Nieuwjaar - 1 januari 2015
Hebreeën 13:8: Jezus Christus is gisteren en heden Dezelfde en in der eeuwigheid.
INLEIDING
Op Nieuwjaarsdag, wanneer alles verandert en niets blijft zoals het was, klinkt de rijke troost van Hebreeën 13:8: Jezus Christus is gisteren en heden Dezelfde en in der eeuwigheid. Deze leespreek over de onveranderlijke Zaligmaker neemt u mee in de vraag waarin en voor wie Christus onveranderlijk is, tot bemoediging van jong en oud, van bekommerden, gezinnen en allen die de Heere vrezen.
Jezus Christus, een onveranderlijke Zaligmaker
HEBREEËN 13:7-14
7 Gedenkt uw voorgangers, die u het Woord Gods gesproken hebben; en volgt hun geloof na, aanschouwende de uitkomst van hun wandel.
8 Jezus Christus is gisteren en heden Dezelfde en in der eeuwigheid.
9 Wordt niet omgevoerd met verscheidene en vreemde leringen; want het is goed dat het hart gesterkt wordt door genade, niet door spijzen, door welke geen nuttigheid bekomen hebben die daarin gewandeld hebben.
10 Wij hebben een Altaar, van Hetwelk geen macht hebben te eten die den tabernakel dienen.
11 Want welker dieren bloed voor de zonde gedragen werd in het heiligdom door den hogepriester, derzelver lichamen werden verbrand buiten de legerplaats.
12 Daarom heeft ook Jezus, opdat Hij door Zijn eigen bloed het volk zou heiligen, buiten de poort geleden.
13 Zo laat ons dan tot Hem uitgaan buiten de legerplaats, Zijn smaadheid dragende.
14 Want wij hebben hier geen blijvende stad, maar wij zoeken de toekomende.
VOLLEDIGE TEKST
ds. J. IJsselstein - Hebreeën 13:8
THEMA
Jezus Christus, een onveranderlijke Zaligmaker
LITURGIE
Morgenzang 1,3 Zondag 18, 46-47
Morgenzang 4,6
Lezen Hebreeën 13:1-21
Gemeente, de tekst voor de preek op deze nieuwjaarsmorgen kunt u vinden in Hebreeën 13:8Jezus Christus is gisteren en heden dezelfde en in der eeuwigheid., waar staat: Jezus Christus is gisteren en heden Dezelfde en in der eeuwigheid.
Het thema voor de preek is: Jezus Christus, een onveranderlijke Zaligmaker We stellen met elkaar twee vragen, die we gaandeweg proberen te beantwoorden. 1. Waarin is Hij onveranderlijk? 2. Voor wie is Hij onveranderlijk? Als eerste dus:
Bladeren jullie, jongens en meisjes, wel eens in een fotoboek van vroeger? Je herkent de mensen wel, maar soms moet je heel goed kijken en zeg je heel verbaasd: ‘Is dat die? ’t Is dat je het zegt, anders zou ik het niet geloven!’ Als je thuis kijkt naar de klassenfoto’s van vorig jaar en van het jaar daarvoor, dan zie je dat je veranderd bent. Ons uiterlijk verandert. Onze spullen veranderen. Die auto van u, die vijf jaar geleden nog zo mooi glinsterde, is nu een beetje gedeukt en dof. Onze voorkeuren veranderen. De boeken die u vroeger las, die staan nu ongelezen op de plank. Onze smaak verandert. Kijk maar naar uw garderobekast. Wat u een paar jaar geleden graag droeg, laat u tegenwoordig onaangeroerd in de kast hangen. Onze liefde verandert. Of houdt u nog evenveel van uw vrouw als vroeger? Ik hoop het wel, liefst nog veel meer dan toen, toen u pas getrouwd was. Alles van ons verandert.
Vroeger was u samen, nu bent u alleen. Vroeger had u nog hoop en verwachting voor de toekomst, nu is daar niets meer van over. Vroeger vond je het fijn om naar de kerk te gaan, nu niet meer. Vroeger raakte het Woord je nog wel eens, nu nooit meer. Alles en iedereen is veranderlijk. Alles is vergankelijk en iedereen gaat voorbij. Al wat uit stof is, neemt een eind. Wij mensen moeten sterven, jong of oud, wij sterven allemaal. Onze zonde heeft ons gemaakt tot sterfelijke mensen.
Maar Eén verandert nooit: Jezus Christus. Zijn Woord houdt stand in eeuwigheid en zal geen duimbreed wijken. In een tijd waarin alles verandert, is Hij het enige en vaste Fundament. Zo was het in het verleden, zo is het nu, zo zal het in de toekomst zijn. Er is maar één fundament: Jezus Christus. Hij is gisteren en heden Dezelfde en in der eeuwigheid. Hij is onveranderlijk. Maar, waarin is Hij dan onveranderlijk?
1. Hij is onveranderlijk in Zijn Godheid Christus is en was God. De onveranderlijke, onsterfelijke God. Hij was en is God. Van eeuwigheid af. De eniggeboren Zoon van de Vader. God uit God, Licht uit Licht. Volmaakt in heiligheid, zonder enige zonde. Dat was Hij in het verleden, dat is Hij vandaag, en dat blijft Hij tot in eeuwigheid. Hij is onveranderlijk in Zijn Godheid. En trouwens, wat betreft Zijn mens-zijn is Hij in de hemel. Hij is mens geworden en Hij is mens gebleven. Een Mens, die als geen ander de tranen, het verdriet en de pijn van Zijn kinderen weet en kent en begrijpt. En Hij heeft medelijden met onze zwakheden.
2. In Zijn werk als Middelaar en Zaligmaker is Hij onveranderlijk. Hij was en is nog steeds de Enige die voor God kan staan. Adam kon staan voor God, maar is door eigen schuld gevallen en wij met hem. Hij heeft de dood over ons gebracht. Wij zijn allemaal vijanden van God geworden, niet in staat om ooit nog voor God te staan. Wie zal God zien en leven? Mozes en Aäron konden in zekere zin middelaars genoemd worden, mensen die in een ambt stonden tussen God en mensen. Maar zij waren zondig en sterfelijk. Zij vielen weg. Wij kunnen ambten dragen, maar zijn zo veranderlijk en zwak. Maar Christus is een onveranderlijke Ambtsdrager, een onveranderlijke Middelaar, een onvergankelijk Priester. Hij had het niet nodig om voor Zichzelf te offeren, want Hij had geen zonde gekend of gedaan. Hij heeft Zichzelf vrijwillig geofferd als een slachtoffer voor de zonde. Hij is onveranderlijk in zijn ambt als Middelaar. Zijn Naam was en is en blijft Jezus, want Hij zal Zijn volk zalig maken van hun zonden. Dat was Hij in het verleden, dat is Hij vandaag en dat blijft Hij tot in eeuwigheid.
Hij is ook onveranderlijk geschikt als Middelaar, staande tussen God en verloren mensen. Hij was in staat de last voor hen te dragen en is nog steeds bereid en in staat om de last te dragen van verloren zondaars. Hij is een onveranderlijke Middelaar, onveranderlijk in Zijn wijsheid, geduld en macht. Dat was Hij in het verleden, dat is Hij en dat blijft Hij voor altijd.
3. Hij is ook onveranderlijk in het doel dat Hij voor ogen houdt. Heel Zijn werk was en is gericht op de eer van Zijn Vader. Hij werkt de raad van Zijn Vader uit. Hij brengt allen toe en die alleen, die Hem gegeven Zijn van de Vader. Hij zegt het ook: Al wat de Vader Mij geeft, zal tot Mij komen. En, zo voegt Hij eraan toe, tot bemoediging van zondaren: En die tot Mij komt, zal ik geenszins uitwerpen.
En om dat doel te verwezenlijken roept Hij zondaars. Hij roept hen door de kracht van Woord en Geest. En Hij trekt ze, dwars door hun verzet en vijandschap heen, aan Zijn voeten. En daar zal Hij mee doorgaan, ook in dit jaar 20xx.
Christus is onveranderlijk in het doel dat Hij Zich voor ogen houdt: zondaars (geen goede mensen, maar vijanden) brengen aan Zijn voeten. Wij hebben vandaag op 1 januari onze goede voornemens, maar straks, als ze niet haalbaar blijken te zijn, dan stellen we onze doelen bij. Zo is Christus niet. Hij heeft onveranderlijk de eer van Zijn Vader voor ogen, en de bekering en de levensvernieuwing van Zijn kinderen. Hoewel zij zichzelf niet kunnen en willen bekeren, hoewel zij niet in staat zijn om zichzelf tot leven te wekken of te vernieuwen, Hij houdt vast aan Zijn doel. En Hij zal daarmee doorgaan. Dat deed hij in het verleden, dat doet Hij vandaag en dat zal Hij doen tot in eeuwigheid.
4. Christus is onveranderlijk in Zijn liefde tot de Zijnen. Hij heeft ze liefgehad met een onveranderlijke, eeuwige liefde van welbehagen. In de stille eeuwigheid al: liefgehad met een eeuwige liefde. In de tijd heeft Hij hen liefgehad, Hij heeft hen liefgehad tot het einde. En met diezelfde liefde zal Hij de Zijnen vast blijven houden en nooit loslaten. Een eeuwige liefde kan nooit veranderen. En dus kan niemand van hen ooit losgerukt worden uit Zijn handen en uit de handen van de Vader. De koorden van Zijn zondaarsliefde kunnen niet breken. Menselijke liefde staat of valt met de liefde van twee kanten, maar deze liefde is eenzijdig. Wat het komende jaar ons ook brengen zal: Niets, zegt de apostel, zal ons kunnen scheiden van de liefde van Christus. Niet omdat wij zo trouw zijn, maar omdat de band van Zijn liefde nooit verbroken zal worden.
5. Christus is ook onveranderlijk in Zijn zondaarsliefde. In die liefde, waarmee Hij u toeroept: Zo waarachtig als Ik leef, spreekt de Heere HEERE, zo Ik lust heb in de dood des goddelozen! maar daarin heb Ik lust, dat de goddeloze zich bekere van zijn weg en leve. Bekeer u, bekeer u van uw boze wegen, want waarom zou u sterven, o huis Israëls? Verlaat de slechtigheden en leef! Wie is slecht, hij kere zich herwaarts! Als u vanmorgen iets zou proeven van de zondaarsliefde van Christus, u zou als dood aan Zijn voeten vallen. Als u op deze eerste dag van het nieuwe jaar iets voelen zou van Zijn zondaarsliefde, uw hart zou breken. Christus is onveranderlijk in Zijn bewogenheid met zondaren.
Onbekeerden onder ons, Christus haat uw zonden, maar is tegelijkertijd vol van medelijden. Medelijden, niet opgewekt door uw toestand, maar opkomend uit Zijn onveranderlijke liefdehart. Hoe groter uw misdaad is, hoe groter uw eigengerechtigheid en vijandschap zijn, hoe groter Zijn medelijden. Christus is groot in rechtvaardigheid en heiligheid, maar ook groot in medelijden. De bliksem van Zijn toorn komt uit hetzelfde oog, als waaruit Zijn tranen vloeien.
Tranen van mededogen over Jeruzalem, zoals staat in Lukas 19: En als Hij nabij kwam, en de stad zag, weende Hij over haar, zeggende: Och, of u ook bekende, ook nog in dezen uw dag, wat tot uw vrede dient! Maar nu is het verborgen voor uw ogen. Hoe menigmaal heb Ik uw kinderen willen bijeen vergaderen, zoals een hen haar kiekens bijeen vergadert onder de vleugels, en u hebt niet gewild. U hebt de dag der genade veracht, de waarschuwingen genegeerd, Mijn nodigingen veracht. Doe dat toch op deze dag niet weer! Verhard u niet!
Een onbegrijpelijke zondaarsliefde. Die lijnrecht staat tegenover onze dodelijke haat. Maar Christus (die werkt door Zijn Heilige Geest) gaat door! Hij gaat door met Zijn onveranderlijke werk in die onverbeterlijke harten. En Hij zal daarmee doorgaan, ook in dit jaar 20xx. Hij zal doorgaan met Zijn werk. Doden zal Hij levend maken. Hoogmoedige harten zal Hij buigen, zodat gesloten monden gaan roepen: ‘Genâ, o God, genâ.’ Als Hij werkt, dan gaan blinde ogen zien: Ik ben van mezelf een onveranderlijk mens. Maar gelukkig: Zijn onveranderlijkheid is oneindig veel groter dan die van ons. Hij breekt er doorheen. Hij breekt door ons verzet, door onze haat en door onze vijandschap heen. En met dat werk gaat Hij door. Hij verandert onze haat in droefheid, in droefheid naar God. Zodat we gaan roepen om ontferming.
En wat wordt het dan een wonder, als we in al onze droefheid over onze zonden iets gaan proven van Gods barmhartigheid. Als we in al ons roepen naar God om ontferming iets gaan proeven van de zondaarsliefde van Christus. Als we tot onze verbazing gaan horen, dat Hij zegt: ‘Ik ben juist gekomen om zulke zondaars, om zulke onverbeterlijke mensen zalig te maken.’ Dan gaan die bedroefde en schijnbaar onveranderlijke harten toch branden van verlangen. en uitzien naar Hem, de Zon der gerechtigheid, die zo in de verte stralen kan. Branden van verlangen en uitzien naar de kennis van Hem, het Kind van Bethlehem. Dan gaan schijnbaar onveranderlijke harten toch buigen. Het is Hij, Christus, die zulke onverbeterlijke harten buigt en breekt, en zondaars met tranen aan Zijn voeten brengt. En met dat werk, zal Hij ook dit jaar voortgaan. Voordat we verdergaan met onze tweede gedachte, zingen wij nu eerst samen uit Psalm 74, het 2de vers:
Herdenk de trouw, aan ons voorheen betoond; Denk aan Uw volk, door U van ouds verkregen; Denk aan Uw erf, het voorwerp van Uw zegen; Aan Sions berg waar G' eertijds hebt gewoond.
Jezus Christus is gisteren en heden Dezelfde en in der eeuwigheid Hij blijft altijd Dezelfde. Maar voor wie eigenlijk? Voor wie is deze boodschap bestemd? Onze tweede gedachte:
a. In de eerste plaats voor jullie, jongens en meisjes, jongelui. Er verandert veel in jullie leven. Ongetwijfeld ook dit jaar. Als je terug kijkt moet je misschien wel zeggen: ‘Ik dwaal steeds verder weg, mijn zonden worden steeds meer en steeds groter, en mijn hart wordt steeds harder.’ Wanhoop toch niet. Jezus Christus is en blijft Dezelfde. Hij is in niets veranderd. Zijn liefde en macht veranderen nooit. En Hij zegt nog steeds, net als in het verleden: Als je Mij vroeg zoekt, als je Mij ijverig zoekt, dan zal je Mij vinden (Spreuken 8:17Ik heb lief, die Mij liefhebben; en die Mij vroeg zoeken, zullen Mij vinden.).
b. Dat Christus niet veranderd is, in de tweede plaats een bemoediging voor echtparen, voor gezinnen, voor ouders met hun kinderen, vooral ook in moeilijke omstandigheden. De Heere Jezus heeft het huwelijk hoog geëerd, zo zegt het huwelijksformulier. En Hij wil de getrouwden Zijn hulp en bijstand altijd bewijzen, ook als zij het niet meer verwachten. Dat was zo in het verleden, dat is zo in het heden en dat blijft zo. Deze Heere Jezus Christus kent ook uw gebroken leven, als alles veranderde en alles stuk ging. Maar Hij was en is en blijft dezelfde. Hij kent de zorg over uw kinderen, over uw verdwaalde kinderen, over uw kinderen die niet meer naar de kerk gaan. En Hij gedenkt in der eeuwigheid aan Zijn onveranderlijke verbond. Hij kent de zorg voor uw zieke, oude, dementerende vader of moeder, man of vrouw. En Hij zorgt. Hij kent het stille verdriet van uw alleen zijn, van uw eenzaam zijn. En Hij weet wat dat betekent. Dat alles was zo, en dat is nog steeds zo. Want Jezus Christus is gisteren en heden Dezelfde en tot in eeuwigheid.
c. Dat de Heere Jezus Christus niet veranderd is, dat is in de derde plaats een bemoediging voor u, ouderen. Alles is veranderd. Niets is meer zoals vroeger. Behalve Eén, Die niet veranderd is: Jezus Christus. Toen u jong was (u denkt er nog wel eens aan terug), toen luisterde u op de knie van vader naar het voorlezen uit de kinderbijbel. U zong met moeder psalmen. Maar, ze leven al lang niet meer. Jaren geleden zijn ze al gestorven. Vroeger, toen al, hoorde u over de zondaarsliefde van Christus. En die is niet veranderd. U bent wel veranderd… Misschien is uw hart wel heel hard geworden... Maar Hij heeft alle macht in de hemel en op de aarde. Wanhoop daarom niet aan het begin van dit nieuwe jaar. Maar zoek toch de Heere, terwijl Hij nog te vinden is. Als u Hem ijverig zoekt, met inspanning van al uw krachten, dan zult u Hem vinden.
d. Dat Christus niet veranderd is, dat is in de vierde plaats een bemoediging voor allen die in rouw en met verdriet terug kijken naar het verleden. Omdat geliefden u ontvallen zijn: uw man of vrouw, uw jongen of meisje, een broer of zus, een ongeboren kindje of een prille zwangerschap die u verloor. Jezus weende, Hij huilde tranen van medelijden met Martha en Maria, toen Lazarus gestorven was. En Zijn hart was vol van medelijden over de vrouw uit Naïn, die haar kind verloren had. Deze liefhebbende en medelijdende Jezus is gisteren en heden Dezelfde, en Hij zal dat ook blijven in de toekomst.
e. Deze boodschap is in de vijfde plaats ook een bemoediging voor alle werkers in Gods Koninkrijk: voor ambtsdragers, voor zendingswerkers, voor evangelisten, voor iedereen die dient in het koninkrijk van God. Als u werkt of gaat werken in de dienst van de Heere, dan kunt u van meerdere dingen verzekerd zijn: van het geweld van de duivel, van de tegenstand van mensen (van buiten de kerk en van binnen de kerk), van omwegen en van onbegrepen wegen. Maar gelukkig, verblijd u en verheug u in uw Koning. Want dwars door alles heen geldt: we hebben een onveranderlijke Heere en Meester. En wat er ook gebeurt, Hij heeft alle macht in de hemel en op de aarde. Hij regeert en zal Zijn almacht tonen. En Hij heeft gezegd: Ik ben met u, al de dagen, tot aan de voleinding der wereld. Als u, broeders, op huisbezoek gaat, als u catechisatie geeft, als u staat op deze plaats, wees verzekerd van de hulp en bijstand van uw Koning. Wij zijn niet alleen, wij staan niet alleen, want Hij is met ons, al de dagen. Ook in moeilijke dagen. Ik was met u, Ik ben met u, Ik blijf met u tot de voleinding van de wereld.
Jezus Christus is gisteren en heden Dezelfde en in der eeuwigheid. Het is ook een tekst die een bijzondere boodschap in zich heeft voor twee soorten van mensen onder u.
1. In de eerste plaats is er in deze tekst een bijzondere boodschap voor onbekeerden. Misschien hebt u in het verleden wel tijden gekend dat u erg bezig was met de dingen van God. Misschien wel in het afgelopen jaar. Een tijd dat u vaak bad, dat u vaak uw knieën boog en de Heere zocht. Een tijd dat u wakker geschud leek uit uw rust, een periode dat u onrustig was. En nu…? Nu leeft u zomaar weer door in de zonde. Jezus Christus is gisteren en heden Dezelfde en in der eeuwigheid. Dus, Hij is niet veranderd. U bent veranderd. Uw hart is harder geworden, uw verzet is groter geworden. Val Hem toch heden te voet. Want wie Hem nederig valt te voet, zal van Hem zijn wegen leren. Christus is niet veranderd in Zijn bewogenheid met gevallen zondaren. U zit wel niet op Hem te wachten, maar Hij wacht wel op u. En Hij roept u toe: Wend U naar Mij toe, word behouden, al gij einden der aarde, want Ik ben God, en niemand meer. Hoor naar Mij, u, stijven van hart en die ver van de gerechtigheid bent. Wie is slecht, hij kere zich herwaarts en kome tot Mij. Zo heeft Hij u genodigd, zo nodigt Hij nog. Kom, nog is er plaats.
Maar bedenk ondertussen wel, gemeente, aan de nodiging van Christus zit een keerzijde. Als u Zijn bewogenheid veracht, zal Hij ontbranden in grote toorn. Toorn is gekrenkte, vertrapte liefde. U zit ook dit jaar niet vrijblijvend in de kerk. Christus zal Zijn bedreigingen niet veranderen, als u Zijn liefde vertrapt. Ziet toch uw levensgevaar. Die geloofd zal hebben en gedoopt zal zijn, die zal zalig worden. Maar die niet geloofd zal hebben, zal verdoemd worden. U zult geworpen worden in de vurige oven. Aldaar zal wening zijn en knersing der tanden. Wroeging: had ik zoveel liefde maar niet veracht, had ik zoveel dringende nodigingen maar niet naast me neergelegd. Dan zult u eindeloos tranen huilen, als u horen zult: Gaat weg van Mij, vervloekten, in het eeuwige vuur, hetwelk de duivel en zijn engelen bereid is. Omdat u de weg wel geweten hebt, maar niet hebt willen bewandelen.
Zijn brandende liefde zal zelfs door uw diepe verachting niet veranderen. Die liefde verandert nooit. Maar u zult, als u doorgaat op uw eigen weg, tot uw bittere spijt de keerzijde van die liefde zien. U kunt u warmen aan vuur, maar u kunt u ook branden aan vuur. Beken daarom toch op deze dag wat tot uw eeuwige vrede dient.
2. Onze tekst heeft in de tweede plaats een bijzondere boodschap in zich voor allen die de Heere vrezen. Voor u, die gebukt gaat onder de last van uw zonden, voor u die Hem zoekt, voor u die uitziet naar de kennis van Christus, voor u die verlangt om Hem te kennen. Voor u geldt in het bijzonder deze boodschap: Jezus Christus is gisteren en heden Dezelfde en in der eeuwigheid
En dat Hij Dezelfde is en blijft, dat is een bijzondere aanmoediging (juist voor u) om tot Hem te vluchten. Wat Hij destijds gezegd heeft, fluistert Hij u als het ware opnieuw toe, al op deze eerste dag van dit nieuwe jaar: Kom herwaarts tot Mij, allen die vermoeid en belast zijt, en Ik zal u rust geven. Nooit kwam een zieke tot Hem, die niet genezen huiswaarts keerde. Nooit fronste Hij de wenkbrauwen: ‘U? Nee, u bent te slecht.’ Nooit heeft Hij iemand die kwam in nood weggestuurd. Daar kan bange vrees en twijfel zijn in ons hart, vanwege onze zonden en ongerechtigheden, maar u bent welkom, welkom aan Zijn voeten. Kom dan (zoals de bloedvloeiende vrouw gekomen is) aan Zijn voeten: ze kwam vrezend en bevend vanwege haar onreinheid en tekort. Ze bukte diep aan Zijn voeten en bekende Hem al de waarheid. Komt zo, arme zondaren, belast met de last van zonde en schuld, Hij zal u ook nu niet afwijzen. Laat alles van uzelf dan maar achter. Al uw werken, al uw schijngerechtigheid, al uw tranen, al uw liefde. Want Hij wil een volkomen Zaligmaker zijn. Ook daarin is Hij niet veranderd.
Onze Heere Jezus Christus is gisteren en heden Dezelfde en in der eeuwigheid. Hij is niet veranderd. Zijn werk voor ons en in ons, alles wat Hij doet en werkt, is van Hem en komt van Hem.
Ook dat allereerste, meest onbegrijpelijke begin: Ik heb u liefgehad, zegt God, met een eeuwige liefde, daarom heb Ik u getrokken met koorden van goedertierenheid. Met die onveranderlijke liefde kwam Hij voor ons en in onze plaats. Hij vernederde Zich diep tot in de kribbe van Bethlehem. Hij werd gedrukt, gelasterd en geplaagd in heel Zijn leven, voor ons. Hij boog diep in Gethsémané onder de last van Gods toorn, voor ons. Hij stierf de vloekdood aan het kruis als een misdadiger, voor ons. Hij ging de dood in, voor ons. Hij stond op en ging heen als Overwinnaar, voor ons. Hij zit en staat aan de rechterhand Gods, als de grote Voorbidder, voor ons. Hierin is de liefde niet dat wij Hem liefgehad hebben, maar Hij heeft ons liefgehad. En Hij heeft Zichzelf gegeven tot een verzoening voor onze zonde. Dat was Jezus Christus gisteren, in het verleden.
Zijn werk voor ons en in ons, alles wat Hij doet en werkt, is van Hem en komt van Hem. Hij zocht ons op, hij leidde ons op de weg des levens. Hij nam ons steeds meer af, om ons steeds meer van Hemzelf te openbaren en te schenken. Dat deed Hij in het verleden. En Hij is nog steeds Dezelfde. En Hij zal ook Dezelfde blijven.
Hij leeft, om voor ons te bidden. Ook in Zijn voorbede aan de rechterhand van Zijn Vader is Hij onveranderd. De satan heeft zeer begeerd om u te ziften als de tarwe. Maar Ik heb voor u gebeden, dat uw geloof niet ophoude. Ondanks onze ontrouw, blijft Hij de Getrouwe. Nooit zal Hij één van de Zijnen uit Zijn handen laten vallen. En niemand kan ooit één van hen rukken uit de hand van de Vader. Hij zorgt voor ze zoals een herder zorgt voor zijn schapen. Hij leidt hen, stuurt hen, corrigeert hen, en houdt hen bij Zich. Als ze weglopen, zoekt Hij hen weer op en brengt hen weer terecht. Jezus is de onveranderlijke, goede Herder, die Zijn leven stelde voor Zijn schapen. En Hij is en blijft altijd Dezelfde.
Moeten we, als we daarop zien, onszelf, kinderen van God, niet bestraffen vanwege onze liefdeloosheid? Was u vroeger niet vol vuur en ijver, vol brandende liefde, vol leven, vol bezieling… Maar nu: zo mat, zo traag, zo koud… Vroeger sprak u veel over Hem. Maar nu gaan uw gesprekken over zoveel andere dingen. Destijds ging uw hart zo naar Hem uit, maar nu hangt u zo aan de wereld. Is uw Christus een andere Christus geworden, dat u Hem minder lief lijkt te hebben? Is Zijn liefde veranderd? Of is uw liefde veranderd…?
Is Hij uw liefde minder waard, of bent u meer waarde gaan hechten aan andere liefsten? Christus is niet veranderd. Zijn liefde, Zijn woord, Zijn werk, niets van Hem is veranderd. Hij is niet veranderd, maar u bent veranderd. Maar toch zegt Hij (en Hij blijft het zeggen) in Zijn onveranderlijke liefde: Ik heb voor u gebeden, dat uw geloof niet ophoude.
Laat Zijn blijvende voorbede in de hemel ons dan blijvend aansporen, om (zoals staat in vers 14), in het komende jaar dat voor ons ligt, niet de dingen te zoeken die beneden zijn. Maar juist die dingen die boven zijn. Want wij hebben hier geen blijvende stad, maar wij zoeken de toekomende.
Amen.
Slotzang Psalm 103:9:
Maar 's HEEREN gunst zal over die Hem vrezen, In eeuwigheid altoos dezelfde wezen; Zijn trouw rust zelfs op 't late nageslacht, Dat zijn verbond niet trouweloos wil schenden, Noch van Zijn wet afkerig d' oren wenden, Maar die, naar eis van Gods verbond, betracht.
Andere preken over Hebreeën
Andere preken voor Nieuwjaar
Andere gerelateerde preken