Zondag 25 · 6 maart 2022
Preek Heidelbergse Catechismus Zondag 25 (serie 1)
INLEIDING
Zondag 25 van de Catechismus gaat over de genademiddelen. De prediking van het Evangelie en het gebruik van de beide Sacramenten.
ZONDAG 25
Vraag 65: Aangezien dan alleen het geloof ons Christus en al zijn weldaden deelachtig maakt, vanwaar komt zulk geloof?
Van den Heiligen Geest, die het geloof in onze harten werkt door de verkondiging des Heiligen Evangelies, en het sterkt door het gebruik van de Sacramenten.
Vraag 66: Wat zijn Sacramenten?
De Sacramenten zijn heilige zichtbare waartekenen en zegelen, van God ingezet, opdat Hij ons door het gebruik daarvan de belofte des Evangelies des te beter te verstaan geve en verzegele; namelijk, dat Hij ons vanwege het enige slachtoffer van Christus, aan het kruis volbracht, vergeving der zonden en het eeuwige leven uit genade schenkt.
Vraag 67: Zijn dan beide, het Woord en de Sacramenten, daarhenen gericht, of daartoe verordend, dat zij ons geloof op de offerande van Jezus Christus aan het kruis, als op den enigen grond onzer zaligheid, wijzen?
Ja zij toch; want de Heilige Geest leert ons in het Evangelie, en verzekert ons door de Sacramenten, dat onze volkomen zaligheid in de enige offerande van Christus staat, die voor ons aan het kruis geschied is.
Vraag 68: Hoeveel Sacramenten heeft Christus in het nieuwe Verbond of Testament ingezet?
Twee, namelijk den Heiligen Doop en het Heilige Avondmaal.
VOLLEDIGE TEKST
ds. J. IJsselstein - Zondag 25
Gemeente, we zijn bij de behandeling van de Catechismus aangekomen bij een nieuw onderwerp, bij het hoofdstuk over de Sacramenten. De preek van vanmiddag gaat over Zondag 25. Laten we die zondag eerst samen lezen.
Vraag 65: Aangezien dan alleen het geloof ons Christus en al Zijn weldaden deelachtig maakt, vanwaar komt zulk geloof? Antwoord: Van de Heilige Geest, Die het geloof in onze harten werkt door de verkondiging des heiligen Evangelies, en het sterkt door het gebruik van de Sacramenten. (Vraag en antwoord 65 gaan, zo zou je kunnen zeggen, over de oorsprong van het geloof, over de vraag: waar komt het vandaan?)
Vraag 66. Wat zijn Sacramenten? Antwoord: De Sacramenten zijn heilige zichtbare waartekenen en zegelen, van God ingezet, opdat Hij ons door het gebruik daarvan de belofte des Evangelies des te beter te verstaan geve en verzegele; namelijk, dat Hij ons vanwege het enige slachtoffer van Christus, aan het kruis volbracht, vergeving der zonden en het eeuwige leven uit genade schenkt. (Vraag en antwoord 66 gaan over de versterking van het geloof.)
Vraag 67. Zijn dan beide, het Woord en de Sacramenten, daarheen gericht of daartoe verordend, dat zij ons geloof op de offerande van Jezus Christus aan het kruis, als op den enigen grond onzer zaligheid wijzen? Antwoord: Ja zij toch; want de Heilige Geest leert ons in het Evangelie en verzekert ons door de Sacramenten, dat onze volkomen zaligheid in de enige offerande van Christus staat, die voor ons aan het kruis geschied is. (Vraag en antwoord 67 gaan over de grond van de zaligheid.)
Vraag 68. Hoeveel Sacramenten heeft Christus in het Nieuwe Verbond of Testament ingezet? Antwoord: Twee, namelijk de Heiligen Doop en het Heilig Avondmaal.
(Vraag en antwoord 68 laten we vanmiddag liggen, de inhoud ervan komt later aan de orde.)
Zondag 25 gaat over, en dat is ook het thema van de preek: Het geloof en de genademiddelen
Er zijn drie aandachtspunten: 1. De oorsprong van het geloof (dat ziet u in vraag en antwoord 65) 2. De versterking van het geloof (dat ziet u vraag en antwoord 66) 3. De grond van de zaligheid (dat ziet u vraag en antwoord 67) Als eerste dus:
1. De oorsprong van het geloof Want, zo vraagt vraag 65: waar komt zulk een, waar komt zo’n geloof vandaan? Hoe krijg je dat echte, dat oprechte geloof? Zo’n geloof, zoals we dat gezien hebben in Zondag 23 en 24? Dat geloof dat niets heeft van zichzelf, dat een lege hand uitstrekt en alleen maar op genade hoopt?
Waar komt dat geloof vandaan? Hoe krijg je dat? Een terechte vraag. Een vraag die ook best op huisbezoek gesteld mag worden: hoe komt u eraan? Hoe kom je aan dat wat je zegt dat je hebt? Een vraag die je ook best aan jezelf mag stellen. Waar heb ik het vandaan? Komt het uit mezelf? Is het een soort verlengstuk van mijn goede opvoeding, van mijn ernstige levenshouding? Is het een keus, een beslissing van mezelf geweest? Zo van: toen ben ik gaan geloven, toen werd het tijd om de goede keus te maken, en toen koos ik voor Jezus? Komt het uit mezelf of is het uit God? Dat is een belangrijke vraag! Want alles wat je van jezelf hebt, zal geen dageraad hebben, dat heeft geen toekomst, dat houdt een keer op.
Het echte, oprechte geloof komt namelijk niet uit onszelf. De Catechismus zegt: dat komt van de Heilige Geest, Die het geloof in onze harten werkt. Dat echte geloof komt niet uit ons eigen hart. We kunnen het elkaar ook niet geven. En ik kan u ook niet bewegen tot dat geloof. Het oprechte geloof komt van God. Het geloof is een gift, een gave van God. En een gift is iets dat je krijgt. Zo zegt Paulus het ook in Efeze 2:8Want uit genade zijt gij zalig geworden door het geloof; en dat niet uit u, het is Gods gave;: want uit genade bent u zalig geworden, door het geloof, en dat niet uit u, het is Gods gave. Niet uit u. Want u kunt en wilt niet terugkeren naar God (DL. III/IV, 3). Maar God geeft het uit genade. Het komt alleen bij God vandaan.
We noemen dat, jongens en meisjes, een eenzijdig werk. Het geloof wordt eenzijdig, door God alleen, gewerkt in een mensenhart. Zoals Paulus dat ook zegt in Filippenzen 1:29Want u is uit genade gegeven in de zaak van Christus, niet alleen in Hem te geloven, maar ook voor Hem te lijden; want aan u is het uit genade gegeven om in de zaak van Christus (…) te geloven. Misschien zeg je: daar word ik niet blij van! Dat kan ik goed begrijpen. Want dat is diep vernederend voor ons, mensen. Dat God tegen ons zegt: dat heb je niet van jezelf. Dat groeit niet op je eigen akkertje. En hoe je ook je best doet, en wat je ook besluit, geloof heb je niet, heb je nooit van jezelf. Alleen als je het van Mij krijgt. Dat eenzijdige werk van God stoot ons neer, dat vernedert ons. Opdat God alleen de eer zou krijgen van Zijn Eigen werk. Daarom zegt Jesaja (2:17) dat God de hoogheid van de mensen buigt en die vernedert. Het is vernederend. Maar het is toch ook iets om blij om te zijn. Het is ook verblijdend. Want alles wat ik van mezelf heb (mijn eigen keus, mijn eigen beslissing, mijn eigen ernst en ijver), alles wat ik van mezelf heb, kan morgen weg zijn. Maar wat God doet, dat blijft altijd bestaan. Dat staat vast.
De Heilige Geest werkt het geloof in het hart. Nou, daar dan maar rustig op wachten. Nee, want er staat nog iets bij! De Heilige Geest werkt dat en geeft dat door de verkondiging van het heilige Evangelie. De Heere gebruikt iets om dat geloof te geven, om dat geloof te werken. Wij noemen dat de middelen, die God gebruiken wil.
Middelen. Je kent dat woord wel, jongens en meisjes, uit andere situaties. De dokter probeert zijn patiënten weer beter te maken, en geeft ze geneesmiddelen. Wij proberen allemaal gezond en fit te blijven, en daarvoor gebruiken we onze levensmiddelen. Onze boodschappen. Allemaal verschillende dingen, die we echt nodig hebben. Brood, beleg. Maar eten alleen is niet genoeg. Je moet jezelf ook wassen, dus ook: zeep, shampoo. Het zijn allemaal verschillende levensmiddelen.
Zo zijn er ook geestelijke levensmiddelen, om geestelijk leven te krijgen. Namelijk het genademiddel om genade en geloof te krijgen: het Woord van God, het heilig Evangelie.
Maar, het is fijn als er een middel is, maar een middel moet je wel gebruiken. Als je een medicijn van de dokter krijgt, maar je neemt het niet in, dan wordt je niet beter. Met andere woorden: je moet wel iets doen met dat Woord van God. Je moet er goed naar luisteren, als er uit gelezen of uit verteld wordt. Goed luisteren naar het Bijbelverhaal op school, naar de vertelling op de zondagsschool, als er gelezen wordt uit de kinderbijbel of de gewone Bijbel, en ook op de vereniging en de catechisatie. Goed luisteren naar het Woord van God. En daar ook zelf in lezen, als je al lezen kan. Maar, je moet vooral naar de kerk komen en daar heel goed proberen te luisteren naar (zo zegt de Catechismus), naar de verkondiging van het heilige Evangelie. Naar de verkondiging van het Woord, naar de preek in de kerk.
Zijn er dan geen alternatieven? Met een beetje meer interactie, met een beetje meer discussie? Niet zo saai… Niet zo’n emmer woorden die over je uitgestort wordt tijdens een zondagse of doordeweekse preek…? Maar, wees nou niet wijze dan God! Het heeft God behaagd door de dwaasheid van de prediking zalig te maken. Om onze menselijke wijsheid te niet te maken (1 Kor. 1:21Want nademaal, in de wijsheid Gods, de wereld God niet heeft gekend door de wijsheid, zo heeft het Gode behaagd, door de dwaasheid der prediking, zalig te maken, die geloven;)
Kan de Heere dan geen geloof gegeven zonder dat Woord, zonder die preek? Jazeker, dat kan de Heere zeker wel. Soms werkt Hij ook buiten het Woord om. In hele kleine kinderen, in harten van vroeg gestorven kinderen van Godzalige ouders (DL. I, 17), en zeker ook in harten van kinderen en mensen die beperkingen hebben en daardoor de woorden van de preek niet kunnen horen. Of wel kunnen horen, maar niet begrijpen. U mag u, als ouders van zulke kinderen, getroost weten dat de Heere Zelf uw kinderen (ook zonder de woorden van de preek) kan bereiken. En u mag tot uw troost denken aan de woorden van Paulus, zoals die staan in 1 Korinthe 1:27-29 het zwakke der wereld heeft God uitverkoren, opdat Hij het sterke zou beschamen; en het onedele der wereld, en het verachte heeft God uitverkoren, en hetgeen niets is, opdat Hij hetgeen iets is, te niet zou maken; opdat geen vlees zou roemen voor Hem.
De Heere is Zelf niet gebonden aan Zijn Woord. Hij is niet afhankelijk van onze kerk, van de preek en al helemaal niet van de dominee. Maar Hij heeft ons, gezonde mensen, wel gebonden aan dat levensmiddel, aan dat gepredikte Woord. Hij heeft tegen ons gezegd: daar moet je heen, dat middel moet je gebruiken. En je moet goed bedenken: dat is niet zomaar een middeltje. Niet zomaar een middeltje, dat je naar eigen goeddunken al of niet mag innemen, of laten staan. Want: dat Evangelie (zo zegt de Catechismus) is heilig! Zo heilig als de Doop en het Avondmaal heilig heten, zo heilig is het Woord van God.
En door dat Woord werkt de Heere het geloof. En daarom is het ook zo belangrijk dat we, gemeente, trouw komen onder het Woord. Niet met een houding van: nou, maar weer eens horen wat de dominee vandaag te vertellen heeft. Maar je mag verwachtingsvol naar de kerk komen, wetend: hier werkt de Heere! Er diep van bewust: hier in de kerk spreekt God de Heilige Geest, en werkt de Heere geloof in harten van mensen. Dus moet je biddend luisteren, en stilletjes zeggen: ‘Heere, doe dat toch ook in mijn hart!’
Dus, jongelui: je zit hier echt op de goede plek. Dit is de plaats waar de Heere van gezegd heeft in Psalm 132: Hier wil Ik wonen. Hier wil Ik met Mijn Heilige Geest met kracht werken in het hart. Dit Woord wil Ik gebruiken tot je bekering. Hier, jongelui, is de plaats waar God je bekering zoekt. Waar God je welgemeend roept: ‘Wie is slecht, hij kere zich herwaarts; bekeer je, want waarom zou je sterven?’
Onze Dordtse Leerregels zeggen (III/IV, 8): doch zovelen als er door het Evangelie geroepen worden, die worden ernstig geroepen. Zeker, de scherpe woorden van de wet doen pijn, schudden ons wakker, verbreken ons hart, en werken verslagenheid en gebrokenheid in ons hart. Maar het heilige Evangelie verbindt, heelt en troost, met de goede boodschap dat er redding is voor verloren zondaars. Omdat God uit eenzijdige liefde Zijn Eniggeboren Zoon in de wereld gezonden heeft, om zondaars zalig te maken. God bindt ons aan Zijn levensmiddelen, aan Zijn genademiddelen. En dat betekent heel concreet, dat de kortste route naar je eigen ondergang is, dat je: zondags thuis blijft, je Bijbel sluit, de onderlinge bijeenkomsten nalaat (zoals ook de doordeweekse diensten) en je handen niet meer vouwt. En dat betekent ook heel concreet, dat de weg naar de hemel hier gevonden wordt. Want dit is de plaats waar de Heere wil wonen en werken, door Zijn heilig Evangelie.
We gaan daar samen eerst van zingen uit Psalm 132:9. Want Sion is van God begeerd, 't Wordt met Zijn woning hoog vereerd; Hier, sprak Hij, Die het al beheert, Hier zal Ik wonen naar Mijn lust; Hier is in eeuwigheid Mijn rust.
Door dat Evangelie werkt de Heere het geloof, plant de Heere het geloof als een klein plantje in het hart van Zijn kinderen. Maar zo’n klein plantje heeft voeding en water nodig om te groeien. Daarvoor is er ook een tweede levensmiddel. Je zou het een versterkend middel, een groeimiddel kunnen noemen: de Sacramenten. Het staat aan het eind van antwoord 65, waar we lezen: en God sterkt het geloof door het gebruik van de Sacramenten.
Dat brengt ons bij ons tweede aandachtspunt:
2. De versterking van het geloof Laten we samen vraag en antwoord 66 nog een keer lezen: Vraag 66: Wat zijn Sacramenten? Antwoord: De Sacramenten zijn heilige zichtbare waartekenen en zegelen, van God ingezet, opdat Hij ons door het gebruik daarvan de belofte des Evangelies des te beter te verstaan geve en verzegele; namelijk, dat Hij ons vanwege het enige slachtoffer van Christus, aan het kruis volbracht, vergeving der zonden en het eeuwige leven uit genade schenkt.
Dat geloof, dat God geplant heeft in het hart van Zijn kinderen, dat heeft versterking nodig. Je kunt je afvragen, waarom dat zo is? Daarbij wil ik graag twee dingen noemen.
a. Het geloof heeft in de eerste plaats versterking nodig, omdat het plantje van dat geloof klein is. Het moet dus groeien. Zoals, jongens en meisjes, als je nog klein bent (jullie zijn natuurlijk niet klein), je zelf ook moet groeien. En, als je wil groeien, dan moet je gezond eten en melk drinken. Van melk blijf je gezond en krijg je sterke botten. Eigenlijk geldt dat ook voor ieder kind van God, voor iedereen die een nieuw hart gekregen heeft. Petrus zegt dat ook in zijn brief (1 Petrus 2:2En, als nieuwgeborene kinderkens, zijt zeer begerig naar de redelijke onvervalste melk, opdat gij door dezelve moogt opwassen;) En, als nieuw geboren kinderkens (als pasgeboren kindertjes), wees zeer begerig naar de redelijke onvervalste melk, opdat u door dezelve mocht opwassen (dat wil zeggen: dat je daardoor groeien zou).
Opwas in de genade, groei van dat kleine plantje van het geloof, komt dus door middel van het Woord. Zeker, er zijn heel veel goede boeken. Maar het Woord van de Heere, het gelezen en gepredikte Woord van de Heere, dat is het levensmiddel, dat is het groeimiddel bij uitstek! Jeremia zegt daarvan: Als Uw woorden gevonden zijn, zo heb ik ze opgegeten, en Uw woord is mij geweest tot vreugde en tot blijdschap mijns harten; want ik ben naar Uw Naam genoemd, o HEERE, God der heirscharen! (15:16)
Maar, hoe groeit dat geloof dan? Wordt dat geloof dan steeds groter en steeds beter? Nee, dat plantje van het geloof groeit anders. Dat groeit eigenlijk twee kanten op. Want het geloof heeft, zo heeft iemand ooit eens gezegd, twee ogen. Het geloof kijkt met één oog naar binnen en naar beneden, en kijkt met een ander oog naar buiten en naar boven. Ik kijk naar binnen, en zie, en zie steeds meer van wat in mij leeft. Denk maar aan Zondag 23: mijn geweten gaat me steeds meer aanklagen, dat ik tegen al Gods geboden gezondigd en geen daarvan gehouden heb, en nog steeds tot alle boosheid geneigd ben. Het oog van het geloof kijkt naar binnen, naar beneden, maar kijkt tegelijkertijd een andere richting uit: naar buiten, naar boven. En dan zie ik steeds meer van God en van de Heere Jezus Christus. Dat is het andere wat gezegd wordt in Zondag 23: dat nochtans God, zonder enige verdienste van mij, mij de volkomen genoegdoening, gerechtigheid en heiligheid van Christus schenkt en toerekent. Zo groeit dat geloof, dat kleine kwetsbare plantje, tegelijkertijd naar beneden en omhoog.
Dat geloof, dat echte, levende geloof, dat heeft voeding nodig, dat heeft versterking nodig, want (en dat was het eerste) dat plantje moet groeien. Maar er is nog een reden. Dat geloof wordt ook aangevochten, dat wil zeggen aangevallen. Dat hoor je ook in Zondag 23. Mijn geweten, dat stemmetje in mijn hart, die vinger van God in mijn hart, klaagt me aan. En de duivel gaat tekeer. En als ik met mijn ene oog naar binnen kijk, dan zie ik nog zoveel twijfel en ongeloof. En dan vraag ik me af: bedrieg ik mezelf niet? Durf, kan en mag ik de belofte (dat al mijn zonden vergeven zijn om het bloed van Christus) wel geloven? En: is mijn leven wel zoals het zou moeten zijn? En we kunnen ook zo verdwalen in vragen als: is dit wel genoeg, is dat wel genoeg?
Gods kinderen worden bestreden en aangevallen. Ze worden aangevochten. En dus heeft hun geloof voedsel en nieuwe kracht nodig.
Wie het altijd weet en gelooft, wie altijd blij kan zijn en juichen, die kan beter maar een groot vraagteken zetten bij zijn binnenste. Die heeft blijkbaar geen versterking nodig. Klopt dat wel? Maar wie de dood in zichzelf vindt en gevonden heeft, en het leven buiten zichzelf zoekt, die weet en voelt: in mijzelf is geen kracht, ik heb kracht van boven, ik heb versterking van de Heere nodig. En de middelen die God daarvoor gegeven heeft, die zijn (zegt de Catechismus) door God ingezet. Geen middelen dus om naar eigen believen wel of niet gebruiken. Geen medicijn van de enige Heelmeester, dat je op tafel mag zetten, terwijl je denkt: het zal zeker helpen, en het is ook goed bedoeld, en het past ook bij mijn kwaal, maar… ik neem het toch maar niet. Daar rust geen zegen op. Daar rust niet de zegen op van de opwas in de genade en de versterking van het geloof.
Door God ingezet en gegeven als (zegt de Catechismus) heilige waartekenen en zegels. Eerst maar even dat eerste: heilige waartekenen. Een teken, tekenen Jullie kennen die woorden, jongens en meisjes, van verschillende dingen. Ik ga er vier noemen. Probeer er van die vier tenminste één goed te onthouden.
a. Je kent het woord teken van een uitroepteken. Je schrijft een zin, en je zet er één of twee uitroeptekens achter. Die uitroeptekens versterken het woord, maken het stelliger, duidelijker en zekerder. Hij zegt er als het ware mee: dit is echt, zeker weten waar!
b. Bij een teken mag je ook denken aan een symbool. Een teken dat iets uitbeeldt. Een teken dat iets laat zien. Zo’n teken wijst naar iets. En eigenlijk gaat het dan helemaal niet om dat teken zelf, maar het gaat vooral om dat waar dat teken heen wijst. Denk maar aan een teken, een symbool, een embleem van een auto. Als je een rond teken ziet, met drie strepen daarin, dan denk je gelijk: ‘o, dat is van een Mercedes.’ Zo’n teken zegt iets. Als je dat tekentje op een auto ziet, dan weet je genoeg. Dat teken hoort bij een Mercedes. Als je nog nooit zo’n auto gezien hebt, dan zegt dat teken je helemaal niets.
c. Bij een teken mag je ook denken aan een foto. Opa is overleden. Zijn foto staat op de kast. Als je kijkt, dan zie je hem. Hij is het niet echt. Maar toch zeg je: dat is mijn opa. Die foto die zegt alles. Als je opa niet gekend hebt, dan zegt die foto je niet zoveel, misschien wel helemaal niets.
d. Bij dat woord teken mag je ook denken aan wat de meester of juf op school doet: op bord tekenen. Je begrijpt het niet? O, ik zal het je wel even laten zien. Kijk maar naar wat ik op het bord teken. Aanschouwelijk onderwijs. Uitleg, om naar te kijken.
Want een teken be-teken-t iets. Een teken wijst naar een (zo noemen we dat) betekende zaak. Die uitroeptekens, die tekens die wijzen. Die wijzen naar iets bekends. Naar iets wat God geleerd heeft in het hart van Zijn kinderen, naar iets wat Hij gewerkt heeft door Zijn Woord. Als je dat niet kent, dan vindt je die tekens misschien wel mooi, maar eigenlijk zeggen ze je niets. Zonder het echte geloof in ons hart, zien we alleen de uiterlijke tekenen, maar we kennen de eigenlijke be-teken-is niet! Bij de Heilige Doop zie je en hoor je die leuke kindertjes, die trotse vader en moeder, die schattige geluidjes, dat hartstochtelijke gehuil, die mooie doopjurk. Leuk om te zien. Bij het Heilige Avondmaal zie je hoe de dominee het brood breekt, hoe hij de wijn inschenkt, wie er wel komt, wie er nieuw is, wie er niet komt. Mooi om naar te kijken… Maar dat is allemaal de buitenkant. Het geloof kijkt door het teken heen naar de betekende zaak. Naar dat waar de tekenen op wijzen. Het geloof kijkt verder.
De Sacramenten zijn (zo zegt de Catechismus) heilige waartekenen en (dat is het tweede) zegelen. Een zegel is een bewijs dat iets echt is. Als ik een bankbiljet van € 50 laat zien, dan kan ik zeggen: dat is een gewoon stukje papier. Maar jij zegt: ‘nee, dat stukje papier is geen gewoon papier, dat is geld waard!’ Dat staat er op, en er zit ook nog een watermerk op, als bewijs dat het echt is. Voor dat papiertje kan je 50 euromunten krijgen. Dat staat erop. Dat kleine stukje papier is zeker weten € 50 waard. En het zegel er op, het watermerk erin, dat is het bewijs: het is echt waar! Dat is een zegel, een teken van echtheid.
‘Ik’, zegt God, ‘verzeker u, Mijn kind, bij het zegel van het water van de Heilige Doop, bij de zegels van brood en wijn bij het Heilig Avondmaal, het is echt waar!’ Echt waar!
Wat is echt waar? Waar kijkt het geloof van een kind van God dan naar? Naar Gods belofte, naar de belofte van het Evangelie, naar de belofte van vergeving van zonde voor een ieder die in de gekruisigde Christus gelooft. De Catechismus zegt: opdat God ons door het gebruik daarvan de belofte van het Evangelie des te beter te verstaan geve en verzegele. Dat is een moeilijke zin. Daar staan een paar dingen in.
Daar staat in dat je de betekenis van het teken en zegel krijgt door het gebruik ervan. Als je die tekenen en zegels ook gebruikt. Anders niet. Dat is Gods manier van werken. Hij heeft de middelen gegeven om die te gebruiken. Het teken van de Heilige Doop, het water, geeft geen versterking en nieuwe kracht aan het geloof van een kind van God, als je niet kijkt naar het teken! De tekenen van het Heilig Avondmaal, het brood en de wijn, geven geen opwas in het geloof, geven geen versterking en zekerheid, als je als kind van God in de bank blijft zitten en zegt: ‘nou, dat kan hier in de bank ook wel.’ Hier staat eenvoudigweg: het kan daar niet! Tekenen en zegelen zijn middelen, die je gebruiken moet.
En (zo zegt de Catechismus), als God dan die tekenen en zegels (water, brood en wijn) geeft, en als je die dan neemt, dan wil God daardoor de belofte van het Evangelie… Wat wil God daarmee doen? Twee dingen wil Hij ermee doen. God wil daardoor de belofte van het Evangelie des te beter te verstaan geven. Dat wil zeggen: uitleggen, door het te laten zien. En (dat is het tweede) God wil daardoor verzegelen. Die tekenen en zegels zeggen zonder woorden: het is echt waar, Mijn kind.
‘Kijk, Mijn kind, u ziet het voor u: Zoals het water van de Heilige Doop drupt op het hoofdje van dat kindje dat gedoopt wordt (u moet ernaar kijken!), zo zeker wast Mijn bloed, en zo zeker heeft Mijn bloed, druppend op uw ziel, u gewassen van al uw zonden. En zoals het brood gebroken wordt bij het Heilig Avondmaal (u moet ernaar kijken!), zo liet Ik, Christus, Mijn lichaam breken voor u. Zoals de wijn vergoten wordt, zo zeker stortte Ik Mijn bloed uit voor u. Ik voor u, daar u anders de eeuwige dood had moeten sterven.’ ‘Het is echt waar Mijn kind, je hoeft er nooit meer aan te twijfelen. Het ligt vast in Mij.’
Zoals staat in het formulier voor het Heilig Avondmaal: opdat wij vast zouden geloven, dat wij tot dit genadeverbond behoren, daarom is het Heilig Avondmaal ingesteld. Dat is de troost en de verzekering die, kinderen van God, de Heere u geven wil bij de bediening van de Sacramenten. Bij het zien op het water van de Heilige Doop, en aan de tafel van het Heilig Avondmaal. Rijken, die het altijd weten, die het altijd hebben, die altijd geloven kunnen en nooit bestreden worden, die hebben die versterking niet nodig. Maar aan Zijn armen verzekert Hij, dat Hij (zo zegt de Catechismus) ons vanwege het enige slachtoffer van Christus, aan het kruis volbracht, vergeving der zonden en het eeuwige leven uit genade schenkt. Wat een troost: vergeving van zonden en eeuwig leven. Uit genade!
Nog kort ons derde aandachtspunt:
3. De grond van de zaligheid Vraag 67 zegt: Zijn dan beide, het Woord en de Sacramenten, daarheen gericht of daartoe verordend, dat zij ons geloof op de offerande van Jezus Christus aan het kruis, als op den enigen grond onzer zaligheid wijzen? Antwoord: Ja zij toch; want de Heilige Geest leert ons in het Evangelie en verzekert ons door de Sacramenten, dat onze volkomen zaligheid in de enige offerande van Christus staat, die voor ons aan het kruis geschied is.
Die twee levensmiddelen, die twee genademiddelen, die wijzen ons op de enige grond van de zaligheid. Een zo vaste grond! Onze eigen keus, onze eigen beslissing, onze eigen wil is zo wankel. Maar dit is hecht, dit is vast, dit wankelt nooit. Onze volkomen zaligheid, kinderen van God, staat vast in de enige offerande van Christus aan het kruis. Je vindt die vaste grond nooit in jezelf. Je vindt geen grond in je belijdenis, je vindt geen grond in je eerdere avondmaalsgang, in je ernst, in je vroomheid, in je strijden voor de waarheid, je vindt nooit enige grond in je eigen liefde, keus of beslissing. Je vindt in jezelf helemaal niets.
Daarom is zelfonderzoek ook zo nuttig en nodig. In de voorbereiding voor de beide Sacramenten, voor de Heilige Doop en voor het Heilig Avondmaal. Opdat wij het steeds weer en meer en dieper zouden zien, weten en geloven. Opdat ons ene oog steeds meer naar beneden zou kijken. In mij is alles tekort. Mijn schijnbaar goede werken zijn stinkende zonden. Ik ben zonde. En opdat dat andere oog zich steeds hoger richten zou. Opdat mijn lege misdadigershand zich steeds verder zou uitstrekken naar God. Opdat mijn lege, moe gestreden hart voor het eerst of opnieuw vluchten zou (bevend, roepend en met tranen) naar de voeten van Christus. Opdat dat opnieuw ontledigde hart zich met steeds meer vrijmoedigheid tot Christus wenden zou. En in Hem steeds vastere grond onder de voeten zou verkrijgen. In mij is geen gerechtigheid. Maar de gerechtigheid van Christus is mij toegerekend en geschonken. Alleen door het bloed van Hem.
Geen vastere grond is er, gemeente, geen vaster fundament. Nergens anders is meer vastheid en zekerheid te verkrijgen dan buiten ons. Dan in en op dat enige fundament: het bloed en de gerechtigheid van Christus.
Zoek, geliefde gemeente, gebouwd te worden op dat enige fundament, waarvan Jezus Christus is de uiterste Hoeksteen. Door mensen wel verworpen, maar bij God uitverkoren en dierbaar. En gebruik daarbij met vrijmoedigheid de middelen, de levensmiddelen, de genademiddelen tot het doel waartoe God u die gegeven heeft.
Amen.
Slotzang Psalm 26:8 Wat blijdschap smaakt mijn ziel, Wanneer ik voor U kniel In 't huis, dat Gij U hebt gesticht! Hoe lief heb ik Uw woning, De tent, o Hemelkoning, Die G', U ter eer, hebt opgericht!
Andere preken over Zondag