Zondag 31 · 31 juli 2022
Preek Heidelbergse Catechismus Zondag 31 (serie 1)
INLEIDING
Zondag 31 van de Heidelbergse Catechismus handelt over de sleutels van het hemelrijk. Christus Zelf heeft deze sleutels aan Zijn kerk gegeven: de verkondiging van het heilig Evangelie en de christelijke ban. Door de prediking wordt de deur van het Koninkrijk geopend voor wie de belofte van het Evangelie met een waar geloof aanneemt, en gesloten voor wie zich niet bekeert. De kerkelijke tucht dient niet om te veroordelen, maar om in liefde terug te brengen wie dwaalt in leer of leven.
De sleutels van het hemelrijk
ZONDAG 31
Vraag 83: Wat zijn de Sleutelen des hemelrijks?
De verkondiging des Heiligen Evangelies en de Christelijke ban of uitsluiting uit de Christelijke gemeente, door welke twee stukken het hemelrijk den gelovigen opengedaan, en den ongelovigen toegesloten wordt.
Vraag 84: Hoe wordt het hemelrijk door de prediking des Heiligen Evangelies ontsloten en toegesloten?
Alzo, als, volgens het bevel van Christus, aan de gelovigen, allen en een iegelijk, verkondigd en openlijk betuigd wordt, dat hun, zo dikwijls als zij de beloftenis des Evangelies met een waar geloof aannemen, waarachtiglijk al hun zonden van God, om der verdiensten van Christus' wil, vergeven zijn; daarentegen allen ongelovigen, en die zich niet van harte bekeren, verkondigd en betuigd wordt, dat de toorn Gods en de eeuwige verdoemenis op hen ligt, zolang als zij zich niet bekeren; naar welk getuigenis des Evangelies God zal oordelen, beide in dit en in het toekomende leven.
Vraag 85: Hoe wordt het hemelrijk toegesloten en ontsloten door den Christelijken ban?
Alzo, als, volgens het bevel van Christus, degenen, die onder den Christelijken naam onchristelijke leer of leven voeren, nadat zij, ettelijke malen broederlijk vermaand zijnde, van hun dwalingen of hun schandelijk leven niet willen aflaten, der gemeente, of degenen die van de gemeente daartoe verordineerd zijn, aangebracht worden, en, zo zij aan de vermaning zich niet storen, van henlieden door het verbieden der Sacramenten uit de Christelijke gemeente, en van God zelf uit het Rijk van Christus gesloten worden; en wederom als lidmaten van Christus en van zijn gemeente aangenomen, zo wanneer zij waarachtige verbetering beloven en bewijzen.
VOLLEDIGE TEKST
ds. J. IJsselstein - Zondag 31
THEMA
De sleutels van het hemelrijk
Gemeente, bij de laatste Zondag die we samen behandeld hebben (Zondag 30) was een van de vragen (vraag 82): Mogen die mensen ook aan het Heilig Avondmaal gaan ‘die zich met hun belijdenis (met hun woorden) en hun leven (hun daden) als ongelovige en goddeloze mensen aanstellen (dat wil zeggen: gedragen)? Het antwoord was: Nee. De christelijke kerk is schuldig, naar de ordening (naar de instelling) van Christus en Zijn apostelen zulke mensen, totdat zij betering van hun leven bewijzen, door de sleutelen van het hemelrijk uit te sluiten.
En over dat laatste gaat nu Zondag 31. Over de sleutels van het hemelrijk. Laten we deze Zondag met de vragen 83, 84 en 85 eerst samen lezen.
Vraag 83. Wat zijn de sleutelen des hemelrijks? Antwoord. De verkondiging des heiligen Evangelies en de christelijke ban of uitsluiting uit de christelijke gemeente, door welke twee stukken het hemelrijk den gelovigen opengedaan en den ongelovigen toegesloten wordt. (Eigenlijk is hier de vraag: welke sleutels zijn er en wat doen ze precies?)
Vraag 84. Hoe wordt het hemelrijk door de prediking des heiligen Evangelies ontsloten en toegesloten? Antwoord. Alzo, als, volgens het bevel van Christus, aan de gelovigen, allen en een iegelijk, verkondigd en openlijk betuigd wordt dat hun, zo dikwijls als zij de beloftenis des Evangelies met een waar geloof aannemen, waarachtelijk al hun zonden van God, om der verdiensten van Christus’ wil, vergeven zijn; daarentegen allen ongelovigen, en die zich niet van harte bekeren, verkondigd en betuigd wordt dat de toorn Gods en de eeuwige verdoemenis op hen ligt, zolang als zij zich niet bekeren; naar welk getuigenis des Evangelies God zal oordelen, beide in dit en in het toekomende leven. (Hier wordt meer gevraagd naar het ‘hoe’: hoe doet de sleutel van het Woord zijn werk?)
Vraag 85. Hoe wordt het hemelrijk toegesloten en ontsloten door de Christelijke ban? Antwoord. Alzo, als, volgens het bevel van Christus, degenen, die onder de christelijken naam onchristelijke leer of leven voeren, nadat zij, ettelijke malen broederlijk vermaand
zijnde, van hun dwalingen of hun schandelijk leven niet willen aflaten, de gemeente, of dengenen die van de gemeente daartoe verordineerd zijn, aangebracht worden; en, zo zij aan de vermaning zich niet storen, van henlieden door het verbieden der Sacramenten uit de christelijke gemeente, en van God Zelven uit het Rijk van Christus gesloten worden; en wederom als lidmaten van Christus en Zijn gemeente aangenomen, zo wanneer zij waarachtige betering beloven en bewijzen. (Ook dit is een vraag naar het ‘hoe’, maar dan naar het hoe van de christelijke ban: Hoe doet de sleutel van de ban zijn werk?)
Het is duidelijk waar het in deze Zondag over gaat: over de sleutels van het hemelrijk. Dat is ook het thema van de preek van vanmiddag: De sleutels van het hemelrijk
Er zijn twee aandachtspunten. We zullen in de eerste plaats zien welke sleutels er zijn en wat ze doen (we hebben dat gelezen in vraag en antwoord 83), en we zullen in de tweede plaats zien hoe ze hun werk doen (dat zagen we in vraag en antwoord 84 en 85).
Dus, de sleutels van het hemelrijk. 1. Welke sleutels er zijn en wat ze doen 2. Hoe die sleutels hun werk doen
Als eerste dus:
Jongens en meisjes, sleutels zijn belangrijk. Als je de sleutel van je fiets kwijt bent, dan heb je een probleem. De sleutels waar het hier over gaat, kan je het beste vergelijken met de sleutels van een huis. Om binnen te komen, om in huis te komen, doet iemand met een sleutel de deur van het slot, hij of zij doet de deur voor je open en laat je binnen. Je kan ook buiten gesloten worden. Dat is een hele nare gedachte, maar het kan wel. Iemand duwt je naar buiten en doet de deur achter je op slot. Dus, die sleutel, hij lijkt zo klein en onbeduidend, maar die sleutel doet iets wat verstrekkende gevolgen kan hebben. De sleutel maakt of je binnen bent of buiten.
De sleutel van het huis maakt of je binnen of buiten het huis bent. De sleutels van het hemelrijk, van het Koninkrijk van God, maken of je binnen of buiten het Koninkrijk bent.
Je zegt: ‘Ja, maar die sleutel heeft de Heere Jezus alleen’. Zeker, Johannes op Patmos schrijft daar ook over, als hij het heeft over ‘Degene Die de sleutel Davids heeft, en zegt: Hij opent, en niemand sluit, en Hij sluit en niemand opent (Openbaring 3:7En schrijf aan den engel der Gemeente, die in Filadelfia is: Dit zegt de Heilige, de Waarachtige, Die den sleutel Davids heeft; Die opent, en niemand sluit, en Hij sluit, en niemand opent:).
Maar we lezen ook in de Bijbel, dat de Heere Jezus die sleutels gegeven heeft aan Zijn discipelen. Hij zei het eerst tegen Petrus: En Ik zal u geven de sleutelen van het Koninkrijk der hemelen; en zo wat u zult binden op de aarde, zal in de hemelen gebonden zijn; en zo wat u ontbinden zult op de aarde, zal in de hemelen ontbonden zijn (Mattheüs 16:19En Ik zal u geven de sleutelen van het Koninkrijk der hemelen; en zo wat gij zult binden op de aarde, zal in de hemelen gebonden zijn; en zo wat gij ontbinden zult op de aarde, zal in de hemelen ontbonden zijn.). Binden, ontbinden, vastmaken, losmaken, dicht doen, opendoen. Later zei Hij het tegen al Zijn discipelen: Zo u iemands zonden vergeeft, dien worden zij vergeven; zo u iemands zonden houdt, dien zijn zij gehouden (Johannes 20:23Zo gij iemands zonden vergeeft, dien worden zij vergeven; zo gij iemands zonden houdt, dien zijn zij gehouden.). Losmaken, opendoen, vergeven…, vastmaken, dicht doen, veroordelen.
Je zou bijna zeggen: Mogen mensen dat wel doen? Maar, zo staat het wel in de Bijbel: de Heere Jezus heeft het Zijn discipelen opgedragen. Hij heeft hun die sleutels gegeven. Eerst aan de discipelen, aan de apostelen, later aan de ambtsdragers: aan ouderlingen en dominees (dat zijn eigenlijk ook ouderlingen).
De sleutels van het hemelrijk, van het Koninkrijk van God. Zijn dat eigenlijk de sleutels van de hemel zelf? Als een ouderling zegt: ‘volgens mij (goed opletten hoe ik het zeg: volgens mij, naar mijn mening), volgens mij ga jij niet naar de hemel.’ Zit de hemel dan voor je op slot? Nee, wij mensen bewaken niet de hemelpoort, en zeker niet met ons eigen oordeel, met onze eigen mening. De sleutel is niet (en dat geldt ook en vooral ons, ambtsdragers) dat we zeggen ‘volgens mij.’ Dat is vleselijk (1 Korinthe 3:3-4Want gij zijt nog vleselijk; want dewijl onder u nijd is, en twist, en tweedracht, zijt gij niet vleselijk, en wandelt gij niet naar den mens? Want als de een zegt: Ik ben van Paulus; en een ander: Ik ben van Apollos; zijt gij niet vleselijk?). De sleutels zijn geestelijk. Wij zeggen, en dat is een machtig woord, dat insluit of buitensluit: ‘zo zegt de Heere.’ Sleutels, geestelijke sleutels dus, van het koninkrijk der hemelen.
Maar, wat is dan dat hemelrijk, dat Koninkrijk van God? Toen de Heere Jezus op aarde was, toen zei Hij: ‘Het Koninkrijk Gods is nabij gekomen (Mattheus 4:17). En in Lukas 17 lijkt het nog dichterbij, als de Heere Jezus zegt: Het Koninkrijk Gods is binnen ulieden (17:21).’
Je zou kunnen zeggen: het Koninkrijk van God, dat is de Kerk, met een hoofdletter. En de Heere Jezus Christus is het Hoofd, de Koning van de Kerk. En Zijn kinderen zijn onderdanen van dat Koninkrijk, burgers van het hemelrijk, van dat Koninkrijk van de Heere Jezus Christus, dat hier op aarde gevestigd is en dat reikt tot in de hemel. Het is hier (op aarde), en het is daar (in de hemel). Want de hemel staat natuurlijk niet los van de aarde.
En de grote vraag voor ieder mens is: ben ik (nu, op de aarde) een onderdaan van de Heere Jezus, van de Koning? Met die levensbelangrijke vraag begon de Catechismus al in Zondag 1: Ben ik het eigendom van de Heere Jezus Christus?
Dat is niet vanzelfsprekend. Dat is niet automatisch zo. Sterker nog, het is omgekeerd. Als je geboren wordt, wordt je ‘automatisch’ geboren als onderdaan van de duivel en zijn rijk. En je kunt (heeft de Heere Jezus gezegd tegen Nicodémus) het Koninkrijk der hemelen niet binnengaan, tenzij je opnieuw geboren wordt (Johannes 3:3Jezus antwoordde en zeide tot hem: Voorwaar, voorwaar zeg Ik u: Tenzij dat iemand wederom geboren worde, hij kan het Koninkrijk Gods niet zien.). De enige manier om het Koninkrijk der hemelen binnen te gaan is: een nieuwe geboorte, is: wederom geboren worden, is: het krijgen van een nieuw hart.
Hoe krijg je een nieuw hart? Door het Woord van de Heere. Door de prediking van het Woord. Hier in de kerk. Daarom moet je hier zijn, en als je hier bent moet je goed luisteren! Hier gebeurt het! Wat de Heere beloofd heeft: Mijn woord zal niet ledig tot Mij wederkeren, maar het zal doen hetgeen Mij behaagt en het zal voorspoedig zijn in hetgeen waartoe Ik het zend (Jesaja 55:11Alzo zal Mijn woord, dat uit Mijn mond uitgaat, ook zijn, het zal niet ledig tot Mij wederkeren; maar het zal doen, hetgeen Mij behaagt, en het zal voorspoedig zijn in hetgeen, waartoe Ik het zende.).
Dit Woord (we zullen straks zien ‘hoe’ dat gaat) opent het hemelrijk, het Koninkrijk der hemelen, en maakt mensen tot onderdanen van Koning Jezus. Dit Woord is de sleutel, waarmee de deur van het hemelrijk wordt opengedaan, zodat mensen mogen binnenkomen in het huisgezin van God.
Maar, het kan ook dat de deur niet open gaat (‘hoe’ dat komt, dat zullen we straks zien). Omdat de sleutel van het Woord de andere kant op draait en zegt wat Filippus zei tegen Simon de Tovenaar: U hebt geen deel noch lot in dit woord, want uw hart is niet recht voor God (Handelingen 8:21Gij hebt geen deel noch lot in dit woord: want uw hart is niet recht voor God.). Of omdat de sleutel van de christelijke ban zegt: Maar buiten zullen zijn de honden, en de tovenaars, en de hoereerders, en de doodslagers, en de afgodendienaars, en een iegelijk, die de leugen liefheeft, en doet (Openbaring 22:15Maar buiten zullen zijn de honden, en de tovenaars, en de hoereerders, en de doodslagers, en de afgodendienaars, en een iegelijk, die de leugen liefheeft, en doet.).
We zijn toe aan de tweede vraag, aan ons tweede aandachtspunt:
Vraag 84 zegt: Hoe wordt het hemelrijk door de prediking van het heilig Evangelie ontsloten (opengedaan) en toegesloten (dicht gedaan)? Hoe wordt de deur van het Koninkrijk open gedaan of dicht gedaan? Door de prediking van het heilig Evangelie. Door de prediking van het heilig Evangelie gaat de deur open of dicht.
Hoe doet de preek dat? De preek zegt (zo zegt de Catechismus) tegen al de gelovigen (tegen al Gods kinderen, ‘allen en een iegelijk’, dat wil zeggen: groot en klein) heel stellig (het wordt hun verkondigd en betuigd!): Zo dikwijls als u de belofte van het Evangelie met een waar geloof aanneemt, zijn waarachtig (heel echt) al uw zonden door God, om de verdiensten van Christus, vergeven!
Wat een heerlijke, wat een blijde boodschap: al uw zonden zijn u vergeven. Hoe zwaar, hoe lang u ook gezondigd hebt. En dat geldt voor u, gelovigen, ‘allen en een iegelijk’. Dat wil zeggen: niemand is te slecht, niemand heeft teveel gezondigd. En dat geldt: zo dikwijls als u de belofte van het Evangelie met een waar geloof aanneemt.
Wat is dat: de belofte van het Evangelie? Ja, er staan in de Bijbel heel veel beloftes, die je allemaal ‘beloften van het Evangelie’ zou kunnen noemen. Maar het gaat hier om de belofte (in het enkelvoud), het gaat hier om de kernbelofte van het Evangelie. Dit is de belofte van het Evangelie: dat een ieder die in Hem (in de gekruisigde Christus) gelooft, niet zal verderven, maar het eeuwige leven zal hebben (Johannes 3:16). Wie die belofte met een waar geloof aanneemt, voor hem of haar gaat de deur open.
Voor… wie de belofte van het Evangelie aanneemt. Dat woord ‘aannemen’ kom je op verschillende plaatsen in de Bijbel tegen. Denk maar aan Johannes 1:12Maar zovelen Hem aangenomen hebben, dien heeft Hij macht gegeven kinderen Gods te worden, namelijk die in Zijn Naam geloven;: Maar zovelen Hem aangenomen hebben, dien heeft Hij macht gegeven kinderen Gods te worden, namelijk die in Zijn Naam geloven. Denk ook maar aan wat er gebeurde op de Pinksterdag. Duizenden mensen worden getroffen in hun hart, en dan staat er: Die dan zijn woord gaarne aannamen, werden gedoopt; en er werden op die dag tot hen toegedaan (voor hen ging de deur open) omtrent drie duizend zielen (Handelingen 2:41Die dan zijn woord gaarne aannamen, werden gedoopt; en er werden op dien dag tot hen toegedaan omtrent drie duizend zielen.).
Je zegt: ‘zie je wel, je moet het aannemen!’ Ja, maar er staat iets bij, en dat legt precies uit wat er bedoeld wordt: ‘aannemen met een waar geloof’. En we weten uit de Bijbel dat het ‘ware geloof’ iets anders is dan een soort van ‘verstandelijke beslissing’. Want het ware geloof erkent en belijdt eigen verlorenheid. Het zegt: ‘ik geloof dat ik buiten sta. Mijn hart ligt buiten het Koninkrijk. En dat is vanwege mijn schuld. Ik ben uit het paradijs verjaagd, en de deur is op slot gedaan.’ Wie, door het werk van de Heilige Geest, dat bij zichzelf gaat zien, die gaat zich bekeren. Die gaat breken met de zonde. Die krijgt berouw om zoveel kwaad, die krijgt droefheid over de zonde, heimwee naar God en honger en dorst naar de gerechtigheid van de Heere Jezus Christus.
En, weet je wat het merkwaardige is, jongens en meisjes? Als je nu eens aan die mensen vraagt: ‘bent u echt een kind van God?’, dan zijn ze misschien wel geneigd om te zeggen: ‘ik weet het niet, ik durf het niet te zeggen, ik voel me een buiten-staander’. Ik voel me iemand die buiten de deur staat. Want ik ben weggelopen van huis, net als de verloren zoon.’
Maar dan gebeurt er, juist voor zulke mensen, iets wonderlijks. En dan zie je wat het betekent: met een waar geloof aannemen.
Dan klinkt hier, in de kerk (of thuis aan tafel of waar het Woord ook klinkt): Zalig zijn zij die treuren, want ze zullen vertroost worden. Zalig zijn die hongeren en dorsten naar de gerechtigheid, want zij zullen verzadigd worden.’ Dan klinkt: ‘Kom tot Mij, u die vermoeid en belast bent, Ik zal u rust geven.’ En dan zegt die verstandsgelovige: ‘nou, gelukkig voel ik mij niet zo. Ik geloof gewoon.’ Maar de ware gelovige zegt: ‘wat een wonder is dat, wat is dat een troost voor mij!’
Want, wat gebeurt er dan? Dan sluit het heilige Evangelie die mensen binnen, die zichzelf buitensluiten. In hen is zoveel twijfel, vrees, schuchterheid, en ook blindheid en ongeloof. Maar dan (en dat is het wonderlijke wat hier gebeurt, onder de preek), dan komt de Heere Zelf, door Zijn Eigen Woord. En dan spreekt Hij heel persoonlijk, juist tot die mensen. Met de belofte van het Evangelie. Als Hij zegt: Een ieder die in Christus gelooft, zal niet verderven, maar het eeuwige leven hebben. Als Hij zegt: Ik zal u rust geven (Mattheüs 11:28Komt herwaarts tot Mij, allen die vermoeid en belast zijt, en Ik zal u rust geven.). Als Hij zegt: Ik ben uw heil (Psalm 35:3En breng de spies voort, en sluit den weg toe, mijn vervolgers tegemoet; zeg tot mijn ziel: Ik ben uw Heil.). Als de Heere Zelf zegt: Ik delg uw overtredingen uit als een nevel en uw zonden als een wolk (Jesaja 44:22Ik delg uw overtredingen uit als een nevel, en uw zonden als een wolk; keer weder tot Mij, want Ik heb u verlost.). De deur wordt open gedaan! En dat doet de Heere Zelf, door Zijn Woord. En zij nemen dat Woord, die belofte, gaarne aan. Ze omhelzen die, met alles wat in hen is, als een onverdiende zegen.
En wij, als dienaars van het Evangelie, naar het bevel van Christus, verkondigen en betuigen de gelovigen, allen en een iegelijk, dat zij zo vaak als zij die belofte van het Evangelie met een waar geloof aannemen, zeker mogen geloven dat al hun zonden door God om de verdiensten van Christus vergeven zijn. Let op: er staat niet: vergeven ‘worden’, maar vergeven ‘zijn’. Als wij die belofte van God met de lege hand van ons geloof mogen aannemen, als wij door het geloof mogen zien, als dodelijk gebeten zondaars, op de verhoogde koperen slang, dan gaat de deur open. En dan mogen we iets zien van het vriendelijke aangezicht van de Heere. Dan is er vrede met God. Als wij die belofte mogen aannemen.
Maar, helaas, is dat er niet altijd. Het verstandsgeloof, dat heeft het altijd. Maar de oprecht gelovige is zich er diep van bewust dat het ware geloof een gift, een gave van God is. Een gave van God, die ons aan de Heere verbindt. En die vrede doet ervaren. Terwijl onze zonden, ons gebrek aan liefde, aan ijver en aan het gebruik van de middelen van Woord en gebed, die ervaren vrede weer zo kunnen verbreken. En we weten: dat is onze schuld. Denkt u maar aan de zucht van de bruid in Hooglied 1: Mijn wijngaard heb ik niet gehoed (1:6). Ik ben zelf nalatig geweest, en dat heeft de intieme verbondenheid met Christus, de Bruidegom, dat heeft de gemeenschap met Hem verbroken.
Maar ook dan, is er maar één weg terug: alleen in de weg van het door de Heere geschonken geloof, alleen in de weg van dat ware geloof (dat niets van zichzelf overhoudt en alleen maar ziet op Christus de Gekruisigde), alleen in die weg, roepend: ‘Ik geloof, Heere, kom mijn ongelovigheid te hulp’ (Markus 9:24En terstond de vader des kinds, roepende met tranen, zeide: Ik geloof, Heere! kom mijn ongelovigheid te hulp.), wordt de deur van de hemel weer geopend, en mogen wij weer opnieuw iets ervaren van de vrede met God. Zo dikwijls als wij de belofte van het heilige Evangelie met een waar geloof omhelzen.
En dat geeft tegelijkertijd ook aan (als je de vrede mist), waar je de vrede zoeken moet. In het Woord! In de prediking! De prediking is niet iets om naar te luisteren om je een oordeel te vormen, om te beoordelen of te veroordelen: wat vond ik ervan, vanmiddag? Nee, hier moet je biddend zitten. In het besef van de tegenwoordigheid van de levende God, Die spreekt. Luisteren en bidden: Merk op, mijn ziel, wat antwoord God u geeft.
Die psalm (Psalm 85) gaan wij nu eerst samen zingen. Psalm 85:3
Merk op, mijn ziel, wat antwoord God u geeft; Hij spreekt gewis tot elk, die voor Hem leeft, Zijn gunstgenoot, van blijden troost en vreê, Mits hij niet weer op 't spoor der dwaasheid treê. Voorwaar, Gods heil is reeds nabij 't geslacht, Hetwelk Hem vreest en Zijne hulp verwacht; Opdat er eer in onzen lande woon', En zich aldaar op 't luisterrijkst vertoon'.
We zijn bezig met ons tweede punt: Hoe doen de sleutels van het hemelrijk hun werk? We zijn nog steeds bij de eerste sleutel, bij het Woord. We hebben gezien: voor hen die de belofte van het Woord met een waar geloof aannemen (ze worden ‘de gelovigen’ genoemd), voor hen wordt de deur geopend. Degene die de sleutel draagt, mag in Gods Naam de deur openen. Wij mogen in Gods Naam zeggen, en wij zeggen het ook: Zalig bent u, die treurt vanwege uw zonden. Zalig bent u, die hongert en dorst naar de gerechtigheid van Christus. Zalig bent u, armen van geest, want uw zonden zijn u vergeven (Mattheus 5, Lukas 6)!
Maar, er is ook een keerzijde. Want het Woord wijst twee wegen aan. De Catechismus zegt: ‘daarentegen alle ongelovigen, en die zich niet van harte bekeren, hen wordt verkondigd en betuigd dat de toorn van God en de eeuwige verdoemenis op hen ligt, zolang als zij zich niet bekeren’. Hier, op de preekstoel, ligt de sleutel van het hemelrijk, het Woord. En wij hebben de opdracht de deur van dat hemelrijk te openen en te sluiten voor uw zielen op weg naar de eeuwigheid.
We hebben niet alleen de opdracht om de treurigen Sions te vertroosten. De Heere heeft ook gezegd, heel nadrukkelijk: Mensenkind! Ik heb u tot een wachter gesteld over het huis Israëls; zo zult u het woord uit Mijn mond horen, en hen van Mijnentwege waarschuwen. Als Ik tot de goddeloze zeg: U zult de dood sterven, en u waarschuwt hem niet, en spreekt niet, om de goddeloze van zijn goddeloze weg te waarschuwen, opdat u hem in het leven behoudt; die goddeloze zal in zijn ongerechtigheid sterven, maar zijn bloed zal Ik van uw hand eisen (Ezechiël 3:17-18Mensenkind! Ik heb u tot een wachter gesteld over het huis Israëls; zo zult gij het woord uit Mijn mond horen, en hen van Mijnentwege waarschuwen. Als Ik tot den goddeloze zeg: Gij zult den dood sterven, en gij waarschuwt hem niet, en spreekt niet, om den goddeloze van zijn goddelozen weg te waarschuwen, opdat gij hem in het leven behoudt; die goddeloze zal in zijn ongerechtigheid sterven, maar zijn bloed zal Ik van uw hand eisen.). Met andere woorden: als u sterft, zonder God, zonder Christus, als een ongelovige of als iemand die zich niet van harte bekeerd heeft, dan zult u voor eeuwig ondergaan. En iemand zal verantwoordelijk gesteld worden voor uw ondergang: of ik, of u zelf… Zo scherp ligt het. En dat betekent dat wij ook de woorden van dreiging vanuit het Woord van God niet voor u verbergen zullen. Goddelozen, mensen zonder God, als u zo doorgaat, als u zo sterft, dan loopt het helemaal verkeerd met u af! Dan loopt het veel slechter met u af, dan met degenen die buiten de kerk geleefd hebben, in wat voor zonden dan ook. Want het zal Tyrus en Sidon verdraaglijker zijn in de dag van het oordeel dan u! (Lukas 10:14Doch het zal Tyrus en Sidon verdragelijker zijn in het oordeel, dan ulieden.), die de weg wel geweten hebt, maar niet hebt willen bewandelen.
De Catechismus zegt: De toorn van God en de eeuwige verdoemenis ligt op u! Nee, niet overheen lezen. Niet overheen leven. Voel wat op u ligt, zie… het gevaar van uw leven: de toorn van God, Die op Golgotha het leven opeiste van de Zaligmaker, ligt op u! Ja, de verdoemenis zelf. Het oordeel is uitgesproken, alleen de voltrekking van het vonnis laat nog op zich wachten.
Zolang u…, zegt de Catechismus, zolang u zich niet bekeert. O, wat een vriendelijke en geduldige toevoeging. Luister dan toch naar dit Woord. Dat de hemel voor u kan opendoen. Bekeert u en gelooft het Evangelie (Markus 1:15En zeggende: De tijd is vervuld, en het Koninkrijk Gods nabij gekomen; bekeert u, en gelooft het Evangelie.). Breek met de zonde. Zeg niet: ‘ik heb geen zonde, ik kan er niet zo even één of twee opnoemen.’ Zie uw zonden onder ogen! Kijk er toch naar! Draai uw hoofd er niet van weg! Erken ze, belijd ze, en doe ze weg! Bekeer u! En geloof Zijn heil- en troostrijk Woord (Psalm 95:4In Wiens hand de diepste plaatsen der aarde zijn, en de hoogten der bergen zijn Zijne;, ber.). Dit Woord: dat er vergeving is voor de grootste van de zondaars in het bloed van Christus de Gekruisigde.
De Catechismus zegt: ‘naar welk getuigenis des Evangelies God oordelen zal’. U zult naar dit Woord geoordeeld worden. Dit Woord zal u zijn tot een eeuwig wel, of tot een eeuwig wee. Tot uw eeuwige voordeel, of tot uw eeuwige oordeel!
Ik haast me naar het ‘hoe’ van de tweede sleutel van het hemelrijk.
Vraag 85 vraag: Hoe wordt het hemelrijk toegesloten en ontsloten door de christelijke ban? Het antwoord begint met: Alzo, als, volgens het bevel van Christus. Een tweede sleutel, die dus ook door Christus gegeven is. Dus mag niemand de kerkelijke vermaning of censuur met een korreltje zout nemen, terwijl u ondertussen zegt: ‘ik ben het er gewoon niet mee eens’.
Christus laat u buitensluiten, om (vergis u niet in Zijn hart!) om u terug te brengen. Wie? Zij (zo zegt de Catechismus) ‘die onder een christelijke naam een onchristelijke leer of leven voeren (dat wil zeggen: leiden)’. Ze noemen zich christen, ze zijn ook lid van de christelijke gemeente, maar ze leiden, ze voeren een onchristelijke leer of leven. Het gaat niet om het vallen in de zonde. Wie valt en berouw heeft, krijgt niet te maken met de kerkelijke tucht. Het gaat om mensen die doorgaan op het verkeerde spoor, die daarin volharden. Het gaat om het kwaad van blijvende onbekeerlijkheid.
Wie in de leer dwaalt (weg van de kern van de leer: vergeving van zonden door het bloed van Christus), of in leven zich openlijk misdraagt (waarbij we denken aan de Tien Geboden van de Heere, aan alle tien!), die wordt broederlijk, dat wil zeggen liefdevol en vriendelijk vermaand. Broederlijk, zo zegt de Catechismus. Wat een vriendelijke uitdrukking is dat. ‘Broeder, zuster, gaat het wel goed met u? Wat u zegt, wat u doet, is dat wel naar de Schrift, is dat wel volgens de Bijbel? Het lijkt anders! Denk er eens goed over na.’ En verder, nog een keer: ‘heb je er al over nagedacht? Zo moet je niet doen, zo kan je beter niet spreken, want dat is tegen het gebod van God.’
Elkaar vermanen. Dat is een zaak van de gemeente. Waarom je dat moet doen? Om de eer van God, om het heil van de gemeente, en ook om het heil, om de zaligheid van de persoon in kwestie. En hoe je dat moet doen? Vriendelijk en geduldig. Want God is geduldig met zondaars.
En als iemand je dan aanspreekt, zet dan niet direct je hakken in het zand, en vlieg niet direct in de verdediging. Maar kijk eerlijk in de spiegel van het Woord.
En (zo vervolgt de Catechismus), als zulke mensen meerdere malen broederlijk vermaand zijn, maar toch van hun dwalingen of van hun schandelijke leven (het gaat dus om openbare, zichtbare zonde) niet willen aflaten, zeg het dan tegen de gemeente, of (dat wil zeggen) tegen degenen die door de gemeente daartoe zijn aangesteld. Zeg het dan tegen de ouderlingen van de gemeente. Want die gaan over de kerkelijke tucht.
En als zij zich ook aan hun vermaning niet storen, dan worden zij uiteindelijk door deze sleutel buiten gesloten. Stapsgewijs, in drie stappen, door een verbod op het gebruik van de heilige sacramenten, en uiteindelijk zelfs door uitsluiting buiten de gemeente, door de christelijke ban. Stappen die van begin tot eind ernstig zijn. Want ‘buiten de gemeente geplaatst worden’, betekent ook geplaatst worden buiten de geestelijke zegeningen, die God aan Zijn gemeente belooft en bewijst.
Maar, het blijft als het goed is altijd (hoe moeilijk het ook is) een draaien aan de sleutel uit liefde: buitenplaatsen met de hoop en de bede dat het leidt tot inkeer, tot berouw, tot belijdenis van schuld en tot terugkeer. En dan gaat de deur (door wederopneming in de gemeente) altijd weer open.
Want (zo zegt de Catechismus): zij worden wederom als lidmaten van Christus en Zijn gemeente aangenomen, als zij waarachtige betering beloven (met woorden beloven) en (met daden) bewijzen.
Ongelovigen, dwalend in leer of leven, verhard u niet, maar laat u leiden (Psalm 95:4, ber.)
Naar dit getuigenis zal God oordelen, en in dit leven, en in het toekomende.
Amen.
Slotzang Psalm 95:5
Verhardt u niet; neemt Zijn genâ Ootmoedig aan. Laat Meriba, Laat Massa u ten afschrik wezen, Waar 'k door uw vaders ben verzocht, Toen alles, wat Mijn almacht wrocht, Hen niet bewoog, om Mij te vrezen.
Andere preken over Zondag