/ / Handen opheffende, zegende hen (Lukas 24)

Handen opheffende, zegende hen (Lukas 24)

Handen opheffende, zegende hen
Preek Lukas 24:50-52: En Hij leidde hen buiten tot aan Bethanie, en Zijn handen opheffende, zegende Hij hen. En het geschiedde, als Hij hen zegende, dat Hij van hen scheidde, en werd opgenomen in den hemel. En zij aanbaden Hem, en keerden weder naar Jeruzalem met grote blijdschap.

Thema preek Lukas 24: Handen opheffende, zegende hen
De hemelvaart van de Heere Jezus Christus.
1. Zijn heengaan
2. Zijn ingaan
3. Het nut daarvan

PDF LEESPREEK

Liturgie dienst
Psalm 24:4
Heidelbergse Catechismus zondag 18 (49, 50, 51)
Psalm 24:5
Lezen Lukas 24:50-53
Psalm 47:3,4
Psalm 68:9
Psalm 21:5,6

Schriftgedeelte over Handen opheffende, zegende henLukas 24:50-52:
En Hij leidde hen buiten tot aan Bethanie, en Zijn handen opheffende, zegende Hij hen.
En het geschiedde, als Hij hen zegende, dat Hij van hen scheidde, en werd opgenomen in den hemel.
En zij aanbaden Hem, en keerden weder naar Jeruzalem met grote blijdschap.
En zij waren allen tijd in den tempel, lovende en dankende God. Amen.

Links preek Lukas 24: Handen opheffende, zegende hen
Andere preken voor Hemelvaartsdag
– Preek Handelingen 1:8: Mijn getuigen zijn (belijdenis)
Preek Psalm 68: De hemelvaart van de Heere Jezus Christus
Lees meer:
– Kanttekeningen Lukas 24

TERUG HEMELVAART | LUKAS

Commentaar Matthew Henry op Lukas 24:50-52:
Op wat wijze Hij afscheid van hen nam: Zijne handen opheffende, zegende Hij hen. Hij is niet in ongenoegen van hen gescheiden, maar in liefde, Hij heeft een zegen nagelaten. Hij hief Zijne handen op, zoals de hogepriester als hij het volk zegende, zie Leviticus 9:22. Hij zegende als gezaghebbende, Hij gebood den zegen, dien Hij had gekocht, Hij zegende hen zoals Jakob zijne zonen had gezegend. De apostelen waren nu als de vertegenwoordigers der twaalf stammen, zodat Hij, door hen te zegenen, geheel Zijn geestelijk Israël heeft gezegend, en den naam Zijns Vaders op hen gelegd heeft. Hij zegende hen zoals Jakob zijne zonen, en Mozes de stammen heeft gezegend, bij het scheiden, om te tonen dat Hij de Zijnen, die in de wereld waren, liefgehad hebbende, zo heeft Hij hen liefgehad tot het einde.

Hoe Hij hen verliet: Als Hij hen zegende, scheidde Hij van hen, niet alsof Hij weggenomen werd voordat Hij alles gezegd had, wat Hij te zeggen had, maar om aan te duiden dat Zijn scheiden van
hen geen einde maakte aan Zijn zegenen van hen, want de voorbede, die Hij in den hemel ging doen voor al de Zijnen, is een voortduring van den zegen. Hij begon hen te zegenen op aarde, maar Hij ging naar den hemel om er mede voort te gaan. Christus heeft thans Zijne apostelen uitgezonden om aan de wereld Zijn Evangelie te prediken, en Hij geeft hun Zijn zegen, niet alleen voor hen zelven, maar om in Zijn naam gegeven te worden aan allen, die door hun woord in Hem zullen geloven, want in Hem moesten al de geslachten der aarde gezegend worden.