16 augustus 2020
Numeri 9:15-17: En op den dag van het oprichten des tabernakels bedekte de wolk den tabernakel, op de tent der getuigenis; en in den avond was over den tabernakel als een gedaante des vuurs, tot aan den morgen. Alzo geschiedde het geduriglijk; de wolk bedekte denzelven, en des nachts was er een gedaante des vuurs. Maar naar dat de wolk opgeheven werd van boven de tent, alzo verreisden ook daarna de kinderen Israëls; en in de plaats waar de wolk bleef, daar legerden zich de kinderen Israëls.
INLEIDING
Na de instelling van de tabernakel daalde de wolk van Gods heerlijkheid neer, zoals Numeri 9:15 beschrijft: bedekte de wolk de tabernakel, op de tent der getuigenis; en in de avond was over de tabernakel als een gedaante des vuurs. Deze leespreek laat zien hoe de wolk- en vuurkolom wijst op Gods nabijheid, leiding en genade in Christus, tot bemoediging van ieder die door de woestijn van dit leven reist.
De wolkkolom en de vuurkolom
NUMERI 9:15-23
15 En op den dag van het oprichten des tabernakels bedekte de wolk den tabernakel, op de tent der getuigenis; en in den avond was over den tabernakel als een gedaante des vuurs, tot aan den morgen.
16 Alzo geschiedde het geduriglijk; de wolk bedekte denzelven, en des nachts was er een gedaante des vuurs.
17 Maar naar dat de wolk opgeheven werd van boven de tent, alzo verreisden ook daarna de kinderen Israëls; en in de plaats waar de wolk bleef, daar legerden zich de kinderen Israëls.
18 Naar den mond des HEEREN verreisden de kinderen Israëls, en naar des HEEREN mond legerden zij zich; al de dagen in dewelke de wolk over den tabernakel bleef, legerden zij zich.
19 En als de wolk vele dagen over den tabernakel verbleef, zo namen de kinderen Israëls de wacht des HEEREN waar en verreisden niet.
20 Als het nu was dat de wolk weinige dagen op den tabernakel was, naar den mond des HEEREN legerden zij zich en naar den mond des HEEREN verreisden zij.
21 Maar was het dat de wolk van den avond tot den morgen daar was en de wolk in den morgen opgeheven werd, zo verreisden zij; of des daags of des nachts, als de wolk opgeheven werd, zo verreisden zij.
22 Of als de wolk twee dagen of een maand of vele dagen vertoog op den tabernakel, blijvende daarop, zo legerden zich de kinderen Israëls en verreisden niet; en als zij verheven werd, verreisden zij.
23 Naar den mond des HEEREN legerden zij zich en naar den mond des HEEREN verreisden zij; zij namen de wacht des HEEREN waar, naar den mond des HEEREN, door de hand van Mozes.
VOLLEDIGE TEKST
ds. J. IJsselstein - Numeri 9:15-17
THEMA
De wolkkolom en de vuurkolom
AANDACHTSPUNTEN
Gemeente, de tekst voor de preek van vanmorgen kunt u vinden in het Bijbelgedeelte dat u voorgelezen is, in Numeri 9:15-23En op den dag van het oprichten des tabernakels bedekte de wolk den tabernakel, op de tent der getuigenis; en in den avond was over den tabernakel als een gedaante des vuurs, tot aan den morgen. Alzo geschiedde het geduriglijk; de wolk bedekte denzelven, en des nachts was er een gedaante des vuurs. Maar nadat de wolk opgeheven werd van boven de tent, zo verreisden ook daarna de kinderen Israëls; en in de plaats, waar de wolk bleef, daar legerden zich de kinderen Israëls. Naar den mond des HEEREN, verreisden de kinderen Israëls, en naar des HEEREN mond legerden zij zich; al de dagen, in dewelke de wolk over den tabernakel bleef, legerden zij zich. En als de wolk vele dagen over den tabernakel verbleef, zo namen de kinderen Israëls de wacht des HEEREN waar, en verreisden niet. Als het nu was, dat de wolk weinige dagen op den tabernakel was, naar den mond des HEEREN legerden zij zich, en naar den mond des HEEREN verreisden zij. Maar was het, dat de wolk van den avond tot den morgen daar was, en de wolk in den morgen opgeheven werd, zo verreisden zij; of des daags, of des nachts, als de wolk opgeheven werd, zo verreisden zij. Of als de wolk twee dagen, of een maand, of vele dagen vertoog op den tabernakel, blijvende daarop, zo legerden zich de kinderen Israëls, en verreisden niet; en als zij verheven werd, verreisden zij. Naar den mond des HEEREN legerden zij zich, en naar den mond des HEEREN verreisden zij; zij namen de wacht des HEEREN waar, naar den mond des HEEREN, door de hand van Mozes., waarvan ik u de verzen 15-17 als tekst zal voorlezen. We lezen het Woord van God uit Numeri 9:15-17: En op de dag van het oprichten des tabernakels bedekte de wolk de tabernakel, op de tent der getuigenis; en in de avond was over de tabernakel als een gedaante des vuurs, tot aan de morgen. Alzo geschiedde het geduriglijk; de wolk bedekte denzelven, en des nachts was er een gedaante des vuurs. Maar nadat de wolk opgeheven werd van boven de tent, zo verreisden ook daarna de kinderen Israëls; en in de plaats, waar de wolk bleef, daar legerden zich de kinderen Israëls.
Het thema voor de preek van vanmorgen is: De wolkkolom en de vuurkolom
We letten met Gods hulp samen op twee aandachtspunten. In de eerste plaats op: hoe die wolk eruit zag. En in de tweede plaats op: waar die wolk op wees.
Dus: De wolkkolom en de vuurkolom: 1. Hoe die wolk eruit zag 2. Waar die wolk op wees Als eerste dus:
Jongens en meisjes, het volk Israël is ondertussen al een jaar bij de berg Sinaï. Daar bij de Sinaï is veel gebeurd. Daar heeft de Heere Zijn wet, de Tien Geboden gegeven. Daar heeft Mozes de tabernakel gebouwd. En nu begint eigenlijk het tweede deel van het boek Numeri. Nu begint het tweede deel van de reis van het volk Israël, van de berg Sinaï in de richting van het land Kanaän. Het eerste deel van de reis, uit Egypte naar de berg Sinaï, begon met de viering van het Pascha, met het slachten van het paaslam. En zo begint nu ook het tweede deel van de reis, zoals we gelezen hebben uit Numeri 9, vers 1 tot en met 5.
Het eerste deel van de reis begon met de bewogen nacht van de uittocht uit Egypte. De avond ervoor hadden ze allemaal het Pascha gevierd. Nadat zij het bloed van het paaslam op de dorpels van de deur gestreken hadden. Toen de Heere dat bloed zag, toen ging de verderfengel aan hen voorbij.
Door een hoge, machtige hand waren ze uit Egypte getrokken. Maar toen was er ineens die schrik: farao! Farao wilde hen weer terug hebben. En dus joeg hij Israël met zijn leger achterna. Maar gelukkig, toen ging de Heere het volk Israël voor met de wolkkolom en de vuurkolom. We lezen in Exodus 13:21En de HEERE toog voor hun aangezicht, des daags in een wolkkolom, dat Hij hen op den weg leidde, en des nachts in een vuurkolom, dat Hij hen lichtte, om voort te gaan dag en nacht.: En de HEERE toog voor hun aangezicht, des daags in een wolkkolom, dat Hij hen op den weg leidde, en des nachts in een vuurkolom, dat Hij hen lichtte, om voort te gaan dag en nacht.
Langzaam kwam farao steeds dichterbij. En terwijl iedereen in paniek raakte, gebeurde er iets wonderlijks. Er staat in Exodus 14:19En de Engel Gods, Die voor het heir van Israël ging, vertrok, en ging achter hen; de wolkkolom vertrok ook van hun aangezicht, en stond achter hen.: En de Engel Gods, Die voor het heir van Israël ging, vertrok, en ging achter hen; de wolkkolom vertrok ook van hun aangezicht, en stond achter hen. De vuur- en wolkkolom verplaatste zich, van voor naar achter het leger en ging tussen het leger van Israël en het leger van farao staan. Het licht van de vurige wolk scheen op Israëls pad door de Schelfzee, maar farao stierf in het donker van het kolkende water dat over hem heen stroomde.
Heel het volk Israël werd verlicht door die lichtgevende wolk. Maar bij het volk zelf was er verschil. Niet iedereen diende oprecht de Heere met heel zijn of haar hart. Er waren mensen die, net als destijds de vrouw van Lot, met hun hart in Egypte bleven. Ze wilden eigenlijk zowel de wereld van Egypte als ook de God van Israël. Maar dat kan niet!
Nu is het ondertussen een jaar later. Er is veel gebeurd. Ze hebben veel goeds en zegen van de Heere gekregen. Ze hebben de wet van de Tien Geboden van de Heere gekregen, in twee stenen tafels opgeschreven. Bij de berg Sinaï heeft de Heere Zijn verbond met Israël gesloten. De tabernakel is gebouwd, de dienst van de offers, van de priesters en de Levieten is ingesteld. En daarna hebben ze het Pascha gevierd. Langs de wet, naar het bloed van het Lam, zo heeft de Heere hen geleid.
En toen dat alles klaar was, toen (zo lezen we in vers 15): bedekte de wolk (diezelfde wolk!) de tabernakel, op de tent der getuigenis, en in de avond was over de tabernakel als een gedaante des vuurs, tot aan de morgen. Dus, die wolk die steeds voor het volk uitging om hen de weg te wijzen in de wildernis, die beweegt naar beneden en daalt neer en rust op de tabernakel. Op de plaats waar de Heere bijzonder Zijn heiligheid, wijsheid, macht, liefde en genade laat zien. De wolkkolom komt dichterbij. Eerst voelde het meer afstandelijk, maar nu wordt het anders. De Heere komt dichterbij, met Zijn heerlijkheid, genade, gunst en trouw. Hij gaat niet alleen voor hen uit om hen de weg te wijzen, maar Hij komt ook bij hen, Hij komt onder hen wonen.
Wanneer? Nu, nu het Pascha gevierd is en de dienst van de priesters en van de hogepriester officieel is ingesteld. Hoe en wanneer wil en kan God wonen bij Zijn volk? Alleen door het geslachte paaslam, alleen door het bloed van het Lam van God, de Heere Jezus Christus. Sommige mensen zullen verbaasd, verwonderd en blij zijn geweest. Ze hadden zo vaak gemopperd en gezondigd tegen de Heere, ze waren het zo vaak oneens geweest met Zijn weg. Maar nu gaat de Heere desondanks niet verder van hen weg, maar Hij komt dichterbij. Anderen zullen de schouders opgehaald hebben.
Nu kan het tweede deel van de reis beginnen. De Heere is bij hen in de wolkkolom en in de vuurkolom. Niet als een plaats waar de Heere aan gebonden zou zijn, want God is niet aan tijd of plaats gebonden. Maar als een bijzonder beeld, als een bijzondere uiting van Gods aanwezigheid onder Zijn volk met Zijn macht, wijsheid en genade.
Over die wolk of wolkkolom staan in de Bijbel verschillende dingen geschreven, die samen met elkaar ons een beeld geven van hoe we dat ons moeten voorstellen. Denk, meisjes en jongens, in je gedachten maar mee en probeer al luisterend die wolk- en vuurkolom voor je te zien.
a. Hij wordt in de eerste plaats beschreven als een wolk, als een wolk-kolom. Als een kolom, als een zuil, van boven naar beneden. Uit de lucht, uit de hemel, in de richting van en rustend op de tent der samenkomst, op de tabernakel, tot op de ark in het heilige der heiligen. Dat is dus het eerste: de vorm is de vorm van een wolk, van een wolkkolom.
b. Het tweede wat we van de wolkkolom weten, is dat het inwendige, het binnenste van die wolk of wolkkolom van vuur is: licht, maar tegelijkertijd ook vurig en vlammend. En, dat vuur is aan alle kanten omhuld door die wolk (zie Ezech. 1:4Toen zag ik, en ziet, een stormwind kwam van het noorden af, een grote wolk, en een vuur daarin vervangen, en een glans was rondom die wolk; en uit het midden daarvan was als de verf van Hasmal, uit het midden des vuurs.). Overdag is die wolkkolom heel goed te zien. Aan de wolkeloze lucht in de brandend hete woestijn, zie hem direct! Kijk, een wolk! En ‘s nachts in het donker geeft de vuurgloed binnenin de wolk een helder licht. Kijk, vuur!
c. En (in de derde plaats) vanuit die wolkkolom gebeuren er ook dingen. Dat was al zo bij het gaan door de Rode Zee. Daar zag de HEERE uit de kolom van vuur en van de wolk op de Egyptenaars en verschrikte hen en doodde hen (Ex. 14:24). Dus dat vuur deed ook erge dingen. Maar er was meer. De Heere sprak ook uit die wolk. Hij zei dingen tegen Mozes, die hij weer door moest geven aan het volk. Maar de Heere sprak door de wolk ook met daden, door wat er gebeurde. Want die wolkkolom (als het dag was), en die vuurkolom (als het nacht was), die kon zich ook verplaatsen. Die stond niet altijd stil, maar die kon in beweging komen. Soms ging hij omhoog. Dan was dat een teken dat de Heere sprak en zei: “Nu moeten jullie verder op reis”.
En dan, als ze op reis waren (misschien een dag, een paar dagen of langer), dan kon het ook zijn dat de wolk stil bleef staan en naar beneden ging. Dan was dat een teken, dat de Heere sprak en zei: “Jullie moeten hier je tenten opslaan en wachten”. Kijk maar in vers 17: Maar nadat de wolk opgeheven werd van boven de tent, zo verreisden ook daarna de kinderen Israëls; en in de plaats, waar de wolk bleef, daar legerden zich de kinderen Israëls.
Dus de wolk kon zich ook verplaatsen. Dat kon overdag, dat kon ‘s nachts, en dus stonden er altijd wachters op wacht om te kijken naar de wolk. Lees maar in vers 19: Maar nadat de wolk opgeheven werd van boven de tent, zo verreisden ook daarna de kinderen Israëls; en in de plaats, waar de wolk bleef, daar legerden zich de kinderen Israëls.
Maar soms gebeurden er ook andere dingen vanuit die wolk. Zoals pas geleden bij de inwijding van de tabernakel (Lev. 9:24Want een vuur ging uit van het aangezicht des HEEREN, en verteerde op het altaar het brandoffer, en het vet. Als het ganse volk dit zag, zo juichten zij, en vielen op hun aangezichten.). Toen stak vuur uit het binnenste van de wolk het brandoffer aan, dat sindsdien is blijven branden.
En jaren later gebeurde er nog iets anders, toen verteerde datzelfde vuur, als het vuur van Gods wraak de opstandige Korach, Dathan, Abiram en On. Dus in de wolk was niet alleen nabijheid, genade, zorg en liefde, maar wie die liefde krenkte en op het hart trapte, die kon ook rekenen op toorn, die bliksemde uit de vuurkolom.
Soms kwam de wolk ook op een bijzondere manier naar beneden om de tabernakel te vervullen, zoals hier in deze geschiedenis, zoals op de grote verzoendag en zoals later bij de inwijding van de tempel van Salomo (Leviticus 16:2De HEERE dan zeide tot Mozes: Spreek tot uw broeder Aäron, dat hij niet te allen tijde ga in het heilige, binnen den voorhang, voor het verzoendeksel, dat op de ark is, opdat hij niet sterve; want Ik verschijn in een wolk op het verzoendeksel., 1 Koningen 8: 10,11).
d. Nog één ding is er (in de vierde plaats) te zeggen van de vorm van de wolkkolom en de vuurkolom. Als Jesaja vooruit kijkt naar de heerlijkheid waarmee God straks onder Zijn volk zal wonen, dan vergelijkt hij die situatie met hoe God destijds in de wildernis onder Israël woonde. En dan schrijft hij in Jesaja 4:5En de HEERE zal over alle woning van den berg Sions, en over haar vergaderingen, scheppen een wolk des daags, en een rook, en den glans eens vlammenden vuurs des nachts; want over alles wat heerlijk is, zal een beschutting wezen.: En de HEERE zal over(!) alle woning van den berg Sions, en over(!) haar vergaderingen, scheppen een wolk des daags, en een rook, en de glans eens vlammenden vuurs des nachts; want over(!) alles wat heerlijk is, zal een beschutting wezen. Dus de wolk was een zuil, een kolom, maar hij was ook als een grote paddenstoel, als een parasol, als een tentdoek over het volk. Denk ook maar aan Psalm 105:39Hij breidde een wolk uit tot een deksel, en vuur om den nacht te verlichten.: Hij breidde een wolk uit tot een deksel, en vuur om de nacht te verlichten.
Die wolk gaf dus als een grote parasol, als een grote paraplu, schaduw tegen de zinderende hitte van de zon in de woestijn. En die wolk druppelde ook dauw, die gaf verkoeling en verkwikking (1 Kor. 10:2En allen in Mozes gedoopt zijn in de wolk en in de zee;).
En die vuurkolom in de nacht, die straalde boven Israël, als de glans van een vuur boven hen: verlichtend, beschermend en bewarend, onder de schaduw van Gods vleugels.
We gaan er samen van zingen uit Psalm 78, daarvan het zevende vers Zijn almacht wist de zee vaneen te scheiden En 't angstig heir daar droogvoets door te leiden; Als op een hoop deed Hij de waat'ren rijzen. Hij gaf des daags, om hen den weg te wijzen, Een wolkkolom; een licht des vuurs bij nacht; Totdat Hij hen in 't vruchtbaar Kanân bracht.
We gaan verder met ons tweede aandachtspunt:
Ik ga het proberen samen te vatten in drie punten, waarbij ik vooral het derde punt verder zal uitwerken, omdat de tekst uit Numeri 9 daar vooral over gaat. Waar wees die wolk op? Waar herinnerde die aan, als je daar naar keek?
a. De wolk wees (in de eerste plaats) terug naar het vertrek van Israël uit Egypte Na de paasviering had God hen losgerukt uit de hand van farao. Ze waren gered op hun vlucht door de Rode Zee. Die verlossing was een blijvend teken en bewijs, door heel het Oude Testament heen, van Gods almacht! Zij konden zichzelf niet verlossen. Maar Hij was het die verlossing zond uit de wurggreep van hun slavendienst in Egypte. Ze waren niet beter dan de Egyptenaars. Alleen het bloed van het paaslam had hen gered van eenzelfde ondergang.
En dat is voor ons beeld van de verlossing uit de wurggreep van de slavendienst van de zonde en de duivel. Geen mens kan zich ooit zelf verlossen uit de macht van de zonde en de satan. Maar God grijpt in, naar Zijn trouw en in Zijn liefde. In de weg van het bloed van het Lam. Ondanks al het verzet van de duivel rukt Hij mensen uit zijn macht, om ze te brengen op de weg naar Kanaän. Op een weg, waar nog veel te leren valt.
Meisjes en jongens, merk je bij jezelf hoe vast je zit aan de zonde? Merk je misschien dat je helemaal geen zin hebt om God te dienen? Merk je dat je misschien wel veel meer bezig bent met alle mooie dingen van nu, dan met de dienen van God? Vraag God, of Hij met Zijn macht je zal losrukken van al die dingen en zal brengen op de weg naar het hemelse Kanaän.
Of ben je een meeloper? Je doet wel mee, je bent wel geïnteresseerd, je bent wel heel erg netjes, en je zegt misschien wel dat je gekozen hebt om uit het Egypte van de zonde te vertrekken, maar… ken je ook de levensreddende kracht van het bloed van het paaslam, van het Lam van God? Want er waren ook destijds heel veel meelopers, die wel meeliepen onder de wolk (zoals Paulus zegt in 1 Korinthe 10), maar zonder God.
Of herken je dit in je eigen hart? Door genade (jij deed het niet, jij wilde het ook niet), door genade heeft God je losgetrokken uit je vroegere leven (vroom, onbetrokken of
goddeloos), en nu…? Nu gaat Hij voor je uit. Op een weg waar je tot je verdriet steeds weer jezelf tegen komt, met dat harde, mopperende en blinde hart. Maar waar de Heere je gelukkig ook steeds meer leert en afleert.
Waar wees de wolk- en vuurkolom op? b. Die wees (in de tweede plaats) op de verzoening door het bloed van het Lam. De lichtende vuurgloed in de wolk, gereflecteerd door en stralend van de wolk boven Israël, was een beeld van de heerlijkheid en de majesteit van Israëls grote God. Rein, smetteloos zuiver, ontoegankelijk, verterend. Als je daar alleen maar naar zou kijken, zou je huiveren. Zeker, er waren vast ook wel mensen die dachten: ‘oh, die wolk, nou en, niks bijzonders.’ Maar mensen die iets kenden van Gods heiligheid, ontlokte het ongetwijfeld de zucht van de profeet Jesaja: Wie is er onder ons, die bij een verterend vuur wonen kan? Wie is er onder ons, die bij een eeuwige gloed wonen kan? (33:14)
Nu dit licht mij omschijnt (zoals Saulus op weg naar Damascus omschenen werd door een helder licht), nu moet ik zuchten: als U, Heere, de ongerechtigheden gadeslaat, nu U onze ongerechtigheden voor U stelt, onze heimelijke zonden in het licht van Uw aanschijn, wie kan voor U bestaan? Maar…, dat vuur van de vuurkolom werd omgeven door een wolk. Dat vuur brandde wel, maar het volk werd beschermd door die omhullende wolk.
En die wolkkolom vol vuur verbond, vanaf de tabernakel, vanaf het heilige der heiligen, de aarde met de hemel. Hij was als het ware een grote pijl, die uit de hemel naar beneden wees en zei: zo, alleen zo, door de ark, door de tabernakel, door al deze offers kan Ik bij u wonen. Alleen zo is het mogelijk: Ik met u.
Gemeente, dit is één groot lichtend beeld van Immanuël, Jezus Christus, het Licht der wereld. Hij is het, Die de hemel en de aarde met elkaar verbindt. Daarom waren het Pascha (dat net gevierd is) en de wolk- en vuurkolom ook zo nauw met elkaar verbonden. Dit alles sprak over Christus. Dit was de oudtestamentische verschijning van Christus. Daarom wordt hij op sommige plaatsen ook genoemd: de Engel des Heeren. Dit was een zichtbaar evangelie, midden in de woestijn.
En dus zeggen wij vanmorgen: “Wie u ook bent, zondaars, kijk naar de wolk!” Kijk naar de wolk, die hemel en aarde verbindt. De enige manier om vrede met God te verkrijgen is door Hem, door de engel des Heeren, door Immanuël. De wet zal u niet zalig maken. Daarvoor was de wet ook niet bedoeld. Alleen het bloed van het offer, het bloed van het offerlam gesprenkeld op het verzoekdeksel is kostbaar in Gods oog. Alleen het bloed van de Heere Jezus Christus is in staat om u met God te verzoenen. Zie het Lam Gods. Zie op Hem en word behouden.
En als u dan kijkt, dan ziet u: het vuur van Gods heiligheid is niet gedoofd. Maar u zult u niet branden. Dat vuur schetst wel de blijvende, naamloze afstand die er is tussen ons en God, voor Wie wij eerbiedig buigen.
Maar dan ziet u ook: de Heere woont weer onder Zijn volk. Door Hem, door de Heere Jezus, Die het vuur van Gods rechtvaardigheid en heiligheid omwikkeld heeft met Zijn bloed. Door Hem is de hitte van Gods gramschap geblust. Deze wolk- en vuurkolom is dus een teken van genade. En dus mag, en dus moet u komen, wie u ook bent. Met…? Met wat? Nee, niet met uw werken, maar met uw zonden. En die mag u door Gods genade leggen op het hoofd van het Lam, de Heere Jezus Christus. Dat recht, dat voorrecht is aan u gegeven. Kom, doe het toch!
Als u het doet, als de Heere u daar brengt, dan zult u zien (aan het vuur dat omhuld is door de wolk): de hitte van Gods gramschap is geblust. Omdat het vuur, het binnenste van dit heilige vuur van Gods rechtvaardigheid Jezus heeft getroffen aan het kruis. Waar Hij de vloek op de zonde droeg. En daarom is er een verbinding tussen de aarde en de hemel voor mensen die met God gebroken hebben. Een geopende weg. En die weg om genade en vrede met God te krijgen, is de weg van bekering, de weg van breken met de zonde, de weg van met uw schuld naar God toekomen (kom dan toch met uw zonden), de weg van bidden om genade en de weg van het leggen van onze zonden op het hoofd van het Lam van God.
Misschien leef je daar wel ver vandaan. Je loopt wel mee, voor het oog lijk je erbij te horen. Maar kijk je wel eens met een zucht in je hart naar het vuur in de wolk? En denk je wel eens bij jezelf, al kijkend: wie kan er wonen bij een verterend vuur en een eeuwige gloed? En kijk je wel eens met verwondering en stille blijdschap naar de wolk om het vuur, als een teken van Gods genade? Of vind je het gewoon? Zo is het nu eenmaal. ‘Ik weet het, en ja, verder… Weet ik het ook niet.’ Beste vrienden, je bent (zo zeiden ze dat vroeger) medereiziger door de woestijn van deze wereld op weg naar de eeuwigheid. Je komt niet automatisch in Kanaän, omdat je lid van de gemeente bent, omdat je leeft onder de wolk, onder de zorg van de Allerhoogste en onder de lichtglans van Gods genade. Je komt wel automatisch aan in de eeuwigheid. En wil het goed met je aflopen, dan moet er hier op aarde vrede gesloten zijn tussen God en je hart. Door? Door Hem, van Wie deze wolk- en vuurkolom een teken is. Kom dan toch met je zonden naar Hem toe! Kent u Hem, van Wie deze wolk een teken is? Luister dan verder, naar wat dit beeld uitbeeldt als les voor het leven met de Heere, juist in deze beschrijving van Numeri 9. We hebben gezien: de wolk- en vuurkolom wees terug naar de verlossing uit Egypte, naar het moment van het breken met de zonde. Hij wees ook vooruit naar de toen nog komende Immanuël, Jezus Christus.
Laten we als laatste samen letten op hoe de wolk- en vuurkolom als beeld ook wijzen op verschillende aspecten van het leven met de Heere.
a. De wolk- en vuurkolom is (in de eerste plaats) een beeld van Gods nabijheid.
Eerst ging de wolkkolom voorop, om de weg te wijzen. Maar toen kwam de wolkkolom in het leger van de Israëlieten. En nu woont de Heere onder Zijn volk. En zij wonen onder de schaduw van Gods vleugels. En nu, zeg je: is de wolkkolom weg… Ja, maar de wolkkolom was een beeld van de Heere Jezus… Ja, maar, zeg je: die is ook weg… Maar, zo zei de Heere Jezus: het is nuttig voor u dat Ik wegga, want Ik zal u een andere Trooster sturen. En die zal u de weg verder wijzen? Nee, die Trooster, de Heilige Geest, zal bij u blijven tot in eeuwigheid. Met Pinksteren is Hij uitgestort. En nu is Hij voor altijd met Zijn volk, wonend in ons hart. Heel dichtbij. Dichterbij kan niet. De Heere is nabij. Hij is nabij de ziel die tot Hem zucht. Hoe anders, hoe moeilijk, hoe donker de weg misschien wel is, de Heere is nabij. Is dat geen gelukkig leven?
b. De wolk- en vuurkolom is in de tweede plaats een beeld van Gods leiding. Psalm 107 zingt ervan: En Hij leidde hen op een rechte weg, om te gaan tot een stad ter woning (107:7). Wat een tere liefde en zorg. Hoe de weg door de woestijn ook gaat, daar mag u, kinderen van God, met vertrouwen op zien. Op Gods trouwe zorg. Zoals God Zijn volk vroeger leidde, zo doet Hij dat ook nu. Zoals Nehemia terugkijkend zegt: En U hebt ze des daags geleid met een wolkkolom, en des nachts met een vuurkolom, om hen te lichten op de weg, waarin zij zouden wandelen. Is dat geen gelukkig leven?
De Heere zal ons leiden door Zijn raad. Tot de dood toe zal Hij ons geleiden (Ps. 73:24Gij zult mij leiden door Uw raad; en daarna zult Gij mij in heerlijkheid opnemen.). Hoe? Zoals Jesaja zegt: en Ik (zegt God) zal de blinden leiden door de weg, die zij niet geweten hebben. Ik zal ze doen treden door de paden, die zij niet geweten hebben. Ik zal de duisternis voor hun aangezicht ten licht maken en het kromme tot recht. Deze dingen zal Ik hun doen, en Ik zal hen niet verlaten (Jes. 42:16En Ik zal de blinden leiden door den weg, dien zij niet geweten hebben, Ik zal ze doen treden door de paden, die zij niet geweten hebben; Ik zal de duisternis voor hun aangezicht ten licht maken, en het kromme tot recht; deze dingen zal Ik hun doen, en Ik zal hen niet verlaten.). Is dat geen gelukkig leven?
Daarom, ken Hem in al uw wegen, en Hij zal uw paden recht maken (Spr. 3:6Ken Hem in al uw wegen, en Hij zal uw paden recht maken.). Laten we in alle dingen letten op Gods wil en leiding. Laten we niet onze verlangens volgen, maar ons in alles laten leiden door Hem. Biddend: leer mij volgen, zonder vragen. Maak mij Uw wegen door Uw Woord en Geest bekend. Natuurlijk, wel de middelen gebruiken, maar altijd vertrouwend en wachtend op de uitkomst van Gods weg. Is dat geen gelukkig leven?
c. De wolk- en vuurkolom is in de derde plaats een beeld dat ons wijst op het nut van het luisteren naar Gods stem, als het gaat om de vraag: verder gaan of wachten? Zij reisden naar de mond des Heeren. Dat staat in de verzen 18 tot en met 23 in totaal 18 keer. Iedere stap was een stap op Zijn bevel, een stap in Zijn richting.
Vaak was er geen stem, maar alleen de omhooggaande wolk. Het was een beeld en het is voor ons nu een beeld van het spreken van Woord en Geest en van de leiding door Gods voorzienigheid nu. Om stil naar te luisteren, ongeacht eigen ideeën, gedachten of plannen. Het was destijds in de woestijn duidelijk: er is geen enkele ruimte voor creatief onderhandelen. Je kon niet zeggen: Jongens, zijn we er nu al, kunnen we niet nog een stukje verder? En je kon ook niet zuchtend zeggen: moeten we nu nog verder? Zolang de wolk boven de tabernakel bleef, bleven zij allemaal aan dezelfde plaats. Wat moet dat pijnlijk geweest zijn voor Israëlieten vol energie, vol ambitie en verlangen om door te gaan, door de gevaren en de verzoekingen van de woestijn naar de vreugde van het beloofde land Kanaän. En dan dag in, dag uit, maand in, maand uit (vers 22) de wolk te zien stilstaan boven de tabernakel…
Wachten op Gods tijd. Eigen wil verzaken… Het vraagt meer genade om te wachten op God, dan om te werken voor God. Ik herhaal nog een keer: Het vraagt meer tijd om te wachten op God, dan om te werken voor God. Om te wachten, totdat de Heere Zelf spreekt, door Zijn Woord, door Zijn Heilige Geest of door de weg van Zijn voorzienigheid: Zeg de kinderen Israëls dat zij voort trekken. Wie gelooft, die zal niet haasten (Jes. 28:16Daarom, alzo zegt de Heere HEERE: Ziet, Ik leg een grondsteen in Sion, een beproefden steen, een kostelijken hoeksteen, die wel vast gegrondvest is; wie gelooft, die zal niet haasten.). De bekende bijbeluitlegger Matthew Henry zegt: Er gaat geen tijd verloren, als wij op Gods tijd wachten. God heeft evenveel welbehagen in onze onderworpenheid aan Zijn wil door tevreden stil te zitten, als ons levenslot dit vereist, als in ons werk voor Hem, wanneer wij ertoe geroepen zijn.
Dat geldt ons geestelijke leven: wachten op Gods tijd, wachten op de vervulling van Gods belofte. Geduldig, biddend, vragend, wachtend, hopend, uitziend en verwachtend. Want de belofte wordt altijd vervuld, maar wel op Gods tijd. Dat geldt ons geestelijke leven, dat geldt ook ons persoonlijke leven maar bij alle levensvragen die er kunnen zijn in huwelijk, gezin of werk. En dat geldt ook onze roeping tot werk in de dienst van de Heere. Wachten op Gods tijd, dat hoort bij het gelukkige leven met de Heere.
d. De wolk- en vuurkolom is in de vierde plaats een beeld dat ons leert om altijd gereed te zijn, om altijd klaar te zijn voor vertrek. Want al had je destijds nog zo’n fijne plek, je begon je net een beetje thuis te voelen, als de wolk omhoog ging, dan was het tijd om te vertrekken. Kijk maar in vers 17: nadat de wolk opgeheven werd van boven de tent, zo verreisden ook daarna de kinderen Israëls. Of het nu dag was of nacht, dat maakt niet uit. Men moest altijd gereed staan om te vertrekken. Altijd stonden de wachters op wacht om te kijken, altijd was men klaar om verder te trekken.
Gemeente, onze tijden zijn in Gods hand. En de tijd is voorts kort. Bent u gereed voor vertrek? Om gehoorzaam Gods wil te doen, als Hij dat van u vraagt? Om uw aardse tabernakel af te leggen, als u geroepen wordt af te reizen naar uw eeuwige bestemming?
e. De wolk- en vuurkolom is in de vijfde plaats een beeld van bescherming en veiligheid, en van licht in het donker van de nacht. De wolk- en vuurkolom gaf bescherming tegen de brandende zon en de droogte overdag. En in de nacht was er de gouden glans van de vuurgloed, die de schrik van de nacht verdreef. Zoals de Heere later tegen Jesaja zei: Ik, de HEERE, behoede dien, alle ogenblik zal Ik hem bevochtigen; opdat de vijand hem niet bezoeke, zal Ik hem bewaren nacht en dag. Zo leven, midden in de woestijn, in donkere nachten, in hete dagen, onder de schaduw en het licht van de wolk… Al moet u gaan door het water, Ik zal bij u zijn. Ik ben met ulieden al de dagen… Is dat geen gelukkig leven?
Leven door het geloof, terwijl we de belofte nog niet gekregen hebben. Maar, de nacht licht als de dag en de duisternis is als het licht (Psalm 139:12Ook verduistert de duisternis voor U niet; maar de nacht licht als de dag; de duisternis is als het licht.). Zeker, het kan donker zijn. Maar als je dan in het donker naar buiten kijkt, naar die helder verlichte hemel, dan mag je het zien en weten: de Heere weet van mij af. Hij heeft beloofd: Ik zal u niet begeven en Ik zal u niet verlaten. Ik heb u in beide Mijn handpalmen gegraveerd. Mijn oog rust op u. Ik ben oneindig hoog, maar in Christus en door Mijn Geest in uw hart, ben ik nabij.
f. De wolk- en vuurkolom is in de zesde plaats een beeld vol geduld. Ik bedoel: vol geduld van God. Want de wolk- en vuurkolom blijft bij ons, kinderen van God. De Heilige Geest zal bij ons blijven tot in eeuwigheid. En toch kan er soms tijdelijk door de zonde wel iets veranderen. In Numeri 12 lezen we van de opstand van Mirjam, en ook van Aäron, tegen Mozes. En dan staat er: zo ontstak des HEEREN toorn tegen hen, en Hij ging weg. En de wolk week van boven de tent. Er kunnen perioden zijn, dat de Heere wijkt en dat Hij Zijn aangezicht voor ons verbergt. Omdat we de Heilige Geest bedroeven, door onze zonden, door ons gemopper en ons niet eens zijn met de weg die de Heere gaat.
Maar desondanks is de Heere vol geduld met ons. Hij doet ons nooit met ons naar onze zonden. Het kan soms wel eens tijdelijk zo zijn, dat de Heere van ons geweken lijkt. Maar, zo zegt Paulus, niets kan ons echt scheiden van de liefde van God, die in Christus Jezus is. Wat een gelukkig leven!
Ongeïnteresseerden, meelopers, beste vrienden heb je geen zin om de Heere te dienen? Lijkt je dat geen aantrekkelijk leven? Om zo door deze wereld te reizen, onder de schaduw van Gods vleugels, dwars door moeite, verdriet, ziekte, dreiging en geweld, op weg naar het hemelse Kanaän? Kom dan nu met je zonden tot de Man die in de wolk- en vuurkolom is afgebeeld: Immanuël, God met ons. In Zijn bloed is ruimte genoeg tot verzoening van al je zonden en schuld. Breek met je zonden, geef het geloof in je eigen vroomheid op, en buig als een arme zondaar voor God.
U wilt het niet? U kunt het niet? Vraag het dan aan Hem. Lukas schrijft in Handelingen 5: Deze heeft God door Zijn rechterhand verhoogd tot een Vorst en Zaligmaker, om Israël te geven(!) bekering en vergeving der zonden. Hij wil het u geven. Vraag het dan aan Hem! Smeek Hem dan om Zijn Heilige Geest, om u te overtuigen van zonde en om Christus in uw leven te verheerlijken.
g. Tot slot, de wolk- en vuurkolom is in de zevende plaats ook een beeld van de komende dag van de eeuwigheid. Want als Jesaja vooruit kijkt naar het geluk van al Gods kinderen in de eeuwige heerlijkheid dan zegt hij, ik heb u daar eerder op gewezen, in Jesaja 4:5: en de HEERE zal over alle woning van de berg Sions en over haar vergaderingen scheppen een wolk des daags en een rook en de glans eens vlammenden vuurs des nachts, want over alles wat heerlijk is, zal een beschutting wezen. Wat een uiterst contrast met het einde van de meelopers, die er ook onder de wolk waren, heel erg veel zelfs, van wie Paulus schrijft: God had in hen geen welgevallen. Ze zijn door eigen schuld, vanwege hun ongeloof gevallen, gestorven in de woestijn (1 Korinthe 10).
Beide soorten mensen, en u hoort, geliefde gemeente bij één van de twee groepen, beide soorten mensen zullen straks oog in oog staan met de lichtende wolk, met Immanuël, het geslachte maar gekroonde Lam Gods. Vuur zal bliksemen uit de ogen van het Lam, met vlammend vuur wraak doende over degenen die God niet kennen en over degenen die het Evangelie van onze Heere Jezus Christus niet gehoorzaam zijn (2 Thess. 1:8Met vlammend vuur wraak doende over degenen, die God niet kennen, en over degenen, die het Evangelie van onzen Heere Jezus Christus niet gehoorzaam zijn., Ps. 50:2-3Uit Sion, de volkomenheid der schoonheid, verschijnt God blinkende. Onze God zal komen en zal niet zwijgen; een vuur voor Zijn aangezicht zal verteren, en rondom Hem zal het zeer stormen.). Wie zal bij een verterend vuur en een eeuwige gloed kunnen wonen? Als Hij komt op de wolken des hemels? Zo vraag ik u, die Hem doorstoken hebt met uw ongeloof?
Maar wat een heerlijke toekomst is er voor al Gods kinderen, als dit beeld van de wolk- en vuurkolom vervuld en voltooid zal worden. Als het geloof overgaat in zien, in het aanschouwen van Immanuël. Als onze blijdschap ten toppunt zal stijgen door het licht dat van het gezicht van Immanuël zal stralen, de schittering, de weerkaatsing van al de volmaaktheden van de drie-enige God.
In deze verwachting reizen we, geliefde medechristenen, als kinderen des lichts. We waren eertijds duisternis maar nu, zo zegt de apostel, licht in de Heere. Zo reizen we door de woestijn van dit leven, getroost onder de schaduw van Gods vleugels, onder het heiligend kruis, naar dat erfgoed hierboven, naar ons Vaderlijke huis.
Amen.
Slotzang Psalm 37:12,19
Andere preken over Numeri