PREEK · KERKELIJK JAAR

De HEERE regeert – Psalm 99

Nieuwjaar - 1 januari 2025

Psalm 99:1: De HEERE regeert, dat de volken beven; Hij zit tussen de cherubs; de aarde bewege zich.

INLEIDING

Midden toenemende onrust en dreiging spreekt Gods macht: 'De HEERE regeert, dat de volken beven; Hij zit tussen de cherubim' (Psalm 99:1) — waarschuwing voor wie zonder God blijven, maar troost voor Gods kinderen. Van Zijn genadetroon, besprengd met Christus' bloed, regeert de Almachtige in volmaakte heiligheid én barmhartigheid over Zijn bevaard volk.

THEMA

De toekomst is in Gods handen

KERNPUNTEN

  1. De HEERE regeert met heilige macht
  2. De HEERE regeert in genadige trouw

PSALM 99:1-9

1 De HEERE regeert, dat de volken beven; Hij zit tussen de cherubs; de aarde bewege zich.
2 De HEERE is groot in Sion, en Hij is hoog boven alle volken.
3 Dat zij Uw groten en vreselijken Naam loven, die heilig is;
4 En de sterkte des Konings, Die het recht liefheeft. Gij hebt billijkheden bevestigd, Gij hebt recht en gerechtigheid gedaan in Jakob.
5 Verheft den HEERE onzen God, en buigt u neder voor de voetbank Zijner voeten; Hij is heilig.
6 Mozes en Aäron waren onder Zijn priesters, en Samuël onder de aanroepers Zijns Naams; zij riepen tot den HEERE en Hij verhoorde hen.
7 Hij sprak tot hen in een wolkkolom; zij hebben Zijn getuigenissen onderhouden, en de inzettingen die Hij hun gegeven had.
8 O HEERE onze God, Gij hebt hen verhoord, Gij zijt hun geweest een vergevend God, hoewel wraak doende over hun daden.
9 Verheft den HEERE onzen God, en buigt u voor den berg Zijner heiligheid; want de HEERE onze God is heilig.

VOLLEDIGE TEKST

De HEERE regeert – Psalm 99

ds. J. IJsselstein - Psalm 99:1

THEMA

De toekomst is in Gods handen

[Nieuwjaarstoespraak]

Geliefde gemeente, ik wil u vanmorgen met Gods hulp, op deze eerste dag van het nieuwe jaar, graag de woorden meegeven van Psalm 99:1. In een wereld vol toenemende dreiging, in een wereld vol onrust, oorlog en geweld, spreekt God. En luisteren wij met hoop en verwachting naar wat staat in Psalm 99:1: De HEERE regeert, dat de volken beven. Hij zit tussen de cherubim, de aarde bewege zich.

Het thema voor de preek van vanmorgen is: De toekomst is in Gods handen Want: 1. Hij regeert met heilige macht 2. Hij regeert in genadige trouw Als eerste dus:

1. De HEERE regeert met heilige macht

Ja, want Psalm 99 is vol van Gods heiligheid. Deze psalm bestaat eigenlijk uit drie delen. Vers 1 tot en met 3 eindigt met: Dat zij Uw groten en vreselijke Naam loven, die heilig is. Vers 4 en 5 eindigt met: Hij is heilig. En vers 6 tot en met 9 eindigt met: Want de HEERE onze God is heilig. Spurgeon noemde dit de ‘heilig, heilig, heilig-psalm’.

Denkend aan Jesaja 6, waar Jesaja een visioen ontvangt. In het jaar (zo schrijft hij) dat de koning Uzzia stierf. In een jaar dus van grote politieke onzekerheid. In een tijd bovendien van dreiging, door nieuw opkomende wereldmachten. En dan sterft ook nog de koning! In die tijd vol dreiging en onzekerheid geeft de Heere Jesaja een blik in de hemel.

Hij schrijft erover in Jesaja 6 (vers 1-4): In het jaar toen de koning Uzzia stierf, zo zag ik den Heere zittende op een hogen en verheven troon, en Zijn zomen vervullende den tempel. De serafs stonden boven Hem; een iegelijk had zes vleugelen: met twee bedekte ieder zijn aangezicht en met twee bedekte hij zijn voeten en met twee vloog hij.

En de een riep tot den ander en zeide: Heilig, heilig, heilig is de HEERE der heirscharen; de ganse aarde is van Zijn heerlijkheid vol. Zodat de posten der dorpels zich bewogen van de stem des roependen; en het huis werd vervuld met rook. Een blik in de hemel in een tijd vol dreiging en onzekerheid. De aardse koning Uzzia is voorbijgegaan. Maar de hemelse Koning blijft: eeuwig regerend in heiligheid!

Dat echoot na in deze Psalm 99, die waarschijnlijk nog iets later, vlak voor de ballingschap is gedicht. De HEERE regeert. In heiligheid. Want onze God is heilig. Heilig, dat betekent: gescheiden, apart gezet, totaal anders. Totaal anders dan Zijn schepping, totaal anders dan wij. Puur, onbesmet, volmaakt. Oneindig, vol majesteit, grootsheid en waardigheid. Vol van soeverein en absoluut gezag. Waarmee Hij alle dingen onderhoudt en regeert, naar Zijn raad en wil. Die boven al het rumoer van deze wereld roept: Mijn raad zal bestaan, en Ik zal al Mijn welbehagen doen.

Vol van absolute heiligheid... Die ons intrigeert. Want zo zijn wij niet. Die ons ook confronteert met gevaar… Want als de heilige Jesaja dit hemelse gezicht ziet, dan zegt hij: Wee mij, want ik verga, dewijl ik een man van onreine lippen ben, en ik woon in het midden van een volk dat onrein van lippen is; want mijn ogen hebben den Koning, den HEERE der heirscharen, gezien (Jes. 6:5). Zoals Job ooit zei: Met het gehoor des oors heb ik U gehoord, maar nu ziet U mijn oog. Daarom verfoei ik mij, en ik heb berouw, in stof en as (Job 42:5-6).

Onze God is driemaal heilig. Wie zou Hem niet vrezen? Want Hij alleen is heilig (Openb. 15:4). Wie onzer zou voor Hem bestaan (Ps. 130:3)? Laten we het komende jaar (in ons persoonlijke leven, thuis en in ons kerkelijke leven), gemeente, leven in het diepe besef van de absolute heiligheid van God.

Onze tekst zegt: Hij, de HEERE regeert. In (zo blijkt uit deze hele psalm) heiligheid dus. De HEERE, met hoofdletters geschreven. De grote God van het verbond. Die trouw houdt en eeuwig leeft en Die nooit laat varen het werk van Zijn handen. Die Zijn werk in het leven behoudt in het midden der jaren (Hab. 3:2). Die Zijn Naam (ook hier) zal blijven voortplanten van kind tot kind, van generatie op generatie. Die Zijn beloftewoord (zelfs in de donkerste tijden) vervullen zal. Hij, Die onze Hoop en Verwachting is aan het begin van dit nieuwe jaar.

Hij regeert! En dus ligt de toekomst in Zijn handen. Er kunnen veel vragen zijn (ook aan het begin van dit onzekere, nieuwe jaar). Waar gaat het allemaal heen? Met de wereld? Met alle veranderingen van het klimaat? Met ons land, met onze stad, met ons dorp?

Er kunnen veel zorgen zijn over de kerk in Nederland, over onszelf, over onze kinderen of kleinkinderen. Je kan zorgen hebben over je gezondheid, of omdat je aan aan alles merkt dat je ouder wordt. Er kan veel verwarring zijn in je hart, als je kijkt naar de dingen die gebeurd zijn, of die gaan gebeuren. Veel vragen: Waarom is dit zo gegaan? Waarom gebeurt dat?

Wie regeert er eigenlijk in deze wereld? Wie bepaalt de toekomst eigenlijk? De wereldleiders, de groten van deze tijd? De duivel? Mensen, die ons misschien wel veel verdriet hebben aangedaan? Of…, ‘niemand’ misschien? Het noodlot van de destructie?

Laat het antwoord op die vragen, ook al begrijpt u het allemaal niet, maar aan de Heere over. Want: De HEERE regeert en zal Zijn almacht tonen. Want: Hij heerst eeuwig met Zijn macht (Ps. 66:7). Hij regeert (in heiligheid) met grote macht. Zelfs de destructie van de schepping, zelfs de verandering van het klimaat, het valt allemaal onder Zijn bestuur. Denk maar aan Psalm 89:10: Gij heerst over de opgeblazenheid der zee; wanneer haar baren zich verheffen, zo stilt Gij ze. Als de volmaakte God, soeverein en vol van eeuwige macht en majesteit, en trouw aan Zijn verbond, heeft God heel de wereld in Zijn handen.

De HEERE regeert. Dat de volken beven (zo vervolgt onze tekst). Want Zijn troon is in de hemel. Daar heerst God in heiligheid, omgeven door ontelbaar veel heilige engelen. Roepend, de een tot de ander: Heilig, heilig, heilig is de HEERE der heirscharen. Het licht van één van die engelen was op de dag van de opstanding genoeg, om de wachters bij het graf van de Heere Jezus, na die geweldige aardbeving, als dood op de grond te laten vallen.

En dus moeten de volken wel beven. De groten en de kleinen. De groten: Poetin, Trump, Xi Jinping. Want, zo zegt de profeet Jeremia: Wie zou U niet vrezen, Gij Koning der heidenen? (Jer. 10:7) De groten van de aarde, machtige wereldleiders. En: de kleinen, mensen zoals wij. Ze mogen beven voor Hem… Immers, een ieder mens is, hoe vast hij staat, enkel ijdelheid (Ps. 39:6). Want nog een ogenblik en de profetie wordt vervuld: En ik zag ze, klein en groot, staan voor God (Openb. 20:12).

Dat de volken beven… a. Dat is tot waarschuwing van iedereen die nog leeft zonder God. Zult u (zo staat in Jeremia 5:22), zult u Mij niet vrezen? spreekt de HEERE; zult u voor Mijn aangezicht niet beven?

Onbekeerde vrienden, ga dit jaar niet verder met je leven zonder God. Je leven is in groot gevaar. Je bent op weg naar de eeuwigheid. Dit jaar is hoogst onzeker voor je. Misschien moet je dit jaar wel voor God verschijnen. Dan zul je (staat hier): beven. Dan zullen (zo schrijft Jeremia) je handen slap worden, je hart zal versmelten (Jer. 13:7). Zoek de Heere dan toch, terwijl Hij te vinden is, roep Hem aan terwijl hij nabij is. Dit is tot waarschuwing van iedereen die nog leeft zonder God…

b. Maar dat (dat de volken beven) is ook tot troost van al Gods kinderen. De wereld kan ons op allerlei manieren benauwen. De satan kan ons laten beven, onze handen slap maken en ons hart laten smelten. Mensen kunnen ons veel kwaad aan doen. Maar onze Heere regeert. Hij heeft alle dingen in zijn handen. En dus kan niemand ons uit de handen van Christus en van de Vader rukken (Joh. 10:29). En dus zal ook dit jaar geen mus van het dak vallen, geen haar ons hoofd, zonder de wil van onze hemelse Vader. Zonder Wiens wil, niemand zich kan roeren of bewegen. En dus zijn wij, wat er ook gaat gebeuren in de wereld, in ons land, in onze woonplaats, in de kerk of thuis, veilig en geborgen. Met Christus verborgen in God (Kol. 3:3).

De HEERE, Die regeert in trouw en heiligheid, is onze Toevlucht en Sterkte. Ook dit nieuwe jaar zal Hij zeer te vinden zijn: krachtig, en een Hulp in benauwheden. Daarom zullen wij niet vrezen, al veranderde de aarde haar plaats, en al werden de bergen verzet in het hart van de zeeën (Ps. 46:3). Want: De HEERE der heirscharen is met ons; de God van Jakob is ons een hoog Vertrek (Ps. 46:12).

Laten we daar samen van gaan zingen uit Psalm 46:6: God stilt, alom, het orelogen; Zijn arm verbreekt de taaie bogen, Doet spies en speer aan stukken slaan, En wagens door het vuur vergaan. Laat af, dus spreekt de HEER der heeren: Weet, Ik ben God; elk moet Mij eren; Het heidendom, ja, 't gans heelal, Verhoge Mij met lofgeschal.

Ons tweede aandachtspunt:

2. De HEERE regeert in genadige trouw

Jesaja beeft, als Hij dat hemelse troongezicht ziet. Hij zegt in Jesaja 6:5: Wee mij, want ik verga, dewijl ik een man van onreine lippen ben, en ik woon in het midden van een volk dat onrein van lippen is; want mijn ogen hebben den Koning, den HEERE der heirscharen, gezien.

Maar dan vliegt één van die heilige engelen naar hem toe. Vers 6 en 7 (van Jesaja 6): Maar een van de serafs vloog tot mij, en had een gloeiende kool in zijn hand, die hij met de tang van het (brandoffer) altaar genomen had. En hij roerde mijn mond daarmede aan en zeide: Zie, deze heeft uw lippen aangeroerd; alzo is uw misdaad van u geweken en uw zonde is verzoend. Jesaja beeft, en wij beven. Als we lezen: De HEERE (de driemaal heilige God) regeert, dat de volken beven.

Maar onze tekst gaat verder. Dat gaan we zien in ons tweede punt: Hij zit tussen de cherubs; de aarde bewege zich. Hij zit tussen de cherubs. Tussen de cherubijnen of cherubim. Dragers van Gods heerlijkheid, zijn zij. Bewakers van Zijn heiligdom. Ooit de bewakers van het geschonden paradijs: cherubs met vlammig lemmer eens zwaards, dat zich omkeerde, versperden de weg naar de den boom des levens (Gen 3:24). Afgebeeld op de kleden van de tabernakel (Ex. 26:1). Vertegenwoordigers van Gods regering en macht in deze wereld.

Geen schattige, onschuldige, ongewapende, knuffelbare engeltjes. Geen gevleugelde, pijl dragende cupido’s. Geen Middeleeuwse folklore dus, zoals ze vaak afgebeeld worden. Maar machtige, zwaard dragende geesten, die onder het gezag van de Geest van de Heere Zijn opdrachten in deze wereld uitvoeren. Gedienstige geesten, die tot dienst uitgezonden worden om dergenen wil die de zaligheid beërven zullen (Hebr. 1:14).

Psalm 99:1 zegt: de HEERE, de Heilige, Die regeert, Die volken doet beven, Hij zit tussen de cherubs. Dus de HEERE zit als een Koning op een troon. Die tussen lijfwachten, want bescherming heeft Hij niet nodig. Maar tussen cherubs, die vol eerbied en aanbidding hun zichzelf beschermende blik op Hem richten.

Zoals zichtbaar uitgebeeld was in het Oude Testament. In de tabernakel en in de latere tempel stond in het heilige der heilige: de heilige ark. Daar woonde God op een bijzondere manier.

De ark, jongens en meisjes, was een rechthoekige kist, van ruim een meter lang, en zo'n 70 cm hoog en breed. Gemaakt van acacia hout. Van binnen en van buiten overtrokken met goud.

En in die ark lagen de twee stenen tafels met de Wet van de Heere, de heilige God. Wat daarin lag, dat klaagde aan, dat veroordeelde. Want de Israëlieten hadden (net als wij) al die geboden overtreden. En iedereen wist dat. Sommigen hadden dat ook echt leren zien. Dat was door het werk van de Heere in hun hart hun nood geworden. De heilige God, Die woont boven de heilige Wet… Wie zou voor Hem kunnen bestaan? Als Hij de ongerechtigheden van mij zou gadeslaan?

Maar, gelukkig! En wat gaf dat hoop, en wat wees dat de weg! Boven op die ark lag (wat heette) het gouden verzoendeksel. En daarbovenop stonden (aan de beide uiteinden) twee cherubs. Gemaakt van goud, in één geheel met het verzoendeksel. Met vleugels bedekten zij hun gezicht. Met hun gezichten gericht naar het verzoendeksel.

Op dat gouden verzoekdeksel sprengde de hogepriester eenmaal per jaar op de Grote Verzoendag: bloed. Eénmaal op het verzoendeksel zelf en zevenmaal vóór het verzoendeksel. Als teken van volledige, volmaakte verzoening.

Wat gaf dat hoop, en wat wees dat de weg. Dit bracht Gods kinderen tot geloof en troost: Door dit bloed van de verzoening is mijn schuld uit Gods boek gedaan. Hij ziet geen van mijn zonden aan. Want nu Hij, de Heere, het bloed ziet, nu gaat Hij mij (net zoals in de nacht van de uittocht) voorbij.

Dat droogde, en droogt ook nu nog tranen van arme zondaars. Van mensen die geleerd hebben: Uit mezelf kan ik voor God niet bestaan. Maar door de weg van het bloed is er vergeving, ook voor mij.

Want tussen de heilige God (Die boven het verzoendeksel woonde, tussen die twee cherubim), tussen de heilige God en die veroordelende Wet die in de ark lag, was bloed gesprengd. Bloed van verzoening, bloed van vergeving, bloed van vrijspraak.

En daarboven, boven de wet en dat bloed, woonde God Zelf. In een lichtgevende wolk. Zoals die buiten, tijdens de woestijnreis, te zien was in de vuurkolom. Zoals die later bij de inwijding van de tempel van Salomo te zien was, toen een wolk het huis des HEEREN vervulde (1 Kon. 8:10). En zoals die te zien was op de berg der verheerlijking, toen de Heere Jezus overdekt werd met lichtgevende wolk (Matth. 17:5). Zo woonde God tussen de cherubs, boven het verzoenende bloed dat op de ark gesprengd was, op Zijn troon. Op Zijn genadetroon…

Zo was het profetisch uitgebeeld in het Oude Testament. God kon en wilde onder Zijn volk wonen boven het verzoenende bloed. En zo is ook de werkelijkheid (ook nu) van het Nieuwe Testament.

Want die zichtbare ark was slechts een afbeelding van wat toen nog komen zou. En dat bloed van het zondoffer wat gesprengd werd op het verzoendeksel, was maar een beeld van het bloed van de toen nog komende Christus. En die troon van God, omgeven door cherubijnen, was nog maar een schaduw van de nieuwtestamentische genadetroon in de hemel.

Want nu, nadat Christus als het Lam van God is geofferd op het altaar van het kruis, nu Zijn werk volkomen volbracht is, nu is de vloek van de Wet voor Gods volk voor altijd het zwijgen opgelegd. Nu troont God in de hemel, nog steeds in onveranderde en vlekkeloze heiligheid, maar ook in genade. Door het bloed van de Middelaar, tussen Hem en Zijn volk. Op Zijn genadetroon.

En de weg naar die troon, wordt niet meer (zoals bij het geschonden paradijs) afgesloten en bewaakt door cherubs met een blinkend zwaard. Maar die weg is nu, door het bloed van Christus, een geopende weg geworden. En dus zegt de apostel in Hebreeën 4:16: Laat ons dan met vrijmoedigheid toegaan tot den troon der genade, opdat wij barmhartigheid mogen verkrijgen, en genade vinden om geholpen te worden te bekwamer tijd.

Gemeente, de HEERE, de Heilige, regeert. En zal ook dit jaar zal regeren. Vanuit de hemel, wonend tussen cherubs, vanaf Zijn genadetroon, besprengd met het bloed van Christus en omvleugeld met de liefde van de Middelaar.

Onze tekst zegt: Hij zit tussen de cherubim. Op Zijn troon, op Zijn genadetroon. En: De aarde bewege zich. Laat de aarde schudden. Laat de aarde bewegen, als met het beven van een aardbeving. Want zo’n woord wordt er gebruikt. Als uitdrukking van Gods onbegrensde macht. Hij laat zelfs de aarde beven, wat (als u dat ooit gevoeld hebt, dan weet u dat) de inwoners van de aarde vervult met ontzag en vrees. En hun laat voelen hun kwetsbaarheid, hun afhankelijkheid. Een aardbeving is in de Bijbel trouwens ook uitdrukking van Gods toorn. En voorbode van het einde van de wereld en van het verschijnen van de Almachtige.

Maar nu nog niet (vanwege die genadetroon), nu nog niet bedoeld om bevend te vluchten! Maar om bevend te komen, met belijdenis van zonde en schuld, met aanbidding en diep ontzag voor Gods grootheid en heiligheid. Komend tot de genade-troon.

Dit is midden in alle onrust van deze wereld… Dit is midden in alle onrust van uw hart en leven… Dit is, hoe de dreiging ook voelbaar is in deze woorden… Géén alarmroep om te vluchten! Maar een dringende roep van het Evangelie, om te komen!

Immers dit klinkt niet van de troon van de heilige Rechter, die de wereld ten gerichte roept. Maar dit klinkt (nog steeds) van de genadetroon. Kom, bevend op 't gezicht van Mijn vermogen, en kus Mijn Zoon, van ouds u toegezegd.

Kom bevend, denkend aan Mijn vlekkeloze heiligheid. Kom, zoals u mag komen, zoals u bent: als een schuldige, als een veroordeelde. Maar niet wanhopig. Vlucht niet weg, op het gezicht van Mijn vermogen. Maar kom, diep buigend, bevend, als onwaardige zondaars. Biddend om genade en vergeving vanwege het bloed van de verzoening. Want de troon waarop Ik (de Heere) zit, is besprengd met het bloed van Jezus.

Kom door de geopende toegang, die Hij heeft gebaand tot de troon van Mijn genade. Er is genade bij Mij beschikbaar voor schuldige zondaars. Er is eeuwig leven bij Mij te krijgen voor ongevoelige en dode zondaars. Bij Mij is rust te vinden voor veroordeelde harten. Bij Mij is vrede te verkrijgen voor u, die tot nu toe Mijn vijanden bent.

Dit nodigt ons uit, ons allemaal, om te komen. Bevend op het gezicht van Gods vermogen. Met een gebogen hoofd en een gebogen hart, smekend om genade. Als u zo komt, zal de Heere u niet weigeren.

Geliefde gemeente, kinderen van God, zo kunnen we het nieuwe jaar in. In stil vertrouwen op onze almachtige en genadige God. Hij regeert, en zal Zijn almacht tonen. Alles ligt in Zijn handen. In de handen van Hem, Die nooit zal herroepen wat Hij eenmaal heeft gesproken. Hij houdt Zijn woord, en laat nooit varen de werken van Zijn handen.

We kunnen dit nieuwe jaar in, omdat er voor ons, door het bloed van Christus, altijd weer een geopende toegang zal zijn, tot Gods genadetroon. Om daar te komen als arme zondaars. Met vrijmoedigheid vanwege het bloed van onze Middelaar.

Onbekeerde vrienden, tot slot, er is een open weg. Er is een open toegang. Hoe lang blijft u aarzelen? Hoe lang blijft u weigeren? Hoe lang blijft u buiten staan? Buigt u toch ook voor Zijn heiligheid. Want de HEERE onze God is heilig. Maar Hij is ook genadig en goed. Om het bloed van de Zaligmaker.

Zoekt u Hem? Kunt u niet meer zonder Hem? Weet dan dat de HEERE, de Hoge en Verhevene, Die in de eeuwigheid regeert en Wiens Naam heilig is (Gode zij dank, om Christus’ wil), niet alleen woont in de hoogte en in het heilige, op de heerlijke troon van Zijn hemelse majesteit. Maar dat Hij Zich ook diep buigt vanaf Zijn genadetroon. Om te wonen bij dien die van een verbrijzelden en nederige geest is, opdat (Hij) levend make de geest der nederigen, en opdat (Hij) levend make het hart der verbrijzelden (Jes. 57:15).

En dus, medezondaars, hoop in dit nieuw begonnen jaar voor alle dingen op de HEERE alleen!

Amen.