In zware strijd zijnde, bad Hij te ernstiger · Lukas 22

In zware strijd zijnde, bad Hij te ernstiger
Preek Lukas 22:39-46: En in zware strijd zijnde, bad Hij te ernstiger. En Zijn zweet werd gelijk grote droppelen bloeds, die op de aarde afliepen.

Thema preek Lukas 22:39-46: In zware strijd zijnde, bad Hij te ernstiger

Vers-voor-vers overdenking van Lukas 22:39-46 over de gebed strijd van Jezus in de hof van Gethsemane.

LEESPREEK

Schriftgedeelte over: In zware strijd zijnde, bad Hij te ernstigerLukas 22
39 En uitgaande vertrok Hij, gelijk Hij gewoon was, naar den Olijfberg; en Hem volgden ook Zijn discipelen.
40 En als Hij aan die plaats gekomen was, zeide Hij tot hen: Bidt dat gij niet in verzoeking komt.
41 En Hij scheidde Zich van hen af, omtrent een steenworp, en knielde neder en bad,
42 Zeggende: Vader, of Gij wildet dezen drinkbeker van Mij wegnemen! Doch niet Mijn wil, maar de Uwe geschiede.
43 En van Hem werd gezien een engel uit den hemel, die Hem versterkte.
44 En in zwaren strijd zijnde, bad Hij te ernstiger. En Zijn zweet werd gelijk grote droppelen bloeds, die op de aarde afliepen.
45 En als Hij van het gebed opgestaan was, kwam Hij tot Zijn discipelen, en vond hen slapende van droefheid.
46 En Hij zeide tot hen: Wat slaapt gij? Staat op en bidt, opdat gij niet in verzoeking komt.

Link bij preek Lukas 22: In zware strijd zijnde, bad Hij te ernstiger
Grotelijks begeerd met u te eten · Lukas 22
Bloed Jezus Christus · 1 Johannes 1 · lijdenstijd
Lees meer:
– Kanttekeningen Lukas 22

LIJDENSPREKEN / LUKAS

Gemeente, ik wil u vanmorgen graag meenemen in stille overdenking over het lijden van de Heere Jezus Christus, en dat naar aanleiding van wat we samen gelezen uit
Lukas 22:39-46. Is lees u als samenvatting nu alleen vers 44, de andere verzen komen vanzelf ook aan de orde. Lukas 22:44:
En in zware strijd zijnde, bad Hij te ernstiger. En Zijn zweet werd gelijk grote droppelen bloeds, die op de aarde afliepen.

We gaan dit Bijbelgedeelte, Lukas 22:39-46 samen vers-voor-vers langs.
We kijken samen naar de inhoud van die verzen, we overdenken de betekenis ervan en maken ook een toepassing voor ons eigen hart en leven.

Laten we beginnen bij vers 39: En uitgaande vertrok Hij, gelijk Hij gewoon was, naar Olijfberg; en Hem volgden ook Zijn discipelen.
Ze komen uit de stad en gaan door de Schaapspoort in de richting van het Kidrondal.
Als een Lam ter slachting geleid (Jes. 53:7), drinkt Hij uit de beek (Ps. 110:7).

Ze gaan naar de Olijfberg. Niet om zich te verstoppen voor Judas, want hij weet ook die plek (Joh. 18:2), maar naar gewoonte: gelijk Hij gewoon was.
Donkere wolken van lijden doemen op. Wij zouden onze gewoonte doorbreken, wij zouden iets anders gaan doen. Maar Jezus (Hij weet, dat Hij lijden zal) doet wat Hij gewoon was om te doen. Hij gaat naar de Olijfberg om te bidden
Het is een uur of negen of tien in de avond. Het laatste deel van Zijn leven zal Hij biddend doorbrengen.

Onze Heere was gewoon om te bidden. Kent u die gewoonte ook?
Want je kan praten over Jezus, je kan veel weten over Jezus, maar hieraan kan je weten of je Hem echt kent en liefhebt, of je iets van Zijn beeld draagt en of je Zijn voetstappen drukt.

Vers 40: En als Hij aan die plaats gekomen was, zeide Hij tot hen: Bidt dat u niet in verzoeking komt.
Discipelen, zie het onder ogen: er dreigt gevaar. Het gevaar dat u Mij zult verlaten, het gevaar dat u Mij zult verloochenen. Het gevaar waar Ik u eerder voor gewaarschuwd heb.
Hoe zwaar het lijden van de Heere Jezus ook is en zijn zal, Hij vergeet Zijn discipelen niet.
Want Hij weet dat de woede van het Sanhedrin zich straks ook op hen zal richten.
Want Hij weet dat de satan ook op hen zal aanvallen. En dus zegt Hij: Waak en bid!

Het doet denken aan wat de catechismus schrijft in Zondag 52 (127): Dewijl wij van onszelf zo zwak zijn, dat wij niet een ogenblik zouden kunnen bestaan, en daartoe onze doodsvijanden, de duivel, de wereld en ons eigen vlees, niet ophouden ons aan te vechten, zo wil: ons(!) toch kracht geven?
Nee, zo wil ons toch behouden en sterken door de kracht van Uw Heilige Geest(!), opdat wij in deze geestelijke strijd niet onderliggen, maar altijd sterke wederstand doen, totdat wij eindelijk ten enenmale de overhand behouden.
En de weg om die kracht van de Heilige Geest te krijgen, is het gebed: waken in de gebeden. Wederstaat, discipelen, de duivel, en hij zal van u vlieden (Jak. 4:7).

Bidt dat u niet in verzoeking komt.
De evangelist Mattheus schrijft: Hij begon droevig en zeer beangst te worden. Toen zeide Hij tot hen: Mijn ziel is geheel bedroefd tot den dood toe; blijft hier en waakt met Mij (Matt. 26:37-38).

Vers 41: En Hij scheidde Zich van hen af, omtrent een steenworp, en knielde neder en bad.
Hij loopt een steenworp weg, waarschijnlijk een steenworp op afstand van de andere acht discipelen. Maar Petrus, Johannes en Jakobus kunnen Hem waarschijnlijk nog goed horen.

Jezus bidt in zware strijd: alleen

a. Daar bidt Hij alleen. Waarschijnlijk naar gewoonte hardop.
Je kan en mag zeker ook samen bidden. Maar de meeste voorbeelden in de Bijbel laten zien, dat het beter is om in stilte alleen te bidden. Dat is ook de opdracht geweest van de Heere Jezus: Wanneer u bidt, ga in uw binnenkamer (Matt. 6:6).
Want, zo zegt de puriteinse dominee John Flavel (vrij vertaald): Eén uur alleen met God is beter dan honderd dagen in gezelschap van de beste mensen.
Laten we zeker niet met veel woorden in het openbaar bidden, zonder deze verborgen gebeden te kennen.

Jezus knielt in zware strijd

b. Daar bidt Hij alleen. En daar knielt Hij.
Mattheus schrijft: daar viel Hij op Zijn aangezicht, biddende.
Daar knielt Hij: ootmoedig, nederig, diep gebogen.
Er zijn zoveel mooie gebeden, zo vol uiterlijke vorm. Maar wees maar niet bang, als het je nood is, dat je niet zo en niet zo mooi bidden kan. Echte bidders werpen zich in hun nood voor God op de grond. En hebben maar weinig woorden. Soms alleen maar zuchten
Maar de Heere hoort. Mijn zuchten, zegt de dichter, is voor U niet verborgen (Ps. 38:10).

Jezus bidt in grote nood

c. Daar bidt Hij alleen, met Zijn gezicht op de grond, in grote zielenood en angst.
Vanwaar die angst? Vanwaar die nood?
Trouwens hebt u, heb jij daar ook wel eens iets van gevoeld?
Je ogen werden geopend, en verder geopend… En je zag het, en je ziet het steeds meer… Ik was, ik ben van mezelf verloren. En mijn zonden maken mij het voorwerp van Gods toorn. Mijn ongerechtigheden maken scheiding tussen de Heere en mij (Jes. 59:2).
De Heere leidt ieder mens verschillend, maar ken je hier iets van?
Veel mensen voelen dit pas op hun sterfbed. En ook dan zijn er vaak nog geen banden tot hun dood toe, zoals Psalm 73 dat zegt (73:4). Maar dan is het wel te laat.

Onbekeerde vrienden, kunt u straks -als u zonder deze Zaligmaker sterft-, zelf deze last dragen?
De last van zulke angst en zielenood?
De last van Gods toorn over uw hemelhoge schuld?
Kunt u staande blijven, als deze Bijbelwoorden werkelijkheid worden?
Het woord van Psalm 21:10? U zult hen zetten als een vurige oven ten tijde Uws toornigen aangezichts;
de HEERE zal hen in Zijn toorn verslinden, en het vuur zal hen verteren?
Het woord van Nahum 1:2? Een ijverig God en een Wreker is de HEERE, een Wreker is de HEERE en zeer
grimmig; een Wreker is de HEERE aan Zijn wederpartijders, en Hij behoudt de toorn aan Zijn vijanden?
Het woord van Paulus in Romeinen 2:5? Maar naar uw hardigheid en onbekeerlijk hart vergadert u uzelven toorn als een schat in de dag des toorns en der openbaring van het rechtvaardig oordeel Gods?
Daarom: Kust de Zoon, opdat Hij niet toorne, en u op de weg vergaat, wanneer Zijn toorn (over u!) maar een weinig zou ontbranden (Ps. 2:12).

Droevig en zeer beangst werpt de Zaligmaker Zich op de grond, terwijl Hij meer en meer de ondragelijk last voelt van de toorn van God over de zonden van de Zijnen.
En terwijl Hij dat doet…, vallen Zijn discipelen in slaap.
Wat tekent dit een verdrietig beeld van de discipelen van de Heere Jezus toen, en van Gods kinderen nu.
Slapend…, in plaats van wakend. En dat terwijl de duivel zoekend rondgaat als een briesende leeuw (1 Petr. 5:8).
Was deze biddende en wakende Meester er niet geweest, we waren allang omgekomen!

Heere Jezus bidt alleen, plat op de grond, in grote angst.
Vers 42: Zeggende: Vader, of U wilde deze drinkbeker van Mij wegnemen! Doch niet Mijn wil, maar de Uwe geschiede.
Het is gebed dat we goed moeten begrijpen.
Het is (om zo te zeggen) geen absoluut gebed. In de zin van: ‘Mag dit voorbij gaan? Neemt U dit alstublieft weg!’
Het is een voorwaardelijk verzoek, met onderwerping: ‘Als U het wilt, anders niet…’
En het is vooral ook uitdrukking van Zijn menselijke natuur.
De duivel bespringt Hem, sterke stieren van Basan omringen Hem (Ps. 22:13,14).
Maar het is vooral de last van de toorn van de Vader die op Hem drukt.
Dit is de ure van de satan en van de macht van de duisternis (vers 53).
En Hij voelt meer dan iemand anders de hitte van het vuur van de toorn van God tegen de zonde. Die Hem dreigt af te snijden van het licht van Gods vriendelijke aangezicht.
Dat kan Zijn heilige natuur niet verdragen! Dat dringt Hem tot -zoals de Hebreeënbrief ze noemt-, tot deze gebeden en smekingen, met sterke roeping en tranen (Hebr. 5:7).

Laten we eens goed kijken naar dit gebed uit de nood van hart van de Middelaar.
a. Het begint kinderlijk met: Vader.
De toorn van God drukt zwaar op Zijn ziel. En toch zegt Hij: Vader!
Kunnen Gods kinderen dat ook?
Als licht van Gods gunst en genade zich voor ons intrekt?
Als de toorn van de Heere op ons leven drukt?
Als de duivel over ons heen dreigt te lopen?
Als de wereld ons lijkt op slokken?
Dan verliezen we de moed om Vader te zeggen!
Gelukkig dat de Heere Jezus in het diepste van Zijn lijden wel Vader heeft gezegd.
Hij(!) heeft het in grote nood gezegd, gezucht, geroepen: Gij, zijt Mijn Vader en Mijn God, de Rotssteen van Mijn heil (Ps. 89:12, ber.).
En daarom is er een geopend Vaderhart voor roepende zondaars, midden in de nood van hun hart. Niet als een vanzelfsprekendheid, maar alleen door Christus, door Zijn bittere lijden en Godsverlating.

b. Of Gij wilde, deze drinkbeker van Mij wegnemen.
Zal Mijn menselijke natuur zo’n grote last wel kunnen dragen?
Maar die menselijke aarzeling, wordt direct overwonnen door Zijn Goddelijke wil, als Hij zegt: Doch niet Mijn wil, maar de Uwe geschiede.
Ik ben immers gekomen om Uw wil te doen (Ps. 40:8,9).

En dan…, dan blijft het stil…
Geen antwoord… Mijn God, ik roep des daags, maar Gij antwoordt niet; en des nachts, en ik heb geen stilte (voor Mij is er geen rust).
Doch (vol aanbidding!) Gij zijt heilig, wonende onder de lofzangen Israëls (Ps. 22:3,4).

De eerste Adam stond op tegen Gods wil. En dat herkennen we in ons eigen hart.
De laatste Adam buigt en gaat de beker drinken. Wetend, dat zonder de beker van Gods toorn er geen verlossing zijn zal. Hij buigt en zet beker aan Zijn mond.
En daarom, kinderen van God, geliefde medechristenen, daarom zullen wij daar geen druppel van hoeven drinken.
Want zo wordt de hitte van Gods gramschap geblust, door Hem! (Ps. 85:1, ber.)

Er vallen, gemeente, aan dit gebed van de Heere Jezus een paar dingen op.

Een herhaald gebed

Zijn gebed is in de eerste plaats een herhaald gebed.
Tot driemaal toe gebeden, steeds herhaald, met vergelijkbare woorden. En hoewel er geen antwoord is, zonder enig verwijt. Ligt daarin geen les voor ons?
Houdt sterk aan in het gebed (Kol. 4:2).
Bidt zonder ophouden (1 Thes. 5:17).
Zonder verwijten, als wij vragen om hulp in onze tijdelijke nood, als wij weten dat die niet strijdt met de wil van God.
Zonder verwijten en vasthoudend, als we onze geestelijk nood voor de Heere neerleggen.
Moed houden, hor!
De Heere antwoordt u misschien niet, maar Hij hoort u wel.
Jesaja: Hij wacht om u genadig te zijn (Jes. 30:18).

Een gebed zonder antwoord

b. Het is een herhaald gebed. Hoewel het, in de tweede plaats, een gebed blijft zonder antwoord.
Waarmee de Heere ons iets leren wil, van wat deze biddende Zaligmaker hier doet.
Vragen… en buigen… en zeggen: Uw wil geschiede (vers 42).
Maar ons hart verzet zich daar zo vaak tegen. Wat botst dat vaak met onze wil.
Totdat we de oorzaak zien van al die nood, van al die moeite en van al dat verdriet.
Dan buigen we, dan breken we, dan zeggen we: Heere, Uw wil geschiede.
Maar laten we ons tegelijkertijd ook niet vergissen, kinderen van God.
Die stilte, dat ‘nee’ van de Heere, is niet hetzelfde als desinteresse, als afwijzing of verwerping. De Heere wil ons leren om te buigen, om Zijn raad te volgen en om Zijn wil te doen.
Dat kunnen we niet leren door altijd ‘ja’ te krijgen op wat wij willen. Dat leren we door wegen van strijd en tegenspoed. Daar leren we van harte ‘amen’ zeggen op Psalm 46:
Wees stil, laat af en weet dat Ik God ben (Psalm 46:10).

Een gebed zonder antwoord…?
Ja, hier zegt Vader ‘nee’ op Zijn gebed, om roepende zondaars wel te horen. Daarom kunnen Gods kinderen bij tijden zingen: De banden des doods hadden mij omvangen, en de angsten der hel hadden mij getroffen; ik vond benauwdheid en droefenis. Maar ik riep de Naam des HEEREN aan, zeggende: Och HEERE, bevrijd mijn ziel!
En toen (om Hem!) hoorde God! (Ps. 116:3-4)

Een gebed zonder antwoord…?
Nee, toch niet. Kijk maar in vers 43:
En van Hem werd gezien (dat wil zeggen: aan Hem verscheen) een engel uit de hemel,
die Hem versterkte.
Let op, wat hier gebeurt. Geen directe stem uit de hemel: Deze is Mijn Geliefde Zoon.
Dat voelt aan de ene kant als diepe vernedering. De menselijke natuur van de Heere Jezus heeft versterking door een engel nodig!
Maar aan de andere kant is er troost en versterking. Deze engel is gestuurd, en dus heeft de Vader Hem niet volledig vergeten en verlaten.
Hier schittert voluit de liefde van de Vader en van de Heilige Geest tot de Zoon, Die als mens nu bitter lijden moet.
Hier wordt belofte uit Jesaja vervuld: Ik sterk u, ook help Ik u, ook ondersteun Ik u met de rechterhand Mijner gerechtigheid (Jes. 41:10).
De belofte van Psalm 89:10, die we samen gaan zingen:
Mijn hand zal hoe ’t ook ga, hem sterken dag en nacht;
Mijn arm zal hem in nood voorzien van moed en kracht;
De vijand zal hem nooit door wreev’le handelingen,
Door list, of hels bedrog, in uiterst’ engten dringen;
Den booswicht zal ’t geweld nooit tegen hem gelukken,
Noch in- noch uitlands vorst zijn zetel onderdrukken

Gemeente, we overdenken vanmorgen in stilte het lijden van de Heere Jezus Christus, vanuit Lukas 22:39-46. Ik lees u nog een keer vers 43: En van Hem werd gezien (dat wil zeggen: aan Hem verscheen) een engel uit de hemel, die Hem versterkte.
Wat doet die engel?
Matthew Henry geeft aantal suggesties:
Misschien heeft hij iets gezegd om Hem te versterken.
Misschien heeft Hem er aan herinnerd, dat dit lijden is tot heerlijkheid van de Vader en tot heil en zaligheid van hen, die Hem gegeven waren.
Misschien sprak hij van vreugde die Hem voorgesteld was, van het zaad dat Hij zien zou.
Misschien heeft hij Zijn zweet en tranen afgeveegd.
Misschien heeft hij Hem versterkt, bij de hand gevat en overeind geholpen van de grond.
Want, zo staat er letterlijk: hij heeft kracht in Hem gelegd.

En waar heeft dat toe geleid? Tot even uitrusten, tot even een moment van ontspanning?
Nodigt de versterking die Heere ons geeft, in onze gebeden, onder de preek, bij de bediening van de sacramenten, ons uit om te rusten, om even weg te dromen, om even te gaan slapen?
Nee, kijk, maar naar vers 44: En in (die) zware strijd zijnde, bad Hij te ernstiger. En Zijn zweet werd gelijk grote droppelen bloeds, die op de aarde afliepen.
Nooit werd zo’n zware last gedragen. Nooit werd zo’n zware strijd gestreden.
Zijn zweet werd als grote stolsels bloed, die op de koude grond in Gethsémané vielen.
Zweet zelf is een deel van de vloek over de zonde uit het paradijs (Gen. 3.16).
En nu wordt Hij een vloek voor ons gemaakt (Gal. 3:13).
Loodzwaar is de last van de zonde, voor deze zondeloze Jezus. En dat zweet perst de Zaligmaker het bloed uit Zijn aders, door de poriën van Zijn huid. Als zichtbaar teken van extreme angst en van de ongeëvenaarde gevoeligheid van Zijn heilige lichaam voor de toorn van God.

Denk stil na, gemeente. Dit is niet zomaar een droevig verhaal. Dit is lijden… in plaats van verloren zondaars. Hij wil niet dat Zijn kinderen deze beker drinken.
En daarom offert Hij hier al Zijn kracht, terwijl Hij vrijwillig hun schuld draagt. En de beker van Gods toorn aan Zijn eigen mond zet.
Een beker die -vanwege Gods rechtvaardigheid- geleegd moet worden.
Hier, in Gethsémané, voor allen die als verloren zondaars hebben leren buigen aan Gods voeten. Of straks, zelf drinkend (zoals Johannes op Patmos schrijft): uit de wijn van de toorn Gods, die ongemengd ingeschonken is in de drinkbeker Zijns toorns; om gepijnigd te worden met vuur en sulfer voor de heilige engelen en voor het Lam (Openb. 14:10).
Gemeente, is de hitte van Gods toorn in uw leven al geblust? Of nog niet…?

En in zware strijd zijnde, bad Hij te ernstiger.
Hij bidt: alleen, op de grond, in grote nood, in kinderlijke onderwerping, herhaald (steeds weer) en dringend. En nu: des te ernstiger…

Moeten we ons hier niet schamen? Wij allemaal?
Bidden in grote nood, dringend, onderworpen, ernstig…
Hoe vaak doen wij dat? Hebt u dat ooit gedaan?
Je kan veel zeggen over Jezus, maar dit is Jezus!
Hebben u en ik niet veel meer reden om zo te bidden? Maar we willen en kunnen er niet komen, tenzij de Heilige Geest ons er brengt. Ons van dood levend maakt. Onze koudheid en lauwheid verandert en ons in de nood brengt, in geestelijke nood. En ons in die nood leert buigen en roepen. En ons dit gebed van de Heere Jezus leert nazeggen: Zo wees niet ver van mij, want benauwdheid is nabij; want er is geen helper (Ps. 22:12).

Zulk roepen, zulk klagen, hoort de Heere!
U die zo roept, u mag weten: Hij hoort mijn stem, mijn smekingen, mijn klagen.
Waarom?
Om Jezus’ wil. Die hier bloedend zweet en zwetend bloedt onder de zondenood van Zijn Kerk.

Is uw hart vol angst…?
Omdat u weet, dat u op weg bent naar de eeuwigheid en voor God niet kunt bestaan? Bid!
Omdat u uw zonden steeds voor ogen ziet zweven? Bid!
Omdat twijfel u heen en weer slingert? Bid!
Omdat u denkt: ik ben verloren, om eigen schuld verloren? Bid!
Kunt u niet bidden?
Denkt u dat deze medelijdende Hogepriester u niet begrijpt?
Hij bidt hier voor mensen die niet meer kunnen bidden, voor mensen die het niet meer weten, voor mensen die niet kunnen geloven, voor discipelen die van verdriet in slaap gevallen zijn.
Lijkt het misschien over en uit in uw leven. Maar bid!
En zie, dwars door uw betraande ogen, op deze biddende Zaligmaker.
Hij wil uw ‘niet kunnen bidden’ dragen in Zijn volmaakte gebeden.
Hij wil uw ‘niet kunnen geloven’ verwisselen voor een gelovend zien op Hem!
Zie het Lam Gods.
Zie Hem kruipen, een worm en geen man. Zie Hem bidden, hoor Hem roepen.
Waarom? Om zondaars zalig te maken, om vijanden met God verzoenen.
O, wendt u naar Hem toe en wordt behouden (Jes. 45:22)!
Ik lees verder in vers 45:
En als Hij van het gebed opgestaan was, kwam Hij tot Zijn discipelen, en vond hen slapende van droefheid.
Hij staat op.
Uitgebeden? Klaar met bidden? Nee, dit is de eerste overwinning in de strijd, om Zijn volk de zegen te geven.

Hij staat op.
Hij gaat naar Zijn discipelen en vindt ze slapend… van droefheid
Het is inmiddels midden in de nacht. Hun Meester heeft gestreden. En zij hebben geslapen…

Is er geen reden om ons weer diep te schamen?
Hoe vaak zijn wij niet vermaand om te waken en te bidden? In het bijzonder, kinderen van God, na de bediening van het Heilig Avondmaal, zoals hier.
En… we vielen in slaap.
Maar de woorden van Lukas, de woorden van de Heere Jezus zijn mild. Je proeft er liefde in. Hij vond hen slapend van droefheid.
Matthew Henry zegt: De les hiervan is, dat ook wij het kwaad van een ander nooit moeten overdrijven. We moeten aan de zwakheid van onze broeders de beste uitleg geven.
Hij vond ze slapend van droefheid.

En, vers 46: En Hij zeide tot hen: Wat slaapt u? Staat op en bidt, opdat u niet in verzoeking komt.
Net als de schipper in de storm tegen Jona zei: Sta op! Roep tot uw God! (Jona 1:6).
Bid!
En als je niet kan bidden, bid dan om de Geest der genade en der gebeden, om genade om te kunnen bidden!

Bid, want je bent in levensgevaar!
Als kind van God, als je slaapt… Dan ben je een gemakkelijke prooi voor de duivel, voor de zonde, en voor je eigen bedrieglijke hart.

Bid, want je bent in levensgevaar!
Zeker als je alleen maar denkt dat je een kind God bent, en je in niets lijkt op deze in stilte biddende Heere Jezus.
Amos zegt: Wee de gerusten in Sion en de zekeren op de berg van Samaria (Amos 6:1).
Rustig slapend, gelovend met je mond, maar… in je hart?
Daar is het zoals de Heere Jezus zegt: Dit volk genaakt Mij met hun mond en eert Mij met de lippen, maar hun hart houdt zich verre van Mij (Matt. 15:8).

Bid, want je bent in levensgevaar!
Zeker als je nog nooit echt gebeden hebt. Omdat je nog nooit echt iets gezien hebt van je zonden en van de toorn van God daarover. En ook omdat je nog nooit aan de weet gekomen bent, dat je dat zelf niet kunt opknappen. En dus ben je ook nog nooit als een arme zondaar tot de Zaligmaker gevlucht.

Bid dan! Buig dan je knieën en roep om genade!
Er is genade beschikbaar voor de grootste van de zondaars. Laat niet af je hand en oog op te heffen naar omhoog (Ps. 77:1, ber.).
Wie zo bidt, aan die zal gegeven worden (Matt. 7:7).

Kinderen van God, geliefden in de Heere Christus.
Een biddende Zaligmaker…
Alleen, geknield, liggend op de grond, in grote nood, herhaaldelijk biddend, met grote drang…, voor ons…
Ook dit deel van de lijdensgeschiedenis roept ons toe: Ik voor u!
Want u bad niet, u vroeg niet, u zocht niet, u worstelde niet (Jes. 65:1). U sliep…
Maar Ik heb (bij al uw biddeloosheid) voor u gebeden, opdat uw geloof (dat Ik in u gelegd heb) niet ophoude (vers 32).
Heel ons leven hangt aan de gouden draad van Zijn gebed hier in Gethsémané.
Heel ons leven hangt aan de zilveren koorden van Zijn blijvende gebeden in de hemel, voor ons.

U dan die gelooft, is Hij dierbaar (1 Petr. 2:7).
Wij hebben Hem lief, omdat Hij ons tot het einde toe heeft liefgehad (Joh. 13:1).
Wij hebben Hem lief, omdat Hij ons eerst heeft liefgehad, met eeuwige liefde van welbehagen (1 Joh. 4:49; Jer. 31:3).
Daarom heeft Hij ons getrokken met de koorden van Zijn zondaarsliefde.
Daarom heeft Hij ons vastgehouden en houdt Hij ons vast met de koorden van Zijn gebeden, tot het einde toe.

Daarom zingt dichter niet alleen:
Ik lag gekneld in banden van den dood,
Daar d’ angst der hel mij allen troost deed missen;
Ik was benauwd, omringd door droefenissen;
Maar riep den HEER dus aan in al mijn nood:
Och HEER, och, wierd mijn ziel door U gered!”
Maar ook:
Toen hoorde God. Hij is al mij liefde waardig!

Wie? Hij(!), deze biddende Hogepriester, deze Christus, Die ons Leven is (Kol. 3:4)!

Amen.