20 juli 2025
Mattheüs 6:33: Maar zoekt eerst het Koninkrijk Gods en Zijn gerechtigheid, en al deze dingen zullen u toegeworpen worden.
INLEIDING
Wie vandaag zou sterven, zou hij of zij dan iets overhouden of alles kwijt zijn? Die vraag voert ons naar Mattheüs 6:33, waar Jezus oproept: “Zoekt eerst het Koninkrijk Gods en Zijn gerechtigheid, en al deze dingen zullen u toegeworpen worden.” Deze leespreek over Mattheüs 6 laat zien dat een wedergeboren mens vooral een zoekend mens is, en roept op om de Heere en Zijn gerechtigheid boven alle aardse zorgen eerst te zoeken.
Het voornaamste werk van een christen
MATTHEÜS 6:31-34
31 Daarom, zijt niet bezorgd, zeggende: Wat zullen wij eten, of wat zullen wij drinken, of waarmede zullen wij ons kleden?
32 Want al deze dingen zoeken de heidenen; want uw hemelse Vader weet dat gij al deze dingen behoeft.
33 Maar zoekt eerst het Koninkrijk Gods en Zijn gerechtigheid, en al deze dingen zullen u toegeworpen worden.
34 Zijt dan niet bezorgd tegen den morgen; want de morgen zal voor het zijne zorgen; elke dag heeft genoeg aan zijns zelfs kwaad.
VOLLEDIGE TEKST
ds. J. IJsselstein - Mattheüs 6:33
THEMA
Het voornaamste werk van een christen
AANDACHTSPUNTEN
Gemeente, als u vandaag sterven zou… Zou u dan nog iets overhouden? Of zou u alles kwijt zijn? Zou u dan het verdriet van deze wereld mogen verwisselen voor de eeuwige heerlijkheid in de hemel? Of hebt u uw hemel dan al gehad? Hier, in [plaatsnaam]? Waar bent u druk mee, in uw dagelijkse leven? Met zoeken van uw hemel hier? Of met zoeken van de Heere daar?
Luister vanmorgen, met heel uw hart naar wat Jezus zegt in Mattheüs 6:33Maar zoekt eerst het Koninkrijk Gods en Zijn gerechtigheid, en al deze dingen zullen u toegeworpen worden.: Maar zoekt eerst het Koninkrijk Gods en Zijn gerechtigheid, en al deze dingen (eten, drinken, kleding) zullen u toegeworpen worden.
Het thema voor de preek is: Het voornaamste werk van een christen
We letten samen op vier aandachtspunten, op: 1. Wat we moeten doen: zoeken! 2. Wat we dan moeten zoeken: Zoek eerst het Koninkrijk van God en Zijn gerechtigheid 3. Waarom we geen andere dingen moeten zoeken (dat zien we in eerdere verzen) 4. Welke beloften daarbij (bij dat zoeken) gegeven worden Dus als eerste:
Gemeente, vraag een willekeurig christen naar wat we moeten doen, en u krijgt een hele reeks aan dingen te horen die goed en nuttig zijn. Ik kan u wel tien voorbeelden geven. Maar dat ga ik niet doen. Want het zijn allemaal dingen van bijkomend, van secundair belang. Want, zegt de Heere Jezus, het eerste wat een christenmens moet doen is zoeken!
Meisjes en jongens, denk eens even met me mee. Wat houdt dat eigenlijk in? Wat betekent dat eigenlijk? Als pappa of mamma tegen je zegt: ‘Ja, ga het toch maar zoeken…’ Dat is het antwoord van pappa of mamma op iets wat jij daarvoor gezegd hebt: ‘Pap, mam, ik ben mijn tas kwijt.’
Als je iets moet gaan zoeken, dan ben je iets kwijt. Dan mis je iets. Wat je eerst wel had, maar nu ben je het kwijt.
Van nature (dat wil zeggen: zoals we van onszelf zijn, zoals we geboren zijn) missen we… alles. We zijn alles kwijt. Maar zoeken, doen we niet. We missen de Heere. Die zijn we door onze zonden kwijt geraakt. Maar we zoeken Hem niet. We zijn zonder God in de wereld. Maar we zoeken Hem niet. We missen de heerlijkheid van God. Maar we zoeken die niet (Rom. 3:23Want zij hebben allen gezondigd, en derven de heerlijkheid Gods;). We missen leven, echt geestelijk leven met God. Maar we zoeken het niet. We missen genade. Maar we zoeken die niet. We missen gerechtigheid. Maar we zoeken die niet (Rom. 3:10). Dat wil zeggen: we overtreden de geboden van de Heere, we doen zonde, we doen alles wat de Heere niet goed vindt. We trappen Hem op Zijn hart, we brengen Hem tot toorn over ons leven. En zo gaan we steeds verder bij Hem vandaan.
Dat je iets kwijt bent, meisjes en jongens, is erg. Dat je God kwijt bent, is verschrikkelijk erg! Maar dat je God kwijt bent en Hem ook niet zoekt, dat is het allerergste! We zijn (zegt ons Doopformulier) in zonden ontvangen en geboren, kinderen des toorns, aan de verdoemenis onderworpen, en we kunnen in het Koninkrijk van God niet komen (en we zoeken dat Koninkrijk ook niet) tenzij, zegt ons Doopformulier, we opnieuw geboren worden.
We missen alles. Maar niemand ziet het van zichzelf. En dus gaat niemand van zichzelf zoeken, totdat de Heere ons een nieuw hart geeft en ons geestelijk levend maakt. En onze ogen opendoet. Zodat we gaan zien wat we missen, wat we kwijt zijn! En, het dus gaan zoeken. Ben jij, meisje, jongen, door de Heere al zoekend gemaakt? Bent u al een zoekende man of vrouw geworden? Door het almachtige werk van de Heere in uw hart?
Een door de Heilige Geest levend gemaakt, wedergeboren mens, is in de eerste plaats een zoekend mens. Geen bezittend mens, geen bekeerd mens, geen heilig mens. Geen pratend mens, geen tevreden mens, geen rustend mens. Maar een zoekend en blijvend zoekend mens. Leg uw leven, leg jouw leven daar maar naast…
Een blijvend zoekend mens, dat het ook niet verwacht van zijn of haar eigen zoeken. Want het Koninkrijk der hemelen is van God. En de gerechtigheid ervan is van Christus. Dus zoeken we die uit genade te krijgen. Uit genade. Om niet. Niet om ons. Maar om de Heere Zelf, om het werk van de Heere Jezus Christus. Niet om onze verdiensten en inspanningen. Maar enkel en alleen om wat de Heere Jezus verdiende. Door Zijn komen naar deze wereld, door Zijn sterven aan het kruis.
Zoek (zegt de Heere Jezus) dat Koninkrijk en Zijn gerechtigheid. Niet alleen als een toegangsbewijs, als een entree-ticket voor de hemel voor straks. Er zijn namelijk mensen, die denken dat ze daar genoeg aan hebben. Aan de hemel voor straks. En dus, nu ze dat entreebewijs binnen denken te hebben, (mochten ze al ooit gezocht hebben), zoeken ze nu niet meer. Nu leven ze gerust verder. Nu genieten ze nog even van alles wat ze hier hebben. En zo bedriegen heel veel mensen zich op weg naar de eeuwigheid. Terwijl ze in hun hart denken, dat ze twee heren kunnen dienen: God en Mammon. En dat hun hart op twee plaatsen tegelijkertijd kan zijn: in de hemel en op de aarde.
Maar dat kan niet. Vers 21 zegt: waar uw schat is, daar is uw hart. Als Christus je schat is, dan is je hart in de hemel. En niet bij de dingen die voorbijgaan. Dan zoek je Hem, en dan blijf je Hem zoeken. Maar als de dingen van hier je schat zijn, dan is je hart op de aarde. En niet bij God. Dan zoek je de dingen van hier.
Echte zoekers, die van Heere geleerd hebben om te zoeken, die zoeken en blijven zoeken. Naar? We zoeken naar genade. Naar vrede met God. Naar verzoening met God. Naar betaling van onze hemelhoge schuld. Naar opwas, naar toenemen in de genade en kennis van onze Heere Jezus Christus. Naar meer zekerheid van geloof, door biddend en zoekend meer zicht te krijgen op de vaste grond buiten ons, ondanks ons blijvende dwalen en verdwalen. We zoeken Christus als Koning van heel ons leven. We zoeken heiligmaking door het werk van de Heilige Geest. We zoeken een nieuwe gehoorzaamheid (2 Kor 7:1Dewijl wij dan deze beloften hebben, geliefden, laat ons onszelven reinigen van alle besmetting des vleses en des geestes, voleindigende de heiligmaking in de vreze Gods.). We zoeken de stad die fundamenten heeft, omdat we God zoeken. En omdat we weten dat Hij daar is (Hebr. 11:10Want hij verwachtte de stad, die fondamenten heeft, welker Kunstenaar en Bouwmeester God is.). We zijn zoekend gemaakt. En houden er in dit leven nooit meer mee op. Volhardend in zoeken, bidden, en smeken (Rom. 12:12Verblijdt u in de hoop. Zijt geduldig in de verdrukking. Volhardt in het gebed.).
Een bekende puriteinse godgeleerde zegt: Wat (zo iemand) ook mist, hij is steeds een zoeker. En wat (zo iemand) ook vindt, hij blijft nog een zoeker. Hoewel hij gerechtigheid in Jezus en vergeving van zonden vindt, toch is hij een zoeker van genade. En al is hij gerechtvaardigd, toch zoekt hij naar heiligheid (Hugo Binning).
Een oprecht christen, een meisje, een jongen met een nieuw hart is iemand die mist, en die zoekt. En die vindt, zoals de Heere dat beloofd heeft. En die blijft missen, en dus blijft verlangen en blijft zoeken naar meer! Zoals Paulus schrijft in Filippenzen 3: Niet dat ik het alrede gekregen heb of alrede volmaakt ben; maar ik jaag daarnaar (ik zoek, met alles wat in mij is), of ik het ook grijpen mocht, waartoe ik van Christus Jezus ook gegrepen ben (Fil. 3:12).
We gaan verder met ons tweede aandachtspunt:
Zoek eerst het Koninkrijk van God en Zijn gerechtigheid. Dat wil zeggen (als eerste): Zoek nieuw, geestelijk leven, opwekking uit onze geestelijke dood. Die de Heere door genade, onverdiend, in ons hart wil werken, door Zijn Woord en door de Heilige Geest. In Lukas 17 noemt de Heere Jezus dat het ‘Koninkrijk binnen u’, dat wil zeggen ‘in uw hart’ (Luk. 17:21). En dat wil zeggen (als tweede): Zoek een rechtvaardig leven, een heilig leven voor God.
Wat je moet zoeken, meisjes en jongens, is: een nieuw hart. De genade van de Heere, dat je Hem gaat zoeken en liefhebben en dienen. Zoek de Heere, nu, terwijl je Hem kan vinden, terwijl Hij Zich wil laten vinden (Jes. 55:6Zoekt den HEERE, terwijl Hij te vinden is; roept Hem aan, terwijl Hij nabij is.). Zoek de Koning van dat Koninkrijk van God, de Heere Jezus Christus. En zoek ‘Zijn gerechtigheid’. Dat wil zeggen: alles wat de Heere Jezus gedaan heeft om het weer goed te maken tussen God en zondige mensen. Dan mag je denken aan Zijn komen naar deze wereld. Aan Zijn leven vol lijden. Aan Zijn sterven aan het kruis. En aan Zijn opstanding en hemelvaart. Aan alles wat de Heere Jezus gedaan heeft. Aan alles wat Hij geven wil aan arme zondaars. Om hun zonden te vergeven en om de schuld ervan te betalen. En om hun leven nieuw te maken. Om te leven in nieuwe gehoorzaamheid. Zodat ze in gerechtigheid, in rechtvaardigheid zullen gaan leven. Zoek dat, zegt de Heere Jezus.
En zoek dat eerst! Voordat je bezig gaat met andere dingen. Gemeente, zoek dat als eerste, voor jezelf en voor je kinderen. Jongens en meisjes, zoek dat als eerste. Want dat is het belangrijkste. En het belangrijkste komt het eerst. Je speelgoed is mooi. Maar het gaat stuk. Je kleren zijn leuk. Maar ze gaan slijten en worden oud. Je schoolwerk is belangrijk. Maar later denk je er niet meer aan terug. Je gezondheid is belangrijker. Maar je ziel is nog veel belangrijker. Want je lichaam leeft hooguit 70, 80 of 90 jaar. Maar je ziel overleeft de sterren (Spurgeon). Die zal altijd blijven.
Zoek dus eerst: God en Zijn Koninkrijk, de Heere Jezus en Zijn genade. Zoek die eerst! Iedere dag. Door ’s morgens in je Bijbel te lezen en te bidden. Zoek die eerst, jongelui, ook in volgorde van belangrijkheid. Want, je hebt kennis nodig, en dus moet je je huiswerk maken. Maar bidden is belangrijker. Zoek eerst het Koninkrijk van God Je hebt vriendschappen nodig, je hebt geld en ontspanning nodig. Maar God is belangrijker. Zoek eerst God. Je hebt liefde en geborgenheid nodig. Maar zoek eerst de liefde van God.
Zoek het Koninkrijk van God en Zijn gerechtigheid. Zoek vergeving van je zonden. Zoek het leven met de Heere. En geef de hoop, geef de gedachte op, dat je daar zelf voor kunt zorgen. Luister naar de liefdevolle aanbieding van Gods genade, die Hij je geven wil.
Zonder dat je er zelf voor hoeft te werken. Je kan het uit genade krijgen: voor niets! De gerechtigheid van Jezus Christus. Vrede met God. En eeuwig leven.
Zoek dat eeuwige leven! Voor jezelf, meisjes en jongens, jongelui, voor je broers en zussen, voor je vrienden en vriendinnen. Voor uzelf, ouders, en voor uw kinderen. Voor uzelf, gemeente, en voor de mensen om u heen. Zoek Christus te kennen, Die het eeuwige leven is. En beantwoord, deze liefdevolle opdracht, door met David te zeggen (en te zingen): Ja, ik zoek Uw aangezicht, o Heere (Ps. 27:8Mijn hart zegt tot U: Gij zegt: Zoek Mijn aangezicht; ik zoek Uw aangezicht, o HEERE!). We gaan het samen zingen uit Psalm 27, daarvan het vijfde vers: Mijn hart zegt mij, o HEER’, van Uwentwegen: "Zoek door gebeên met ernst Mijn aangezicht", Dat wil, dat zal ik doen; ik zoek den zegen Alleen bij U, o bron, van troost en licht! Verberg toch niet Uw oog van mij, o HEER’! Ik ben Uw knecht, zie niet in toorne neer. Gij waart mijn hulp in al mijn zielsverdriet. O God mijns heils, begeef, verlaat mij niet.
Ons derde aandachtspunt:
Welke andere dingen ik bedoel? De dingen (zegt vers 32) die de heidenen zoeken… Gemeente, zoek niet de dingen die van deze wereld zijn. En die voorbijgaan. Want, zegt Paulus, de tijd is voorts kort (1 Kor. 7:29Maar dit zeg ik, broeders, dat de tijd voorts kort is; opdat ook die vrouwen hebben, zouden zijn als niet hebbende;). Je bent hier maar kort. Je eigen leven duurt niet lang meer. En je kinderen krijg je maar voor een paar jaar geleend. En dan moet je rekenschap afleggen van wat je gedaan hebt, van wat en wie je gezocht hebt…
Neem dus de dringende raad van de Heere Jezus ter harte, voor uzelf en voor uw kinderen. De raad van vers 19 en 20: Vergadert u geen schatten op de aarde, waar ze de mot en roest verderft, en waar de dieven doorgraven en stelen; maar vergadert u schatten in de hemel, waar ze noch mot noch roest verderft, en waar de dieven niet doorgraven noch stelen. Zet nu niet al je tijd in, op het zoeken van vooruitgang voor je kinderen hier. Op het zoeken van vooruitgang in hun muziek maken en in hun sport. Op het zoeken van betere schoolprestaties. Op het zoeken van de mooiste spullen en kleding voor ze. Zet nu niet al je tijd in, op het zoeken van vooruitgang voor jezelf hier. Op het zoeken van het mooiste huis, het mooiste appartement, de mooiste auto, meubels en kleren. Op het vinden van de mooiste baan en de beste carrière. Op het vinden van de mooiste vakanties en van de leukste vrijetijdsbesteding. Op het vinden van de mooiste invulling van je pensioenjaren. Dag en nacht werkend, nooit ophoudend met bezig zijn… voor nu!
Moet je straks echt zo op je leven terugkijken? Wat heb ik toch veel gehad, wat heb ik toch veel verdiend, wat heb ik toch veel gekregen, wat heb ik toch veel nuttige dingen gedaan…? Ja… En daarna…? Men denkt niet meer aan hun verleden staat, omdat al hun glans met hen vergaat…
Zou je die korte tijd, die je krijgt om je voor te bereiden op de eeuwigheid, niet anders moeten besteden? Is dit nu hoe je als christen leven in [plaatsnaam] leven moet? Net als de heidenen? Alsof je hier altijd zult blijven? Alsof er geen hemel is, die trekt? Alsof er geen hel is, die je ontvluchten moet?
Mensen, ga anders leven! Als je de dingen van de wereld zoekt, net als je buren, dan kom je voor eeuwig om! Die schatten van de aarde, die verroesten en vergaan. Want, zegt vers 21: Waar uw schat is, daar zal ook uw hart zijn. Is je huis je schat, je bankrekening, je auto, ja, zelfs je man of vrouw, je kinderen of kleinkinderen, dan is je hart hier… Is God, is Christus, is genade je schat, dan leef je als een zoekend mens daar… (in de hemel). En daartussen zit niets.
Ja, ik weet het, we zijn zeldzaam goed in het bedenken van compromissen. We denken dat we God kunnen dienen met ‘ons geld verdienen’. En dat we dat geld allemaal kunnen gebruiken voor God. Of we denken dat we God kunnen dienen met ‘ons geld te geven’. Als we er maar wel wat moois voor terugkrijgen. Maar ondertussen zit ons hart vast aan wat we bezitten en begeren, en niet aan God. Ik roep u in dit verband op, gemeente, tot bezinning over de vraag: of geld en bezit niet een te grote rol spelen in waar we mee bezig zijn. Ook in ons kerkelijke leven! Want je kan, niet alleen persoonlijk en in je gezin, maar ook als kerk heidens bezig zijn. Dan zijn we geen lichtend licht op de kandelaar, al zeggen we dat misschien wel. Dan laten we publiek zien, dat we diep in ons hart dezelfde dingen zoeken, als die de heidenen zoeken (vers 32). We kunnen en persoonlijk, en als gemeente geen twee heren dienen (vers 24). Je kan niet God dienen en tegelijk de Mammon van je bezit en van je geld, waar je op vertrouwt.
Bekeer u, gemeente van [plaatsnaam], waar ik ook lid van ben. Onze dorpsgenoten kijken naar ons. En denken er het hunne van. Bekeer u, uiterlijke christenen. Voorbeeldig aan de buitenkant. Uw buren zien het. Dat u van de gereformeerde gemeente bent. En dat uw kinderen naar een refoschool gaan. Maar dat er verder maar weinig verschil is. Maar God kijkt naar mijn en naar uw hart. En ziet…, dat het hart van velen van ons (net als dat van hen) vast zit aan de dingen van hier.
Wat een arm leven. Wat een goddeloos leven. Wat een gevaarlijk leven! Ga anders leven. Bekeer u! Leg uw vorige levenswandel af, verdorven door de begeerlijkheden van de verleiding. En wordt vernieuwd in de geest van uw gemoed (Ef. 4:22-23) Breek met dat heidense leven. En ga eenvoudig God zoeken. Als het eerste, als het enige wat belangrijk is in uw leven. Want u bent, met uw kinderen, op weg naar de eeuwigheid. Kapelle is geen eindstation. Kapelle is vertrekpunt.
En u komt straks of als een zoeker naar het Koninkrijk der hemelen en Zijn gerechtigheid aan in de gewesten van de eeuwige heerlijkheid, of u komt als kind van het Koninkrijk, met het teken van de Doop op uw voorhoofd, na een druk, arbeidzaam, mooi leven aan in een plaats waar wening zal zijn en knersing van tanden. Kies heden hoe u verder leven wilt! En waar u straks wilt aankomen. Kies heden wie u dienen wilt! God of de Mammon en de afgoden van deze tijd. Doch zo het kwaad is (zei Jozua ooit) in uw ogen de HEERE te dienen (als u dat niet wilt), kiest u heden wie u dienen zult (maak dan maar een keus uit al die verschillende afgoden, er zijn er genoeg!): hetzij de goden welke uw vaders, die aan de andere zijde der rivier waren, gediend hebben, of de goden der Amorieten, in welker land u woont. Maar aangaande mij en mijn huis, wij zullen de HEERE dienen (Joz. 24:15Doch zo het kwaad is in uw ogen den HEERE te dienen, kiest u heden, wien gij dienen zult; hetzij de goden, welke uw vaders, die aan de andere zijde der rivier waren, gediend hebben, of de goden der Amorieten, in welker land gij woont; maar aangaande mij, en mijn huis, wij zullen den HEERE dienen!).
Tot slot, ons vierde aandachtspunt:
a. Ik denk als eerste aan de belofte van vers 6. Zoekende mensen, luister, dit zult u krijgen als u zoekt en voor altijd blijft zoeken. Beter dan welke aardse beloning dan ook. Beter dan alles: genade! Vers 6: Maar u (zoekers!), wanneer u bidt, ga in uw binnenkamer, en uw deur gesloten hebbende, bid uw Vader, Die in het verborgen is; en uw Vader, Die in het verborgen ziet, zal het u in het openbaar vergelden. Als u zoekt, mensen, dat staat ook in het volgende hoofdstuk, dan zult u vinden (7:8)! Wat wilt u nu nog meer? Wat moet de Heere nu nog meer aan Zijn wijngaard doen? Hij zegt tegen u, wat het belangrijkste in dit leven is. Voor u en voor uw kinderen. Hij wijst u de weg, om dat belangrijkste te krijgen. Te krijgen! Gratis! En Hij belooft u, dat Hij u dat geven zal, als antwoord op uw zoeken.
b. Maar al die andere dingen dan? Leven, gezondheid, eten, drinken en kleding? Kijk maar naar de volgende belofte in vers 25. Godzoekers, wees daar maar niet bezorgd over, wees daar maar niet bang voor. Kijk nou eens omhoog, naar de vogels in de lucht. Zeker, ze zijn niet lui. Ze zitten niet in hun nest, met hun bek open, terwijl hun eten daar als manna uit de hemel in valt. Nee, ze werken, ze zoeken eten. Maar God geeft het aan ze. God zorgt voor ze. Iedere dag! Dus niet lui zijn. Als je niet werkt, zal je ook niet eten, zegt Paulus (2 Thess. 3:10Want ook toen wij bij u waren, hebben wij u dit bevolen, dat, zo iemand niet wil werken, hij ook niet ete.). Je mag op een gewone manier zorgen voor vandaag en morgen.
Dat is niet verkeerd (Luk 16:8En de heer prees den onrechtvaardigen rentmeester, omdat hij voorzichtiglijk gedaan had; want de kinderen dezer wereld zijn voorzichtiger, dan de kinderen des lichts, in hun geslacht.,9). Maar het zijn dingen, die ons dienen, en die God ons geven wil. Maar die dingen zo(!) zoeken, zo, dat je er helemaal door beheerst wordt, dat is niet goed. En dat is ook niet nodig. God geeft ze. Dus zak nu niet af tot het niveau van de heidenen, die denken dat ze er zelf voor moeten zorgen. De Heere zorgt daarvoor! Zoals Hij ook zorgt voor die prachtige lelies op het veld (vers 28-29). Ja, zelfs voor het gras, dat vandaag nog groen is, maar morgen gemaaid en in de oven geworpen wordt. (vers 30).
Zo mag u, als u de Heere zoekt, dagelijks (letterlijk: tot op uw laatste dag) overtuigd zijn van Zijn goede zorg over uw leven. Wees dus (zoals vers 34 zegt) niet bang voor morgen. God zorgt vandaag. En Hij zal het morgen weer opnieuw doen. Zijn goedertierenheid is iedere morgen weer nieuw (Klaagl. 3:22Cheth. Het zijn de goedertierenheden des HEEREN, dat wij niet vernield zijn, dat Zijn barmhartigheden geen einde hebben;,23)
Gemeente, dit is de dringende raad, die de Heere u en mij meegeeft, met oog op de aanstaande eeuwigheid. Vers 31 en 32: Daarom, wees niet bezorgd, zeggende: Wat zullen wij eten, of wat zullen wij drinken, of waarmede zullen wij ons kleden? Want al deze dingen zoeken de heidenen; want uw hemelse Vader weet dat gij al deze dingen behoeft. Zoals een drugsverslaafde bezig is te zoeken naar nieuwe drugs, zo niet bezig zijn met al die dingen! Maar (vers 33) zoekt eerst het Koninkrijk Gods en Zijn gerechtigheid, en al deze dingen zullen u toegeworpen worden. Zoek het Koninkrijk Gods en Zijn gerechtigheid. Daardoor opgeslokt. Daardoor beheerst. Als door uw één en al. Zoek het ijverig. Zoek het volhardend. Zoek het. Zoals een koopman die mooie, die grote parels zoekt. En alles verkoopt om die ene, allermooiste parel te kunnen kopen (Matt. 13:45Wederom is het Koninkrijk der hemelen gelijk aan een koopman, die schone paarlen zoekt;). Zoek (zoals Paulus zegt) de dingen die boven zijn (Kol. 3:1Indien gij dan met Christus opgewekt zijt, zo zoekt de dingen, die boven zijn, waar Christus is, zittende aan de rechterhand Gods.)
En zoek het, gemeente, vanaf nu het eerst! Geef daaraan prioriteit. Laat je oog niet verleid en verblind worden door de dingen die je ziet, want de dingen die men ziet zijn tijdelijk (kijk zo straks thuis maar eens om je heen: dit alles is tijdelijk en gaat voorbij!), want de dingen die men ziet zijn tijdelijk, maar de dingen die men niet ziet zijn eeuwig (2 Kor 4:18Dewijl wij niet aanmerken de dingen, die men ziet, maar de dingen, die men niet ziet; want de dingen, die men ziet, zijn tijdelijk, maar de dingen, die men niet ziet, zijn eeuwig.).
Daarom: Zoekt (om uws levens wil!) eerst het Koninkrijk Gods en Zijn gerechtigheid, en al deze dingen zullen u toegeworpen worden. Zoekt en u zult vinden!
Amen.
Slotzang Psalm 49:4,6:
Al zegt zijn hart: "Mijn huis zal eeuwig staan, Van kind tot kind gedurig overgaan"; Al heeft hij 't land, waarop zijn trotsheid roemt, Zijn grootsheid bouwt, naar zijnen naam genoemd; 't Is alles wind, waar zich zijn hart mee streelt; De mens, hoe mild door 't aards geluk bedeeld, Hoe hoog in eer, in macht en staat verheven, Vergaat als 't vee, en derft in 't eind het leven.
Men denkt niet meer aan hun verleden staat, Wijl al hun glans met hen in 't graf vergaat; Maar na den dood is 't leven mij bereid; God neemt mij op in Zijne heerlijkheid. Vreest hem dan niet, die grote schatten heeft, Wiens machtig huis in eer en aanzien leeft; Want hij zal niets in 't sterven met zich dragen; Zijn naam, zijn roem, 't ligt al terneer geslagen.
Andere preken over Mattheüs