PREEK · KERKELIJK JAAR

De tijd is voorts kort, de wereld gaat voorbij

Oudjaar - 31 december 2025

1 Korinthe 7:29-30: Maar dit zeg ik, broeders, dat de tijd voorts kort is; opdat ook die vrouwen hebben, zouden zijn als niet hebbende; En die wenen, als niet wenende; en die blijde zijn, als niet blijde zijnde; en die kopen, als niet bezittende;

INLEIDING

Op de drempel van het oude naar het nieuwe jaar klinkt de ernstige waarheid van Paulus door: “Dat de tijd voorts kort is… want de gedaante dezer wereld gaat voorbij” (1 Korinthe 7:29-31). Deze leespreek voor oudejaarsavond toont hoe de kortheid van ons leven blijkt uit Schrift, herinnering en ervaring, en trekt daaruit lessen tot waarschuwing van onbekeerden en tot troost en aansporing voor Gods kinderen.

1 KORINTHE 7:29-40

29 Maar dit zeg ik, broeders, dat de tijd voorts kort is; opdat ook die vrouwen hebben, zouden zijn als niet hebbende;
30 En die wenen, als niet wenende; en die blijde zijn, als niet blijde zijnde; en die kopen, als niet bezittende;
31 En die deze wereld gebruiken, als niet misbruikende; want de gedaante dezer wereld gaat voorbij.
32 En ik wil dat gij zonder bekommernis zijt. De ongetrouwde bekommert zich met de dingen des Heeren, hoe hij den Heere zal behagen;
33 Maar die getrouwd is, bekommert zich met de dingen der wereld, hoe hij de vrouw zal behagen.
34 Een vrouw en een maagd zijn onderscheiden. De ongetrouwde bekommert zich met de dingen des Heeren, opdat zij heilig zij, beide aan lichaam en aan geest; maar die getrouwd is, bekommert zich met de dingen der wereld, hoe zij den man zal behagen.
35 En dit zeg ik tot uw eigen voordeel, niet opdat ik een strik over u zou werpen, maar om u te leiden tot hetgeen welvoegt en bekwaam is om den Heere wel aan te hangen, zonder herwaarts en derwaarts getrokken te worden.

36 Maar zo iemand acht dat hij ongevoeglijk handelt met zijn maagd, indien zij over den jeugdigen tijd gaat, en het alzo moet geschieden, die doe wat hij wil, hij zondigt niet; dat zij trouwen.
37 Doch die vast staat in zijn hart, geen noodzaak hebbende, maar macht heeft over zijn eigen wil, en dit in zijn hart besloten heeft, dat hij zijn maagd zal bewaren, die doet wel.
38 Alzo dan, die haar ten huwelijk uitgeeft, die doet wel; en die haar ten huwelijk niet uitgeeft, die doet beter.
39 Een vrouw is door de wet verbonden zo langen tijd haar man leeft; maar indien haar man ontslapen is, zo is zij vrij om te trouwen dien zij wil, alleenlijk in den Heere.
40 Maar zij is gelukkiger indien zij alzo blijft, naar mijn gevoelen. En ik meen ook den Geest Gods te hebben.

VOLLEDIGE TEKST

De tijd is voorts kort, de wereld gaat voorbij

ds. J. IJsselstein - 1 Korinthe 7:29-30

Gemeente, de tekst voor de preek in deze oudejaarsdienst kunt u vinden in 1 Korinthe 7, daarvan de verzen 29 tot en met 31. We overdenken met Gods hulp 1 Korinthe 7:29-31, waar we Gods Woord als volgt lezen: Maar dit zeg ik, broeders, dat de tijd voorts kort is; opdat ook die vrouwen hebben, zouden zijn als niet hebbende; en die wenen, als niet wenende; en die blij zijn, als niet blij zijnde; en die kopen, als niet bezittende; en die deze wereld gebruiken, als niet misbruikende; want de gedaante dezer wereld gaat voorbij.

Wil uw aandacht in het bijzonder vragen voor het eerste deel van vers 29 en voor het tweede deel van vers 31, waar staat: Maar dit zeg ik, broeders, dat de tijd voorts kort is; Want de gedaante dezer wereld gaat voorbij.

Het thema van de preek van vanmorgen is: Onze tijd is een vastgestelde en voorbijgaande tijd

Onze tijd is een vastgestelde en voorbijgaande tijd. Ik zal in de eerste plaats aantonen dat dat zo is. En ik zal daar in de tweede plaats lessen uit trekken, voor het gemeenteleven en voor het persoonlijke leven (zowel van Gods kinderen, als van hen die nog onbekeerd zijn).

1. Laat ik eerst aantonen onze tijd vastgesteld, voorbijgaand en kort is. Want dat staat in onze tekst: de tijd is voorts kort. Eigenlijk staat er letterlijk: onze tijd is bekort, ingekrompen tot een vastgestelde tijd. En, dat is ook de betekenis van deze uitdrukking: onze tijd is ook geschikte tijd, een geschikt seizoen. Zoals tijden en seizoenen zowel voorbijgaand, als geschikt zijn voor een of andere werk, zo is ook onze tijd geschikt, maar voorbijgaand om te doen wat we moeten doen.

En voor die tijd geldt, wat staat in vers 31: De gedaante van deze wereld gaat voorbij. Er is geen vastheid. Niets blijft. Alles gaat voorbij. Je kunt even naar een film kijken, de karakters boeien je, het plot fascineert je, maar dan gaat het licht aan en is het voorbij.

Je geniet even van prachtig siervuurwerk, totdat het minder wordt, uitdooft en in rook verdwijnt. Je ziet jezelf… Ineens de droom voorbij…

Onze tijd is kort, vastgesteld en begrensd, en gaat voorbij. De Heere weet precies hoeveel dagen je nog hebt… a. De Bijbel zegt het, hoeveel het er zijn. Laten we luisteren naar wat de Bijbel verder zegt over de kortheid van onze dagen. De dichter zegt in Psalm 144: De mens is der ijdelheid gelijk; zijn dagen zijn als een voorbijgaande schaduw (144:4). Heb je weleens schaduw voorbij zien gaan? Zo snel gaan wij voorbij.

Hosea de profeet schrijft in Hosea: Daarom zullen zij zijn als een morgenwolk, en als een vroeg komende dauw, die heengaat; als kaf van den dorsvloer, en als rook uit den schoorsteen wordt weggestormd (13:3). Heb weleens gezien hoe snel de wolken in de morgen verdwijnen? Hoe snel de dauw wegtrekt? Hoe snel het stof wegwaait? Hoe snel de rook uit schoorsteen vervliegt, zeker als het stormt? Zo snel vervliegen wij ook. Wij vliegen daarheen (Ps. 90:10).

De dichter van Psalm 39 zingt: Gij hebt mijn dagen een handbreed gesteld, en mijn leeftijd is als niets voor U; immers is een ieder mens, hoe vast hij staat, enkel ijdelheid (39:6). Kijk eens naar je hand. Hoe breed is die? Zo breed is je leven, zo lang duren je dagen.

Onze dagen, zo zingt de dichter van Psalm 103: De dagen des mensen zijn als het gras, gelijk een bloem des velds, alzo bloeit hij. Als de wind daarover gegaan is, zo is zij niet meer, en haar plaats kent haar niet meer (103:15-16). Men denkt niet meer aan hun verleden staat. Heb je weleens gezien hoe mooi de bloemen in de weilanden groeien en bloeien? Een dag later worden ze afgemaaid, ze verdorren, ze zijn niet meer.

Mozes zegt in Ps. 90: Wij brengen onze jaren door als een gedachte (zo vluchtig!), en wij vliegen daarheen (90:9-10). En al word je oud, zoals sommigen van ons oud geworden zijn, dan moet je toch met Jakob zeggen: Mijn jaren zijn weinig en kwaad, moeilijk en vol verdriet geweest, toen ik al deze honderddertig jaren geleefd heb (Gen. 47:9).

Gemeente, hebt u ooit dit heldere getuigenis van Gods Woord geloofd? Wat zo duidelijk aangeeft dat uw tijd vastgesteld en kort is? Hoe kan het dan zijn dan velen van ons leven alsof ze hier altijd zouden blijven? Sommigen zelfs zonder ooit te denken aan de eindeloze eeuwigheid die komt?

b. Toont de praktijk van het leven in de tweede plaats ook niet aan dat onze dagen zijn als een voorbijgaande schaduw? Wat al niet, van wat vroeger was, is nu verleden tijd geworden?

Ook als nog jong bent. Je bladert samen met pappa en mamma op een gezellige avond in een van de fotoalbums. Je zegt: ‘Kijk, toen was ik nog klein. Nu ben ik al groot’. Die tijd is dus voorbij gegaan. Heb je die tijd ook gebruikt om de Heere te zoeken? Heb alles op alles gezet om van de Heere een nieuw hart te krijgen? Of heb je vooral fijn gespeeld en gezellige dingen gedaan? Je tijd, de tijd dat je leeft, is kort en gaat snel voorbij.

Jongelui, je tijd vliegt als een schaduw voorbij. Je kijkt terug naar jaren die voorbij zijn, tenminste dat hoop ik. Dat je veel terug denkt aan wat was, aan wat je gedaan hebt. De meeste mensen denken namelijk alleen maar aan de toekomst: straks wil ik graag dit, de in toekomst wil ik graag dat… Weet je wel zeker dat die dag komt? En wat als je dag, je laatste dag vastgesteld is op een eerdere datum? Morgen? Of vandaag?

Volwassenen, veel van uw tijd, het merendeel van uw tijd is voorbij. Is het niet voorbijgevlogen? Maar let u er wel echt op? Of verzucht u het soms alleen maar even in een vrome, maar voorbijgaande zucht? Dringt het u wel om haast te maken met uw onsterfelijk ziel?

Ouderen, u praat graag over vroeger. Het fascineert de kleinkinderen. Tenminste, soms wel. Maar hebt u al die jaren, zestig, zeventig, tachtig jaren gebruikt om de Heere te zoeken? Of zijn uw jaren voorbijgegaan in het zoeken naar de dingen van deze tijd? O, wat zijn er kostbare jaren, gezonde jaren, energieke jaren verloren gegaan, zonder dat u ooit dacht aan Uw Schepper en Maker. Hebt u niet uw beste dagen aan de zonde en de wereld gegeven? Moet van u ook gezegd worden, wat gezegd is van de vrouw Izebel: Ik heb haar tijd gegeven, opdat zij zich zou bekeren, maar zij heeft zich niet bekeerd (Openb. 2:21)? Ouderen, kom, nu is het de welaangename tijd, de dag der zaligheid. Nu, vandaag! Want wellicht is deze dag uw vastgestelde sterfdag. En zullen we deze week aan uw graf staan. De nacht komt, waarin niemand werken kan (Joh. 9:4).

c. Onze herinnering bewijst ons ook, dat onze tijd kort is. We zien en weten het ook, als we om ons heen kijken. Kijk maar eens even om u heen. Kinderen, kijk eens rond. Vorig jaar, waren er mensen, die je nu niet meer ziet. Ziet u het dan niet, mensen, dat het leven voorbijgaat? Nog even, en de mensen kijken om zich heen en zien u en mij niet meer! Ons leven is een damp, de dood wenkt ieder uur. Ik heb vaak gedacht, als we na een droeve mededeling aan het begin van de dienst zongen uit Psalm 39, 89 of 103 (en u zong het ontroerend en met overgave), maar ik heb vaak gedacht: Mensen, gelooft u het wel echt, dat u dagen geteld zijn? Nog een enkele dag en wij zullen ook staan voor Rechter van hemel en aarde. Kijkend in de ogen van het geslachte Godslam. Wij in Zijn ogen. En Hij in onze ogen…

d. We weten dat onze tijd kort en vastgesteld is: uit de Bijbel, als we terugdenken aan het verleden, als we om ons heen kijken, en (dat is het vierde wat ik wil noemen) we voelen het ook als we ziek zijn.

Soms plotseling, soms meer chronisch en geleidelijk. Maar jongens en meisjes, je kan ook plotseling, zomaar ineens ziek worden, en een dag later sterven. Paulus zegt: De dood heerst in onze sterfelijke lichamen (Rom. 8:10). En iedere zieke onder ons weet en voelt: dit is de voorbode van mijn grote verhuizing en eerdaags zal ook ik staan voor de Rechter van hemel en aarde. Tenminste..., dat dacht u destijds wel. Maar bent u - nu u beter geworden bent - dat niet vergeten?

Onze tijd is kort. Geliefde gemeente, we zijn op weg naar de eeuwigheid. Hoe lang klopt de Zaligmaker al aan de deur van uw hart? Hoe lang huilt Jezus al tranen over uw onbekeerde hart? O, wend u naar God toe, en word om Jezus’ wil behouden, voordat het te laat is.

Wij gaan voorbij. Wij kerkmensen, de duizenden van deze stad, de miljoenen onbereikten in deze wereld, als één grote mensenmassa die in beweging is, op weg naar…? Op weg naar God. Op weg naar het moment waar Johannes op doelt als hij schrijft: En ik zag de doden, klein en groot, staande voor God; en de boeken werden geopend; en een ander boek werd geopend, dat des levens is; en de doden werden geoordeeld uit hetgeen in de boeken geschreven was, naar hun werken. En zo voegt hij eraan toe: En de eerste aarde was voorbijgegaan (Openb. 20:21, 21:1).

Want wij gaan voorbij. Maar Paulus zegt ook: De gedaante van deze wereld gaat voorbij. Alles watje hebt en ziet, jongens en meisjes, gaat voorbij. Vandaag ben je blij met je pop, je lego, je mooie auto’s, je nieuwe fiets, maar nog even en je kijkt er niet meer naar om. Vandaag ben je blij met je nieuwste iPhone, je mooie tablet, je snelle laptop, maar morgen is het ding verouderd en over vijf jaar of eerder is het ding verdwenen, verkocht, gestolen of je hebt hem per ongeluk laten vallen en is hij in de prullenbak beland.

Alles wat blinkt gaat voorbij. Je diploma, je carrière, je mooie toekomst, het is allemaal als een wolk, die voorbij gaat. Het is allemaal als rook uit de schoonsteen, die door de stormwind weggeblazen wordt. Er hoeft maar iets te gebeuren en het is voorbij. Je wordt ziek, je krijgt een ongeluk, je verongelukt, en… het is voorbij.

Al het mooie wat je om je heen ziet, gaat voorbij. Mooie huizen, mooie interieurs, mooie auto’s, geweldige vakantieoorden, alles is tijdelijk.

Je zegt: ‘Is er dan niets waar ik blij mee mag zij?’ Jazeker wel, maar met de maat die een christen past. Je mag er niet door opgeslokt, je mag er niet door geabsorbeerd worden. Paulus zegt tegen Timotheüs: Laten de rijken hun hoop niet stellen op de ongestadigheid, op de onzekerheid van hun rijkdom (1 Tim. 6:17). Want alles, alles wat je nu om je heen ziet, waar ze zo van genieten kan, is binnen nu en tachtig jaar voorbij! En misschien morgen wel...

Deze tijd is kort en gaat voorbij. Deze tijd is voorbereidingstijd voor de eeuwigheid. Deze tijd is tijd om God te zoeken en Hem de eer te geven die Hem toekomt.

In dit hoofdstuk, in 1 Korinthe 7 zegt Paulus allerlei dingen over het huwelijk, totdat hij in onze tekst een soort van algemene richtlijnen gaat geven voor alle christenen. Hij roept hen en ook ons op om heilig onverschillig te zijn wat betreft de dingen van deze wereld. Kijk maar in vers 29: Maar dit zeg ik, broeders, dat de tijd voorts kort is; opdat ook die vrouwen hebben, zouden zijn als niet hebbende. Want hoe lief je liefste je ook is, iedere huwelijk, iedere verloving, iedere relatie kan ineens ophouden. Aardse banden gaan breken!

En, vers 30: Die wenen, als niet wenende. Huilen mag, maar niet opgeslokt worden door bitter verdriet. Want (en u voelt de troost op achtergrond!) als u kind van God bent, dan mag u weten: deze tranen zijn tijdelijk zijn. ‘s Avonds vernacht het geween (u gaat huilend naar bed), maar ‘s morgens is er gejuich (Ps. 30:6). Het is voorbij! Eeuwige blijdschap zal op hun hoofd wezen; vreugde en blijdschap zullen zij aangrijpen, treuring en zuchting zullen wegvlieden (Jes. 51:11). God zal alle tranen van hun ogen afwissen (Openb. 21:4).

En, zo gaat Paulus verder in vers 30: En die blij zijn, als niet blij zijnde. Wees gematigd in uw blijdschap. Want of er is reden tot ernstige zorg, omdat u de echte blijdschap niet kent, of de blijdschap van nu is niets vergeleken met blijdschap die komt

En (ook in vers 30): Die kopen, als niet bezittende Zet uw hart toch niet op uw bezit. Want gaat voorbij. En laat al dat bezit u er toch niet toe brengen om het hemelse huwelijksaanzoek en het bezoek aan de koninklijke bruiloft af te slaan met een excuus dat niet deugt. Straks is deur gesloten. En wees niet als de rijke dwaas, die dacht dat hij een voorraad had, genoeg voor heel veel jaren. U zegt misschien ook wel: ‘Ik heb gelukkig veel gespaard…’ O ja? Voor wanneer? Voor wie? Deze nacht kan uw ziel opgeroepen om voor God te verschijnen.

Gebruik de wereld, maar misbruik die niet. Gebruik de wereld voor het doel waarvoor u door uw moeder op de wereld gezet bent: om God te zoeken, om genade te vinden, om God de eer te geven en het heil van uw naaste te zoeken. Zo zegt de Heere: Uw tijd is kort, vastgesteld en bekort. En de wereld gaat voorbij! Gedenk te sterven.

Laten we er samen van zingen, met de innerlijke overtuiging in uw hart dat het waarheid is, Psalm 49:4: Al zegt zijn hart: "Mijn huis zal eeuwig staan, Van kind tot kind gedurig overgaan"; Al heeft hij 't land, waarop zijn trotsheid roemt, Zijn grootsheid bouwt, naar zijnen naam genoemd; 't Is alles wind, waar zich zijn hart mee streelt; De mens, hoe mild door 't aards geluk bedeeld, Hoe hoog in eer, in macht en staat verheven, Vergaat als 't vee, en derft in 't eind het leven. ----

Jouw tijd is kort, jullie dagen zijn geteld. Onze tijd is vastgesteld en bekort. En het uiterlijk van deze wereld, wat u ziet, wat u interesseert, wat uw hart aantrekt, dat gaat voorbij.

Laten we er drie lessen uit trekken: 1. Voor ons gemeenteleven 2. Tot waarschuwing van onbekeerden 3. Tot aansporing en troost voor Gods kinderen In de eerste plaats dus:

1. Voor ons gemeenteleven. Lieve mensen, de tijd dat je hier samen in kerk zit, is kort. De tijd dat je samen op de vereniging zit, jongelui, de tijd dat je samen naar de catechisatie komt, is kort. Paulus zegt in vers 29: ‘Maar dit zeg ik, broeders…’ Wat is de reden dat Paulus zijn liefdevolle aansprak begint met: ‘Broeders’ (en de zusters horen daar uiteraard bij)? ‘Broeders, zusters, de tijd is kort en de wereld gaat voorbij’?

Omdat het een boodschap in zich heeft voor het gemeenteleven. Dat de tijd kort is en voorbijgaat, is dat geen reden om ook als gemeente meer in liefde samen te leven? Vandaag spreek je kwaad over deze of gene. Morgen is hij of zij er niet meer. Of je staat zelf voor de hemelse Rechter. ‘Waarom zei je dat?’ Vandaag spreek je schande deze of gene preek, of over degene die hem hield. Morgen klinkt de vraag: ‘Waarom heb je niet geluisterd?’ Vandaag klinkt er twist, ruzie, gemopper en is er verwijdering. Morgen ben je elkaar kwijt. Want de tijd is voorts kort.

Bedenk, gemeente, in het licht van de komende eeuwigheid, wat Jezus zegt in Mattheüs 12: Want Ik zeg u, dat van elk ijdel woord, hetwelk de mensen zullen gesproken hebben, zij van hetzelve zullen rekenschap geven in den dag des oordeels. Want uit uw

woorden zult gij gerechtvaardigd worden, en uit uw woorden zult gij veroordeeld worden (Matt. 12:36-37). Er is in de tweede plaats in onze tekst een:

2. Waarschuwing voor onbekeerden Zeg, hoe oud ben je? Zes, acht, twaalf? Heb je al een nieuw hart? Nog niet? Dan heb je dus al zes, acht of twaalf jaar van je leven verspild. Niet gedaan wat je moest doen. Behalve als je de Heere ijverig zoekt, dan zal je Hem vinden voordat je sterft, ook al is vandaag.

Hoeveel jaren hebt u al verspild? Met het zoeken van de dingen van de wereld? Met vastzitten aan de dingen van hier: vriendschappen, bezittingen, hobby’s, leuke cursussen, interessante commissies en zoveel andere leuke dingen meer? Zeg me eens: Hoeveel tijd hebt u in de Bijbel gelezen, al zoekend, al luisterend naar Gods stem? Niet om meer kennis te krijgen, maar om meer te buigen voor de Almachtige? Hoeveel tijd hebt u besteed aan andere dingen, tijd die u had kunnen gebruiken om in stilte te bidden? Als u het wel gedaan had, was het nu anders geweest. Immers die de Heere zoeken, zullen Hem vinden. Hoeveel tijd hebt u verprutst met zinloze gesprekken, meest over anderen? Met zogenaamde vrome gesproken, meest om een goede indruk maken en uzelf op te hemelen?

O, wat een verloren tijd! Uren, dagen, maanden, jaren zijn als een schaduw weggevlogen en nog bent u onbekeerd. Als u in plaats van al die zinloze dingen tot Jezus was gevlucht, dan zou dit woord u niet zo aan het schrikken hoeven te brengen. Uw ziel zou gered zijn.

Hoe zult u straks in de eeuwige rampzaligheid terugkijken op deze jaren? U zult het voor u zien: de [naam]kerk van [plaatsnaam], de bank waar u zat, deze preekstoel. U zult de teksten herinneren, het woord dat u aansprak, dat u misschien ook wel irriteerde, de ernstige en liefdevolle vermaning en nodiging van de broeders die hier stonden en die u opriepen: O, beken toch op deze dag wat tot uw vrede dient!

Dat u de weg geweten hebt, zal uw straf niet verlichten, maar verzwaren. De korte tijd (in het licht van de eindeloze eeuwigheid), de korte tijd dat u hier was, zal voor u zijn als een worm die niet sterft en als brandstof voor vuur dat niet uitgeblust zal worden. O, heden, zo u Zijn stem hoort, verhard u toch niet. Ga niet door. Maar vlucht met uw verloren leven tot Jezus. Hij ontvangt zondaars. Hij is gekomen om te zoeken en te zalig maken dat verloren was. Veracht Hem niet. Vertrap Hem niet. Want u zult de dag van Zijn toorn niet kunnen verdragen.

U zult bezwijken, maar niet kunnen sterven, als u toorn zult zien bliksemen uit de ogen van het Lam. Als u Hem aan zult kijken en Hij u. Hij die hier klopte, u nodigde en trok aan uw ziel.

Veracht Zijn liefde en bewogenheid toch niet. Hij zoekt uw verloren ziel. Zoek Hem dan toch, dan zult u Hem vinden!

Uw tijd is kort. U hangt aan een dunne draad, boven de eindeloze eeuwigheid. U, die niet weet, wat morgen gebeuren zal, want hoedanig is uw leven? Want het is een damp, die voor een korte tijd gezien wordt, en daarna verdwijnt (Jak. 4:14). Bereid u toch voor om God te ontmoeten!

Onze tekst is in de derde plaats een woord

3. Tot troost en aansporing van Gods kinderen Ze roepen u op, u die de Heere vreest, om veel bezig te zijn met de toekomende wereld. Want deze wereld gaat voorbij. En dit sterfelijke moet onsterfelijkheid aan doen. En is goed voor ons, om juist over de kortheid van dit leven veel na denken en te mediteren.

Het zal ons ervoor bewaren om al te vast te gaan zitten aan het mooie en aantrekkelijke van deze wereld. Want dat gaat allemaal voorbij. Het enige dat blijft is de liefde van God in Christus.

Het zal ons leren dat we vreemdeling zijn op deze aarde, op doorreis naar ons eeuwig thuis in de hemel. O, wat een gelukkig vooruitzicht. Nadat wij een weinig tijds zullen geleden, zal de God aller genade ons roepen tot Zijn eeuwige heerlijkheid in Christus Jezus (1 Petr. 5:10) En dat gelukkige vooruitzicht, en het denken en mediteren daarover, zal ons de les van Johannes leren: En, heb de wereld niet lief, noch hetgeen in de wereld is; want, die de wereld liefheeft, de liefde des Vaders is niet in hem (1 Joh. 2:15).

Het zal ons behulpzaam zijn om op afstand van de zonde te blijven. Want de zonde duwt ons weg uit de nabijheid van God, Die we eerdaags zullen ontmoeten. Het zal ons beschermen tegen de verleiding van de satan, die ons altijd weer dat zogenaamde aantrekkelijke van de wereld voor ogen probeert te schilderen. Maar als we bedenken dat dit maar voor even is, zal ons dat meer bewaren voor satans strikken.

Het zal ons ook aansporen om meer werk te maken om heilig voor de Heere te leven, wetend dat zonder heiligmaking niemand de Heere zal zien (Hebr. 12:14). Het zal ons ook aansporen om meer te zoeken naar de zekerheid van het geloof, denkend aan wat staat in de Hebreeënbrief: Maar wij begeren, dat een iegelijk van u dezelfde naarstigheid bewijze, tot de volle verzekerdheid der hoop, tot het einde toe (Hebr. 6:11).

Het zal ook ons verlangen opwekken naar de komende dag der eeuwigheid. De vroeg gestorven dominee Andrew Gray schrijft: Geloof mij, dat korte poosje tijd, dat ligt tussen de eeuwigheid vóór ons en de eeuwigheid achter ons, zal eens liefelijk verdwijnen en dan zal er niets dan eeuwigheid zijn.

Eeuwigheid met God, eeuwigheid met Christus. Dat vooruitzicht zal ons geduldig maken in alle moeite en zorg, in alle verdriet en tranen. Want het is maar tijdelijk. Laat ons dan met lijdzaamheid lopen de loopbaan, die ons voorgesteld is, ziende op den oversten Leidsman en Voleinder des geloofs, Jezus, Dewelke, voor de vreugde, die Hem voorgesteld was, het kruis heeft verdragen, en schande veracht, en is gezeten aan de rechterhand des troons van God (Hebr. 12:1-2)

Het mag ons vooral ook troosten in alle aanvechting en strijd. Kinderen van God, hier beneden is het niet. Straks breekt de nieuwe dag aan. De dag waarvan de dichter zingt in Psalm 73: Ik zal dan gedurig bij U zijn. We zullen Hem zien, Hem die ons zo uitnemend heeft liefgehad. Die Zijn leven voor ons wilde afleggen. En Hij deed het! In Gethsémané, op Golgotha. En nu heerst Hij als Koning in alle eeuwigheid. En we zullen onze kronen werpen aan Zijn voeten.

Kinderen van God, als je om je heen kijkt, naar alles wat voorbijgaat en naar je eigen hart, en als je zuchten moet: Wie verlost me toch van dit lichaam der zonde en des doods? Rijst dan niet het verlangen in uw hart om eeuwig te mogen zingen: Ik zal U, Heere, nu al mijn liefde waardig schatten, omdat U mijn rechterhand wilde vatten?

We hebben Hem niet gezien, maar we hebben Hem toch lief (1 Petr. 1:8). Maar dan zullen we Hem zien van aangezicht tot aangezicht. En dan zullen we de eeuwige, onzienlijke God zien in het aangezicht Jezus Christus.

Dan zullen we meer dan ooit al die onbegrepen wegen van de Heere begrijpen en bewonderen. Denkend aan het woord van de Heere Zelf: Wat Ik doe, weet gij nu niet, maar gij zult het na dezen verstaan (Joh. 13:7). Dan zien we ook onze geliefden terug, die in Christus ontslapen zijn. Uw vroeg gestorven kindje, over wie u nog steeds zoveel verdriet hebt. Uw man of vrouw, die u nog steeds, en steeds meer mist. Dan zal er geen verdachtmaking, twist en tweedracht meer zijn onder Gods kinderen. Dan is alle verborgen laster voorbij. Dan alle tranen afgewist. Dan zitten we nooit meer vast aan de dingen van deze tijd Dan zullen we eeuwig zingen van Gods goedertierenheden, Zijn waarheid altijd bezingen. Dan is alles van hier voorbij. Dan is de zonde voorbij. Dan is er een nieuwe hemel en een nieuwe aarde, om eeuwig de grootheid van God en Christus te bezingen.

Kom, verlangt u daar niet naar? Kinderen van God, geliefde medechristenen, de tijd is voorts kort! We hebben een liefdevolle hemelse Bruidegom, die verlangend uitkijkt naar de komst van Zijn bruid. Duur gekochte bruid, onze Heere Christus is het waard dat u ook naar Hem uitziet en verlangt.

Hebt u in het afgelopen jaar uw man of vrouw, hebt u uw kind in de Heere verloren? Huil niet overmatig. Uw gemis is tijdelijk. U bent op weg naar de hereniging om eeuwig samen Heere groot te maken Hebt u tijdelijke verliezen geleden, in uw zaak, op uw werk? Verlies van inkomen, van uw goede naam? Wees niet bezorgd voor uw leven. Uw hemelse Vader zal voor u zorgen. Dit alles is van voorbijgaande aard. Bent u oud? Bent u ernstig ziek? Hef uw hoofd omhoog. Uw verlossing is aanstaande. Misschien moet u nog gaan door het water. Het zal u niet overstromen. Of door het vuur, het zal u niet branden. Hij zal u dragen en redden. Blij vooruitzicht dat ons streelt. Het doet ons in stilte zingen: God des levens, ach wanneer? Want Gods goedheid zal onze druk, eens verwisselen in geluk!

Maar wat een schril contrast: Als een droom na het ontwaken, als God opstaat zal Hij goddelozen verachten (Ps. 73:20). Wakker geworden uit de droom! Uit de waan van de voorbijgaande dag! Of: We zullen ontwaakt Gods lof ontvouwen, Hem in gerechtigheid aanschouwen. Bedenk, lieve mensen, een derde weg is er niet! U bent regelrecht op weg naar de ene of naar de andere bestemming. U bent regelrecht op weg naar de hemel, of naar de hel.

Tot slot, geliefde gemeente. De tijd is vastgesteld en verkort. De gedaante, het uiterlijk, het zichtbare van deze wereld gaat voorbij. Veel is er al voorbij. Ook nu is er weer een jaar voorbij gegaan. En wat er nog over is, dat is vastgesteld en begrensd.

De dag komt ook, dat deze kerk er niet meer zal zijn. Laat ik het dichterbij en persoonlijker zeggen. Voor ons allemaal geldt: de zondagen dat u hier nog zult zijn, zijn geteld. De preken die u nog horen zult, de preken die ik nog houden zal, zijn geteld. Hoeveel het er al geweest zijn, dat kunt u zelf uitrekenen. Hoeveel het er nog zullen zijn, dat staat in de hemel vast.

Voor sommigen is dit het laatste volle levensjaar. Nog even, dan is ook het laatste voorbij. Dan is er geen preek meer, geen zingen, geen bidden, geen Bijbellezen. Dan staat u voor God. Leef, gemeente, bij die werkelijkheid!

Want of u eraan denkt of niet, of u het gelooft of niet: De Rechter staat voor deur! Want wij allen moeten geopenbaard worden voor de rechterstoel van Christus, opdat een iegelijk wegdrage, hetgeen door het lichaam geschiedt, naardat hij gedaan heeft, hetzij goed, hetzij kwaad (2 Kor. 5:10). Wij zijn in uw midden als een gezant van Christus wege, ik bid u van Christus wege (ook nu, nog wel): Laat u met God verzoenen. Want de tijd is voorts kort!

Amen.