11 januari 2026
Lukas 3:9: En de bijl ligt ook alrede aan den wortel der bomen; alle boom dan die geen goede vrucht voortbrengt, wordt uitgehouwen en in het vuur geworpen.
INLEIDING
In Lucas 3 staat Johannes de Doper in de woestijn en roept: de bijl ligt al aan de wortel der bomen, en allen die geen goede vrucht voortbrengen zullen uitgehouwen en in het vuur geworpen worden. Zijn prediking eist werkelijke bekering en vergeving der zonden, en wijst alle hoorders dringend naar Jezus Christus, Die met Heilige Geest en vuur doopt.
De prediking van Johannes de Doper
LUKAS 3:1-20
1 En in het vijftiende jaar der regering van den keizer Tibérius, als Pontius Pilatus stadhouder was over Judéa, en Herodes een viervorst over Galiléa, en Filippus, zijn broeder, een viervorst over Ituréa en over het land Trachonítis, en Lysánias een viervorst over Abiléne,
2 Onder de hogepriesters Annas en Kájafas, geschiedde het woord Gods tot Johannes, den zoon van Zacharías, in de woestijn.
3 En hij kwam in al het omliggende land der Jordaan, predikende den doop der bekering tot vergeving der zonden;
4 Gelijk geschreven is in het boek der woorden van Jesaja, den profeet, zeggende: De stem des roependen in de woestijn: Bereidt den weg des Heeren, maakt Zijn paden recht;
5 Alle dal zal gevuld worden en alle berg en heuvel zal vernederd worden, en de kromme wegen zullen tot een rechten weg worden, en de oneffen tot effen wegen;
6 En alle vlees zal de Zaligheid Gods zien.
7 Hij zeide dan tot de scharen die uitkwamen om van hem gedoopt te worden: Gij adderengebroedsels, wie heeft u aangewezen te vlieden van den toekomenden toorn?
8 Brengt dan vruchten voort der bekering waardig; en begint niet te zeggen bij uzelven: Wij hebben Abraham tot een vader. Want ik zeg u, dat God zelfs uit deze stenen Abraham kinderen kan verwekken.
9 En de bijl ligt ook alrede aan den wortel der bomen; alle boom dan die geen goede vrucht voortbrengt, wordt uitgehouwen en in het vuur geworpen.
10 En de scharen vraagden hem, zeggende: Wat zullen wij dan doen?
11 En hij antwoordende zeide tot hen: Die twee rokken heeft, dele hem mede die geen heeft; en die spijze heeft, doe desgelijks.
12 En er kwamen ook tollenaars om gedoopt te worden, en zeiden tot hem: Meester, wat zullen wij doen?
13 En hij zeide tot hen: Eist niet meer dan hetgeen u gezet is.
14 En hem vraagden ook de krijgslieden, zeggende: En wij, wat zullen wij doen? En hij zeide tot hen: Doet niemand overlast en ontvreemdt niemand het zijne met bedrog, en laat u vergenoegen met uw bezoldigingen.
15 En als het volk verwachtte, en allen in hun harten overlegden van Johannes, of hij niet mogelijk de Christus ware,
16 Zo antwoordde Johannes aan allen, zeggende: Ik doop u wel met water; maar Hij komt Die sterker is dan ik, Wien ik niet waardig ben den riem van Zijn schoenen te ontbinden: Deze zal u dopen met den Heiligen Geest en met vuur;
17 Wiens wan in Zijn hand is, en Hij zal Zijn dorsvloer doorzuiveren, en de tarwe zal Hij in Zijn schuur samenbrengen, maar het kaf zal Hij met onuitblusselijk vuur verbranden.
18 Hij dan ook nog vele andere dingen vermanende, verkondigde het volk het Evangelie.
19 Maar als Herodes, de viervorst, van hem bestraft werd omwille van Heródias, de vrouw van Filippus, zijn broeder, en over alle boze stukken die Herodes deed,
20 Zo heeft hij ook dit nog boven alles daartoe gedaan, dat hij Johannes in de gevangenis gesloten heeft.
VOLLEDIGE TEKST
ds. J. IJsselstein - Lukas 3:9
THEMA
De prediking van Johannes de Doper
Geliefde gemeente, het eerste deel van Lukas 3 gaat over de prediking van Johannes de Doper. Vers 2 zegt dat het Woord Gods tot hem geschiedde. Zoals in het verleden zo vaak het woord des Heeren geschiedde, zo komt ook nu het woord van de Heere tot deze profeet van het Nieuwe Testament, tot Johannes, de zoon van Zacharías, in de woestijn.
En, zo zegt vers 3: hij kwam in al het omliggende land der Jordaan (van de Dode Zee tot het meer van Galilea toe), predikende de doop der bekering tot vergeving der zonden. De doop van Johannes is een bijzondere doop. Zijn doop staat als het ware tussen de oude bedeling (met allerlei rituele wassingen) en de nieuwe bedeling.
De doop van Johannes is een doop der bekering. Een doop dus, die vraagt om berouw en bekering. Die vraagt om afkeer van de zonde en terugkeer naar God toe. Het is tegelijkertijd een doop die vooruitwijst naar de komende Messias.
Het is een doop der bekering tot (richtinggevend!) vergeving der zonden. Die Johannes nu kan uitbeelden met zijn doop. Maar die de Heere Jezus straks ook echt geven kan. Immers Hij alleen is Degene, Die zonden vergeeft. Johannes bereidt Zijn weg, de weg voor de komende Messias. Als een roepende in de woestijn. In die woeste plaatsen rond de Jordaan, in die uitzichtloze situatie van mensen die leven zonder God.
Gelijk geschreven is (ik lees verder in vers 4 en 5) in het boek der woorden van Jesaja, den profeet, zeggende: De stem des roependen in de woestijn: Bereidt den weg des Heeren, maakt Zijn paden recht; alle dal zal gevuld worden en alle berg en heuvel zal vernederd worden, en de kromme wegen zullen tot een rechten weg worden, en de oneffen tot effen wegen. Alle belemmeringen en obstakels moeten opgeruimd worden. Iedereen moet zich bekeren van zijn of haar zondige leven. Want dat is de weg waardoor God redding en zaligheid wil geven. Dat was toen zo. En dat is nog steeds zo. De weg tot de vergeving van zonden en tot het leven met God, is de weg van bekering van zonden.
En alle vlees (schrijft Lukas) zal de zaligheid Gods zien! Want, het heil is voor al de volken. Maar, niet vergeten, (en dat geldt iedereen) alleen door een weg van bekering.
En dan volgt in Lukas 3 (vanaf vers 7) de inhoud van de prediking van Johannes de Doper. En dat is ook het thema voor de preek van vanmorgen: De prediking van Johannes de Doper
We letten samen op drie aandachtspunten. Op: 1. Zijn scherpe vermaning 2. Zijn praktische raad 3. Zijn dringende heenwijzing naar Christus
Kijk maar naar vers 7: Hij zeide dan tot de scharen die uitkwamen om van hem gedoopt te worden: Gij adderengebroedsels, wie heeft u aangewezen te vlieden van de toekomende toorn? Als je een stuk grasland of het stuk land met de rest de stoppels na de oogst afbrandt, dan vluchten de slangen die daarin zitten, weg voor het vuur. Zo denken sommige mensen in zijn publiek te kunnen vluchten voor de komende toorn van God. Door zich te laten dopen, zónder zichtbare vruchten van berouw en bekering in hun leven.
Zoals ook sommige mensen bij ons denken, dat ze kunnen vluchten voor de komende toorn van God. Dat het in het leven waarschijnlijk wel goed zal aflopen. Hoewel ze zich nooit tot God bekeerd hebben. Hoewel ze nog nooit ernstig hun zonde beleden hebben voor God. Hoewel ze nog nooit met de zonde gebroken hebben, en vruchten van bekering hebben laten zien. Addergebroed, wie heeft u wijsgemaakt, dat u zo het komende oordeel kunt ontlopen? Terwijl uw leven nog steeds giftig en vergiftigd is? Terwijl uw hart nog steeds vol van haat is tegen God, en hatend is tegen uw naaste?
U wordt niet alleen gewaarschuwd voor de toekomende toorn, voor de grote oordeelsdag, voor de komende dag der eeuwigheid, maar u wordt ook gezegd, dat u die toorn niet anders kunt ontkomen dan door een weg van bekering. Omdat uw zondige hart niet kan staan, en niet kan bestaan voor de heilige God. Voor Wie u verschijnen zult.
En dus, zegt vers 8: Brengt dan vruchten voort der bekering waardig; en begint niet te zeggen bij uzelf: Wij hebben Abraham tot een vader. Want ik zeg u, dat God zelfs uit deze stenen Abraham kinderen kan verwekken. Ga u niet verontschuldigen. Ga niet zeggen: Wij hebben Abraham tot een vader. Wat wat zegt dat van ú? Wat zegt dat van úw hart en van úw leven?
Maakt dat ú bijzonder? Is dat in úw voordeel? Maakt dat ú goed voor God? God kan zelfs uit deze stenen Abraham kinderen verwekken!
En dus, ga nu niet zeggen: ik ben belijdend lid van de Gereformeerde Gemeenten, waarvan moet ik mij bekeren? Denk niet, zeg niet: ik ben beter dan anderen; mijn kinderen zijn beter dan anderen; mijn gezin is beter dan andere gezinnen. Want dat is allemaal alleen maar meer bewijs van het feit dat uw hart en leven vol zijn van het slangengif van hoogmoed en trots, en van het gif van de zonde en de ongerechtigheid.
Heel veel mensen onder ons stemmen toe dat ze ‘zondaar’ zijn. Ik denk dat niemand dat zal ontkennen. Maar als iemand die vragen zou: Schrijf eens tien van uw grootste zonden op... Hoever zou u dan komen? Het hart van ons, kerkmensen, is sluw en listig (als addergebroed). En het leven van ons, als leden van de Gereformeerde Gemeenten, is vol van leeg, uiterlijk vertoon.
Zo kan het niet! Zo, zegt Johannes de Doper, kan je je bij mij niet laten dopen. Daarvoor moet je je bekeren. Daarvoor moet je een diep besef van berouw hebben over je eigen zondigheid. Daarvoor moet je met zelfverloochening, diep buigend, in schuldbesef terugkeren naar God toe. Het andere gedachten over jezelf. Met een hart vol verdriet over wie je bent en over wat je gedaan hebt. Gericht, niet meer van God af, maar naar Hem toe. Zonder dat, is er geen vergeving.
Bekeer u! En laat dat zien! Brengt dan (vers 8) vruchten voort der bekering waardig. Want bekering is niet alleen iets mentaals, iets in je hoofd. Maar bekering is een zaak van je gedrag, van heel je leven. En dus zegt Johannes de Doper: Brengt dan vruchten voort der bekering waardig. Hij zegt niet: vertel me, wat je hier van binnen voelt. Nee, hij zegt: laat het zien met je leven.
Blokkeer je in je gedachten, als de Heere dit tegen je zegt? Wat is je probleem dan? U denkt: ‘Ik kan me niet bekeren…’ Maar, waarvan moet je dan bekeerd worden? Van welke zonden? Of zie je je zonden helemaal niet? Denk je nog steeds dat je goed of beter bent? Dat is het probleem!
En die toestand is ellendig. Maar niet hopeloos! Want ik zeg u, (vers 8) dat God zelfs uit deze stenen Abraham kinderen kan verwekken. En dus is God machtig, om vanmorgen uw harde hart te breken en uw ogen te openen!
Veel mensen, zo schrijft apostel Petrus, verdraaien het Evangelie tot hun eigen verderf (2 Petr. 3:16Gelijk ook in alle zendbrieven, daarin van deze dingen sprekende; in welke dingen sommige zwaar zijn om te verstaan, die de ongeleerde en onvaste mensen verdraaien, gelijk ook de andere Schriften, tot hun eigen verderf.). Ze denken: genade is vrij. Dus leef ik gewoon door. Want als God ingrijpt, dan wordt alles vanzèlf beter. Dan stop ik vanzèlf met zondigen.
Maar het Evangelie zegt: de weg naar God toe, is een weg van bekering. Dat is een weg van breken met de zonde. Dat is een weg van jezelf toewenden naar God toe. Zoals Jesaja zegt (het zijn woorden van de Heere Zelf): Wendt u naar Mij toe, wordt behouden, alle gij einden der aarde; want Ik ben God en niemand meer (Jes. 45:22Wendt U naar Mij toe, wordt behouden, alle gij einden der aarde! want Ik ben God, en niemand meer.).
En dus: Betert u dan (dat wil zeggen: heb berouw) en bekeert u, opdat uw zonden mogen uitgewist worden (Hand. 3:19Betert u dan, en bekeert u, opdat uw zonden mogen uitgewist worden; wanneer de tijden der verkoeling zullen gekomen zijn van het aangezicht des Heeren,). Bekeer u, vandaag. Bekeer u, nu!
Want (vers 9): De bijl ligt ook alrede aan den wortel der bomen; alle boom dan die geen goede vrucht voortbrengt, wordt uitgehouwen en in het vuur geworpen. Hebt u nooit de slechtheid van uw hart gezien? Hebt u nooit gebroken met uw zonden? Hebt u nooit met berouw, met smeking en geween u naar God toegekeerd? De bijl ligt aan de wortel, ook van uw levensboom…
Gemeente, u hoort voortdurend dat de doodsklok luidt, ook in het midden van de gemeente. Wat de boodschap daarvan is, voor u en voor jou? Deze: De bijl ligt al aan wortel uw levensboom. En iedere boom die geen goede vrucht voortbrengt, wordt uitgehouwen en in het vuur geworpen.
Dit is uw toekomst, onbekeerden. De dood wenkt ieder uur. Uw leven is hoogst onzeker. U hangt aan een spinnendraad boven uw eeuwige rampzaligheid. U wordt uitgehouwen en in het vuur geworpen.
Maar Abraham was mijn vader, toch? Maar de Gereformeerde Gemeenten was mijn kerk, toch? Dat zal uw oordeel alleen maar verzwaren. Want u hebt nooit berouw gehad. U hebt u nooit bekeerd van uw boze werken. De Heere heeft u tijd gegeven, zoals hij die gaf aan Izebel (zoals staat in Openb. 2: 21), opdat u zich bekeren zou. Maar je hebt u niet bekeerd.
En toen ineens, toen u dacht, dat u nog een leven voor u had… Toen u dacht, dat u zich later nog wel kon bekeren… Toen zette God u (zoals staat in Psalm 73) op een gladde plaats. U dacht dat u stevig stond. Maar nee.
Want God (zegt Asaf) zet de goddelozen ‘op gladde plaatsen’. Hij doet hen (plotseling) vallen in verwoestingen. Hoe worden zij als in een ogenblik tot verwoesting; nemen een einde, worden teniet van verschrikkingen! Als een droom na het ontwaken, als U opwaakt, o Heere, dan zult U hun beeld verachten.
En dan? Wat dan? Nee, er zijn in de eeuwigheid geen vip-plaatsen voor kinderen van Abraham, voor leden van de Gereformeerde Gemeenten. Integendeel, de kinderen des Koninkrijks zullen uitgeworpen worden in de buitenste duisternis; aldaar zal wening zijn en knersing der tanden (Matt. 8:12En de kinderen des Koninkrijks zullen uitgeworpen worden in de buitenste duisternis; aldaar zal wening zijn, en knersing der tanden.). O, bekeert u dan toch van uw boze werken! Heb berouw! Betert u dan en bekeert u, opdat uw zonden mogen uitgewist worden (Hand. 3:19). Verlaat de slechtigheden en leeft; en treedt in de weg des verstands (Spr. 9:6Verlaat de slechtigheden, en leeft; en treedt in den weg des verstands.). Werpt van u weg al uw overtredingen waardoor u overtreden hebt, en maakt u een nieuw hart en een nieuwe geest; want waarom zou u sterven, o huis Israëls? (Ezech. 18:31Werpt van u weg al uw overtredingen, waardoor gij overtreden hebt, en maakt u een nieuw hart en een nieuwen geest; want waarom zoudt gij sterven, o huis Israëls?)
Onbekeerde vrienden, u bent op weg naar de eeuwigheid. U bent in groot gevaar! De bijl ligt al aan de wortel van uw levensboom. Luister, zo zegt Heere: Zo waarachtig als Ik leef, spreekt de Heere HEERE, zo Ik lust heb in den dood des goddelozen! Maar daarin heb Ik lust, dat de goddeloze zich bekere van zijn weg en leve. Bekeert u, bekeert u van uw boze wegen, want waarom zoudt gij sterven, o huis Israëls?
Voordat we verder gaan met ons tweede aandachtspunt, zingen wij nu samen eerst uit Psalm 76, het vierde vers: Gij, vrees'lijk zijt Gij in 't gericht; Wie zal bestaan voor Uw gezicht? Zo ras Uw mond het vonnis streek, Uw oordeel van den hemel bleek, Toen vreesde d' aarde voor Uw ogen; Toen werd ze stil door Uw vermogen.
Ons het tweede aandachtspunt:
We lezen in vers 10: En de scharen vraagden hem, zeggende: Wat zullen wij dan dóen? Let op: Ze zeggen niet verbaasd: ‘Zijn wij dan ook zondaars? Hebben wij dan ook zonden?’ Nee, ze zeggen: ‘Wat zullen wij dan doen?’ Het is een ernstige vraag, die ze stellen. Die iets vertolkt van de onrust van hun hart. Hoe moet dat? Hoe moeten we ons bekeren? Hoe moet onze bekering er uit gaan zien?
Want bekering, geliefde gemeente, is niet iets algemeens. Bekering gaat niet over zonde in het algemeen. Terwijl je eigenlijk voor jezelf geen idee hebt, wat voor zonden je allemaal deed en doet. De Westminster Confessie zegt in hoofdstuk 15, artikel 5: Men behoort zich niet tevreden te stellen met boetvaardigheid in het algemeen, maar het is ieders plicht zich in het bijzonder in te spannen om boetvaardigheid (dat wil zeggen: berouw) te tonen over zijn (eigen) persoonlijke zonden. Wat zijn uw persoonlijke zonden?
Johannes de Doper gaat raad geven aan drie soorten van mensen… Aan de scharen. De menigte van Joodse mensen, die kinderen van Abraham. Aan de tollenaars. En aan de Romeinse soldaten.
Hún zonden? We gaan ze zo zien. Het zijn zonden die in de Bijbel steeds weer terugkeren. Steeds weer gaat het over dezelfde thema’s: ik, macht, geld en seks. Herkent u dat? Bekeer u dan! Herkent u dat niet bij uzelf? Dan bent u nog steeds blind…
Vers 11 zegt: En hij (Johannes de Doper) antwoordende zeide tot hen (tot de scharen): Die twee rokken (twee stuks noodzakelijke onderkleding) heeft, dele hem mede die geen heeft; en die spijze (eten) heeft, doe desgelijks. Met andere woorden: Laat je leven niet langer getekend worden door liefde tot jezelf alleen. Alleen maar bezig met: Hoe zal ik me op mooist kleden? Of: hoe zullen mijn kinderen op hun allerbest presteren? Of: hoe zullen wij meest genieten van deze tijd? Of: hoe maak ik mijn pensioenjaren tot de mooiste voor onszelf alleen? Was dat niet Adams zonde? Ik in plaats van God? Ik in plaats van mijn naaste?
Brengt toch vruchten voort der bekering waardig. Laat het in uw leven zien, dat u niet alleen voor uzelf leeft. Maar dat u God liefhebt boven alles en uw naaste als uzelf.
En er kwamen (vers 12) ook tollenaars om gedoopt te worden, en zeiden tot hem: Meester, wat zullen wij doen? En hij (vers 13) zeide tot hen: Eist niet meer dan hetgeen u gezet is. Met andere woorden: Doe gewoon hun werk. Maar laat uw leven niet beheerst worden door uw geld. Zoals de Heere Jezus later zegt in Mattheüs 6: Vergadert u geen schatten op de aarde, waar ze de mot en roest verderft, en waar de dieven doorgraven en stelen. Maar vergadert u schatten in de hemel, waar ze noch mot noch roest verderft, en waar de dieven niet doorgraven noch stelen. Want waar uw schat is, daar zal ook uw hart zijn (Matt. 6:19-21).
Heeft heel uw leven tot nu toe ook gedraaid om geld, om bezit? Om mooie spullen, om leuke kleding? Luister dan naar wat de apostel Jakobus zegt: Rijken, weent en huilt over uw ellendigheden, die over u komen. Uw rijkdom is verrot, uw klederen door de motten gegeten. Uw goud en uw zilver is verroest. U hebt weelderig geleefd op de aarde en wellusten gevolgd. U hebt uw harten gevoed als in een dag der slachting (Jak. 5:1-6Welaan nu, gij rijken, weent en huilt over uw ellendigheden, die over u komen. Uw rijkdom is verrot, en uw klederen zijn van de motten gegeten geworden; Uw goud en zilver is verroest; en hun roest zal u zijn tot een getuigenis, en zal uw vlees als een vuur verteren; gij hebt schatten vergaderd in de laatste dagen. Ziet, het loon der werklieden, die uw landen gemaaid hebben, welke van u verkort is, roept; en het geschrei dergenen, die geoogst hebben, is gekomen tot in de oren van den Heere Sebaoth. Gij hebt lekkerlijk geleefd op de aarde, en wellusten gevolgd; gij hebt uw harten gevoed als in een dag der slachting. Gij hebt veroordeeld, gij hebt gedood den rechtvaardige; en hij wederstaat u niet.). Mensen, bekeer u! Breek daarmee. Heb berouw. En belijd de Heere uw schuld.
En hem (vers 14) vraagden ook de krijgslieden, zeggende: En wij, wat zullen wij doen? En hij zeide tot hen: Doet niemand overlast en ontvreemdt niemand het zijne met bedrog, en laat u vergenoegen met uw bezoldigingen. Met andere woorden: Stop met misbruik van jullie macht, met afpersing en met welke vorm oneerlijkheid dan ook. En wees tevreden met wat u hebt.
En dan is er uiteindelijk… (in vers 19) ook nog iemand die niets aan Johannes vraagt. Misschien doet u dat ook wel niet. U hebt geen behoefte aan bekering. Of, u weet het antwoord al, als u die vraag wel zou gaan stellen: Wat moet ik doen? En dus vraagt u maar niets…
Herodes, hij vraagt niets. Maar hij wordt (door Johannes) wel bestraft omwille van Heródias, de vrouw van Filippus, zijn broer. Hij heeft een foute relatie met zijn schoonzus.
Vier kernzonden die we steeds weer tegenkomen in Bijbel. Egoïsme… Machtsmisbruik… Zucht naar geld… En seksuele zonden…
Breek ook met die laatste soort van zonden. Bekeer u daarvan. Van (net als Herodes) contacten met anderen, buiten uw huwelijk. Van de zonde van je ogen. Bekeer je van je kijken naar porno.
Want bekering is Gods weg naar de vergeving van zonden. En zonder erkenning van je zonden, zonder bekering, is er geen vergeving.
Misschien denkt u ondertussen: ‘Wat een erge zonden allemaal. Het is gewoon verschrikkelijk. Die zonde herken ik gelukkig bij mezelf niet…’ Misschien komt dat, omdat u nog blind bent. Of omdat u die zonde gewoon niet wilt zien. Of misschien komt het, omdat die zonde van u, pas later in het Nieuwe Testament genoemd kan worden.
Misschien is dit uw zonde. En die zonde is pas echt verschrikkelijk! Dat u de deur van uw hart tot vandaag toe gesloten hebt gehouden voor de Zaligmaker. U hebt Zijn genade geweigerd. U hebt Zijn bloed vertrapt. Want u hebt Hem niet geloofd: Christus!
Nette mensen, ogenschijnlijk voorbeeldige kerkmensen, u hebt net zo goed reden om u te bekeren. De climax van alle zonden, staat namelijk op uw rekening geschreven: u hebt de Zaligmaker doorstoken.
Dat alles overzien, geliefde gemeente, is er reden, om meer dan ooit te bidden om de werking van de Heilige Geest. Om te bidden met Jesaja (in Jesaja 64:1Och, dat Gij de hemelen scheurdet, dat Gij nederkwaamt, dat de bergen van Uw aangezicht vervloten;): Och, dat U de hemelen scheurde, dat U neder kwam, dat de bergen van Uw aangezicht vervloten. Om te bidden om vervulling van de belofte van Zacharia 12:10Doch over het huis Davids, en over de inwoners van Jeruzalem, zal Ik uitstorten den Geest der genade en der gebeden; en zij zullen Mij aanschouwen, Dien zij doorstoken hebben, en zij zullen over Hem rouwklagen, als met de rouwklage over een enigen zoon; en zij zullen over Hem bitterlijk kermen, gelijk men bitterlijk kermt over een eerstgeborene.: Doch over het huis Davids en over de inwoners van Jeruzalem (en over de gemeente van [naam]) zal Ik uitstorten de Geest der genade en der gebeden, en zij zullen Mij aanschouwen, Die zij doorstoken hebben; en zij zullen over Hem rouwklagen als met de rouwklage over een enigen zoon; en zij zullen over Hem bitterlijk kermen, gelijk men bitterlijk kermt over een eerstgeborene.
Als de Heere die nood in onze harten gaat leggen, dan (en alleen dan) komt er plaats voor Christus. Die immers de Zaligmaker is van zondaars. En dán zal er een fontein geopend (worden) voor het huis Davids en voor de inwoners van Jeruzalem, tegen de zonde en tegen de onreinheid (Zach. 13:1Te dien dage zal er een Fontein geopend zijn voor het huis Davids, en voor de inwoners van Jeruzalem, tegen de zonde en tegen de onreinigheid.).
En dus gaat Johannes de Doper na zijn ernstige waarschuwing verder met (het is ons derde aandachtspunt):
Vers 15 zegt: En als het volk verwachtte, en allen in hun harten overlegden van Johannes, of hij niet mogelijk de Christus was… Wordt dit misschien de Messias, Die op de troon van koning David zal gaan zitten? Die ons verlossen zal van de Romeinen?
Vers 16: Zo antwoordde Johannes aan allen, zeggende: Ik doop u wel met water; maar Hij komt Die sterker is dan ik, Wien ik niet waardig ben de riem van Zijn schoenen te ontbinden: Deze zal u dopen met de Heilige Geest en met vuur. Ik, Johannes, ben minder dan een heidense slaaf, die de schoenriem vastmaakt van zijn Joodse meester. Ik verdwijn in het niet, vergeleken met Hem, Die na mij komt. Hij moet wassen, ik moet minder worden. Want ik ben maar de wegbereider van de komende Christus. Mijn doop is maar een symbool van de vergeving van zonden. Maar Deze (de Heere Jezus Christus), Hij zal u dopen met de Heiligen Geest en met vuur.
Die ‘Doop met (of: in) Heilige Geest’ is de grote belofte van de toen nog komende en nu inmiddels gekomen heilstijd. Waar de profeet Joël ooit van profeteerde, toen hij zei: En daarna zal het geschieden dat Ik (God) Mijn Geest zal uitgieten over alle vlees, en uw zonen en uw dochters zullen profeteren; uw ouden zullen dromen dromen, uw jongelingen zullen gezichten zien. Ja, ook over de dienstknechten en over de dienstmaagden zal Ik in die dagen Mijn Geest uitgieten. En het zal geschieden, al wie den Naam des HEEREN zal aanroepen, zal behouden worden (Joël 2:28-32En daarna zal het geschieden, dat Ik Mijn Geest zal uitgieten over alle vlees, en uw zonen en uw dochteren zullen profeteren; uw ouden zullen dromen dromen, uw jongelingen zullen gezichten zien; Ja, ook over de dienstknechten, en over de dienstmaagden, zal Ik in die dagen Mijn Geest uitgieten. En Ik zal wondertekenen geven in den hemel en op de aarde: bloed, en vuur, en rookpilaren. De zon zal veranderd worden in duisternis, en de maan in bloed, eer dat die grote en vreselijke dag des HEEREN komt. En het zal geschieden, al wie den Naam des HEEREN zal aanroepen, zal behouden worden; want op den berg Sions en te Jeruzalem zal ontkoming zijn, gelijk als de HEERE gezegd heeft; en dat, bij de overgeblevenen, die de HEERE zal roepen.).
Dat gebeurde op de Pinksterdag. En wat gebeurde daar precies? Daar wees Pétrus (net als hier Johannes de Doper) opnieuw scherp de zonde aan, de climax van alle zonden. Toen hij zei: God heeft Hem tot Heere en Christus gemaakt, namelijk dezen Jezus, Die u(!) gekruist hebt. En als zij dit hoorden, werden zij verslagen (geprikt) in het hart, en zeiden tot Petrus en de andere apostelen: Wat zullen wij doen, mannen broeders? Antwoord? Toen? Nu? Bekeert u! En laat u onder de macht brengen van Jezus Christus.
Bekeert u en gelooft het Evangelie. Heb berouw over zoveel zonde, over zoveel kwaad. Schaam u diep over uw minachting van de Zaligmaker. Verhard u niet langer. Weiger Hem niet opnieuw. Maar geef Hem uw hart. Omhels Hem als de door God aan u aangeboden Zaligmaker. Geef uw verzet op.
Word het eens met God, dat u niets kunt doen en laat alles doen. Laat u met God verzoenen. Laat uw zonden afwassen door het bloed van Christus Omhels het Evangelie en Christus daarin. Open deuren van uw hart, en laat het Evangelie en Christus, de Koning der ere, ingaan (Ps. 24:7Heft uw hoofden op, gij poorten, en verheft u, gij eeuwige deuren, opdat de Koning der ere inga!).
Want als u dat niet doet, dan zal Hij (Christus) u dopen met vuur. Dan wacht u een schrikkelijke verwachting des oordeels, en hitte des vuurs, dat de tegenstanders zal verslinden (Hebr. 10:27Maar een schrikkelijke verwachting des oordeels, en hitte des vuurs, dat de tegenstanders zal verslinden.).
Want (vers 17) Zijn wan is in Zijn hand, en Hij zal Zijn dorsvloer doorzuiveren. Zoals een landbouwer, als het koren gedorst op een hoop ligt, een vork of schop neemt. Hij gooit het koren in de lucht. Het koren valt terug op de grond, maar het kaf waait weg.
De tarwe (vers 17) zal Hij in Zijn schuur samenbrengen. Wie door de weg van bekering en breken met de zonde, zijn of haar toevlucht gezocht heeft bij Christus… Wie als arme zondaar zijn of haar handen gelegd heeft op het hoofd van het Lam… En wie zo vrede vond met God, die wacht eeuwige vreugde.
Maar het kaf zal Hij met onuitblusselijk vuur verbranden. Met vuur dat (in tegenstelling tot gewoon vuur) nooit uitgeblust zal worden. Zoals Jesaja schrijft in Jesaja 34:10Het zal des nachts of des daags niet uitgeblust worden, tot in der eeuwigheid zal zijn rook opgaan; van geslacht tot geslacht zal het woest zijn, tot in eeuwigheid der eeuwigheden zal niemand daar doorgaan.: Het zal des nachts of des daags niet uitgeblust worden, tot in eeuwigheid zal zijn rook opgaan. Zoals Jesaja profeteert in Jesaja 66:24En zij zullen henen uitgaan, en zij zullen de dode lichamen der lieden zien, die tegen Mij overtreden hebben; want hun worm zal niet sterven, en hun vuur zal niet uitgeblust worden, en zij zullen allen vlees een afgrijzing wezen.: Want hun worm zal niet sterven, en hun vuur zal niet uitgeblust worden, en zij zullen voor alle vlees een afgrijzing wezen. Zoals de Heere Jezus Zelf zegt in Mattheüs 13:50En zullen dezelve in den vurigen oven werpen; daar zal zijn wening en knersing der tanden.): En zullen hen in de vurige oven werpen; daar zal zijn wening en knersing der tanden.
Tot slot vers 18: Hij dan ook nog vele andere dingen vermanende, verkondigde het volk het Evangelie. Hij vermaande hen met vele dingen. Hij drong hun, hij smeekte hun, hij spoorde hen aan.
Zoals ook ik u, tot slot: vermaan, aanspoor en smeek, met de woorden van Paulus uit 2 Korinthe 5:20Zo zijn wij dan gezanten van Christus wege, alsof God door ons bade; wij bidden van Christus wege: laat u met God verzoenen.: Zo zijn wij dan gezanten van Christuswege, alsof God door ons bade; wij bidden van Christuswege: Laat u met God verzoenen.
Mensen, uw tijd is kort. De bijl ligt ook aan de wortel van uw levensboom Het is binnenkort eeuwigheid, ook voor u. En dan kunt u nooit meer terug! Ik smeek u: Verhard u niet. Kus de voeten van de Zoon des mensen (Ps. 2:12Kust den Zoon, opdat Hij niet toorne, en gij op den weg vergaat, wanneer Zijn toorn maar een weinig zou ontbranden. Welgelukzalig zijn allen, die op Hem betrouwen.). En omhels het Evangelie en Christus daarin, als het enige middel tot behoud van uw ziel.
Dit zegt verhoogde Christus tegen u (allemaal): Zie, Ik sta aan de deur en Ik klop; indien iemand Mijn stem zal horen en de deur opendoen, Ik zal tot hem inkomen, en Ik zal met hem avondmaal houden, en hij (of zij) met Mij (Openb. 3:20Zie, Ik sta aan de deur, en Ik klop; indien iemand Mijn stem zal horen, en de deur opendoen, Ik zal tot hem inkomen, en Ik zal met hem avondmaal houden, en hij met Mij.).
Amen.
Slotzang Psalm 25:3
Denk aan't vaderlijk meêdogen, HEER, waarop ik biddend pleit; Milde handen, vriend'lijk' ogen, Zijn bij U van eeuwigheid. Sla de zonden nimmer ga, Die mijn jonkheid heeft bedreven; Denk aan mij toch in genâ, Om Uw goedheid eer te geven.
Andere preken over Lukas