1 februari 2026
Lukas 3:21-22: En het geschiedde, toen al het volk gedoopt werd, en Jezus ook gedoopt was en bad, dat de hemel geopend werd, En dat de Heilige Geest op Hem nederdaalde in lichamelijke gedaante gelijk een duif, en dat er een stem geschiedde uit den hemel, zeggende: Gij zijt Mijn geliefde Zoon, in U heb Ik Mijn welbehagen.
INLEIDING
Lukas 3:21-22 ontvouwt het diepte van Christus' doop door Johannes de Doper: daar gaat de hemel open, en uit Gods heilige mond klinkt: 'Gij zijt Mijn geliefde Zoon, in U heb Ik Mijn welbehagen.' Deze doop betekent niet bevrijding voor de Heiland Zelf, maar verlossing voor zondaars — Gods genade voor mensen die zichzelf niet kunnen redden.
LUKAS 3:15-22
15 En als het volk verwachtte, en allen in hun harten overlegden van Johannes, of hij niet mogelijk de Christus ware,
16 Zo antwoordde Johannes aan allen, zeggende: Ik doop u wel met water; maar Hij komt Die sterker is dan ik, Wien ik niet waardig ben den riem van Zijn schoenen te ontbinden: Deze zal u dopen met den Heiligen Geest en met vuur;
17 Wiens wan in Zijn hand is, en Hij zal Zijn dorsvloer doorzuiveren, en de tarwe zal Hij in Zijn schuur samenbrengen, maar het kaf zal Hij met onuitblusselijk vuur verbranden.
18 Hij dan ook nog vele andere dingen vermanende, verkondigde het volk het Evangelie.
19 Maar als Herodes, de viervorst, van hem bestraft werd omwille van Heródias, de vrouw van Filippus, zijn broeder, en over alle boze stukken die Herodes deed,
20 Zo heeft hij ook dit nog boven alles daartoe gedaan, dat hij Johannes in de gevangenis gesloten heeft.
21 En het geschiedde, toen al het volk gedoopt werd, en Jezus ook gedoopt was en bad, dat de hemel geopend werd,
22 En dat de Heilige Geest op Hem nederdaalde in lichamelijke gedaante gelijk een duif, en dat er een stem geschiedde uit den hemel, zeggende: Gij zijt Mijn geliefde Zoon, in U heb Ik Mijn welbehagen.
VOLLEDIGE TEKST
ds. J. IJsselstein - Lukas 3:21-22
Geliefde gemeente, wat was de reden dat Johannes de Doper zo ernstig preekte? Toen hij zei (tegen de scharen): Gij adderengebroedsels, wie heeft u aangewezen te vlieden van de toekomende toorn? Brengt dan vruchten voort der bekering waardig; en begint niet te zeggen bij uzelf: Wij hebben Abraham tot een vader. Want ik zeg u, dat God zelfs uit deze stenen Abraham kinderen kan verwekken (Luk. 3:7-8Hij zeide dan tot de scharen, die uitkwamen, om van hem gedoopt te worden: Gij adderengebroedsels, wie heeft u aangewezen te vlieden van den toekomenden toorn? Brengt dan vruchten voort der bekering waardig; en begint niet te zeggen bij uzelven: Wij hebben Abraham tot een vader; want ik zeg u, dat God zelfs uit deze stenen Abraham kinderen kan verwekken.). Waarom wees hij niet direct naar de komende Messias?
Omdat er van nature in ons hart geen plaats is voor de Zaligmaker. En dus was er eerst (zoals Lukas zegt in vers 4): de stem van de roepende in de woestijn. Meer was hij niet. Meer ben ik niet. Dan een stem, dan trillende lucht… Roepend: Bereidt den weg des Heeren, maakt Zijn paden recht (Luk. 3:4). Maak de weg begaanbaar voor de komende Messias. Richt de gebogenen op. Breek de hoogmoed van de trotsen. En neem alle hindernissen weg. Met het doel, dat alle vlees de zaligheid Gods zal zien (Luk. 3:6).
Dát was Gods goede doel, met die scherpe woorden van Johannes de Doper. Om u te brengen tot de zaligheid. Om u los te scheuren van de zonde. Om u eens maken met Gods weg van zalig maken. Om u te brengen tot de Zaligmaker.
Misschien hebt u het geprobeerd om te doen, waar Johannes de mensen destijds toe opriep. Misschien probeert u het al veel langer. U probeert u te bekeren. U probeert de Heere ernstig te zoeken. U probeert te breken met de zonden. U komt trouw naar de kerk, u luistert goed. Thuis leest u in uw Bijbel. En u bidt. In de hoop dat het zo goed zal komen. In de hoop dat het zo weer goed zal komen tussen God en uw hart. En soms hebt u ook even hoop, als u kijkt naar uw inzet, naar uw ijver, naar uw ernstige zoeken, naar uw tranen…
Maar is het nu goed gekomen? Heeft dat (dat wat u allemaal doet) u inmiddels terug gebracht bij God? Nee, zegt u. Ik loop vast. Ik begin steeds weer opnieuw, maar ik loop steeds weer vast. Zo kom ik er niet Dat kan ook niet anders. Want van nature heerst hier van binnen bij mij en bij u de dood.
Dus komt hier (uit ons hart) nooit meer iets goed vandaan. Maar het was ook niet de bedoeling van de Heere, dat je op je eigen inspanningen zou gaan vertrouwen. Dat je ‘t op die manier zelf goed zou gaan maken. De bedoeling van de Heere was, dat je zou gaan inzien, dat je het zelf niet kan. Dat je de Zaligmaker nodig hebt.
En daarom, worstelende mensen: Kom vanmorgen, en zie! Kom, laat u door Hem echt losscheuren van de zonde. En zie, en luister naar het Evangelie van de Zaligmaker.
Dat ik u vanmorgen met Gods hulp preek vanuit Lukas 3:21-22. We overdenken samen, biddend om de genadige werking van de Heilige Geest in onze harten, wat staat in Lukas 3:21-22: En het geschiedde, toen al het volk gedoopt werd, en Jezus ook gedoopt was en bad, dat de hemel geopend werd, en dat de Heilige Geest op Hem nederdaalde in lichamelijke gedaante gelijk een duif, en dat er een stem geschiedde uit den hemel, zeggende: Gij zijt Mijn geliefde Zoon, in U heb Ik Mijn welbehagen.
Het thema van de preek van vanmorgen is: De doop van de Heere Jezus Waarover we ook lezen in Mattheüs 3, in Markus 1 en Johannes 1. En wat daar staat, dat zal ik ook meenemen in de uitleg van wat Lukas hier schrijft. Die verzen door elkaar heen vlechtend, proberen we de Evangelieboodschap te verstaan van de ‘doop van de Heere Jezus’.
Want vóórdat de Heere Jezus gedoopt wordt (zoals Lukas beschrijft), gebeurt er nog iets (waar Mattheüs over schrijft). Johannes de Doper wijst scherp zonde aan en het komende gericht. Hij roept de mensen op tot berouw en bekering, tot breken met hun zonden. En hij vertelt ze ook waarvan ze zich moeten bekeren. En hij doopt ze in de Jordaan, als symbool van de afwassing van de zonden, door de komende Messias.
Maar dan gebeurt er (daar bij de Jordaan) iets bijzonders. ‘t Is druk. Lukas zegt in vers 21: al het volk werd gedoopt. Je ziet het voor je: op de oever van de Jordaan staat een lange rij van mensen te wachten, tot ze aan de beurt zijn. En ook Jezus sluit Zich aan in die rij. Want, zegt Mattheüs (3:13): Toen kwam Jezus van Galiléa naar de Jordaan tot Johannes, om door hem gedoopt te worden. Maar (zo vervolgt hij) Johannes weigerde Hem zeer, zeggende: Mij is nodig door U gedoopt te worden, en komt U tot mij?
Goudeerlijk is die Johannes. Voor geen mens is hij bang. Zelfs niet voor Herodes. Maar ineens huivert hij. Jezus van Nazareth dopen? Is Hij dan ook zondaar? Later zegt hij: Ik kende Hem niet… Nee, nog niet als de door God aangewezen Messias. Maar iets moet hem diep geraakt hebben.
Kent hij Hem als familielid? Wordt hij ineens geraakt door Zijn verschijning? Door Zijn nederigheid en liefdevolle blik? Hoe dan ook: Johannes weigert resoluut! Het is klip en klaar. Jezus? Nee, Hém kan ik niet dopen. Hij is zo heilig, Hem kan en wil ik niet dopen.
Goed opletten. Hier staat een kind van God, van wie de engel ooit zei (Luk. 1:15Want hij zal groot zijn voor den Heere; noch wijn, noch sterken drank zal hij drinken, en hij zal met den Heiligen Geest vervuld worden, ook van zijner moeders lijf aan.): Hij zal met de Heilige Geest vervuld worden, ook van zijner moeders lijf aan. En die heilige man zegt: Nee, ik kan, ik mag U niet dopen. Hij weigerde het zeer. Hij bleef weigeren.
Ja, want zelfs de beste heiligen, zien in hun ontmoeting met Jezus meer dan ooit hun zonden en gebreken. Immers hij zegt: Mij is nodig door U gedoopt te worden, en komt U tot mij? Genade brengt tot ootmoed, tot verwondering, tot kleinheid. Genade leert diep buigen in besef van zonde en schuld.
Wie van ons is er beter of heiliger dan Johannes de Doper, vervuld met de Heilige Geest? Laten wij dan maar dieper buigen, dan dat hij hier buigt. En zeggen: Heere, ik heb nodig, dat U mij van mijn zonden wast. Hoe meer genade we gekregen hebben, hoe meer we blijvend Christus nodig hebben en Zijn verzoenende bloed. Want (zo zegt Matthew Henry): zonder Christus en Zijn genade zullen we ondergaan.
Maar Jezus antwoordende (zo vervolgt Mattheüs) zeide tot hem: Laat nu af; want aldus betaamt ons alle gerechtigheid te vervullen. Toen liet hij van Hem af (Matth. 3:15). Het antwoord van de Heere Jezus is minstens zo resoluut. Hij spreekt als Machthebbende: ‘Johannes, nu stoppen. Nu geen bezwaren meer. Ik wil, ik moet gedoopt worden: want aldus betaamt ons alle gerechtigheid te vervullen.’ Alle gerechtigheid moet vervuld worden. Alles wat God vraagt, alles wat de Heere eist, moet vervuld, moet voldaan worden. En dat betaamt ons. En dus moet Ik mij laten dopen. En dus moet jij Mij dopen.
Dat wil, dat eist God! Zo moet het. Naar de wil van Gods eeuwige raad, naar de wil van Gods welbehagen. En naar de eis van Zijn Goddelijke recht. Ik moet in plaats van doodschuldige zondaars ondergaan in het water van de doop. Dit moet. Dit moet en dit wil Ik plaatsvervangend gaan doen. Zo diep moet Ik Mij vernederen. Want God wil dat er voor de zonde betaald gaat worden. Voor al die zonden, waar u mee probeert te stoppen. Maar het lukt u niet.
God wil (zegt onze catechismus) dat aan Zijn gerechtigheid genoeg geschiedde. Dat vraagt Gods vlekkeloze heiligheid, dat eist Zijn rechtvaardigheid. Dat er voor al die zonden betaald zal worden.
En naar de eeuwige wil van God, wil en zal Ik, Jezus, die schuld gaan dragen voor Mijn volk. Wil ooit goed komen tussen hen en God (en Johannes, tussen jou en God), en tussen u en God, dan zal Ik (hoewel Ik zonder zonde ben) als een zondaar onder moeten gaan in het graf van het water. Ik zal er vrijwillig in ondergaan. En ik zal eruit opstaan.
Zo alleen, Johannes. Dat is de enige mogelijkheid. Zo alleen zal God mensen redden van de eeuwige ondergang. Stem in, Johannes, met Gods plan, met hoe God het wil.
Toen, zo schrijft Mattheüs, toen liet hij van Hem af (Matth. 3:15) Toen stemde hij in. Hij geeft al zijn bezwaren op. Hij levert zijn verzet in en stemt toe. Als dit is, hoe God het wil (dat ik het niet doe, maar dat Hij het doet), als dat Gods wil en weg is, dan is het goed. Dan zal ik daaronder buigen. En dat dóet Johannes ook. Hij geeft al zijn bezwaren op. Hij geeft zijn verzet op en stemt in.
Hebt u dat óók al gedaan? Want diezelfde bezwaren, datzelfde verzet zit ook hier in ons hart. Zó wil Ik het doen, zegt de Heere. Nee, zeggen wij, ik wil het anders, ik zie het anders. Ik wil zelf aan Gods gerechtigheid voldoen. Ik wil mééwerken. Ik spaar mijn tranen, ik tel mijn gebeden, ik weeg mijn liefde. En ik hoop, dat dat ooit genoeg zal zijn, om aan het vlekkeloze recht van God te voldoen. U kunt lang wachten. U redt het nooit. Daarin loop je vast. Weet u wat Góds antwoord is op al die inspanningen? Dit, wat Jezus zegt: Laat af. Stop daarmee. Zo wil God het niet. Hinder Mij (God) niet. Stem in met hoe Ik (God) het wil.
Is dat ook niet de diepste kern van bekering en geloof? ‘Amen’ zeggen, op hoe God het wil?
Hoe wil God het? Hij wil niets van mij als betaling, als aanbetaling. Geen zucht, geen traan, geen gebed, geen liefde, geen netheid, geen vroomheid, geen ijver: niets! Want God wil goddelozen rechtvaardigen en vijanden met Hem verzoenen. Mensen die met Psalm 51 moeten belijden: ‘Mijn zonde maakt mij 't voorwerp van Uw toorn, al van het uur van mijn ontvangenis af. Zondaar ben ik, goddeloze. En niets meer dan dat’. Want genade (dat is Gods wil), genade is voor zondaars.
En dus, Johannes: ‘Laat af. Stop. Hinder Mij niet.’ Zoals Ik het wil, zo is het volgens Gods eeuwige raad en welbehagen.
Als zichtbare profetie ook van heel de weg die Ik hierna zal gaan: lijden, veracht worden, verworpen worden, overspoeld worden door de golven van de toorn van God. En u? En jij? En ik? Niets. Helemaal niets. En dus blijft niets anders over dan te bidden en te zingen met Psalm 51:2,4:
Want ik gevoel de grootheid van mijn kwaad; Mijn zonde zie 'k mij steeds voor ogen zweven. 'k Heb tegen U, ja U alleen, misdreven; Uw wil en wet, hoe heilig, stout versmaad, Ik heb gedaan, wat kwaad was in Uw oog; Dies ben ik, HEER, Uw gramschap dubbel waardig, 'k Erken mijn schuld, die U tot straf bewoog; Uw doen is rein, Uw vonnis gans rechtvaardig.
Ontzondig mij met hysop, en mijn ziel, Nu gans melaats, zal rein zijn en genezen. Was mij geheel, zo zal ik witter wezen Dan sneeuw, die vers op 't aardrijk nederviel. Ai, geef mij weer gewenste zielevreugd; Laat uit Uw mond mij stof tot blijdschap horen; Zo wordt opnieuw 't verbrijzeld hart verheugd, En in mijn geest de ware rust herboren. ---
De Heere Jezus laat Zich ook dopen, door Johannes. Dat is Evangelie voor zondaars, in de diepste zin van het woord. En dat is ook zichtbare profetie van heel de komende weg van Zijn lijden, sterven en ondergaan. En ook van Zijn ópstanding.
Want, zegt Mattheüs: Jezus gedoopt zijnde, is terstond opgeklommen uit het water (Matth. 3:16). Hij gaat onder. Het water stroomt over Zijn hoofd. Naar beneden geduwd door de handen van Johannes de Doper. Onder geduwd door de handen van Zijn Vader. Zonde gemaakt, opdat wij zouden worden rechtvaardigheid Gods in Hem (2 Kor. 5:21Want Dien, Die geen zonde gekend heeft, heeft Hij zonde voor ons gemaakt, opdat wij zouden worden rechtvaardigheid Gods in Hem.). Die, Die geen zonde gedaan heeft, en er is geen bedrog in Zijn mond gevonden, is nu geopenbaard opdat Hij onze zonden zou wegnemen(1 Petr. 2:22Die geen zonde gedaan heeft, en er is geen bedrog in Zijn mond gevonden;; 1 Joh. 3:5En gij weet, dat Hij geopenbaard is, opdat Hij onze zonden zou wegnemen; en geen zonde is in Hem.). Geen zonde is in Hem, maar Hij draagt de zonden van Zijn bruid.
Hij gaat onder. Het water stroomt over Zijn hoofd. Als beeld van de zee van Gods toorn tegen de zonde. Maar…, Hij komt weer boven. Hij overwint. Zoals Hij later zal overwinnen. Ondergegaan in de dood, maar opgestaan tot leven.
Hij klimt terstond op uit het water. Anderen blijven staan om hun zonden te belijden. Maar Jezus laat Zich niet dopen om zonde te belijden, maar om zonde te dragen. Totdat het volbracht is.
En dus klimt Hij vastberaden, blijmoedig, vol ijver en gedrevenheid terstond uit het water. Het straalt van Hem af: Ik heb lust, o Mijn God, om Uw welbehagen te doen. Uw wil, Uw wet draag Ik in het binnenste van Mijn hart.
En ondertussen (schrijft Lukas) bidt Hij. Lukas zegt niet wat Hij bidt, maar het is ongetwijfeld hetzelfde gebed, als later in Gethsémané: een gebed om ondersteuning, hulp en kracht. In deze zware weg die Hij nu gaat, en die Hij straks verder gaan zal.
En dan… En zie! Let op, mensen! De hemel gaat antwoorden. Lukas zegt (in vers 21-22): En het geschiedde, toen al het volk gedoopt werd, en Jezus ook gedoopt was en bad, dat de hemel geopend werd, en dat de Heilige Geest op Hem nederdaalde in lichamelijke gedaante gelijk een duif, en dat er een stem geschiedde uit den hemel, zeggende: Gij zijt Mijn geliefde Zoon, in U heb Ik Mijn welbehagen.
Er komt een drievoudig antwoord uit de hemel. Een antwoord met ook een drieërlei doel en richting.
a. En zie, kijk! De hemelen werden geopend. Dat is het eerste: de hemel gaat open. Als teken en bewijs van de goedkeuring van de hemel. Voor Hem, voor Jezus. Want, zo staat er in Mattheüs: En zie, de hemelen werden Hem geopend. Voor Hem! Dit is onmiskenbaar voor de gedoopte Jezus. Die open hemel, die zegt: ‘Mijn Zoon, het is goed. Dit is Mijn heilige wil. Ik wilde (dat was Mijn wil) U geven, om de zonden van zondaars te dragen. En Ik heb het gezien. En Ik keur het goed, zoals U dat doet.
De hemel is nooit opengegaan en zal nooit open gaan om goedkeuring uit te spreken over onze inspanningen. Maar hier gaat de hemel open om Wie Jezus is, en om wat Hij doet.
b. En (en dat is het tweede): hij zag de Geest Gods nederdalen gelijk een duif, en op Hem komen. In Johannes 1:33 schrijft de apostel Johannes, dat deze Johannes de Doper zegt: En ik kende Hem niet; maar Die mij gezonden heeft om te dopen met water, Die had mij gezegd (Die had mij dit teken gegeven): Op Wie u de Geest zult zien nederdalen, en op Hem blijven, Deze is het Die met de Heilige Geest doopt. En nu krijgt(!) Johannes de Doper van de Heere dat teken uit de hemel: Deze is het. Het Lam van God.
Hij, Johannes de Doper, zag de Geest Gods nederdalen gelijk een duif, en op Hem komen. Johannes ziet het, als de vervulling van Gods belofte. En Jezus ziet ook (Mark 1:10), en waarschijnlijk ook alle mensen die erbij staan.
Want dit is het moment van Zijn openbare inwijding.
De Geest God daalt neer als een duif. Een teken van onschuld en heiligheid. Maar vooral ook een teken van een offer. De duif was namelijk de enige vogel die geofferd werd. En dus is het ook een teken van het Evangelie van vrede. Denk maar aan de duif, die dat afgebroken olijfblad terugbracht in Noachs ark.
De Geest komt op Christus. En, zo schrijft Johannes, Hij blijft op Hem (Joh. 1:32,33). Hij verdwijnt dus niet direct, maar blijft (een zekere tijd) op Hem. Als teken, voor Johannes de Doper en voor iedereen: dit is de Messias. Zoals Jesaja geprofeteerd heeft: Op Hem zal de Geest des Heeren rusten (Jes. 11:2En op Hem zal de Geest des HEEREN rusten, de Geest der wijsheid en des verstands, de Geest des raads en der sterkte, de Geest der kennis en der vreze des HEEREN.).
Dus, drie antwoorden. De hemel gaat open voor Jezus. De Heilige Geest komt op Hem rusten voor Johannes. En, dat is het derde:
c. Een stem geschiedde uit den hemel, zeggende (zo schrijft Lukas in vers 22): U bent Mijn geliefde Zoon, in U heb Ik Mijn welbehagen. Of, zoals Mattheüs schrijft: Deze is Mijn Zoon, Mijn Geliefde, in Denwelken Ik Mijn welbehagen heb. Dat klinkt als een machtige vingerwijzing uit de hemel, uit de mond van de Vader: Deze(!) is Mijn Zoon, Mijn Geliefde, in U heb Ik Mijn welbehagen.
Deze is Mijn Geliefde Zoon, Die van eeuwigheid bij Mij was. Zoals de evangelist Johannes schrijft: de Eniggeboren Zoon Die in de schoot des Vaders is (Joh. 1:18). Hij was bij Mij, bij God, en Hij was God. Van eeuwigheid tot eeuwigheid Mijn vreugde. God uit God, Licht uit Licht. Eeuwig, vol glorie, vol heerlijkheid en volmaaktheid. Zonder dat Ik, de Vader, ooit een mens nodig had, gaf Ik Hem over. En zonder dat Hij, de Zoon, ooit een mens nodig had, gaf Hij Zichzelf over voor ellendige en verloren zondaars. Samen met de Heilige Geest uitgedacht en uitgewerkt in de raad en in het werk van Gods welbehagen. De Vader geeft Zijn Zoon grote eer voor het oog van iedereen. Zoals Petrus later schrijft: Want Hij heeft van God den Vader eer en heerlijkheid ontvangen, als zodanig een stem van de hoogwaardige Heerlijkheid tot Hem gebracht werd: Deze is Mijn geliefde Zoon, in Denwelken Ik Mijn welbehagen heb (2 Petr. 1:17Want Hij heeft van God den Vader eer en heerlijkheid ontvangen, als zodanig een stem van de hoogwaardige heerlijkheid tot Hem gebracht werd: Deze is Mijn geliefde Zoon, in Denwelken Ik Mijn welbehagen heb.). Dit is Mijn Lam, het Lam van God. In Hem, alléén in Hem, heb ik Mijn welbehagen.’
Dus, waar begint de prediking van het Evangelie van de Zaligmaker? Waar Johannes de Doper zegt, met stem van trillende lucht: Zie het Lam Gods? Nee, hier, waar uit een geopende hemel klinkt, uit de mond van de Almachtige Zelf: Deze is Mijn Zoon, Mijn Geliefde, in Denwelken Ik Mijn welbehagen heb. Alles begint in de hemel, alles komt uit God!
Deze roep uit de hemel, voor wie was, voor wie is die bestemd? ‘t Is (als eerste) dus een roep vol eer van de Vader voor Zijn Zoon: U bent Mijn geliefde Zoon, in wie ik Mijn welbehagen heb. Maar het is (als tweede) vooral ook een vingerwijzing uit hemel voor… u en mij!
Hier bij Jordaan klinkt het uit de hemel, en nu klinkt het uit de hemel, in het Evangelie van vrije genade: Hij, Deze Jezus, is de enige Weg om zalig te worden. Zie, het Lam Gods. Dit is Mijn Lam. Het Lam dat Ik Mij ten brandoffer heb voorzien. Voor mensen zoals u. Die zichzelf nooit meer kunnen verbeteren, die het zelf nooit meer goed kunnen maken.
In Deze Mijn Zoon, in Deze Mijn Geliefde heb ik Mijn welbehagen, Mijn goedkeuring, Mijn vreugde. Met andere woorden: Mensen, dit is Hem, Mijn Eniggeliefde Zoon. Onder de hemel heb Ik Hem gegeven tot zaligheid. Dit is Mijn wil, dit is Mijn raad, Mijn welbehagen. Dit is Mijn Jezus voor u, arme zondaars.
Als u geen zondaar wilt zijn, dan past Hij niet bij u. Maar bent u zo’n ellendig en arm mens? Bent u zo’n vastgelopen mens? Zo’n mislukt iemand? Zo’n vijand van God, zo’n goddeloze? Dan past Hij wel, bij u. Juist bij u! U past niet bij Hem, en dat gaat ook nooit veranderen. Maar Hij past precies bij mensen zoals u. Want Hij heeft voor u, wat u niet hebt. En Hij heeft gedaan, wat u nooit meer kan doen. Het wordt tegen u gezegd, tegen u en jullie allemaal: Deze is Mijn Zoon, Mijn Geliefde, in Denwelken Ik Mijn welbehagen heb!
Wat is uw antwoord daarop? Wilt u het anders? Wilt u het zèlf doen? Wilt u zèlf iets doen om verlost te worden van uw hemelhoge schuld? Mensen, dat gaat niet. Erger nog: dat is tegen Gods wil. En (zegt Job): Wie heeft zich tegen Hem verhard en vrede gehad? (Job 9:4Hij is wijs van hart, en sterk van kracht; wie heeft zich tegen Hem verhard, en vrede gehad?) Verhard u toch niet. Laat af! Dit is het grote aanbod van het Evangelie van vrede: God is geopenbaard in het vlees. Diep gebogen, ondergegaan onder de vloed van Gods toorn, onder de last van de zonde van verloren zondaars. Om mensen zoals u en ik te behouden van die toorn van God.
Stemt u in? Wilt u Hem hebben, zoals God Hem aan u aanbiedt? Hier is Hij, in de belofte van het Evangelie. Gratis en voor niets, uit genade voor arme zondaars. Zonder iets van u. Alles van u: schade en drek (verlies en vuil). Zo wil God u als goddeloze, als vijand rechtvaardigen door Zijn bloed. Die in de Zoon gelooft, die heeft het eeuwige leven (Joh. 3:36Die in den Zoon gelooft, die heeft het eeuwige leven; maar die den Zoon ongehoorzaam is, die zal het leven niet zien, maar de toorn Gods blijft op hem.).
‘t Is alles (alles van Hem)… of niets. Maar dan blijft de toorn van God op u.
Want die de Zoon ongehoorzaam is, die zal het leven niet zien, maar de toorn Gods blijft op hem (Joh. 3:36). Deze Jezus werd door Gód gezonden om zondaars zalig te maken. Ontvang Hem dan toch vandaag nog met Zacheüs in uw huis, als de door God gegeven Zaligmaker van zondaars. Zo is Hij gegeven. En zo is Hij. Hij is zoals Zijn Naam is: Jezus, Zaligmaker van zondaars. Naar de wil van God…
Stemt u in? Dan bent u zalig! Weigert u? Ook na aandringen? Blijvend? Dan bent u rampzalig. Dan komt u voor eeuwig om.
Ik bid u, hijs nu toch uiteindelijk vanmorgen de witte vlag van de overgave. Lever uw verzet in en laat u door Hem (als door het enige middel door God gegeven), nu, met God verzoenen. Want Die Die geen zonde gekend heeft, heeft Hij (God) zonde voor ons gemaakt, opdat wij zouden worden rechtvaardigheid Gods in Hem (2 Kor. 5:21).
Bent u ervan overtuigd, dat het met uzelf hopeloos is? Dat u alles verzondigd hebt? En dat er vanuit u zelf geen herstel meer mogelijk is? Werp u dan nu zonder aarzelen in de nood van uw ziel op Christus. Want In Hem, in Hem alleen, heeft God een welbehagen.
Dit is het woord der zaligheid dat (uit de hemel) tot u gezonden is (Hand 13:26Mannen broeders, kinderen van het geslacht Abrahams, en die onder u God vrezen, tot u is het woord dezer zaligheid gezonden.).
Amen.
Slotzang Psalm 95:3,4:
Zijn' is de zee; z' is door Zijn kracht Met al het droge voortgebracht; 't Moet alles naar Zijn wetten horen. Komt, buigen w' ons dan biddend neer; Komt, laat ons knielen voor den HEER, Die ons gemaakt heeft en verkoren.
Want Hij is onze God, en wij Zijn 't volk van Zijne heerschappij, De schapen, die Zijn hand wil weiden; Zo gij Zijn stem dan heden hoort, Gelooft Zijn heil- en troostrijk woord; Verhardt u niet, maar laat u leiden.
Andere preken over Lukas
Andere preken voor Heilige Doop