Op Uw zaligheid wacht ik – Genesis 49 – advent

Adventsverwachting stervende Jakob

Preek Genesis 49:18: Op uw zaligheid wacht ik, HEERE!

LEESPREEK

Citaat preek Genesis 49: Op Uw zaligheid wacht ik

Mijn enige hoop, die nog overgebleven is, is: Uw zaligheid. Op uw zaligheid wacht ik, HEERE! Vroeger kon ik niet wachten, toen regelde ik zelf mijn eigen zaken, zoals bij het eerstgeboorterecht en de schotel linzenmoes voor Ezau.

Maar nu, nu Uw genade mijn leven veranderd heeft, nu U Uw goede werk in mijn leven, jaren geleden begonnen, bijna voltooid hebt, nu wacht ik op U. Nu verwacht ik U!
Op Uw zaligheid wacht ik, HEERE!
Letterlijk staat er: op Uw Jesjua. Op Uw Redder, op Uw Heiland, op Uw Jezus. Voor mij, stervende zondaar, is er maar één hoop: de Messias, de Zaligmaker, Die Zijn volk zal zalig maken van hun zonden.

Die ene Naam, Die U onder de hemel geven zult en Die gegeven is tot zaligheid. Daaraan klem ik mij vast. En dus zal ik in de doodsrivier niet zinken. Wetend dat U de HEERE bent, de trouwe God van het verbond, die Uw woord zult houden. Want U bent geen god die liegen zou, of een mensenkind die berouw zou hebben
van Uw belofte.

En hoewel ik goddeloos ben in mezelf, toch ben ik rechtvaardig voor U, in Uw Jesjua, in Uw Christus.
En hoewel ik zondaar ben in mezelf, toch zal ik als ik het hoofd zo meteen neerleg, om de Messias, om Christus’ wil, door engelen gedragen worden in de schoot van Abraham, en voor altijd verlost zijn van het lichaam der zonde en des doods.

Gemeente, dit ‘Op uw zaligheid wacht ik, HEERE!’ is niet alleen de adventsroep van de stervende Jakob. Ten diepste is dit de verwachting van ieder kind van God. Wie van ons, geliefde medechristenen, zegt niet: ‘Ik hoop in al mijn klachten op Hem?’
Ik verwacht de HEERE; mijn ziel verwacht, en ik hoop op Zijn Woord. Mijn ziel wacht op de HEERE, meer dan de wachters op de morgen; de wachters op de morgen. Israël hope op de HEERE; want bij de HEERE is goedertierenheid, en bij Hem is veel verlossing. En Hij zal Israël verlossen van al zijn ongerechtigheden (Psalm 130:5-8)?

Met mijn ongerechtigheden kan ik voor God niet bestaan, als Hij mij zou onderzoeken. Maar Hij! Niet ik, maar Hij! Hij zal Israël verlossen. En bij Hem is veel verlossing. En Hij zal (‘Heere, geef het uit genade ook mij’), Hij zal ook mij verlossen van al mijn ongerechtigheden. En dus: Op uw zaligheid wacht ik, HEERE!