Zaligmaker van zondaars · Mattheüs 1


Preek: JEZUS, Zaligmaker van zondaars Mattheüs 1:23 en 25:
U zult Zijn Naam heten JEZUS; want Hij zal Zijn volk zalig maken van hun zonden. (…) En heette Zijn Naam JEZUS.

PDF LEESPREEK

YouTube player
Uitleg over: Jezus, Zaligmaker van zondaars

SCHRIFTLEZING Mattheus 1

21 En zij zal een Zoon baren, en gij zult Zijn Naam heten JEZUS; want Hij zal Zijn volk zalig maken van hun zonden.
22 En dit alles is geschied, opdat vervuld zou worden hetgeen van den Heere gesproken is door den profeet, zeggende:

23 Zie, de maagd zal zwanger worden en een Zoon baren, en gij zult Zijn Naam heten Immánuël; hetwelk is, overgezet zijnde, God met ons.
24 Jozef dan, opgewekt zijnde van den slaap, deed gelijk de engel des Heeren hem bevolen had, en heeft zijn vrouw tot zich genomen,
25 En bekende haar niet, totdat zij dezen haar eerstgeboren Zoon gebaard had, en heette Zijn Naam JEZUS.

THEMA: De geboren Zaligmaker

  1. De Naam van de Zaligmaker
  2. De betekenis van Zijn Naam

LEES PREEK ONLINE
JEZUS, ZALIGMAKER VAN ZONDAARS

Gemeente, het gaat op deze dag over de geboren Heere Jezus.
Zo is Zijn Naam: JEZUS.
Zo staat het ook in onze tekst, in Mattheüs 1:25:
En heette Zijn Naam JEZUS.
En in vers 23 zegt de engel tegen Jozef ook waarom hij Hem zo noemen moet:
U zult Zijn Naam heten JEZUS; want Hij zal Zijn volk zalig maken van hun zonden.

Het thema voor de preek van vanmiddag is:
De geboren Zaligmaker

We letten samen met de hulp van de Heere op twee aandachtspunten:
1. De Naam van de Zaligmaker
2. De betekenis van Zijn Naam
Als eerste dus:

1. De Naam van de Zaligmaker

Gemeente, het Bijbelgedeelte wat we gelezen hebben, begint in vers 18 met:
De geboorte van Jezus Christus was nu aldus (dit is de geschiedenis van de geboorte van Jezus Christus): Want als Maria, Zijn moeder, met Jozef ondertrouwd was, eer zij samengekomen waren, werd zij zwanger bevonden uit de Heilige Geest.

Ze waren ondertrouwd.
Dat is niet hetzelfde als dat wat wij wel kennen als: verloofd zijn.
Ondertrouwd-zijn betekent dat ze wettelijk en juridisch getrouwd zijn, in aanwezigheid van officiële getuigen. Maar ze wonen alleen nog niet bij elkaar in hetzelfde huis.
Daarom wordt Jozef in vers 19 ook de ‘man van Maria’ genoemd.
En Maria in vers 20 ‘de vrouw van Jozef’.

Tussen de officiële sluiting van hun huwelijk en hun samenwonen als man en vrouw zit een zekere tijdperiode. Ze wonen nog niet bij elkaar en dus hebben ze naar Bijbels gebod ook nog geen seksueel contact met elkaar. Vers 18 zegt: eer zij samengekomen waren.

Eer zij samengekomen zijn, wordt zij, Maria, zwanger bevonden uit de Heilige Geest.
In het verborgen gemaakt, als een borduursel geweven, zoals Psalm 139 zegt, door de Heilige Geest.
‘t Is waarschijnlijk na haar terugkomst van haar tante Elisabeth (waar ze drie maanden gebleven is), dat Jozef tot zijn schrik merkt dat ze zwanger is.
Hij is geschokt, teleurgesteld, verward… ‘Is dit Maria?’

Twee dingen kan hij doen.
Hij kan haar aanklagen bij de rechtbank voor overspel. Immers deze zwangerschap is niet van hem. Maar dat wil hij niet.
Of hij kan haar onder toeziend oog van twee getuigen een officiële scheidbrief geven, en de zaak verder stil houden.
Misschien dat dan maar doen?

Maar: Zie (zegt vers 20), de engel des Heeren verscheen hem in de droom, zeggende: Jozef, gij zone Davids, zijt niet bevreesd Maria, uw vrouw, tot u te nemen; want Hetgeen in haar ontvangen is, Dat is uit de Heilige Geest.
Met andere woorden: Jozef, verdergaan op de ingeslagen weg van jullie huwelijk!
Het maakt je niet medeplichtig aan onreinheid.
Maar het maakt je deelgenoot van de hoogste waardigheid!

Want (vers 21): Zij zal een Zoon baren, en gij zult Zijn Naam heten JEZUS; want Hij zal Zijn volk zalig maken van hun zonden.
Jozef, je krijgt een bijzondere rol, je krijgt een eervolle plaats.
Je mag dit Kind Zijn Naam geven.
Maar, die Naam, die heb Ik (de Heere) uitgekozen.

Als wij onze kinderen namen geven, bedenken we die als ouders zelf.
Maar Jozef krijgt een opdracht uit de hemel.
Zo moet je dit Kind noemen. Want zo wil Zijn hemelse Vader dat Hij heten zal: JEZUS.

Dat was in die tijd geen onbekende naam.
En ook in het Oude Testament werd die naam gebruikt. In de Hebreeuwse vorm: Jesjua.

a. Denk maar aan Jozua, Jesjua, de opvolger van Mozes.
Hij was aangewezen om het volk Israël te brengen in het land Kanaän, symbool van rust en vrede.
Maar echte rust had hij toch niet kunnen brengen. De apostel zegt in de Hebreeënbrief:
Want indien Jozua hen in de rust gebracht heeft, zo had Hij (God) daarna niet gesproken van een andere dag (Heb. 4:8).
De echte, de grote Rustaanbrenger moest toen nog komen.

b. Denk ook maar aan hogepriester Jozua, over wie profeet Zacharia schrijft.
Jozua, Jesjua, beeld van de komende Jezus.
Maar hij was, zo schrijft Zacharia, bekleed met vuile klederen (Zach. 3:3).
Hij was een man met ongerechtigheid, met zonde, die verzoend moest worden.

En zo waren er ongetwijfeld meer mannen, in de tijd van het Oude Testament, die Jesjua, die Jezus heetten.
Maar deze JEZUS, zegt engel, zal anders zijn.
Vers 20: ontvangen uit de Heilige Geest. En dus: zuiver, heilig, zonder zonde.
Vers 23: Immanuël, God(!) met ons. God uit God, Licht uit Licht.

Immanuël, God met ons, zoals ooit voorzegd door de profeet Jesaja: Zie, een maagd zal zwanger worden, en zij zal een Zoon baren en Zijn Naam IMMÁNUËL heten (Jes. 7:14).

God, met de zieken, om hen te genezen.
God, met de hongerigen, om hen eten te geven.
God, met de dorstigen, om hen te drinken te geven.
God, met de blinden, om hen het gezicht te geven.

God, met de doven, om hen het gehoor te geven.
God, met de gebrokenen van hart, om hen te verbinden.
God, met de armen, om hen Evangelie te verkondigen (Matt. 11:5).

In het licht van de natuur zien we God als God boven ons.
In het licht van Gods geboden, die we overtreden hebben, zien we Hem als God tegen ons.
Maar nu, zegt God: In Mijn eniggeliefde Zoon, wil Ik gekend worden als: God met ons.

Jozef wordt wakker. Kennelijk door het Woord van de Heere gebracht tot hartelijke overgave, tot innerlijke rust en tot geloof.
Hij doet twee dingen, uit diepe gehoorzaamheid.

a. Hij neemt Maria, zijn vrouw, tot zich. Ze betrekken samen hun huis.
En (zegt vers 25) bekende haar niet, totdat zij deze haar eerstgeboren Zoon gebaard had.
Hij had geen seksuele gemeenschap met haar, tot de dag van de geboorte van de Heere Jezus.

De reden staat er niet bij. Maar het was ongetwijfeld uit diep respect voor het Kind in haar buik. En ook om alle valse beschuldiging tegen te gaan: Hij zou niet de Zoon zijn van de timmerman, maar de Zoon van de Allerhoogste God.

b. En, het tweede waarin hij gehoorzaam is (zegt vers 25) is: Hij heette (hij noemende) Zijn Naam JEZUS

2. De betekenis van Zijn Naam

Want, jongens en meisjes, die overbekende Naam Jezus, die heeft een heel bijzondere betekenis.
Kijk maar naar vers 21: Jozef, je moet het Kind van Maria de Naam JEZUS geven, want (en dan komt de betekenis): want Hij zal Zijn volk zalig maken van hun zonden.

a. Hij zal…
Zo begint het. En daar ligt ook het volle accent op: Hij(!) zal.
Dus, wat nu volgt is, wat Immanuël (God met ons) zal gaan doen, dat is Gods werk!

Zoals ook was voorzegd in het Oude Testament, in Psalm 130: Israël hope op de HEERE; want bij de HEERE is goedertierenheid, en bij Hem is veel verlossing.
En Hij(!) zal Israël verlossen van al zijn ongerechtigheden (Ps. 130:7-8).
En die verlossing is nu gekomen, die Verlosser is nu geboren.

En Hij zal. Hij alleen.
De enige Verlosser. Want verlossing is alleen Zijn werk.
Zoals de apostel Petrus zegt in Handelingen 4: En de zaligheid is in geen ander; want er is ook onder de hemel geen andere naam, die onder de mensen gegeven is, door welke wij moeten zalig worden (Hand. 4:12).

b. Hij zal Zijn volk…
Wie zijn dat? Dat ‘Zijn volk’?
Dat is volk van Zefanja 3:12: Maar Ik zal (zegt de Heere) in het midden van u doen overblijven een ellendig en arm volk; die zullen op de Naam des HEEREN betrouwen.

Dat zijn de armen en de ellendigen, die geen rust meer kunnen vinden in zichzelf.
Dat zijn de hongerigen en de dorstigen, die rusteloos zoeken naar verzadiging.
Dat zijn zij, die gedrukt worden door de last van hun zonden.

Ze herkennen zich in de typering door Johannes: ellendig, arm, jammerlijk, blind, naakt.
Voor God hebben ze: geen gerechtigheid, geen goede werken, geen vroomheid, geen rechten, geen verdiensten. Voor God hebben ze niets.
En niets heeft hen kunnen helpen. Hun goede voornemens niet, hun beloftes niet, hun eigen inspanningen niet. Niets!
Wat een ellendig en arm volk…
Zijn volk… Hoewel ze dat bij zichzelf misschien wel niet durven geloven…

Zijn volk!
Wonder van vrije genade, van eenzijdige liefde, van eeuwig welbehagen.
Zijn volk, aan Hem gegeven door de Vader, al in de stille eeuwigheid.
Zijn volk, door Hem gekocht met de prijs van Zijn de kostbare bloed.
Zijn volk, voor Hem gevonden door de opzoekende liefde van de Heilige Geest.

Hij (het gaat van Hem uit!) verbindt Zich in de volheid van de tijd (met kerst) aan hen.
En wat Hem aan hen bindt, dat zijn hun zonden, dat is hun ellende, nood en dood.
En dat bindt hen ook (door Gods genade) aan Hem.
Maar het begon en het begint allemaal bij Hem!

c. Hij zal Zijn volk zalig maken.
Zalig maken, dat is: verlossen van het grootste kwaad, van het ergste wat er is. En (dat hoort daarbij, dat is de andere kant van de medaille): brengen tot het grootste goed.
Dat grootste kwaad, dat is de nood van Zijn volk. Dat is wat hun ziel, dat is wat hun hart dringt om te bidden, om te smeken, om te roepen:
Verlos mij, o God, want de wateren zijn gekomen tot aan de ziel (Ps. 69:2)
Vertroost mijn ziel in haar geween en zeg haar: Ik ben uw Heil (uw Jesjua, uw Jezus) alleen (Ps. 35:1, ber.)

Hij zal Zijn volk zalig maken.
En dan in de brede betekenis van het woord. Redden (van zonde en schuld, van nood en dood), maar ook: behouden, beschermen en bewaren.
Zoals Jesaja schrijft: Israël (Zijn volk) wordt verlost door de HEERE, met een eeuwige verlossing (Jes. 45:17).
De meesten mensen in Israël hoopten in die tijd op een verlosser, die hen zou verlossen uit de hand van de Romeinen.

c. Maar (zegt de engel): Hij zal Zijn volk zalig maken van hun zonden.
Van hun zonde-n.
Er staat niet: van één zonde. Maar meervoud: van hun zonde-n
Denk maar aan de woorden bij het breken van het brood en het vergieten van de wijn bij het sacrament van het Heilig Avondmaal: tot een volkomen verzoening van al(!) onze zonden.
En aan wat de dichter van Psalm 130 zingt: Hij zal Israël verlossen van al(!) zijn ongerechtigheden (Ps. 130:8).

Daarmee geeft de Naam van de Heere Jezus ook een beeld van wie die mensen zijn, voor wie Hij kwam. Voor Zijn volk…
Dat zijn mensen die last hebben van hun zonden.
Dat zijn geen mensen die eindeloos praten over hun zonden.
Dat zijn geen mensen die voortdurend op zoek zijn naar excuses voor hun zonden.
Dat zijn geen mensen die hun zonden bagatelliseren of ontkennen.

Nee, ze hebben er last van! Ze liggen (en dat weten en voelen en geloven ze), ze liggen diep in de modder van hun zonden. Die hen vasthoudt. En ze komen er zelf niet uit.
Wat ze ook proberen. En misschien hebben ze al heel veel geprobeerd.
Maar uiteindelijk wordt het kraakhelder: Ze moeten er uit gered worden. Iemand anders moet hen eruit verlossen.

Ze zijn van zichzelf diep ellendig en verloren in zonden en misdaden.
En dat belijden ze ook: Wij hebben God op het hoogste misdaan.
Ik heb tegen U, o Heere, zwaar en menigmaal misdreven.
Zij hebben zonden.
En Hij zal hen zalig maken van hun zonden.

Van hun zonde-n. Meervoud en ook: onbepaald.
Er staat niet: Hij zal hen redden en zalig maken van bepaalde zonden.
Want hun hart zit vol met allerlei soorten van zonden.
En sinds hun ogen daar voor open gegaan zijn, zien ze steeds meer zonden.
Ze zien steeds meer dat het waar is, wat de Heere Jezus zegt in Mattheüs 15: Want uit het hart komen voort boze bedenkingen, doodslagen, overspelen, hoererijen, dieverijen, valse getuigenissen, lasteringen (Matt. 15:19).

Vroeger hadden ze alleen maar oog voor de buitenkant.
Maar in het licht van de Alwetende, Die harten en nieren proeft, leren ze bidden met Psalm 51: Herschep mijn onverbeterlijke hart, en reinig U, o Heere, die vuile bron van al mijn wanbedrijven.

JEZUS betekent: Hij zal Zijn volk (zulke mensen!) zalig maken van hun zonden.
Hij is niet gekomen voor goede mensen, om hun goedheid te bewonderen.
Maar Hij is geboren voor slechte mensen, om hun slechtheid weg nemen.

En zo doemen er, gemeente, gaandeweg twee soorten mensen op.
a. Mensen die zichzelf goed vinden (en zeker niet slecht): rijk in zichzelf, aan geen ding gebrek.
b. En mensen die in zichzelf arm en ellendig zijn.
En dat zijn voor hen geen loze woorden. Maar zo is het in hun hart. Voor God.

Voor die eerste groep, betekent de Naam JEZUS niets.
Je kan over Hem praten, je kan van Hem zingen, je kan doen wat je wilt, maar Zijn Naam is een Naam voor je zonder betekenis en zonder waarde.
Maar voor die tweede groep, betekent Hij alles.
Zijn Naam geeft hun hoop. Een enige hoop. Want verder is er geen hoop.

Die Naam JEZUS, wat gaat die schitteren in het leven van arme, aan zichzelf ontdekte zondaars.
Als ze midden in al getob over hun zonden hier lezen en horen: Zijn Naam is JEZUS, wat Hij zal Zijn volk (die armen, die ellendigen, die op Zijn Naam betrouwen) zalig maken van hun zonden.

Als ze midden in hun worsteling lezen wat Paulus schrijft aan Timotheüs: Dit is een getrouw (een betrouwbaar) woord, en alle aanneming waardig, dat Christus Jezus in de wereld gekomen is, om de zondaren zalig te maken, van welke ik de voornaamste ben
(1 Tim. 1:15)
Wat gaat Zijn Naam dan schitteren: Die Naam zou heilig, groot en goed.

De Naam van Hem, Die Zijn volk zal verlossen. Van de schuld van hun zonden. Door ze van al hun zonden te wassen in Zijn verzoenende bloed.
Van de macht van de zonde. Door Zijn Heilige Geest te geven in hun hart.
En zelfs van de tegenwoordigheid en de gevolgen van hun zonden. Door hen uiteindelijk uit deze wereld weg te nemen, en hen op de jongste dag een nieuw lichaam te geven.

Zijn Naam is een bemoediging voor zwaar belaste zondaars.
Zijn die hier?
U roept: Wat moet ik doen om zalig te worden? Hoe kom ik toch ooit met God verzoend?
Deze Naam nodigt u uit, om ook dit te roepen: ‘JEZUS, gezonden door de Vader, Zaligmaker van zondaars, ik heb zo nodig dat U ook mij zalig maakt.
O, lieve Heere Jezus, wees ook mijn JEZUS!’
Zijn Naam is een bemoediging voor zwaar belaste zondaars.

Zijn Naam is een troostvol, kostbaar en zoet voor Zijn kinderen.
Onze Heere heeft veel Namen.
Zijn Naam is Wonderlijke Raadsman. Hij weet raad in iedere omstandigheid.
Zijn Naam is sterke God. Die alle macht heeft in de hemel en op de aarde.
Zijn Naam is Vader der eeuwigheid. Die met de Vader en de Heilige Geest van eeuwigheid heeft liefgehad.
Zijn Naam is Vredevorst. Die ons teruggebracht heeft en steeds weer brengt tot de vrede met God (Jes. 9:5).

Zijn Naam is een Verberging tegen de wind, een Schuilplaats tegen de vloed. Tegen de aanvechting door de satan, tegen vervolging en laster.
Een Waterbeek in een dorre plaats. Vol vertroosting in alle moeite en verdriet.
De Schaduw van een zware rotsteen in een dorstig land (Jes. 32:2).
Die troost geeft. En verzadigt met het goede van Zijn huis.
Een Toevlucht en Sterkte in tijden van benauwdheid (Jer. 16:19).

Allemaal (en nog veel meer) Namen, die samenkomen in deze ene en enige Naam, die ons zo lief is: Immanuël, God met ons, Jezus, Zaligmaker van zondaars.

En daar groeien we nu nooit bovenuit.
Nooit worden we meer als: zondaars.
Geen zondaar met een plusje of een lintje, geen zondaar met een kransje of een kroontje.
Maar: zondaars, en niets meer!
En als dat bij u wel zo is, dan hoop ik dat u daar zo snel mogelijk en voor altijd doorheen zakt.

Jaren na zijn bekering zegt Paulus tegen Timotheüs: Dit is een getrouw woord, en alle aanneming waardig, dat Christus Jezus in de wereld gekomen is, om de zondaren zalig te maken, van welke ik de voornaamste ben (1 Tim 1:15).
Niet: Waarvan ik de ergste was. Maar: ik ben het!

Want vroeger was ik een vervolger van de mensen ‘van die Naam’.
Maar nu, na gekregen genade, zie ik steeds meer, hoe vaak en hoe veel ik die Naam verdriet aandoe.
Door mijn zonde en onheiligheid.
Door mijn biddeloosheid en gebrek aan liefde.
Door mijn nalatigheid in het lezen van mijn Bijbel
Door mijn terugvallen in het hopen op mezelf, op mijn werk, op mijn inspanning, en op mijn goede voornemens.
Door mijn wantrouwen van Zijn Naam.
Door het vergeten van Mijn Jezus.

En als ik dan zie, wat Hij voor mij deed…
Diep vernederd, geboren in diepe armoede.
Geminacht, gespot, gehoond.
Verworpen, geslagen, gespuugd.
Veroordeeld als een godslasteraar.
Gekruisigd en verlaten.
Als ik dan zie, wat Hij voor mij deed…
En zie wie ik ben voor Hem…
Dan kan het niet anders, dan zeg ik met Paulus: zondaar, dat ben ik!
Zondaar, en niets meer!

Maar wonder van vrije en eenzijdige genade! God heeft de Zaligmaker van zondaars naar deze wereld gestuurd.
En de herinnering daaraan op deze dag, is een wonder in onze ogen.
God is geopenbaard in het vlees.
Immanuël, zondeloze God met ons, zondaars, blijvend zondaars.

Om Hem, kinderen van God, delgt God onze zonden uit. Om er nooit meer aan te denken (Jes. 4:25).
Hij heeft ze achter Zijn rug geworpen in de diepte van de zee (Jes. 38:17, Mich. 7:19).
Hij ziet geen zonde meer in Zijn Jakob, geen overtreding meer in Zijn Israël
(Num. 22:21).
En daarom: In Hem verblijdt zich ons gemoed, omdat wij op Zijn Naam vertrouwen, Die Naam, zo heilig, groot en goed.

Wij pasten en we passen van onszelf uit nooit bij Hem.
In onze trots, dromend van eigen goedheid, rijkdom en vroomheid.
Maar Hij paste en past Gode zij dank bij ons. Bij wie we in werkelijkheid waren en zijn: de ellendigste van alle mensen, zondaars en niet meer dan dat.
En dat is nu ook onze band met Hem.
Zijn genade, verbonden aan onze ellende. Zijn vasthouden, aan ons vallen.
Zijn rijkdom, aan onze armoede. Zijn vergeving, aan onze schuld.
Lieve mensen, Jezus, de Zaligmaker is alles voor verloren zondaars!

Kom dan toch vanmiddag, op deze eerste kerstdag, zondaars naar Hem toe.
Hij is het Lam van God, dat de zonde der wereld weggedragen heeft (Joh. 1:29).
Dat zonde en ongerechtigheid gedragen heeft.
Dat de straf gedragen heeft, om zondaars te brengen tot de vrede met God.
Blijf niet langer hopen op iets van uzelf. Blijf niet langer tobben. Blijf het niet langer elders zoeken. Er is maar één Naam onder de hemel gegeven tot zaligheid.
Door die Naam alleen kunt en moet u zalig worden.

Kom dan tot Hem, u die vermoeid en belast bent (Matt. 11:28).
Hij zal u rust geven, van de zware last van uw zonden.
Hij zal u zalig maken, van uw zonden.
In Hem is alles, om u met God verzoenen, om u te brengen tot de vrede met God.

Tot slot.
U, die… helemaal niets ziet in deze Jezus…
Groter geschenk is er van de hemel nooit gegeven.
God had niets meer hoeven geven aan Zijn wereld.
Maar: Alzo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij Zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat een iegelijk die in Hem gelooft, niet verderve, maar het eeuwige leven hebbe. Want God heeft Zijn Zoon niet gezonden in de wereld opdat Hij de wereld veroordelen zou, maar opdat de wereld door Hem zou behouden worden (Joh. 3:16-17).

Denkt u ook niet, dat u met vuur speelt, als u Hem negeert, als u Hem veracht, als u Hem niet acht…? Lieve mm, hoe zullen wij ontvlieden, indien wij op zo grote zaligheid geen acht nemen (Hebr. 2:3)?
Op zo grote zaligheid. Op zo grote Zaligmaker…!
Maar…, geen acht op geslagen.
Als u dat doet, tekent u vandaag (op deze eerste kerstdag) voor uw eigen ondergang
Maar als u voor Hem buigt, dan is er genade. Ook voor u!

Want niemand is te slecht voor Jezus.
Niemand is te hard of te koud voor Jezus.
Als u maar zondaar wilt zijn. En meer niet!
Want zijn Naam is JEZUS, Zaligmaker van zondaars.

Volk van God, Zijn volk, arm en ellendig in uzelf, hopend op de Naam van de Heere,
Zijn Naam is JEZUS.
En Hij (Hij alleen!) zal ons verlossen.
Van al onze ongerechtigheden.
Van al onze blijvende onheiligheid.
En uiteindelijk ook van de zonde zelf, van het lichaam van de zonde.

En dan zullen we eeuwig zingen van Zijn Naam, en van de Naam van God Drie-enig:
Zo heilig, groot en goed… voor zondaars!

Amen.

FAQ’s

Wat betekent de naam JEZUS?

Zaligmaker. Dat zegt de engel tegen Jozef in Mattheus 1:23: En zij zal een Zoon baren, en gij zult Zijn Naam heten JEZUS; want Hij zal Zijn volk zalig maken van hun zonden.

Wat is een Zaligmaker?

Iemand die van zonde verlost. Iemand die zondige mensen terugbrengt bij God. De Zaligmaker, dat is Jezus. Zijn Naam betekent Zaligmaker (Mattheus 1:23)

Wat is de betekenis van het woord Christus?

Christus betekend (net als Messias): Gezalfde. De Heere Jezus is door de God Vader aangesteld, gezalfd, met de Heilige Geest om Zaligmaker te kunnen worden, om de prijs van de zonde te kunnen betalen, door Zijn kruisdood op Golgotha.