PREEK · HEIDELBERGSE CATECHISMUS

Zondag 6: De Middelaar (serie 2)

Zondag 6 · 3 november 2024

Preek Heidelbergse Catechismus Zondag 6 (serie 2)

INLEIDING

Deze catechismuspreek over Zondag 6 gaat over de Middelaar Die nodig is. Hij moest waarachtig mens zijn om te kunnen betalen, en tegelijk waarachtig God om de last van Gods toorn te dragen. Deze Middelaar, Jezus Christus, is ons door God geschonken tot wijsheid, rechtvaardigheid, heiligmaking en volkomen verlossing. Niet als een weetje, maar als een Godswonder dat de Heere Zelf aan een gebroken hart openbaart. Hij is ons in het Evangelie bekendgemaakt: eerst in het paradijs beloofd, en ten slotte in Christus vervuld.

THEMA

De Middelaar Die nodig is

KERNPUNTEN

  1. De Middelaar Die nodig is, is waarachtig mens en waarachtig God.
  2. De Middelaar Die nodig is, is ons door God geschonken.
  3. De Middelaar Die nodig is, is ons in het Evangelie geopenbaard.

ZONDAG 6

Vraag 16: Waarom moet Hij een waarachtig en rechtvaardig mens zijn?
Omdat de rechtvaardigheid Gods vorderde, dat de menselijke natuur, die gezondigd had, voor de zonde betaalde; en dat een mens, zelf zondaar zijnde, niet kon voor anderen betalen.

Vraag 17: Waarom moet Hij tegelijk waarachtig God zijn?
Opdat Hij, uit kracht zijner Godheid, den last van den toorn Gods, aan zijn mensheid zou kunnen dragen, en ons de gerechtigheid en het leven zou kunnen verwerven en wedergeven.

Vraag 18: Maar wie is deze Middelaar, die tegelijk waarachtig God en een waarachtig rechtvaardig mens is?
Onze Heere Jezus Christus, die ons van God tot wijsheid, rechtvaardigheid, heiligmaking, en tot een volkomen verlossing geschonken is.

Vraag 19: Waaruit weet gij dat?
Uit het Heilig Evangelie, hetwelk God zelf eerstelijk in het Paradijs heeft geopenbaard, en daarna door de heilige Patriarchen en Profeten laten verkondigen, en door de offerande en andere ceremoniën der Wet laten voorbeelden, en ten laatste door zijn eniggeboren Zoon vervuld.

VOLLEDIGE TEKST

Zondag 6: De Middelaar (serie 2)

ds. J. IJsselstein - Zondag 6

THEMA

De Middelaar Die nodig is

Gemeente, jongelui, in Zondag 5 zijn we begonnen met het tweede deel van de Heidelbergse Catechismus: het deel dat gaat over de verlossing van de mens. In Zondag 2, 3 en 4 werd ons eerst onze diepe ellende voor het aangezicht van de Heere getekend. En al onze excuses om de schuld van ons af te schuiven, bleken één voor één ongeldig te zijn. We moesten het uiteindelijk wel toegeven: wij hebben naar het rechtvaardig oordeel Gods tijdelijke en eeuwige straf verdiend.

Maar de Heere Zelf opende een weg, waar geen weg was. Er moest volkomen betaald worden, door onszelf... of door een Ander. Een schepsel kon dat niet zijn. Want dat zou de last van de toorn van God niet kunnen dragen. Het moest iemand zijn die echt mens was, zonder zonde. En die tegelijk ook echt God was, en dus sterker dan alle schepselen.

Er moest een Middelaar komen, Die zou kunnen staan midden tussen God, Die vertoornd was over de zonden, en de mensen zoals wij. En Die Middelaar, zo bleek toen en zo blijkt nu, Die is er. Hij is door God aan de mensen gegeven. Het is de Heere Jezus Christus.

En Wie Hij is, en hoe Hij Middelaar is tussen God en mensen, dat lazen we zojuist uit Filippenzen 2. Pak dat Schriftgedeelte er nog even bij: Filippenzen 2 vers 6 tot 11. Vers 6 zegt: Die in de gestaltenis Gods zijnde, geen roof geacht heeft Gode even gelijk te zijn. Zijn gestaltenis, Zijn vorm, Zijn wezen was God. En dat had Hij niet gestolen, dat was geen roof. Hij was even gelijk met God, Hij was God. Zo iemand hadden we nodig, nietwaar? Iemand Die echt, waarachtig God was.

Maar, vers 7, maar (Hij) heeft Zichzelven vernietigd, de gestaltenis eens dienstknechts aangenomen hebbende, en is den mensen gelijk geworden. Hij heeft Zichzelf letterlijk: leeg gemaakt, leeggegoten. Al de heerlijkheid en glorie van Zijn Godheid heeft Hij afgelegd, toen Hij de menselijke natuur aannam, toen Hij dienstknecht, toen Hij slaaf werd. De mensen gelijk...

Dus waarachtig, echt God wás Hij. En echt mens wilde Hij worden, hoewel zonder zonde. Zo iemand hadden we nodig, toch?

Vers 8: En in gedaante gevonden als een mens, heeft Hij Zichzelven vernederd, gehoorzaam geworden zijnde tot den dood, ja, den dood des kruises. Met andere woorden: in die menselijke natuur heeft Hij diep gebogen. Hij nam de straf van al de Zijnen op Zich. De tijdelijke en eeuwige straf, die wij naar het rechtvaardig oordeel Gods verdiend hadden. Hij deed wat geen mens ooit meer kon doen. Hij vervulde alle eisen van Gods recht. Hij betaalde die hemelhoge schuld. En zo werd de hitte van Gods toorn en gramschap geblust.

Springt je hart ook op van blijdschap en verwondering, als je dit leest? God heeft Zelf gedaan, wat geen mens ooit meer kon doen. En dus is er hoop voor arme zondaars. Niet bij henzelf, maar bij God!

We lezen verder in vers 9-11: Daarom heeft Hem ook God uitermate verhoogd en heeft Hem een Naam gegeven, welke boven alle naam is, opdat in de Naam van Jezus zich zou buigen alle knie dergenen die in de hemel, en die op de aarde, en die onder de aarde zijn, en alle tong zou belijden dat Jezus Christus de Heere is, tot heerlijkheid Gods des Vaders. Diep vernederde Christus Zich, om te lijden en te sterven voor Zijn vijanden. Om hen terug te brengen bij God. Groot was Zijn overwinning. En dus groot is ook de eer die de Vader Hem wil geven.

En wij, en u, en jij en ik, wij mogen daarbij, zegt Paulus, niet achterblijven. Want Gods bedoeling daarmee was en is, dat Christus dáárom, om wat Hij deed en leed, door iedereen aanbeden zou gaan worden. Alle knie voor Hem gebogen. Alle tong Hem erkennend en belijdend: Hij is de door God gezonden Zaligmaker.

Heb je dat al gedaan? Heb je je knie al voor Hem gebogen? Heb je Hem al beleden als Heere? Tot eer van Christus en tot eer van God de Vader? Nooit is er een groter wonder in deze wereld gebeurd. De mens stond op tegen God. Hij brak met God, en verdiende daarmee tijdelijke en eeuwige straf. Maar God gaf in enkele liefde Zijn eniggeboren Zoon over tot in de dood, opdat je alsnog voor Hem zou buigen... Lieve mensen, kus dan de Zoon, buigend aan Zijn voeten, opdat Hij niet toorne, en u op de weg vergaat, wanneer Zijn toorn maar een weinig zou ontbranden (Ps. 2:12).

We gaan het vanmiddag hebben over wat Zondag 6 zegt over deze Middelaar, Die God gegeven heeft om vijanden met Zichzelf te verzoenen, en om goddelozen te rechtvaardigen door Zijn bloed. We lezen samen vraag en antwoord 16, 17, 18 en 19.

Vraag 16. Waarom moet Hij een waarachtig en rechtvaardig mens zijn? Antwoord: Omdat de rechtvaardigheid Gods vorderde, dat de menselijke natuur, die gezondigd had, voor de zonde betaalde; en dat een mens, zelf een zondaar zijnde, niet kon voor anderen betalen.

Vraag 17. Waarom moet Hij tegelijk waarachtig God zijn? Antwoord: Opdat Hij, uit kracht Zijner Godheid, de last van de toorn Gods aan Zijn mensheid zou kunnen dragen, en ons de gerechtigheid en het leven zou kunnen verwerven en wedergeven. Dus, dat is het eerste, deze Middelaar is: waarachtig mens en waarachtig God.

Vraag 18. Maar wie is deze Middelaar, Die tegelijk waarachtig God en een waarachtig rechtvaardig mens is? Antwoord: Onze Heere Jezus Christus, Die ons van God tot wijsheid, rechtvaardigheid, heiligmaking, en tot een volkomen verlossing geschonken is. Dus, dat is het tweede, deze Middelaar is: ons door God geschonken.

Vraag 19. Waaruit weet u dat? Antwoord: Uit het heilig Evangelie, hetwelk God Zelf eerst in het paradijs heeft geopenbaard, en daarna door de heilige patriarchen en profeten laten verkondigen, en door de offeranden en andere ceremoniën der wet laten voorbeelden, en ten laatste door Zijn eniggeboren Zoon vervuld. Dus, dat is het derde, deze Middelaar is: ons in het Evangelie geopenbaard.

Het thema voor de preek van vanmiddag is: De Middelaar Die nodig is

Er zijn drie aandachtspunten. De Middelaar: 1. Is waarachtig mens en waarachtig God 2. Is ons door God geschonken 3. Is ons in het Evangelie geopenbaard

Als eerste dus:

1. De Middelaar Die nodig is, is waarachtig mens en waarachtig God.

Waarom moest Hij echt mens zijn? En ook rechtvaardig mens, zonder enige zonde? Antwoord 16 zegt: omdat de rechtvaardigheid Gods vorderde (met andere woorden: dat was nodig om de eer van God), dat de menselijke natuur, die gezondigd had, voor de zonde betaalde; en dat een mens, zelf een zondaar zijnde, niet kon voor anderen betalen.

De mens had gezondigd. Dus was het eerlijk dat de mens zelf zou betalen. Maar wie betaalt, moet wel een mens zonder zonde zijn. Want als je iedere dag je schuld meer maakt, dan kun je je schuld nooit afbetalen.

Dat, zegt de Catechismus, vordert de rechtvaardigheid van God. Dat vordert. Wat is dat? Nou, als je iemand iets moet betalen, en je doet het niet..., dan belt er op een gegeven moment iemand aan, die een pasje laat zien, en zegt: ‘Ik ben de deurwaarder. Nu moet u

echt betalen! Ik vorder, ik eis betaling. Zo niet, dan ga ik uw spullen in beslag nemen, meenemen.’ Je krijgt een kleur van schaamte, het zweet breekt je uit, als er zo iemand op je stoep staat. Want tot nu toe kon je nog wel een beetje heen en weer schuiven met je rekeningen. Maar nu niet meer.

God vordert betaling... Tot nu toe probeerde je nog van alles te bedenken. Maar dan, maar nu sta je ineens voor God. Zoals Daniël in zijn bidden: O Heere, bij ons is de beschaamdheid der aangezichten, bij onze koningen, bij onze vorsten en bij onze vaderen, omdat wij tegen U gezondigd hebben. Met schaamte, voor God (Dan. 9:8). Zoals Habakuk in zijn bidden: HEERE, als ik Uw rede gehoord heb, heb ik gevreesd. Met vrees, voor God (Hab. 3:2). Zoals dominee McCheyne het dichtte: Maar toen mij Gods Geest aan mijzelf had ontdekt. Toen werd in mijn ziele de vreze gewekt. Toen voelde ik wat eisen Gods heiligheid deed; daar werd al mijn deugd een wegwerpelijk kleed. Met niets voor God.

God vordert betaling van de mens die gezondigd heeft, maar die mens heeft niets. Maar, jongens en meisjes, gelukkig, van de Heere Jezus, over Wie het nu gaat, weten we dat Hij mens geworden is. Je hoort het iedere zondag, ook vanmiddag: De Heere Jezus Christus is ontvangen van de Heilige Geest, geboren uit de maagd Maria. Een mens, een echt mens, maar ook een rechtvaardig mens, zonder zonde.

De Middelaar Die naar deze wereld wilde komen om in de plaats te gaan staan van armen. Met Zijn alles in plaats van ons niets. Om de zonden van verloren mensen en om de verschrikkelijke last van Gods toorn daarover te dragen. Om armen rijk te maken in Hem.

En dus: Kom, armen. Kom, gebrokenen van hart, verslagenen van geest. Jesaja zegt: Onze krankheden heeft Hij op Zich genomen, onze smarten heeft Hij gedragen. Hij is om onze overtredingen verwond, om onze ongerechtigheden is Hij verbrijzeld. De straf die ons de vrede aanbrengt (met God verzoend), was op Hem. Door Zijn striemen is ons genezing geworden. (Jes. 53:4-5) Als Jesaja dat zegt, dan zie je de Heere Jezus in gedachten voor je: onschuldig veroordeeld. De Rechtvaardige, Die nooit één zonde gekend of gedaan heeft. De striemen gaan over Zijn rug. Een doornenkroon wordt op Zijn hoofd gedrukt. De spijkers worden door Zijn handen en voeten gedreven.

Je denkt, al kijkend: Wat doen Zijn vijanden Hem toch verschrikkelijk veel verdriet aan. Maar je ziet, als het goed is, wat anders: Het is Zijn Vader, Die het doet. Het is de Heere Zelf Die de last van Zijn toorn over de zonde van al Zijn kinderen legt op... de Middelaar.

Die mens moest zijn om te kunnen lijden en sterven. En Die mens wilde worden, voor verloren mensen.

Vind je dat geen wonder? De Heere had ons voor altijd kunnen vergeten en kunnen verlaten. Maar nu stuurt Diezelfde Heere, Die wij zo naar de kroon gestoken hebben, Zijn liefste Zoon naar de aarde, om als Middelaar te lijden en te sterven voor zondaars. Hoe zwaar was die last, die gedragen moest worden. Hoe verschrikkelijk het lijden, dat geleden moest worden.

En dus moest Hij ook wel, naast dat Hij mens was, tegelijk ook waarachtig God zijn. Om, zoals antwoord 17 zegt, door Zijn Goddelijke kracht de last van de toorn Gods aan Zijn mensheid te kunnen dragen. En om zo voor ons gerechtigheid en leven te verdienen en aan ons terug te geven. Voor de last van Gods toorn waren en zijn mensenschouders te zwak. Maar dat Hij God was, heeft de Middelaar als mens geholpen die loodzware last te dragen. God Zelf heeft niet geleden, dat kan ook niet. Maar de Godheid heeft de menselijke natuur geholpen in het dragen van de oneindige toorn van God.

Dat zie je op Golgotha, aan het kruis. Daar zie je dat de Heere Jezus meer is dan Offerlam alleen. Hij is meer dan mens alleen. Hij is God. Hij is het Lam Gods. En dus kán Hij ook de last van Gods toorn tegen onze zonden dragen. Een oneindige last, van de eeuwige straf, van de dood, van verlating door God. Wat heeft het Hem als mens bloedig zweet gekost. Wat heeft Hij als mens diep moeten lijden in Zijn lichaam aan het kruis. Hij heeft Zichzelven vernietigd, de gestaltenis eens dienstknechts aangenomen hebbende, en is den mensen gelijk geworden; en in gedaante gevonden als een mens, heeft Hij Zichzelven vernederd, gehoorzaam geworden zijnde tot den dood, ja, den dood des kruises (Filip. 2:7-8). Bedolven werd Hij onder de toorn van God over de zonde. Maar Hij bleef, omdat Hij God was, overeind!

Deze Middelaar, echt mens, zonder zonde, echt God, deed wat niemand kon. Hij maakte vrede met God voor verloren zondaars. En dat bleek al direct na Zijn opstanding. Want het eerste wat Hij de vrouwen en de discipelen (die Hem kwijt waren) bracht, was de boodschap van vrede. En dat is wat Hij ook nu brengt aan mensen die Hem, die God, kwijt zijn: een genadige boodschap van vrede met God door het bloed van het kruis.

Dat kan deze Middelaar Gods en der mensen u geven. En dat wil Hij u ook uit genade geven. Om zo te zorgen voor de eer van God in uw leven, om u zo met God te verzoenen. Deze Middelaar, geliefde gemeente, hebt u nodig. U kunt het niet zelf. U kunt niet zelf betalen. Een ander kan het ook niet. Er is maar één Middelaar Gods en der mensen, de mens Jezus Christus. Die bereid is om uw leven te redden van het verderf, en om u terug te brengen tot vrede met God. Zoek dat dan toch niet en nooit meer ergens anders. Want daar redt u het niet mee.

Daar komt u mee om. Alleen de gerechtigheid van Christus redt van de dood. Hem moet u hebben. U moet door Hem met God verzoend worden.

Bid daarom toch met grote ernst om het krachtige werk van de Heilige Geest in uw hart. Dat u Hem nodig zult krijgen. Dat de Heere Hem aan uw ziel zal openbaren. Vlucht tot Hem met uw nood en uw dood, roepend: ‘Zone Davids, ontferm U mijner! Red mijn ziel!’

Voordat wij verdergaan met ons tweede punt, zingen wij nu eerst Psalm 40:4: Brandofferen, noch offer voor de schuld, Voldeden aan Uw eis, noch eer. Toen zeid' ik: "Zie, ik kom, o HEER’; De rol des boeks is met Mijn naam vervuld. Mijn ziel, U opgedragen, Wil U alleen behagen; Mijn liefd' en ijver brandt: Ik draag Uw heil'ge wet, Die Gij den sterv'ling zet, In 't binnenst' ingewand." - - - -

Ons tweede aandachtspunt.

2. De Middelaar Die nodig is, is ons door God geschonken.

Vraag 18 zegt: Maar wie is deze Middelaar, Die tegelijk waarachtig God en een waarachtig rechtvaardig mens is? Antwoord: Onze Heere Jezus Christus, Die ons van God tot wijsheid, rechtvaardigheid, heiligmaking, en tot een volkomen verlossing geschonken is.

Misschien denk je: Ja, dat wist ik al. Goed dat je dat zegt. Maar..., dit is niet alleen maar een weet-vraag. Hier wordt gevraagd, wat de Heere Jezus ooit ook aan Zijn discipelen vroeg: Wie zeggen de mensen, dat Ik, de Zoon des mensen, ben? Er kwamen allemaal verschillende antwoorden..., maar toen werd de vraag rechtstreekser: Maar u, wie zegt u, dat Ik ben? (Matth. 16:15) Petrus antwoordde en zei: U bent de Christus, de Zoon van de levende God.

En wat zei de Heere Jezus toen tegen Petrus? ‘Precies, Petrus, dat klopt...’ Was het een weet-vraag? Nee, het was een harte-vraag! En dus antwoordde de Heere Jezus aan Petrus: Vlees en bloed heeft u dat niet geopenbaard. Dat heb je niet geleerd van mensen, op school, op de catechisatie of waar dan ook. Vlees en bloed heeft u dat niet, maar Mijn Vader, Die in de hemelen is (Matth. 16:17). Dat wil zeggen: hij moest leren, en wij moeten ook leren, wie de Heere écht is, door het werk van de Heilige Geest in ons hart.

De Heere Zélf moet ons leren dat de Heere Jezus de Middelaar is. Je wist het met je verstand. Dat is heel mooi. Maar het is nodig, dat de Heere je persoonlijk de weg wijst naar Hem. Dat Hij Hem aan je ziel openbaart. Dat Hij Hem aan je door schuld verslagen, gebroken hart onthult. Dat Hij Hem aan je aanwijst door het krachtige werk van Zijn Heilige Geest en door Zijn Woord. Dat de Heere Zelf door Zijn Woord tegen je zegt: ‘Zie! Zie, het Lam Gods!’ (Joh. 1:29)

Zeker, de Heere is vrij in hoe Hij werkt in het hart van een zondaar. Al Gods wegen met de mensen zijn verschillend. Maar toch moet er een moment komen, geliefde gemeente, dat de Heere in ons aan de zonde ontdekte hart de Middelaar openbaart, dat wil zeggen: onthult. Anders leren we Hem nooit echt kennen. Zolang we dwalen op eigen wegen, in het zoeken van eigen oplossingen… Zolang die wegen niet definitief geblokkeerd zijn… Zolang kennen we Jezus niet als het werkelijk enige middel om zalig te worden. Als de Middelaar tussen God en mijn verloren ziel. Het is God Zelf, Die door Zijn Woord en Heilige Geest op Zijn tijd, voor de één helderder dan voor de ander, Hem in het middelpunt plaatst: Jezus alleen.

Het Lam van God, dat Ik, zegt de Heere, gegeven heb tot wijsheid, rechtvaardigheid, heiligmaking, en tot een volkomen verlossing. Hier wordt het geheim onthuld van de eeuwige raad van God. Niet enkel als een persoonlijk weetje, maar als een Godswonder in het leven van een aan de zonde ontdekt mens. Wat een wonder, als ik daar iets van ga zien. De één nog in de verte, de ander dichterbij. O, zo'n Middelaar, Die Middelaar Die ik nodig heb, Die is er. Die heeft God Zelf gegeven.

Als de Heere Hém in de donkere nacht van je zonde-overtuiging onthult: Christus Jezus. De Zoon van God Zelf, de eeuwige God, de Almachtige. Hij was en bleef God. Maar Hij wilde mens worden, Hij wilde onze menselijke natuur aannemen. Hij werd geboren uit de maagd Maria en gelegd in een kribbe in Bethlehem. Het eeuwige Woord is vlees geworden (Joh. 1:14).

a. In de eerste plaats is Hij door God gegeven tot wijsheid. Als de Opperste Wijsheid, Die nodigt... Die dwazen nodigt tot Zijn wijsheid. Die blinden nodigt tot Zijn licht. Om ons wijs te maken tot zaligheid. Om ons de enige weg tot zaligheid te wijzen, te leren. En ons op die weg te brengen. Bij Hem, Die Zelf de Weg is, de Waarheid en het Leven. Door Wie God Zijn eer weer terugkrijgt, en onze ziel de vrede met God.

En dus: Dwazen, u die de weg niet weet, er is raad voor u bij deze Middelaar. Blinden, u die niet ziet hoe u zalig moet worden, hoe u vrede met God kunt krijgen, deze Middelaar schenkt blinden een liefelijk licht. Hij zal de blinden leiden door de weg die zij niet geweten hebben, en de dwazen wijs maken tot zaligheid.

b. In de tweede plaats is Hij door God ook gegeven tot rechtvaardigheid. Wij hebben de band met God verbroken door onze opstand tegen Hem. Maar Hij was zonder zonde. Hij was gehoorzaam in alle dingen. Hij heeft door Zijn lijden en sterven aan Gods recht voldaan. En daarom kan alleen Hij het weer recht, het weer goed maken tussen God en mens, door Zijn rechtvaardigheid.

En dus, u die geen gerechtigheid hebt, u hebt een hemelhoge schuld die u niet kunt betalen, er is gerechtigheid voor u te krijgen, uit genade, voor niets. De Middelaar is bereid uw hemelhoge schuld voor Zijn rekening te nemen. Hij is bereid om voor u vrede met God te maken. Stop dan toch met uw eigen pogingen. Waarom weegt u geld uit voor hetgeen dat geen brood is, en uw arbeid voor hetgeen dat niet verzadigen kan? Hoor aandachtig naar Hem, en eet het goede, en laat uw ziel in vettigheid zich verlustigen. Neigt uw oor en komt tot Hem, hoort, en uw ziel zal leven (vgl. Jes. 55:2-3). Kijk toch met uw gebroken oog naar de koperen slang, naar de gekruisigde Christus, het Lam Gods. En strek uw handen naar Hem uit. En bid: ‘Leer mij, o Heere, toch U kennen? Neem mij toch voor Uw rekening?’

c. In de derde plaats is Christus door God ook gegeven tot heiligmaking. Wij zijn van onszelf vol van de vuiligheid van onze zonden. Wij hebben alle heiligheid verloren. Maar deze Middelaar kan en wil verloren mensen terugbrengen tot heiligheid, door de vernieuwing van ons hart.

En dus, u die tot de ontdekking gekomen bent dat u onheilig bent, gericht op uzelf, niet op God, ga nu niet proberen uzelf te verbeteren. Want zo vindt u nooit uw heiligheid terug. U blijft struikelen. U kunt van uzelf geen ogenblik staande blijven. Deze Middelaar is door God gegeven tot heiligmaking. Om heilig te máken. Dat is niet iets wat wij doen, maar dat wil Híj doen! Hij wil u leren Hem te dienen en voor Hem te leven!

d. In de vierde plaats is Christus door God ook gegeven om uiteindelijk te brengen tot een volkomen verlossing. Dat is het einddoel van Gods werk in de harten van zondaars. En daar zien we naar uit, nietwaar, kinderen van God? Naar de dag dat onze verlossing volkomen zal zijn. Naar de dag dat wij dit zondige leven mogen verwisselen voor een volkomen zaligheid. Waar God weer aan Zijn eer komt. Waar wij Hem eeuwig groot mogen maken, voor altijd hersteld in vrede met God. Door deze Middelaar.

Gemeente, voor deze Middelaar moet in ons hart plaatsgemaakt worden. Want we kunnen de Heere liefhebben... We kunnen iets van de zonde gezien hebben en er verdriet over hebben... We kunnen anders zijn gaan leven... Terwijl we in ons hart blijven vasthouden aan de hoop op onszelf. Aan de hoop dat we zo misschien wel langzamerhand steeds meer gaan passen bij: de Middelaar.

Maar nee, lieve mensen! Het past niet, het past nooit! Wij worden nooit geschikt voor de Zaligmaker. Het is andersom: Hij is geschikt voor verloren mensen, die niets hebben en die van zichzelf niets kunnen doen.

Veel mensen blijven geestelijk in het donker, omdat zij werken aan hun geschiktheid voor Jezus. Ze denken: ‘Ik moet werken aan meer oprecht berouw, aan meer schuldbesef, aan meer tranen. Het moet dieper, het moet echter, het moet gevoeliger. En dan..., dan zal God wel antwoorden.’

Maar dat is wéér de weg van het zelf verdienen. Dit is de enige weg, de enige Middelaar door God gegeven: het gekruisigde Godslam. Werk dan niet meer, alstublieft! Maar roep dan: ‘Zone Davids, ontferm U ook over mij! Heere, geef Uw Christus toch ook aan mij. Voor alles wat ik mis: tot wijsheid, rechtvaardigheid, heiligmaking en tot een volkomen verlossing.’

Nog heel kort ons laatste punt.

3. De Middelaar Die nodig is, is ons in het Evangelie geopenbaard.

Vraag 19 zegt: Waaruit weet u dat? Antwoord: Uit het heilig Evangelie, hetwelk God Zelf eerst in het paradijs heeft geopenbaard, en daarna door de heilige patriarchen en profeten laten verkondigen, en door de offeranden en andere ceremoniën der wet laten voorbeelden, en ten laatste door Zijn eniggeboren Zoon vervuld.

Hoe weet u dat allemaal? Uit het heilig Evangelie. Eerst door God geopenbaard in het paradijs. Het kwam van God: Hij openbaarde het aan de mens die wegvluchtte. Maar Hij kwam hem achteraan en beloofde Zijn Zoon. Daarna heeft Hij het laten verkondigen, daarna was het te horen in wat God zei tegen Abraham, Izak en Jakob, de patriarchen. En tegen de profeten, die de komst van de Messias voorzegd hebben. Het was ook te zien in de offers. En toen, daarna, eeuwen later, toen is ten laatste: de belofte vervuld. Toen kwam de eniggeboren Zoon van God in deze wereld.

De kern, gemeente, van dit antwoord is: Christus wordt gekend vanuit het Woord van het Evangelie. Dus, het is goed om goede boeken te lezen of meditaties. Het kan leerzaam zijn om levensverhalen van kinderen van God te lezen. Maar de Christus vindt u in dit Woord, in Gods eigen Woord. Petrus schrijft: En wij hebben het profetische woord, dat zeer vast is, en gij doet wel, dat gij dáárop acht hebt, als op een licht, schijnende in een duistere plaats, totdat de dag aanlichte, en de morgenster opga in uw harten (2 Petr. 1:19).

Als het donker is in uw hart… Als u gebukt gaat onder uw schuld… Als u de noodzaak voelt van betaling… Als u verlangend uitziet naar verlossing… En u ziet geen weg...? Zoek dan in dit Woord. Dan zult u daarin vinden. Immers, nabij u is het Woord (Rom. 10:8). En Christus is in dat Woord.

Zoek, zoekende zondaars, in dit Woord. Want terwijl u al lezend biddend naar dat Woord luistert, wil de Heilige Geest werken. En uw bedroefde hart woorden van Christus influisteren. Zoals ook nu: Zie op Mij, het Lam Gods. Komt toch tot Mij, u die vermoeid en belast zijt, Ik zal u rust geven. Ziet, hier ben Ik. Ik ben om uw overtredingen verwond, om uw ongerechtigheden verbrijzeld (zie Matth. 11:28; Jes. 53:5).

Dan zegt het bedroefde hart (zeg u het maar, armen van geest!): ‘Hebt U de Middelaar, Heere, ook voor mij gegeven? Dan is Hij ook mijn Heere, dan is Hij ook mijn God!’

Amen.

Slotzang Psalm 138:4

Als ik, omringd door tegenspoed, Bezwijken moet, Schenkt Gij mij leven; Is 't, dat mijns vijands gramschap brandt, Uw rechterhand Zal redding geven. De HEER is zo getrouw, als sterk; Hij zal Zijn werk Voor mij volenden, Verlaat niet wat Uw hand begon, O Levensbron, Wil bijstand zenden.