoon. Dit kruis mag gedragen worden zonder schaamte, biddend, geduldig en zelfs met blijdschap, omdat het loon groot is in de hemelen — net als bij de profeten vóór ons.

THEMA

Kruisdragen om Christus’ wil

KERNPUNTEN

  1. Waarom?
  2. Wat?
  3. Hoe?

MATTHEÜS 5:7-12

7 Zalig zijn de barmhartigen; want hun zal barmhartigheid geschieden.
8 Zalig zijn de reinen van hart; want zij zullen God zien.
9 Zalig zijn de vreedzamen; want zij zullen Gods kinderen genaamd worden.
10 Zalig zijn die vervolgd worden om der gerechtigheid wil; want hunner is het Koninkrijk der hemelen.
11 Zalig zijt gij als u de mensen smaden en vervolgen, en liegende alle kwaad tegen u spreken, om Mijnentwil.
12 Verblijdt en verheugt u, want uw loon is groot in de hemelen; want alzo hebben zij vervolgd de profeten die vóór u geweest zijn.

VOLLEDIGE TEKST

Vervolging, smaad en laster (4) - Mattheüs 5

ds. J. IJsselstein - Mattheüs 5:10

THEMA

Kruisdragen om Christus’ wil

AANDACHTSPUNTEN

  1. Waarom?
  2. Wat?
  3. Hoe?

Geliefde gemeente, ik preek u met Gods hulp in deze dienst van nabetrachting en dankzegging op het gehouden Heilig Avondmaal over: de laatste zaligspreking. Die staat in Mattheüs 5 vers 10, en wordt verder uitgewerkt wordt in de verzen 11 en 12. Daar lezen we Gods Woord als volgt: Zalig zijn die vervolgd worden om der gerechtigheid wil; want hunner is het Koninkrijk der hemelen. Zalig zijt gij als u de mensen smaden en vervolgen, en liegende alle kwaad tegen u spreken, om Mijnentwil. Verblijdt en verheugt u, want uw loon is groot in de hemelen; want alzo hebben zij vervolgd de profeten die vóór u geweest zijn.

Het thema voor de preek is: Kruis dragen om Christus’ wil

We letten samen op drie aandachtspunten. We letten als eerste op: Waarom kruisdragen? De tekst zegt (in vers 10): om der gerechtigheid wil. En (in vers 11): om Mijnentwil. We letten als tweede op: Wat dat is: kruisdragen? Wat houdt dat in? De tekst zegt (in vers 10): vervolgd worden. En (in vers 11): smaden en vervolgen, en liegende alle kwaad tegen u spreken. Zoals (vers 12) zij ook de profeten voor u behandeld hebben. En we letten als derde op: Hoe we dat kruis mogen dragen. Met blijdschap en vreugde. Vers 12 zegt: Verblijdt en verheugt u, want uw loon is groot in de hemelen\.

Dus: Kruis dragen om Christus’ wil 1. Waarom? 2. Wat? 3. Hoe? En ik zal straks eindigen met een paar persoonlijke toepassingen.

Maar voordat naar ik naar het eerste punt ga, is het goed om op te merken, dat dit nog steeds staat in de context van de zaligsprekingen. Als onlosmakelijke schakel van die ene gulden ketting van genadegaven. Dus ook dit is genade! Het gaat vanavond over de genade om te mogen lijden.

Zoals Paulus zegt in Filippenzen 1:29 Want u is uit genade gegeven in de zaak van Christus, niet alleen in Hem te geloven, maar ook voor Hem te lijden. Met andere woorden, kinderen van God, u mag Christus in uw hart dragen, maar niet zonder Zijn kruis op uw schouders.

Zeker, het is zondermeer waar, dat ons leven als christenen hier niet te vergelijken is met dat van christenen in Noord-Korea, in Somalië, in Jemen, Libië, Soedan of Eritrea. Maar toch zal ook hier in Nederland leven met de Heere gepaard gaan met lijden, hoe dan ook. Dit is met andere woorden niet iets wat alleen sommige kinderen van God treft. Het treft ons allemaal. Al zijn we nog zo zachtmoedig, barmhartig, rein van hart en vrede zoekend. Dat zal ons niet bewaren voor verdrukking. Juist niet! Paulus schrijft aan zijn geestelijke zoon Timotheüs: En ook allen(!) die godzalig willen leven in Christus Jezus, die zullen vervolgd worden (2 Tim. 3:12). Zoals Paulus zegt in Handelingen 14:22: Dat wij door vele verdrukkingen moeten ingaan in het Koninkrijk Gods. Zoals ook staat Mattheüs 16:24: Toen zeide Jezus tot Zijn discipelen: Zo iemand achter Mij wil komen, die verloochene zichzelven, en neme zijn kruis op en volge Mij. Kruis dragend, achter Jezus, de Gekruisigde! Ons eerste aandachtspunt:

1. Waarom

kruisdragen? Waarom dat kruis? Vers 10 zegt: Zalig zijn die vervolgd worden om der gerechtigheid wil. Om de gerechtigheid, waar het in vers 6 ook om ging: Zalig zijn die hongeren en dorsten naar de gerechtigheid. Dat zijn zij, die willen leven in overeenstemming met de wil van de Heere. In heiligheid, in reinheid, ver weg van de zonde, in een dagelijks leven met God.

Wat een constant protest is tegen, en een constante irritatie is voor degenen die de zonde liefhebben. Daarom, zegt Johannes: Daarom kent ons de wereld niet, omdat zij Hem (God) niet kent (1 Joh. 3:1). Daarom haat de wereld de kinderen van God. De Heere Jezus zegt het Zelf tegen Zijn discipelen: En u zult van allen gehaat worden om Mijn Naam (Matt. 10:22). En: Indien u de wereld haat, zo weet dat zij Mij eer dan u gehaat heeft (Joh. 15:18).

Waarom haat de wereld Christus? Omdat Hij als een Licht kwam schijnen in de wereld. Als een Licht schijnend in de duisternis. Om de zonde van de wereld aan het licht te brengen. Maar, schrijft Johannes, dat wilde en wil de wereld niet. Want de mensen hebben de duisternis liever gehad dan het licht, want hun werken waren boos (Joh. 3:19).

En zo zal ook een leven met de Heere (ver weg van de zonde), verzet, irritatie en vijandschap oproepen. Petrus schrijft: de wereld vindt het maar vreemd, als u niet meeloopt tot (als u niet meegaat met) dezelfde uitgieting der overdadigheid (1 Petr. 4:4).

Want zulk leven met de Heere laat merken (als een schijnend licht): Je kan wel anders leven, maar je doet het niet. En zo brengt het de zonde van de wereld aan het licht. En dat wekt vijandschap en haat!

Vers 10 zegt: om der gerechtigheid wil. Om dat merkbaar op afstand blijven van de zonde. Vers 11 zegt: om Mijnentwil, om Christus’ wil. En als je goed kijkt, zie dat het op die manier ineens veel dichterbij komt. In vers 10 gaat om mensen die vervolgd worden, in vers 11 om: u! In vers 10 gaat om: rechtvaardig leven, in vers 11 gaat het om Christus, om Hem persoonlijk, om Mijnentwil. Met andere woorden: om uw persoonlijke band met Mij!

Zoals Petrus later ook dat verschil maakt (zonder ze los te koppelen of er een tegenstelling ervan te maken): Je kan lijden om der gerechtigheid wil (1 Petr. 3:13), maar je kan ook gesmaad worden om de Naam van Christus (1 Petr. 4:14): Indien gij gesmaad wordt om den Naam van Christus, zo zijt gij zalig; want de Geest der heerlijkheid en de Geest Gods rust op u. Wat hen aangaat, Hij wordt wel gelasterd, maar wat u aangaat, Hij wordt verheerlijkt.

Al Gods kinderen zullen vervolgd worden, zullen (hoe dan ook) mogen lijden. Om hun leven met God en om de Naam van Christus.

Dus (even voor de duidelijkheid), het gaat hier niet om een kruis wat je zelf veroorzaakt door zondig, slecht of onverstandig gedrag. Petrus schrijft: Doch dat niemand van u lijde als een doodslager, of dief, of kwaaddoener, of als een die zich met eens anders doen bemoeit (1 Petr. 4:15). Het gaat om lijden om de Naam van Christus!

Een Naam die ons kostbaar geworden is. Een Naam die we (als het goed is), hoe dan ook, belijden voor de mensen. Denkend aan wat de Heere Jezus zegt in Lukas 12:8: En Ik zeg u: Een iegelijk die Mij belijden zal voor de mensen, dien zal ook de Zoon des mensen belijden voor de engelen Gods.

Dus het waarom van dat kruis is: 1. Omdat de Naam van Christus en een leven naar Gods wil de mensen die zonder God leven confronteert en mateloos irriteert.

2. Maar een nog veel belangrijker reden is, dat de Heere dat kruis nodig vindt voor ons. a. Zo heeft Hij het in Zijn eeuwige raad besloten. Paulus schrijft in 1 Thess. 3:3: Opdat niemand bewogen worde in deze verdrukkingen; want u weet zelf dat wij hiertoe gesteld zijn. Namelijk volgens Gods alwijze raad en wil. b. En de Heere heeft er bedoelingen mee. - Want dat lijden is tot heerlijkheid van God. Denk maar aan wat Petrus schrijft in 1 Petrus 4:14: Indien u gesmaad wordt om de Naam van Christus, zo zijt gij zalig; want de Geest der heerlijkheid en de Geest Gods rust op u. Wat hen aangaat, Hij wordt wel gelasterd, maar wat u aangaat, Hij wordt verheerlijkt(!).

- De Heere heeft er wijze bedoelingen mee. Want zo laat de Heere ook de oprechtheid van ons geloof aan het licht komen. De schijngelovige wordt terstond geërgerd als er verdrukking of vervolging komt. Maar de oprecht gelovige niet. Daar leidt de beproeving van het geloof, die veel kostelijker is dan van het goud, tot lof en eer en heerlijkheid, in de openbaring van Jezus Christus (1 Petr. 1:7). - Dat lijden en die verdrukking is dus als vuur, waardoor het goud van het geloof gesmolten wordt, waardoor het nog zuiverder wordt! Met andere woorden: dat lijden brengt ons dichter bij de Heere. Het laat ons de zonde nog meer haten. Waardoor ook wij nog meer gehaat worden. En zo maakt de Heere ons meer en meer het beeld gelijk van Zijn kruisdragende Zoon.

Dus laten we de moeite, verdriet en pijn van lijden en verdrukking om Christus’ wil niet beschouwen als overlast, al iets wat we kwijt willen. Het is ons uit genade gegeven om voor de zaak van Christus te lijden. Ons tweede aandachtspunt:

2. Wat

dat is kruisdragen? Wat houdt dat in? Vers 10 zegt: vervolgd worden. Vers 11 zegt: smaden en vervolgen, en liegende alle kwaad tegen u spreken. Bijbel heeft er voorbeelden te over van!

a. De eerste martelaar om zijn leven met God, in de hoop van de komende Messias, was Abel. Hij was rechtvaardig en daarom sloeg zijn broer Kain hem dood. Omdat hij offerde naar de wil van God. En dat kostte hem letterlijk zijn leven (Hebr. 11:4). b. Later in de Bijbel zien we Mozes, die: Door het geloof (…), geweigerd (heeft) een zoon van Farao’s dochter genaamd te worden; verkiezende liever met het volk Gods kwalijk behandeld te worden, dan voor een tijd de genieting der zonde te hebben (Hebr. 11:24-25). c. En dan volgen de profeten. Jesaja, die volgens Justinus de Martelaar, door de Joden in stukken wordt gezaagd. Jeremia wordt mishandeld. En Ezechiël vergaat het al niet veel beter. Amos moet vluchten en elders gaan preken. d. En dan moet de grote Profeet en Leraar Jezus Christus klagen (in Johannes 15:25): Zij hebben Mij zonder oorzaak gehaat. e. Paulus wordt gehaat en tegengewerkt door valse broeders (2 Kor. 11:26). f. En Petrus noemt de christenen die zijn brief lezen: vreemdelingen in de verstrooiing (1 Petr. 1:1). Zouden wij dan (in deze minstens zo goddeloze tijd) anders moeten verwachten? Nee, allen die godzalig leven in Christus Jezus, die zullen vervolgd worden. Als bewijs dat zij bij Christus horen. Hem in het hart, Zijn kruis op hun rug.

Zij zullen vervolgd worden (vers 10). Dat betekent: geïntimideerd of aangevallen worden. Zoals de Heere Jezus Zelf ook geslagen werd. En zo werden ook Zijn apostelen en de eerste christenen kwalijk behandeld.

U zult gesmaad worden (vers 11). Dat betekent: men zal u verwijten maken, u zult bespot en beschimpt worden. Zoals de Heere Jezus ook verweten werd (in Johannes 8:48), dat Hij een Samaritaan was en de duivel had. En vervolgens zegt de Heere Jezus (in Johannes 15:20): Gedenk des woords, dat Ik u gezegd heb: Een dienstknecht is niet meerder dan zijn heer. Indien zij Mij vervolgd hebben, zij zullen ook u vervolgen.

Zij zullen liegende alle kwaad tegen u spreken (vers 11). Dat betekent: zij zullen dingen zeggen die niet waar zijn, om uw reputatie te smaden. Zoals staat in Psalm 56:6: De ganse dag verdraaien ze mijn woorden. Was dat ook niet het deel van de Heere Jezus, dat valse getuigen tegen Hem opstonden, om Hem te beschuldigen in het oordeel voor de Grote Raad (Matt. 26:61)?

Dat alles overkwam onze Meester, de apostelen en de eerste christenen. En dat alles zal iedereen overkomen die godzalig leeft in Christus Jezus.

Met andere woorden: Als je de Heere Jezus volgt op school, op je opleiding, thuis, in je huwelijk, in je familie of gezin. Op vakantie of in welke groep dan ook… Als je vertelt dat je twee keer per zondag naar de kerk gaat… Als je in het openbaar bidt of uit je Bijbel leest… Als je niet mee praat over zonden, in welke vorm dan ook… Als je zegt dat je niet met elkaar naar bed gaat, omdat je nog niet getrouwd bent… Als je kinderen krijgt en meer kinderen krijgt op een leeftijd dat anderen daar nog niet aan denken… Als je laat blijken dat je niet mee wilt gaan in een vrije en tolerante seksuele moraal… Als je blijft staan voor de beschermwaardigheid van het leven… Als je vast blijft houden aan het geloof in een schepping in zes dagen… En ga zo maar door… Dan kan je gepest worden, uitgelachen, buitengesloten, genegeerd… Mensen kunnen dingen over je gaan zeggen, die helemaal niet kloppen.

En zulke dingen kunnen zelfs in de kring van een christelijke familie gebeuren. Zelfs in de kerk, zelfs in de gemeente. Als je de Naam van de Heere Jezus belijdt, dat anderen (van wie je heel veel houdt!) je niet geloven, je niet serieus nemen, je verwijten maken. Je woorden gaan verdraaien, je gaan negeren of afwijzen.

Dat doet pijn. Dat doet verdriet. Als je vader of moeder dat doet, je broers of zussen, je vrienden of vriendinnen. Je buren, je collega’s, of zelfs mensen uit je eigen gemeente.

Maar luister, kinderen van God (jongeren, ouderen), medebroeders, dat hoort bij het volgen van de Meester. Christus in je hart, dat betekent Zijn kruis op je schouders dragen. Vergeet niet de woorden van de Heere Jezus uit Mattheüs 10: En gij zult van allen gehaat worden om Mijn Naam. De discipel is niet boven den meester, noch de dienstknecht

boven zijn heer. Het zij de discipel genoeg dat hij worde gelijk zijn meester, en de dienstknecht gelijk zijn heer. Indien zij de Heere des huizes Beëlzebul hebben geheten, hoeveel te meer Zijn huisgenoten! Vreest dan hen niet (Matt. 10: 22-26).

En even verderop: Een iegelijk dan die Mij belijden zal voor de mensen, dien zal Ik ook belijden voor Mijn Vader, Die in de hemelen is. Maar zo wie Mij verloochend zal hebben voor de mensen, dien zal Ik ook verloochenen voor Mijn Vader, Die in de hemelen is. Meent niet (vergis u niet!) dat Ik gekomen ben om vrede te brengen op de aarde; Ik ben niet gekomen om vrede te brengen, maar het zwaard. Want Ik ben gekomen om de mens tweedrachtig te maken tegen zijn vader, en de dochter tegen haar moeder, en de schoondochter tegen haar schoonmoeder. En zij zullen des mensen vijanden worden, die zijn huisgenoten zijn.

Die vader of moeder liefheeft boven Mij, is Mijns niet waardig; en die zoon of dochter liefheeft boven Mij, is Mijns niet waardig. En die zijn kruis niet op zich neemt en Mij navolgt, is Mijns niet waardig. Die zijn ziel vindt (dat wil zeggen: die zijn leven zal willen behouden met verloochening van Mijn Naam), (die) zal dezelve verliezen (dat wil zeggen: die zal het leven, die zal de zaligheid verliezen). (Maar) die zijn ziel zal verloren hebben om Mijnentwil, zal dezelve vinden (Matth. 10: 32-39).

Wee u wanneer al de mensen wel van u spreken; want hun vaders deden desgelijks de valse profeten (Luk. 6:26). Maar: Verblijdt en verheugt u; want uw loon is groot in de hemelen; want alzo hebben zij vervolgd de profeten, die voor u geweest zijn.

Laten we voordat we verder gaan met ons derde aandachtspunt, nu eerst samen gaan zingen Psalm 37:12,16 't Alwijs bestuur bevestigt 's vromen gangen; De hoge God keurt zijne wegen goed; Hij zorgt voor hem, en waakt voor zijn belangen. Hij wordt geenszins, om 't glibb'ren van zijn voet, Of om zijn val, verworpen, maar vervangen, En ondersteund door God, die hem behoedt.

De wet zijns Gods is in zijn hart geschreven, Waardoor zijn gang van glibb'ren wordt bevrijd. De booswicht loert, door haat en spijt gedreven; Spant strik op strik, of wapent zich ten strijd. En staat, ontzind, rechtvaardigen naar 't leven, Naardien hij, trots, hun 's HEEREN gunst benijdt.

Ons derde aandachtspunt:

3. Hoe

we dat kruis mogen dragen. Onze tekst zegt: met blijdschap. Vers 12: Verblijdt en verheugt u, want uw loon is groot in de hemelen; want alzo hebben zij vervolgd de profeten die vóór u geweest zijn.

Lijden, verdrukking, laster, achter je rug om gepraat worden, dat kan pijn doen. Maar, zegt de Heere Jezus: Zie het op de goede manier. Je lijdt (als het goed is) om de gerechtigheid, om Mijnentwil. Omdat je bij Mij hoort. Omdat de mensen dat aan je zien en van je horen. En daar mag je je over verblijden. Net als de apostelen in Handelingen 5:41, omdat je waardig geacht wordt om om Zijns Naams wil smaadheid te lijden.

Verblijdt en verheugt u (zegt vers 12), want uw loon is groot in de hemelen; want alzo hebben zij vervolgd de profeten die vóór u geweest zijn. Het geeft aan hoe we dat lijden in de wereld mogen dragen

a. Als een vanzelfsprekendheid. Denkend aan wat Paulus schrijft aan Timotheüs: Allen die godzalig willen leven in Christus, die zullen vervolgd worden (2 Tim. 3:12).

b. In de tweede plaats: zonder schaamte. De apostel Petrus schrijft: Indien iemand lijdt als een christen, die schame zich niet (1 Petr. 4:16).

c. We mogen het lijden in deze wereld als derde: vreedzaam en zachtmoedig dragen. Doch dat niemand, zegt Petrus, van u lijde als een doodslager, of dief, of kwaaddoener, of als een die zich met eens anders doen bemoeit (1 Petr. 4:15)

d. We mogen het als vierde biddend dragen. Zoals de Heere Zelf zegt in vers 44 van Mattheüs 5: Maar Ik zeg u: Hebt uw vijanden lief; zegent hen die u vervloeken; doet wel dengenen die u haten; en bidt voor degenen die u geweld doen en die u vervolgen. Biddend om hun bekering. Biddend om vergeving van wat zij doen. Biddend om de heiliging van ons kruis.

e. We mogen het als vijfde ook geduldig dragen. Denken aan wat Jakobus schrijft: Mijne broeders, neemt tot een voorbeeld des lijdens en der lankmoedigheid de profeten, die in den Naam des Heeren gesproken hebben (Jak. 5:10).

f. We mogen het vooral met vreugde dragen. Denken aan Filippenzen 1:29: Want u is uit genade gegeven in de zaak van Christus, niet alleen in Hem te geloven, maar ook voor Hem te lijden,

Verblijdt en verheugt u (zegt vers 12), want… Twee dingen: 1. Want uw loon is groot in de hemelen. Met andere woorden: Kijk net als Mozes naar de vergelding des loons. Hebreeën 11 zegt: Toen Mozes volwassen geworden was, heeft hij geweigerd een zoon

van Farao’s dochter genaamd te worden (hij heeft zijn carrière aan het hof van farao opgegeven) verkiezende liever met het volk Gods kwalijk behandeld te worden, dan voor een tijd de genieting der zonde te hebben, achtende de versmaadheid van Christus meerderen rijkdom te zijn dan de schatten in Egypte; want hij zag op de vergelding des loons (Hebr. 11:24-26). Zijn verdrukking was een lichte verdrukking die snel voorbij ging. Het was maar voor een tijd. En zijn loon was: eeuwige heerlijkheid (2 Kor 4:17).

En wat deed Mozes? Dat, eh, dat wist hij gewoon…? Daar dacht hij wel eens aan…? Nee, hij zag op de vergelding des loons. Daar keek hij naar, en daar bleef hij naar kijken. Als iemand die varend op het water, in verte de oever in het oog houdt! Houd in uw weg het oog op God gericht. En op de tijd hierna. Want de pijn van dit leven hierbeneden, staat niet in verhouding tot de heerlijkheid van de glorie hierboven! Paulus zegt in Romeinen 8:18: Want ik houd het daarvoor, dat het lijden dezes tegenwoordigen tijds niet is te waarderen tegen de heerlijkheid, die aan ons zal geopenbaard worden.

Uw loon is groot in de hemelen. Want Ik, de Heere, zal u geven de kroon des levens (Openb. 2:10). Niet als verdiend loon voor al dat lijden, maar als de inhoud van het testament van vrije genade.

Verblijdt en verheugt u (zegt vers 12), want uw loon is groot in de hemelen. Want, dat is het tweede ‘want’: 2. Want alzo hebben zij vervolgd de profeten die vóór u geweest zijn Met andere woorden: dat lijden is ook een bevestiging van de echtheid van uw geloof! Wat u mag brengen tot meer zekerheid. Zo lijdend om de gerechtigheid (om een leven gericht op de wil van de Heere en op de komende dag van de eeuwigheid), zo lijdend om Christus’ wil, mag u zich vertroost weten, dat u staat in een lange rij, in een lange traditie van kinderen van God die voor u ook zo behandeld zijn.

En dat was hun tot nut en zegen. Denk maar aan wat Paulus schrijft Romeinen 5:3-5: En niet alleenlijk dit, maar wij roemen(!) ook in de verdrukkingen, wetende dat de verdrukking lijdzaamheid werkt, en de lijdzaamheid bevinding, en de bevinding hoop; en de hoop beschaamt niet, omdat de liefde Gods in onze harten uitgestort is door den Heiligen Geest, Die ons is gegeven. En ook Jakobus zegt (in Jakobus 1:2-3): Acht het voor grote vreugde(!), mijne broeders, wanneer gij in velerlei verzoekingen valt, wetende dat de beproeving uws geloofs lijdzaamheid werkt.

Dus is die moeilijke woestijnweg die voor ons ligt, dat is geen reden om te gaan klagen, om te gaan zuchten of om te gaan mopperen. Integendeel!

We mogen zingend onze weg vervolgen. Getroost onder het heiligend kruis, of weg naar het erfgoed hierboven, op weg naar het Vaderlijke huis. Laat nog tot slot nog enkele persoonlijk toepassingen maken:

1. Jonge broeders en zusters in de Heere, jonge christenen, die door de Heere nog niet zo lang geleden gebracht bent op de weg van de genade, op de weg van het leven met de Heere.

a. Overzie de kosten en wees bereid ze te betalen. Leven met de Heere houdt lijden in, hoe dan ook. Door vele verdrukkingen moeten wij ingaan in 't Koninkrijk Gods (Hand. 14:22). Maar dat lijden zal je aan de Heere verbinden. En dat lijden zal je tot vreugde zijn.

b. Wees ondertussen wel op je hoede, en houd in gedachten waar je je bescherming moet zoeken, als de beproevingen komen. In het Woord, in gebed, onder de schaduw van Gods vleugels. Zoek Hem meer en meer te kennen, Hem, Die je volgen mag. Die een Voorbeeld voor je zal zijn, in het dragen van het lijden.

c. Wees op je hoede voor gevaren. Waak en bid. Ga niet rusten. Want er dreigt gevaar! De satan zal proberen je een leven voor te spiegelen zonder hinder! Het is bedrog! Hij zal je proberen te verleiden om je kruis af te leggen en de wereld lief te hebben. Doe niet! Bid. Studeer in je Bijbel. Want daaruit leer je de gevaren kennen, die je bedreigen. En daarin leer je de wapens te dragen van de geestelijke wapenrusting.

2. Als tweede, kinderen van God. Na alle eerder genoemde kenmerken van genade is dit de laatste schakel van die gouden ketting van gegeven genades. Maak hem er niet uit los! Dit hoort allemaal bij ‘leven met de Heere’: arm zijn van geest, treurend blijven naar God om de zonde, zachtmoedig zijn, hongerend en dorstig blijven naar de gerechtigheid, barmhartig zijn, rein van hart, vrede zoekend en… vervolgd worden! Zonder kruis geen kroon. Zonder lijden geen heerlijkheid. Wij lopen immers in het voetspoor van Christus, Die ook door lijden tot heerlijkheid is gegaan.

3. Als derde, nog één laatste ding. Misschien hebt u dit alles aangehoord, als iemand die zelf hoort bij die degenen die anderen vervolgen, verdrukken en lasteren… Het begon al vóór het Heilig Avondmaal, met de slechte dingen die u zei over die mensen. U ging er vanmorgen mee verder in uw gedachten. En toen u thuiskwam, had je niets dan kritiek. Sluit u niet willens en wetens en blijvend aan in de rij van degenen die lasteren! Dit zei de opgestane Zaligmaker ooit tegen ene Saulus van Tarsen. En dit zegt Hij nu ook tegen u! Vul u eigen naam maar in… ‘Saul, Saul, wat vervolgt u Mij!?’ (Hand 9:4). U vervolgt Mij, Christus! U vervolgt de Zaligmaker Zelf. Bekeer u, voordat het te laat is.

Amen.