28 juni 2022
Romeinen 8:38-39: Want ik ben verzekerd dat noch dood noch leven, noch engelen noch overheden noch machten, noch tegenwoordige noch toekomende dingen, Noch hoogte noch diepte, noch enig ander schepsel ons zal kunnen scheiden van de liefde Gods, welke is in Christus Jezus, onzen Heere.
INLEIDING
In een dienst van dankzegging na het Heilig Avondmaal klinkt de overwinningstaal van Paulus, die in Romeinen 8:38-39 schrijft: noch dood, noch leven, noch enig ander schepsel zal ons kunnen scheiden van de liefde van God, welke is in Christus Jezus, onzen Heere. Deze leespreek belicht de bron, het onderwerp, de onaantastbaarheid en de zekerheid van deze liefde, en wijst de lezer op de onwankelbare grond die zij biedt, ook wanneer het eigen hart wankelt.
De liefde van God in Christus Jezus.
ROMEINEN 8:33-39
33 Wie zal beschuldiging inbrengen tegen de uitverkorenen Gods? God is het Die rechtvaardig maakt.
34 Wie is het die verdoemt? Christus is het Die gestorven is; ja, wat meer is, Die ook opgewekt is, Die ook ter rechterhand Gods is, Die ook voor ons bidt.
35 Wie zal ons scheiden van de liefde van Christus? Verdrukking, of benauwdheid, of vervolging, of honger, of naaktheid, of gevaar, of zwaard?
36 (Gelijk geschreven is: Want om Uwentwil worden wij den gansen dag gedood; wij zijn geacht als schapen der slachting.)
37 Maar in dit alles zijn wij meer dan overwinnaars, door Hem Die ons liefgehad heeft.
38 Want ik ben verzekerd dat noch dood noch leven, noch engelen noch overheden noch machten, noch tegenwoordige noch toekomende dingen,
39 Noch hoogte noch diepte, noch enig ander schepsel ons zal kunnen scheiden van de liefde Gods, welke is in Christus Jezus, onzen Heere.
VOLLEDIGE TEKST
ds. J. IJsselstein - Romeinen 8:38-39
THEMA
De liefde van God in Christus Jezus.
AANDACHTSPUNTEN
Gemeente, we overdenken vanmiddag met Gods hulp in deze dienst van nabetrachting en dankzegging, dat wat staat in Romeinen 8 vers 38 en 39. Onze tekst vindt u in Romeinen 8 vers 38 en 39, waar Paulus schrijft: Want ik ben verzekerd, dat noch dood, noch leven, noch engelen, noch overheden, noch machten, noch tegenwoordige, noch toekomende dingen. Noch hoogte, noch diepte, noch enig ander schepsel ons zal kunnen scheiden van de liefde van God, welke is in Christus Jezus, onzen Heere. Tot zover de tekstwoorden.
Het thema voor de preek van vanmiddag is: De liefde van God in Christus Jezus.
Er zijn vier aandachtspunten: We letten in de eerste plaats op de bron van die liefde. Die is uit God. De bron van die liefde. We letten in de tweede plaats op het onderwerp van die liefde. Immers er staat: Niets zal ons kunnen scheiden. Het onderwerp van die liefde. We letten in de derde plaats op de onaantastbaarheid van die liefde. Want er staat: Niets zal ons kunnen scheiden van die liefde. Die is onaantastbaar. En we letten in de in de vierde plaats op de zekerheid van die liefde. Want zo begint het: Ik ben verzekerd.
Dus: De liefde van God in Christus Jezus: 1. De bron van die liefde 2. Het onderwerp van die liefde 3. De onaantastbaarheid van die liefde 4. De zekerheid van die liefde We beginnen met het eerste:
1. De bron van de liefde Die is uit God. Immers de apostel Johannes schrijft in 1 Johannes 4 vers 8 en 9: God is liefde. Die niet liefheeft, die heeft God niet gekend; want God is liefde. Hierin is de liefde Gods jegens ons geopenbaard, dat God Zijn eniggeboren Zoon gezonden heeft in de wereld, opdat wij zouden leven door Hem.
God is liefde. En, zegt Johannes, dat weten degenen die God kennen (1 Joh. 4:7). Maar er zijn ook mensen, dat weet u, die God niet kennen. Zij hebben Hem niet lief, zij zijn niet uit God.
Dat, gemeente, is de grote verborgen tweedeling, zeg ik met verdriet in mijn hart, in het midden van de gemeente. Er zijn mensen die God liefhebben, omdat God hen eerst liefgehad heeft. En er zijn ook mensen in de kerk van wie de Heere zegt in Psalm 11: ‘de goddeloze, (hij of zij die zonder Mij leeft), de goddeloze haat Mijn ziel.’
En tóch is God innerlijk met liefde bewogen, juist over die laatste soort van mensen. Eigenlijk moeten we dus verschil maken (en dat is Bijbels) tussen twee soorten van liefde in God. Zoals dat in het gewone leven ook zo is. Stel, je kind krijgt een ongeluk. Laten we het niet hopen. Hij of zij ligt gewond op straat. Dan voel je een andere liefde in je hart dan wanneer er een onbekende op straat ligt. In dat laatste geval voel je liefde van medelijden. Maar als je kind op straat ligt, dan snijdt de aanblik ervan door je vaderhart of door je moederhart.
God heeft geen welbehagen in onbekeerden. Hij bemint de mensen die buiten Christus zijn niet met een Vaderliefde van welbehagen. Immers God heeft gerechtigheid lief! En in de onbekeerden is geen gerechtigheid. Als u nog onbekeerd bent moet ik tegen u zeggen: ‘lieve mensen, God vertoornt Zich schrikkelijk over u. Beef in uw hart, u die onbekeerd bent, bij de gedachte dat God toornt over uw zonden. God haat uw zonden.’
En tegelijkertijd is er in God een hartelijke liefde, echt een hártelijke liefde van medelijden, juist met u! Hoe groter uw misdaden, hoe groter Zijn medelijden. God is eindeloos rechtvaardig en heilig, maar ook echt van harte medelijdend. Uit het oog van Christus vuurt niet alleen de bliksem van Zijn toorn tegen uw zonden, maar uit datzelfde oog vloeien tranen.
Tranen van diep medelijden, met Jeruzalem. Tranen van diep medelijden met u, o onbekeerde vrienden in [plaatsnaam], zoals staat in Lukas 19: En als Hij, Jezus, nabijkwam en de stad zag, weende Hij over haar. Tranen rollen over Zijn wangen, zeggende: ‘och of u ook bekende, nog in deze uw dag wat tot uw vrede dient. Maar nu is het verborgen voor uw ogen.’
Onze lieve Heere Christus huilde tranen. Ook vanmorgen, onbekeerde vrienden, over u… Waar u ook zat, of het nu thuis was of hier. Tranen van diep medelijden over uw zonden, over uw dwalen, over uw ongeloof. Zoals staat in Mattheus 23: ‘Jeruzalem, Jeruzalem, [plaatsnaam, 2x], u die de profeten doodt en stenigt, die tot u gezonden zijn! Hoe vaak heb Ik uw kinderen willen bijeen
vergaderen, zoals een hen haar kuikens bijeen vergadert onder de vleugels! En u hebt niet gewild!’ U hebt de dag van de genade veracht. Waarschuwingen genegeerd, hartelijke nodigingen naast u neergelegd.
Christus weeklaagde over Jeruzalem. Hij huilt over [plaatsnaam]. Zoals iemand huilt en weeklaagt over het verlies van een dierbare. En Hij, Christus, was en is het beeld van de onzienlijke God. Dus in die klagende en huilende Jezus ziet u, onbekeerde vrienden, wie God is! U leeft zonder God en de toorn van God hangt letterlijk boven uw leven. Maar… uw leven is niet hopeloos, want God heeft geen lust in uw dood!
Luister naar wat de Heere zegt in Ezechiël 33, tegen Ezechiël en nu vanmiddag tegen mij: ‘Zeg tot hen’, dat wat ik nu tegen u ga zeggen: ‘Zo waarachtig als Ik leef, spreekt de Heere HEERE, zo Ik lust heb in de dood van de goddelozen! (Niet dus!) Maar daarin heb Ik lust, dat de goddeloze zich bekere van zijn weg en leve. Bekeert u, bekeert u van uw boze wegen, want waarom zou u sterven, o huis van Israël?’ Hoe meer u gezondigd hebt, hoe meer tranen Christus over u huilt…!
O, wat hebt u toch een verkeerd beeld van de Zaligmaker. Onbekeerde vrienden, wat hebt u toch een verkeerd beeld van God. Alsof Hij u zomaar verloren laat gaan. Alsof Hij niet echt bereid zou zijn om u te redden van uw ondergang. Hij huilt tranen, letterlijk, vanmiddag, over uw onwil. Och, of u ook deze middag zou bekennen wat tot uw vrede dient! U wordt dringend genodigd! Wie slecht is, hij kere zich herwaarts en kome tot Mij! (Spr. 9:4Wie is slecht? Hij kere zich herwaarts! Tot de verstandeloze zegt Zij:) Keert weder, gij afkerige kinderen; Ik zal uw afkeringen genezen (Jer. 3:22Keert weder, gij afkerige kinderen! Ik zal uw afkeringen genezen. Zie, hier zijn wij, wij komen tot U, want Gij zijt de HEERE, onze God!).
Deze liefde van God is oprecht en zo hartelijk gemeend. En ze wordt u om niet, gratis aangeboden. En u wordt genodigd om tot die liefde te komen. Ja, de Heere beveelt u, goddelozen, onbekeerden, om terug te keren naar Hem! Kom dan! Met uw harde, dode en ongevoelige hart. Weiger nu niet weer, maar kom en kus de Zoon met een kus van onderwerping op Zijn voeten. Voordat u op de weg vergaat, wanneer Zijn toorn maar een weinig zou ontbranden (Ps. 2:12Kust den Zoon, opdat Hij niet toorne, en gij op den weg vergaat, wanneer Zijn toorn maar een weinig zou ontbranden. Welgelukzalig zijn allen, die op Hem betrouwen.).
Stop alstublieft, als u denkt aan de tranen van Christus, met Hem verdriet aan te doen. Bedroef de Zoon Die u nodigt niet. Trap de Vader Die op u wacht niet langer op Zijn hart. En doe de Heilige Geest Die ook nu tot u spreekt niet opnieuw smart aan.
Toch wordt deze liefde, deze hartelijke en oprechte liefde van medelijden, in onze tekst niet bedoeld. Het gaat in onze tekst om een ander soort, om de tweede soort van liefde in God. Om de liefde, staat er, van God in Christus. Het gaat hier om de liefde van Gods welbehagen. Om de verkiezende liefde van God tot hen, waarvan staat in vers 30, die Hij tevoren verordineerd heeft. Die Hij ook geroepen heeft met een krachtige, innerlijke roeping. En die Hij ook gerechtvaardigd heeft, die Hij ook verheerlijkt. Daar ziet u, gemeente, dat het spreken over déze vorm van Gods liefde eigenlijk niet los kan van het spreken over Gods verkiezende genade.
Hier en vanmiddag past ons de lofzang, kinderen van God, geliefde medechristenen, van Paulus uit Efeze 1. Waar hij zegt, waar hij zingt: Gezegend zij de God en Vader van onzen Heere Jezus Christus, Die ons gezegend heeft met alle geestelijke zegening in den hemel in Christus. Gelijk Hij ons uitverkoren heeft in Hem. Onbegrijpelijk! Vóór de grondlegging der wereld. Opdat wij zouden heilig en onberispelijk zijn voor Hem in de liefde. Die ons tevoren (is dat niet om de lof te zingen van de drie-enige God?), Die ons tevoren verordineerd heeft tot aanneming tot kinderen door Jezus Christus in Zichzelf naar het welbehagen, dat wil zeggen naar de goede gedachten, van Zijn wil (Ef. 1:3-5).
Onze tekst wijst ons vanmiddag op Gods bijzondere liefde, die hier genoemd wordt de liefde van God. Daar ligt de bron, daar ligt de oorzaak. Deze bijzondere liefde tot ál Zijn kinderen is uit God. En deze liefde is van God.
En die liefde, staat er, die liefde van God is in Christus. Christus is, zo zouden we kunnen zeggen is, de gift en het bewijs van de liefde van Gods welbehagen. Zoals Johannes schrijft in 1 Johannes 4: Hierin is de liefde, niet dat wij God liefgehad hebben, maar dat Hij ons lief heeft gehad, en Zijn Zoon gezonden heeft tot een Verzoening voor onze zonden (1 Joh 4:10). Liefde, zoals die tintelt in vers 32: Die ook Zijn eigen Zoon niet gespaard heeft, maar heeft Hem, Christus, voor ons allen overgegeven.
Hem, Christus, Die ook Zichzelf heeft gegeven vóórdat er enig schepsel was. Om in de volheid van de tijd Zich te geven tot een offer voor de zonden van Zijn gemeente toen Hij zei: Zie, Ik kom; in de rol des boeks is van Mij geschreven (Ps. 40:8Toen zeide ik: Zie, ik kom; in de rol des boeks is van mij geschreven.).
Geliefde gemeente, deze liefde van God in Christus gaat onze kennis te boven. Die is onbegrijpelijk. Die valt niet uit te meten. Die is uitgestrekter dan de blauwe lucht, hoger dan de hemel, dieper dan de diepste afgronden, dieper dan de diepste oceanen. Wij kunnen niet beschrijven de breedte en de lengte en de diepte en de hoogte van die liefde, die u vanmorgen, kinderen van God, geliefde medechristenen, voor uw ogen uitgebeeld zag in het breken van het brood en in het vergieten van de wijn.
Daar zag u en geloofde u wat Johannes schrijft in 1 Johannes 4: Hierin is de liefde van God jegens ons geopenbaard dat God Zijn eniggeboren Zoon in de wereld gezonden heeft. Om gehoorzaam te zijn, om te lijden en te sterven, en om te leven! Opdat wij zouden leven door Hem! De liefde van de volzalige God, Die het van Zichzelf helemaal niet nodig heeft om door ons gediend te worden. En de liefde van Christus, de Zon der gerechtigheid, schoner dan wie dan ook van de mensenkinderen. Ze zijn beiden onmetelijk en onbegrijpelijk.
Ons tweede punt:
Want de tekst zegt: Die liefde is tot ons. Niets zal ons scheiden. Dus het gaat om de liefde van God in Christus tot ons. En uit heel het hoofdstuk, Romeinen 8, wordt duidelijk wie met die ‘ons’ bedoeld worden, namelijk de mensen die in Christus zijn.
Ze worden genoemd in vers 30. De gelovigen die verordineerd (dat wil zeggen: die uitverkoren) zijn. Die geroepen zijn door Woord en Geest. Die gerechtvaardigd zijn, vrijgesproken van hun schuld. Niet vanwege hun eigen werken, maar uit genade. En die verheerlijkt zijn. Door aanneming tot kinderen. En door een begin van heiligmaking. Zó zijn die mensen gemaakt, zo waren ze van tevoren niet. Zo zijn we, kinderen van God, gewórden. Door deze bijzondere liefde van God.
Want ook wij waren eertijds dood door de misdaden en de zonden. Zoals Paulus zegt in Romeinen 3: Er is niemand die verstandig is, er is niemand die God zoekt (Rom. 3:11). Maar déze liefde van Gods welbehagen zocht ons op. Wekte ons op uit onze geestelijke dood, zoals Paulus schrijft aan de gemeente van Efeze: u heeft Hij mede levend gemaakt (Ef. 2:1).
Deze liefde ontdekte ons aan schuld en verlorenheid. Aan de totale onmogelijkheid om onszelf te redden. En tegelijkertijd trok deze liefde aan ons hart, om als zondaars voor de Heere te gaan buigen.
En dat alles was vanaf het begin, en het zal zo blijven tot het einde toe, een krachtig werk van God. Een daad van eenzijdige liefde. Dat wil zeggen, van liefde die van één kant, die van Gods kant komt. Het was en is een krachtig werk van God, waarin al Gods liefde in Christus tot uitdrukking kwam en komt. ‘Ik’, zegt de Heere, ‘niet u! Ik! Ik heb u liefgehad met een eeuwige liefde; daarom heb Ik u getrokken met goedertierenheid (Jer. 31:3De HEERE is mij verschenen van verre tijden! Ja, Ik heb u liefgehad met een eeuwige liefde; daarom heb Ik u getrokken met goedertierenheid.).
Die liefde van God in Christus voor verloren zondaars is werkelijk een onbegrijpelijke liefde. Een liefde, kinderen van God, om nú te bewonderen en straks eeuwig te bezingen. De liefde van God was wonderlijk in het zenden van Zijn lieve Zoon.
De liefde van Christus was onbegrijpelijk, dat Hij geboren wilde worden uit een mens. Dat Hij gelegd wilde worden in een kribbe. Dat Hij jarenlang in deze zondige wereld wilde leven als zondeloze Middelaar.
Hoe groot was Zijn liefde in de Hof van Gethsémané. Toen Zijn zweet als grote druppels bloed op de aarde vielen. Hoe weergaloos was Zijn liefde toen Hij bloedend hing aan het kruis en moest roepen en riep: ‘Mijn God, Mijn God, waarom hebt U Mij verlaten?’ Hoe onnaspeurlijk was Zijn liefde toen uit de zijde van Zijn dode lichaam bloed en water vloeide. We hebben het gezien, afgebeeld in de tekenen van brood en wijn. En het dringt ons tot innige en hartelijke dankbaarheid. Tot aanbidding van de Vader Die Zijn Zoon gaf. Tot aanbidding van de Zoon Die Zijn leven gaf voor ons. Tot een leven van heilige dankbaarheid tot Zijn dienst en lof bereid.
Maar, onbekeerde vrienden, waar u vanmorgen ook zat (hetzij hier in de kerk of misschien wel bewust thuis), deze liefde van Christus, nogmaals, nodigt u ook zo hartelijk en dringend uit om te breken met de zonde. Om uw liefde voor de dingen van deze tijd op te zeggen. En om terug te keren naar God toe. Met berouw, met smeking en geween. Om de hoop op uzelf, als het gaat om uw verlossing, op te geven. En om te komen, en om te buigen en te bidden. Om biddend tegen God te zeggen: ‘O God, nu U Uw Zoon gezonden hebt, en nu U, o Zoon, Zelf gekomen bent om zondaars zalig te maken…, o God, wees dan ook mij, zondaar, genadig!’
Onze goede God zal om Christus’ wil dat gebed niet afwijzen. Want Gods liefde is een vrije, eenzijdige liefde voor verloren zondaars. En dat moet u moed geven.! Dat wil u, onbekeerde vrienden, hoop geven. De eenzijdige liefde van God voor een goddeloze Manasse, voor een frauderende Zachéüs, voor een overspelige Samaritaanse vrouw, voor een moordenaar aan het kruis en voor een lasterende Paulus. Ze zijn allemaal opgeraapt in eenzijdige liefde uit nood en dood, en door genade tot God gebracht.
Deze liefde van God in Christus, kinderen van God, geliefde medechristenen, heeft onze Zaligmaker het leven gekost. Het legde Hem in de kribbe in Bethlehem. Het bracht Hem een leven vol moeite en verdriet. Deze liefde bracht Hem in Gethsémané, in het rechthuis van Pilatus, op Golgotha, waar Hij Zijn hoofd boog onder de last van de toorn van God. Niemand heeft meerder liefde dan deze Christus. De liefde van onze Heere Jezus Christus is echt weergaloos.
Verwonder u met mij, kinderen van God, nadat we vanmorgen iets van die liefde mochten zien en proeven en smaken.
Verwonder u met mij! Laat ons ons samen verwonderen over de liefde van God in Christus Jezus. Als Paulus daaraan denkt dan schrijft hij: ik acht ook alle dingen schade (verlies) te zijn, om de uitnemendheid der kennis van Christus Jezus, mijn Heere; om Wiens wil ik al die dingen schade gerekend heb, en acht die drek (vuil) te zijn, opdat ik Christus moge gewinnen (Fil. 3:8). Geloofd zij de God en Vader van onze Heere Jezus Christus, de Vader van alle barmhartigheden en de God aller vertroosting voor Zijn onverdiende genade (2 Kor. 1:3Geloofd zij de God en Vader van onzen Heere Jezus Christus, de Vader der barmhartigheden, en de God aller vertroosting;). En voor Zijn weergaloze liefde voor goddelozen, voor vijanden. Sola Gratia, alleen genade! Voor goddelozen!
Laten we voordat we verdergaan nu eerst zingen uit Psalm 89:7: Hoe zalig is het volk, dat naar Uw klanken hoort! Zij wand'len, HEER, in 't licht van 't Godd'lijk aanschijn voort; Zij zullen in Uw naam zich al den dag verblijden; Uw goedheid straalt hun toe; Uw macht schraagt hen in 't lijden; Uw onbezweken trouw zal nooit hun val gedogen, Maar Uw gerechtigheid hen naar Uw woord verhogen.
Ons derde aandachtspunt:
Gemeente, liefde is kwetsbaar, dat weet u. En misschien weet u dat wel van heel dichtbij. U weet het nog als de dag van gisteren, uw trouwdag. En nu bent u alleen. Uw man, uw vrouw is gestorven. U was één geworden en nu bent u als de helft nog maar over. Liefde is kwetsbaar. Misschien was het bij u anders. Het leek goed te gaan in uw huwelijk. Tot op de dag dat bleek dat uw man het met een ander hield. Het leven was al zo moeilijk, het was al zo ingewikkeld. Maar dít voelde echt als ‘als oud vuil aan de kant gezet worden’. U hield van hem, maar hij niet van u. Misschien hebt u alles op alles gezet om te vechten voor uw huwelijk. En dat verdient diep menselijk respect. Maar menselijke liefde moet van twee kanten komen, anders is de breuk onherstelbaar.
En nu zegt Paulus in onze tekst, heel veel dingen proberen ons te scheiden van de liefde. Dat is ook zo in het natuurlijke leven: zonde, wereld, duivel, en vooral dichterbij: ons eigen zondige hart. Ze proberen allemaal op allerlei manieren te verleiden, om zo (in het bijzonder in deze tijd) huwelijken stuk te laten lopen.
Door? Door de verleiding van sleur. Door niet meer samen te bouwen aan je huwelijk. Door geen tijd meer te nemen voor elkaar. Door geen moeite meer te doen om de liefde aan elkaar te laten merken. Door naar andere mannen of vrouwen te kijken. Door te veel te drinken. Door verkeerde films te kijken.
Het zijn allemaal gevaren die mensen proberen te scheiden van de liefde tot elkaar. Vecht er alsjeblieft biddend tegen!
Maar ditzelfde geldt ook in het geestelijke leven. Er zijn heel veel dingen in het leven met de Heere die ons proberen te scheiden van de liefde van God. Als de Heere ons bekeert, stort Hij liefde uit in ons hart. Zijn liefde. Dát is de bron van heimwee, van droefheid naar God. Maar de duivel is ook daar, en misschien wel júist daar, als de kippen erbij om ons te proberen te scheiden van de liefde van God in Christus. Wat zou het hem plezier doen, als hij zou merken dat de eerste bloesem van onze liefde verwelkt en afvalt. En wat zou hij trots zijn, als de liefde van onze ondertrouw zou struikelen nog voordat het zichtbaar tot een blijvend huwelijk gekomen is. En hij heeft nogal wat pijlen op zijn boog. Zijn wapens zijn uitermate gevarieerd, maar ze hebben allemaal één doel: scheiden, losmaken van…!
En ze worden hier één voor één genoemd, als waarschuwing (zeker dat ook), maar véél meer en vooral als troost. Want niets kan ons, kinderen van God, scheiden van de liefde van God. Dit zijn de pijlen van satans boog die allemaal één voor één, dankzij God, doel gaan missen.
a. De dood misschien? Maar wat gelukkig! Wát een misrekening! Mensen vallen in vervolgingen, gevangenen sterven in strafkampen, zendingspiloten laten het leven als hun zendingsvliegtuigje neerstort in onbereikbare jungles. Kinderen van God sterven soms in duisternis. Door de dood, denkt de duivel, zijn we misschien wel te scheiden van de liefde van God. Maar wat een misrekening! Want de dood drijft ons juist in Gods armen. Die brengt ons niet verder van de liefde van God, maar op het aller dichtstbij. De dood werpt ons, kinderen van God, op Gods tijd in de armen van Christus, Die ons verwelkomen zal: Komt, gij gezegenden Mijns Vaders, beërft dat Koninkrijk hetwelk u bereid is van de grondlegging der wereld (Matt. 25:34Alsdan zal de Koning zeggen tot degenen, die tot Zijn rechterhand zijn: Komt, gij gezegenden Mijns Vaders! beërft dat Koninkrijk, hetwelk u bereid is van de grondlegging der wereld.).
b. Door het leven misschien dan? Noch dood, noch leven… Door zonde, door verleiding, door wisselingen, door veranderingen in dit leven. Ja, we kunnen vallen in de zonde. Maar we kunnen Gode zij dank nooit vallen uit de handen van de Heere. Niemand kan ons rukken uit de handen van de Vader en ook niet uit de handen van Christus Jezus, onze Heere.
c. Engelen dan misschien? Of overheden of machten? Ja, die vechten, die spannen samen, om ons af te brengen van de liefde van God. Kwade engelen proberen ons te verleiden. Overheden proberen ons aan het twijfelen te krijgen. Machten, duistere machten proberen ons te hersenspoelen. Maar, zij zullen tegen u strijden, maar tegen u niet vermogen, want Ik ben met u, spreekt de HEERE, om u uit te helpen (Jer. 1:19En zij zullen tegen u strijden, maar tegen u niet vermogen; want Ik ben met u, spreekt de HEERE, om u uit te helpen.).
d. Tegenwoordige dingen dan? Of toekomende dingen? Alles wat is en wat nog kan gebeuren. Wat het ook is: ziekte, verdriet, verlies van dierbaren, vervolging, oorlog, armoede, schulden, ruzie, problemen, kinderen die de wereld ingaan. Of, veel verleidelijker: voorspoed, rijkdom, weelde, huizen, bezittingen.
e. Hoogte of diepte. Krachten in de natuur, bosbranden, overstromingen, klimaatverandering, stijgende zeespiegel, vallende sterren, tsunami’s, zeebevingen.
f. Of alles wat overblijft: enig ander schepsel… Nee, niets en niemand is in staat om ons, kinderen van God, te scheiden van de onbegrijpelijke liefde van God in Christus. Niets en niemand!
Geen dreiging van buiten, geen dreiging van binnen. En misschien baart dat laatste u vanmiddag nog wel de meeste zorgen. ‘Heere, mijn hart! Ik had het vanmorgen zó goed aan het Heilig Avondmaal. Maar straks is mijn hart misschien weer zo koud en zo ongevoelig, zo liefdeloos en zo biddeloos. En misschien laat ik mij straks, morgen alweer meevoeren door de dingen van deze tijd. Ik ben zo bang Heere om mijn eerste liefde kwijt te raken!’
Dit woord wil u bemoedigen. Én de weg wijzen. Naar God toe! Naar de Bron van al die genade, waarvan u bang bent dat u ze kwijt zult raken.
Wij hebben alle reden om te twijfelen aan onze liefde, nietwaar? Hoe vaak vergeten wij de Heere niet? Hoe vaak dwalen we niet? Onze liefde gaat op en neer. Is soms vurig en innig. Maar eerlijk gezegd, op andere momenten koud en bijna levenloos. We hebben alle reden, kinderen van God, geliefde medechristenen, om te twijfelen aan onze liefde tot God.
Maar er is geen enkele reden om te twijfelen aan de liefde van God Zelf. Die liefde komt gelukkig van één kant! Onze liefde hangt aan Gods liefde. En Hij blijft altijd Dezelfde. Wij zijn ontrouw. Maar Hij blijft getrouw. Hij zal niet feilen in Zijn trouw, noch Zijn verbond ooit schenden!
Laat de overdenking van die liefde van God een bemoediging zijn voor ons, maar ook een aansporing.
a. Eerst een bemoediging; De Heere laat nooit varen, laat nooit los, het werk dat Zijn Hand begon. Hij zal het goede werk in ons voleindigen. En laten we ons daarin, kinderen van God, ootmoedig verblijden.
Ons leven met de Heere, onze zaligheid hangt niet af van onze liefde voor Hem, maar wordt gedragen door Zijn onbegrijpelijke liefde voor ons! De apostel Johannes schrijft; Wij hebben Hem lief, omdat (en dát is de vastheid van ons leven) Hij ons eerst heeft liefgehad (1 Joh. 4:19).
Hij was de Eerste Die ons opzocht (toen wij Hem niet zochten), Die ons trok, Die ons opraapte en terugbracht. Hij zal ook de Laatste zijn. Laat de gedachte aan de liefde van God in Christus een bemoediging voor u zijn.
b. Maar ook, als tweede, een aansporing. Want als ons leven dan afhangt van Gods liefde, laten we die dan ook voortdurend zoeken. Want dat weet u, dan bloeit een huwelijk het meest, als man en vrouw samen elkaars aanwezigheid zoeken. En als we de meest wezenlijke dingen van het leven altijd met elkaar delen. Dan zijn we echt één! Paulus zegt: Deze verborgenheid is groot; doch ik zeg dit ziende op Christus en op de gemeente (Ef. 5:32).
Laten we dagelijks Gods aangezicht zoeken en alles eenvoudig met de Heere delen. Al onze zorgen, al ons verdriet, al onze zonden, al onze verwondering, al onze vreugde, al onze dank. En bewaar uzelf, kinderen van God, biddend in de liefde Gods, door dat afhankelijke en biddende leven aan Gods genadetroon, ver van de zonde. Want de liefde van Christus en de zonde zijn onverenigbaar. Het kan niet anders: de liefde van God en de liefde van Christus zijn de nekslag voor onze liefde tot de zonde.
Ons vierde en laatste punt:
Want, zo begint de tekst: want ik ben verzekerd dat niets ons scheiden zal van de liefde van God in Christus Jezus. De zekerheid van het geloof is een actueel thema, dat veel mensen bezighoudt. En terecht. Maar het is ook een onderwerp, dat nogal eens tot verwarring leidt.
Veel mensen, ook onder ons, worstelen met de vraag ‘hoe krijg ik persoonlijk zekerheid?’ Sommigen zoeken het door te kijken naar en te wegen wat ze allemaal doen en kunnen en hebben. Anderen bidden er veel om en zoeken naar kenmerken in hun leven en in hun hart. Maar toch blijft de twijfel: ‘Is het allemaal waar in mijn hart? Is hier van binnen wel een werk van de Heere of bedrieg ik mijzelf? Mijn hart is immers, zoals de profeet zegt, arglistig, bedrieglijk, meer dan enig ding, ja, dodelijk (Jer. 17:9Arglistig is het hart, meer dan enig ding, ja, dodelijk is het, wie zal het kennen?).
Als er net als bij Petrus gevraagd zou worden: ‘Hebt u Mij lief?’, dan durven ze zeker niet zomaar te zeggen: ‘Jazeker Heere, zonder twijfel!’
Hoewel, ze zeggen ook niet: ‘Nee’… Misschien zeggen ze wel net als Petrus aan de zee van Tiberias: ‘Heere, U weet alle dingen, kijkt U maar in het diepste van mijn hart.’
Andere mensen zeggen: ‘Ik twijfel nooit! Ik ben zeker van mijn zaak. Ik heb God lief. Ik heb mijn leven aan God gegeven. Ik spreek veel over Gods liefde. Ik streef naar heiligheid. Twijfel? Nee, dat heb ik nooit gehad. Ik twijfel hooguit aan mijn eigen ongeloof.’
Een actueel thema, ook in het midden van onze gemeente. Is twijfel, gemeente, een kenmerk van het ware geloof? Nee! Nee, ronduit nee! Twijfel maakt God verdacht. Twijfel is ongeloof, twijfel is zonde. Twijfel is geen kenmerk van het ware geloof.
Maar er is meer. Want Gods kinderen kennen wel hun eigen hart. En we weten, zoals ik zei, we weten dat ons hart bedrieglijk is. En in de gelovige, in de gelovige persoon zelf is nog wel steeds ongeloof en zonde. En dát is de bron van de twijfel in het leven van Gods kinderen.
Of maakt u zich nooit zorgen? Ik bedoel u, die zo zeker bent van uw zaak, maakt u zich nooit zorgen? Om uw eigen hart? Kent u uw eigen hart dan wel? Weet u niet dat Amos ooit profeteerde: Wee de gerusten te Sion en den zekeren op den berg van Samaría (Amos 6:1Wee den gerusten te Sion, en den zekeren op den berg van Samaria! die de voornaamste zijn van de eerstelingen der volken, en tot dewelke die van het huis Israëls komen.)? En u die nooit twijfelt, kent u de geestelijke strijd dan wel waar Paulus het over heeft als hij schrijft: ‘die door de Geest leven, moeten de werkingen des lichaams doden’ (Rom 8:13)? Dat wijst op oorlog! Op strijd tussen vlees en Geest. En wie echt oorlog voert, voelt zich niet altijd even zeker. Die voelt zich niet altijd zomaar zeker over de komende overwinning. Die kent ook twijfel.
Wanneer? Als ons geloofsoog van boven naar beneden gaat. En we zien ons eigen hart. Want de zekerheid ligt niet bij ons, die ligt in God. We moeten eerlijk zijn. We kunnen van onszelf geen ogenblik staande blijven in dat omhoogzien, in dat zien op Jezus. En dus is de zekerheid van het geloof een aangevochten, een bestreden zekerheid. Het is de werkelijkheid van ieder christenmens waar Romeinen 7 mee eindigt: Ik ellendig mens, wie zal mij verlossen uit het lichaam dezes doods? (Rom 7:24)
Maar het is ook Gods werkelijkheid in het leven van Gods kinderen (en de Heere geve ons dat uit genade meer en meer), de roemtaal van Romeinen 8! Terwijl wij door het geloof zien op…? Buiten ons, op de liefde van God in Christus. Dan zeggen we: in dit alles zijn wij meer dan overwinnaars, door Hem Die ons liefgehad heeft (Rom 8:37). Dan zeggen we met verwondering en blijdschap: er is geen verdoemenis voor degenen die in Christus Jezus zijn, die niet naar het vlees wandelen, maar naar de Geest (Rom. 8:1).
En dus eindigt Romeinen 8 ook met de jubel van het geloof: ik ben verzekerd, niets zal ons scheiden van… Niet van onze liefde, maar van de liefde van God in Christus Jezus.’
Letterlijk staat er: ik ben verzekerd, ik ben overreed, ik ben overtuigd. Van buitenaf! God heeft mij overtuigd, Hij heeft mij overtuigd! Ondanks alles van mij, ondanks mijn liefdeloosheid, ondanks mijn biddeloosheid, ondanks mijn ongeloof, ondanks mijn dwalen, ondanks al mijn zonden. Ondanks alles van mij heeft Hij mij overtuigd.
Niets kan mij scheiden, Gode zij dank, van Zijn liefde! Niet van mijn liefde voor Hem, maar van Zijn onbegrijpelijke liefde voor mij. Dat is in en bij en ondanks alles de enige vaste grond in leven en sterven. Als ik door genade, Gods beloftewoord in geloof mag zien en omhelzen en amen mag zeggen op dit Goddelijke spreken, op het woord van Zijn belofte. En u gaat het horen uit al de teksten die ik ga noemen, dat het buiten ons ligt.
Als we ‘amen’ mogen zeggen op het woord van Gods belofte. Ik zal u niet begeven en Ik zal u niet verlaten (Hebr. 13:5Uw wandel zij zonder geldgierigheid; en zijt vergenoegd met het tegenwoordige; want Hij heeft gezegd: Ik zal u niet begeven, en Ik zal u niet verlaten.). Als we door het geloof ‘amen’ mogen zeggen op het woord van Zijn trouw, zoals we zongen: Ik zal niet feilen in Mijn trouw, noch Mijn verbond ooit schenden. Als we door het geloof ‘amen’ mogen zeggen op het bewijs van Gods onveranderlijkheid, denkend aan de woorden van Jesaja 54: Want bergen zullen wijken en heuvelen wankelen, maar Mijn goedertierenheid zal van u niet wijken, en het verbond Mijns vredes zal niet wankelen, zegt de HEERE, uw Ontfermer (Jes. 54:10). Als we door genade ‘amen’ mogen zeggen op Zijn woord, op het bewijs van Zijn liefde: Ik heb u liefgehad met een eeuwige liefde; daarom heb Ik u getrokken met goedertierenheid (Jer. 31:3).
In dat zicht van alles buiten ons, in Christus, smelt onze twijfel weg en vind ik zekerheid buiten mezelf door het geloof in Gods beloftewoord. In, zoals het avondmaalsformulier zegt, in de gewisse belofte van God.
Tot slot, geliefde gemeente, de liefde van God in Christus, maakt klein. Hoe meer we van deze bijzondere liefde kennen, hoe kleiner we gaan denken over onszelf. Deze liefde, en dat zeg ik als een spiegel voor mezelf en voor u, deze liefde breekt onze trots, breekt onze geestelijke hoogmoed, breekt onze geestelijke zelfgenoegzaamheid en zelfverzekerdheid.
En deze liefde laat ons breken met de zonde. Onderwijst ons dat wij de goddeloosheid en de wereldse begeerlijkheden verzakende, matig en rechtvaardig en godzalig leven zouden in deze tegenwoordige wereld (Tit. 2:12En onderwijst ons, dat wij, de goddeloosheid en de wereldse begeerlijkheden verzakende, matig en rechtvaardig, en godzalig leven zouden in deze tegenwoordige wereld;).
Deze bijzondere liefde van God in Christus geeft ons kinderlijk vertrouwen in de moeilijkste omstandigheden, in de zwaarste beschuldigingen.
Want indien ons hart ons veroordeelt, God is meerder dan ons hart, en Hij kent alle dingen (1 Joh. 3:20Want indien ons hart ons veroordeelt, God is meerder dan ons hart, en Hij kent alle dingen.).
Deze bijzondere liefde geeft ons houvast in alle twijfel in dit leven. Deze liefde laat ons vanmiddag van harte nazeggen: Ik, ellendig mens. Als de voor nu nog zwarte achtergrond, waartegen blijvend deze gouden letters glinsteren en schitteren: Niemand, niemand zal ons kunnen scheiden van de onnaspeurlijke en onbegrijpelijke liefde van God in Christus Jezus. Gode zij dank voor Zijn onuitsprekelijke gave (2 Kor. 9:15Doch Gode zij dank voor Zijn onuitsprekelijke gave.).
Amen.
Slotzang Lofzang van Simeon: 1
Zo laat Gij, HEER, Uw knecht, Naar 't woord, hem toegezegd, Thans henengaan in vrede; Nu hij Uw zaligheid, Zo lang door hem verbeid, Gezien heeft op zijn bede.
Andere preken over Romeinen
Andere preken voor Nabetrachting