Zondag 28 · 8 mei 2022
Preek Heidelbergse Catechismus Zondag 28 (serie 1)
INLEIDING
In deze preek over Zondag 28 van de Heidelbergse Catechismus staat het sacrament van het Heilig Avondmaal centraal. Het gebroken brood en de drinkbeker onderwijzen en verzekeren gelovigen dat Christus' lichaam zo zeker voor hen geofferd is als zij de tekenen met de ogen zien en ontvangen. Door het gelovig aannemen van Zijn lijden verkrijgen zij vergeving van zonden en het eeuwige leven. Bovendien worden zij door de Heilige Geest hoe langer hoe meer met Christus' heilig lichaam verenigd en als leden van één lichaam aan elkaar verbonden. Deze genaderijke toezegging is door Christus Zelf ingesteld en verankerd in Zijn Woord.
Het sacrament van het Heilig Avondmaal
ZONDAG 28
Vraag 75: Hoe wordt gij in het Heilig Avondmaal vermaand en verzekerd, dat gij aan de enige offerande van Christus, aan het kruis volbracht, en aan al zijn goed gemeenschap hebt?
Alzo, dat Christus mij en allen gelovigen tot zijn gedachtenis van dit gebroken brood te eten en van dezen drinkbeker te drinken bevolen heeft, en daarbij ook beloofd heeft:
Eerstelijk, dat zijn lichaam zo zekerlijk voor mij aan het kruis geofferd en gebroken en zijn bloed voor mij vergoten is, als ik met de ogen zie, dat het brood des Heeren mij gebroken en de drinkbeker mij medegedeeld wordt;
En ten andere, dat Hijzelf mijn ziel met zijn gekruisigd lichaam en vergoten bloed zo zekerlijk tot het eeuwige leven spijst en laaft, als ik het brood en den drinkbeker des Heeren (als zekere waartekenen des lichaams en bloeds van Christus) uit des dienaars hand ontvang en met den mond geniet.
Vraag 76: Wat is dat te zeggen, het gekruisigde lichaam van Christus eten en zijn vergoten bloed drinken?
Het is niet alleen met een gelovig hart het ganse lijden en sterven van Christus aannemen en daardoor vergeving der zonden en het eeuwige leven verkrijgen, maar ook daarbenevens door den Heiligen Geest, die èn in Christus èn in ons woont, alzo met zijn heilig lichaam hoe langer hoe meer verenigd worden, dat wij, al is het, dat Christus in den hemel is en wij op aarde zijn, nochtans vlees van zijn vlees en been van zijn gebeente zijn, en dat wij door één Geest (gelijk de leden van een lichaam door één ziel) eeuwiglijk leven en geregeerd worden.
Vraag 77: Waar heeft Christus beloofd, dat Hij de gelovigen zo zekerlijk alzo met zijn lichaam en bloed wil spijzen en laven, als zij van dit gebroken brood eten en van dezen drinkbeker drinken?
In de inzetting des Avondmaals, welke alzo luidt: De Heere Jezus, in den nacht, in welken Hij verraden werd, nam het brood, en als Hij gedankt had, brak Hij het, en zeide: Neemt, eet; dat is mijn lichaam, dat voor u gebroken wordt; doet dat tot mijn gedachtenis. Desgelijks nam Hij ook den drinkbeker, na het eten des Avondmaals, en zeide: Deze drinkbeker is het nieuwe Testament in mijn bloed; doet dat, zo dikwijls als gij dien zult drinken, tot mijn gedachtenis. Want zo dikwijls als gij dit brood zult eten, en dezen drinkbeker zult drinken, zo verkondigt den dood des Heeren, totdat Hij komt; 1 Kor. 11:23-26.
Deze toezegging wordt ook herhaald door den Heiligen Paulus, waar hij spreekt: De drinkbeker der dankzegging, dien wij dankzeggende zegenen, is die niet een gemeenschap des bloeds van Christus? Het brood, dat wij breken, is dat niet een gemeenschap des lichaams van Christus? Want één brood is het, zo zijn wij velen één lichaam, dewijl wij allen ééns broods deelachtig zijn, 1 Kor. 10:16, 27.
VOLLEDIGE TEKST
ds. J. IJsselstein - Zondag 28
THEMA
Het sacrament van het Heilig Avondmaal
Gemeente, na de Zondagen die gingen over de Heilige Doop, gaat onze Catechismus nu verder over het Heilig Avondmaal. Aan de beurt voor behandeling bij de leerdienst van vanmiddag is Zondag 28 van de Heidelbergse Catechismus. Laten we die zondag eerst met elkaar lezen. Vraag 75. Hoe wordt u in het Heilig Avondmaal vermaand en verzekerd dat u aan de enige offerande van Christus, aan het kruis volbracht, en aan al Zijn goed gemeenschap hebt? Antw. Alzo, dat Christus mij en alle gelovigen tot Zijn gedachtenis van dit gebroken brood te eten en van deze drinkbeker te drinken bevolen heeft, en daarbij ook beloofd heeft; ten eerste dat Zijn lichaam zo zeker voor mij aan het kruis geofferd en gebroken en Zijn bloed voor mij vergoten is, als ik met de ogen zie dat het brood des Heeren voor mij gebroken en de drinkbeker aan mij medegedeeld wordt; en ten andere dat Hij Zelf mijn ziel met Zijn gekruisigd lichaam en vergoten bloed zo zeker tot het eeuwige leven spijst en laaft, als ik het brood en de drinkbeker des Heeren (als zekere waartekenen van het lichaam en bloed van Christus) uit des dienaars hand ontvang en met de mond geniet. (Al lezend zien we dat deze vraag over het Heilig Avondmaal, net als bij Zondag 26 over de Heilige Doop, gaat over twee dingen: over vermaand en verzekerd.)
Vraag 76. Wat is dat te zeggen (wat betekent dat): het gekruisigd lichaam van Christus eten en Zijn vergoten bloed drinken? Antw. Het is niet alleen met een gelovig hart het ganse lijden en sterven van Christus aannemen en daardoor vergeving van zonden en het eeuwige leven verkrijgen, maar ook daarbenevens door de Heiligen Geest, Die èn in Christus èn in ons woont, alzo met Zijn heilig lichaam hoe langer hoe meer verenigd worden, dat wij, al is het dat Christus in de hemel is en wij op aarde zijn, nochtans vlees van Zijn vlees en been van Zijn gebeente zijn, en dat wij door één Geest (gelijk de leden van een lichaam door één ziel) eeuwig leven en geregeerd worden. (Deze vraag gaat over twee andere dingen: over verkrijgen en verenigd worden.)
Vraag 77. Waar heeft Christus beloofd dat Hij de gelovigen zo zeker alzo met Zijn lichaam en bloed wil spijzen en laven (dat wil zeggen: te eten en te drinken wil geven), als zij van dit gebroken brood eten en van deze drinkbeker drinken? Antw. In de inzetting des Avondmaals, welke alzo luidt: De Heere Jezus, in de nacht, in welken Hij verraden werd, nam het brood, en als Hij gedankt had, brak Hij het, en zeide: Neemt, eet, dat is Mijn lichaam, dat voor u gebroken wordt; doet dat tot Mijn gedachtenis. Desgelijks nam Hij ook de drinkbeker na het eten des Avondmaals, en zeide: Deze drinkbeker is het Nieuwe Testament in Mijn bloed; doet dat, zo dikwijls als gij die zult drinken, tot Mijn gedachtenis. Want zo dikwijls als u dit brood zult eten en dezen drinkbeker zult drinken, zo verkondigt den dood des Heeren, totdat Hij komt (1 Korinthe 11:23-26Want ik heb van den Heere ontvangen, hetgeen ik ook u overgegeven heb, dat de Heere Jezus in den nacht, in welken Hij verraden werd, het brood nam; En als Hij gedankt had, brak Hij het, en zeide: Neemt, eet, dat is Mijn lichaam, dat voor u gebroken wordt; doet dat tot Mijn gedachtenis. Desgelijks nam Hij ook den drinkbeker, na het eten des avondmaals, en zeide: Deze drinkbeker is het Nieuwe Testament in Mijn bloed. Doet dat, zo dikwijls als gij dien zult drinken, tot Mijn gedachtenis. Want zo dikwijls als gij dit brood zult eten, en dezen drinkbeker zult drinken, zo verkondigt den dood des Heeren, totdat Hij komt.). Deze toezegging wordt ook herhaald door de heiligen Paulus, waar hij spreekt: De drinkbeker der dankzegging, dien wij dankzeggende zegenen, is die niet een gemeenschap des bloeds van Christus? Het brood dat wij breken, is dat niet een gemeenschap des lichaams van Christus? Want één brood is het, zo zijn wij velen één lichaam, dewijl wij allen ééns broods deelachtig zijn (1 Korinthe 10:16-17De drinkbeker der dankzegging, dien wij dankzeggende zegenen, is die niet een gemeenschap des bloeds van Christus? Het brood, dat wij breken, is dat niet een gemeenschap des lichaams van Christus? Want een brood is het, zo zijn wij velen een lichaam, dewijl wij allen eens broods deelachtig zijn.). (Deze derde vraag gaat (net als in Zondag 26) over: beloofd en vervuld.)
Het thema voor de Catechismuspreek van vanmiddag is: Het sacrament van het Heilig Avondmaal Vanuit de drie voorgelezen vragen en antwoorden letten we samen op drie aandachtspunten: 1. Vermaand en verzekerd 2. Verkrijgen en verenigd worden 3. Beloofd en vervuld Als eerste dus:
Als u vraag 75 leest, dan valt het u zonder twijfel op (wat ik al eerder zei) dat die vraag erg lijkt op vraag 69 van Zondag 26 over de Heilige Doop. Hier wordt gevraagd: ‘hoe wordt u in het Heilig Avondmaal vermaand, dat wil zeggen onderwezen, en verzekerd (door dat zegel, dat zegt: het is echt waar!)?’ In vraag 69 werd gevraagd: ‘hoe wordt u door de Heilige Doop vermaand en verzekerd? Twee vragen die dus heel erg op elkaar lijken. Toch is er wel een verschil. Bij de Heilige Doop wordt gevraagd: ‘Hoe wordt u geleerd en verzekerd dat het enige offer van Christus u ten goede komt?’ Hier staat: ‘Hoe wordt u geleerd en verzekerd dat u persoonlijk aan dat enige offer van Christus en aan alles van Hem gemeenschap hebt?’ Het Heilig Avondmaal is anders dan de Heilige Doop. In de doop komt God tot de gemeente, in het bijzonder ook tot de kleine kinderen van de gemeente, om ons en onze kinderen Zijn verbond te verzegelen. Maar in het Heilig Avondmaal nodigt God Zijn kinderen om tot Hem, om naar Zijn tafel te komen.
En die nodiging aan het adres van Gods kinderen is een opdracht, een bevel, een liefdebevel. De Heere Zelf zegt met liefde tegen al Zijn kinderen: ‘Het moet!’ Antwoordt 75 zegt: Christus heeft mij en alle gelovigen bevolen om tot Zijn gedachtenis van dit gebroken brood te eten en van deze drinkbeker te drinken. Het Heilig Avondmaal moet gevierd worden. En al Gods kinderen worden geroepen om dat liefdebevel van hun Heere en Meester op te volgen. Het Avondmaal is niet alleen voor momenten waarop zij vrijmoedigheid hebben. Het Avondmaal is niet iets waar je vanaf mag zien, omdat je op dat moment iets tegen je naaste hebt, of omdat je in die periode in de zonde leeft, terwijl je ondertussen wacht op betere tijden. Nee, het is een liefdebevel, waar alles, en vooral de zonde, voor wijken moet! Geen bevel trouwens om iets te brengen wat van jezelf is, maar het is een bevel om iets te ontvangen. Wat dan?
De puriteinse dominee John Flavel zegt: ‘De belofte en een teken van liefde, achtergelaten door een stervende aan een geliefde vriend: het is als een ring van Zijn hand genomen, een armband van Zijn arm, aan ons gegeven met de woorden: herinner u dit, laat dit u helpen om Mij levend te laten blijven in uw herinnering als Ik heengegaan zal zijn, uit uw zicht.’ Wie van Gods kinderen zou zo’n teken van liefde, zo’n opdracht om te herinneren naast zich neer willen leggen? Het is de opdracht van onze heengegane Meester, aan het adres (zo zegt de Catechismus) van ‘mij en alle gelovigen’. Het is een opdracht voor de gelovigen. Voor de gelovigen die het zeker weten? Voor hen die tot meer vastheid gekomen zijn? Nee, het is een opdracht juist voor de kleinen in de genade, voor de lammeren, voor de zuigelingen. Zij mogen komen, zij (want het is bevolen) moeten komen. Want de Heere Jezus heeft gezegd (als opdracht, als liefdebevel): ‘Doe dat tot Mijn gedachtenis. Koester dat, terwijl Ik niet meer op de aarde ben, als de trouwring van Mijn hand, die Ik voor u heb achtergelaten.’
Wat kan dat, juist voor de kleinen in de genade, voor die zuigelingen, voor die lammeren, een worsteling zijn: mag ik wel komen? Is het Heilig Avondmaal wel voor mij? Wat kunnen ze als Thomas worstelen met hun twijfel, met hun onwaardigheid, met hun ongeloof. Zou dit grote wel voor mij zijn? Voor mij die zo tegen God gezondigd heeft? Wat zien we juist ook in het leven van Thomas, hoe de Heere er Zelf aan te pas moet komen om het ongeloof te laten wijken.
Maar dat alles neemt toch niet weg, dat hier een liefdebevel ligt voor alle gelovigen. Dat wil zeggen: voor alle mensen die door een waar geloof aan Christus verbonden zijn. Zij allen en zij alleen worden geroepen om het brood van het Avondmaal te eten en de drinkbeker des Heeren te drinken. Zie het toch, kleinen in de genade, niet als een last, als een onoverkomelijke steeds weer terugkerende moeilijkheid. De Heere wil er u juist iets mee leren. Hij wil u juist, door dit genademiddel, verzekeren van Zijn liefde en werk voor u.
En Hij belooft u (zo zegt de Catechismus), als u gaat in de weg van dit genademiddel, twee dingen. Als eerste dat Zijn lichaam zo zeker voor u(!) aan het kruis geofferd en gebroken en Zijn bloed voor u(!) vergoten is, als dat u met uw ogen ziet dat het brood des Heeren voor u gebroken en de drinkbeker aan u gegeven wordt. Brood en wijn zijn tekenen, brood en wijn preken, brood en wijn zijn een woordeloze preek. ‘Zoals het brood gebroken wordt, zo liet Ik Me breken voor u.’ Die twee woordjes ‘voor u’ dat is de echo die hier, en trouwens ook in het Formulier voor het Heilig Avondmaal doorklinkt. Zoals het brood gebroken wordt, zo liet Ik Me breken voor u. ‘Zoals de wijn vergoten wordt, zo heb Ik Mijn bloed laten vergieten voor u.’ Christus kan niet liefdevoller tot u spreken, kinderen van God, als in de tekenen van brood en wijn. Christus kan niet dichter bij u komen, als dan wanneer Hij u brood en wijn in handen geeft en zegt: ‘Kijk, dit deed Ik voor u!
Kijk! Niet vergeten! Onder een gewone preek zeg ik: ’Luisteren, anders hoor je niets!’ Maar bij het Heilig Avondmaal zeggen we: ‘Kijk! Kijk naar het teken, anders zie je het niet.’ Gelukkig blijft er vanaf nu niemand meer thuis op de zondagen van het Heilig Avondmaal. Maar als je dan in de kerk bent, dan moet je, dan moet u wel kijken. Niet kijken naar de mensen, maar kijken naar de tekenen. Ook als je geen kind van de Heere bent, ook als je geen deel hebt aan de betekende zaak van het sacrament. Toch kijken, om te zien wat je mist. Maar ook en vooral als je wel kind van de Heere mag zijn. Aan de avondmaalstafel: kijken!
Mijn onvergetelijke, vroegere predikant (ds. C. Harinck) zei altijd als het hier om ging: ‘Avondmaal vieren, moet je leren’. Want wat moet je, als kind van God, eigenlijk doen, terwijl je aan de avondmaalstafel zit? Is dat belangrijk? Je zegt: zo iemand gaat gewoon zitten en neemt aan wat hem of haar gegeven wordt. Nee, dat is niet zo. Het is echt heel belangrijk hoe je daar zit! En ik zeg dat ook, omdat voor sommige kinderen van God, de uiteindelijke gang naar het Heilig Avondmaal tegenvalt. Ze zeggen: ‘Ik hoopte, toen ik eindelijk na veel worstelingen aan durfde gaan, dat ik veel zegen van de Heere zou ontvangen. Maar dat viel tegen.’
Hoe komt dat? Natuurlijk is daar in de eerste plaats God Zelf, God de Heilige Geest, Die ons aan de tafel wil geven wat Hij nuttig en nodig voor ons vindt. Maar niet vergeten, de Heere werkt ook middellijk. De Heere werkt middellijk, ook aan het Heilig Avondmaal. We hebben het in deze Zondagen van de Catechismus over de ‘genade-middelen’.
Hoe je aan de tafel van het Heilig Avondmaal moet zitten? Dat zie je in antwoord 75: Ik krijg de zegen als ik zie met mijn ogen, ontvang met mijn hand, en geniet met mijn mond. Als ik met mijn ogen zie. Dus: goed kijken! Niet naar beneden kijken, maar kijken naar het teken! Zoals ook onze belijdenis dat zegt (in artikel 35 van de Nederlandse Geloofsbelijdenis): God ‘werkt in ons alles wat Hij door deze heilige tekenen ons voor ogen stelt’. Hij stelt het voor onze ogen, met de bedoeling dat wij er naar kijken.
Kijken naar de tekenen, tot Zijn gedachtenis. Dat wil zeggen: kijken, en denken, en overdenken. Niet zomaar zitten en wachten, maar terwijl je kijkt naar de tekenen, overdenken: ‘In die tekenen zie ik met mijn eigen ogen mijn schuld: ik heb Zijn kroon gevlochten, ik heb Zijn beker gevuld. En nu heeft Hij (Christus) met al de liefde van Zijn hart, nog staande voor Zijn bittere lijden, mij die tekenen (die ik met mijn ogen zie!) nagelaten. Als teken en bewijs: om mij, is Hij als een misdadiger gehangen aan het kruis.’
Zien en overdenken. En ten andere (dat is het tweede) geestelijk eten en drinken wat ik ontvang uit de hand van de dienaar (van de dominee), en dat met mijn mond genieten. Dus: zien, overdenken, ontvangen, eten en drinken, en uiteindelijk genieten. Je zegt: wat is dat ‘geestelijk eten en drinken’ precies? De Catechismus zegt: ‘De Heere heeft beloofd (dat zie je, als je als kind van God kijkt naar de tekenen!): Ik geef uw hart en uw ziel te eten en te drinken door de tekenen van Mijn vlees en bloed.’ Dat wil zeggen: Door te kijken naar de tekenen en de betekenis ervan te overdenken, geef Ik u nieuwe moed en kracht. Zo houd Ik u geestelijk in het leven. Zo onderhoud en versterk Ik het geestelijke leven in u.’ Met tekenen en zegels. Met tekenen om te laten zien, om te leren. Het teken van het brood herinnert aan de lange weg die gegaan moest worden voordat brood uiteindelijk brood werd. Het tarwe moest sterven in de aarde, het koren moest gemaaid worden, de korrels vermalen worden tot meel, en uiteindelijk moest het in het vuur van de oven gebakken worden. Het teken van de wijn herinnert aan hoe de druiven geperst moesten worden tot wijn. Met tekenen om te laten zien, om te leren.
En met zegels om te verzekeren, om te garanderen: ‘Zo zeker is Hij (naar Wie deze tekenen wijzen!) voor mij geofferd en gebroken, als ik het voor me zie (en daarom moet je kijken!) dat het brood gebroken en de wijn vergoten wordt.’
Wat daalt Christus laag af. Nergens komt Hij dichter bij ons dan in de tekenen van brood en wijn. Als Hij zegt: ‘Hier, Mijn kind (dat zo wankel staat, zo vol is van twijfel en aanvechting), kan het woord van Mijn belofte je niet overtuigen? Ik weet uw zwakheid van geloof, hoe moeilijk u zich vast kunt houden aan Mijn woorden. Hier dan, neem dit dan aan, uit Mijn hand. Kijk, tast, proef, geniet, deze bewijzen van Mijn liefde voor u.’
Tekenen die onderwijzen, die leren, en zegels die bewijzen en verzekeren. Voordat we verdergaan met onze tweede gedachte, zingen wij nu eerst uit Psalm 132:12: 'k Zal Sions, 'k zal der armen spijs, Hier zegenen op de ruimste wijs; Hier zal Ik, Mijnen naam ten prijs, De priesters met Mijn heil bekleên, En 't volk doen juichen weltevreên.
We hebben gezien: de tekenen onderwijzen, die wijzen heen, naar iets dat be-teken-d wordt. De zegels bewijzen, verzekeren, garanderen. Maar, wat gebeurt er nu precies, als Gods kind zo die tekenen en zegels uit de hand van Christus krijgt? Dat is eigenlijk wat gevraagd wordt in vraag 76: Wat is dat te zeggen (wat betekent dat precies): het gekruisigd lichaam van Christus eten en Zijn vergoten bloed drinken? Het antwoord zegt: het is (en dat is het eerste) ‘met een gelovig hart het ganse, het hele lijden en sterven van Christus aannemen en daardoor vergeving van zonden en het eeuwig leven verkrijgen’. Want, jongens en meisjes, het is natuurlijk niet echt vlees eten en bloed drinken. Het brood van het Avondmaal is gewoon brood, en de wijn van het Avondmaal is gewone wijn. Er gebeurt iets wat geestelijk is, er gebeurt iets in het hart van de kinderen van God die deelnemen aan het Heilig Avondmaal. Je zegt: wat dan?
Dit: de Heere Jezus Christus komt naar ons toe, en Hij geeft ons brood en wijn. En wij nemen dat aan. Gewoon, met onze hand. Ja, dat is waar, maar er is meer. Terwijl onze hand het aanneemt, zegt ons hart: Amen. We nemen van harte, met hand en hart aan wat Hij ons geeft: Eten en drinken.
Eten voor een hongerig hart. Drinken voor een dorstige ziel. Wat een wonder is het, dat God tegen zielen die aangevochten, moe, ja misschien wel moedeloos zijn, zegt: ‘Sta op, eet, want de weg zou voor u teveel zijn’ (1 Koningen 19:7En de engel des HEEREN kwam ten anderen male weder, en roerde hem aan, en zeide: Sta op, eet, want de weg zou te veel voor u zijn.). Wat geeft het ons weer hoop en moed en kracht, ja leven, ja zelfs (zo zegt de Catechismus) eeuwig leven, als we geestelijk, met een mond van geloof eten en drinken wat Hij ons geeft. Hij komt tot ons en we nemen aan wat Hij ons geeft ja, we omhelzen Hem Zelf, als onze Bruidegom. We nemen Hem aan en alles wat Hij deed in onze plaats.
En in die weg mogen we zien (naar de maat waarin de Heilige Geest ons geloof geeft om te zien en aan te nemen) dat Zijn hand in onze lege bedelaarshand voor het eerst of opnieuw een zeldzame schat legt. Deze schat (de Catechismus schrijft het): vergeving van zonden en het eeuwige leven. Denk niet dat het Heilig Avondmaal een ouderwets ritueel is.
Hier, als hier voorin de kerk de avondmaalstafel staat, hier geeft Christus Zelf ons een teken en bewijs, dat om Hem en om Zijn werk, al onze zonden in de diepte van de zee geworpen zijn en dat God nooit meer op ons toornen of schelden zal (Jesaja 54:9Want dat zal Mij zijn als de wateren van Noach, toen Ik zwoer, dat de wateren van Noach niet meer over de aarde zouden gaan; alzo heb Ik gezworen, dat Ik niet meer op u toornen, noch u schelden zal.).
Daarom, jongelui, zijn de avondmaalsdiensten voor Gods kinderen vaak onvergetelijke momenten. Ons hart gaat zo moeilijk omhoog, ons hart wil maar niet hemels worden. Maar de hemel komt naar ons toe. Wij kunnen de zekerheid maar niet vinden, maar de Heere Jezus komt naar ons toe en zegt het Zelf, en geeft het onszelf, en laat het ons zien, tasten, proeven en genieten. En dan zingen we, vanuit de grond van ons hart: ‘Hier wordt de rust geschonken hier het vette (het goede, het overvloedige) van Uw huis gesmaakt! (Psalm 36:2De overtreding des goddelozen spreekt in het binnenste van mijn hart: Er is geen vreze Gods voor zijn ogen. ber.)
Gods kinderen krijgen aan het Heilig Avondmaal (zo zegt de Catechismus) door het aannemen van het lijden en sterven van Christus ‘vergeving van zonden en eeuwig leven’. Dat is één ding, maar er is nog iets. De Catechismus zegt: ‘daarbij worden we door de Heilige Geest, Die én in Christus én in ons woont, op die manier met Zijn heilig lichaam hoe langer hoe meer verenigd.’ Er gebeurt dus nog iets aan het Heilig Avondmaal. En dat doet de Heilige Geest. Want Hij woont in Christus, en Hij woont ook in Gods kinderen. De Heilige Geest, Die in Christus woont en in Gods kinderen, brengt die twee bij elkaar. De Heilige Geest verenigd ze, maakt ze hoe langer hoe meer één.
Waarom is het Heilig Avondmaal voor Gods kinderen vaak tot zoveel vreugde en blijdschap? Hierom, omdat de Heilige Geest ons daar Christus laat ontmoeten. Eerst heeft de Heilige Geest ons ontdekt aan onze zonden. Ons laten zien dat er in ons geen weg meer is om zalig te worden, maar dat er alleen een weg is buiten ons, door het werk van de Heere Jezus Christus. En Hij, de Heilige Geest is het, Die in ons leven ook een band gelegd heeft met Hem, een band van geloof in Hem. Een band van geloof, je zou kunnen zeggen jongens en meisjes: een touw, dat ons hart aan Christus verbindt. Dat was trouwens niet onze keus, wij wilden het liever zelf doen. Maar dat was en is Gods werk.
En wat doet de Heilige Geest nu aan het Heilig Avondmaal? De Heilige Geest gaat dat touw, die band van geloof tussen Christus en Zijn kinderen hoe langer hoe meer aantrekken. Zoals een knoop steeds vaster wordt aangetrokken. En zo komen die twee steeds dichter bij elkaar. Die twee worden steeds meer één. Dat, jongelui, geeft ons blijdschap, vrede en vreugde aan het Heilig Avondmaal. Niet dat we iets ervaren van onze eigen liefde of van onze belijdenis. Maar dat de Heilige Geest ons steeds dichter bij Jezus brengt. Bij Hem, Die alles voor ons deed en alles voor ons is.
Hij laat ons zien, geloven en ervaren: ‘we zijn (ja, Hij is ver weg in de hemel, maar toch) we zijn (zo staat het in de Catechismus) been van Zijn gebeente, vlees van Zijn vlees.’
Waar denk je aan, jongens en meisjes, als je dat hoort? ‘Dit is been van mijn been, vlees van mijn vlees.’ Dan denk je aan Adam in het Paradijs. Als hij zijn vrouw Manninne, Eva, van God gekregen heeft, dan zingt hij het uit: ‘dit is been van mijn been, vlees van mijn vlees!’
En nu horen we, terwijl we aan de avondmaalstafel zitten en de Heilige Geest de band aantrekt, Christus als het ware uit de hemel uitroepen: ‘dit is vlees van Mijn vlees, been van Mijn been’. Dat wil dus zeggen: Ik, die daar door het geloof op mag zien, die dat met hand en hart mag aannemen, ik mag geloven dat mijn vlees met Hem gekruisigd is, dat ik met Hem gestorven en begraven ben, en ook ben opgestaan tot een nieuw leven. Vlees van Zijn vlees, been van Zijn gebeente. We worden, zegt de Catechismus, ‘hoe langer hoe meer één’. Als ons oog daarop gericht wordt, dan zien we in de tekenen van het Heilig Avondmaal iets van Zijn uitnemende liefde die beter is dan wijn. Dan zien we iets van de werkelijkheid, van de betekende zaak, van de betekenis achter de tekenen. Het is Christus Zelf, Die door de tekenen tot ons komt en zegt (terwijl Zijn Geest onze harten naar de hemel trekt en Christus tot ons komt): ‘Mijn bruid, Mijn liefste, Ik verlang naar u. Want u bent been van Mijn been, u bent vlees van Mijn vlees. Laten de bewijzen van Mijn liefde in u toch verlangen naar Mij opwekken. Doe dit tot Mijn gedachtenis. Kijk naar het teken van Mijn liefde, kijk naar Mijn trouwring. Totdat Ik echt tot u kom. Ik wil u geestelijk voeden, met geloof, hoop, liefde, moed en kracht, maar Ik wil ook verlangen in u opwekken, naar de dag dat Ik werkelijk tot u komen zal. De dag dat de schaduwen vlieden. Vanaf dan zult u altijd zijn, waar Ik ben.’
En (zo zegt de Catechismus), er is nog één ding, nog een derde aspect: Wij worden door de Heilige Geest hoe langer hoe meer met Christus verenigd, hoe langer hoe meer één, en (zo staat er): dat wij (zoals de leden van één lichaam door één ziel geregeerd worden) door één Geest eeuwig leven en geregeerd worden. U voelt, dat is nog even een ander aspect, wat de Catechismus invoegt. De Catechismus wijst op twee soorten van band, op twee soorten van verbinding. Er is de band met de Heere Jezus Christus, Hoofd en lichaam, Ziel en lichaam zijn één. Maar de ledematen van een lichaam zijn ook één. Met andere woorden: er is niet alleen een band met Christus, maar er is als het goed is ook een band met elkaar.
Zoals dat ook staat in ons Avondmaalsformulier: Want gelijk uit vele graankorrels één meel gemalen en één brood gebakken wordt, en uit vele beziën, samengeperst zijnde, één wijn en drank vliet en zich ondereen vermengt; alzo zullen wij allen, die door het waarachtig geloof Christus ingelijfd zijn, door broederlijke liefde, om Christus onzes lieven Zaligmakers wil, Die ons tevoren zo uitnemend heeft liefgehad, altezamen één lichaam zijn, en zulks niet alleen met woorden, maar ook met de daad jegens elkander bewijzen. Genade roept ons op om te sterven aan de zonde, ook aan de zonde van onderlinge verdeeldheid, jaloezie, ruzie en verwijdering.
Het kan niet zo zijn, dat je leeft van genade en tegelijkertijd doorgaat op het pad van de zondaar. Genade is de nekslag voor de zonde. Genade is dodelijk vergif voor de zonde.
Het lichaam van Christus, de oprecht gelovigen samen, behoren één lichaam te zijn. Zoals de ledematen van het lichaam vastzitten aan elkaar, zoals ze met elkaar één harmonieus geheel vormen, zo behoort het ook te zijn onder Gods kinderen, ja in de hele gemeente: aan elkaar verbonden door een levende, hartelijke en sterke band. Omdat oprechte liefde bindt.
En dat alles is beloofd en wordt vervuld door God Zelf. Dat zien we nog heel kort in onze derde en laatste gedachte:
Vraag 77 zegt: Waar heeft Christus beloofd dat Hij de gelovigen zo zeker alzo met Zijn lichaam en bloed wil spijzen en laven, als zij van dit gebroken brood eten en van deze drinkbeker drinken? Het antwoord luidt: In de inzetting van het Heilig Avondmaal. En dan wordt vervolgens verwezen naar 1 Korinthe 10 en 11.
Hier is het Schriftuurlijke bewijs van de weergaloze liefde van Christus, zoals die blijkt in het Heilig Avondmaal. In de nacht waarin Hij verraden werd (toen!), in de nacht waarin Hij verloochend zou worden door Petrus en verraden zou worden door al Zijn discipelen, in die nacht, toen Hem de beker van de toorn van God bijna werd voorgehouden, toen blikte Hij vooruit, en zei Hij tegen Zijn vrienden: ‘Zo zeker als Ik verbroken ga worden, zo zeker als Mijn bloed vergoten gaat worden, het is alles voor u.’ Kijk naar de ring van onze ondertrouw, overdenk Mijn liefde. Wat Ik ga doen, wat Ik deed is voor u. En zie, van nu af aan, uit naar de dag dat wij werkelijk voor altijd met elkaar verenigd zullen worden. Naar de dag van de Bruiloft des Lams. In de tijd van de wereld hier beneden, mag u bij tijden genieten met oog en hart en mond, van wat Ik u beloofd heb. Die belofte is vast. Kijk maar, hier zijn de onderpanden van Mijn liefde en trouw. Doe dat samen, als zijnde één lichaam. Doet dat als broeders en zusters die allen deel hebt aan hetzelfde, ene Brood. Doe dat totdat Ik kom.’
Kinderen van God, nu zijn het momenten, waarop wij met blijdschap mogen uitroepen: ‘Dat is de stem mijns Liefsten, ziet Hem, Hij komt, springende op de bergen, huppelende op de heuvelen! (Hooglied 2:8Dat is de stem mijns Liefsten, ziet Hem, Hij komt, springende op de bergen, huppelende op de heuvelen!) Maar we zien uit naar de dag, dat de schaduwen vlieden. Nu komt Hij bij ogenblikken tot ons. Maar dan zullen we altijd met de Heere zijn. Vertroost elkaar met deze woorden.
Amen.
Slotzang Psalm 36:2
Uw goedheid, HEER’, is hemelhoog; Uw waarheid tot den wolkenboog; Uw recht is als Gods bergen; Uw oordeel grondeloos; Gij behoedt, En zegent mens en beest, en doet Uw hulp nooit vruchteloos vergen. Hoe groot is Uw goedgunstigheid! Hoe zijn Uw vleugelen uitgebreid! Hier wordt de rust geschonken; Hier 't vette van Uw huis gesmaakt; Een volle beek van wellust maakt Hier elk in liefde dronken.
Andere preken over Zondag