7 januari 2024
Johannes 1:29: Des anderen daags zag Johannes Jezus tot zich komende, en zeide: Zie, het Lam Gods, Dat de zonde der wereld wegneemt.
INLEIDING
Johannes de Doper wijst Jezus aan: het Lam Gods, dat de zonde der wereld wegneemt. Dit Lam is vervulling van alle offers uit het Oude Testament, door God Zelf gegeven, heilig en zonder zonde, en Hij draagt de zonde eindeloos ver weg. Dat woord "zie" is nodig omdat wij van nature liever op onszelf vertrouwen dan onze hoop loslaten. Wie zijn eigen redding opgeeft en tot dit Lam vlucht, ontvangt het eeuwige leven; wie Hem weigert, blijft onder Gods toorn.
Zie, het Lam Gods
JOHANNES 1:29-34
29 Des anderen daags zag Johannes Jezus tot zich komende, en zeide: Zie, het Lam Gods, Dat de zonde der wereld wegneemt.
30 Deze is het van Welken ik gezegd heb: Na mij komt een Man, Die vóór mij geworden is, want Hij was eer dan ik.
31 En ik kende Hem niet; maar opdat Hij aan Israël zou geopenbaard worden, daarom ben ik gekomen dopende met het water.
32 En Johannes getuigde, zeggende: Ik heb den Geest zien nederdalen uit den hemel gelijk een duif, en Hij bleef op Hem.
33 En ik kende Hem niet; maar Die mij gezonden heeft om te dopen met water, Die had mij gezegd: Op Welken gij den Geest zult zien nederdalen, en op Hem blijven, Deze is het Die met den Heiligen Geest doopt.
34 En ik heb gezien en heb getuigd, dat Deze de Zone Gods is.
VOLLEDIGE TEKST
ds. J. IJsselstein - Johannes 1:29
THEMA
Zie, het Lam Gods
Gemeente, ik preek u vanmorgen het Evangeliewoord, dat staat in Johannes 1:29Des anderen daags zag Johannes Jezus tot zich komende, en zeide: Zie het Lam Gods, Dat de zonde der wereld wegneemt!: Des anderen daags zag Johannes (de Doper) Jezus tot zich komende, en zeide: Zie, het Lam Gods, Dat de zonde der wereld wegneemt.
Onze tekst begint met een tijdbepaling: Des anderen daags zag Johannes Jezus tot zich komende.
Gisteren zei Johannes de Doper, toen een onderzoekscommissie van de farizeeën hem vroeg: ‘Wie bent u eigenlijk, dat u hier doopt? Maar, als u Elia niet bent, als u de Messias, als u de Christus, als u de Profeet niet bent, waarom doopt u dan eigenlijk?’ Gisteren zei Johannes Doper nog (het staat in vers 26 en 27): Ik doop met water, maar Hij staat midden onder u, Die u niet kent. Dezelve is het Die na mij komt, Welke vóór mij geworden is (de Eeuwige), Wie ik niet waardig ben dat ik Zijn schoenriem zou ontbinden.
En nu, een dag later, ziet Johannes Hem, Jezus, naar zich toekomen. Hem, Die hij eerder gedoopt heb. God had beloofd, dat Hij Hem aan Johannes de Doper zou aanwijzen. Want ook hij kende Hem niet. Maar toen hij Hem doopte, toen zag hij het. De Geest van God daalde, in de gedaante van een duif, op Hem neer en bleef op Hem. En dus: Hij is het!
En nu ziet hij Hem weer, naar zich toekomen. En hij steekt zijn hand, hij steekt zijn vinger uit, en zegt onomwonden en met veel vrijmoedigheid, wat wij vanmorgen ook tegen u zeggen (het is onze tekst): Zie, het Lam Gods, Dat de zonde der wereld wegneemt. Woorden, die wij woord-voor-voord met Gods hulp zullen overdenken.
1. Zie het Lam. Het Lam, dat is het eerste woord waar we op letten. Voor Johannes de Doper was het klip en klaar, wat dat betekende. Hij was immers zoon van een priester, van de priester Zacharias, die net als alle andere priesters) in de tempel diende. Waar iedere morgen en iedere avond een lam geofferd werd. Eeuwenlang, iedere dag, werd in de tempel tweemaal per dag een lam geslacht. Als offer, vooruitwijzend naar de komende Messias.
Maar dat was niet alleen voor de priesterzoon Johannes klip en klaar. Dat wist iedere Israëliet. Iedereen kende dat dagelijkse offer bij de tempel. En iedereen kende ook het paaslam, waarvan het bloed gestreken werd aan de posten van de deur van het huis. Vooruitwijzend naar het bloed van de ooit komende Messias. Die bevrijden zou van de wraak van de verderfengel. Zoals die destijds in het land Gosen voorbij ging, als God dat bloed zag.
En bij dat woord ‘Lam’, dacht iedere Israëliet ongetwijfeld ook (net als wij) aan de profetie van Jesaja: Als een lam werd Hij ter slachting geleid, en als een schaap dat stom is voor het aangezicht zijner scheerders, alzo deed Hij Zijn mond niet open (Jes. 53:7Als dezelve geëist werd, toen werd Hij verdrukt; doch Hij deed Zijn mond niet open; als een lam werd Hij ter slachting geleid, en als een schaap, dat stom is voor het aangezicht zijner scheerders, alzo deed Hij Zijn mond niet open.).
Dus dit, die aanduiding ‘lam’, was voor niemand toen, en is voor niemand nu geheimtaal. Of iedere Israëliet erop zat te wachten, dat is een ander ding... En of iedereen van ons, dit Lam verwacht, is wat anders…
Een lam, jongens en meisjes, (je ziet ze voor je in de wei), is vriendelijk, zacht, geduldig, gewillig, weerloos. Er zit iets moois, er zit iets zachts in die aanduiding: ‘lam’. Maar dat woord ‘lam’ heeft tegelijkertijd, jongens en meisjes, ook iets schokkends in zich. Jesaja wees er al op. Want vanaf nu, vanaf het moment dat Johannes de Doper dit zegt, wordt duidelijk: Dit Lam, dit Lam Gods, Hij zal moeten gaan sterven. Hij zal werkelijk de vervulling zijn van de profetie: Hij zal als een lam ter slachting geleid worden. Hij zal Zichzelf gaan geven tot een slachtoffer voor de zonde.
Zo was Hij, schrijft Petrus: voorgekend (aangesteld door de Vader) tot een Verzoening voor onze zonden, al voor de grondlegging der wereld (1 Petr. 1:20Dewelke wel voorgekend is geweest voor de grondlegging der wereld, maar geopenbaard is in deze laatste tijden om uwentwil,). Zo bood Hij Zichzelf aan in de stille eeuwigheid, als een Lam om geslacht te worden, toen Hij zei: Zie, ik kom (Ps. 40:8Toen zeide ik: Zie, ik kom; in de rol des boeks is van mij geschreven.). En straks zal Hij het zeggen: Indien u dan Mij zoekt, zo laat dezen (Mijn discipelen) heengaan (Joh. 18.8). Hij (en dat maakt Johannes direct duidelijk) is het Lam, dat God ten brandoffer heeft voorzien (Gen. 22:8En Abraham zeide: God zal Zichzelven een lam ten brandoffer voorzien, mijn zoon! Zo gingen zij beiden samen.) Vriendelijk, zacht, geduldig, gewillig, weerloos. Bereid en bestemd om geslacht te worden.
Zo is een gewoon lam, jongens en meisjes: vriendelijk, zacht, geduldig, gewillig, weerloos. Maar, dit… is een bijzonder Lam.
2. Want het gaat hier (als tweede) om het Lam Gods. Iedere Israëliet had dat woord ‘lam’ in zijn of haar leven eindeloos vaak gehoord. Maar deze uitdrukking niet. Dit is nieuw: het Lam Gods Dit is het Lam, waar al die eerdere lammetjes naar vooruit gewezen hadden. Het bloed van al die andere lammeren had nooit de zonde weg kunnen nemen (Hebr. 10:4Want het is onmogelijk, dat het bloed van stieren en bokken de zonden wegneme.). Ze wezen allemaal alleen maar vooruit. Het is alsof Johannes hier zegt: Maar mensen, nu gebeurt het!
Hier is eeuwenlang naar uit gekeken, hier is eeuwenlang op gewacht, dit is eeuwenlang verwacht. Maar nu, in de volheid van de tijd, zendt God Zijn Eigen Lam. Het Lam Gods.
Een heilig Lam, zonder zonde. Zoals Petrus schrijft: onbestraffelijk, onbevlekt (1 Petr. 1:18-20). Want, zo begon het ook in Johannes 1: In den beginne was het Woord, en het Woord was bij God, en het Woord was God(!). En: Het Woord is vlees geworden (Joh. 1:11,14). Hij is bij ons komen wonen. Dit is het langverwachte Lam van God!
3. Dit is (en dat is het derde woord wat opvalt) het Lam van God. Niet: een lam, een van de zovelen die wij naar de tempel brachten. Nee, dit is het Lam van God. Het is alsof Johannes zegt: Mensen, vergeet al die andere lammeren. Vergeet alle andere wegen om met de Heere verzoend te worden. Er is maar één Middelaar Gods en der mensen: het vleesgeworden Woord. God heeft alleen een welgevallen in, alleen goede gedachten bij dit, bij het Lam!
Denk maar aan wat Micha eerder geschreven heeft: Zou de HEERE een welgevallen hebben aan duizenden van rammen, aan tienduizenden van oliebeken? Zal ik mijn eerstgeborene geven voor mijn overtreding? De vrucht mijns buiks voor de zonde mijner ziel (Micha 6:7Zou de HEERE een welgevallen hebben aan duizenden van rammen, aan tien duizenden van oliebeken? Zal ik mijn eerstgeborene geven voor mijn overtreding, de vrucht mijns buiks voor de zonde mijner ziel?)? Nee! Denk maar aan Psalm 40: U hebt geen lust gehad aan slachtoffer en spijsoffer, U hebt Mij de oren doorboord (U hebt Mij gehoorzaam gemaakt). Brandoffer en zondoffer hebt Gij niet geëist. Toen zeide Ik: Zie, Ik kom; in de rol des boeks is van Mij geschreven. Ik heb lust, o Mijn God, om Uw welbehagen te doen; en Uw wet is in het midden Mijns ingewands (Ps. 40:7).
Zie, Ik kom, het Lam van God. Johannes de Doper laat (zo zegt Calvijn) geen ander toevluchtsoord, dan tot Christus te vluchten; waardoor Hij alle verlossingen die door mensen zijn bedacht, omverwerpt; want zij zijn niets anders dan lage uitvindingen, bedacht door de sluwheid van duivel.
Het Lam van God. Is Hij dat ook niet in de ogen van degenen Hem verwachten, van degenen die Hem liefhebben? Is Hij dat ook in uw ogen, in jouw ogen? Een Enig Lam. Een ander is er niet. Weergaloos in Zijn zelfopofferende liefde Blank in Zijn heiligheid, rood in het bloed van Zijn kruis, en Hij draagt de banier boven tienduizend. Alles (zegt Salomo) wat aan Hem is, is gans begeerlijk (Hoogl. 5:10Mijn Liefste is blank en rood, Hij draagt de banier boven tien duizend., 16). Hij (niet waar, kinderen van God?) gaat alles en iedereen te boven. Schoner dan wie dan ook van de mensenkinderen. Het Lam van God. Het enige, volmaakte Offer voor onze zonde. Zie het Lam van God, dat (dat is het vierde woord):
4. De zonde wegneemt Dat is de reden dat het Woord vlees geworden is. Om de zonde weg te nemen. Denk maar aan wat Johannes later schrijft in zijn eerste zendbrief: En u weet, dat Hij geopenbaard is, opdat Hij onze zonden zou wegnemen; en geen zonde is in Hem (1 Joh. 3:5En gij weet, dat Hij geopenbaard is, opdat Hij onze zonden zou wegnemen; en geen zonde is in Hem.).
De zonde… Dat valt op. Er staat niet: de zonden. Hoewel het er eindeloos veel zijn. Er staat de zonde: enkelvoud, ondeelbaar. Dat is alles wat botst met Gods heiligheid. Alles wat opstaat tegen de Heere en tegen Zijn Gezalfde. Dat is alles wat Hem niet aangenomen, alles wat Hem verworpen heeft. Dat is alles waar de toorn van God op rust.
5. Het Lam dat de zonde (en dat is het vijfde woord) der wereld wegneemt De zonde der wereld… En dat, mensen, u die zo tobt met uw zonde en met de slechtheid van uw hart, dat sluit nu niemand uit! Geen criminelen, geen prostitués, geen druggebruikers. Geen witteboordencriminelen, geen fraudeurs, geen inbrekers. Zelfs geen kerkmensen, die het allemaal zo goed weten. Zelfs geen leden van de gereformeerde gemeente in [Kapelle]. Zelf u niet, zelfs mij niet... Want de wereld: dat ben ik, dat bent u. En als Christus de zonde van de wereld wegneemt, waarom dan niet mijn zonde? Waarom dan niet uw en jouw zonde?
En tegelijkertijd opent zich hier ook, aan het begin van het Nieuwe Testament, een wereldwijd perspectief. Jezus kwam niet alleen voor de zonde van de Joden. Maar ook voor de zonde van de wereld. Later ziet Johannes de vrucht ervan, als hij schrijft Openbaring 7:9Na dezen zag ik, en ziet, een grote schare, die niemand tellen kon, uit alle natie, en geslachten, en volken, en talen, staande voor den troon, en voor het Lam, bekleed zijnde met lange witte klederen, en palmtakken waren in hun handen.: Na dezen zag ik, en zie, een grote schare, die niemand tellen kon, uit alle natie en geslachten en volken en talen (uit Australië, Azië, Afrika, Europa, Amerika, overal vandaan), staande voor de troon en voor het Lam(!), bekleed zijnde met lange witte klederen, en palmtakken waren in hun handen. Dit geeft hoop en zekerheid voor wereldwijze zendingswerk.
Wat? Wie? Hij, het Lam Gods, dat zonde der wereld weggedragen heeft. Want alzo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij Zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat een iegelijk die in Hem gelooft, niet verderve, maar het eeuwige leven hebbe (Joh. 3.16).
6. Want Hij neemt, Hij draagt (dat is het zesde woord) de zonde der wereld weg. Hij draagt die weg, zoals de bok op de grote verzoendag destijds in het Oude Testament. Eén bok werd de woestijn in gestuurd, beladen met alle zonde. Zo wordt nu en straks dit Lam, verstoten in eenzaamheid, buiten de ervaring van Gods gunst. Alleen gelaten in de huiveringwekkende wildernis van Gethsémané en Golgotha. Bedolven onder de loodzware last van de zonde, van bergen van hemelhoge schuld. Hij droeg ze. Hij heeft ze gedragen. Hij ze weggedragen.
Waarheen? Eindeloos ver weg. Zo ver het west verwijderd is van het oosten. Zoals de profeet Micha zegt: Hij zal Zich over ons weder ontfermen; Hij zal onze ongerechtigheden dempen (d.w.z. onder Zijn voeten vertrappen); ja, U zult al hun zonden in de diepten der zee werpen (Micha 7:19Hij zal Zich onzer weder ontfermen; Hij zal onze ongerechtigheden dempen; ja, Gij zult al hun zonden in de diepten der zee werpen.).
Zoals onze catechismus belijdt in Zondag 21: Dat God om het genoeg doen van Christus wil al mijn zonden, ook mijn zondigen aard (waarmede ik al mijn leven lang te strijden heb), nimmermeer wil gedenken, maar mij uit genade de gerechtigheid van Christus schenkt, opdat ik nimmermeer in het gericht Gods kome. Nooit, nooit meer! Zoals Petrus schrijft in 1 Petrus 2: Die Zelf onze zonden in Zijn lichaam gedragen heeft op het hout, opdat wij de zonden afgestorven zijnde, der gerechtigheid leven zouden; door Wiens striemen gij genezen zijt (1 Petr. 2:24).
Daar wees de Grote Verzoendag naar vooruit. Daar getuigt deze dag van genade van! Van het Lam Gods, dat de zonde der wereld wegdraagt. De zonde van de wereld van ons hart. Zo veel, zo slecht. De zonde die wij doen, de zonde die wij denken. De zonde van wie wij zijn voor God. De zonde der wereld is weggedragen door het Lam Gods.
En dus: nu klinkt de nodiging van het Evangelie: Gij slechten, hoe lang zult gij de slechtigheid beminnen, en de spotters voor zich de spotternij begeren, en de zotten wetenschap haten? Keert u tot Mijn bestraffing (Spr. 1:22Gij slechten! hoe lang zult gij de slechtigheid beminnen, en de spotters voor zich de spotternij begeren, en de zotten wetenschap haten?). Waarom weegt u geld uit voor hetgeen dat geen brood is, en uw arbeid voor hetgeen dat niet verzadigen kan? Hoort aandachtig naar Mij en eet het goede, en laat uw ziel in vettigheid zich verlustigen (Jes. 55:2Waarom weegt gijlieden geld uit voor hetgeen geen brood is, en uw arbeid voor hetgeen niet verzadigen kan? Hoort aandachtiglijk naar Mij, en eet het goede, en laat uw ziel in vettigheid zich verlustigen.). En de Geest en de bruid zeggen: Kom. En die het hoort, zegge: Kom. En die dorst heeft, kome; en die wil, neme het water des levens om niet (Openb. 22:17En de Geest en de bruid zeggen: Kom! En die het hoort, zegge: Kom! En die dorst heeft, kome; en die wil, neme het water des levens om niet.).
Wie zonde heeft, wie schuld heeft, laat die komen en zijn of haar handen leggen op het hoofd van het Lam. Nooit was iemand te slecht. Nooit heeft Hij iemand geweigerd. Nooit heeft Hij iemand weggestuurd. Nooit was iemands zonde te veel of te zwaar voor Hem. En dus zegt Johannes, en dus zegt de Heere (en dat is het zevende woord waar we op gaan letten): Zie!
Maar voordat we dat gaan doen, gaan we eerst zingen. Uit het zesde vers van Psalm 103. We zingen samen Psalm 103:6. Zo hoog Zijn troon moog' boven d' aarde wezen, Zo groot is ook voor allen, die Hem vrezen, De gunst, waarmee Hij hen wil gadeslaan; Zo ver het west verwijderd is van 't oosten, Zo ver heeft Hij, om onze ziel te troosten, Van ons de schuld en zonden weggedaan.
Zie het Lam Gods, dat de zonde der wereld wegdraagt. 7. Het laatste, het zevende woord waar we naar kijken is: Zie! Johannes wijst Hem aan. Nadat de Heere Jezus eerder door de Heere aan hem was aangewezen. En nog maar nauwelijks is dat gebeurt, of Hij steekt ook zelf zijn wijzende vinger uit en zegt: Mensen, zie!
Waarom zegt hij dat? En waarom is dat ook onze taak, broeders (van de kerkenraad)? En ook de taak van u allemaal, die Heere vreest? Omdat het anders niet in ons opkomt, om naar Hem te kijken!
Want, zegt Jesaja, Hij is als een rijsje voor Zijn (Gods) aangezicht opgeschoten, en als een wortel uit een dorre aarde; Hij had geen gedaante noch heerlijkheid; als wij Hem aanzagen, zo was er geen gestalte dat wij Hem zouden begeerd hebben (Jes. 11:1Want er zal een Rijsje voortkomen uit den afgehouwen tronk van Isaï, en een Scheut uit zijn wortelen zal Vrucht voortbrengen.). Hij verscheen niet in hemelse glorie, niet in Koninklijke pracht… Hij was veracht en de onwaardigste onder de mensen, een Man van smarten en verzocht in krankheid; en een iegelijk was als verbergende het aangezicht voor Hem; Hij was veracht, en wij hebben Hem niet geacht (Jes. 53:2-3). We zouden nooit hebben kunnen denken, dat iemand die zo nederig was, zulke grote dingen voor ons zou doen.
Maar de Heere Zelf heeft Hem aan Johannes de Doper aangewezen. Toen de Heilige Geest op Hem neerdaalde en op Hem bleef. Toen zag hij het en geloofde hij het: Dit is Zoon van God, Zaligmaker der wereld.
En nu Johannes Jezus weer terugziet, nu wijst hij Hem zonder aarzelen aan. En over zijn lippen rolt het Evangeliewoord: Zie! Zie het Lam Gods dat de zonde der wereld wegdraagt. Zoals hij later opnieuw schrijft, vanaf eiland Patmos: En ik zag, en zie(!), in het midden van de troon en van de vier dieren en in het midden van de ouderlingen een Lam(!), staande als geslacht, hebbende zeven hoornen en zeven ogen; dewelke zijn de zeven Geesten Gods, Die uitgezonden zijn in alle landen (Openb 5:6En ik zag, en ziet, in het midden van den troon, en van de vier dieren, en in het midden van de ouderlingen, een Lam, staande als geslacht, hebbende zeven hoornen, en zeven ogen; dewelke zijn de zeven geesten Gods, die uitgezonden zijn in alle landen.).
Waarom is dat woordje ‘zie’ eigenlijk nodig? Als Hij toch schoner is dan wie dan ook van de mensen? Schittert Hij niet als de Parel van grote waarde? Ja, voor wie Hem door genade zien mag, wel! Maar er is iets. Iets anders. Wat maakt dat iedere dienaar van het Evangelie, met klem moet wijzen. En gelukkig ook mag wijzen.
Want? Nou, dat hele hoofdstuk Jesaja 53 waarin in het Oude Testament dat Lam God uitgeschilderd wordt, begint met de trieste vaststelling: Wie heeft onze prediking geloofd? En aan wie is de arm des HEEREN geopenbaard? (Jes. 53:1) Want van heel veel mensen geldt, van iedereen geldt, ook van ons: Wij hebben Hem veracht, wij hebben Hem niet geacht.
Waarom niet? Omdat dit schitterende Evangeliewoord zo scherp is. Het schuurt zo pijnlijk. Het prikt zo diep. Het doet zo’n pijn. Het wekt zoveel weerstand op. Wat? Ieder woord!
Want? Het Lam… Dat voelt, Dat is, zo anders dan dat wij zijn. Een lam is vriendelijk, geduldig, zachtmoedig. Maar wij zijn hatelijk en elkaar hatende (Tit. 3:3Want ook wij waren eertijds onwijs, ongehoorzaam, dwalende, menigerlei begeerlijkheden en wellusten dienende, in boosheid en nijdigheid levende, hatelijk zijnde, en elkander hatende.). Het Lam is onschuldig, een onbestraffelijk, onbevlekt Lam. Maar wij zijn melaats, van het hoofd tot de voeten toe. Wij staan schuldig tegenover God. Dat schuurt. Dat doet pijn. Dat wil ik niet zien...!
Het Lam van God. Het enige Offer, door God gegeven. Omdat er uit mij blijkbaar niets goeds meer te verwachten was. Dat schuurt. Dat doet pijn. Dat wil ik niet weten...!
Dat de zonde der wereld… Hij is zonder zonde. Hij heeft nooit zonde gekend of gedaan. Maar mijn zonde? Die zijn zo groot, die zijn zo veel. De wereld dat ben ik. Dat schuurt. Dat doet pijn. Dat wil ik niet horen...!
Dat de zonde der wereld… wegdraagt. Hij draagt de zonde weg. Omdat ik die niet dragen kan. Dat schuurt. Dat doet pijn. Dat wil ik niet. Dat wekt zoveel weerstand op...!
Want? Nou, laat deze tekst, laat dit Evangeliewoord iets van mij, iets van u en jou over? Nee, niets!
Dit Evangeliewoord roept ons op, gemeente, tot eerlijkheid. Leg uw masker maar af. Word maar eerlijk voor God.
Dit Lam van God? Nee, Dat willen we van onszelf niet. Hij kwam tot het Zijne, maar de Zijnen hebben Hem niet aangenomen. Ze hebben geroepen: Weg met Hem! Zij hebben Hem gekruisigd.
En u, en jij, en ik? Zijn wij beter? Zeg eens eerlijk: Wat doe je liever? Je probleem zelf oplossen? Of je als een arme stumperd laten helpen, omdat je het zelf niet kan? Hoe vaak, jongens en meisjes, zeg je het niet (thuis of op school): ‘Nee, ik wil het gewoon zelf doen! Dát zijn wij! Zó zijn wij!
We willen ons, kost wat het kost (pas op, dat je niet alles gaat kosten!), we willen ons zelf redden.
En trouwens, dacht je dat zojuist ook niet bij jezelf (voordat we gingen zingen)? ‘Ja, hallo, wacht even! Denkt u dat ik echt zo slecht ben als de wereld? Au, dat deed zeer! Ja, want ik doe gewoon goed mijn best. Ik doe wat ik kan. Ik ben echt de beroerdste niet. Ik ken genoeg mensen, die het echt veel bonter maken als ik. Wat doe ik allemaal verkeerd dan?’
Ja, en dus wat botst ook dat andere kleine woordje: Het Lam van God. Een Lam was mooi geweest. Dan bleef er ook nog iets over van mijn imago. Maar het Lam, het enige Lam van God, door God gegeven voor mij? Dat keurt me totaal af. En dat wil ik niet. Dat schuift me totaal opzij. En dat laat ik niet toe. Dat schrijft op alles van mij ‘waardeloos’. En daar denk ik echt anders over.
Maar lieve mensen, je hebt geen andere keus! Er is geen andere weg! Het is: Het enige Lam van God, dat de zonde der wereld wegdraagt. Of: Je mag het zelf doen. Je eigen zonde dragen. Je eigen schuld betalen. Kortom: doen, wat je nooit kunt doen. Dus dat gaat fout.
Misschien voel je die muur wel in je leven. Waar je tegenaan loopt. ‘Wat moet ik nog meer doen? Want het lukt me niet.’ ‘Wat moet ik nog meer veranderen in mijn leven? Want zo kom ik er niet.’
Luister, je hebt niet goed begrepen. Of…? Nee, was dat het maar! Je wilt het niet, zoals de Heere het wil. Je wilt hopen op jezelf. Maar de Heere wil je hoop op jezelf afbreken. Zo veel, zo lang, totdat er niets meer overblijft, dan…? Dan Zijn Lam. Het Lam van God.
Je ziet het voor je ogen gebeuren, een paar hoofdstukken verder in Johannes 3. In dat nachtelijke gesprek van Jezus met Nicodemus. ‘Rabbi’, zegt Nicodemus, ‘wij weten…’ Nee, Nicodemus, geen mooie praatjes. Nicodemus, er is geen helen, er is geen genezen, er is geen repareren, er is geen restaureren aan. Je weet niets. Alles van je, deugt niet. Je moet helemaal opnieuw, je moet wederom geboren worden. En (en pas op, dit is geen afwijzing!), en, Nicodemus, daarvoor ben Ik(!) naar deze wereld gekomen. Om mensen zoals jij, om mensen zoals u, dat nieuwe leven te geven. Daarvoor heb Ik Mijn tent opgeslagen bij u. Daarom ben ik door Mijn Vader naar u toe gezonden. Om straks als een Lam geslacht te worden. Om alles te doen voor mensen zoals u. Voor mensen van de wereld.
Wat gaat dat Lam van God dan schitteren in je oog. Als de Heere je heeft afgeschreven, als de Heere je heeft afgekeurd, totaal afgeschreven en afgekeurd in Zijn heilige ogen. Het wordt nooit meer iets me je. Je bent niet te verbeteren. Je bent niet op te knappen. Je kan doen wat je wilt, en je probeert het ook. Om berouw te maken, en nog hartelijker berouw. Om beter te gaan leven, en nog beter. Maar geef die hoop op jezelf nu toch op. Want daar red je het niet mee. Je hebt een heel nieuw hart en een heel nieuw leven nodig.
Maar! Zie! Zie het Lam van God, dat de zonde der wereld wegneemt! Wat gaat dat Lam van God dan schitteren in je oog. Wat een troostvol woord wordt dit dan. Voor mensen die een hemelhoge schuld hebben, die zonder bloedstorting niet vergeven kan worden. Voor mensen die zo slecht als de wereld. Voor mensen die niets zijn in hun eigen oog, wil Christus alles zijn. Kom zondaars, er is een Zaligmaker beschikbaar voor u! Kom, koop zonder geld en zonder prijs, wijn en melk!
Luister, nog een keer, maar nu met andere oren, hoe Jesaja Hem voor ogen schildert: Hij is om onze overtredingen verwond, om onze ongerechtigheden is Hij verbrijzeld; de straf die ons de vrede aanbrengt, was op Hem, en door Zijn striemen is ons genezing geworden. Als een lam werd Hij ter slachting geleid, en als een schaap dat stom is voor het aangezicht zijner scheerders, alzo deed Hij Zijn mond niet open.
Dit Lam van God is beschikbaar voor zondaars. Voor mensen van de wereld. Zie op Hem, en word behouden. Hij is enige Weg tot behoud van uw verloren ziel. Zie het Lam Gods, dat de zonde der wereld wegdraagt.
Heel veel mensen willen zichzelf niet zien zoals zij werkelijk zijn. En zij willen Hem, Christus, niet zien zoals Hij is. Maar dat verstomt de stem van het Evangelie niet: hartelijk, liefdevol, nodigend. Maar ook: eerlijk. Niets van u. Alles van Hem alleen. Anders zal u de Zijne en Hij de uwe niet worden.
Andere mensen aarzelen, maar durven niet. Ze zien hun nood, maar komen niet met het koord van hun veroordeling om de hals. Stel niet uit, u die wakker geschud bent uit uw dodelijke rust, om met uw zonde tot Christus te vluchten.
Anderen werden (door eenzijdige genade van God), ondanks al hun verzet, gebracht tot aan de voeten van dit Lam van God. Ook voor ons, kinderen van God, geldt deze oproep. Want we zijn (ook na gekregen genade) zo geneigd om terug vallen. In…? In toch weer hopen op onszelf, in toch weer hopen op wat wij doen, op wat wij hebben.
Dat brengt ons vroeg of laat ver van de Heere en in grote geestelijke duisternis. Zie op Hem! En zie niet terug.
Geliefde gemeente, wie in al zijn of haar nood, de hoop op zichzelf, de hoop op eigen redding opgeeft, wie alles loslaat, wie op Jezus ziet, wie tot Jezus vlucht en Hem omhelst door het geloof... Die zal (Joh. 1:12) kind van God genoemd worden. Die zal (Joh. 3:36) eeuwig leven ontvangen. Die heeft het eeuwige leven.
Maar wie de Zoon ongehoorzaam is, wie het Lam Gods weigert, wie zichzelf beter blijft vinden dan de wereld, die zal het leven niet zien, maar de toorn Gods blijft op hem.
Amen.
Slotzang Psalm 118:13:
Gezegend zij de grote Koning, Die tot ons komt in 's HEEREN naam! Wij zeeg'nen u uit 's HEEREN woning; Wij zegenen u al te zaâm. De HEER is God, door Wien w' aanschouwen Het vrolijk licht, na bang gevaar; Bindt d' offerdieren dan met touwen Tot aan de hoornen van 't altaar.
Andere preken over Johannes