/ / Vermoeid en belast (Mattheüs 11) – avondmaal

Vermoeid en belast (Mattheüs 11) – avondmaal

Komt herwaarts tot Mij, die vermoeid en belast bent
Preek Mattheüs 11:28: Alle dingen zijn Mij overgegeven van Mijn Vader; en niemand kent den Zoon dan de Vader, noch iemand kent den Vader dan de Zoon, en dien het de Zoon wil openbaren.
Komt herwaarts tot Mij, allen die vermoeid en belast zijt, en Ik zal u rust geven.

Thema preek Mattheüs 11: Vermoeid en belast (bediening avondmaal)
Een Liefdevolle nodiging van Christus om tot Hem te komen.

Serie twee preken voor Avondmaal en nabetrachting:
1. Preek Mattheüs 11:28: Vermoeid en belast
2. Preek Mattheüs11:29-30: Neem Mijn juk op u

Schriftgedeelte Mattheüs 11:
In dienzelfden tijd antwoordde Jezus en zeide: Ik dank U, Vader ! Heere des hemels en der aarde ! dat Gij deze dingen voor de wijzen en verstandigen verborgen hebt, en hebt dezelve den kinderkens geopenbaard.
Ja, Vader ! Want alzo is geweest het welbehagen voor U.
Alle dingen zijn Mij overgegeven van Mijn Vader; en niemand kent den Zoon dan de Vader, noch iemand kent den Vader dan de Zoon, en dien het de Zoon wil openbaren.
Komt herwaarts tot Mij, allen die vermoeid en belast zijt, en Ik zal u rust geven.
Neemt Mijn juk op u, en leert van Mij, dat Ik zachtmoedig ben en nederig van hart; en gij zult rust vinden voor uw zielen.
Want Mijn juk is zacht, en Mijn last is licht.

Links bij preek Mattheüs 11: Vermoeid en belast (avondmaal)
– Preek Mattheüs 11: Neem Mijn juk op u
– Preek Mattheüs 11: Gelijkenis spelende kinderen op markt
Lees verder:
– Kanttekeningen bij Mattheüs 11

TERUG MATTHEUS

Ds. P. v.d. Bijl over Vermoeid en belast (De Wekker):
Maar de hier genoodigden zijn ook zij die vermoeid zijn door en beladen met de schuld hunner zonde.
’t Zijn zij, die niet alleen het feit der zonde, maar ook de schuld der zonde als een zware last torsen en zich nu vermoeiden om door onderhouding der wet die schuld af te betalen en trots al hun arbeid, geen penning bezitten om iets van die schuld te kunnen voldoen. Immers, zonde brengt schuld! En nu is het gewoonlijk zoo, dat als God een zondaar aan zijn schuld ontdekt, hij eerst beproeft om zelf die schuld te betalen.

Hij verkeert in de stemming van den schuldenaar uit de gelijkenis, die zeide: Heere, wees lankmoedig over mij en ik zal U alles betalen! O, wat kan de zonde de door God ontdekte ziel vermoeien en met een zware last beladen doen zijn. Hoor, hoe ze dan met David soms klagen: Ik ben vermoeid vanwege mijne zonde, als een zware last zijn zij mij te zwaar geworden.

Kent gij u als zulk een vermoeide en beladene? Dan behoort ook gij tot de hier genoodigden door Jezus. Dan roept Hij ook u toe: Komt herwaarts tot Mij, allen, die vermoeid en belast zijt! Maar de hier genoodigden zijn ook zij die vermoeid en belast zijn onder de macht der zonde.
Immers, allen, die waarlijk door God ontdekt zijn geworden gevoelen zich vermoeid en belast met de inwendige verdorvenheid, die hen met den Apostel doet klagen: Ik ellendig mensch, wie zal mij verlossen van het lichaam dezes doods? Ja, ’t is een zware last die zij hebben te dragen.

Want de hier door Jezus genooden zijn ook vermoeid en belast met de kruisen der zonde. Daarom is dit woord gepast, niet slechts voor hen, die bij aanvang op den weg der genade gebracht zijn, maar ook voor de kinderen Gods, die reeds geruimen tijd op den weg der genade mochten wandelen. Immers, al mogen Gods kinderen bij aanvang van hunne vermoeidheid en belastheid ten opzichte van de schuld der zonde verlost zijn; toch blijven zij hier bij voortgang iets gevoelen van de overblijfselen der vermoeidheid en belastheid door de gevolgen der zonde.

Zij blijven hier kruisdragers tot aan hun dood toe; en zullen hiernamaals pas de volkomen rust ontvangen. Wat al kruisen dragen zij soms hier, die door hun last hen vermoeien. De een draagt een last van huiselijk leed. Een ander gaat gebukt onder de vijandschap der naasten. Een derde draagt het kruis van een zoon of dochter die de tucht van den vader niet hoort of den raad harer moeder verwerpt. Een vierde torst soms een last van kommer en armoede, die de ziel met de grievendste smart doorsnijdt. Daardoor gaan zij als vermoeiden en beladenen hun weg.

Maar ziet welk een troost is het nu voor dezulken, die door Gods genade hunne vermoeidheid hebben leeren kennen, dat de Groote Borg en Zaligmaker zoo liefelijk noodigt: Komt herwaarts tot Mij, allen die vermoeid en belast zijt, en Ik zal u rust geven.