Pinksteren - 12 juli 2026
Handelingen 2:7-8: En zij ontzetten zich allen en verwonderden zich, zeggende tot elkander: Zie, zijn niet al dezen die daar spreken, Galileeërs? En hoe horen wij hen een iegelijk in onze eigen taal, in welke wij geboren zijn?
INLEIDING
Bij Babel verwart God de talen als straf op menselijke hoogmoed: de mensen worden verstrooid en kunnen elkaar niet meer verstaan. Met Pinksteren keert God dat om: de apostelen spreken de grote werken Gods in ieders eigen taal, zodat het Evangelie zich juist over alle volken verspreidt. Dit wijst vooruit naar Openbaring 7, waar mensen uit alle talen en volken samen Gods Naam zullen verheerlijken – de vloek van Babel voor eeuwig omgekeerd tot lof.
De komst van Gods wereldwijde Koninkrijk op aarde
HANDELINGEN 2:6-11
6 En als deze stem geschied was, kwam de menigte tezamen en werd beroerd, want een iegelijk hoorde hen in zijn eigen taal spreken.
7 En zij ontzetten zich allen en verwonderden zich, zeggende tot elkander: Zie, zijn niet al dezen die daar spreken, Galileeërs?
8 En hoe horen wij hen een iegelijk in onze eigen taal, in welke wij geboren zijn?
9 Parthers en Meders en Elamieten, en die inwoners zijn van Mesopotámië, en Judéa, en Cappadócië, Pontus en Azië,
10 En Frygië, en Pamfylië, Egypte en de delen van Libië, hetwelk bij Cyréne ligt, en uitlandse Romeinen, beide Joden en Jodengenoten,
11 Kretenzen en Arabieren, wij horen hen in onze talen de grote werken Gods spreken.
VOLLEDIGE TEKST
ds. J. IJsselstein - Handelingen 2:7-8
THEMA
De komst van Gods wereldwijde Koninkrijk op aarde
LITURGIE
Lezen Genesis 11:1-9
Lezen Handelingen 2:5-11
Geliefde gemeente, op de dag van het Pinksterfeest wordt de Heilige Geest uitgestort op de honderdtwintig mensen die Hem biddend verwachten. En zij worden vervuld, volgegoten, met de Heilige Geest. Hun mond loopt ervan over. Zij vertellen, zo lezen wij in vers 11, de grote, machtige daden van God. En dus vertellen zij vooral over Jezus Christus en Die gekruisigd en opgestaan.
Maar, en daar gaan wij vanmorgen met Gods hulp over nadenken, dat spreken over Gods grote daden, dat gebeurt op een heel bijzondere manier. Op een manier die de mensen die het horen, aangrijpt. Want vers 7 zegt: “En zij ontzetten zich allen en verwonderden zich, zeggende tot elkander: Zie, zijn niet al dezen die daar spreken, Galileeërs?” En vers 8: “En hoe horen wij hen een iegelijk in onze eigen taal, in welke wij geboren zijn?”
Wij blikken vanmorgen op deze zondag na Pinksteren, terug op het wonder van de talen, zoals dat staat in Handelingen 2:7-11En zij ontzetten zich allen, en verwonderden zich, zeggende tot elkander: Ziet, zijn niet alle dezen, die daar spreken, Galileërs? En hoe horen wij hen een iegelijk in onze eigen taal, in welke wij geboren zijn? Parthers, en Meders, en Elamieten, en die inwoners zijn van Mesopotamië, en Judea, en Cappadocië, Pontus en Azië. En Frygië, en Pamfylië, Egypte, en de delen van Libye, hetwelk bij Cyrene ligt, en uitlandse Romeinen, beiden Joden en Jodengenoten; Kretenzen en Arabieren, wij horen hen in onze talen de grote werken Gods spreken.: En zij ontzetten zich allen en verwonderden zich, zeggende tot elkander: Zie, zijn niet al dezen die daar spreken, Galileeërs? En hoe horen wij hen een iegelijk in onze eigen taal, in welke wij geboren zijn? Parthers en Meders en Elamieten, en die inwoners zijn van Mesopotámië, en Judéa, en Cappadócië, Pontus en Azië, en Frygië, en Pamfylië, Egypte en de delen van Libië, hetwelk bij Cyréne ligt, en uitlandse Romeinen, beide Joden en Jodengenoten, Kretenzen en Arabieren, wij horen hen in onze talen de grote werken Gods spreken.
Het zijn verzen waarin wij iets zien van de grootheid en heerlijkheid waarmee de Heilige Geest destijds naar deze aarde kwam. Om het werk van ons, zondaars, te verbreken. En om Christus groot te maken en Zijn Koninkrijk te bouwen.
Het thema van de preek is: De komst van Gods wereldwijde Koninkrijk op aarde
Er zijn drie aandachtspunten. We letten als eerste op: Babel verward. Bij dat punt kijken we terug naar de torenbouw in Babel en hoe God daar de talen van de mensen verward heeft.
We letten als tweede op: Het Evangelie verspreid. Bij dit punt kijken we terug naar het talenwonder van de Pinksterdag. En als derde letten we op: Gods Naam verheerlijkt. En bij dat punt kijken we vooruit naar de voleinding, wanneer Gods lof gezongen zal worden door alle volken, naties en tongen.
Dus: De komst van Gods wereldwijde Koninkrijk op aarde 1. Babel wordt verward 2. Het Evangelie wordt verspreid 3. Gods Naam wordt verheerlijkt
Als eerste dus:
Jongens en meisjes, het stukje uit Genesis 11 dat wij gelezen hebben, gaat over de tijd vlak na de zondvloed. Neem het er nog maar even bij: Genesis 11:1-9. Het begint in vers 1 met: En de ganse aarde was van enerlei spraak en enerlei woorden. Dus: iedereen gebruikte dezelfde taal.
Als jij op vakantie bent in Duitsland of Denemarken, of als jij vakantiegangers uit Duitsland of Frankrijk hier hoort praten, dan denk je: wat zeggen die mensen eigenlijk? Ik snap het niet. Zij hebben een andere taal. Maar toen, na de zondeval, was dat nog niet zo. Iedereen kon iedereen begrijpen. Want iedereen sprak dezelfde taal.
Maar dat ging veranderen. En dat ging zo: De Heere God had tegen de mensen gezegd: jullie moeten niet allemaal bij elkaar blijven wonen. Jullie moeten je gaan verspreiden. De één die kant op, de ander die kant op. Maar dat wilden de mensen niet. Zij waren ongehoorzaam.
Het was alsof na de zondvloed alles weer gewoon verder ging. Alsof er met de mens niets veranderd was. De Heere zegt ook in Genesis 8: Het gedichtsel van des mensen hart is boos van zijn jeugd aan (Gen. 8:21). Ooit stond Adam op tegen de Heere en werd ongehoorzaam. En nu, ondanks alles wat er gebeurd is, doen de mensen weer hetzelfde. Dat komt omdat dat in hun hart zit. En dat zit ook in mijn hart en in jouw hart: ongehoorzaam zijn, niet willen luisteren, en vooral niet willen luisteren naar de Heere God.
De mensen die toen in het land Sinear woonden, in wat nu Irak heet, zeiden tegen elkaar (kijk maar in vers 4): Kom, laat ons voor ons een stad bouwen en een toren, welks opperste in den hemel zij, en laat ons een naam voor ons maken; opdat wij niet misschien over de ganse aarde verstrooid worden. Kom op, mensen, laten wij niet luisteren naar de grote God, maar laten wij onszelf groot proberen te maken. En laten wij, hoewel de Heere dat niet wil, gewoon bij elkaar blijven wonen. Wij gaan samen een toren maken die tot in de hemel komt.
Maar toen (Genesis 11:5 zegt): Toen kwam de HEERE neder om te bezien de stad en den toren, die de kinderen der mensen bouwden. De mensen dachten groot van zichzelf en van hun toren. Maar, en dat klinkt spottend met hen, de HEERE moest naar beneden komen om die toren te zien. Zó klein was die in Zijn ogen.
En de HEERE zeide (vers 6): Zie, zij zijn enerlei volk en hebben allen enerlei spraak, en dit is het dat zij beginnen te maken; maar nu zou hun niet afgesneden worden al wat zij bedacht hebben te maken? Ik ga hun hoogmoed breken, hun trots omverwerpen. Vers 7: Kom, laat Ons nedervaren en laat Ons hun spraak aldaar verwarren, opdat een iegelijk de spraak zijns naasten niet hore.
De Heere verwarde hun spraak. Dat wil zeggen: ineens konden de mensen elkaar niet meer verstaan. Stel je maar voor hoe dat geweest kan zijn. De mensen zijn samen aan het bouwen aan hun toren in de stad Babel. Eerst praat iedereen dezelfde taal, en dus begrijpen zij elkaar. Maar dan ineens praat de één Duits, de ander Spaans, Russisch of Chinees. Chaos dus! God verandert de hoogmoed van de mensen in chaos!
Zij begrijpen elkaar niet meer. En dat is (dat kun je je voorstellen als je samen aan het werk bent) mateloos irritant en heel frustrerend. Ze kunnen elkaar niet meer verstaan. En dus gaan ze uiteindelijk toch uit elkaar. Hun ongehoorzaamheid, zij wilden niet uit elkaar, wordt veranderd in gedwongen gehoorzaamheid. En zo gaat de stad Babel ten onder. Vers 8 zegt het zo: Alzo verstrooide hen de HEERE vandaar over de ganse aarde.
Dus: God kwam naar beneden om te kijken naar dat in Zijn ogen minuscule torentje in Babel. Om in toorn hun trots te breken. Om hen te dwingen tot gehoorzaamheid.
Is de Heere ook ooit in jouw leven gekomen? Want was jij, net als ik, ook niet trots, hoogmoedig en ongehoorzaam? En leerde de Heere jou ook (nee, gelukkig niet in toorn zoals toen, maar in genade) door het stille en verborgen werk van de Heilige Geest, om je aan Hem te onderwerpen, om voor Hem te buigen? Toen Hij je trots brak en je ongehoorzaamheid in liefde boog? Wat een grote omkering moet dat geweest zijn in je leven. Toch? Die je niet bracht tot de chaos van Babel, maar tot de vrede met God. [pauze]
Wat wij vanmorgen zien gebeuren op de Pinksterdag, is één van de grootste omkeringen geweest in de geschiedenis van de wereld en van het heil. Wat ooit bedoeld was om God uit te dagen, om tegen Hem op te staan, gaat God gebruiken tot de eer en de glorie van Christus.
Wat ooit verdeeldheid bracht in deze wereld, de verwarring van de talen, gaat God gebruiken om mensen samen te brengen onder het Evangelie van Zijn genade. God gaat de omkering van het slechte van ons mensen, gebruiken tot eer van Zijn Naam.
Eeuwenlang leek de verwarring van de talen als een vloek op de volken te rusten. Israël was het centrum van Gods reddende handelen. En de volken waren verloren. Soms was er een enkeling die naar Israël toekwam en die gered werd door de God van Israël. Denk maar aan Rachab, Ruth en Naäman. Soms waren het er meer, zoals bij het berouw van de stad Ninevé.
Israël was het centrum van Gods reddende handelen. En de volken waren verloren. Totdat er in de tijd dat de Heere Jezus op aarde kwam, langzaam dingen gingen veranderen. Denk maar aan wat Hij zei in Johannes 10:16Ik heb nog andere schapen, die van dezen stal niet zijn; deze moet Ik ook toebrengen; en zij zullen Mijn stem horen; en het zal worden een kudde, en een Herder.: Ik heb nog andere schapen, die van dezen stal niet zijn; deze moet Ik ook toebrengen; en zij zullen Mijn stem horen, en het zal worden één kudde en één Herder. Maar vooral na Zijn opstanding werd het perspectief van Zijn Koninkrijk ineens veel wijder. Denk maar aan de laatste verzen van het Mattheüs-evangelie, waar de Heere Jezus tegen Zijn discipelen zei: Mij is gegeven alle macht in hemel en op aarde. Gaat dan heen, onderwijst al de volken, dezelve dopende in den Naam des Vaders en des Zoons en des Heiligen Geestes. En denk ook maar aan de laatste woorden van de Heere Jezus tot Zijn discipelen, vlak voor Zijn hemelvaart, toen Hij zei: Maar u zult ontvangen de kracht des Heiligen Geestes, Die over u komen zal; en u zult Mijn getuigen zijn, zo te Jeruzalem als in geheel Judéa en Samaria, en tot aan het uiterste der aarde (Hand. 1:8Maar gij zult ontvangen de kracht des Heiligen Geestes, Die over u komen zal; en gij zult Mijn getuigen zijn, zo te Jeruzalem, als in geheel Judea en Samaria, en tot aan het uiterste der aarde.).
En toen werd het Pinksteren. Dat brengt ons bij ons tweede punt, maar laten we samen eerst zingen uit Psalm 108:1 Mijn hart, o Hemelmajesteit, Is tot Uw dienst en lof bereid. 'k Zal zingen voor den Opperheer; 'k Zal psalmen zingen tot Zijn eer. Gij, zachte harp, gij schelle luit, Waakt op; dat niets uw klanken stuit'; 'k Zal in den dageraad ontwaken, En met gezang mijn God genaken.
We gaan verder met ons tweede aandachtspunt:
Het is Pinksteren. De stad Jeruzalem is vol van mensen uit allerlei verschillende landen. Sommigen wonen hier in de stad. Anderen verblijven hier alleen tijdelijk met het Pinksterfeest.
Overal komen zij vandaan. Er zijn, staat er, Parthers en Meders en Elamieten. Een lange lijst van volken. Misschien jongens en meisjes kan je die rij ondertussen wel uit je hoofd opzeggen. Mensen uit het oosten, westen, noorden en zuiden. Uit Iran, Irak, Egypte, Klein-Azië, Rome en Arabië.
En terwijl al die mensen daar zijn, afgekomen op dat geluid als van een geweldige gedreven wind, afgekomen op de geruchten die rondgaan, gebeurt er plotseling iets heel bijzonders. Zij luisteren… Zij luisteren met stijgende verbazing... Die mensen, dat zijn toch mensen uit Galilea? Maar wij horen hen (vers 8) een iegelijk in onze eigen taal, in welke wij geboren zijn. Wij horen hen, zeggen zij in vers 11, in ónze talen de grote werken Gods spreken.
Dus stel je voor: Daar staat iemand, een Jood of een Jodengenoot (een proseliet, iemand die zich als niet-Jood had laten besnijden en zich aan de Joodse wetten hield). Daar staat een man uit Iran, Irak, Turkije of uit Rome. En die hoort ineens dat de apostelen praten in zijn eigen taal, in zijn moedertaal! Wij zouden zeggen: in het Arabisch, in het Farsi of in het Turks.
Was dat niet zo geweest, dan had hij misschien wel een beetje gesnapt wat de apostelen zeiden. Maar nu is het helemaal duidelijk voor hem. Hij snapt precies wat de apostelen vertellen. Want zij vertellen het in zijn eigen taal, in zijn moedertaal. De grote werken van God. Over het lijden en sterven, de opstanding en hemelvaart van de Heere Jezus Christus. En dat, die boodschap, die zal hij straks meenemen naar huis. Om dat verder te vertellen, om die boodschap verder te verspreiden!
Zij horen de apostelen de grote werken van God vertellen in hun eigen taal. Dit is geen tongentaal. Dit is niet onverstaanbaar. Want, vers 6 zegt: een ieder hoorde hen in zijn eigen taal spreken.
Dus, wat gebeurt hier? Hier wordt de vloek van Babel ómgekeerd. Ooit werd er grote verwarring. En nu komt er grote verbazing. Niet dat iedereen ineens weer dezelfde taal spreekt. Maar iedereen begrijpt wél wat er door de apostelen gezegd wordt.
De vloek van Babel joeg de mensen ooit uit elkaar en verstrooide hen over de aarde. Maar de zegen van Pinksteren brengt hen weer bij elkaar onder de boodschap van Gods grote daden.
En daar kunnen wij, als gemeente van nu, een paar dingen van leren. a. God spreekt, als eerste, verstaanbaar. Tot hen toen, maar ook nu tot ons.
En geliefde gemeente, dat is een heel bijzonder voorrecht. Boven miljoenen in deze wereld, die dit Woord nog nooit gehoord hebben, mag u het horen in uw eigen taal: de grote werken Gods. Maar de vraag is wel: hebt u dat wat u gehoord hebt, tot nu toe alleen maar aangehoord, of hebt u dit Woord (en de grote werken Gods daarin) ook aangenomen? Zoals staat in vers 41: Die dan zijn woord gaarne aannamen, werden gedoopt. Zoals Paulus schrijft aan de Thessalonicenzen: Daarom danken wij ook God zonder ophouden, dat, als gij het woord der prediking Gods van ons ontvangen hebt, gij het aangenomen hebt, niet als der mensen woord, maar, gelijk het waarlijk is, als Gods Woord, dat ook werkt in u, die gelooft (1 Thess. 2:13Daarom danken wij ook God zonder ophouden, dat, als gij het Woord der prediking van God van ons ontvangen hebt, gij dat aangenomen hebt, niet als der mensen woord, maar (gelijk het waarlijk is) als Gods Woord, dat ook werkt in u, die gelooft.). Hebt u dit Woord óók aangenomen, als Gods Woord?
b. Het tweede wat wij hiervan kunnen leren, is dit: Dat dat Woord, ook in onze taal, krachtig is door het werk van de Heilige Geest. Het is de Heilige Geest Zelf Die straks de woorden, die deze mensen in hun eigen taal horen, gaat zegenen, gaat laden met bovennatuurlijke kracht. Zodat de harten van die mensen doorpriemd worden. Zodat de harde harten van deze mensen gaan smelten. Zodat zij gaan uitroepen: Wat moeten wij doen om zalig te worden?
En dat is ook wat wij, gemeente, iedere zondag weer nodig hebben. Dat de Heilige Geest dit huis gaat vervullen. Om in het verborgen van onze harten dit Woord, dat wij in onze taal mogen horen, levend te laten zijn. Als een kracht van God tot zaligheid. En om Christus te verheerlijken.
Laten wij daarom, én persoonlijk én samen bidden, met grote ernst en volharding, om het krachtige werk van de Heilige Geest, ook in ons midden, in het luisteren naar, maar ook in het preken van dit Woord. Want alleen dan zal het zijn zoals Paulus schrijft in 1 Korinthe 2:4En mijn rede, en mijn prediking was niet in bewegelijke woorden der menselijke wijsheid, maar in betoning des geestes en der kracht;, dat het woord van de prediking niet alleen zal bestaan in bewegelijke woorden van menselijke wijsheid, maar in betoning des geestes en der kracht.
c. Het derde wat wij van deze geschiedenis leren, is dit: Dat het in dit Woord, dat wij mogen hebben in onze eigen taal, gaat om grote werken Gods. Om Christus dus, en om wat Hij gedaan heeft. Zoals Paulus zegt in 2 Korinthe 4:5Want wij prediken niet onszelven, maar Christus Jezus, den Heere; en onszelven, dat wij uw dienaars zijn om Jezus' wil.: Want wij prediken niet onszelven, maar Christus Jezus, den Heere; en onszelven, dat wij uw dienaren zijn om Jezus’ wil. Christus is het hart van het Evangelie en van de grote werken van God die Hij gedaan heeft.
Het Evangelie is niets anders, zegt Thomas Brooks, dan de openbaring van het hart van Christus. In dit Woord, in onze eigen taal, geliefde gemeente, wordt het hart onthuld van de Zaligmaker.
Wat zijn wij toch zeldzaam bevoorrecht. Dat wij zondag aan zondag een blik mogen slaan in het hart van Christus. En daarmee in het hart van de Vader, Die niet wil dat u verloren gaat. Zondag aan zondag hoort u, in uw eigen taal, van Zijn liefde. Zondag aan zondag probeert Hij u te overtuigen om te buigen en dit Woord aan te nemen. Namelijk dit Woord: dat een ieder die de gekruisigde Christus gelooft, zalig zal worden. O, neem dit Woord dan aan! Neem Christus dan aan, zoals Hij u in het Evangelie aangeboden wordt. Ontvang Hem zoals Hij u aangeboden wordt, namelijk als een Zaligmaker van verloren zondaars. Waarom, medezondaars, zou u zo’n groot aanbod van genade en vergeving verachten? Hij, Christus, is gekomen, gekruisigd, gestorven en begraven, opgestaan en ten hemel gevaren om zondaars zalig te maken: mensen zoals u en ik.
d. Het vierde wat wij van deze geschiedenis leren, is: Dat dit Woord in alle talen verspreid moet worden. Dat laat de Heere hier Zèlf zien. De Heere begint er namelijk Zèlf mee. Als voorbeeld voor de apostelen en allen na hen. Door hen en ons te laten zien: Die woorden van Mij moeten mensen bereiken in hun eigen taal. In de tijd die nu gaat komen, zal Ik het drama van Babel gaan omkeren.
Worstelt u misschien ook in stilte met een roeping om dit Woord in de wereld te verspreiden? Dan hoop en bid ik, dat de nood van de wereld meer en meer op uw hart gebonden zal worden. Denkend aan al die wegstervende zielen. Denkend ook vooral aan de laatste woorden van de Zaligmaker: Gij zult Mijn getuigen zijn, zo te Jeruzalem als in geheel Judéa en Samaria, en tot aan het uiterste der aarde. Daar zult u van Mij(!) getuigen. Van de grote werken Gods die Ik(!) gedaan heb. Ik, de Zaligmaker van zondaars, de Zoeker van het verlorene.
De Christusloze miljoenen van deze wereld zijn als één Macedonische man, die zegt: Kom over en help ons (Hand. 16:9En van Paulus werd in den nacht een gezicht gezien: er was een Macedonisch man staande, die hem bad en zeide: Kom over in Macedonië, en help ons.). Want in onze taal hebben wij nog nooit de grote werken van God gehoord. In onze taal hebben wij nog nooit over Jezus gehoord.
Als u dit gezicht gezien hebt, als u deze roep gehoord hebt, dan mag u daaruit besluiten (zo staat in Hand. 16:10), dat de Heere u geroepen heeft om hun het Evangelie te verkondigen. Dan mag u zingen met heel uw hart, wat wij samen gaan zingen uit Psalm 108:2: Ik zal, o HEER’, Uw wonderdaân (Uw grote werken!), Uw roem den volken doen verstaan; Want Uwe goedertierenheid Is tot de heem'len uitgebreid;
Wat wij van deze geschiedenis ook kunnen leren, gemeente, is dat het in ons leven wel eens anders kan gaan dan we zelf van tevoren dachten.
Dit hadden de mensen op het Pinksterfeest niet verwacht. Dat de Heilige Geest hen plotseling zou vastgrijpen, in hun eigen taal. Dat Hij hen met liefde zou prikken in hun hart. Dat Hij hen zou maken tot volgelingen van de eerder door hen misschien ook wel gehate Jezus. Zoals u het in deze dagen misschien ook niet verwachtte. Nooit had het uw hart geraakt. Totdat dit Woord u ineens innerlijk wél overtuigde en u ging voelen, en vooral ging geloven, dat het waar was. Zoals er, Gode zij dank, wereldwijd nog steeds plotseling mensen gegrepen worden door dit Woord, als zij het horen in hun eigen taal.
Maar ook voor de apostelen zelf kwam dit, om zo te zeggen, onverwachts. Dat de Heere hen begiftigde met andere talen. Als voelbare aansporing om ook de wereld in te gaan. Om in alle talen de grote werken van God te verkondigen.
Zoals u of jij ook nu in deze tijd plotseling overrompeld kunt worden door het krachtige spreken van de Heere om uit te gaan, de wereld in.
Als dat zo is, als dat zo geweest is in je leven, wees dan gehoorzaam. En zoek biddend naar wegen om uit te gaan. Zal alles dan voorspoedig gaan, zonder belemmeringen of blokkades? Nee. Uit het vervolg van het Handelingenboek blijkt, dat het een werk is en zal zijn vol van moeilijkheden. De ene keer is er onbegrip en tegenwerking, de andere keer zijn er geblokkeerde wegen en gesloten deuren. Dat is ook Gods manier van werken. Dat het niet gaat, zoals wij het willen. Dat onze wegen soms gesloten worden, dat onze gedachten soms doorkruist worden, dat onze hoop soms teleurgesteld wordt.
Waarom doet de Heere dat? Om ons klein te maken. Hij heeft ons niet nodig. En de Heere doet het vooral om gelegenheid te scheppen voor Zichzelf, om Zijn Naam groot te maken. En opdat wij straks op Zijn tijd zullen zingen: Heilig (groot) zijn, o God, Uw wegen.
Maar laat dat alles u of jou niet ontmoedigen. God houdt Zijn Woord. Zou Hij het zeggen en niet doen? Spreken en niet bestendig maken? (Num. 23:19God is geen man, dat Hij liegen zou, noch eens mensen kind, dat het Hem berouwen zou; zou Hij het zeggen, en niet doen, of spreken, en niet bestendig maken?) Hij zal nooit herroepen wat Hij eenmaal heeft gesproken. Verwacht grote dingen, verwacht alle dingen van God. Zijn weg gaat soms door de zee, Zijn pad soms door diepe wateren. Maar Hij leidt ons aan Zijn hand. Zijn raad zal bestaan en Hij zal al Zijn welbehagen doen.
We gaan naar ons derde aandachtspunt. Wij hebben als eerste gezien dat menselijke hoogmoed leidde tot verwarring en verstrooiing. Wij hebben als tweede gezien dat Pinksteren leidde tot verspreiding van het Evangelie onder alle volken en in alle talen. En nu gaan wij als derde zien dat dat alles uit zal lopen op de verheerlijking van God en van Zijn Christus. Als in de tijd van de voleinding alle volken verzameld zullen worden onder de banier van Koning Jezus. Het is ons derde aandachtspunt:
Want als wij verder lezen in de Bijbel, dan lezen wij uiteindelijk in Openbaring 7:9-10Na dezen zag ik, en ziet, een grote schare, die niemand tellen kon, uit alle natie, en geslachten, en volken, en talen, staande voor den troon, en voor het Lam, bekleed zijnde met lange witte klederen, en palmtakken waren in hun handen. En zij riepen met grote stem, zeggende: De zaligheid zij onzen God, Die op den troon zit, en het Lam.: Na dezen zag ik, en zie, een grote schare, die niemand tellen kon, uit alle natie en geslachten en volken en talen(!), staande voor den troon en voor het Lam, bekleed zijnde met lange witte klederen, en palmtakken waren in hun handen. En zij riepen met grote stem, zeggende: De zaligheid zij onzen God, Die op den troon zit, en het Lam. Dat laatste, dat wil zeggen: die zaligheid hebben wij gekregen (zo schrijft de Kanttekening), niet door onze eigen kracht, werken of waardigheid, maar door de enkele genade Gods en de verdiensten van Jezus Christus, onze Zaligmaker.
Dus, wat doen die gezaligden in de hemel, uit alle landen en stammen en volken en talen? Zij zingen van de grote werken van God. En dus zingen zij van Christus en van Zijn werk. Dit was het grote einddoel van de geschiedenis. De Heilige Geest was gezonden om Christus aan de wereld bekend te maken. En nu wordt Hem lof toegezongen uit alle volken en talen.
Als de torenbouw van Babel door was gegaan, dan was het anders afgelopen. Dan was er wereldwijd één groot volk gegroeid, vol ongehoorzame en trotse mensen, die met vereende krachten Gods volk geprobeerd hadden uit te roeien. Maar die macht heeft de Heere gebroken door hen te versnipperen in zestienduizend etnische groepen met verschillende talen.
Als de torenbouw van Babel door was gegaan, dan was het ook in de hemel anders geweest dan nu is en straks zal zijn. Want het is een groot verschil of God eer krijgt van één volk of van zestienduizend volken. Of er gezongen wordt in één taal of in zestienduizend talen.
Straks zal blijken dat God, dwars door de opstand van ons mensen heen, juist méér dan ooit lof en glorie toegezongen zal worden. Als de Filistijn, de Tyriër en de Moren samen, als blijde zangers, de Naam van Christus met lofgejuich zullen prijzen.
Wij mensen dachten, in hoogmoed en trots: Wij gaan Gods plan doorkruisen, wij gaan Zijn raad vernietigen.
Zoals de broers van Jozef dachten: wij gaan hem uit de weg ruimen. Maar God had andere gedachten. Zoals eeuwen later de mensheid dacht over de Zaligmaker: weg met Hem. Maar zegt Petrus in vers 23: daarachter was Gods verborgen raad.
Maar achter al die zondige daden van onszelf en van anderen, ging Gods verborgen plan schuil. En dat is nog zo. Dat maakt de zonden niet goed. Maar God gaat ondertussen wel door met de uitvoering van Zijn raad en plan. Dwars door menselijke zonden en dwars door onze zonden heen, uiteindelijk tot veel meer lof en eer voor Zijn grote Naam.
Zoals er misschien ook wel moeilijke dingen in uw of jouw leven zijn. Misschien hebben mensen u leed aangedaan, misschien hebben ze je beschadigd, je getekend voor het leven. Zoals Jozef door zijn broeders verkocht werd naar Egypte. Was het goed wat zij deden? Nee, dat was zonde. En dat bleef zonde. Maar de Heere gebruikte het wel in het leven van Jozef. Om hem, zegt Psalm 105, te louteren. Om hem dingen te leren die hij anders niet geleerd zou hebben. Om hem te leren zich te voegen in Gods weg. Om hem te leren geduldig te wachten op Gods tijd.
En zo gebruikte de Heere menselijke zonden en moeilijke wegen. En zo gebruikt Hij die nog steeds, tot verheerlijking van Zijn grote Naam en tot ons nut. Want achter al die zondige daden, nogmaals, van de mensen destijds bij de torenbouw van Babel, van onszelf en van anderen nu, ging en gaat het verborgen plan van God schuil. Die dwars door menselijke zonden heen Zijn Naam groot maakt.
Zo was dat in de lijn die liep van Babel naar het Pinksterfeest in Jeruzalem. En zo is het ook in de lijn die loopt van Jeruzalem naar de volken. In de lijn die uiteindelijk doorloopt naar het hemelse Jeruzalem. Waar Christus lof en eer toegezongen zal worden door alle volken, naties en tongen.
Straks, eeuwen na Pinksteren, wordt Zijn huis vol. En dan zal juist de veelheid, de veelkleurigheid en de veel-tongigheid van die ontelbare menigte mensen (die in duizenden talen Zijn lof zullen zingen, staande voor de troon en voor het Lam), dan zal juist dát de eer van Christus meer dan ooit vergroten. Als Hij alles zal zijn en in allen.
En zo zal ons Babel door God voor altijd omgekeerd worden. Als er voor eeuwig gezongen zal worden van de grote werken van God, tot eer en glorie van Zijn heilige Naam.
Zult u daar ook bij zijn? Hebt u, heb jij hier al iets leren zien en kennen en geloven van die grote werken van God? Van genade en vergeving om het werk van de Zaligmaker? Van Zijn liefde en goedheid voor slechte mensen?
Is dat niet om van te zingen? Nee, niet van jezelf, maar van Gods grote daden? Mensen, daar word je zo gelukkig van. En vooral: zo wordt Gods lof vergroot.
Als u daar iets van kennen mag, spreek daar dan over onder elkaar met psalmen en lofzangen en geestelijke liederen, zingende en psalmende den Heere in uw hart (Ef. 5:19). Laat ’s Heeren lof dan ten hemel rijzen.
En zie met verlangen uit naar de dag, dat u lid mag zijn van dit hemelkoor. Geen vierstemmig koor. Maar een zestienduizendstemmig koor, uit alle landen en stammen en volken en talen. Om God eeuwig de lof en de eer te geven voor de grote werken Gods en voor Zijn Christus.
Laat Zijn lof gezongen worden van nu aan tot in eeuwigheid. Zoals we zo meteen zullen zingen uit Psalm 150: Voor Zijn troon en hier beneden.
Amen.
Slotzang Psalm 150:1
Looft God, looft Zijn Naam alom; Looft Hem in Zijn heiligdom; Looft des HEEREN grote macht, In den hemel Zijner kracht; Looft Hem, om Zijn mogendheden, Looft Hem, naar zo menig blijk Van Zijn heerlijk Koninkrijk, Voor Zijn troon en hier beneden.
Andere preken over Handelingen
Andere preken voor Pinksteren
Andere gerelateerde preken