In doeken gewonden – Lukas 2 – kerst

In doeken gewonden

Preek Lukas 2:7: En zij baarde haar eerstgeboren zoon en wond Hem in doeken en legde Hem neder in de kribbe, omdat voor hen geen plaats was in de herberg.

LEESPREEK

Citaat over preek Lukas 2: Zij wond hem in doeken

1. Dat is in de eerste plaats vooral een bewijs van onze zonde.
Dus is het iets waar wij ons voor moeten schamen.
Het kindje Jezus is geboren, zoals ieder kindje, zonder kleren. En moeder Maria neemt doeken, stroken, repen van stof, en kleedt haar baby aan. Ze wikkelt Hem lekker in (want het kan koud zijn), in stroken stof, in doeken.

Dat is mooi om aan te denken, om dat in gedachten voor je te zien, maar je moet niet vergeten: dat wijst eigenlijk vooral terug naar het paradijs. Toen het nog goed was tussen de Heere en Adam en Eva, toen hadden zij geen kleren van stof nodig.
Dat dat vanaf toen wel zo geworden is (alle baby’s krijgen toch kleren aan?), dat is een teken en bewijs van onze zonde. Hier moeten wij ons diep voor schamen.
Moeder Maria wond Hem in doeken. (…)

3. Dat is in de derde plaats ook een teken van diepe armoede en vernedering.
Een kindje, geboren in een stal, gelegd in een voerbak, gewikkeld in repen van stof, dat is een teken van heel grote armoede. Dit is de Zoon van God! De Bezitter, de Eigenaar van de hemel en de aarde. Vol van
heerlijkheid en eer! Paulus zegt: Hij was zo rijk!

En kijk nu: Hij is zo arm geworden! (2 Korinthe 8:9)
Waarom was dat zo, zegt Paulus tegen de mensen in Korinthe?
Hij zegt: Dat was om u! Want u bent door uw zonden zo arm geworden. Maar nu kunt u door de Heere Jezus Christus weer rijk worden. Nu kan het weer goed komen tussen u en tussen de Heere God.
Moeder Maria wond Hem in doeken.
(…)

4. Dat is in de vierde plaats ook een teken van heel erg gewillig zijn, van dit heel erg graag willen doen. En dat is bijzonder.
We weten dat de Heere Jezus gekomen is om zondige mensen zalig te maken. De engel had ook gezegd: daarom moet u dit kindje Jezus noemen, want Hij zal Zijn volk zalig maken van hun zonden… (Mattheüs 1:21)
En wij denken: ‘Nou, als Hij over een poos groot is, dan zal Hij daar wel een keer mee gaan beginnen.’
Maar weet je wat je nu ziet? Hij, de Heere Jezus, begint er nu al mee! Met Zijn werk als Zaligmaker.
Moeder Maria wond Hem in doeken.

5. Dat is in de vijfde plaats ook een teken dat Hij niets van ons wil hebben.
Want, ja, Zijn vader en moeder waren wel arm, maar (zeg je) de Heere in de hemel had toch een mooi plekje voor de Heere Jezus kunnen regelen in het paleis van Herodes, in een groot huis of in een prachtige herberg?
Ja, dat had wel gekund, maar dat wilde Hij Zelf niet.

Het was niet alleen zo dat Hij arm wilde worden en diep wilde buigen, ook bij Zijn geboorte. Maar ik bedoel ook iets anders: Hij wilde en Hij wil onze rijkdom niet. Het is niet alleen de vrijwillige keus van de Heere Jezus om hier geboren te worden, om in deze doeken gewikkeld te worden en in deze kribbe te worden gelegd.
Dit is ook een afwijzing van onze rijkdom!
Het is alsof de Heere Jezus zegt: ‘Die hoef Ik niet! Ik hoef al dat mooie van de wereld niet! En Ik ben ook helemaal niet onder de indruk van al jullie moois!’
Moeder Maria wond Hem in doeken.

6. Dat is in de zesde plaats ook bedoeld als troost.
We hebben gezongen over mensen in nood, over nooddruftigen (daar zit het woordje ‘nood’ in, dat hoor je: nood-druftigen). Dat zijn mensen die hulp nodig hebben. Die roepen: ‘Help me, Heere!’ Mensen in nood, nooddruftigen, en armen, wil de Heere uit genade, door Zijn hulp verlossen.
Moeder Maria heeft daar tevoren al van gezongen: Hongerigen heeft Hij met goederen vervuld, en rijken heeft Hij ledig weggezonden (Luk. 1:53).

Dat, jongens en meisjes, is het wonder van kerst! De Koning van de hemel komt als een arm Kind, in onze armoede. En dat is zo troostvol. Want dat betekent, jongens en meisjes: als je tranen huilt om je zonden, als je je arm voelt in je hart (terwijl je zegt: Heere, ik heb alleen maar zonde, ik heb een slecht hart, o geef me toch een nieuw hart!), dan mag je komen.